• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

All posts by Maarten Kools

12 juli: Eerlijk de waarheid onder ogen zien

[print]

15e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Amos 7, 12-15

  • Marcus 6,7-13

Een zeer krachtige prediker die er op uit trok
en wiens boodschap ons schriftelijk is overgeleverd, is de profeet Amos.
Zo’n 2700 jaar geleden liet hij zijn overduidelijke woorden horen.
Hij was een schapenfokker (waarschijnlijk voor de offerdienst in de tempel)
uit Tekoa, even ten zuiden van Jeruzalem.
De tijden van koning David en Salomo liggen al lang achter ons.
Het rijk is verdeeld in twee gedeelten: het Zuidrijk Juda)
met als hoofdstad Jeruzalem en het Noordrijk (Israël)
met als hoofdstad Samaria.
Hoewel Amos zeker kritiek gehad zal hebben op de offercultus in Jeruzalem, richt zijn gramschap zich vooral tegen het nieuwe staatsheiligdom in Betel
in het Noordrijk. In zijn dreigpreken noemt hij ze allebei:
Wee jullie, zorgelozen op de Sion Jeruzalem),
jullie gerusten op de berg Samaria.

Tot de laatsten gaat hij verder: ‘Jullie liggen op ivoren rustbedden,
op jullie divans uitgezakt
‘ (6,1 e.v.).
Tot die priesters (van Betel) – u hoorde in de lezing van vandaag
wat voor een woede hij teweeg bracht-
tot de priesters richt hij de woorden:
Zo zegt de Heer, Ik haat jullie feesten,
Ik kan jullie samenkomsten niet meer luchten …
doe weg het getier van jullie liederen, het getokkel van je harp,
Ik kan het niet meer aanhoren.

Nee, niet direct een geschikte patroon van een zangkoor, deze Amos.
Ook wat ruw in de mond.
Zo bezigt Hij zeer onhoffelijke taal,
als hij de ‘society-ladies’ van Samaria toespreekt:
Hoort dit woord, jullie koeien (!) van Basan op de berg Samaria.
Koeien van Basan … in die tijd geweldige koeien,
wij zouden zeggen Fries stamboekvee.
(u zou het eens moeten nalezen in zijn 2e hoofdstuk)

Waarom fulmineert hij zo tegen liturgie en de ‘society’ van zijn dagen?
Hij zegt het zo:
Omdat jullie de rechtvaardige verkopen voor geld
de behoeftige voor een paar schoenen.
Jullie snakken ernaar dat het stof van de aarde de armen bedekt
en willen de neergebogenen van de weg afdringen.

De priesters van Betel waren op de godsdienst-
en maatschappijkritische verkondiging van Amos allerminst gesteld
dat hoorden wij in de eerste lezing vandaag.
De op hun rust gestelde rijken in Samaria (en Juda) evenmin.
Zijn waarschuwende kritiek op de rijken en de gerusten
heeft helaas nog niets van actualiteit verloren.

Onze Pausen schreven, in deze geest krachtige profetische boodschappen,
onze vorige paus zijn encycliek Caritas in Veritate
waarin hij de de wereldeconomie heel kritisch bekijkt,
met name het kapitalistisch liberalisme.
Onze huidige paus klaagt ons aan omdat wij niet goed omgaan met het milieu.
Ze wijzen ons op de gevaren van die nonchalance:
de rijkdom kan ons ontnomen worden en
de leefbaarheid ook.

Ze zeggen het wel eleganter dan Amos.
Moet je die horen (ik citeer):

Ze zullen uw rijkdom komen weghalen en uzelf ook wegtrekken
zoals een visser zijn haak in de neus van de vis slaat.

Deze dreiging waarover Amos spreekt in het jaar 760
heeft niet lang op zich laten wachten.
Nog geen 15 jaar later rukken de legers van Tiglath-Pilezer III,
koning van Assyrië, op tegen Israël.
De mensen van het Noordrijk zullen het eerst worden gedeporteerd.
Genoeg over Amos en zijn kritische verkondiging in Noord Israël.

In datzelfde Noordrijk worden Jesus’ leerlingen erop uitgestuurd.
En hij verbood hun iets anders mee te nemen
dan alleen een stok; geen voedsel, geen reiszak,
geen kopergeld in hun gordel.
Wel moogt ge sandalen dragen, maar trekt geen dubbele kleding aan.

De sandalen zijn belangrijk want
dan kunnen de leerlingen lopen en mensen bezoeken en daar gaat het om.

Met deze sobere uitrusting
zendt de leraar uit Nazareth zijn volgelingen naar de dorpen en de steden
van het land, om aan de joden in herinnering te brengen
wat het betekent jood te zijn, zoon van Abraham,
en wat dit inhoudt aan toekomstverwachting.
Een uitermate sober tenue; armer kan bijna niet.

De vromen van Jesus’ dagen waren herkenbaar
op de hoeken van de straten aan hun plechtige gewaden
waarmee ze op mensen indruk wilden maken.
Jesus vindt dat allemaal niet nodig.
Zo krijgen vandaag niet alleen de koorleden kritiek te horen middels Amos
maar op de priesters en alle fraai uitgedosten in de liturgie van Jesus zelf

Het is duidelijk: de opzienbarende prediker uit Nazareth
wilde geen mooie presentatie geven van godsdienstige waarden;
Jesus zelf is geen glamourboy maar wil door de manier
waarop Hij mensen activeert
zelf hun levensbeginsel zijn.

Hij roept mensen op het met Hem te wagen.
Zijn leerlingen zullen als mannen van het geloof
geen kunstmatig gecreëerde voorsprong hebben
op hun gehoor. Jesus bindt ze vast op hun echte overtuiging.
Ze zijn geen ambassadeurs van een herkenbare grootmacht,
maar de getuigen van de Onzienlijke,
met alleen maar een reisstok en sandalen.
Het bericht dat ze moeten aanzeggen is hetzelfde als dat van hun Heer:
Word wie je bent, bekeer je!

En nu komen wij ook in zicht.
Jesus zendt ons er ook op uit, wij worden Zijn handen.
We weten nog niet wat dat oplevert,
wat wij allemaal mee moeten maken is ons onbekend.

Wie had enkele jaren terug kunnen vermoeden
wat IS zou gaan betekenen, hoe wanhopig
de situatie in Syrië zou worden.
En in ons persoonlijk leven
maken we misschien ook veel mee.
We hebben allemaal een eigen
hopelijk lange, hopelijk niet te moeilijke weg te gaan.
Maar ons leven krijgt inhoud als we dat willen doen
als wakkere medewerkers
van de God die met ons meetrekt op onze pelgrimstocht.
Hij die onze toekomst is en onze hoop.

Teveel bagage meenemen mag niet
zelf nam ik op mijn vakantiereis net als iedereen
ook weer veel te veel spullen mee.

Het gaat hier echter over geestelijke bagage.
De zware oude lasten van onze conflicten
moeten we achter ons laten,
ook ons eigenbelang en onze gewichtigheid.

Het evangelie zegt dat alleen sandalen mee mogen,
die zijn nodig om verder te lopen
en om nieuwe ontmoetingen te kunnen realiseren
met andere mensen die wij tegemoet gaan.

God zelf is daarbij een bemoediger en fan van ons, oneerbiedig gezegd
en bovendien bevrijdt Hij ons ook van onnodige belasting,
van onze schulden bijvoorbeeld.

We lezen daarover in de Schrift:
Al zijn uw zonden rood als scharlaken
ik zal ze witter maken dan sneeuw.

De zonde heeft niet het laatste woord:
wij worden uitgedaagd, iets, veel voor anderen te betekenen
en God steunt ons bij die actie.

Gaan we zo waakzaam en ook hoopvol verder
om ons te richten op wat echt belangrijk is
en weer eens goed te beseffen
dat wij er zelf mogen zijn en God echt van ons houdt.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

5 juli: Wee de lauwen!

[print]

14e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Ezechiël 2

  • Marcus 6, 1-6

Marcus’evangelie begint vrolijk;
uitgebreid vertelt hij
dat Jesus’ Koninkrijk zich op een overduidelijke wijze openbaart:
als hij preekt bij de armen in de noordelijke uithoek van Israël
bij de mensen aan het meer van Galilea.

De socioloog Rosier die jarenlang in de slums van Latijns Amerika was
preekt over ‘de geweldige levenswijsheid
en het uithoudingsvermogen van de armen.
Eigenlijk zijn ze al vrij, vrijer dan anderen.
Alleen uiterlijk moet die vrijheid nog gerealiseerd worden
door hun verlossing van de corrupte machtssystemen
de geweldscomplexen van anderen die hen schaden.

Terug naar Marcus:
er worden vele genezingen gedaan in dat arme land van Galilea
waar ze vanuit Jeruzalem zo op neerkeken.
Een storm wordt gestild
een legioen boze geesten wordt verdreven;
ziekte, dood en zonde lijken hun kracht te verliezen.
Het dochtertje van Jaïrus huppelt weer rond
het kan niet op.

Indrukwekkend en hoopvol wat er gebeurde dus in die streek
dan komt vandaag de anticlimax.

Jesus verlaat zijn geliefde Kafarnaüm waar zoveel wonderen gebeurden.
In deze grensplaats werden werkelijk barrières doorbroken.
Die tussen vroom en niet-vroom, tussen heiden en jood,
ja zelfs die tussen dood en leven.

Jesus gaat daar weg en komt in zijn vaderstad
en nu worden we na alle vreugde over Jesus’ successsen
ruw op de grond gesmakt:
de voortgang van de verkondiging van het van het Koninkrijk stagneert.

Met opzet vermeldt Marcus niet de naam van die vaderstad.
Zo kunnen wij bij de beschrijving van dit duffe plaatsje
gemakkelijker de naam invullen die ons zelf passend lijkt,
helaas zal dat geen erenaam mogen zijn:
het is de stad van ‘laat maar’, ‘maak je niet druk’.
Het zal duidelijk worden dat deze vaderstad eigenlijk overal kan liggen
en oorlogen en crises helaas steeds weer overleeft.

Zijn de mensen van die stad die Marcus beschrijft slecht?
Daar wordt niets over gezegd.
Het is alleen een stad waar niets veranderen kan.

Vandaag horen we in Marcus’ verslag
hoe rustig Jesus in de synagoge wordt ontvangen.
De voorlezing uit de Tora wordt braaf aanhoord.
Het verhaal van vandaag lijkt op het verhaal zoals Lucas dat vertelt’
we lezen dat ieder jaar bij de oliewijding (Lc.4,21 e.v.).
wanneer een heel programma wordt aangekondigd:
een genadejaar voor de Heer, vrijlating van de gevangenen,
blinden zien, doven horen
en aan armen wordt de blijde boodschap verkondigd.

Bij Lucas is er een hevige reactie:
sommigen willen Jesus zelf van de berg buiten de stad
in de afgrond storten.

In het evangelie van Marcus is in deze vaderstad zonder naam
de reactie kalmer. Gematigd positief om te beginnen.
‘Allen betuigden hun instemming’ maar ook
wel wat suffig:
‘ze verwonderden zich wel over zijn woorden van genade’.

Er wordt niet ontkend,
dat Jesus bijzondere daden heeft verricht maar de vraag,
die iedereen in onzekerheid brengt,
is in dit verhaal: wat moeten wij hiermee aan?
Is deze de Messias?
Hij komt hier vandaan, moet het hier gebeuren?
Ze weten geen raad met de verschijning van deze timmerman-redder.

Geen oppositie dus, maar onbegrip.
Ze lazen iedere sabbat in de profeten
maar die worden niet verstaan.
Niemand heeft ‘last’ van visioenen.
Alles zal bij het oude blijven, niemand is onzeker of onrustig:
‘We weten alles al … doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.’
Tegen deze loomheid is zelfs de Heer niet opgewassen.
Hij tast ‘in piepschuim’ en DAT IS VRESELIJK!

Geen enkel teken kan hij hier doen.
De geschiedenis van het Koninkrijk kan simpelweg niet doorgaan.

En, wat het ergste is: deze vaderstad is inderdaad van alle tijden.

Ja zult u zeggen: de wereld buiten de kerk gelooft het wel.
Maar waarschijnlijk moeten we het ons zelf aantrekken:
de kerk gelooft het soms ook wel
en heeft weinig verwachtingen van goede dingen die kunnen gebeuren.
Misschien is ze zelf niet visionair genoeg
om open te staan voor Gods vernieuwende kracht.
Steeds moeten we wakker worden geschud.

II. Gelukkig dat er dan profeten zijn!
Ze begonnen vooral in Israël;
mensen die anderen willen oppeppen.
Soms lijkt het alsof ze trekken aan een dood paard.
Daarom schelden ze soms lekker maar of dat aankomt?

Vandaag hoorde u hoe Ezechiël in Babel
de uit Jeruzalem gedeporteerde joden probeert wakker te schudden:
een hele opgave.
Volgens de rabbijnen was de ballingschap in Babel erger
dan de slavernij in Egypte.

In Egypte werden de kinderen Israëls geslagen,
ze hadden bijna niets te eten, maar vertrouwden op de Heer.
In Babel werden ze niet geslagen, hadden ook genoeg te eten,
maar vergaten de Heer die hen ooit had bevrijd
en hun in de woestijn ooit het Manna had gegeven voor iedere dag.

Daarom riep Ezechiël op tot een nieuw geloofsleven
blijf wakker, blijf luisteren!
Er zal als je goed luistert,
bijna als niemand het meer ziet zitten
een nieuwe profeet komen die je zal wekken.

Hij zal geen bevrijder zijn die alle ellende even komt wegnemen.
Hij is de bode van God die de onrustbarende boodschap brengt:
jij zult zelf voor God, zijn Tora, zijn Koninkrijk moeten kiezen.

Jesus is zo’n nieuwe profeet, DE nieuwe profeet
die zijn ‘vaderstad’ probeert te wekken.

Deze vakantie was ik op bezoek in Ars
u kent het wel, van de pastoor.
Hij geldt ook als een bijzondere profeet.
Waarom? Zei hij zulke geweldige dingen?
Neen, als je zijn preken leest: niets bijzonders.

Maar hij had wel een duidelijke agenda:
mensen wakker te schudden
en los te weken uit hun lauwheid.
‘Lauwheid is het ergste wat er is’ zei hij:
Jesus citerend. Waren jullie maar tegen mij
-zegt Jesus ergens- maar omdat jullie lauw zijn
spuug ik jullie uit.

Mensen voor wie geloof een gewoontezaak is
of sleur zullen het nooit snappen;
wel de mensen die zich blij verbazen kunnen
over het altijd weer nieuwe van ons geloof
die zullen het begrijpen

Een collega van bisschop Helder Camara in Brazilië
vertelt hoe hij wekelijks een melaatsen-kolonie bezoekt
‘om nieuwe benzine in mijn levenstank te doen’.

Jesus was verbijsterd over het ongeloof
en het piepschuim waar hij in Nazareth in tast.
Daarom trekt hij gauw verder
want het verhaal moet doorgaan.
Dat geldt ook in onze dagen.
Geen piepschuim dus in de Bavo
maar een wakkere geloofsgemeenschap
van mensen die hun verantwoordelijkheid durven nemen:

als wij dat willen zal de pastoor van Ars
die hier naast de preekstoel naar ons kijkt
tevreden zijn.

In het slotgebed van vandaag horen wij:
Heer God, met onbegrijpelijke barmhartigheid
hebt Gij U tot ons zwakke mensen gewend
sterk ons met de kracht van uw Zoon
maak ons ontvankelijk voor zijn heilzame kracht

en ik voeg daar aan toe:
verlos ons van de lauwheid die in ons mensen ingebakken zit
en maakt ons tot actieve gelovigen, die anderen tot zegen zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

28 juni: Genezende kracht

[print]

13e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Wijsheid 1,13-15; 2,23-24

  • 2 Korintiërs 8,7-15

  • Marcus 5,21-43

Marcus 5 begint met te vertellen over Jesus’ overtocht over de zee. Een mysterieuze reis naar het land aan de overzij. Het gebied waar het gebeuren speelt, heet Dekapolis (streek van de 10 steden). Die steden hadden weinig eenheid onderling. Wel hadden ze één gemeenschappelijke politieke wil: zo weinig mogelijk contact met Israël. De streken ten oosten van het meer van Galilea, waar het hier om gaat, waren al vroeg verloren gegaan voor Israël. Het was het gebied van de vroegere koning Og en was alleen tijdens de intocht onder Jozua ‘joods’ geweest. Verder had het nog twee joodse koningen zien binnenstormen: Salomo en heel veel later de Hasmonese priestervorst Alexander Janneüs (103-76 v.Chr). Beiden bleven maar korte tijd. In Jesus’ tijd was de laatst genoemde bezetting al achter de rug. Men was er anti-joodser dan ooit.

Het begin van Marcus’ 5e hoofdstuk waar wij vandaag het slot van lezen vertelt hoe er in dit voor Israël verloren gebied een man rondwaart, in kracht aan Simson gelijk, die woont ‘in de graven’ (Mc. 5,3). Hij is uit de mensengemeenschap verwijderd, werkelijk nedergedaald ‘ter helle’ (in de ‘Sjeool’, de onderwereld). Maar de heer vaart de zee over (een soort omgekeerd uittochtsverhaal) en zoekt hem daar op. De confrontatie met Jesus is onthutsend. Hij rent op Jesus toe (v. 6) en roept zo hard hij kan: ‘Wat is er tussen mij en jou, Jesus zoon van de Allerhoogste God? Ik bezweer je – bij God – dat je mij niet pijnigt!’ Weer een complete geloofsbelijdenis (waar de leerlingen nog steeds niet toe kunnen komen) en weer een stem uit de diepte (vgl. Mc. 1,24 waar de onreine geest in de synagoge Jesus ‘Heilige Gods’ noemt). Jesus vraagt de boze geest naar zijn naam. Die is: ‘legioen, want we zijn met velen’. De boze geesten worden verdreven door een enkel woord en Satan en alle andere boze geesten worden in de hel teruggedreven. De (zeer onreine!) varkens zijn voortreffelijk bruikbaar om als ‘bodedienst’ richting Sjeool (nu het donkere water) te fungeren.

De genezingen (en opwekkingen uit de dood) zie Jesus tot stand brengt zijn geen wondergebeurtenissen sec, maar daden van éénwording (jichoed) met God, manifestaties van de Geest, daden van naastenliefde waarbij de kracht van God zegeviert over ziekte en dood. Deze evolutie correleert met de komst van de Geest Gods (de Elohoeth), die wil wonen in de schepping, in de mens. In de messiaanse mens is deze Geest volledig aanwezig.

Daarom kan Jesus ook getuigen: ‘Ik en de Vader zijn een.’ Samenvattend: overwinning van ziekte en dood zijn heilsfeiten die in ten profetische perspectief liggen. De van Gods Geest vervulde mens heeft hier ten bijzonder vermogen, omdat hij zich tot Gods instrument heeft gemaakt. Deze vervulling geschiedt niet verticaal als indaling, maar horizontaal als ten historisch gebeuren, dat in de messiaanse rnens volledig wordt. Bij deze messiaanse mens heeft ook het gebed een levenwekkende kracht (zie de opwekking van Lazarus, Joh. 11,41: ‘Ik dank U, Vader, dat U mij verhoord hebt’, en zijn woord tot het dochtertje van Jaïrus, Mc. 5,4 1: ‘Meisje ik zeg je, sta op’). Zijn trouw aan de Tora, zijn één zijn met de Vader is anderen tot zegen. Zijn werken dienen niet gezien te worden als resultaten van een magisch vermogen of van een in de mens sluimerende goddelijke kracht, maar als tekenen van een alles overwinnende liefde en van een vertrouwen, dat weet, dat voor God niets onmogelijk is. We zijn in de perikoop van vandaag die bij vers 21 begint, weer terug aan de Kafarnaüm-kant van het meer. Jesus is uit de streek van de Dekapolis (het doodse land) weggejaagd (v. 17). Alleen de genezen bezetene houdt daar het gerucht over Jesus gaande (v. 20). Jesus is nu weer thuis bij de gemeenschap waar alles begon in Kafarnaüm. In de synagoge wordt week na week de Tora gelezen: het getuigenis over God die voor zijn volk het leven wil. De vernieuwende kracht van Gods Geest wordt hier verwacht. Daarom kon Jesus’ verkondiging van het Koninkrijk hier beginnen. God zoekt zich een gemeente, een ‘bruid’ die met Hem door de geschiedenis wil gaan, die wil kiezen voor zijn nieuwe leven. Worden daarom vandaag twee vrouwen genoemd? Zijn zij niet bij uitstek in het geding als het om het leven gaat?
Twee vrouwen in het evangelie. Een jonge vrouw (ten kind eigenlijk), het dochtertje van de overste van de synagoge met de mooie naam Jaïrus (=God kijkt naar hem) en een vrouw die al twaalf jaar aan bloedvloeiing lijdt. In deze verwachtingsvolle gemeenschap hebben ziekte en dood toch nog macht. Een meisje zal in de loop van het verhaal sterven, en de zieke vrouw, die al twaalf jaren aan haar kwaal lijdt, en door de geneesheren niet van haar kwaal kan worden verlost. Zij kan niet meer garant staan voor het leven en moet (ze is onrein) volgens de officiële wet buiten de gemeenschap blijven. In beide gevallen komt er genezing.

Jesus is op weg naar het huis van het meisje. Maar onderweg wordt hij opgehouden door de vrouw die hem aanraakt. Ze grijpt Jesus bij de kwasten van zijn mantel, de gebedsmantel, die iedere jood herinnert aan de Tora. Voor alle volkeren is dat een teken. Had de profeet niet gezegd: ‘Zo zegt de Here der heerscharen: In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van de mantel van een Judese man en zeggen: We willen met u gaan want we hebben gehoord dat God met u is.’ (Zach. 8,23) Marcus maakt zijn evangelie nog dramatischer door een vrouw uit Israël zelf te beschrijven die grijpt naar de slip van de mantel van een joodse man. Ze grijpt naar de gebedsmantel die gedragen wordt door een mens die helemaal één was met de Tora. En ze wordt helemaal genezen. Zo brengt God zijn heil onder de mensen.

Na dit onmisbare tussen-verhaal over de vrouw, die zich vastklampt aan de tekenen van de trouw aan de Tora zoals Jesus die draagt, gaat de geschiedenis verder. Van de bestuurder van de synagoge komt de boodschap dat zijn dochtertje inmiddels gestorven is. De dood heeft toch nog toegeslagen. Maar de Messias kent geen weg terug. Zijn intimi moeten mee de diepte in en met hem het sterfhuis binnengaan om het gejammer en het rouwmisbaar te horen en te zien. De Messias getuigt hier dwars tegen in: ‘Het kind is niet gestorven, maar het slaapt’ (in het schip van Mc. 4,38 sliep hijzelf als een dode). En hij spreekt namens God: ‘Meisje ik zeg je, sta op’. Terstond staat ze op en loopt heen en weer (v. 42). Pas nu het verhaal ten einde loopt horen we hoe oud (nee, hoe jong!) ze was: pas twaalf jaren. Ze staat aan de drempel van de volwassenheid; haar vruchtbaarheid kan nu beginnen. Onmiddellijk herinneren we ons dan dat de vrouw uit het midden-verhaal twaalf jaar onrein was geweest. De jonge en de oudere vrouw zijn zusters in de nood, lotgenoten onder de doem van de dood. Onder die doem vandaan kunnen ze nu beiden, dankzij Jesus’ komst in hun bestaan, tot moeders van het leven opbloeien.
Het evangelie eindigt met een nuchter gebod van de Heer om (v. 43) het opgestane meisje te eten te geven. De geschiedenis van het Koninkrijk moet verder gaan. Jesus gaat ons voor op de weg van het leven. Hij zal het levend brood zijn voor onderweg. Willen de leerlingen (en wij) deze tekenen verstaan?

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Zondag Trinitatis: Hij blijft van ons houden

[print]

Zondag Trinitatis

Schriftlezingen:

  • Deuteronomium 4,32-40

  • Matteüs .28,16-20

Pinksteren was een bijzonder feest, en dat was het.
Vol dankbaarheid zie ik daarop terug.
De drukke Hoogmis, de stralende tweede Pinksterdag
met de dopen van Danny, 22 jaar, en oma Leida 75 jr.
Gisteren de priesterwijding van twee Italianen;
nou die kunnen feesten.
Nu wordt alles langzamerhand weer gewoon
maar dat is het hier nooit
want in de Bavo is er altijd wel iets aan de hand.

We beginnen aan de ‘gewone’ zondagen na pinksteren
maar omdat we daar moeilijk aan kunnen wennen
eerst twee zondagen die weer een beetje bijzonder zijn:
de volgend week is het sacramentsdag
en vandaag
DRIE-EENHEIDS-ZONDAG, zondag Trinitatis,
de zondag waarop we Jesus’ opdracht nog in onze oren horen
om te gaan dopen tot aan de uiteinden der aarde.
‘MAAKT ALLE VOLKEREN TOT MIJN LEERLINGEN’ zei Hij.

En Hij gebruikt voor ‘volkeren’ een eigenaardig woord
dat in de joodse traditie alleen maar gebruikt werd
voor de niet joden: het hebreeuwse woord GOJIEM.

In het Amsterdamse dialekt van vroeger was dat woord nog bewaard gebleven.
‘Ik ben een gooiers-kind geboren in Gods toorn’
– dat zegt een schurk in Vondels Gijsbrecht van Aemstel.

Bedoeld is niet iemand afkomstig uit het Gooi
Eric Fennis en ik die allebei uit dat Gooi komen
maar een ‘gooj’, het joodse woord voor mensen
die niet tot het eigen, uitverkoren volk behoren:

het woord ‘goj’ betekent letterlijk: ‘heiden’.

Al het mooie dat in Israël is geopenbaard
mag nu ook naar de buitenwereld mag worden gebracht…
en zo is het ook bij ons hier
in het hoge noorden terecht gekomen.

Dat is een reden tot grote dankbaarheid.
Want het is een zeer bijzonder geloof dat in Israël is bewaard
en dat wij via Israël hebben doorgekregen.
Het unieke van dat geloof van Israël
vinden wij beschreven in de eerste schriftlezing.

Mozes kijkt in het boek Deuteronium,
het vijfde boek van Mozes, één lange flash back
terug op zijn hele levensgeschiedenis.

Hij is opgetrokken met zijn volk,
een volk dat leeft van vallen en opstaan.

Van …….de ene dag God trouw en enthousiast dienen:
‘we zullen alle woorden graag doen’
en de andere dag Hem vergeten en klagen:
‘waren we maar in Egypte gebleven
en waarom heeft deze God ons in deze woestijn gebracht.

En toch krijgt deze God nooit genoeg van Zijn mensen.
Dat kreeg Mozes te horen boven op de berg,
nota bene terwijl beneden de mensen bezig zijn
een gouden kalf te maken:
IK UW GOD BEN LIEFDE EN TROUW.

De ontrouw van de mensen beneden
kon Mozes nog zo’n vreselijke schrik bezorgen..
God schrikt nooit echt en gaat steeds door met Zijn mensen.
Wat ze ook doen.
Tot Mozes’ grote verbazing en tot ons aller verbazing.
blijft God van zijn mensen houden door alles heen.

Toen ze vroeger in een sjagrijnige periode
klaagden over gebrek aan water had Mozes nog gezegd
‘jullie zijn het niet waard.’
Maar God had gezegd:
‘sla maar op de rots’.
En Mozes die voelde dat God hen weer wilde helpen
had nog geprotesteerd en gezegd:
‘God, zou u dat nou wel doen,
deze mensen verdienen het niet…’

Hij had wel even op de rots geslagen
-je kunt Gods woord niet negeren-
en gemopperd: ‘U doet maar, maar ze zijn het niet waard’
en ………..
het water was klaterend uit de rots komen stromen
en God had Zijn volk van zeurpieten en sjagrijnen,
gelaafd en getroost.

Misschien ook een beetje een troost voor ons.

Later als Mozes sterven zal
en staat aan de oever van de Jordaan
als de moeizame reis voltooid is
zal Mozes dezelfde woorden als die vandaag klonken nog een keer uitroepen:
GOD IS LIEFDE EN TROUW.

Deze God is uniek!
Geen God die hoog zetelen blijft
en zich verre houdt van de mensen…
maar een God die zich met mensen bezighoudt
en die Zijn eigen lot aan dat van de mensen verbindt.

Tegelijkertijd een God die mensen een richting wijst
en die hun een vergezicht biedt van een nieuwe wereld.

Om Mozes in zijn prachtige flash back kort voor zijn dood nog even te citeren:
‘Heb je er ooit van gehoord
dat een God zich zo aan mensen openbaarde
in zulke grote bevrijdende daden?
Dat Hij in het vuur tot Zijn mensen sprak
om hen Zijn geboden (de 10 geboden) te openbaren?
Deze God die gewoon met ons meeging, al die jaren!’

deze God: Liefde en trouw.

Degenen die deze God willen volgen
zwerven niet doelloos rond
maar weten waar ze voor leven en wat hun te doen staat.

Jesus heeft Zijn leerlingen er op uitgestuurd
om ‘propaganda’ te gaan maken voor deze God.

In de zendingsopdracht die we vandaag hoorden
horen wij ook spreken over dopen
IN DE NAAM VAN DE VADER,
DE ZOON, EN DE HEILIGE GEEST.

Dat is meer dan een vaste formule.

—- Door het noemen van DE VADER
worden de nieuwe christenen vastgekoppeld aan de God van Israël
die zich als Schepper, Bevrijder en Wetgever openbaarde.

— Door het noemen van DE ZOON worden ze gerangschikt
in het gevolg van de Messias.

— Door het noemen van de HEILIGE GEEST
worden ze deel aan de beweeglijkheid van Gods inspiratieve kracht
die mensen van alle eeuwen in beweging brengt.

Kortom:
door gedoopt te worden IN DE NAAM VAN DE VADER,
DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST

wordt je uit je isolement als eenling gehaald
(alleen is maar alleen)

en wordt je deelnemer aan een groot avontuurlijk gebeuren:
de opbouw van de nieuwe wereld van God.
Het evangelie van Matteüs vertelt ons
hoe ook ‘gooierskinderen’, mensen van buiten Israël,
-wij dus-
ook vrienden mogen worden van de God
met wie Israël al duizenden jaren optrok
en er op uit gestuurd worden
om samen te bouwen aan een nieuwe wereld.

Zondag Trinitatis is het vandaag (Drievuldigheidszondag),
het begin van een lange reeks zondag na Pinksteren
waarin wij getest zullen worden op onze volharding.

Het is een test
–in bereidheid ons werkelijk in te zetten voor de mensen die ons nodig hebben, — in saamhorigheid en vriendschap hier in deze gemeenschap,
— een test in trouw aan het woord van God dat ons zondag op zondag uitdaagt
en oproept onze taak ook door de week te vervullen.

God blijft van ons houden!
Hij blijft onze Herder opdat wij elkaar blijven herderen.

Zorgen wij daarom goed voor elkaar
nu gebleken is dat God altijd van ons blijft houden
mogen wij dat ook doen met onze dierbaren:
we kunnen elkaar toch niet missen?

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Pinksteren: Een grensverleggend gebeuren

[print]

Pinksteren

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2, 1-11; Vuur boven de leerlingen

  • Johannes 15, 26-27; 16, 12-15; Jesus zendt de Geest

Waar komt Pinksteren eigenlijk vandaan?
Enkele jaren geleden heeft onze enthousiaste bisschop
op een van de raceauto’s laten schilderen:
Pinksteren met een vraagteken: Pinksteren?
Dat was genoeg om heel wat mensen tot nadenken te stemmen.
Ja waar gaat het eigenlijk over: Pinksteren?

Het allereerste pinksterfeest is door de Joden in de woestijn gevierd.
Het was precies een jaar nadat Mozes met God gesproken had op de berg
daar was vuur en donder en enthousiasme.
Een jaar later was dat al in de benen gezakt.
Het enthousiasme van het eerste jaar
na de bevrijding uit Egypte was geluwd.
Ze hebben nu een laar later -zoals het voorgeschreven was-
keurig Pasen gevierd, de bevrijding uit Egypte als gezegd.
Nu moesten ze, 50 dagen later het Sinaiverbond gaan vieren: Pinksteren.
Het feest van vuur en donder en geestkracht
maar erg begeestigd waren ze niet.

Het volk van God sukkelt door de woestijn.
Om God niet helemaal te vergeten,
(God die helpt, bemoedigt en met je meetrekt)
waren er toen in de woestijn iedere sabbath
bijeenkomsten in een grote tent,
de tabernakeltent.
een soort draagbare kerk…
zoals dat tot op de huidige dag, ook in een moeilijke tijd,
nog steeds op vele plaatsen in Nederland gebeurt.
In plaats van klokken hadden ze trompetten
om het volk te verzamelen.
Op een dag verzamelt Mozes zijn mensen buiten:
en hij houdt een toespraak.
‘We moeten bidden om kracht om vol te houden
laten we samenkomen met gemotiveerde gelovigen,
en dan naar binnen gaan om te bidden;
om weer gelovig te worden, met hart en ziel
en we gaan, nu het pinksterfeest nadert,
bidden dat zij binnen de kracht van de Heilige Geest krijgen
om ons midden een beetje te helpen.
als leiders en inspiratoren.
In de tent van de samenkomst wordt dan hartstochtelijk gebeden
‘kom Heer met Uw heilige Geest.’

En zie‘, lezen we, ‘een deel van de geest van God
die Mozes bezield had daalt neer
aan de 70 oudsten die met hem in de tent waren gegaan.

Ze worden vol van de kracht van de Geest
en gaan aan het werk
ze gaan preken en bemoedigen.

Maar dan gebeurt er iets wonderlijks.
Op een onverwachte en onthutsende wijze
worden plotseling en ver van de heilige ruimte,
volop in het profane kamp,
twee mannen door dezelfde Geest aangegrepen.
De namen van de twee mannen die niet in de ‘kerk-tent’ waren
bij de officiële geestesoverdracht scheppen vertrouwen:
Eldad betekent: ‘door God geliefde’ en Medad ‘Liefde’.
De kracht van de Heilige Geest blijkt overaktief
de Geest werkt ook buiten de vertrouwde kring.

Dat pikken de vrome kerkgangers niet
en er komt opschudding. Een jonge knaap ijlt naar Mozes
en brengt hem op de hoogte van het gebeuren.

Mozes’ ijverige leerling Jozua is ook heel ongerust
als blijkt dat de Geest waait waarheen Zij/Hij wil
en dringt aan op een verbod.

Maar Mozes zelf weet dat God groter is dan ons hart en zegt:
Wat goed, wees blij
ik zou willen dat heel het volk profeteerde.

II. Dat verhaal gaat over een geheel nieuwe situatie:
de boodschap van Gods kracht breidt zich uit
ver buiten de grenzen van het verwachte. Gebeurt dat nu nog?
Worden er dan geen kerken gesloten in onze dagen?
Zijn er geen zorgen? Ja, veel, dat is waar.
De tijden van het rijke Roomse leven zijn voorbij.
Het is niet meer: ‘uit de landen en de steden
komen duizenden getreden’ maar wel
een tijd van opleving van de oude idealen van het geloof,
een tijd van spiritualiteit en behoefte aan diepgang.
Er is openheid en interesse voor de goede dingen
voor de echte belangrijker dingen in dit leven.

De Pelgrimstocht van onze Haarlems-Amsterdamse bisdom
getuigde daarvan. Koorleden en pelgrims,
waaronder ook vele kinderen ervoeren de kracht van hun geloof.

Jesus, had in zijn leven laten zien waar het om ging.
Hij had getuigd van Gods plannen met de wereld
en over de liefde die het winnen zou van de haat.
Als ik weg ben is dat goed voor jullie
want jullie zullen de kracht van de Heilige Geest krijgen
en dezelfde dingen gaan doen die ik gedaan heb,
ja zelfs meer.

Is daar iets van terecht gekomen?
Even naar onze eigen kerktent:
de Bavo is een levendige parochie.
Altijd weer zijn er mensen die zich geïnspireerd voelen
en die zichzelf of hun kinderen laten dopen.

Ik word ook overtuigd door de ernst van de bruidsparen
-we hebben al weer vijf huwelijken gehad dit jaar en
er komen er meer- die in deze lente elkaar weer
ernstig en ontroerd elkaar hun jawoord gaan geven.
Ik vond de ernst van de ouders op de Eerste Communiezondag ontroerend,
morgen zullen twee mensen in de kerk worden opgenomen
en –zoals u merkt- vloeit het doopwater rijkelijk in onze parochie.

En dan hebben we ook nog de komende zaterdag de priesterwijding
en over twee weken wordt de heilige Olie weer gebruikt
om 22 kinderen te zalven bij de regionale vormselviering:
er is hoop.

Maar er is meer.
Er is iets nieuws gaande en dat beginnen we te merken.
Er is ook nog de Geest die buiten de kerktent werkt
zoals in het verhaal dat ik u vertelde.
Ten eerste zijn er gewoon buiten de kerk
duizenden en duizenden mensen
die actief zijn en vriendelijk.
Die niet zeuren maar aan het werk gaan
die actief en hoopvol naar landen in Azië en Afrika durven gaan
soms naar levensgevaarlijke plaatsen
om helper, missionaris of dokter zonder grenzen te gaan zijn.

Maar daarnaast is er die uitstraling.
Het geloof plant zich niet meer zo vanzelf voort als vroeger:
je hoorde bij een katholieke familie dus.. enzovoorts.

Geloof is tegenwoordig een keuze geworden
en in deze tijd van waardering, een beetje overwaardering misschien
van de individualiteit, je recht op eigen keuze
gebeurt het steeds vaker dat jonge en oude mensen
kiezen voor de kerk.

Pinksteren is een feest ter ere van de Kerk
en dat is geweldig. Kerstmis is een mooi feest,
Pasen is het feest waar alles op stoelt:
het lijden de dood en de verrijzenis van Jesus.
Maar Pinksteren wordt steeds belangrijker:
het feest ter ere van onszelf die leven mogen vanuit het geloof.

Vandaag is het Pinksteren,
net als toen in Jeruzalem.
In de tempel van Jeruzalem brandden op die pinksterdag
de vuren om de pelgrims te herinneren aan het vuur van de Sinaï.
Een ieder moest proberen iets van dat vuur mee te dragen.

Juist dan vertelt Lucas over de storm,
de beweging in het huis waar de apostelen waren;
het vuur dat zich op ieder van hen neerzette.

De leerlingen worden ENTHOUSIAST.
Dat woord betekent letterlijk: vol van God.
Het vuur van het enthousiasme
dat later duizenden en duizenden zal gaan bezielen
in de loop der tijden.

Dat vuur trekt de aandacht
en velen begrijpen dat er iets bijzonders aan de hand is.
Maar het andere kan ook: -en gebeurt ook nog steeds-:
ontkennen dat het van belang is,
de waarde ontkennen van al het werkelijk vernieuwende wat er,
tot op de dag van vandaag gebeurt.

De goede verstaander verstaat het,
waar hij ook is,
van welke nationaliteit hij ook is,
of hij oud is of jong dat doet niet ter zake.

Petrus trok de stoute schoenen aan en zegt,
misschien wat overdreven:
hier gebeurt waar de profeten over droomden
jong en oud zien visioenen,
de Geest van God vervult de mensen
“.

En zij allen konden hem verstaan in hun eigen taal,
staat er dan, een wonder dat gelukkig vandaag de dag
ook nog gebeurt.

Petrus neemt de gelegenheid te baat om de pelgrims te vertellen
hoe schandalig de moord op EEN mens -Jesus- was.
Die ene die ons juist nieuwe kansen gaf en toekomst!

En als de mensen dan geschokt vragen:
kunnen we misschien wat doen om het goed te maken‘ is het antwoord:
bekeer je, verander, laat je bijv. dopen,
wordt weer mens, een nieuwe mens.

Velen, 3 a 4 duizend laten zich dopen.

Er is een eensgezindheid mogelijk
rondom een woord dat verzamelt en bemoedigt.
Ieder mens is dan nodig, ieder mens is uniek,
en ieder mens is onmisbaar.

Om dat enthousiasme te blijven houden zijn wij hier samen.
En als we biddend zingen: ‘kom schepper heilige Geest’
VENI CREATOR SPIRITUS (de intredezang van vandaag)
smeken wij dat namens heel de mensheid
opdat het aardrijk vervuld mag worden
van de Geest van God, van liefde, vrede en trouw.

Omdat we als kerken aan een goede vervulling
van alle grote dingen die God van ons verwacht
nog maar moeilijk toekomen
boffen we geweldig dat God geduld met ons heeft,

Hij geeft ons deze gebeds- en bemoedigingsdag
Hij geeft ons deze troostdag
Hij vertelt ons steeds
dat Hij het met ons toch helemaal ziet zitten

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Pinksteren in de Haarlemse Kathedraal

Hoogmis

Op het Hoogfeest van Pinksteren, zondag 24 mei a.s., is er een feestelijke hoogmis in de Kathedraal waarin de Bisschop van Haarlem-Amsterdam, Mgr. dr. J.M. Punt zal voorgaan.

De viering wordt muzikaal verzorgt door het Kathedrale Koor o.l.v. Sanne Nieuwenhuijsen.

Zij zingen o.a. de Missa Brevis in Bes van Mozart en werken van Lauridsen en Bach.

Kardinaal Simons

Kardinaal SimonisTijdens de hoogmis met Pinksteren zal Kardinaal dr. A. Simonis concelebreren. Hij is een graag geziene gast in de Haarlemse Kathedraal. Deze viering zal bijzonder zijn, omdat het Tweede Pinksterdag precies dertig jaar geleden is dat Paus Johannes Paulus II hem tot Kardinaal heeft gecreëerd. Ter ere van dit feit, en als felicitatie, zingt het Kathedrale Koor voor de jubilaris als toegift het Magnificat van Andriessen.

Orde van dienst

Hoofdcelebrant: Mgr. dr. J. Punt (Homilie)
Celebrant: kardinaal dr. A.J. Simonis
Celebrant: plebaan H.J. van Ogtrop
Diaken: drs. E. Fennis
Koor: Kathedrale Koor o.l.v. S. Nieuwenhuijsen
Organist: dr. A. van Eck

Preludium: Choral Varié sur le Veni Creator (M. Duruflé) / Kom, Gott Schöpfer, Heiliger Geist, BWV 667 (J.S. Bach)
Intredezang: ‘Kom, Schepper Geest…’ (lied 7, blz. 19 misboekje)
Ordinarium: Missa Brevis in Bes (Mozart)

Tussenzang: Psalm 104 (H. West)
Sequentie: ‘Veni Sancte Sprititus…’ (BL. 204)
Credo III

Offertorium: ‘Ave Maria…’ (Schubert)

Gezongen Pater Noster
Communio: ‘Veni Sancte Spiritus…’ (Lauridsen) / ‘Mein Gläubiges Herze…’ (J.S. Bach)
Slotzang: ‘Geest die vuur en liefde zijt…’ (BL. 211)
Toegift: ‘Magnificat…’ (Andriessen)
Postludium: Fantasia super Komm, Heiliger Geist, Herre Gott, BWV 651 (J.S. Bach)

17 mei: Durf nieuwe dingen te doen

[print]

Zevende Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 1, 12-26

  • Johannes 17, 11b-19

Het joodse pinksterfeest stond voor de deur.
Daar zijn de vrienden van Jesus, in gebed bijeen.
Op het eerste gehoor komen we misschien onder de indruk
van hun vroomheid maar dat is niet nodig.
Wat was dat voor een geloofsgemeenschap?

Een zeer gehavende.
Alle mannen waren ze na Jesus’ gevangenneming gevlucht.
– Petrus die Hem aarzelend was gevolgd
had hem drie maal verloochend,
– Judas was weg, hij had Jesus verraden
en zich daarna opgehangen van spijt.

Er was alle reden toe om de blik hulpeloos ten hemel te heffen
en samen eensgezind om redding te smeken.
Zouden ze anders ooit deze slag te boven kunnen komen?
Toch gebeuren er tegelijkertijd ook wonderlijke dingen.
Het boek van de Handelingen vertelt ons vandaag
dat er 120 mensen om de 12, – neen het zijn er nu 11 – heen staan.

De geschiedenis van Gods Koninkrijk,
gaat ondanks de fouten van de apostelen toch door!

120 Leerlingen staan te popelen
om zich bij de Jesus-beweging aan te sluiten:
de twaalf in tienvoud nota bene!
De gemeenschap van goedwillende nieuwelingen
vult zo aan wat er aan het college van de apostelen ontbreekt.

Maar voor er verdere uitbreiding kan komen,
voor het Pinksteren kan worden
zullen toch de twaalf als kernkabinet weer compleet moeten zijn.
Hoe? Het lot beslist.
Bij wijze van spreken:
iedereen had het apostelcollege kunnen aanvullen.

Als we dat allemaal horen
hoeven wij ons niet minder te voelen dan die eerste christenen.
Het waren gewone mensen net als wij.
Het geheim zit hem niet in de voortreffelijkheid
van die mensen maar in God die met deze mensen verder zal gaan.

Met de twaalf -nu weer compleet-, met de 120 er omheen:
met de 4000 die zich op Pinksteren zullen aansluiten:
met allerlei soorten mensen, sterke en zwakke,
heilige en minder heilige: met ons dus ook, met u en met mij.

Terug even naar de avondmaalszaal
de avond voor Jesus’ lijden.
‘Vader laat hen één zijn, zoals wij’
bad Jesus.

Wat heeft Jesus de zijnen vooral op het hart gebonden?
Dat kun je in samenvatten in twee woorden:
NAASTENLIEFDE en eenheid.

Iedereen zal het je zeggen:
dat is de kern van het christelijk geloof: Naastenliefde.
Echte innerlijke eenheid is belangrijk..
een ander soort eenheid dan de eenheid van de macht.

De eenheid van de macht is de Heer een gruwel.
In een Duitsland dat zijn waarden kwijt was:
was ooit een nieuwe eenheid ontstaan rond een tiran.
Een eenheid die zeker niet de eenheid was,
waar Jesus graag over sprak.

De eenheid van het fascisme was de eenheid
zoals we die bijv. in het verhaal
van de toren van Babel beschreven vinden:
de eenheid van de mensen die elkaar napraten
en zeggen: ‘laten we samen een toren bouwen:
Babel Babel ueber alles.”
Die eenheid werd door God verstoord:
er kwam een complete verwarring
maar die was door God gewild.
Alle grote eenheidsblokken, vooral rond tirannen zijn verdacht.

Zou de verdeeldheid die er is
in de wereld en in de kerk
misschien ook een diepe zin hebben?
De christelijke kerk is geen club van mensen
die samen het met elkaar in alles eens zijn
maar een groep van mensen
die samen maar één echt voorbeeld hebben:
Jesus van Nazareth.

Hij maakt ons eensgezind
niet in de zin van eenheid maakt macht
maar eensgezind in de liefde tot de weerloze,
tot de mens die de liefde van een ander mens nodig heeft:
eensgezind in de bescheidenheid van de dienst.
Er ontstaan nieuwe verbanden in de samenleving:
oude grenzen worden gepasseerd,
een nieuwe eenheid krijgt gestalte
iedereen kan daar aan deel krijgen.

De oude eenheidsbindende factoren:
de eenheid van ras of natie
hebben hun relevantie verloren.
Jesus van Nazareth is het die mensen bindt:
Joden en Romeinen, armen en rijken,
jong en oud, mannen en vrouwen.

Naar die eenheid rond die Heer zijn mensen steeds op zoek
en die eenheid blijken mensen toch ook steeds weer te vinden.
En zo komt er een nieuw begin;
geheel tegen onze minne verwachtingen in.
Gods ruimhartigheid gaat al onze kleinhartigheid te boven;
er is ruimte voor zovelen.

Diezelfde Geest is op velerlei wijzen bezig,
en dan niet alleen binnen maar ook buiten de kerk.
Nieuwe beginnen kunnen er worden gemaakt
en ook vinden wij nieuwe bondgenoten op onze weg!
Van beiden geef ik voorbeelden.

Duitsland, het land van vroeger Deutschland Deutschland ueber alles
maakte een nieuw begin. Ik maakte dat mee in Calcutta bij moeder Theresa.
Het was al zo’n 20 jaar geleden maar toch.
In het huis van de stervenden lag een kleine oude man
hij had niet lang meer… dat kon je wel zien.
Maar een grote flinke Duitse jongen zag ik hem verzorgen
en hem een slokje water geven aan de stervende.
‘Aktion Söhnezeichen’ stond op zijn shirt:
aktie ‘tekenen van verzoening en goede wil’ na alle slechte dingen
die er in de 40er jaren van de vorige eeuw van Duitsland uit waren gegaan.

En de bondgenoten van Artsen zonder grenzen
(kerkelijk of niet kerkelijk) riskeren eigen leven,
gaan het gevaar niet uit de weg
gaan zieken helen waar ter wereld niet.
En er zijn mensen van Amnesty, kerkelijk of niet kerkelijk
mensen van vluchtelingenhulp,
jonge mensen, oude mensen:
vrome mensen, minder vrome mensen:
de Geest waait maar door: buiten de kerk.. zei ik
maar ook daarbinnen.

De kerk wordt steeds wakkerder:
nieuwe ontmoetingen vinden er plaats
nieuwe initiatieven worden ter plekke ondernomen.

Wij van de kerk zijn er nog,
de kerk, geen machtig instituut………..
maar – als het goed is – een groep van mensen
die hun leven willen laten richten
door verbondenheid met God
van wie geschreven staat
dat Hij zijn mensen uit de tirannie had bevrijd
en met Jesus Zijn zoon
eensgezind vervuld van God.

Eensgezind in de liefde tot de weerloze,
tot de mens die de liefde van een ander mens nodig heeft:
eensgezind in de bescheidenheid van de dienst.

Rond Jesus die zei:
ik heb ze alles doorgegeven wat ik van U -Vader- ontvangen
heb, zij hebben die woorden aanvaard. Daarom bid ik
voor hen: ze zijn van U!

‘Wezenzondag’ heet deze 7e paaszondag,
zo tussen Hemelvaart en Pinksteren ook wel.
We voelen ons weerloos,
de Geest is er nog niet.
We kunnen ons nog even herkennen
in ontreddering van de apostelen
die samen met Maria de Heer misten
en beter is het misschien nog
ons bij hen aan te sluiten
als zij bidden om de kracht van Zijn Geest.

Het is tot in onze dagen troostend te bedenken
dat de Heer begonnen is op de avond van zijn lijden
voor ons te bidden:
dat Hij onze problemen kende
en bij herhaling, – voordat Hijzelf lijden moest –
gebeden heeft dat ONS geloof niet zou bezwijken.
Wij worden niet aan ons lot overgelaten,
we hoeven niet te zuchten en te kreunen
onder de zwaarte van onze levensopdrachten.

Altijd weer is er de mogelijkheid
dat de kracht van Gods heilige Geest het onmogelijke waar maakt.
Wij kunnen nieuwe mensen worden
zoals een modern kerklied dat bezingt:

Gezegend die weet wat recht en slecht is
die trefzeker kiest en niet wijkt voor geen macht
en niet vreest, voor geen mens.

Gezegend mensen die goed zijn,
de hand die niet slaat,
de mond die niet verraadt,
de vriend die zijn vriend niet verloochent.
Gezegend die onbevangen spreekt
en onbevangen liefheeft al wat leeft.
Gezegend zij die zo elkaar bewaren, troosten, voorthelpen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Hemelvaart: Hij laat ons niet alleen

[print]

Hemelvaart

Schriftlezingen:

  • Handelingen 1, 1-11; ‘Jullie zullen gedoopt worden met de Heilige Geest’

  • Marcus 16, 15-20; Hij werd voor hun ogen ten hemel opgenomen

Als kind vond ik Hemelvaart altijd een droevige dag;
het afscheid van Jesus die van zijn vrienden weg ging.
We hebben Hem nog zo nodig!
Deze wereld is nog lang niet voltooid.

Heel dramatisch (en terecht)
is de vraag van Jesus’ vrienden:
‘gaat u nu het koninkrijk in Israël herstellen?’

Deze vraag mag je niet te vlug wegwuiven,
laat staan een domme vraag noemen.

Jaren van smart en pijn klinken in de vraag van de leerlingen mee.
Helaas, de leerlingen kregen in veel hemelvaartspreken,
en misschien ook dit jaar weer, steeds op hun kop
omdat hun smartekreet niet verstaan wordt.

De predikanten zeggen elkaar allemaal na
en noemen de vraag van de leerlingen dom.
‘Het gaat om andere dingen’ zeggen ze.
Maar wat voor dingen dan?

De leerlingen zijn na Jesus’ verrijzenis duidelijk gaan beseffen
dat Jesus bij uitstek de van Godswege gezonden was,
dat Zijn dood geen einde betekent
en dat er dus op aarde het nodige zou gaan veranderen.

Veel mensen hebben, net als de leerlingen vandaag,
alle eeuwen weer gevraagd om recht.
De armen van West Europa, de indianen in Zuid Amerika.
Ze vroegen regelmatig: ‘wanneer geschiedt ons recht?’
Hun werd vaak, te vaak verteld
dat ze niet ‘zo aards’ moesten denken,
het geloof bood andere, diepere troost.

Hun vragen en die van de leerlingen
verdienen echter een ernstiger overweging.
De apostelen krijgen van Jesus zelf trouwens
een serieus antwoord:

‘Johannes doopte met water
maar jullie zullen gedoopt worden met de Heilige Geest.’

Ze krijgen van de Heer te horen
dat het hen weliswaar niet toekomt dag en uur te kennen
maar dat zij zelf de kracht zullen krijgen van de heilige Geest
om getuigen te zijn van het messiaanse rijk.

Dat is nog al wat!
Hun vraag wordt dus niet als ongepast verworpen
maar binnen de grotere context geplaatst
van de geschiedenis van God met de mensen.

Ze worden zelf ingeschakeld. De Geest zal hen sterken.
Ja, met een dubbel deel van de Geest (vgl. Elisa in 2 Kon.2,9)
zullen ze hun roeping gaan volgen. Ze zullen immers,
had Jesus ooit gezegd (Jo.14,12) grotere dingen doen dan Jesus zelf.

We mogen vandaag ook even stilstaan stil bij het geloofsartikel
dat wij iedere keer uitspreken:
‘Hij is opgestegen ten hemel
zittend aan de rechterhand van de Vader’.

We zeggen het zo vaak in de geloofsbelijdenis,
te vaak misschien: ‘Hij is opgestegen ten hemel
zittend aan de rechterhand van de Vader’.

Voor velen een beetje onbegrijpelijk geloofsartikel,
voor de goede verstaander
is het een krachtige geloofsboodschap van de jonge kerk.

Als we zeggen dat Jesus wordt opgenomen in de hemel
en aan de rechterhand van God de Vader zetelt
zeggen we dat het visioen van David
– ooit in de psalmen uitgezegd, –
werkelijkheid is geworden.

David zei, in de eerste psalm
die in de zondagse vespers gezongen wordt:
‘de Heer zegt tot mijn Heer, zet je aan mijn rechterhand
en ik maak je vijand tot een voetbank voor je voeten.’

Het gaat hier over de koning van Gods nieuwe toekomst
die op aarde zal regeren.

Jesus is volgens Lucas die nieuwe messiaanse koning.

De koning van een volk met actieve onderdanen
die voor Zijn programma willen kiezen.

En dan is er nog een punt van aandacht.
De mannen in de witte kleren zeggen
dat Jesus terug zal komen zoals Hij van ons heenging.

Met andere woorden:
het gaat door, het hele programma van God met de aarde.

Jesus komst was niet even leuk en daarna nooit meer:
ten eerste is er de belofte van de komst van de Geest
die zijn mensen zal inspireren
en ten tweede is er de kostelijke belofte dat Hij terugkomt.
Een geloofsartikel waar we ook niet zo goed raad mee weten
maar wat zoveel betekent als:
deze aarde zal steeds voller van Jesus worden:
zijn Koninkrijk komt werkelijk in ons midden.

De wolk waar wij over horen spreken
is in de Bijbel het teken van Gods eigenzinnige aanwezigheid.
Overdag gaat Hij zo de zijnen voor op hun weg door de woestijn.

Zo kunnen wij ook verder door het gewone leven
Jesus achterna. Hij is niet van ons weggenomen
om ons in de steek te laten –zingt de prefatie van vandaag-
maar juist om, in kracht gesteld,
ons dichter nabij te zijn.

Dat geldt in de moeilijke tussentijd waarin wij leven;
het Koninkrijk is nog niet voltooid;
er is nog zoveel te doen.

Maar wanhoop niet;
wij zullen gesterkt worden door de Geest op onze pelgrimstocht
en het perspectief blijft ons lokken van Zijn grote komst,
de komst van het Koninkrijk van God
in al zijn glorie en kracht.

Daar gaan we voor; Pinksteren zal ons sterken
Hij komt in ons midden; in kracht en in glorie
het wordt nog wat met deze wereld.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

10 mei: Jullie zijn mijn vrienden

[print]

6e Paaszondag

Schriftlezingen:

  • Handelingen 10,1-48

  • Johannes 15,9-17

Indrukwekkend al die militairen in Moskou:
strak in het gelid: HOERA!
Indrukwekkend al die plechtigheden in de afgelopen weken
ter nagedachtenis aan 70 jaar bevrijding.
Terecht dat men dat viert maar toch:
mensen lijden aan een soort natuurlijke machteloosheid
om een goede wereld op te bouwen.
Dat is geen reden tot zwartgalligheid
maar tot bezinning. En daar zijn wij hier voor samen.
Onder dit dak krijgen wij dan te horen
wat onze enige redding is: echt kiezen voor God.
Alleen onder het gemeenschappelijk vaderschap van Hem
heeft naastenliefde als broederschap
(waaronder ook verstaan zusterschap natuurlijk) zin.

De liefde tussen mensen mag bijvoorbeeld
niet alleen rusten op de gelijkheid van ras,
een superioriteitsgevoel van een natie
of een gezamenlijk koesteren van een eigen gelijk.
In Babel was eensgezindheid en broederschap
(‘laten wij samen..enz’) maar God heeft die eensgezindheid,
die caricatuur van goede ‘naastenliefde’ uiteengebroken.
Die was niet uit God.
Echte liefde bloeit alleen maar op
als wij ons op Hem willen richten.
Johannes de evangelist zegt in een van zijn brieven:
Niet wij hebben God liefgehad maar Hij heeft ons liefgehad.
HIJ is het gesprek met Israël en met de mensheid begonnen.

Jesus Messias brengt echte liefde,
eenheid in God naderbij.
Als wij ons door de liefde zoals Hij die voorleefde
willen laten corrigeren
kan de mensheid werkelijk nieuw worden.
De lessen uit het verleden kunnen dan worden geleerd
en omgevormd tot een vernieuwende, heldere toekomstvisie.
Allen dan kunnen grenzen echt overschreden worden:
De gelovigen uit de besnijdenis (de joden)
die met Petrus waren meegekomen
stonden verbaasd dat ook over heidenen
de heilige Geest werd uitgestort

hoorden we in de eerste lezing. En met Pinksteren horen we het weer:
allemaal spraken ze in een nieuwe taal.
Dat klopt want er ontstaat een nieuwe eenheid rond Jesus.
Hij brengt mensen op een nieuwe wijze bij elkaar.
In de kerk. Onze koorleden zijn in Rome geweest
veel indrukwekkende dingen meegemaakt:
duizenden op het Sint Pietersplein.
He, is dat ook niet zoiets als daar in Moskou?
Gelukkig niet… het gaat om andere dingen.
Mensen samenbrengen van allerlei naties:
van Africa, Azië , Zuid Amerika, Noord Amerika
en Europa om te bouwen aan een andere wereld
de wereld van Jesus’ vrienden: van vrede en liefde.
Laatst waren hier mensen uit Africa.
Ik ben daar meerdere malen geweest,
volle, overvolle kerken. Enkele weken terug
was er een gast uit Burundi.
Hoeveel missen hebt u op zondag?
Hij dacht vijf, zes, misschien wel zegen
zoals bij hen thuis. ‘Eén‘, zei ik. Stomme verbazing.
Gelukkig straks nog een mis voor de Indonesische gemeenschap.
En we hadden zaterdagavond toch ook?
Gelukkig zijn er in onze kerk naast missen
ook andere nuttige activiteiten.
Bij een kerk hoort mensen samen brengen in de liturgie
maar ook daarbuiten: luisteren naar elkaar,
de christelijke liefde praktiseren.
De noemer waaronder wij dat allemaal doen
is ‘gastvrijheid’. Een kernwoord in onze parochie.
Het verhaal van Cornelius, de Romeinse honderdman,
de eerste lezing van vandaag, handelde over dat thema.

De wereld van Petrus wordt opengebroken
door zijn vreemde visioen:
Petrus neemt en eet.

En de wereld van Cornelius wordt opengebroken:
ga naar Petrus en zijn vrienden en luister daar.

De heidenen zoeken de kerk
en de kerk gaat open naar de heidenen toe !
Allemaal nuttig.

Wat op de kerk slaat even eruit ligtend:
Het is wezenlijk voor een kerk dat ze open is,
dat grenzen die tussen de mensen kunstmatig
en vaak ook met geweld en machtsmiddelen in stand worden gehouden,
verdwijnen.

Door daaraan mee te werken
bouwen wij samen aan een nieuwe wereld:
hopelijk wel in Zijn naam, anders houdt het geen stand.

Het geloof kan alleen maar echt groeien
in dialoog, eigenlijk in een trialoog:
een gesprek tussen God en jou en je naaste en jou.
Contact met anderen is altijd goed
en wie er gelijk heeft is niet eens het belangrijkste.

Dialoog is een goed geneesmiddel
voor alle crises die er zijn:
tussen ouders en kinderen,
tussen mensen die elkaar niet verstaan,
tussen de verschillende wereldgodsdiensten
en ook binnen de kerk
want twee weten altijd meer dan een.

Door naar elkaar te luisteren
kun je allebei leren,
als het goed is naar elkaar toegroeien;
ja, alleen zo zelfs
beeldt je de ware christelijke eenheid uit.

Hebt elkander lief
zegt onze Heer in zijn afscheidswoorden.
Die opdracht vraagt om uitvoering,
in onze parochie in onze familie, in onze stad,
in deze wijk, in dit herrezen Nederland
met alles wat dat met zich meebrengt.

En dan nu de trialoog.
Wij allen samen hebben het voorrecht
kerkgangers te zijn.
Buitenstaanders begrijpen vaak niets
van wat ons daar toe beweegt.
Ze zeggen ‘het is sleur, gebrek aan fantasie‘.
Niets is minder waar.
Het getuigt juist van de verfrissende fantasie van mensen
die willen gedenken en leren.

Mensen die beseffen
dat ze het alleen niet redden
en dat je in saamhorigheid rond de ene Heer
je leven kunt vernieuwen
iedere eerste dag van de week opnieuw.

Daartoe worden wij opgeroepen rond brood en wijn.

Het brood als voedsel voor onderweg
en de wijn als voorteken van de nieuwe toekomst van God.

Verzameld in de liefde van de Heer
die in zijn afscheidswoorden zijn diepste emoties weerlegde:

Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt,
zoals ik u hebt liefgehad.
Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze,
dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.
Gij zijt mijn vrienden… ik noem u geen dienaars meer
want een dienaar weet niet wat zijn heer doet:
u noem ik vrienden
want ik heb u alles van de Vader meegedeeld.

Neen, wij hoeven geen nieuwe openbaring te krijgen
wat ons is doorgegeven is genoeg
aan ons echter om het geloof vorm te geven in deze dagen:
de wereld heeft het brood nodig en wijzelf ook..

Door ons leven te zien als een uitbeelding
van de liefde die God ons toedraagt
krijgt ons eigen leven zien.
De liefde die wij kunnen opbrengen
maakt deel uit van Gods geschiedenis van Sjalom.

Wij gaan als het goed is,
lerend van het verleden, de toekomst tegemoet.
Laten we dan opgewekt
door de Heer aangemoedigd opnieuw verder gaan.
De liefde komt van God!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

3 mei: Blijven groeien!

[print]

5e Paaszondag

Schriftlezingen:

  • Handelingen 9, 26-31; Een riskant begin

  • Johannes 15, 1-8; De wijnstok

Wel een lekker spannende eerste lezing vandaag!
Hij speelt in Jeruzalem: de religieuze hoofdstad van Israël.
Wat voor ons Rome is, is voor de joden Jeruzalem.
Maar ook voor de christenen is Jeruzalem belangrijk:
Pasen en Pinksteren speelden daar;
en nog voor de kerk van Rome belangrijk was
was Jeruzalem de haard van de christenheid.
Petrus met zijn vrienden waren daar de baas.

En meldt zich daar een bijzondere gast: Paulus, vroeger Saulus.
De schrik slaat iedereen om het hart want die Saulus
die zich plotseling Paulus was gaan noemen
had vele doden op zijn geweten:
hij was een christenvervolger van het eerste uur.
Oppassen dus. Beleefd meldt hij zich aan:
ik wil mij als propagandist van Jesus melden.

‘Jij’ zeggen ze allemaal.
Jij ging toch stevig tegen ons te keer vroeger!

Barnabas, iemand met een ‘open mind’ neemt het voor hem op.
Hij had Saulus’ zijn verslag gehoord.
Hoe hij op weg naar Damascus van zijn paard was geworpen
en verblind werd door licht en toen een stem hoorde:
‘waarom vervolg je mij’
en zo Jesus ontmoette, degene die hij uit alle macht vervolgde:
Jesus de Heer van de nieuwe wereld.
Barnabas had hem geloofd en wist de anderen te overtuigen.
De christenen zijn hem nu welgezind
maar als zijn oude vrienden bij de joodse overheden horen
dat deze vroegere fanatieke vriend nu zelf christen geworden is
moet hij vluchten en Barnabas gaat met hem mee.
Ze gaan naar Tarsus in het huidige Turkije.
Dat blijkt een meesterlijke zet te zijn
want nu kan Paulus overal buiten Jeruzalem
gaan spreken over Jesus en de apostel worden
van de joden in de diaspora en de heidenen.
Jesus is voor hem veel gaan betekenen.
Ook voor ons toch?

Zeven maal heeft Jesus ons gezegd wie Hij voor ons wil zijn.
Ik noem even alle zeven woorden die Jesus gebruikt
om zelf te zeggen wie hij is:
Ik ben het brood
Ik ben het licht
ik ben de deur
de herder –dat hoorden we de vorige week-
de weg –dat lazen we vrijdag onder de ochtendmis-
de verrijzenis en het leven
de ware wijnstok.

We begonnen met het brood dus dat ons in leven houdt op de weg
en we eindigen bij de wijn, de drank van Gods nieuwe toekomst.

God zelf wordt in de Bijbel wel eens met een tuinman vergeleken.
een wijngaardenier om precies te zijn.
Het is een prachtig beeld.
Zorgzaam is God bezig en teder is zijn zorg.
Hij verwacht van ons eenzelfde zorg en tederheid voor elkaar.

Nooit besteedt je genoeg zorg aan een mens,
de mens is een groeiend wezen.
‘GROEIEN DOOR HET LEVEN’
was een prachtige brief van de bisschoppen enkele jaren gelden
over de ouder wordende mens…
De brief gaat over de ouder wordende mens…en
-laten we eerlijk zijn – dat zijn wij allemaal.

‘Groeien door het leven’ is een prachtige titel.
We worden, door reclame en andere zaken soms wel eens gedwongen
te gaan geloven dat je, naarmate je ouder wordt, vervalt.

Het wordt allemaal steeds minder.
Een franse filosoof heeft eens precies andersom gezegd:
als de mens pas geboren wordt is hij oud…
hij is hulpeloos en zit zelfs in het begin nog vast aan zijn
moeder maar dan komt de bevrijding en groeit hij los,
hij groeit zich jong en onafhankelijk.

Die groei-gedachte kun je ook verbinden aan het begrip kerk.
De kerk is ook al 2000 jaar aan het groeien
en steeds weer ontdekken wij nieuwe dingen.
Persoonlijk vindt ik het met de dag interessanter worden.

Er is zoveel veranderd.
Er is niet alleen maar van alles weggevallen -zoals zovelen zeggen-
maar er is zo oneindig veel meer bijgekomen in de loop der jaren.

Dingen waar wij vroeger niet over dachten
worden nu uitgebreid besproken.

We denken na over spiritualiteit,
wat ons geloof echt inhoudt
over onze relatie met andere godsdiensten:
over vrede, over discriminatie en noem maar op.

Voor buitenstaanders is het soms onbegrijpelijk wat ons aan de kerk bindt.
Heeft de kerk niet vele fouten gemaakt in het verleden?

Ja, dat is waar maar door schade en schande wordt je wijs.
De kerk is, net als de mens, een gebeuren,
de kerk groeit door het leven.

Onze Pausen hebben veel gedaan –ook de huidige paus-
om de relatie te verbeteren
met de Islam en de Oosterse kerken.
Dat is goed en nuttig.

Maar de kerk heeft nog een veel bijzonderder geheim.
De kerk is niet zomaar een club, een hobbyclub
of een gezelligheidsvereniging.

Neen, de kerk is verbonden, met al haar vezels aan IEMAND.
De kerk is verbonden met Jesus.

Het gaat in de kerk nooit om Paus of bisschoppen en om de pastoor.
Dat zijn allemaal maar mensen met hun fouten die hun werk moeten doen.
Maar het gaat om Hem, de Heer van de kerk.

Door lid te zijn van de kerk raak je, als het goed is steeds inniger
MET HEM VERBONDEN, de levende Heer van de kerk.

Je ontvangt van Hem het ware leven
en je kunt dan verder gaan als iemand die echt jong is,
vol hoop en goede moed.

Deze week grote feestelijkheden in heel het land
een Koningsdag met mooi weer en veel sfeer
ook wel veel rommel maar ja.
Deze week 4 en 5 mei.
Ik heb de indruk dat de viering van 5 mei steeds beter gaat lukken.

‘Bevrijding moet je doorgeven’ was het thema vorig jaar.
Heel goed. Dat moet je met geloof ook.

Op de 4e mei zijn we bezig met ons eigen verdriet en dat is goed,
maar op 5 mei komt de toekomst in zicht!
Hier ook, hier nog meer, iedere zondag want
wij weten dat er één is die de nieuwe toekomst echt in handen heeft,
die garant wil staan voor Vrede en Recht
en dat de beloftes van een nieuwe toekomst,
dankzij en met Hem uit kunnen komen.

We zijn er nog niet als we zeggen dat Jesus ons brood, ons licht
onze Herder onze weg is
dan begint het lopen pas.
Maar niet zo maar lopen, we zijn op weg naar het echte leven
in verbondenheid met de verrezen Heer.
Als wij ons op deze levensboom, deze wijnstok enten
verander alles ten goede
maar wordt er ook veel van ons verwacht.

Dat we liefde uitstralen bijvoorbeeld.
Dat we geloof en vertrouwen uitstralen in de mens
en dat wij daarnaar handelen.

Als wij ons geloof serieus nemen
zullen wij het nooit zover laten komen
dat we wegdwalen van de Messias en Zijn gemeente.

We zullen die blijven opzoeken want alleen is maar alleen
en zonder de levenssappen
die ons vanwege de Messias toevloeien zullen wij verdorren.

Het evangelie van vandaag met dat ernstige slot
(over dat verdorren en weggeworpen worden)
wordt ons gelezen opdat wij de beslissing zullen nemen
ons met de levende Heer verbonden te willen houden
en vanuit Zijn levensopdrachten te leven,
tot zegen van ons zelf en van anderen.

Vandaag zijn wij als Bavo jarig,
op 2 mei 1898 vond de inwijding van onze kerk plaats:
we zijn dus nu 117 jaar. Nog steeds actief?
Als het goed is wel.
Geloven geven we door, in verbondenheid met hen die ons voorgingen
maar creatief zoekend naar nieuwe mogelijkheden:
God sterke ons bij deze grootse opdracht
zo blijven wij in actie, zo blijven we jong!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor