• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
peterborough-choir-oundle

All posts by Maarten Kools

Start van de Veertigdagentijd in de Kathedraal

peterborough-choir-oundleGastkoor zaterdag 20 februari

Op deze avond opent het St. Andrew’s Cathedral Choir uit Aberdeen het eerste weekend van de Veertigdagentijd in de kathedraal van Haarlem. Zij verzorgen de avondmis om 19.00 uur en geven aansluitend een klein concert van ongeveer 20 minuten.

Eerste Zondag van de Veertigdagentijd 21 februari

Traditiegetrouw celebreert de Bisschop altijd op de Eerste Zondag van de Veertigdagentijd in de Kathedraal. Mgr. Jos Punt zal daarom zondag de hoofdcelebrant zijn. Het volledige Kathedrale Koor zal de viering muzikaal verzorgen met o.a. de Missa Quatro Voci van Claudio Monteverdi, het Angelus suis van Rheinberger en het Solus ad victima van Leighton.
Deze viering begint om 10.00 uur.

18 februari: In het verborgene…

[print]

Aswoensdag

Schriftlezingen:

  • Joël 2, 12-18

  • Matteüs 6,1-6.16-18

Vasten is een tijd van goede werken doen: daden van gerechtigheid.
De daden van gerechtigheid zijn: almoezen, gebed en vasten.
Jesus noemt deze werken met nadruk..
wij moeten ze doen maar… ‘in het verborgene’.

Wonderlijk genoeg moeten wij
als goede hoorders (en doeners!) van de bergrede
èn licht en zout der wereld zijn
èn tegelijkertijd werken aan de omgang met God in het verborgene.
Zijn die dingen met elkaar in tegenspraak?
Neen. Het gaat om het vinden van je goede plaats op aarde,
om de verhouding van jou met God.
De daden zijn daar een stille maar krachtige uitstraling van… als het goed is.

Neem het voorbeeld van een klooster.
Een klooster heeft zijn uitstraling niet door de folders die verspreid worden
of het aan de weg timmeren maar vooral door het feit
dat het -als het goed is- een haard is van mensen
die in het verborgene hun relatie met God vormen.
Dat is de werkelijke aantrekkingskracht.
Een goede parochie kan ook zo’n uitstraling hebben.

Iets over de verschillende werken van gerechtigheid.

De aalmoezen als daden van gerechtigheid zijn wel belangrijk
als ze maar te maken hebben met de Vader in het verborgene.
Het boek Leviticus spreekt er over in het 19e hoofdstuk.
Gerechtigheid en het geven van aalmoezen worden in een adem genoemd.

Het geven van aalmoezen hoort niet voort te komen uit medelijden
maar uit een tot in je binnenste geraakt worden
door de nood van de ander zoals God daardoor geraakt wordt.
Er staat heel lijfelijk in de Bijbel
dat Gods ingewanden letterlijk beroerd worden
als Hij door de nood van Zijn volk ziet.

Een hele concrete bijna medische beeldspraak over Gods
-je zou bijna zeggen- lichamelijke toestand
als Hij nood van mensen ziet.
En dat is ook iets wat bij de mens wordt verwacht
opdat ook hij er beroerd van wordt
in alle betekenissen van het woord.
Opdat hij er ook ‘lichamelijk’ onder lijdt
als hij het leed van anderen ziet
en er ook echt door in beweging komt:
‘be-roerd’ in de andere zin van het woord.
Niemand kan door een beroep op onze goed sociale voorzieningen
zich onttrekken aan de praktische oefening in en beoefening van gerechtigheid.

We hebben in ons land een prachtig sociaal wets-systeem opgebouwd
en dat is heel fijn maar daarbij zal altijd blijven horen:
jouw persoonlijke betrokkenheid.
Opdat jij kunt laten zien
dat het jou ernst is met de zaak van het koninkrijk van God.

Persoonlijke daden van gerechtigheid zullen gedaan moeten worden
opdat ons eigen geloof concrete vervulling krijgt,
omdat het voor ons belangrijk God na te volgen.
In het verborgene – niet voor de show !-
maar het moet gebeuren!

Omdat deze lichamelijke expressie voor ons zelf van belang is
bij onze geestelijke vorming, is de arme in dit geval de weldoener
omdat de arme ons de mogelijkheid geeft
om zelf tot die navolging te komen.
Het volgende verhaal leert dat ons:

De kerkbestuurderen van een joodse geloofsgemeenschap in oost Polen
vragen even voor de herfst zal aanbreken aan de rabbijn:
hoe zit het met de voorbereidingen van de grote feesten?
Ze bedoelen: ‘hebt u uw preek al klaar, wat krijgen we dit jaar te horen.
Moeten er misschien nog nieuwe banken bij in de synagoge,
moet de kapel nog worden opgeknapt…
moet er nog iets gebeuren, iets belangrijks.

En dan zegt de rabbijn: ‘het moeilijkste zal ik morgen gaan doen,
jullie moeten wel even geduld hebben.

Onder elkaar vragen ze zich dan af: ‘wat zal hij gaan doen?
Hij moet zeker nog veel gaan studeren.

Maar neen, de volgende dag loopt de rabbijn
de hele dag maar rond in de armste wijken van de stad.
Vol verbazing zien ze dat aan
en de dag daarop komen ze hem dan ook vragen:
HEBT u zich eigenlijk wel voorbereid op de feestdagen?
Hij antwoordt: ‘jazeker en wees verheugd ik ben geslaagd.
Ja maar, wat hebt u dan gedaan?

Ja‘ zegt hij ‘ik heb de armen gevraagd
of ze alsjeblieft jullie aalmoezen willen aannemen
en ze hebben zich bereid verklaard om dat te doen… is dat niet heerlijk.

U begrijpt de bedoeling van dit verhaal.
Wie is de weldoener? Dat is de arme.

Het bidden wordt in het evangelie van vandaag ook genoemd.
Bidden als activiteit: het richten van jouw eigen hart op God.
Bidden, het ‘in het verborgene’ verkeren met de Vader.
We hebben daartoe weer nieuw kansen in de Veertigdagentijd
laten we ze benutten!

Het vasten sluit de rij van werken van gerechtigheid.
Om je niet te zeer te hechten aan het aardse
is er toch de mogelijkheid om te vasten.
Het gaat dan niet om de ascetische prestatie
maar om de wil tot solidariteit om samen met andere mensen
te willen leven naar een nieuwe toekomst toe.
Het gaat dan nooit om zelfkwelling
maar goed vasten heeft altijd te maken
met de verhouding tot God en de naaste en het verstaan
van de oproep tot terugkeer tot die twee.
De joodse traditie kent twee vastendagen
de christenen ook vroeger altijd de woensdag en de vrijdag.
Het vasten is naast een oefening in rouwbeklag
en ommekeer voor jezelf
ook een oefening tot deling.
Opdat we allen weten mogen dat wij er allen zijn
om alles samen te hebben.

Er is ook zo’n mooie psalm, het oude tafelgebed:
wij danken U Heer dat u spijs geeft aan al uw schepselen.‘ (Ps.144,15-16)
Als wij dat horen, tenminste dat gevoel heb ik, denken we:
dat is niet leuk God want wat dacht U van Afrika en Azië te maken?
Maar de psalm zegt het heel uitdagend:
wij danken U God dat U al uw schepselen te eten geeft.
De bedoeling van het bidden van die psalm is dat het schaamrood
ons naar de kaken stijgt.

Immers: op het moment dat we die gaan bidden
zouden we eigenlijk onmiddellijk moeten weghollen van de tafel
en moeten gaan zorgen dat er gedeeld wordt,
dat het koninkrijk van God werkelijkheid kan worden
omdat alles anders kan worden dankzij ons.

De aalmoezen, het bidden en het vasten
zijn allemaal de daden van de gerechtigheid
waardoor we kunnen laten zien dat het ons ernst is
met de zaak van het koninkrijk van God.
Moge de komende vastentijd een goede tijd zijn
in plaats van een tijd van minder,
een tijd van meer.

Meer tijd nemen voor de goede dingen waar je mee bezig bent;
meer aandacht besteden aan je relatie;
meer stilstaan bij je manier van leven;
meer aandacht hebben voor het grote wereldgebeuren
en tegelijk:
meer in jezelf keren;
meer rust nemen.

Meer van al die zaken en dingen
die de overige dagen van het jaar vergeten worden.

Ik wens ons allen een goede vastentijd toe.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

15 februari: Het onmogelijke mogelijk

[print]

6e zondag door het jaar

Schriftlezingen:

  • Leviticus 13, 1-2.45-46

  • Korintiërs 10, 31-33; 11,1.45-46

  • Marcus 1,40-45

Het gaat vandaag over erbij horen
of er niet bij horen.
Je zou zeggen dat jongeren
die alles wat hun doorgegeven is kritisch bekijken
voor zulke dingen ongevoelig zijn:
ik hoef nergens bij te horen: ik ben mijzelf!

Maar zo is het niet.
Je hebt bepaalde kleren die je moet dragen
bepaalde merken schoenen die je aan moet
en als je dat niet doet loop je voor gek.

Je moet als je, jezelf een beetje je groot vindt voor het servet
en anderen je te klein vinden voor het tafellaken ook gaan roken
dat staat stoer en je hoort er meteen bij.

Handig maakt de reclame daar gebruik van.
Iedereen wil ergens bij horen:
asielzoekers zoeken een plaatsje onder de zon
jongeren willen serieus genomen worden
en daarom al die inspanningen die eigenlijk niet echt nodig zijn
want gelukkig komen we in onze dagen tegelijkertijd tot het inzicht
dat ieder mensen uniek is
en waardevol is, zoals hij is.

Degene die aan een huidziekte lijdt, moet in gescheurde kleren lopen,
hoorden we net lezen:
hij moet zijn haren los laten hangen;
hij moet zijn baard bedekken en roepen: onrein, onrein!
‘ (Lev. 13,45)
Het gaat hier over een melaatse: wordt die met opzet buitengesloten?

Melaatsheid was in die dagen ongeneeslijk.
Er was geen redden aan.
Vandaar die strenge reinheidswetten
die de melaatsen apart hielden.
Dat was afschuwelijk maar niet onverstandig.

Rond een van de ernstigste ziekten, de melaatsheid,
kan heel wat ter sprake komen.

Het Talmudische jodendom
kent een hele ruime interpretatie van het begrip ‘melaats’.
Het wordt zeer pejoratief gebruikt om de bedreigende machten rond Israël
(Babel, Griekenland, Rome) aan te duiden.
Melaatsheid had iets te maken met een definitief verworpen zijn.
De ziekte was in die dagen zo ongeneeslijk
dat alleen God geacht werd de genezing daarvan teweeg te kunnen brengen
(net zoals Hij alleen de doden kan doen opstaan).
Des te merkwaardiger is het dat een heel hoofdstuk van het boek Leviticus
gewijd wordt aan het ritueel dat moet worden toegepast
wanneer een ongeneeslijk zieke toch beter wordt!
Hier is sprake van een visioen van een toekomst waarin alles nieuw zal zijn.
Een profetie!

Als er ooit sprake zou zijn van een genezing
dan moeten werkelijk alle priesters in beweging komen
om deze grote daad van God te proclameren.
Stellen we ons eens voor, dat de tijd is aangebroken
om alle kankerpatiënten publiekelijk genezen te verklaren:
het zou betekenen dat de tijd is aangebroken
waarin alles werkelijk nieuw zal zijn!

Het is jammer dat de coupure uit Leviticus van vandaag
het ‘happy end’ zoals dat in hfdst. 14 beschreven wordt, niet noemt.
Het lijkt wel of het Eerste Testament alleen maar somberheid mag aandragen…

Al is de situatie nog zo wanhopig
het gaat er in de bijbel altijd om
dat er toch – bij God- onverwachte dingen kunnen gebeuren!
In het Oude Testament vindt je één belangrijk reinigingsverhaal
het staat in het tweede boek Koningen.
De koning van Israël roept,
wanneer een buitenlandse legeroverste Naäman een beroep op hem doet
om zijn genezing te verzorgen eerst wanhopig uit:
“Ben ik God die kan doden en levend maken’ (v.7).

Voor de band met God met je bij de profeten zijn
en de profeet Elisa biedt redding in de nood
door zich met het geval te bemoeien
en een bad in de rivier de Jordaan voor te stellen.
De Jordaan, de grensrivier van het nieuwe land
waar eens het weerloze volk Israël door getrokken was
met de God van Abraham, Isaak en Jakob als verlosser
een nieuwe toekomst tegemoet.
Die God is de enige die (ook niet joden) echt helpen kan.
De genezing van de melaatse
zoals in het evangelie van vandaag verteld wordt
is een belangrijke gebeurtenis
die een eerste cyclus verhalen over Jesus in Galilea afsluit.

Een melaatse zoekt contact.
Er staat geschreven dat hij naar Jesus roept.
Hij verwacht van hem iets nieuws.
Hij verwacht dat Jesus naar hem kijkt als mens
en hem misschien ook kan verlossen van zijn vreselijke lot;
dat hij hem kan verlossen van zijn alleen zijn
en misschien ook van zijn ziekte.

Opvallend is het ontbreken van namen.
De melaatse blijft volstrekt anoniem
en ook de naam van Jesus zoekt men tevergeefs.
De beide hoofdrolspelers worden alleen maar aangeduid als ‘hij’ en ‘hem’
(het Grieks kent ook geen hoofdletters om ons duidelijk te maken wie wie is).

Aan het slot van de lezing raakt de lezer zelfs in verwarring.
Wie van de beide hoofdrolspelers verkondigt
en wie blijft buiten op een eenzame plaats staan (vers 45)?

De ex-melaatse wordt in Jesus’ plaats verkondiger,
hij kan niet zwijgen.
Jesus zelf echter trekt zich na de genezing terug naar een eenzame plaats.
Een prachtige uitbeelding van de eenzaamheid
van de solidaire knecht die in Jesaja 53 beschreven wordt:
‘Hij heeft onze ziekten op zich genomen en onze smarten gedragen’ Jes. 5,34).

Rond die eenzame Messias verzamelt zich gelukkig echter een nieuw gemeenschap:
Zij kwamen tot hem, overal vandaan‘ (Mc. 1,45).
De tallozen die naar Hem toekomen
bevrijden hem op hun beurt uit de eenzaamheid van de afzondering
en brengen hem terug in de wereld.
De schrijver Marcus hoopt dat wij het ook wagen zullen
deze eenzame Messias uit zijn isolement te halen
en hem ook zullen volgen op zijn weg naar andere mensen toe.

De bedoeling is dat niemand hier verloren loopt
dat wij niemand uitsluiten om dingen die niet belangrijk zijn
en dat wij samen bouwen aan een nieuwe wereld
waarin het onmogelijke mogelijk is.
Een wereld waarin ruimte is voor allen
en iedereen zichzelf kan zijn.
Aan zo’n wereld willen wij bouwen.
We horen Paulus daarvan dromen in zijn eerste Korintiërs-brief:
‘Zoals het lichaam een eenheid is en de ledematen een veelheid,
en alle ledematen ondanks hun veelheid toch één lichaam vormen,
zo is het ook met Christus.
Want wij zijn met ons allen door de doop één lichaam geworden
in de kracht van de ene Geest,
of we nu Joden of Grieken, slaven of vrije mensen zijn;
allemaal zijn we doordrenkt met één Geest!

De medisch te omschrijven ziekte: ‘Melaatsheid’ genezen
is mogelijk gebleken, zeker hier in het westen.
En als we even ons best doen
is heel de wereld ervan bevrijd.

Dat er nu weer andere ziektes zijn
die we niet zomaar kunnen bestrijden
maakt ons bescheiden en laat ons beseffen
dat wij mensen toch weerloze mensen zijn.

Het meest pijnlijk is echter de ziekte van de haat
de pijn die mensen elkaar bezorgen
door hun geweldadigheid,

Jesus genas de melaatse
als een teken dat het onmogelijk toch mogelijk is.
Zou het dan echt waar zijn
dat de vrede het wint van de oorlog?
Zou er echt een einde kunnen komen
aan geweld en koesteren van eigenbelang?

Jesus wil ons in zijn voetspoor trekken
om op een nieuwe manier mens te zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

8 februari: Bid en troost

[print]

5e zondag door het jaar

Schriftlezingen:

  • Job 1, 1-7

  • Marcus 1,29-39

In Heemstede was het groot feest,
een kleine nieuwe synagoge is ingericht
aan de Lanckhorstlaan; voor Haarlem en omstreken.
Een groep jongeren van onze parochie heeft enkele jaren terug
een bezoek gebracht aan de oude synagoge van Haarlem
een klein zaaltje op de 1e verdieping van een villa aan het Kenaupark.

Synagoges, de gebedsruimtes voor de joden,
zijn over heel de wereld verspreid.
Vooral toen er geen tempel meer was in Jeruzalem
werden al die kleine dorpskerkjes heel belangrijk.
In Amsterdam gingen we met de kinderen ook eens
naar de grote synagoge bij de dokwerker.
Daar is geen elektrisch licht.
Alleen maar grote kaarsenkronen verlichtten het gebouw…
voor de kinderen heel vanzelfsprekend..
want: ‘toen Jesus daar naar de kerk ging was er ook nog geen stroom.

Heel vanzelfsprekend. Zo’n oude synagoge
hier moest Jesus zeker nog geweest zijn. Maar helaas…
Jesus was nooit in de synagoge in Amsterdam
maar wel in een synagoge, de synagoge van Kafarnaum
aan het meer van Galilea.
Daar was hij naar binnen gegaan om de verhalen te horen
van God die van de mensen houdt
maar die ook veel van hen verwacht.
De sjabbat is de wekelijkse ruimte in de tijd
voor de gedachtenis van God verlossing en bevrijding.
Maar dat vraagt om actie als vervolg. Dat is bij Jesus ook zo.
Op de dag van het gebed gaat hij na gebeden te hebben,
onmiddellijk van het gebedshuis naar het huis van de zieke schoonmoeder
van zijn vriend Simon die later Petrus zal heten.
Een grappig idee dat de eerste Paus, Simon Petrus getrouwd was.
Maar terug naar het verhaal. Jesus’ bezoek aan de synagoge en daarna.
Het gaat bij kerkgebouw en synagoge
nooit om de kerk of de synagoge alleen
maar altijd om wat wij daar horen.
En dat is dat de mens buiten die geholpen moet worden.

Je komt niet alleen naar de kerk
voor de gezelligheid of de mooiigheid
maar om als je de kerk verlaten hebt
en je de verhalen hebt gehoord van God met de mensen
je zelf ook zo gauw mogelijk op die mensen afgaat
om ze te gaan helpen.

Jesus helpt de zieke schoonmoeder van Simon,
en als de mensen daar eenmaal gemerkt hebben
dat Hij troost te bieden heeft en genezing
komen ze in drommen aan de deur.
Een beetje zoals de mensen ooit op Jomanda in Tiel afkwamen:
voor de sensatie of het wonder.

Eigenaardig genoeg lezen we dan dat Hij er gauw vandoor gaat.
Dat doet Hij niet om ze in steek te laten
maar om gauw naar andere mensen te kunnen gaan
en ze te vertellen dat God van hen houdt
en dat ook zij elkaar moeten helpen.
Jesus genas niet als een tovenaar
als gebedsgenezer
maar als een helper… die ons opjutten wil
opdat wij zoveel mogelijk ons best zouden doen
elkaar ook te genezen, te troosten en te helpen
en dat kunnen wij heel goed.

Dat deden de vrienden van Job allerminst.
Misschien kent u het verhaal:
Job was eerst rijk en gezond
en plotseling verliest hij alles…
zijn rijkdom, zijn huis,
zijn kudde… de pest slaat toe.
Dan komen zijn vrienden hem troosten.
Zou het? Deden ze dat maar.
Ze troosten hem niet maar zeggen alleen maar:
je zult vast wel eens een scheve schaats gereden hebben vroeger
zodat je dit als straf verdient hebt.

Dat is een slechte troost.
Toch komen mensen er vaak mee aanzetten.
Een nieuw benoemde bisschop –geen succes-
in het zuiden van de Verenigde Staten
vertelde ooit dat de overstromingen enkele jaren terug
een straf waren van God. Net zoals vrome Zeeuwen dat zeiden
bij de watersnood meer dan 50 jaar terug:
‘straf van God voor de zedeloosheid op de stranden.’
Dat is niet de God van de Bijbel.
Het hele boek Job verzet zich tegen die gedachte.
De hele boodschap van het Job is juist:
niemand verdient het lijden.
En ook al zou er iets gebeuren in je leven wat niet goed is
en wat je eigen schuld zou zijn…
dan nog is dat de vraag niet
die andere mensen moet bezig houden.

Want het enige belangrijke dat ik mij moet bedenken is:
hoe kan ik de ander die lijdt of pijn heeft,
die ziek is, die een ongeluk heeft gehad;
die moeilijkheden heeft in zijn of haar huwelijk
die gescheiden is of bijna gescheiden,
hoe kan ik die mens nabij zijn en troosten.

In de avond brachten ze allen die lijden of bezeten zijn tot hem.
Als het donker is en mensen somber worden
is het goed als er mensen zijn die je troosten.
Hij is wanhopig alleen blijkt, door vrienden gehoond en verlaten.

Job zucht in zijn eenzaamheid:
’s Avonds denk ik wanneer wordt het morgen?
En Job kreunt ’s morgens ook:
wat moet ik aan met deze nieuwe dag, was het maar weer avond.

Aan het einde van de vorige eeuw werd rond deze tijd
Mgr. Bekkers uitgeroepen tot katholiek van de eeuw.
Velen herkenden zich in zijn manier van geloven
die de gewone traditie doorbrak. Zo ook bij zijn uitvaart.
Toen hij door een hersentumor geveld
veel te jong stierf werd er (en dat was voor het eerst
in en katholieke uitvaartdienst) gelezen uit het boek Job.
Nooit tevoren had bij een uitvaart
zo’n klacht, zo’n vrijmoedige aanklacht van God geklonken!
Uit het 14e hoofdstuk werd toen gelezen:
Zou een dode weer tot leven kunnen komen?
Ach, heel mijn leven zou ik op wacht blijven staan tot mijn aflossing komt.
Ik zou antwoorden als God roept, hunkerende naar uw eigen schepsel.

Job schildert zich bijna af als een dode.
Op Jom Kippoer (de grote verzoendag)
kleden de aanwezigen zich in de synagogen in witte gebedsmantels…
lijkwaden eigenlijk. Het is de weg van de complete ontluistering:
Levend zijn we zonder Gods erbarmen als doden.
Job is aan de diepste twijfel toe, als hij zegt dat de draad ten einde is.
Er staat ‘tikva’: draad. Een woord dat ook vertaalbaar is met ‘hoop’
(bekend van het Israëlische volkslied ‘ha-tikva’).

Maar de levende doden in de synagoge op de grote verzoendag
en allen die zonder hoop lijken te zijn,
weten toch dat er Eén is die al dat vragen hoort, die antwoorden kan
en die alle leven en toekomst van de mensheid in handen heeft.
De God die als naam draagt: ‘Ik zal er zijn’.

Jesus staat vroeg in de morgen op en trekt zich terug in gebed
Hij zoekt contact met de hemelse Vader:
God die heeft gezegd: ik laat je nooit alleen.
Job en alle mensen die lijden mogen weten:
je bent nooit alleen,
er is Iemand met een hoofdletter die van je houdt.
Het zou heerlijk zijn als er omdat uit te beelden
iemanden met een kleine letter
naar die mensen in nood toe zouden gaan…
het zou goed zijn
als wij die mensen zouden durven zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

25 januari: Nieuwe kansen niet blokkeren

[print]

3e zondag door het jaar

Schriftlezingen:

  • Jona 3,1-5.10

  • Marcus 1,14-20

Toen Jona in de walvis zat en gebraden stokvis at…
is een oud kinderliedje dat velen van u nog wel kennen hoop ik.
Wie was Jona?

Als u hem op gaat zoeken in de Bijbel -u moet het eens doen –
treft u hem aan tussen de twaalf kleine profeten…
hij is ook afgebeeld op de kapitelen helemaal achter in de kerk
onder de balustrade waar het prachtige Willibrordorgel op staat.
Jona zijn naam betekent: ‘duif’, bode.
Het bijbelboek dat zijn naam draagt is met veel humor geschreven…
ik hoop dat ik daar iets van kan overbrengen.

Jona begeef je op weg naar Ninive‘ zo begint het.
Kondig de mensen daar aan dat ze hun levenswijze moeten veranderen,
dat ze zich moeten bekeren…anders zal de stad worden omgekeerd, verwoest.

Maar Jona is een onwillige postduif; hij wil de verkeerde kant op.
Hij voelde zich als trouwe gelovige te goed voor een missietocht naar Ninive..
Hij verwachtte niets van die heidenen daar.

Jona verzint een list. Ninive ligt in het oosten dus gaat Jona op een schip
zover mogelijk naar het westen. Hij boekt voor Spanje.

Maar een storm slaat toe en de bijgelovige zeelieden zien
-een beetje terecht eigenlijk wel- Jona als oorzaak van hun ellende en…
hij wordt van je een twee drie de zee in gejonast..
einde van Jona ware het niet dat God
hem ook uit de diepten van de zee weet op te halen
zoals Hij steeds mensen uit de diepten omhoog haalt
… en in het verhaal treedt dan de walvis op
als vervoermiddel.

Ninive is een hele grote stad, het kost drie dagen om er doorheen te trekken..
lezen we in het boek Jona.
Als Jona na wat vertraging daar aankomt begint hij
-hij gelooft nog steeds niet in het nut van zijn opdracht-
wat knorrig aan zijn verkondiging:
nog veertig dagen en de stad van Ninive zal
– tenzij u zich vlug bekeert –
worden verwoest, ondersteboven gekeerd.

Hij heeft er geen vermoeden van dat zijn weinig overtuigend gebrachte preekje
inderdaad een omkeringseffect zal hebben
in de harten van de mensen van Ninive.

De heidenen van Ninive worden diep in hun hart geraakt
ze blijken vromer en goedwillender te zijn
dan Jona ooit vermoed had:
ze bekeren zich terstond, de koning roept een vasten uit
en mens en dier doen mee.

Maar Jona heeft daarvan niets in de gaten.
Hij houdt zijn preekje, sjouwt de hele stad door
en gaat zeer vermoeid na het vervullen van zijn opdracht
op een heuvel even buiten de stad zitten….
wachten op de verwoesting van Ninive..
want dat wil hij wel eens zien.

Jona… de meest arrogante gelovige die je je maar kunt indenken;
de gelovige die zich verheugt op de ondergang van de goddelozen.
En dan zijn we al bij het laatste hoofdstuk van het boek Jona.

Jona zit op dat heuveltje en krijgt last van de zon.
God heeft medelijden en laat een boom opschieten
met grote bladeren om Jona te beschermen: God is immers liefde.

Jona vindt deze goddelijke zorg voor hem als echte gelovige
vanzelfsprekend maar hij begrijpt absoluut niet
wat er rond om hem heen gebeurt is
en blijft (zoals mensen die op ongeluk hopen
als ze langs de snelweg zitten te kijken)
wachten op de verwoesting van de stad…
maar die gaat niet door.

Dan wordt Jona boos en scheldt God uit…
hij bestaat het om God aan te klagen en te zeggen:
ja ik wist het wel…
u bent een barmhartige God
mild voor de zondaars…

Na deze merkwaardige woede-uitval
beginnen de bladeren van de boom
die Jona tegen de zon beschutte af te vallen.

En Jona’s woede neemt nog toe:
is dat nu het loon dat ik verdien.
En dan komen de laatste regels van het boek Jona:
God neemt het woord:
Jona, jij bent bedroefd omdat de bladeren van
jouw boompje afvallen…
zou ik niet veel bedroefder zijn
als de mensen van Ninive,
argeloze mensen die het verschil tussen goed en kwaad
nooit goed geleerd hebben
ten onder zouden gaan?

Einde verhaal.
Een verhaal dat ons wil leren
dat wij als oude/of jonge getrouwe gelovigen
altijd moeten oppassen niet vast te roesten
en altijd vertrouwvol moeten uitzien
naar de nieuwe goede dingen
die er onder onze eigen ogen
ook buiten de kerk gebeuren.

Toch blijf je ze altijd houden,
de mensen die maar al te graag willen blijven geloven
dat zij de enigen zijn die door God geliefd zijn,
de enigen die goed zitten
en hun eigen gelijk wordt pas echt bevestigd
door het ongeluk of de ondergang van de ander.

Misschien is dat wel het grootste probleem van de kerk van nu:
dat wij net als Jona de tekenen van hoop en goede wil van zovelen
niet WILLEN zien.

Mensen willen zo graag de goede boodschap horen,
snakken naar geloof, zoeken naar een zin in het leven.

Ze bieden hun kinderen aan voor de doop,
willen dat hun kind de eerste communie doet,
willen voor de kerk trouwen…..

Van ons als vaste kerkgangers wordt verwacht
dat wij zoveel mogelijk mensen
met het koninkrijk van God in contact brengen.

Een beetje blij gezicht
bij de verkondiging van die boodschap
die immers blijde boodschap heet
is wezenlijk wil het verhaal over komen.

En dan lazen we ook nog Marcus.
Zelf een heidense jongen
door Petrus op een van zijn reizen ooit meegenomen.
Hij droeg in zijn naam nog de naam mee
van de Romeinse oorlogsgod MARS ..
maar Petrus had gezegd:
laat maar, het gaat om je hart.

De eerste regel van het Marcusevangelie luidt:
Dit is het begin van de blijde boodschap…
DIT IS HET NIEUWE BEGIN
HET nieuwe begin van Marcus’ eigen leven,
en dat van ieder die later nog naar hem luisteren wil,
is volgens Marcus te vinden in een Joodse man:
Jesus, die men de Christus, de Messias ging noemen.

Die Jesus riep apostelen samen
van achter hun netten vandaan:
terstond, meteen gingen ze mee.
Tegelijk nodigt Hij ons allen uit:
bekeert u en luistert naar deze blijde boodschap:
het Koninkrijk van God is nabij,
het is nu de goede tijd.. doe mee.

Dat willen wij proberen in onze kerk samen:
rond Jesus van Nazareth een nieuw begin…
Een nieuwe begin? We mogen het hopen.
Neen: we moeten zeggen: we gaan er samen aan werken.
Laten we elkaar nu al vast gelukwensen
en er samen aan gaan staan,

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Fusiedecreet nieuwe parochie

wapenspreuk bisschopBeste Parochianen,

Zoals u wellicht hebt meegekregen is in ons bisdom al enkele jaren een proces van nauwere samenwerking gaande tussen verschillende parochies die binnen een bepaalde regio liggen. Dit om uiteindelijk te komen tot de fusie van enkele parochies tot één nieuwe parochie. Doel van een dergelijke fusie is om de toch kleiner wordende gemeenschappen sterker op alle terreinen van kerk-zijn met elkaar te verbinden en elkaar te versterken in dat wat de verschillende gemeenschappen te bieden hebben. Dit is vaak een uitdaging, omdat gemeenschappen hun eigen geschiedenis en kleur hebben, maar toch ook met elkaar onderdeel uitmaken van die grote wereldkerk. Deze verschillende elementen moeten gerespecteerd worden, en vergen een zorgvuldig proces.

De stad Haarlem is in twee regio’s verdeeld. Zo is er sprake van een fusieproces tussen de parochies van de H. Joseph, Pastoor van Ars en Johannes de Doper enerzijds, en de Antonius van Padua en Bavo anderzijds. Met de Moeder van de Verlosserkerk wordt voorlopig nog een apart traject gevolgd.

Het proces tussen de Antonius van Padua en de Bavo heeft geleid tot de formele fusie tussen de beide parochies per 1 januari 2015. De nieuwe parochie gaat verder onder de naam: Parochie H.H. Antonius en Bavo, en kent de locaties Groenmarkt en Leidsevaart. Het officiële fusiedecreet dat dit bekrachtigt, wordt u vandaag ter hand gesteld. De bisschop wil u hier persoonlijk van in kennis stellen en u als parochianen, volgens het kerkelijk recht, de gelegenheid geven om binnen ‘tien nuttige dagen’ daar eventueel op te reageren. In dit fusiedecreet is ook de nieuwe bestuurlijke structuur van de parochie opgenomen, alsmede de namen van het pastorale team en de nieuw benoemde bestuursleden.

Nu deze fusie op papier een feit is, is er in de praktijk nog veel werk te verzetten. U zult daar middels de parochiebladen, de websites en facebook verder van op de hoogte worden gehouden.

Het nieuwe bestuur is inmiddels van start gegaan en heeft er alle vertrouwen in dat het vele goede dat de beide gemeenschappen in zich hebben de nieuwe parochie zal versterken, en dat deze een krachtig getuigenis voor dit deel van de stad Haarlem zal uitstralen op het gebied van de diaconie, de liturgie en de vele vormen van pastoraat. De pastores en bestuursleden staat daarbij een gastvrije gemeenschap voor ogen, waarin ieder zich thuis moet kunnen voelen.

Iedere verandering betekent wennen aan een nieuwe situatie. De pastores en bestuursleden zijn zich hiervan bewust en hopen dat op een goede manier te kunnen begeleiden. Zij zijn steeds beschikbaar om uw eventuele vragen te beantwoorden.

Wij vragen uw gebed voor onze nieuwe parochie. Dat er veel zegen mag rusten op allen die zich er voor inzetten en allen die zich er mee verbonden voelen.

Dit tot opbouw van een krachtige en vitale gemeenschap die vol vertrouwen de toekomst tegemoet gaat. Laten wij elkaar daarbij, met de woorden van de heilige Franciscus, van harte ‘vrede en alle goeds’ toewensen.

Diaken Eric Fennis Pieter Klein Beernink
Namens het pastorale team Namens het bestuur

Decreet fusie Bavo – Antonius van Padua

Aankondiging fusiedecreet nieuwe parochie

GroenmarktIn het aanstaande weekend (24/25 januari) zullen de kerkgangers van de nieuwe parochie H.H. Antonius en Bavo het officiële fusiedecreet ontvangen die deze fusie kerkrechtelijk van kracht laat zijn. Het decreet zal ook na de weekendvieringen op de website worden geplaatst. Het is een goede zaak dat de parochianen er kennis van kunnen nemen, omdat het decreet voorziet in een reactie binnen ‘tien nuttige dagen’. In het decreet is ook de nieuwe bestuursstructuur voorzien en zijn de namen van de bestuursleden opgenomen.

Van harte welkom dus aanstaand weekend in de vieringen op de locaties Groenmarkt en Leidsevaart.

Dankbrief van de Pastoor

Beste Bavoparochianen, vrienden en vriendinnen

De vorige week is op een luisterrijke wijze mijn 75e verjaardag gevierd.

Het begon met de Feestelijke Hoogmis in onze Kathedrale Basiliek waarbij Mgr. J. M. Punt voorging met ondergetekende. In zijn openingswoord wees hij op de betekenis van het doorgeven van een profetische boodschap in deze tijd. Johannes de Doper deed dat in zijn tijd in de kleren die bij een bijbelse profeet pasten en de huidige plebaan werd ook die rol van profeet toebedacht. In zijn slotwoord wees hij erop dat ik nog enige tijd mag doorgaan als pastoor van deze parochie ter zijde gestaan door diaken Eric Fennis die een belangrijke functie heeft en steeds meer zal krijgen in het Bavopastoraat. De aanwezigheid van de Bisschop en u allen maakten deze viering onvergetelijk. Zelf had ik de gelegenheid de actualiteit van onze boodschap te verdedigen preek 7 dec: ‘Een wakkere club.’ Met die ‘wakkere club’ bedoelde ik u allen. U bent het die de kerk levend hield en houdt. Daarna was er de gelegenheid u allen (de meesten) de hand te schudden, een belangrijk onderdeel van de liturgie in onze Bavo. In de pastorie werd dat handen schudden voortgezet. Foto’s van de feesteling in al zijn levensfasen (door de familie naarstig bijeengezocht) flitsten langs op het scherm.

Het was de bedoeling dat ik als cadeau geldelijke bijdragen zou kunnen doorgeven voor de nieuwe verwarming van onze kerk en ter bestrijding van de Ebola-epidemie. Hoeveel geld daarvoor is binnengekomen (op IBAN girorekening NL08ABNA0587921587, t.n.v. R.K. Parochie St. Bavo Haarlem, o.v.v. ‘kado plebaan) zal binnenkort worden bekend gemaakt. Heel hartelijk dank daarvoor. Daarnaast kreeg ik erg veel kaarten met hartelijke woorden en toch nog stiekem flessen wijn of andere cadeautjes. Ook daarvoor toch bedankt. Van het parochiebestuur kreeg ik een website cadeau waarop een groot aantal van de artikelen die ik als ‘kerkengek’ in Samen Kerk publiceerde. U kunt hem ook bekijken www.kerkengek.nl en allerlei wetenswaardigs over kerken in ons bisdom aantreffen. Dank aan de makers van deze site: het zal heel wat uren gekost hebben denk ik zo.

Tijdens de receptie heeft ook een fraaie speech geklonken van diaken Eric Fennis en een welluidend lied waarvan het refrein door mijn kleine achternichtjes en neefjes dapper werd meegezongen. Met mijn broer en zusjes en hun echtgenoten hebben we daarna nog even gegeten en nagepraat en nagenoten van het hartelijks dat mij ten deel gevallen was.

Van deze brief maak ik gebruik om u allemaal heel hartelijk te bedanken. Het is helaas onmogelijk u persoonlijk te schrijven maar beschouw deze brief als aan u persoonlijk gericht want dat is hij echt! Veel dank aan de organisatoren van dit feest die er een hoop werk aan gehad hebben, aan de leden van het mannenkoor die de liturgie opluisterden aan de organist Ton van Eck, de dirigent Fons Ziekman, aan Stephan van Rijt en zijn helpers en helpsters, aan iedereen die ik vergeet te noemen maar vooral aan Eric Fennis die deze dag voor mij onvergetelijk heeft gemaakt. Alle goeds, alle zegen voor u en de uwen!

Nogmaals dank voor uw hartelijkheid, steun en vriendschap en ik probeer uw sympathie waardig te blijven en nog veel goede (een misschien ook droevige) dagen in saamhorigheid met u allen mee te maken,

uw zeer dankbare Hein Jan van Ogtrop, pastoor

7 december: Een wakkere club

[print]

2e adventszondags

Schriftlezingen:

  • Jesaja 40,1-11; troost mijn volk

  • Marcus 1,1-8; begin van de blijde boodschap

Op de dag des Heren zullen hemel en aarde dreunend vergaan
is een van de gezellige woorden van Petrus die we vandaag meekrijgen.
Een ander geluid komt van de profeet Jesaja:
Troost, troost mijn volk, de dag des Heren komt.

Een kiene schrijfster en psychoanalytica – ik zal later haar naam onthullen-
citeerde deze week opgewekt de Weense psycholoog Freud die 100 jaar geleden,
102 jaar om precies te zijn, zijn boek schreef ‘de toekomst van een illusie’
waarin hij ons als gelovigen allemaal lekker voor gek zette:
gelovigen zijn mensen die een beetje achterlijk zijn,
ze hebben behoefte aan een almachtige super-pa die ze God noemen
en ze lebberen allemaal aan de fopspeen van de troost dat
dat God alles dik in orde zal maken
en dat zij op hun eilandje van rust en vrede
zich van alle ellende in de wereld niets aan hoeven te trekken.

De meeste atheïsten of agnosten,
-het zijn soms hele gezellige mensen hoor,-
zijn inmiddels een beetje meer bij de tijd gekomen
en hebben ontdekt dat gelovigen zich juist heel veel aantrekken
van de ellende in de wereld en er ook veel aan willen doen
en er in feite al heel veel aan gedaan hebben en nog doen.

Ik heb dat mogen zien bij bezoeken aan Congo en India.
In Congo waren de kerken de enige plekken
waar mensen echt eerlijk behandeld werden.
De postbode kwam soms op de pastorieën in het binnenland langs
niet om brieven te bezorgen maar om te vragen of de pater die vast
wel eens bezoek van buiten kreeg wilde zorgen voor de verzending
omdat mensen dan de zekerheid hadden dat hun brieven echt aankwamen.
Mijn vriend Willem en ik die daar waren kregen toen ook een pak brieven mee.

De religieuzen, ook veel uit de eigen bevolking, verzorgden de ziekenzorg
en legden groentetuinen aan; de pastoor vertaalde de psalmen in het Lingala
en maakte zeep voor het hele dorp en ga zo maar door.
De bijbeldiscussies die er gevoerd werden hadden zo
door de VPRO uitgezonden kunnen worden
zo diepzinnig en actueel als ze waren.
Een levendige kerk was en is daar nog steeds actief.

Over gelovig actief gesproken: ik denk ook aan moeder Theresa in India
die wij ook mochten bezoeken.
De meest nuchtere en realistische vrouw die ik ooit ontmoet heb
als ik mijn eigen moeder even buiten beschouwing laat.

Ik zo nog even tegen Freud willen zeggen –misschien hoort hij het wel-
dat het juist de godsgelovigen zijn die de harde realiteit onder ogen willen zien.
Niks lijdzaam toezien maar samen met de anderen van goede wil
– de handen uit de mouwen steken.
Hoe dat moet leert ons de huidige Paus.
Met zijn 77 jaren, 75 jaar is eigenlijk nog niets,
ging hij op het Europese parlement af en zei hen duidelijk de waarheid:
Denk nu eens niet aan bonussen of subtiele regelgeving
maar aan werkelijke dienstbaarheid aan vrede en rechtvaardigheid
en vooral: vergeet de vreemdeling niet die roept aan de poort.

Enkele dagen daarna ging onze 77+ Paus even naar Istanboel
om met de regering in Ankara te praten –wat ons niet zo goed lukt-
en dan nog even langs te gaan in Istanboel en daar
in de Blauwe Moskee met leiders van de Islam te praten
en de volgende dag nog even langs te gaan bij de
patriarch van de Orthodoxe christenen om daar te kijken
of we het schisma van 1054 niet eens kunnen gaan opheffen.
Neen, saai is het niet in de kerk.
Hier putten wij uit de Schrift, de allerrijkste traditie die er is
Hier kunt u horen dat onze wereld nog steeds worstelt
met de gevolgen van koloniale uitbuiting.
En hier kunt u horen hoe de Europese en Noord Amerikaanse arrogantie
bij de inrichting van de wereld wordt aangeklaagd.

In de boekrol van Jesaja, waar we in deze Adventstijd uit lezen
en in de psalmen die de priesters, diakens en religieuzen
verplicht bidden -dat brevieren is geen corvee
maar een goede opdracht- horen wij steeds hetzelfde refrein:
de mens die zichzelf het allerbelangrijkste vindt
en alleen aan zijn eigen rijkdom denkt
en zijn machtspositie wil blijven beschermen
zal op zijn bek vallen – neen het staat er niet diplomatiek-
de arme zal recht gedaan worden, en God zal de Herder zijn van een nieuwe wereld: zijn Koninkrijk waarin de liefde zal heersen
die het zal winnen van de haat.

Deze wat vrije vertaling van de boodschap van het boek van de Psalmen
wordt ook iedere keer in de kerk herhaald als er een kindje gedoopt wordt.
Want niet allen priesters, diakens, religieuzen en bisschoppen zijn belangrijk
maar ook de jonge mensen met hun idealisme en goede wil
die echt gaan bouwen aan het Koninkrijk van God
en die daar misschien wel veel belangrijker bijdragen aan leveren
dan welke vrome priester, Paus of bisschop ook.

Goed dus dat er een kerken zijn:
geloofshuizen waarin mensen samen komen
om de liturgie te vieren en daar aan mee te werken:
jullie misdienaars en helpers,
zangers van vandaag ook superbelangrijk,
en u allen die niet in bed bent blijven liggen maar hier samen komt.
Hier zijn ook vrijwilligers te vinden die zorgen voor de diaconie,
voor de mensen in nood in onze eigen omgeving
en de mensen in Vietnam die we deze Advent gaan helpen.

Wij zijn hier samen, voorgangers en voorzangers
maar ook u allen die uw taak verricht.
Mensen die hun zieken verzorgen
of die zelf met hun ziektes worstelen:
ik ken er een paar en ik ben fan van hen.
En dan zijn er ook nog andere moedige mensen aanwezig
die dierbaren moeten missen maar dapper verder gaan.
Ik denk aan de familie van Chrisje die 7 jaren jong zo dapper volhield
en vorig jaar 17 december stierf.
Ik denk aan de familieleden van de omgekomen familie van Veldhuizen:
van Antoine en Simone, van Pijke 3 jr. en Quint, 6 jr. en oma Christine.
Op 17 juli neergestort in de Oekraïne;
we rouwden hier met zo’n 1200 mensen op 27 augustus.
De meisjes van de capella hielpen ons door te zingen
en talloze vrijwilligers zetten zich in om alles goed te laten verlopen.
Ook zij gaan door net als de familie.

In de kerk –ja ik ga nog even door-
zijn ook nieuw theologische ideeën gerijpt
doordat wij als christenen, katholieken en protestanten
weer in de leer zijn gegaan bij de joodse rabbijnen.
Zo zijn wij de kracht van de boodschap van het Oude Testament
die ook doorklinkt in het Nieuwe weer op het spoor gekomen.
En met andere mensen van goede wil
ook met onze broeders en zusters van de Islam
met wie we in Haarlem goed contact hebben
bouwen we aan een nieuwe wereld.
Zo verrichten wij een godgevallig werk
want God houdt van alle mensen en niet alleen van ons.

Petrus houdt ons voor dat er nog heel wat gebeuren moet,
vandaar zijn gepraat over het dreunend vergaan van hemel en aarde
dat is geen horror-praatje maar een oproep tot waakzaamheid en actie.

Johannes de Doper roept ons op tot bekering
er is nog zo veel te doen.
Maar al deze dingen staan onder de koepel
-en daar ben ik dan bij mijn hobbieonderwerp-
de koepel van de Blijde boodschap
dat God ons niet in de steek laat.

Hij heeft ons echt nodig,
Hij neemt het werk niet uit onze handen
maar Hij is wel de grote Fan met een hoofdletter
die achter ons staat en voor ons.

In deze tijd van overdreven individualisme is het goed
propaganda te voeren voor die Herder.
Een goede Herder dat is Hij.
Want Hij is enerzijds de goede Herder die ons opjut.
die ons zo nu en dan ook eens in onze zij prikt:
he jij, schiet eens op, doe eens wat
en van de andere kant is hij de herder
die het gewonde dier –soms zijn we dat ook zelf een beetje-
ook verzorgt en begeleidt
en uiteindelijk binnenbrengt in zijn grote huis
waar ruimte is voor allen, wie wij ook zijn.

Voordat het zover is, is er nog veel te doen.
Laten we opgewekt aan de slag gaan.
Lieve Anna Enquist, -jij was het met je godsdienstkritiek deze week
die mij zulk prachtig materiaal bood voor mijn preek-
je kunt mooie boeken schrijven maar had ons toch niet helemaal door
toen je mij de vorige week jouw kritiek op de geloofsgemeenschappen
als achterlijke clubjes beschreef.
We schieten als kerken wel tekort, daar heb je gelijk in
we hebben veel dingen fout gedaan en doen dat misschien nog
maar we zijn blij dat wij samen mogen komen
en onder deze koepel te voelen dat er Iemand is
met zijn beschermende ruim uitgestrekte armen
die zijn liefde aan ons spenderen wil.

Jesaja mocht meemaken dat hij in de tempel
zijn visioen had van de engelen die daar zweefden
-ik heb ze hier bijna gezien-
en die verkondigden wat boven onze hoofden geschreven staat
Sanctus, sanctus sanctus, ‘Heilig, heilig, heilig de Enige,
die de machthebbers van hun tronen stoot
en die de kleinen zal verheffen.

Zijn zoon gaf ons Zijn opdrachten door ‘bemin uw naaste als u zelf’.
En bij zijn afscheid zei hij: ‘jullie zullen dezelfde dingen gaan doen als ik
ja grotere dan die zullen jullie doen
’ zoveel ver trouwen had hij in ons.

Dank aan de Enige die ons nodig heeft en oproept tot dienstbaarheid
die benieuwd is wat de mensen,
het werk van zijn handen allemaal zullen doen
en zoveel van ons houdt
dat Hij ons trouw wil zijn tot over de dood heen.
Blijven wij Hem dienen
onze Herder vandaag en alle dagen.

Gaan we hem nu toezingen
het staat niet in uw programmablaadje
maar u vindt de tekst van het lied als nummer 341
in het Bavoliedboek.
Het koor gaat beginnen maar wij zingen
-hopelijk lekker hard mee met het refrein:
Mijn Herder is de Heer,
Nooit zal het mij aan iets ontbreken.

Zo moge het zijn: en dat vertaal ik
even in het Hebreeuws: AMEN!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Bundels licht in de nieuwe Bavo

Licht Nieuwe Baaf overweldigt’ kopte Haarlems Dagblad afgelopen zaterdag, 15 november 2014, en: ‘Architect leidde zonlicht door het gebouw’. Die architect, Joseph Cuypers, was een meester in het regisseren van licht in zijn kathedraal: dat deed hij in allerlei variëteiten en sterktes, zoals ik in mijn webartikel over de atmosferische lichtval in de nieuwe Bavo heb geanalyseerd. Cuypers heeft ruim een eeuw na de bouw van zijn kathedraal het geluk gehad dat dit concept haast intuïtief begrepen werd door fotograaf Niels Polak. Naar aanleiding van de fototentoonstelling van Polak hierover – in Kunsthandel Courbois te Haarlem – schreef journalist Jaap Timmers zijn paginagrote verhaal. Als achtergrond gebruikte hij het genoemde webartikel, waarin ik de choreografie van het licht door de architect heb kunnen illustreren aan de hand van de foto’s van Polak die dit spel op verbluffende wijze zichtbaar heeft gemaakt.

Het gehele artikel kunt u lezen op de website van Bernadette van Hellenberg Hubar.