• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

All posts by Maarten Kools

7 december: Een wakkere club

[print]

2e adventszondags

Schriftlezingen:

  • Jesaja 40,1-11; troost mijn volk

  • Marcus 1,1-8; begin van de blijde boodschap

Op de dag des Heren zullen hemel en aarde dreunend vergaan
is een van de gezellige woorden van Petrus die we vandaag meekrijgen.
Een ander geluid komt van de profeet Jesaja:
Troost, troost mijn volk, de dag des Heren komt.

Een kiene schrijfster en psychoanalytica – ik zal later haar naam onthullen-
citeerde deze week opgewekt de Weense psycholoog Freud die 100 jaar geleden,
102 jaar om precies te zijn, zijn boek schreef ‘de toekomst van een illusie’
waarin hij ons als gelovigen allemaal lekker voor gek zette:
gelovigen zijn mensen die een beetje achterlijk zijn,
ze hebben behoefte aan een almachtige super-pa die ze God noemen
en ze lebberen allemaal aan de fopspeen van de troost dat
dat God alles dik in orde zal maken
en dat zij op hun eilandje van rust en vrede
zich van alle ellende in de wereld niets aan hoeven te trekken.

De meeste atheïsten of agnosten,
-het zijn soms hele gezellige mensen hoor,-
zijn inmiddels een beetje meer bij de tijd gekomen
en hebben ontdekt dat gelovigen zich juist heel veel aantrekken
van de ellende in de wereld en er ook veel aan willen doen
en er in feite al heel veel aan gedaan hebben en nog doen.

Ik heb dat mogen zien bij bezoeken aan Congo en India.
In Congo waren de kerken de enige plekken
waar mensen echt eerlijk behandeld werden.
De postbode kwam soms op de pastorieën in het binnenland langs
niet om brieven te bezorgen maar om te vragen of de pater die vast
wel eens bezoek van buiten kreeg wilde zorgen voor de verzending
omdat mensen dan de zekerheid hadden dat hun brieven echt aankwamen.
Mijn vriend Willem en ik die daar waren kregen toen ook een pak brieven mee.

De religieuzen, ook veel uit de eigen bevolking, verzorgden de ziekenzorg
en legden groentetuinen aan; de pastoor vertaalde de psalmen in het Lingala
en maakte zeep voor het hele dorp en ga zo maar door.
De bijbeldiscussies die er gevoerd werden hadden zo
door de VPRO uitgezonden kunnen worden
zo diepzinnig en actueel als ze waren.
Een levendige kerk was en is daar nog steeds actief.

Over gelovig actief gesproken: ik denk ook aan moeder Theresa in India
die wij ook mochten bezoeken.
De meest nuchtere en realistische vrouw die ik ooit ontmoet heb
als ik mijn eigen moeder even buiten beschouwing laat.

Ik zo nog even tegen Freud willen zeggen –misschien hoort hij het wel-
dat het juist de godsgelovigen zijn die de harde realiteit onder ogen willen zien.
Niks lijdzaam toezien maar samen met de anderen van goede wil
– de handen uit de mouwen steken.
Hoe dat moet leert ons de huidige Paus.
Met zijn 77 jaren, 75 jaar is eigenlijk nog niets,
ging hij op het Europese parlement af en zei hen duidelijk de waarheid:
Denk nu eens niet aan bonussen of subtiele regelgeving
maar aan werkelijke dienstbaarheid aan vrede en rechtvaardigheid
en vooral: vergeet de vreemdeling niet die roept aan de poort.

Enkele dagen daarna ging onze 77+ Paus even naar Istanboel
om met de regering in Ankara te praten –wat ons niet zo goed lukt-
en dan nog even langs te gaan in Istanboel en daar
in de Blauwe Moskee met leiders van de Islam te praten
en de volgende dag nog even langs te gaan bij de
patriarch van de Orthodoxe christenen om daar te kijken
of we het schisma van 1054 niet eens kunnen gaan opheffen.
Neen, saai is het niet in de kerk.
Hier putten wij uit de Schrift, de allerrijkste traditie die er is
Hier kunt u horen dat onze wereld nog steeds worstelt
met de gevolgen van koloniale uitbuiting.
En hier kunt u horen hoe de Europese en Noord Amerikaanse arrogantie
bij de inrichting van de wereld wordt aangeklaagd.

In de boekrol van Jesaja, waar we in deze Adventstijd uit lezen
en in de psalmen die de priesters, diakens en religieuzen
verplicht bidden -dat brevieren is geen corvee
maar een goede opdracht- horen wij steeds hetzelfde refrein:
de mens die zichzelf het allerbelangrijkste vindt
en alleen aan zijn eigen rijkdom denkt
en zijn machtspositie wil blijven beschermen
zal op zijn bek vallen – neen het staat er niet diplomatiek-
de arme zal recht gedaan worden, en God zal de Herder zijn van een nieuwe wereld: zijn Koninkrijk waarin de liefde zal heersen
die het zal winnen van de haat.

Deze wat vrije vertaling van de boodschap van het boek van de Psalmen
wordt ook iedere keer in de kerk herhaald als er een kindje gedoopt wordt.
Want niet allen priesters, diakens, religieuzen en bisschoppen zijn belangrijk
maar ook de jonge mensen met hun idealisme en goede wil
die echt gaan bouwen aan het Koninkrijk van God
en die daar misschien wel veel belangrijker bijdragen aan leveren
dan welke vrome priester, Paus of bisschop ook.

Goed dus dat er een kerken zijn:
geloofshuizen waarin mensen samen komen
om de liturgie te vieren en daar aan mee te werken:
jullie misdienaars en helpers,
zangers van vandaag ook superbelangrijk,
en u allen die niet in bed bent blijven liggen maar hier samen komt.
Hier zijn ook vrijwilligers te vinden die zorgen voor de diaconie,
voor de mensen in nood in onze eigen omgeving
en de mensen in Vietnam die we deze Advent gaan helpen.

Wij zijn hier samen, voorgangers en voorzangers
maar ook u allen die uw taak verricht.
Mensen die hun zieken verzorgen
of die zelf met hun ziektes worstelen:
ik ken er een paar en ik ben fan van hen.
En dan zijn er ook nog andere moedige mensen aanwezig
die dierbaren moeten missen maar dapper verder gaan.
Ik denk aan de familie van Chrisje die 7 jaren jong zo dapper volhield
en vorig jaar 17 december stierf.
Ik denk aan de familieleden van de omgekomen familie van Veldhuizen:
van Antoine en Simone, van Pijke 3 jr. en Quint, 6 jr. en oma Christine.
Op 17 juli neergestort in de Oekraïne;
we rouwden hier met zo’n 1200 mensen op 27 augustus.
De meisjes van de capella hielpen ons door te zingen
en talloze vrijwilligers zetten zich in om alles goed te laten verlopen.
Ook zij gaan door net als de familie.

In de kerk –ja ik ga nog even door-
zijn ook nieuw theologische ideeën gerijpt
doordat wij als christenen, katholieken en protestanten
weer in de leer zijn gegaan bij de joodse rabbijnen.
Zo zijn wij de kracht van de boodschap van het Oude Testament
die ook doorklinkt in het Nieuwe weer op het spoor gekomen.
En met andere mensen van goede wil
ook met onze broeders en zusters van de Islam
met wie we in Haarlem goed contact hebben
bouwen we aan een nieuwe wereld.
Zo verrichten wij een godgevallig werk
want God houdt van alle mensen en niet alleen van ons.

Petrus houdt ons voor dat er nog heel wat gebeuren moet,
vandaar zijn gepraat over het dreunend vergaan van hemel en aarde
dat is geen horror-praatje maar een oproep tot waakzaamheid en actie.

Johannes de Doper roept ons op tot bekering
er is nog zo veel te doen.
Maar al deze dingen staan onder de koepel
-en daar ben ik dan bij mijn hobbieonderwerp-
de koepel van de Blijde boodschap
dat God ons niet in de steek laat.

Hij heeft ons echt nodig,
Hij neemt het werk niet uit onze handen
maar Hij is wel de grote Fan met een hoofdletter
die achter ons staat en voor ons.

In deze tijd van overdreven individualisme is het goed
propaganda te voeren voor die Herder.
Een goede Herder dat is Hij.
Want Hij is enerzijds de goede Herder die ons opjut.
die ons zo nu en dan ook eens in onze zij prikt:
he jij, schiet eens op, doe eens wat
en van de andere kant is hij de herder
die het gewonde dier –soms zijn we dat ook zelf een beetje-
ook verzorgt en begeleidt
en uiteindelijk binnenbrengt in zijn grote huis
waar ruimte is voor allen, wie wij ook zijn.

Voordat het zover is, is er nog veel te doen.
Laten we opgewekt aan de slag gaan.
Lieve Anna Enquist, -jij was het met je godsdienstkritiek deze week
die mij zulk prachtig materiaal bood voor mijn preek-
je kunt mooie boeken schrijven maar had ons toch niet helemaal door
toen je mij de vorige week jouw kritiek op de geloofsgemeenschappen
als achterlijke clubjes beschreef.
We schieten als kerken wel tekort, daar heb je gelijk in
we hebben veel dingen fout gedaan en doen dat misschien nog
maar we zijn blij dat wij samen mogen komen
en onder deze koepel te voelen dat er Iemand is
met zijn beschermende ruim uitgestrekte armen
die zijn liefde aan ons spenderen wil.

Jesaja mocht meemaken dat hij in de tempel
zijn visioen had van de engelen die daar zweefden
-ik heb ze hier bijna gezien-
en die verkondigden wat boven onze hoofden geschreven staat
Sanctus, sanctus sanctus, ‘Heilig, heilig, heilig de Enige,
die de machthebbers van hun tronen stoot
en die de kleinen zal verheffen.

Zijn zoon gaf ons Zijn opdrachten door ‘bemin uw naaste als u zelf’.
En bij zijn afscheid zei hij: ‘jullie zullen dezelfde dingen gaan doen als ik
ja grotere dan die zullen jullie doen
’ zoveel ver trouwen had hij in ons.

Dank aan de Enige die ons nodig heeft en oproept tot dienstbaarheid
die benieuwd is wat de mensen,
het werk van zijn handen allemaal zullen doen
en zoveel van ons houdt
dat Hij ons trouw wil zijn tot over de dood heen.
Blijven wij Hem dienen
onze Herder vandaag en alle dagen.

Gaan we hem nu toezingen
het staat niet in uw programmablaadje
maar u vindt de tekst van het lied als nummer 341
in het Bavoliedboek.
Het koor gaat beginnen maar wij zingen
-hopelijk lekker hard mee met het refrein:
Mijn Herder is de Heer,
Nooit zal het mij aan iets ontbreken.

Zo moge het zijn: en dat vertaal ik
even in het Hebreeuws: AMEN!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Bundels licht in de nieuwe Bavo

Licht Nieuwe Baaf overweldigt’ kopte Haarlems Dagblad afgelopen zaterdag, 15 november 2014, en: ‘Architect leidde zonlicht door het gebouw’. Die architect, Joseph Cuypers, was een meester in het regisseren van licht in zijn kathedraal: dat deed hij in allerlei variëteiten en sterktes, zoals ik in mijn webartikel over de atmosferische lichtval in de nieuwe Bavo heb geanalyseerd. Cuypers heeft ruim een eeuw na de bouw van zijn kathedraal het geluk gehad dat dit concept haast intuïtief begrepen werd door fotograaf Niels Polak. Naar aanleiding van de fototentoonstelling van Polak hierover – in Kunsthandel Courbois te Haarlem – schreef journalist Jaap Timmers zijn paginagrote verhaal. Als achtergrond gebruikte hij het genoemde webartikel, waarin ik de choreografie van het licht door de architect heb kunnen illustreren aan de hand van de foto’s van Polak die dit spel op verbluffende wijze zichtbaar heeft gemaakt.

Het gehele artikel kunt u lezen op de website van Bernadette van Hellenberg Hubar.

25 oktober: Requiemmis van Bernard Bartelink

[print]

De lof van de heer bezingen

Boven de aankondiging van het plotselinge overlijden
van Bernard Bartelink staat een citaat uit het boek der Psalmen:
de lof van de Heer wil ik altijd bezingen.
Op het eerst gezicht een hele toepasselijke tekst
Bernard heeft inderdaad met zijn muziek niets anders gedaan.
Hij heeft muziek gemaakt bijna 85 jaren lang,
de eerste jaren nog wat ongeordend denk ik
maar daarna iedere dag beter…heel toepasselijk dus.
Dat is zo maar er is meer.

De tekst die geciteerd wordt is uit het boek der Psalmen,
niet zomaar een liedjesboek
maar een boek waarin alle menselijke emoties benoemd worden.
Een boek waarin gescholden wordt en gezegend
een boek waarin geklaagd wordt en gejuicht.
Een boek met vreselijke klachten
maar nooit in het wilde weg.
Een boek dat weet dat er Iemand is met een hoofdletter
die naar ons luistert.

Een boek met vreselijke klachten:
God mijn God waarom hebt u mij verlaten
-een tekst die Jesus citeert hangend aan het kruis.
Maar ook een boek met gewonere klachten waarmee we bij Hem terecht kunnen
wat is ons bestaan nu waard, er is veel om over te zuchten en te klagen’.
En een wat serieuzer klacht: ‘wat is de mens zelf nu waard
hij wordt hooguit 70 jaar en als het meezit 80.

Dat kunnen we tegenwaardig wel rekken hoor maar toch…
het is wel waar: we zijn kwetsbaar.
We doen wel flink we gedragen ons alsof we het eeuwig leven op aarde hebben
maar dat hebben we niet.
Ben ik nu ook aan het zeuren? Het is niet de bedoeling.

Mijn bedoeling is het om allereerst weer te geven
wat alle mensen eigenlijk iedere dag meer moeten beseffen
dat we als mensen kwetsbaar zijn en zwak.
En daarmee wil ik u en mij niet de put inpraten
maar erop wijzen dat het zaak is te zoeken
naar de dingen die echte belangrijk zijn
en alle dagen die wij hebben te besteden
aan het opbouwen van het enige echt belangrijke project
dat er op aarde in ontwikkeling is: de opbouw van het Koninkrijk van God
de opbouw van het Koninkrijk van de Liefde.

En het tweede is dan dat we mogen horen
dat er iemand is, die Iemand met een hoofdletter
die naar ons mensen kijkt, van ons houdt
en ons tot nieuw leven zal opwekken.

Iemand zei gisteren nog tegen mij:
Bernard had wel 100 kunnen worden
en daar zag het ook naar uit.
Altijd maar bezig, altijd maar studeren
weer aan het nadenken over een tournee
in oost Europa of in Frankrijk, dat deed er niet toe.
Hij kwam overal.
En dat terwijl hij toch geen topchauffeur was:
hij was handiger achter de Setzer dan achter het stuur.
Zijn kinderen weten daar alles maar dan ook alles van.

Maar Bernard was niet zo maar een actieve en getalenteerde muzikant.
Er was in hem een hele bijzondere kracht werkzaam:
die van de onvoorwaardelijke inzet met al zijn talenten
voor zijn Heer. En wat gaf die Heer hem een geweldig talent mee
om als docent zeer velen te vormen,
om samen met Rina een geweldige uitstraling te hebben.
Om van de Bavo een tempel van cultuur te maken
en van hun huis aan de Leeghwaterstraat
een gastvrij oord waar velen werden ontvangen.

Bij de uitvaart van Rina, in november 2012 dachten wij daar over na.
We lazen toen hetzelfde evangelieverhaal als vandaag
over het huis van Martha, Maria en Lazarus
het huis waar Jesus zo graag op bezoek kwam.

In Amsterdam was het huis van Bernard en Rina
vooral een huis voor hun kinderen.
Het huis aan de Leeghwaterstraat waar Rina de gastvrouwe was
voor alle organisten en vrienden die Bernard daar naar binnen haalde
was een gastvrij Haarlems huis.

Het bezoek aan het huis van Martha zoals we dat vandaag hoorden
heeft een serieuze context: er is verdriet!
En dan doet het een beetje denken aan het huis aan de Waddenstraat
waar Rina haar ziekte toesloeg en Bernard alleen moest achterblijven.

De namen die we in het evangelie hoorden
vertellen ons al iets over wat er aan de hand is en wat dit verhaal ons wil leren.
Het verhaal speelt in Bethanië… dat betekent, plaats van verdriet
(dat doet denken aan de dood die alles leeg en donker maakt)
maar het ligt tegen de olijfberg aan,
de berg waarop de Schrift de opstanding der doden
op het einde der tijden programmeert.
Daar komen we straks op terug.

Verdriet is er: Lazarus is gestorven.
Maar ook nu gloort er hoop.
De naam LAZARUS is de Griekse weergave
van de Hebreeuwse naam Eleazar: ‘God is mijn helper’.
In deze naam heeft Israël zich herkend:
dankzij de hulp van de kant van de Eeuwige, leeft het volk.

Matha is er zeker van dat Jesus Lazarus niet zou hebben laten sterven
zijn vriendschap voor Lazarus betekende immers: trouw tot over de dood.
Ze getuigt: ‘als Gij hier waart geweest
zou mijn broeder niet gestorven zijn
‘.
Martha is dus geen sloofje
ze is een gelovige bij uitstek in de God
van Abraham Isaak en Jakob.
Maar zij is ook een gelovige in het nieuwe begin
dat er met Jesus’ komst op deze aarde gemaakt is.

Ze is nu opeens een profetes die perfect weet te getuigen:
ik weet dat mijn broeder zal verrijzen op de jongste dag
en als Jesus zegt dat Hijzelf het leven is en de verrijzenis
en vraagt of zij dat gelooft zegt ze (net als we elders Petrus horen zeggen):
JA HEER IK WEET DAT GIJ DE MESSIAS ZIJT,
DE ZOON VAN DE LEVENDE GOD.

Martha gelooft dat de kringloop van het lijden doorbroken kan worden
en is zo een goede getuige van het nieuwe leven dat ons allen ten deel kan vallen.

De twee zusjes (Marta en Maria) en de omstanders
(die ook van Je­sus’ liefde voor Lazarus weten)
krijgen te zien wat de consequentie
van het met Jesus meetrekken is:
Jesus toont Zijn trouw en Zijn vriend­schap
door Lazarus weer tot leven te wek­ken.
Er is hoop voor Lazarus, voor Martha en Maria
voor de leerlingen toen en voor ons.

Bij de voorbereiding van deze dienst hebben we naast
de lezing over Bethanië ook gekozen voor de klassieke lezing
uit Paulus’ brief aan de christenen van Thessalonica
-Bernard wilde toen we Rina hadden uitgedragen
daar nog een keer naar toe: het is er niet van gekomen.

Thessalonika is een havenplaats in noord Griekenland
waar een zeer gemengde bevolking woonde.
Daar, juist daar, klinkt Paulus’ krachtige verkondiging
van de opstanding der doden.

Er waren allerlei mooie en vage theorieën in omloop
-zoals dat ook in onze dagen nog steeds gebruikelijk is-
over een soort vaag eeuwig leven,
een opgaan in het al, een verdwijnen in de sterrenhemel of zoiets.

Het is niet mijn bedoeling die theorieën te bespotten
maar wel om ons geloof duidelijk te profileren.
Wij geloven meer! Wij geloven in de verrijzenis van het lichaam.
Met het woord lichaam is dan de mens bedoeld
in zijn unieke individuele structuur.

Dat geloof is gebaseerd op de opstanding van Jesus.
Ik citeer Paulus:
Wij geloven immers dat Jesus is gestorven en weer opgestaan’.
Dat is mooi maar nu komt het:
Evenzo zal God hen die in Jesus ontslapen zijn
levend met hem meevoeren.

Wetend dat zijn vrouw Rina Bernard voorgegaan is naar dat nieuwe leven
heeft Bernard verder geleefd.
Wel heel verdrietig en onzeker soms maar toch ook dapper.

En toen gebeurde de ramp de vorige week.
Zijn val in de supermarkt.
Hij bleek ziek, heel ziek, niemand wist dat
kinderen vermoedden misschien wel iets.

En voor we het wisten was het aardse leven van Bernard ten einde.
Gelukkig kon hij nog de ziekenzalving ontvangen
en weer lazen we een psalm:
mijn Herder is de Heer, nooit zal het mij aan iets ontbreken.

Hij was onrustig en al die medische apparaten bevielen hem niets
hij hield meer van zijn orgelregisters.
In de kerk hadden wij toen net het ‘Salve Regina’ gezongen
waarin we bidden om verlossing uit dit aardse tranendal.
Bij de stervende Bernard hebben Ton van Eck en ik
dat toen ook zachtjes gezongen
en er kwam rust. Hij ging naar zijn einde toe.

Zijn oude trouwe registrant Florentijn kwam nog,
broer Gerard uit Nijmegen en toen was het einde daar;
de zon ging onder.

Rina is bijna twee jaar geleden plotseling overleden.
Bernard nu ook.
Bij de opstanding der doden mogen zij eerst -zegt Paulus,-
wij moeten allemaal keurig op onze beurt wachten.

De kinderen en wij moeten ze nu allebei missen
allebei plotseling maar niet onvoorbereid.
Wij bidden dat wij ook zo voorbereid mogen zijn.
Houden wij in de tussentijd elkaar goed vast
zoals dat in het Vredeslied dat in deze dienst klinken zal word gepropageerd.

Intussen kunnen we met onze klachten bij God terecht.
Hij luistert naar ons huilen.
De psalmen –daar zijn ze weer-
vertellen dat God onze tranen bewaard
als waren het kostbare parels.
En wat nog belangrijker is
we lezen daar dat God van ons kwetsbare mensen houdt
en ons, het werk van zijn handen nooit loslaat.

Troostend is het te weten dat Bernard en Rina
hun taak volbracht hebben.

Daar gaan we weer over zingen, Bernards compositie:
Beati mortui qui in domino moriuntur:
zalig de doden die sterven als vrienden van de Heer
Dicit enim Spiritus ut requiescant a laboribus suis
de Geest des Heren vertelt ons dat zij mogen uitrusten van hun inspanningen
et opera illorum, sequuntur illos
de goede dingen die zij hebben gedaan
zullen hen volgen en ons tot zegen zijn.

Dat is goed troost.
Maar er is nog meer reden tot blijdschap:
wij allemaal mogen deel uitmaken van Gods liefdesplan.
Hij heeft ons nog even nodig om te bouwen aan zijn Koninkrijk
zoals Bernard en Rina dat hebben gedaan.
En als wij ons zo inzetten voor de dingen die echt belangrijk zijn
mogen ook wij weten dat wij geborgen zijn in Gods hand.

Dezelfde God Die Jesus uit de dood redde
die Rina en Bernard in zijn heerlijkheid heeft opgenomen
zal ook ons allen geleiden naar een nieuwe toekomst
naar het echte nieuwe leven!
Daarvan mogen wij tot in eeuwigheid blijven zingen

AMEN

7 september: Samen komen we verder

[print]

23e zondag door het jaar.

Schriftlezingen:

  • Ezechiël 33:7-9

  • Romeinen 13:8-10

  • Matteüs 18:15-20; begin van de kerkrede

De evangelielezing van deze 23e zondag door het jaar
maakt deel uit van de zogenaamde kerkrede
in het evangelie van Mattheus (Mt. 18).

In het Matteüsevangelie komen vijf van grote redevoeringen voor:
de bergrede (Mt. 5-7) over de grote idealen, de zendingsrede (Mt. 10) waarin de apostelen worden opgejaagd, de parabelrede (Mt. 13) voor alle luisteraars,
de kerkrede (Mt. 18, vandaag aan de orde) en de rede over de laatste dingen (Mt. 23-25). Het gaat hier waarschijnlijk om een bewust gekozen parallel
met de vijf boeken van Mozes. Vandaag dus het begin van de 4e toespraak: de kerkrede.

We worden opgeroepen samen kerk te zijn.
Eendrachtig en ook eerlijk.

Het is op de eerste plaats goed om samen parochie te zijn.
Wat goed is het en heerlijk als broeders en zusters samen zijn…
lezen we in het boek van de psalmen, ‘het is als dauw van de bergen
of als kostelijke honing die druipt in de baard van Aäron.

Op het eerste gehoor een beetje kleverig:
maar toch een beeld van uiterste genoegelijkheid: van rust, van vrede.
ZIET HOE GOED HET IS ALS MENSEN SAMENZIJN
We zijn als mensen geroepen om elkaar op te zoeken:
alleen is maar alleen.
Daarom dat bisschop Zwartkruis
het altijd zo graag had over SAMEN KERK.
Je kunt het niet alleen volhouden.

Ik zie dat jonge mensen graag een beroep doen op de kerk
ze willen er trouwen en zijn dan blij.
Ze zijn geroerd als ze een uitvaart van hun vader, moeder, oma of opa meemaken
ze staan ernstig voor je als ze hun kind laten dopen.

Ik zie dat ouders het aandurven, hun kinderen naar de koorschool te leiden
(ik zeg niet sturen) en het is op de koorschool een vrolijk geheel.
Deze week gaat alles weer van start.
Er zijn leuke kinderen, geinteresseerde ouders.
We zijn daar blij mee.
Vorige week vierden we daarom met zeer velen
de startzondag na de vakantie van onze parochieactiviteiten.
Een geweldig gebeuren.

Iets heel anders, maar zeker zo belangrijk
was de grote rouwplechtigheid op 27 augustus
toen zo’n 1500 mensen hier samenkwamen om het verdriet te verwerken
rond de plotselinge dood van een heel gezin
omgekomen bij de vliegramp in de Oekraïene

Goed dat er toch nog zoiets is als een kerk om mensen op te vangen
fijn dat die mensen hier kunnen komen
om de liturgie mee te maken of om een beroep op ons te doen.
Het is voor de kerk een eretaak hen te helpen
want mensen zijn er om samen op te trekken,
om verantwoordelijk te zijn voor elkaar.

Niet in de zin dat wij elkaar controleren en betuttelen
maar wel zo dat wij elkaar sterken en bewaren
elkaar vertellend dat er EEN is die van ons mensen houdt
die ons graag ziet en ons als Zijn helpers nodig heeft.

Vandaag zegt Jesus een uitspraak die wij vaak citeren,
bij huwelijken en bij dopen:
waar er twee of drie in mijn naam bijeen zijn daar ben ik in hun midden.

WAAR TWEE OF DRIE IN MIJN NAAM BIJEEN ZIJN
DAAR BEN IK IN HUN MIDDEN….

dat ervaren gehuwden
die dat met elkaar gaan vormgeven en ervaren:
ze gaan aan het delen:
hun smart— en dan wordt die half
hun vreugde — en dan wordt die dubbel.
Dat geldt ook voor ons als wij samen zingen en bidden.
Je bent samen sterker dan alleen
en je moet het ook bijhouden, je kerklidmaatschap,
want wij zijn wat betreft het volharden in onze idealen,
verant¬woordelijk voor elkaar.

We zijn ook als het niet lukt
verantwoordelijk voor elkaar.
Vandaag gaat het in het evangelie uitdrukkelijk over onze fouten
en hoe daarmee om te gaan.
Het komt neer op samen de bokken die wij schieten te bespreken;
en niet alles alleen maar aan God over te laten.

Gemakkelijk zeggen wij: God vergeeft ons wel
maar het is wel zaak om voor we dat zeggen
eerst zelf aan de gang te gaan
om te proberen onze relaties beter te maken,
anders gezegd: ons bekeren.

Rabbi Boenam:
´De grote schuld van de mens is niet de zonden die hij begaat,
-de verzoeking is sterk en zijn kracht maar klein ! –
de grote schuld van de mens is,
dat hij ieder moment kan omkeren en het niet doet.

Dat kan ik zelf niet alleen, daar heb ik andere mensen voor nodig
en als het al zin heeft om over God te spreken,
dan kan dat nooit achter de rug van mensen om.

Daarover hoorden we uitdrukkelijk spreken
in het evangelie…
er wordt verteld hoe je iemand moet wijzen
op zijn fouten, zijn zonde.

En dat is nou net een terrein
waar wij niet zo goed raad mee weten.
Ik schaamde mij wel een beetje
toen in de oude Bavo na het oecumenische middaggebed
eens iemand tegen mij zei:
Wat goed dat jullie in de kerk de biecht hebben.
Je bent dan niet alleen met je fouten en kunt ze uitspreken.

Hadden wij de biecht maar meer zo gezien en beleefd:
een zegenrijk sacrament:
De biecht op zichzelf is zo gek nog niet:
de biecht kan je bevrijden van schuldcomplexen
en jou persoonlijk nieuwe kansen geven.

Mij gaat het er nu om, eens uitdrukkelijk vast te stellen
dat we elkaar nodig hebben.
Ook om onze fouten samen te overwegen
-zoals het evangelie van vandaag zegt-
maar vooral om samen te horen dat we toch verder kunnen
als we alles doen om ze op te lossen.
Daarom heet de biecht tegenwoordig: ‘sacrament van de verzoening’
dat staat voor: het geloof in God belijden die iets,
neen die alles in de mensen blijft zien.
Zo worden wij uitgenodigd in het voetspoor te gaan
van Jesus die de mensen oproept uit de kringloop
van wantrouwen en haat te ontsnappen.

Het lijkt gekkenwerk die oude idealen te koesteren
maar het is volgens mij de enige mogelijkheid om de wereld te redden.
Het blijven koesteren van grote idealen
waarvan de vervulling verder weg lijkt dan ooit is een grote uitdaging.
Kijk hoe hoog de nood van de mensheid gestegen is.
Kijk hoe moeilijk het is het wantrouwen tussen de mensen te slopen.
Maar zie tegelijkertijd ook hoeveel mensen zoeken naar zingeving.
Kerken zijn nodiger dan ooit.

Bidden we voor deze arme wereld
waar we zelf deel van uitmaken
maar blijft u in `s hemelsnaam regelmatig hier komen
we kunnen het woord dat ons wordt doorgegeven
en het sacrament dat ons wordt aangereikt, niet missen.

Het is niet erg als wij niet aan onze idealen toekomen
als we fouten maken en wij zelf aan de vervulling ervan niet toekomen
maar het is wel erg als wij inzakken in lusteloosheid…
van de kleine bijdragen van ieder van ons
aan de opbouw van Gods nieuwe wereld
hangt de toekomst van deze aarde af.
Paulus zegt dat in zijn brief aan de christen van Rome
op een onnavolgbare manier:
zorg dat gij niemand iets schuldig zijt.
Uw enige schuld aan de ander blijve de onderlinge liefde.

Zo zij het AMEN

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Waardige herdenkingsbijeenkomst Haarlemse slachtoffers MH17

United Photos / Paul Vreeker

United Photos / Paul Vreeker

Zaterdag 23 augustus is onder grote belangstelling een herdenkingsbijeenkomst gehouden voor de Haarlemse familie Van Veldhuizen-Marckelbach. Meer dan duizend mensen kwamen naar de herdenkingsbijeenkomst om afscheid te nemen, maar ook om de nabestaanden te steunen in hun verlies. Voorafgaand aan de bijeenkomst was er gelegenheid om bloemen en andere herdenkingsvoorwerpen te leggen bij de vijf portretten van de familie. Tijdens de bijeenkomst werden er foto’s en videobeelden getoond waarmee duidelijk werd dat Haarlem een bijzondere familie heeft verloren. Ook waren er vele sprekers die liefdevolle herinneringen ophaalden. Woorden zullen altijd te kort schieten in deze tragedie, maar zoals de pastoor zei, zwijgen verdienen ze niet.

“Waar liefde is, bestaat geen voorbij.” – Paul Marckelbach

Woorden van de pastoor

Hier volgen de woorden van de pastoor.

Openingswoord
Kerstavond 2013 waren ze nog in deze kerk bij de kinderdienst: Pijke, Quint, Antoine en Simone:
we vierden de doorbraak van het licht
in een donkere wereld.
Sindsdien is er veel gebeurd op deze aarde:
maar de mensen zijn nog niet veel wijzer geworden:
vrede op aarde lijkt nog steeds een ver visioen.
En dan op 17 juli de ramp met de MH 17
We zien ze allemaal lachen en naar ons zwaaien
Pijke, Quint, Antoine en Simone
op de foto die bij hun vertrek gemaakt werd.
Oma Christiene, haar man miste ze sinds september 2012, ging mee op de reis naar Indonesië.
Ze lachten naar ons:
ze hadden er zin in maar alles liep anders.

Woorden schieten tekort.
Is het misschien beter maar niets te zeggen
en gewoon stil te zijn?
Misschien wel, daarom geen goedkope troostwoorden
maar helemaal niets zeggen???
Dat verdienen ze niet want ze hebben allemaal
hun eigen bijdrage geleverd aan deze wereld:
ze hebben zich ingezet voor de samenleving,
Christiene, Antoine en Simone.
Ze hebben licht gebracht en vrolijkheid, Quint en Pijke.
Ze waren uniek en velen hielden van hen
en zij hielden van jullie hier: familie en vrienden.

Van oma Christiene namen velen afscheid bij de crematieplechtigheid afgelopen woensdag.
Zaterdag over een week zal er in Bodegraven een plechtigheid zijn: nu hier in deze kerk waar ze met kerstmis waren. We eren hen in dankbaarheid. Fijn dat u met zovelen gekomen bent. Daarom heet ik
– Hein Jan van Ogtrop, pastoor van deze kerk-
u allen welkom: lieve familieleden en vrienden.

A special welcome to the guests from abroad.
We are very grateful that you came here tot help the family with your presence and the warmth of your consolation!

Welkom stadsgenoten en meelevenden. Welkom mijn collega uit Bodegraven, de burgermeesters of hun vertegenwoordigers van Bodegraven-Reeuwijk, van Nieuwkoop, Nuenen, Oosterhout en Haarlem.

Op het erepodium van onze kathedraal
prijken die gezichten van de mensen die we zo missen.
Om te laten zien hoeveel we van ze houden
worden nu kaarsen aangestoken bij hun foto’s.

Rob, Frits en Norbert steken de kaars aan
bij die van hun broer Antoine.

Levi, neef van Quint zal bij zijn foto de kaars aansteken.

Ed de Sadeleer, broer van Christiene bij haar foto;

Thijmen en Lotte, neef en nicht van Pijke
zullen bij hem het licht ontsteken.

Paul Marckelbach, broer van Simone
bij de foto van zijn lieve zuster

Mag ik jullie, Rob, Frits, Norbert, Levi, Ed, Thijmen, Lotte en Paul nu uitnodigen naar voren te komen
en jullie het licht overhandigen
dat van de grote paaskaars komt:
symbool van de liefde en de kracht
die wij hier hopen te ontvangen
van de Eeuwige die de bron is van al het licht…

Zegening aan het eind van de bijeenkomst
Machteloos blijven we achter, ‘het leven gaat door’ zeggen ze en nog erger ‘de tijd heelt alle wonden.’ De tijd heelt helemaal geen wonden wel gaan mensen op den duur vergeten; dat is het ergst wat er is. We zullen verder leven zonder hen. Daarom aan het einde van de bijeenkomst een hulpeloos gebaar: een zegening van de foto’s die ons onze dierbaren in herinnering roepen. Daarbij zal wierook worden gebruikt. Bewieroking is een eerbewijs aan mensen die belangrijk zijn: en dat zijn ze toch? Ze zijn uniek en blijven eeuwigheidswaarde hebben.
We zijn in een kerk en we durven ze toch toevertrouwen aan de Eeuwige die ooit heeft gezegd dat Hij de kinderen der mensen, het werk van zijn handen, niet loslaat.
Neen, Simone, Antoine, Pijke, Quint en Christiene, jullie zijn niet weg, jullie namen staan geschreven in Gods hand: ja jullie kunnen vanuit je nieuwe woonplaatsen aan ons denken en ons sterken.
We danken jullie voor alles wat jullie ons hebben nagelaten en wij bidden dat wij samen verder bouwen aan een wereld waarin de vrede het zal winnen van de oorlog en de liefde het zal winnen van de haat.
Er was iemand die ons dat leerde, Jesus Messias, wiens geboorte jullie hier kwamen vieren vorig jaar, in hem zou een nieuw begin gekomen zijn voor mensen van liefde en ook zelfs van vergeving.
Wij danken jullie voor alles wat jullie voor ons hebben gedaan en we vertrouwen jullie toe aan de zorg van zijn liefde die over de dood heenreikt.
Onze gebeden en lieve gedachten zullen jullie omringen en opstijgen zoals de wierook die wij nu zullen branden. Mogen de engelen jullie nu naar het paradijs begeleiden en alle martelaren van vroeger en alle mensen die opkwamen voor recht en vrede een ontvangstcommissie voor jullie zijn: leef in het licht, leef in zijn liefde. AMEN.

Slotwoord
Dank dat u allemaal gekomen bent, als gebaar van meeleven en vriendschap kunt u hiervoor bloemen of andere lieve dingen neerleggen. De familie heeft erg veel steun gehad aan uw aanwezigheid.
Ze zullen zich nu terugtrekken maar vergeet hen niet.
En als iedereen denkt: nu is het toch wel lang geleden en zal het verdriet wel slijten; dit verdriet slijt nooit en ze hebben u altijd nodig. De capella zal de noodkreet ‘Can you hear me” zingen. Het defilé waar we voor de bijeenkomst aan begonnen wordt voltooid en daarna moeten we weer thuis aan het werk om van daaruit, als het goed is, allemaal onze eigen unieke bijdrage aan een wereld waarin mensen nooit aan hun lot worden overgelaten. Zo zullen we samen verder trekken: hopelijk een betere toekomst tegemoet.
Ga dan heen met de zegen van de Eeuwige die onze overleden vrienden en niemand van ons echt loslaat. Dat mag waar zijn, Amen:

Hein Jan van Ogtrop,
Leidsevaart 146,
2014 HE HAARLEM
06-531.69.631
hjvogtrop@hotmail.com

24 augustus: Wel en niet bijzonder

[print]

21e zondag door het jaar.

Schriftlezingen:

  • Jesaja 22:19-23

  • Romeinen 11:33-36

  • Matteüs 16:13-20

Het is aan buitenstaanders niet uit te leggen
of, laten we zeggen, heel moeilijk uit te leggen,
wat het geheim is van het geloof.
Een gelovig antwoord is:
God ziet toch iets in mensen.
In de kerk zingen wij bijvoorbeeld:
Hier wordt een huis voor God gebouwd,
waar mensen samenkomen
en waar Hijzelf aanwezig is, om onder ons te wonen.

Het gaat in de verkondiging van deze zondag
over de leerlingen van het begin, onzeker aarzelend
maar ook om onszelf
en om de troostrijke wetenschap
dat God geen supersterke gelovigen uitkiest voor zijn ‘keurkorps’
maar ons, gewone, hele gewone mensen.

Iedere leerling, ieder mens die poogt te bouwen aan Gods vrede
is een schakel in de keten van de geschiedenis van God met de mensen.
We hebben dat gisteren ook gezegd
toen wij met zeer velen echt aandacht besteedden
aan een door de vliegramp omgekomen Haarlems gezin
dat hier nog de kinderkerstdienst had bezocht:
allemaal unieke mensen, u zag hun foto’s hier in de kerk
wier aardse geschiedenis plotseling is afgebroken.

Ieder mens is een onderdeel van de geschiedenis,
dat geldt bijzonder voor Petrus, een hele belangrijke man in de kerk.
Misschien bent u wel eens in Rome geweest
daar staat een supergrote kerk: de Sint Pieter.
En in de koepelrand staat geschreven:
Jij bent Petrus (dat betekent rotssterke man)
en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen.

Het is de tekst die vandaag gelezen is.
Jij bent een rotssterke man, jij bent Petrus…
was Jesus een beetje in de bonen of zo?

Wist hij niet hoe zwak Petrus eigenlijk was?
Hij zou Jesus tot driemaal toe verloochenen;
trouwens al zijn vrienden waren ook niet geweldig:
ze holden angstig weg toen Jesus gevangen genomen werd.
Mooie vrienden zijn dat!
Het geheim wordt een beetje onthuld in de bijnaam
die Jesus, voordat hij Petrus als eerste paus benoemt, gebruikt.
Petrus, Simon, wordt met nadruk ‘zoon van Jona’ genoemd.
U kent Jona toch? De man die van zijn roeping wegvlucht;
hij moet naar Ninive maar gaat mee met een bootje naar Spanje,
precies de verkeerde kant op.
Petrus, zoon van Jona, -zegt Jesus met nadruk-
zoon van de wegloper, de vluchteling, de zwakke
die zo in het duister tastte.

Als er staat dat de muil van het dodenrijk
de kerk van Petrus niet zal kunnen verslinden
-en dan denk ik ook even aan de walvis die Jona opslokte
maar hem redde door het keurig uit te spugen aan de kant-
als er dus staat dat de muil van het dodenrijk
de kerk van Petrus niet zal kunnen verslinden
is dat niet iets om mee op te scheppen tegenover anderen.
Neen, het is een belofte van Gods onvoorwaardelijke trouw
aan zwakke mensen.

De sleutels van het Koninkrijk worden hem in handen gegeven
net als aan die brave Eljakim uit de eerste lezing.
Sleutels die deuren openen die anderen niet kunnen openen
en deuren sluiten die anderen niet kunnen sluiten.
De kwetsbare mensen, die op God durven vertrouwen
zullen de deuren sluiten van de arrogantie en de haat
en deuren openen van liefde en trouw.

In de wereld hebben zij een bijzondere roeping
die taak te volbrengen namens en voor de anderen.
Jesus kan met zulke zwakke mensen,
(met ons dus) toch veel voor elkaar krijgen.

Dat we soms toch sterk en betrouwbaar kunnen blijken
hebben we niet aan onszelf te danken maar aan de steun van God.
Als Petrus in een helder ogenblik tegen Jesus zijn credo uitzegt:
Waarlijk U bent de Zoon van God‘,
relativeert Jesus zijn prachtige belijdenis direct door te zeggen
dat hij dat niet uit zichzelf heeft:
Niet vlees en bloed hebben je dit geopenbaard
maar de ‘Vader in de hemel’, die onze Supporter is
“.

Temidden van de mensheid
bevindt zich nog steeds de gemeenschap van Petrus,
de kerkgemeenschap rond de ene man in Rome.
Paus Franciscus heeft nu, al is hij ouder dan 75 jaar,
dapper die taak op zich genomen.
Die tekst die ik noemde en die boven in de Sint Pieter
waar de witte man voorgaat geschreven staat:
Jij bent Petrus en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen
is geen tekst om mee op te scheppen
maar een prachtige geloofsbelijdenis in het werk van Gods Geest
die de man die de pauselijke zetel bezet
en de mensen rondom hem zal bijstaan.
De jongeren die hem toejuichen,
in Zuid Amerika, in Korea
in een onzekere tijd.
Maar hij brengt hoop aan mensen
die nog niet weten wat het leven hen brengen zal,
en ook aan ouderen, soms teleurgesteld, maar nu weer hoopvol.

Van alle Pausen is bekend hoe zij altijd vroeg op staan,
om, dan nog even alleen, te bidden
-van Joannes Paulus II is bekend dat hij dat
tot in zijn allerlaatste levensmaanden deed.
Zo laten zij zien dat het hen niet om hun eigen zaak gaat
maar om de kracht van God die hem op de been houdt.

Van de zieke en gehandicapte Paus, Johannes Paulus II
zeiden de mensen wel eens: ‘hij moet aftreden
maar hij wist: hoe zwakker de Paus…
hoe beter het werk van God tot zijn recht komt.

Petrus, de rotsman kreeg zijn opvolgers:
al meerdere honderden.
Er waren veel zwakke schakels in de keten;
er waren in de tijd van Luther zelfs pausen
die we nu corrupt (of erger) zouden noemen.
De TV serie over de Borgheses laat ons dat allemaal zien.

Maar God is getrouw gebleven aan zijn volk onderweg,
dankzij of ondanks de Paus van die dagen.

Wat zegt de lezing uit de Romeinenbrief dat prachtig:
O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis!
Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen,
hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Wie kan loon vragen
voor alles wat God ooit aan hem heeft geschonken.

Ondoorgrondelijk geheim dat Jesus gezegd heeft:
Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen.
Ontelbare keren is deze tekst in Rome en daarbuiten gelezen
als een overduidelijke bevestiging van het pausschap
zoals dat op dat moment vorm had gekregen.
Petrus zou er van staan te kijken als hij kon zien
hoe er in latere eeuwen over deze rots-tekst gediscussieerd zou worden.

Hij zou ons uitleggen dat de ‘op jou, Petrus, zal ik mijn kerk bouwen
juist betekent dat hij, Petrus het niet te hoog in zijn bol mag hebben
en ook zijn opvolgers niet.

Petrus zou ons uitleggen dat Hij van Jesus geleerd heeft
dat hij er mocht zijn ondanks zijn eigen zwakheid
of misschien wel juist dankzij de eigen zwakheid
omdat daarin Gods grote daden het beste uitkomen.

En de rest van het volk van God, wij, christenen van het jaar 2014
mogen dat ook goed beseffen:
de wereld van vandaag heeft geen behoefte aan sterke helden en heldinnen
maar in gewone mensen die met taaie volharding aan de basis,
op de rotsbodem (Petrus is een rots, geen top van een Piramide )
beneden dus, doen wat hun te doen staat.

Weet dat je een gewone, onnutte dienstknecht bent
die toch nodig is op de plaats waar hij werkt
omdat God van ons houdt.
Weet dat ieder van ons er mag zijn
en in alle bescheidenheid en dienstbaarheid,
anderen tot zegen en troost kunt zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

17 augustus: Geen kapsones dus

[print]

20e zondag door het jaar.

Schriftlezingen:

  • Jesaja 56:1,6-7

  • Matteüs 15:21-28

Doet het er iets toe of je kerkelijk bent of niet?
Tegenwoordig lijkt het geen voordeel meer te zijn
om bij een kerk te horen.
Je krijgt duidelijk te horen wat er fout is in de kerk.
De priesters deugen niet… en dan komen er verhalen los
die helaas voor een deel waar zijn.
We hebben vroeger ook fouten gemaakt
in de middeleeuwen, daarna en daarvoor
wie wil er nu nog bij een kerk horen?
Daarom is het zo verbazingwekkend en voor ons een beetje troostend
dat er ook in onze dagen nog mensen toetreden tot de kerk
er zijn meer geloofsleerlingen dan ooit.
En een andere reden tot blijde verwondering:
veel jonge mensen willen voor de kerk trouwen
of willen hun kinderen laten dopen.
Dat alles zullen we deze week weer meemaken.

Weten die jonge mensen dan niet
dat de kerk fouten maakt?
Lezen ze geen kranten?

Natuurlijk weten ze dat
en natuurlijk lezen ze kranten.
Als ik de geloofsleerlingen voor hun opname in de kerk nog even waarschuw:
de kerk waar je bij wilt gaan horen is niet volmaakt hoor
houdt ze dat niet tegen.
Juist hardnekkiger worden ze en ze zeggen:
dat weet ik allemaal wel
maar ik weet dat diezelfde kerk
die fouten maakt
ook het allermooiste te bieden heeft dat een mens kan vinden:
het geloof in God die mijn leven de moeite waard maakt,
en het geloof in God wordt hier bewaard.

Als Jesus door het land Israël gaat
komen er allerlei mensen op hem af.
Van het oude volk Israël
maar ook anderen: het heil is voor joden en heidenen.

Twee weken geleden lazen we het verhaal van de broodvermenigvuldiging:
-de regelmatige kerkgangers weten dat nog:
neen de kerk kun je niet missen.. geen week-.
Er bleven toen twaalf manden over en ik zei
dat dat verwees naar de twaalf stammen van Israël
en hun twaalf manden met broden in de tempel.
Jesus wil het volk Israël kracht geven.
Ik vertelde u ook dat er nog een verhaal is
over een broodvermenigvuldiging in het evangelie voorkomt
waarbij er vier manden over blijven
en dat dat verwees naar de vier windstreken,
en naar alle andere volkeren die daar wonen
en die ook door de God van Israël gespijzigd zullen worden.
Tussen die twee spijzigingsverhalen door vertelt Matteüs ons vandaag
het verhaal over een heidense vrouw
die ook door Jesus geholpen wil worden

Dat de zegen van het geloof voor de joden is, is bekend
maar mogen die heidenen er ook van genieten?
De verbazing daarover wordt serieus genomen
in het verhaal van vandaag uitgelegd.
In onze oren klinkt het allemaal wat vreemd
als Jesus het verzoek om hulp van een heidense vrouw
beantwoordt met de harde opmerking:
Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van Israël gezonden.
Nog erger wordt het als Jesus zegt: ‘Het is niet goed
het brood dat voor de kinderen bestemd is, aan de honden te geven.

Wonderlijk genoeg is de vrouw niet boos of teleurgesteld
maar vult ze Jesus’ uitspraak aan door te zeggen:
maar de honden mogen wel van de kruimels eten
die van de tafel van hun meesters vallen.

Daarmee stelt ze zich open voor de bijzondere openbaring van God in Israël
en komt via die weg haar eigen verlossing in zicht.

Ze heeft de Davidszoon aangeroepen, de Messias,
en daarom moet haar ook iets van de overvloed toevallen
van de Messiaanse maaltijd.
Ze had volgehouden en later zal haar geloof
door Jesus worden geprezen.
Dat de volkeren er bij horen, komt ook naar voren in de eerste lezing.
Het gedeelte dat vandaag gelezen wordt dateert uit de tijd
van de terugkeer uit de ballingschap en de wederopbouw van de nieuwe tempel. Een nieuw begin voor een kleine groep teruggekeerde ballingen.
Die zullen weer op hun trouw getoetst worden aan de Enige.
Welzalig de sterveling die het recht onderhoudt,
het mensenkind dat daaraan vasthoudt.
‘ (vs. 2)

Jesaja bemoedigt zijn eigen volk: de eigen kern.
‘Houd vol’ lijkt hij te zeggen
‘wanhoop niet kleine kerk,
wees trouw aan je opdracht:

God heeft ons nodig: zo’n eigen kern van getrouwen
die zijn naam hooghouden.
Gedenkt de sabbat. Wees trouw aan het woord van de Heer.

Maar ze/wij dus mogen NOOIT denken dat zij/wij dus de enigen zijn
die door God worden bemind. Anderen zijn zeker zo belangrijk!
Laten de vreemdeling en de zwakken,
laten ze alsjeblieft niet zeggen (en laat niemand het over hen zeggen)
dat ze niet inbegrepen zijn in het heil en de gerechtigheid van de Heer.

Het is juist Gods wil dat de joden, de getrouwe gelovigen van oudsher,
er zijn voor de anderen en met name voor de niet zo zekeren
dat ze zich ook kunnen aansluiten bij Gods volk.

We hoorden het in de eerste lezing:
De vreemdelingen die de Heer willen dienen
breng ik graag naar mijn heilige berg.
Ik geef hun vreugde in mijn huis van gebed
en hun brand- en slachtoffers zullen mij aangenaam zijn
als zij ze op mijn altaar willen brengen.

En in later dagen horen we zeggen
dat Gods gebedshuis is zo wijd als de wereld.
In de tempel (‘daar staan de zetels van het recht‘, Ps. 122),
er is principieel plaats voor alle volkeren.

En nu ga ik iets ingewikkelds zeggen.
In het verhaal van God met de mensen
mogen wij nooit vergeten dat wij als christenen zelf ook nieuwkomers zijn.
Nooit mogen wij, horend bij die volkeren waar volgens Jesaja ook plaats voor is vergeten hoe het begonnen is,
De Samaritaanse vrouw in het Johannes-evangelie zei het al:
Ik weet het, het heil is uit de jodenJoh. 4,22) en
Jesus’ schijnbare onvriendelijkheid tegenover de niet joodse vrouw
is niet bedoeld om haar voor gek te zetten
maar om alle gelovigen van alle eeuwen
niet te laten vergeten dat het heil uit de joden is
en het je als een genade ten deel valt.

Christenen hebben zich tegenover de joden altijd erg arrogant gedragen
hoewel ze nieuwkomers zijn. Het evangelie van vandaag
wil ons tot bescheidenheid te manen: ‘je bent welkom maar weet
dat je eet van de kruimels die van de tafel zijn gevallen.

Weet dat je welkom bent en dat God van alle mensen houdt:
van de oude getrouwen èn de nieuwkomers:
van de stuntelaars en de sterken
van de talentvollen en de minder begaafden:
geloof is een genade die je om niet ten deel valt.

God houdt niet van ons omdat wij zo geweldig zijn
maar omdat met ons, te vaak falende mensen
toch zijn plannen door wil zetten om een nieuwe wereld te scheppen:
een wereld van vrede en liefde ondanks alles.
Wij mogen daar in geloven, en als wij dat niet meer doen
wie dan wel?

Houden wij elkaar vast, bemoedigen wij elkaar
en troosten wij elkaar.
Deze zaterdag komen hier familieleden en vrienden
van Antoine en Simone, ouders van 43 en 41 jaar,
van Quint en Pijke (7 en 3 jaar) en oma Christiene:
onze kerk mag als troostkerk functioneren.
Natuurlijk kunnen wij alle verdriet niet wegnemen
maar het is wel een eer dat de familie en vrienden
en alle treurende Haarlemmers hier bemoediging komen zoeken:
ik vraag dringend om uw gebed, belangrijker dan om komst nog,
(de kerk zal wel te vol worden),
dat wij hier de goede troost en gastvrijheid kunnen bieden!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

27 juli: Laten we eindelijk wijs worden!

[print]

17e zondag door het jaar.

Schriftlezingen:

  • 1 Koningen 3:5-12; Salomo vraagt wijsheid.

  • Matteüs 13:44-52; De verborgen schat.

Achter in de kerk liggen een paar boeken waarin
mensen reacties opschrijven op de ramp in de Oekraïne.
Het gaat te ver om ze allemaal te citeren.
Eén viel me op denkend aan mijn preek van vandaag:
dat de mensen er maar veel van mogen leren!

Een betere wereld. Hoe krijg je die?
Sommige fanatieke moslims willen voor een wereld
naar hun ideeën ingericht als Moslim-martelaars sterven.
Hun rouwende familie troosten zich dan met de gedachte dat
hun zonen of broers in het hemels paradijs
een beloning voor hun heldendaad ontvangen.
Anderen, Karadzic, Mladicz en Hadzic offerden duizenden andere mensen op
voor het precies omgekeerde ideaal:
een rein, volmaakt christelijk Servië, moslimvrij.
In Noorwegen was er de man met een dolgedraaide geest
die tientallen mensen op een zomervakantiekamp de dood injaagde
omdat hij waanideeën had over een nieuw, rein en vroom Noorwegen.

Er is dringend behoefte aan correctie van al die malle zelfverzonnen idealen.
De verhalen van vandaag spreken over een betere bezieling:
het je werkelijk laten leiden door de Heilige Geest.

Salomo was nog jong maar zijn naam glansde al direct:
Salomo: man van sjalom, koning van de vrede.
Hij laat zich door het succes dat hij als jonge koning heeft
niet van de wijs brengen.
Hij zoekt contact met God en hij krijgt het..
God spreekt met hem als met een vriend.
Salomo is bescheiden: ‘Ik ben nog maar een knaap.
Omdat hij die bescheidenheid kan opbrengen
door werkelijk naar God te willen luisteren
daarom kan God met hem werken.
God is een soort Supporter van hem met een hoofdletter.
Vraag wat je hebben wilt’ zegt de Heer, ‘ik geef het jou.

We kennen vele verhalen over mensen die wensen mogen doen
altijd gaat het verkeerd omdat ze niet het goede vragen.
Wat zou een koning vragen? Macht over anderen, geld… zulke zaken.

De jonge mensen in het verre of nabije oosten
zochten het Paradijs maar op een verkeerde manier.
Gefrustreerde machtige lieden zochten eeuw in eeuw uit ook het verkeerde.
Hitler en Karadzic waren allebei gefrustreerde dwalers.
Ze vroegen de macht ze kregen de macht
want mensen waren zo stom om hen die macht te geven,
duizenden en duizenden kostte dat het leven.

Terug naar Salomo. Salomo vraagt niet om macht,
niet om geld, niet om rijkdom hij vraagt zelfs niet om gezondheid
maar om het allerwezenlijkste: hij vraagt
1) om een ‘luisterend hart’ dat goed verstaat,
2) om een hart dat wijs is en
3) een hart dat goed onderscheiden kan.

1) Om met het eerste te beginnen:
een luisterend hart. Een hart dat hoort.
Hoort naar het woord van God
zoals dat op hem en ons af komt vanuit de hemel
maar ook vanuit wat andere mensen zeggen om ons heen.
In het gewone leven tussen mensen
blijkt het niet kunnen luisteren een groot,
heel groot probleem te zijn.
Hoe vaak spreken wij niet van ‘mis­ver­standen’ tussen mensen?
Als mensen elkaar goed verstaan .. is er al veel gewonnen
en als ze God willen verstaan komt er werkelijk een nieuwe wereld in zicht.

2) Als je naar God en de mensen met je hart wilt luisteren
hoor je ook wat je te doen staat.
Dat is het tweede waar Salomo om vraagt…een wijs hart.
Om dat te begrijpen wat dat met doen te maken heeft
moet je uit Amsterdam komen
dan ken je de hebreeuwse vertaling van het woord wijs
en dat is goochem: dat woord heeft met doen te maken:
handig zijn, iets nuttigs kunnen doen.

3) Het derde waar hij Salomo als jongeman om vraagt
is een hart dat onderscheid kan maken tussen goed en kwaad.
De gave des onderscheids
waarmee je andere mensen kunt helpen
door ze te adviseren wat goed is en wat niet
en ze te helpen hun hart te richten op de wet van God.

De gave des onderscheids om zelf te weten
wat een opgeklopt waanidee is
en wat de echte wil van God of Alla is.

Salomo wordt,
– hij was nog geen twintig toen hij deze wensen uitsprak-
een nog jonge maar goede koning:
een mens waar God mee werken kon:
een soort Jesus nog voor die geboren werd
een zoon van belofte.

Van Jesus zelf horen we vandaag drie gelijkenissen.
De eerste gaat over een akker waarin een schat verborgen is,
de tweede over een parel die een koopman ontdekt.

Zowel de landbouwer als de koopman
zoeken naar het echt waardevolle:
ze verkopen alles wat ze hebben
en kopen die akker, die parel.

Om goud en zilver of soms nog wel over minder
maken mensen ruzie (bij een erfenis!)
maar het woord des Heren dat kostbaarder is dan zuiver goud (Ps 19:11)
is datgene waar het werkelijk om gaat.

In de derde gelijkenis wordt gesproken over een visnet
dat in de zee geworpen wor­dt. Door wie?

Als in de joodse ge­schriften
(het Nieuwe Testament is een joodse geschrift!)
het hulpwerk­woord ‘wo­rdt’ klinkt wordt er verwezen
naar Israëls Heilige. God die achter alle dingen zit.

Met ‘het net wordt uitgeworpen’ is dus bedoeld:
‘God werpt Zijn net uit.’ Hij is degene die verzamelen wil.

In een van de tafelgebeden die wij bidden
staat het zo: – het klinkt in mijn oren een beetje komisch –
altijd blijft Gij bezig U een mensenvolk te verzamelen.

God is altijd op zoek naar mensen
die met Hem mee willen doen rond Zijn woord
(goede vissen)
mensen met een luisterend hart,
die willen doen wat hun te doen staat
en die weten wat goed is en wat niet.

Dat akelige slot over die vissen die weggeworpen worden.
(een detail dat ons doet huiveren) vertelt Jesus alleen maar
opdat wij de waarde van het luisteren naar Gods opracht
sterker zullen beseffen.
Hopelijk zijn wij die mensen niet-
die niet luisteren naar de roepstem van God of de naas­te,
die geen keuzes maken of de verkeerde keuzes.

III. Jesus besluit met deze parabels zijn apostelrede:
zijn toespraak tot zijn leerlingen
waarin Hij hen wil mobiliseren en aktief maken.

Zelf is Hij bij uitstek de mensenzoon met een luisterend hart,
zelf is Hij bij uitstek degene die weet wat Hem te doen staat,
zelf is Hij bij uitstek degene die het verschil weet tussen goed en kwaad…
de nieuwe Salomo, de koning van de vrede.

Aan ons de taak om op hem te gaan lijken,
onze werkelijke roeping te ontdekken;

die schat ook te vinden.
en net als de kooplieden uit het evangelie
alles op alles te zetten,
alles te durven verkopen.

Wij worden uitgedaagd
ons leven werkelijk te richten op Hem
die ons uitnodigt van Hem te zijn.
De Eeuwige, de Enige, die ons wil inspireren en bemoedigen
die ons trouw blijft over de dood heen…

We hoeven overigens niet zo ver te zoeken,
het woord des Heren is dichtbij:
in je eigen hart
je kunt het gaan volbrengen.

In de komende weken zijn er weer kerkelijke huwelijken in aantocht.
Jonge mensen richten zich niet op schijn-idealen
maar zoeken het dichterbij.
Leven voor elkaar –is hun ideaal-
in dienstbaarheid aan een nieuwe wereld
die ze mogelijk met hun kinderen, gaan opbouwen.
Het huwelijk en de opvoeding is een groot avontuur.

We gaan ook afscheid nemen deze week van een jonge vrouw
ze was de lerares van het jaar aan een Haarlems college.
Ze werd 37 jaar en heeft gevochten met haar ziekte
en heeft familie en vrienden verzameld rond haar naderend einde
en hen een geestelijk testament nagelaten door haar eigen levensstijl.

Dat gebeurt in een parochie; we leren van elkaar.
En zullen we in het groot eindelijk eens wijs worden?
Echt bouwen aan een nieuwe wereld
zonder egoïsme en machtspolitiek.
Er zal nog veel moeten gebeuren,
in Europa, in Afrika en Azië en Amerika en waar niet.
En dan geldt alle hens aan dek!
Niemand kan gemist worden, allemaal zijn we nodig.
Oud, jong, gehuwd, ongehuwd.

Gaan we dan gauw op zoek,
naar onze eigen kostbare parel, de eigen schat,
onze eigen taak.

Wat je echt gelukkig maakt
is de ontdekking van je eigen roeping.
Het kostbaarste wat je hebt als mens kunt vinden is
het weten waartoe je geroepen bent door God
die jou, juist jou, nodig heeft.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

1 juni: Zelf de eerste stappen zetten

1 juni: ZONDAG VOOR PINKSTEREN.

Schriftlezingen:

  • Handelingen 1,12-14; Samen in gebed.

  • Johannes 17,1-19; Bewaar hen in Uw handen.

Donderdag vierden we Hemelvaart:
Jesus in kracht gesteld, wij verder.
Hemelvaart –zeiden we toen- is een moeilijk feest.
Vooral omdat we het woord ‘hemel’ horen
in een bepaalde context die niet bijbels is.
Hemel is niet een verre, hoge plek. Hemel is iets anders:
de hemel is de woonplaats van God.
Niet uitgekozen omdat het zo’n verheven oord is
maar uit strategische overwegingen.
De hemel omspant heel de aarde.
De hemel is de hemel van de Heer
om zo de hele aarde aan de mensen te kunnen geven.

De apostel Paulus noemt zijn mensen soms ‘burgers van de hemel’.
Daarmee zijn geen mensen bedoeld
die al met één voet in het graf zouden staan
maar mensen in het volle leven, die met beide benen op de grond staan
en weten wat er gedaan moet worden om Gods Koninkrijk
op aarde werkelijkheid te kunnen laten worden.

Jesus’ volgelingen zullen niet verbaasd
naar hun ten hemel gevaren Heer blijven staren
maar zelf worden ingeschakeld en…
de Geest zal hen sterken.
Jesus is de nieuwe messiaanse koning die zijn volk met actieve onderdanen
die voor Zijn programma willen kiezen, krachtig bij zal staan.

Daarom wordt aan het einde van Lucas’ evangelie ook gezegd
dat zij na de Hemelvaart meegemaakt te hebben
met blijdschap naar Jeruzalem terugkeerden,
God loofden en voortdurend in de tempel verbleven.

Ze ervoeren die Hemelvaart niet als een eind
Maar voelden: nu gaat alles pas goed beginnen:
wacht af in blijdschap:
het zal gaan beginnen:
je zult vervuld worden van de Heilige Geest !
In de eerste lezing van vandaag uit het boek Handelingen
hoorden wij het zelfde. Ze gaan naar de avondmaalszaal
in Jeruzalem terug: vol blijde verwachting:
het hele gezelschap, mannen en vrouwen, daar bijeen.
vertrouwvol wachtend op de grote dingen die komen gaan.

En hoe is het met onze toekomstverwachting?
Ons geloof in de grote dingen die God kan doen
ook in onze tijd?
We geloven heus nog wel hoor
zeggen mensen haastig als je ze ontmoet..
maar het is wel moeilijk in deze tijd te blijven geloven en hopen.

Toch zal het ook in 2014 weer het Pinksteren moeten worden maar hoe?
Kunnen wij die blijde verwachting nog wel opbrengen
van de leerlingen van toen? Eensgezind samen biddend met Maria

Tot onze troost
vertelt het evangelie van vandaag ons
dat Jesus in diezelfde zaal waar ze op Pinksteren wachtten
eerder, bij zijn laatste Avondmaal uitdrukkelijk voor ons gebeden heeft.

Hij bad eerst – en misschien is dat een bemoedigende gedachte,
dat Hij dat ook nodig had –
om kracht voor zichzelf
opdat Hij zijn eigen roeping tot het einde toe te volbrengen.
Er zal veel van Hem gevraagd worden:
een trouw aan zijn opdracht tot en met de dood.

Maar het grootste gedeelte van het gebed is een bede voor Zijn volk.
Mijn vrienden, Vader, hebben het goed gedaan
-hm. was dat zo- ‘daarom bid ik voor hen
maar ook bid ik voor degenen die later
in mij willen geloven.

Dat laatste slaat op ons
die ons op Pinksteren aan het voorbereiden zijn.

Dat is toch troostend,
te horen dat Hij voor ons gebeden heeft
opdat wij stand houden door alles heen?

Wij worden niet aan ons lot overgelaten,
hoeven niet te zuchten en te kreunen
onder de zwaarte van onze levensopdrachten.
Er is er één die voor ons opkomt en aan ons denkt wat er ook gebeurt.
Hij bidt voor ons die op Hem willen bouwen.
Die uit durven zien naar een nieuwe toekomst, een nieuwe wereld.

Over die wereld gesproken:
er staat iets merkwaardigs in het evangelie
wat ons misschien een beetje schokt:
niet voor de wereld bid ik U.
Wat bedoelt Jesus daarmee?

Als er staat dat Jesus NIET voor de wereld bidt
wordt een heel bijzonder soort wereld bedoeld.
Niet die van ons en onze kinderen,
wij doen toch ons best, net als de apostelen.
Neen met die wereld waar Hij NIET voor bidt
wordt de wereld bedoeld die wij helaas de gewone wereld noemen.
Die wereld waar het recht van de sterkste nog altijd geldt.
die wereld waarin het gaat om macht en aanzien.

Als je aan het Koninkrijk van God wilt bouwen zul je moeten beseffen
dat het ‘niet van DEZE wereld’ is.
De wereld waar Jesus wel voor bidt is een andere, een nieuwe wereld.
Waar het onmogelijke mogelijk zal blijken,
waar zacht wordt gemaakt wat verhard is
waar liefde zal regeren in plaats van haat
en waar God ooit alles in allen zal zijn.

De blijde hoop dat die zal komen mogen wij nooit verliezen
maar tegelijkertijd moeten we serieus blijven nadenken
over onze eigen bijdrage aan die nieuwe wereld
zoals Jesus die voor ogen stond.
Wat hebben we al gerealiseerd, wat niet?

Veel niet. Sommigen zeggen: eigenlijk niets.
Dat is gelukkig niet waar: de Verenigde Naties zijn opgericht
De Europese samenwerking is er;
maar de verkiezingen van de vorige week hebben ons geleerd
er moet meer gebeuren: opbouwen van respect voor elkaar
een eerlijke verdeling van de welvaart, het uitbannen van de honger
het uitbannen van haarden van terrorisme vooral door nieuwe initiatieven.
Onze Paus heeft een eigen strategie
bouwen aan nieuwe relaties: gewoon gaan bidden met elkaar:
joden en Palestijnen; christenen en Moslims,

De mensen van het Koninkrijk van God zien hoop als er geen hoop meer is,
zien licht waar iedereen alleen maar donker ziet.

Jesus gaf zijn leerlingen de belofte:
Ik zal jullie niet als wezen achterlaten.
En dat deed Hij ook niet, ze werden sterk.
Dat geldt ook voor ons nog in deze dagen van onze eeuw:
Hij laat ons niet aan ons lot over.

Hij helpt ons, Hij helpt Zijn kerk.
Hij begeleidt ons met Zijn Geest,
de Geest die zacht maakt wat onbuigzaam is,
die het kille hart koestert
en die leidt wie zelf de weg niet vond.

Een leerling vroeg de Baalsjem;
‘Hoe is het mogelijk dat iemand die God aanhangt en zich Hem nabij weet,
soms een onderbreking, een verwijdering meemaakt?’
De Baalsjem verklaarde: ‘Als een moeder haar zoontje leert lopen,
zet zij het eerst dichtbij recht tegenover zich, opdat het niet kan vallen
slaat haar handen open en zo loopt de jongen
tussen moeders handen op haar toe.
Maar zodra hij dicht bij de moeder komt, trekt die zich een beetje terug
en houdt de handen nog verder uit elkaar
en zo maar door om het kind te leren lopen.’

We hebben een moeder God, je mag hem ook Vader noemen
die ons begeleidde en nog begeleidt,
we hebben een gids op ons levenspad
maar we zullen zelf de stappen moeten zetten.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Orde van dienst

De orde van dienst zal binnenkort bekend worden gemaakt.