• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
caritas

All posts by Maarten Kools

Helpt de Voedselbank

 

caritas

Diaconaal weekend 11 en 12 november 2017

De Haarlemse Voedselbank bestaat nu al ruim 10 jaar. Het is dus geen tijdelijk initiatief geweest. De Voedselbank is (helaas) niet meer weg te denken uit de samenleving.

Momenteel is er sprake van een structurele verandering. Omdat de Voedselbank in plaats van houdbaar voedsel steeds meer verse waren krijgt aangeboden, vereist dit een ander beleid. Er moet een centraal uitdeelpunt komen, 6 dagen per week. Klanten van de Voedselbank kunnen dan op supermarktwijze hun eigen pakket samenstellen.

Koelvitrines

In verband met bovengenoemde ontwikkelingen vraagt de Voedselbank uw financiële steun voor de aanschaf van koelvirtines en voor de financiering van een koelwagen.

Help de Voedselbank

U kunt een gift overmaken op NL32 RABO 0120 8975 63 o.v.v. Diaconale Zondag 2017 PCI H.H. Antonius Bavo.

Hartelijk dank.

Knippen, scheren en baardtrim voor de kathedraal

flyer-a5

Op zondag 26 november, tussen 11:30 en 17:00 uur, komen Jan Heideman Meesterbarbier, Barber Birdman, Mad Daddy’s barbershop en Barber Albert knippen, scheren en baardtrimmen voor de kathedraal.

De prijs per knip-, scheer- of trimbeurt is vrij maar heeft een minimum van €20,-. De gehele opbrengst komt ten goede aan de restauratie van de kathedraal.

Waar?

Kathedrale Basiliek Sint-Bavo, Leidesevaart 146
Ingang tuin Emmaplein

map

 

Niet komen en wel een gift?

NL22 INGB 0002 7150 42 t.n.v. Stichting Kathedrale Basiliek Sint-Bavo o.v.v. Aktie 1 Miljoen.

12 november: Zit niet te slapen!!!

[print]

32e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Het Martinusverhaal

  • Matteüs 25,1-13

Je hebt nu eenmaal suffe mensen
en wakkere lui!!

‘Zit niet te slapen’ heeft misschien de meester
of de juf weleens naar jou geroepen.

Zelf zat ik op school vaak te denken
over diepe dingen…vond ik.

‘Wakker worden Hein Jan’ zei dan de meester.
Ik schrok dan erg.

Sint Maarten was een erg wakkere man.

Van Sint Maarten zijn mooie verhalen bekend.
Hij was eerst helemaal geen Sinte Maarten maar een heidense soldaat. Wel een hele goeje en ook een hele lieve.
-Omdat hij zijn goede soldaat was werd hij al heel vlug officier van het Romeinse leger geworden. Hij hoefde bijna nooit meer te lopen maar mocht op een mooi paard rijden. Toch had hij het niet hoog in zijn bol. Dat blijkt uit het verhaal dat jullie vast wel kennen.

-Op een dag reed hij weer op zijn paard. Het was koud en opeens ziet hij een bedelaar langs de weg liggen die rilde van de kou. Die had helemaal geen kleren alleen een klein zakdoekje. Martinus roept HO tegen zijn paard. Dat schrikt en stopt. Dan pakt hij zijn zwaard en snijdt in een keer zijn prachtige officiersmantel in tweeën en geeft de helft aan de bedelaar die het dan lekker warm heeft. Dat verhaal hoorden jullie vandaag.

Minder bekend is het verhaal wat er later gebeurde. Hij was inmiddels vriend van Jesus geworden en had zich laten dopen. Hij was ook nog uitgekozen om bisschop te worden in de grote stad Tours, in Frankrijk aan de Loire. Op een zondag zou hij de Heilige Mis gaan doen in een kerk in een buitenwijk van de stad. En weer gebeurde het dat hij een bedelaar ontmoette die geen kleren aan had.
Martinus had zijn diaken opdracht gegeven kleren voor de man te kopen, maar die had dat niet gedaan. Toen de bisschop dat ontdekte trok hij meteen zijn eigen kleren uit en beval de diaken die naar de bedelaar te brengen, ‘want’ –zei hij- ‘we moeten eerst de naakten kleden voor we de Heer kunnen ontmoeten’. Haastig kocht de diaken nieuwe kleren voor de bisschop die niet pasten. Dan maar zo het altaar op zei hij: in zijn oude kloffie, eigenlijk zijn ondergoed.

Maar de mensen in de kerk zagen iets heel anders: ze zagen Martinus rondlopen in een prachtig licht, hemels gewaad.

In het Veld, dat ligt even ten noorden van Alkmaar kun je dat afgebeeld zien op een prachtig schilderij. Kijk maar op mijn website kerkengek.nl. Leuk he?

Het verhaal dat we als evangelie lazen gaat
over meisjes.

Het zijn geen deftig schrijdende prinsessen
maar echte ‘goocheme meiden’
om het een beetje eigentijds te zeggen,
vrouwen die ter zake zijn en doen wat er gedaan moet worden.

Ze moesten heel lang wachten om binnen te kunnen
bij een bruiloftsfeest.

Er was nog geen elektriciteit toen het verhaal geschreven werd.
Dus hebben ze in het verhaal olielampjes.
En als je wilt dat die lang kunnen branden
moet je olie meenemen.

Dat hadden de goocheme meiden gedaan.
De anderen waren dat vergeten… enfin dat hoorde je.

Wij krijgen deze verhalen te horen
opdat wij wakker blijven en goed opletten
op wat er nodig is.

Wat is er nodig nu?

In deze tijd is het nodig dat we een beetje beter gaan opletten
of alle mensen in de wereld het wel goed hebben.

Vandaag is het ook diakonale zondag.
Dan denken we aan mensen in nood.

Die doen zelf vaak erg hun best
maar hebben het toch moeilijk:
ze hebben hulp nodig.

In onze kerk hebben we ook een voedselbank.
Je zult daar straks meer over horen.

Dat betekent dat allemaal wakkere mensen
die eten en geld genoeg hebben
hier in de kerk geld geven
en ook zelfs eten meenemen
waarmee andere mensen geholpen kunnen worden.

Jesus’ had wakkere meisjes als kennissen:
Maria Magdalena was er zo eentje.
Zijn vrienden waren soms wakker
maar soms ook erg slaperig.

Wij worden allemaal opgeroepen wakker te zijn.

Wakker om andere mensen te gaan helpen.

Net zoals sint Maarten dat deed
en misschien zullen we er dan ook net zo mooi gaan uitzien
als Sint Maarten toen hij zijn pak had weggegeven:
we zullen glanzen van het licht van onze liefde.
AMEN

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Gezinsviering in het teken van Sint Maarten

Kinderviering 140504Beste allemaal,

Aanstaande zondag 12 november is weer de volgende gezinsviering, dit keer in het teken van Sint Maarten, wiens feestdag we op 11 november gedenken. We zullen extra aandacht aan hem besteden en we willen de kinderen die misschien op school of thuis een lampion hebben gemaakt vragen deze zondag mee te brengen naar de kerk. We komen dan in de intochtsprocessie met de lampionnen binnen!

Het Jongenskoor van de Koorschool helpt ons met zingen en na afloop is iedereen welkom voor koffie/thee/limonade en wat lekkers achter in de kerk!

Dus van harte welkom zondag a.s. om 10.00 uur in onze Kathedraal!!

Veel groeten, mede namens de gezinsmisgroep,

Diaken Eric

5 november: Blijf kritisch naar elkaar kijken!

[print]

31e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Maleachi 1,14b – 2,2b.8-10

  • 1 Tessalonicenzen 2,7b-9.13

  • Matteüs 23,1-12

Wat een droevige zondag voor de priesters
en allen die zich voor het geloof inzetten…
we worden eens flink op de hak genomen.
De profeet Maleachi windt er geen doekjes om:
‘priesters, jullie deugen niet’
en Jesus doet het nog eens dunnetjes over:
‘wee jullie schriftgeleerden en farizeeën’.
Het woord Farizeeën heeft in ons taalgebruik
een buitengewoon slechte klank gekregen…te slecht.
We kennen toch het liedje wel ‘op de hoek van de straat… enz.
Het eindigt met: ‘het is een farizeeër.’
En dat terwijl het woord farizeeer gewoon ‘ijverige’ betekent.
De farizeeen waren wat wij in onze dagen
‘basispastores’ zouden noemen.

En dan die brave Sadduceeën,
ze zijn navolgers van de vrome Sadok, de hogepriester
die ijverig bezig was in de tijd van David
de eredienst goed te laten verlopen
in het heiligdom in Jeruzalem.

Later werden ze opgevolgd door een clan
ie zich alleen maar bezig hield met de grote tempel in Jeruzalem
waar zij, er goed aan verdienend, de tempeleredienst gaande hielden.
In tegenstelling tot hen
waren de farizeeën dicht bij de mensen.
Ze trokken rond en bemoedigden de gewone man.

Er is niet veel fantasie voor nodig
om Jesus zelf ook tot de groep van de farizeeën te rekenen
hoewel het als een godslastering klinkt
als je hem zo zou noemen.
Jesus komt in zekere zin voor hen op als Hij zegt:
LUISTERT NAAR HEN
-het klinkt bijna als wat op de berg Tabor over Jesus zelf gezegd wordt
en ‘DOET WAT ZIJ U ZEGGEN’.
Maar dan komt zijn kritiek. Felle kritiek:
‘volg ze niet na want alles wat ze doen,
doen ze om bij de mensen op te vallen.’
Jesus bekritiseert de farizeeën; kritiek mag … ja moet soms.

Als ouders hun kinderen of kinderen hun ouders
of vrienden en vriendinnen en echtelieden
het niet meer de moeite waard vinden
elkaar te bekritiseren is dat het ergste wat hen kan overkomen
je bent dan dood voor elkaar.

De Bijbel staat dan ook vol kritische opmerkingen.
De profeten uit het Eerste Testament
bekritiseren het volk overduidelijk,
en schelden soms hun geloofsgenoten uit..
dat doen ze
omdat ze veel van hen verwachten.

Jesus gaat in hun voetspoor verder.
Als wij zijn kritiek horen op de farizeeën
vraagt dat wel een juiste instelling van de hoorder.
Het gaat heel erg mis
als je jezelf boven de kritiek verheven voelt
en de kritiek niet ook naar jezelf toetrekt.

Als je jezelf een onaanraakbare buitenstaander voelt
gaat het fout;
Helaas is dat met de binnenjoodse kritiek
van Jesus op de farizeeërs en zijn medejoden gebeurd.

De kritiek is dan niet meer gezien
als gezonde kritiek
zoals die bijvoorbeeld in een familie of een groep klinkt.

Jesus is als hij de Farizeeën fel bekritiseert
niet tegen Farizeeën als zodanig.
Zijn kritiek op de mede-farizeeërs –
mede-ijveraars zeiden we- van zijn tijd is niet mals. Waarom?

Omdat Hij het hele farizeeërdom
of misschien zelfs het hele jodendom overbodig vond?
Absoluut niet. Hij wil dat er geen tittel of de wet verloren gaat.

Hij is niet tegen farizeeën
maar hij is juist voor farizeeërs,
goede farizeeërs wel te verstaan: echte ijverigen.

Jesus bedoelt niet met zijn kritiek:
op de vuilnishoop met de farizeeërs maar
‘wat zou het heerlijk zijn
als de wet die zij zo duidelijk verkondigen
nu eens echt zou worden gedaan.’
———————————————-
De afgelopen week hebben we de feesten gevierd
van de heiligen en alle andere mensen
die God liefheeft.

De Heiligen hier zo prachtig opgesteld
kijken op ons neer en wij kijken tegen we op.
Toch willen ze ons niet onrustig maken zo van:
wij zijn zo goed en jij bent maar een klungelaar.

Neen ze willen ons juist bemoedigen:
‘blijf doorgaan, span je toch in, houd vol:
het kan: helemaal van God zijn,
Hem dienen met al je krachten.

De bedoeling van de feesten is om ons te vertellen
te horen dat alle namen door God bewaard worden,
want bij God bestaat er geen standsverschil
en Hij discrimineert niet.
Samen maken we deel uit
van een grote gemeenschap van mensen van goede wil
van alle tijden.

De gemeenschap der heiligen noemen we dat
mensen van vroeger en nu
die leefden en nog leven willen met God.

Er is een verbinding mogelijk
met hen die ons zijn voorgegaan…
met de ijveraars van alle eeuwen
en met de kritici van alle eeuwen

Ons eigen geloof
kan verbonden worden
met de echte farizeeën
de ijveraars van alle eeuwen;
ons eigen zwakke geloof
kan verbonden worden met de kracht die van hun geloof uitging.

Paulus zegt ter bemoediging vandaag:
‘het woord kan echt werken in jullie.’

Gods werk met ons kan dus doorgaan
en allen die ons voor zijn gegaan
kunnen ons tot zegen en tot kracht zijn
zo moge het zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

29 oktober: Erken je kwetsbaarheid

[print]

30e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Exodus 22,20-26

  • 1 Tessalonicenzen 1,5c-10

  • Matteüs 22,34-40

In het pastoraat komen vele vragen op ons af:
vragen van mensen die het soms niet meer zien zitten
en het leven niet aankunnen:
ze zoeken naar steun in het geloof.

Maar er zijn ook andere vragen:
vragen van jonge mensen die met hun geloof iets willen.
Soms herkennen ze zich niet
in de vorm waarin het geloof hun wordt doorgegeven
en vragen ze ‘waarom gaat dat zo?.
En wij die de antwoorden moeten geven denken soms:
‘ja waarom eigenlijk.’

Het begin van de wijsheid is het vragen
het aandachtig luisteren naar de antwoorden en
dan je eigen oordeel, in alle voorlopigheid verder dragen.

Vandaag in het evangelie een kort verslag
van een vraag en antwoordspel,
tussen Jesus en de vromen van zijn dagen over de kern van het geloof.

‘Kunt u mij zeggen wat nu de kern is van heel het geloof’
komt een Farizeeër aan Jesus vragen.

Jesus had zojuist de Sadduceeën,
die niet zo hevig in de verrijzenis geloofden als zij
de mond gesnoerd en nu wilden zij Jesus ook wel eens testen.
Er staat dat zij het vragen ‘om hem te beproeven’
met een nare bijbedoeling dus
maar eigenlijk is dat helemaal niet zo belangrijk.
Want zolang er vragen gesteld worden is er hoop.

Het was in de rabbijnse kringen van Jesus’ tijd
een veel gepractiseerd spelletje
om mensen te dwingen de kern van het geloof samen te vatten.
De farizeeër formuleert het zo:
‘Wat is het grootste gebod van de Wet.’

Dat lijkt een onoplosbare vraag
want er zijn in de wet 613 ge- en verboden,
de som van de dagen van het jaar (365)
en alle onderdelen van het menselijk lichaam (248).
En moeilijke vraag… hoewel:
het is natuurlijk duidelijk dat al die ge- en verboden
een innerlijke samenhang hebben. Toe Jesus, formuleer die eens?

Bekend is het antwoord van rabbijn Hillel
een collega-leraar, die precies een generatie vóór Jesus leefde.
Een heiden kwam naar hem toe en vroeg:
‘kunt u mij de kern van uw geloof uitleggen
terwijl ik op een been sta.’
Weer een andere collega van hem, rabbi Shammaj
had dat een belachelijke vraag gevonden
en hem woedend heengezonden.

Hij, Hillel, gaat serieus op de vraag in en zegt:
‘Wat vervelend is voor jou, doe dat je naaste niet aan,
dat is de kern van de Tora, de rest is commentaar.’
Maar hij voegde er wel iets aan toe:
‘ga, en word wijzer! ‘

Word wijzer…Hoe? Door na te denken
over wat belangrijk is en wat niet,
en zo alleen dingen te doen die echt waardevol zijn
voor de wereld en voor je zelf.

Jesus geeft een nog simpeler antwoord:
Hij verzint zelf niets maar citeert alleen maar twee zinnen uit de Tora:
‘bemin de Heer de Heer uw God met heel uw hart,
met heel uw ziel en heel uw vermogen’
en het tweede daaraan gelijk:
‘je zult je naaste liefhebben als jezelf.’

God liefhebben betekent:
Hem echt ruimte geven,
weten wat Hij van je verlangt
en daarnaar handelen.

Wat Hij verlangt?
Dat je de vreemdeling eerbiedigt -u hebt het in de eerste
lezing horen voorlezen- dat je de weerloze niet minacht.
Dat je de arme niet uitbuit.
Er staat zelfs een verbod om rente te vragen
in de wet van Mozes.
Als we dat werkelijk zouden praktiseren zou het gedaan zijn
met al onze westerse macht, onze economie zou instorten
… wij houden ons daarom maar niet aan dat gebod.
Maar of dat economische systeem van ons het houdt
is nog maar de vraag.

God liefhebben heeft altijd te maken met hetzelfde:
eerbied voor het weerloze
respect voor die geen macht hebben
ruimte voor de vreemdeling en de rechteloze.
Het motief is steeds: zelf was je vreemdeling in Egypte;
zelf had je geen geld en geen macht.

Na de liefde voor deze God
volgt dan het gebod om je naaste lief te hebben als jezelf.
Wat zoveel betekent als:
weet wie je zelf bent, hoe weerloos en klein
hoe hulpeloos als een ander jou niet helpt
(misschien vroeg iemand daarom in het intentieboek
achter in de kerk om ‘gebed voor mijzelf.)
Als je durf erkennen hoe kwetsbaar jijzelf bent
zal je de ander nooit meer vanuit een machtspositie tegemoet treden
maar als medeweerloze.
Jij bent zwak, hij ook,
jij hebt liefde nodig hij ook.

‘Al spreek ik met tongen van engelen en mensen, maar liefde heb ik niet:
ik ben schallend koper, een rinkelende tamboerijn.

Al ben ik een profeet, ziende het onzienlijke, in alles ingewijd, .
en is mijn geloof zo volkomen dat ik de bergen verzet, maar ik heb geen liefde,
ik ben niets.
En geef ik alles weg, en laat mij martelen als het moet,
heb ik geen liefde, dan dient het tot niets.

Liefde is ruimte geven, tijd laten, goedheid, geduld.
Liefde is niet kleinzielig, jaloers, hebzuchtig.

Liefde laat zich niet gelden, ijdel, grof, ongenaakbaar.
Wie liefheeft is niet belust op zichzelf.

Liefde wordt niet verbitterd, liefde vindt niets onvergeeflijk.
Onrecht maakt haar niet gelukkig, waarheid maakt haar blij.

Liefde houdt stand tegen alles: telkens weer gelooft zij
alles verdraagt zij, altijd opnieuw vol hoop . Nooit bezwijkt de liefde.

Profetenwoorden wel, talen verstommen, alle kennis is eindig.
Ach, al wat wij weten is stukwerk en onze visioenen: flarden licht.
Maar als het oneindige aanbreekt houdt al het eindige op.

Toen ik nog een klein kind was, praatte ik zoals kinderen doen,
en ik dacht niet verder dan kinderen doen .
Nu ik een man geworden ben, heb ik dat achter mij gelaten.

Nu nog zien wij spiegelbeelden, raadselachtig,
eenmaal staan wij oog in oog .

Nu nog weet ik niet de helft,
ooit, eenmaal, zal ik alles weten, zoals Hij alles weet van mij.

Geloof en hoop en liefde zullen blijven, alle drie, maar de grootste is de liefde.’

Dat wij samen een parochie mogen vormen
waarin die liefde ons allen leidt.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Allerheiligen en Allerzielen in de Kathedraal

Jaarlijks worden op 1 november alle heiligen herdacht in een feestelijke viering. Vrouwen en mannen die ons zijn voorgaan naar de eeuwigheid, maar bij leven veel voor de kerk en haar mensen hebben betekend.

Op 2 november vieren we de gedachtenis aan onze eigen overledenen. Vrouwen en mannen die voor ons persoonlijk leven van betekenis zijn geweest en die we nog zo missen.

Deze twee dagen, Allerheiligen en Allerzielen, zijn nauw met elkaar verbonden en zijn een getuigenis van het feit dat ons geloof hoopvol is.

Die hoop komt tot uitdrukking in de twee prachtige vieringen die op deze dagen zullen plaatsvinden.

Op woensdag 1 november is om 19.30 uur de feestelijke Allerheiligenviering m.m.v. het Mannenkoor. Zij zingen naast gregoriaans ook werken van Lotti, Di Lasso en Strategier. Op donderdag 2 november is eveneens om 19.30 uur de Allerzielenviering m.m.v. de Bavocantorij. Zij brengen delen uit het Requiem van Gabriël Fauré ten gehore.

De ochtendvieringen komen op deze dagen te vervallen.

U bent van harte welkom deze bijzondere momenten met ons mee te vieren.

22 oktober: Geef de keizer nooit wat God toekomt.

[print]

29e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 45,1.4-6

  • 1 Tessalonicenzen 1,1-5b

  • Matteüs 22,15-21

´Geef de keizer wat des keizers is.´
Hoe vaak heeft deze eerste helft van Jesus´ antwoord
volkomen verkeerd gefunctioneerd.
Beroemd is het voorbeeld van hoe in 1914
de Duitse keizer jongens als soldaten
probeerde te ronselen voor zijn oorlog,
gebruikmakend van deze uitspraak:
´Geef aan de keizer (aan mij) maar soldaten, dat komt mij toe.´

Het evangelie van vandaag heeft eeuwen geklonken
in onze kerken op de 22e zondag na Pinksteren.
Vooral als een voorbeeld waaruit blijkt
dat Jesus de schriftgeleerden te vlug af was:
´Ze durfden hem niets meer te vragen.´
Maar er is wel wat meer aan de orde !

Daarom heb ik deze preek een nieuw motto meegegeven
dit keer niet: ‘geef God wat God toekomt
en de keizer wat de keizer toekomt’ maar:
‘geef de keizer nooit wat God toekomt!’.
Wij moeten opletten, dat de glans van Augustus,
het machtsparadijs van wereldbeheersers,
de komst van het rijk van God niet blokkeert.

Jesus´ (en Israëls) houding tot de keizers,
koningen en andere groten der aarde is kritisch, superkritisch.
De verhouding van het jodendom tot alle machthebbers
van buiten en van binnen (de eigen koning)
is altijd een zeer moeilijke geweest
want er is immers maar één koning en dat is God.
Het was ooit al een drama geweest
toen de mensen Israël de verleiding niet konden weerstaan
om ook een koning te willen hebben. Ze wilden meetellen
in de kring der volkeren en ook een koning hebben
om dezelfde reden als kinderen soms iets willen hebben
´omdat de anderen er ook één hebben.´
De profeet Samuël reageert woedend en ter zake
door een huiveringwekkend beeld,
tegelijk een karikatuur van de koning te schetsen:
´Weet wat er gebeuren gaat:
je zonen zal hij nemen en hen dienst laten doen
als waren zij slaven
hij zal van je akkers en wijngaarden nemen
en ze aan zijn vrienden geven.

Als het volk toch een koning wil betekent dat…
terugkeer naar de slavernij.
Of het moet een koning zijn
zoals die in de koningswetten
van Mozes beschreven wordt (Deut. 17, 14 e.v.):
Daar lezen we:
´Een goede koning zal niet veel paarden
– die staan voor tanks- houden
hij zal een afschrift bij zich hebben van de Wet
en daar heel zijn leven (dag en nacht!) in lezen
en de inzettingen naarstig onderhouden,
opdat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broeders
en nooit van de goddelijke geboden afwijken.’

Als mensen, de koningen,
presidenten en ministers op de eerste plaats,
de woorden van God werkelijk gaan doen
heeft dat de komst van een totaal andere maatschappelijke orde tot gevolg.
Waar de kleinen worden geëerd, waar ruimte is voor de vreemdeling
en waar de armen de hulp krijgen die ze nodig hebben.

De belasting komt indirect in het evangelie ter sprake.
Voor goede zaken belasting betalen
is een heilzame plicht al vindt niemand het leuk.
Maar we doen dat niet alleen om de overheid, de keizer, te behagen
en koning welvaart te dienen.

Als het goed is komt er zo ook geld beschikbaar voor een schoner milieu,
en ook geld om mensen die buiten de boot vallen,
hier en in de arme landen, te steunen.

Vandaag is het wereldmissiedag,
dag van bijzondere aandacht voor de nieuwe kerken
in Afrika, Zuid Amerika en Azië.
We hoorden in deze dienst ook
een van de oudste delen van het nieuwe testament
uit Paulus’ brief aan de mensen van Tessalonica.
Hij is blij met hen en het is kennelijk met vreugde dat Paulus
in zijn brief aan de mensen van Tessalonica schrijft:
“Wij hebben u het evangelie verkondigd,
niet alleen met woorden, maar met kracht,
heilige geest en volle overtuiging
en met blijdschap denk aan alles wat jullie doen,
aan je standvastige liefde en je volharden in hoop.’

Dat kunnen we zeggen van alle missionarissen,
zusters, broeders en priesters die in de afgelopen
honderdzestig jaar (toen werd Nederland een actief
land dat duizenden missionarissen de wereld instuurde)
op weg gingen. Het hele katholieke volk was daarbij ingeschakeld,
iedereen had wel een oom of een tante of een neef of een nicht
in de missie. Zelateurs en zelatrices plaatsten missiebusjes
in alle huizen waar katholieken woonden.

In 1985, nog maar een dikke 30 jaar terug, waren er nog 4 en een half duizend
Nederlandse missionarissen in de missie werkzaam
nu nog niet eens de helft en verreweg de meesten zijn oud.
Er komen er weinigen bij.
Wat nieuw is, is dat er meer leken dan vroeger
voor enkele jaren werkzaam willen zijn in de missie.

Merkwaardig dat die oude getrouwen niet klagen:
de zusters niet en de paters niet, waarom niet?
Omdat er zich een nieuwe ontwikkeling heeft voorgedaan:
de kerken daar zijn zelfstandig geworden
en er zijn jonge mensen ter plekke
die het oude werk hebben overgenomen.

Maar ze kunnen niet zonder onze steun.
De mogelijkheden die wij hebben om anderen te helpen
zijn enorm. Ik noemde al wat de overheid kan doen
middels het belastinggeld,
de mogelijkheid die de staat heeft om mensen daar te steunen
en vooral te helpen zichzelf te helpen.
Maar daarnaast zijn er de mogelijkheden die wij ze geven
middels de collectes.
Ik noem nu de collecte die op het einde van de viering
gehouden zal worden voor de kerken in de ontwikkelingslanden.
Het is een eer dat wij hen kunnen steunen.

Ook moreel. Want er zijn daar heel wat keizers,
en koningen en machthebbers op de tronen gekomen
die veel te veel eer krijgen en tirannen die weg moeten.
Gelukkig gaat het geld van de missiecollectes
via de Pauselijke missiewerken naar de mensen beneden
zodat ze ook werkelijk geholpen worden.

Jesus heeft, staande voor de tempel van Jeruzalem de mensen opgeroepen
vooral God de eer te geven die Hem toekomt.
Dat is door te bouwen aan gerechtigheid en sjalom
dat is door vrijelijk kritiek te uiten
op wat de grote keizers en machthebbers van onze tijd willen doen.

Als het goed is zijn wij vrij van hun dwang,
niet onderworpen aan hun invloed:
wij zullen kritisch blijven tegenover alles wat zich breed maakt
want wij mensen zijn geschapen naar Gods beeld,
om op Hem te lijken.

Zo zullen we samen bouwen aan een andere wereld
met alle mensen van goede wil.

Zo zullen wij elkaar sterken en bewaren,
zolang wij leeftijd op aarde hebben! Amen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

15 oktober: Van gasten wordt ook iets verwacht

[print]

28e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 25,6-10a

  • Filippenzen 4,12-14.19-20

  • Matteüs 22,1-14

Het sombere slot van het evangelie klinkt nog na:
geween en geknars der tanden. Daarover straks.
We beginnen opgewekt: God is een geweldige gastheer!
Eerder bourgondisch dan jansenistisch.
Daar zijn joden (en vooral katholieke) christenen het over eens.
Is het niet kostelijk om in de eerste lezing van vandaag
te horen spreken
over vette spijzen en uitgelezen wijnen.
In de Talmoed kan men een uitleg vinden bij Jes. 64, 4:
´Geen oog heeft gezien, O Heer, buiten U, wat Hij bereid heeft
voor hem die op Hem wacht en wat is dat dan:
Het is de wijn die bewaard is in de druiven
sinds de zesde dag van de schepping.´

Er klinkt bruiloftsmuziek naar ons toe
als we de parabel ter hand nemen.
We vinden parallelle teksten bij collega-rabbijnen van Jesus.
Ook de man die geen bruiloftskleed aan heeft, komt bij hen voor!
En in het bijbelboek Prediker krijgen mensen
die van God willen zijn krijgen ook een kledingadvies:
´Laat op ieder tijdstip uw klederen wit zijn
en olie op uw hoofd niet ontbreken´(Pr. 9, 8).

God is in de Bijbel de bruidegom die gasten nodig heeft voor zijn feest.
Het verhaal vertelt daar onmiddellijk achteraan
dat de gasten niet willen komen.
Dat is nou toch ook wat.
Er is een feestje en je komt niet.
Toch is dat niet vanzelfsprekend: dat je komt.
Om aan een uitnodiging gehoor te geven is vaak moeilijk:
je moet losbreken uit je gewone sleur.

Het evangelie vertelt over mensen die niet willen komen.
Niet dat ze niet kunnen komen
maar ze hebben het gewoon te druk met hun normale bezigheden
en die moeten voorgaan.

Zij staan voor de mensen die door God uitgedaagd worden
maar daar gewoon geen consequenties trekken.
God daagt ze uit om antwoord te geven op zijn roepstem
maar ze doen dat niet.

Jesus vertelt dit verhaal als een aanklacht
tegen sommige oude getrouwen van Israël:
kennelijk hebben die niet actief genoeg gereageerd op zijn prediking.
Later voegt Mattheus er nog die verwoeste stad aan toe,
verwijzend naar de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70.
Dat wordt dan uitgelegd als straf voor de joden die Jesus verworpen hadden
(niet allemaal natuurlijk: alle christen van de oerkerk waren joods).

De lezers van het verhaal in de vroege kerk
zijn mensen uit de joods-christelijke gemeenschap van de eerste eeuw.
Mensen die wel hebben gereageerd op Jesus prediking.
Die mensen kunnen met enige tevredenheid luisteren
want ze zijn gekomen.
Net zoals alle kerkgangers die op zondag de moeite nemen om te komen
u dus! En wat zijn we blij met u! We kunnen u niet missen:
mensen die tijd kunnen vrij maken om hier aanwezig te zijn.

Nou, dat heb ik genoeg gezegd:
we zijn blij dat u er bent.
Maar nu het vervolg van het verhaal.
Matteus weet dat zijn lezers trouwe christenen zijn
joden-christenen om precies te zijn.
Mensen die de wet van Mozes kennen
en die daarbij nog hebben ontdekt
dat Jesus degene was die die Wet precies heeft volbracht.
Net zoals u in deze wereld hebt ontdekt
dat het de moeite waard is om te geloven.

Maar nu komt het er op aan:
voordat de lezers van Matteus
(of wij hier) gaan knorren van zelfgenoegzaamheid:
‘wat is het toch fijn dat we God hebben geantwoord,
dat we nog de moeite nemen om naar de kerk te komen’
op het moment dat zulke gevoelens bij ons naar boven gaan komen
komt er in het verhaal een andere sfeer.
We horen plotseling spreken over een man zonder bruiloftskleed
die niet naar binnen mag.
‘Dat is nou niet aardig God, u bent geen goede gastheer.

Ho ho, mag God gastheer zijn zoals Hij wil?
Wij zagen een van de vorige zondagen al
dat hij in de wijngaard aan iedereen een geweldig loon geeft
ook al komen ze eventjes binnenstappen om een halfuurtje te helpen.

Hij is een eigenzinnige gastheer.
Hij is vriendelijk en royaal
maar altijd heeft hij bijzondere verwachtingen
van de mensen die aan zijn uitnodiging gevolg geven:
ze zullen voor de bruiloft gekleed moeten zijn.
Bij de joden was de gewoonte dat er bruidskleren klaar lagen
bij de ingang van de zaal.
Je hebt dus geen excuus dat je niet tijdig je keurige pak aankreeg.
Door het bruidsgewaad kunnen anderen aan jou zien
dat je een bruiloftsganger bent.

Als Godgelovigen zullen wij –als het goed is- anders zijn dan anderen.
Neen, niet beter maar wel optimistischer.
Wij zullen mensen die in de put zitten
er niet in laten zitten maar hoop bieden en troost.

Als feestgangers bij Gods bruiloftsfeest
zullen wij anderen ook het licht in de ogen gunnen:
er meer op uit zijn –zoals Franciscus dat in zijn gebed zegt-
er meer op uit zijn te geven dan te ontvangen,
er meer op uit zijn te troosten dan getroost te worden.

Wij zijn als mensen die er toevallig bijgehaald zijn,
als gewone mensen die ook vaak aan de sleur van alle dag toegeven
van de straat van onze saaiheid worden weggehaald

Als mensen die zelf soms ook droevig zijn en weerloos
van de straat van onze droefgeestigheid afgehaald
en naar het feest geroepen.
Daar past dus ook een feestelijke mentaliteit bij
en dat is dan ons bruiloftskleed.

Het verhaal van de man zonder bruiloftskleed
die buitengesloten wordt is geen verhaal
waaruit we moeten af leiden dat God streng is.
Dat is Hij niet. Hij wil niemand buitensluiten.
Buitengesloten wordt alleen de mens die zichzelf buitensluit
en aan het grote avontuur van het leven met de tora niet mee wil doen.

De hoorder van deze gelijkenis mag zich zelf nooit
buiten de parabel plaatsen als waarnemer.
De parabels zijn tot ons gesproken
opdat ook wij ons bekeren en daarnaar handelen.

Ondanks de ernst past deze gelijkenis goed
bij de feesten die we in onze parochie graag vieren.
Maar we zijn niet alleen een feestclub.
We zijn ook een gemeenschap van troost en bemoediging
dat blijkt bij de uitvaarten en de gedachtenisvieringen de we hier houden.

Deze weken gaan ook de uitnodigingen uit voor
2 november Allerzielen. Dan komen de mensen die rouwen
troost zoeken bij ons.
Ook in droefheid houden we elkaar vast
en proberen wij ons te gedragen
als mensen die niet zonder hoop zijn.
We troosten dan elkaar
en zingen ‘als God ons thuis brengt dat zal een droom zijn.’

Het is heerlijk te weten dat God voor ons alleen maar
heerlijke verrassingen in petto heeft
en dat Hij, als een goede gastheer, ons graag ziet.
Hij verwacht dat wij zelf gezellige gasten zijn
en zelf ook goede gastheren en gastvrouwen voor anderen.

Paulus sprak daarover, hij was dankbaar voor de solidariteit
van zijn geloofsgenoten die hem kennelijk geholpen hebben
‘ik weet wat armoede is’ zegt hij.
Wij weten dat gelukkig zou ik zeggen niet meer
maar de dankbaarheid daarvoor mag ons niet passief maken
maar juist actief. Vanuit die dankbaarheid worden we opgeroepen
te breken en te delen: God heeft ons altijd nodig
als werktuigen van zijn liefde.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Opbrengst en uitslag loterij kerkenveiling

De opbrengst van de 3e kerkenveiling ten behoeve van de Kathedrale Basiliek Sint Bavo en het Muziekinstituut Sint Bavo is €12.415. Wij willen alle kopers en sponsors hartelijk bedanken en we hopen u volgend jaar op 12 oktober 2018 weer te verwelkomen!

Comité kerkenveiling Kathedrale Basiliek Sint Bavo

Uitslag loterij

Prijs Lot Naam
1e 826 J. Hulshof
2e 501 M. Bolsius
3e 026 Mevr. Schouten
4e 724 C.J. Kools
5e 263 S. Noppers
6e 071 E. Oolders
7e 250 G. Gould
8e 021 Mevr. Stoop
9e 035 Mevr. Dekker
10e 271 G. Beers

Met de winnaars is gecorrespondeerd. Heeft u echter nog geen contact gehad met iemand van het veilingcomité en toch een prijs gewonnen, dan verzoeken wij u om contact met ons op te nemen via restauratie@rkbavo.nl o.v.v. Loterij kerkenveiling 2017.