• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
inmemoriam-crop

All posts by Maarten Kools

In memoriam Frans Geels

inmemoriamDonderdagavond 18 mei is Pastor Frans Geels is op 67 jarige leeftijd overleden.

Frans is behandeld voor kanker in de lymfen en werd afgelopen week ‘schoon verklaard’. Zijn hart was echter zwak. Frans was jarenlang vaste assistent in onze kathedraal en is in het verleden ook vaker als organist mee geweest op tournees van het Kathedrale Koor en de Bavo Cantorij. Daarnaast is Frans ook enkele jaren pastoor geweest in de Groenmarktkerk, en heeft daar veel goede vriendschappen opgebouwd.

Afgelopen Goede Vrijdag en tijdens de Paasmis heeft hij samen met Mgr. Jan Valkestijn nog genoten van de vieringen. Beiden waren op dat moment in verpleeghuis Zuiderhout.

Een goede vriend, fijne priester en bekwaam musicus! We denken aan hem in dankbaarheid.

De uitvaart zal woensdag 24 mei om 12:00 uur plaatsvinden in de kathedraal. De avond tevoren is er van 20:00 uur tot 21:00 uur gelegenheid om afscheid te nemen en de familie te condoleren in Uitvaartcentrum Haarlem, Parklaan 36, 2011 KW Haarlem.

7 mei: De poort naar een nieuwe toekomst

[print]

4e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2,14a.36-41

  • 1 Petrus 2,20b-25

  • Johannes 10,1-10

Op deze 4e paaszondag lezen wij ieder jaar
een gedeelte van het hele lange verhaal in Johannes 9 en 10 over het herderschap.
Het meest bekende is Jesus’ uitspraak: IK BEN DE GOEDE HERDER.
De goede herder beschermt zijn kudde tegen de wolven.
Herder zijn is een moeilijk vak!
Het evangelie van vandaag spreekt uitdrukkelijk over de valse herders,
mensen die niet goed ‘herderen’ en die liever de baas spelen over anderen.
In Jesus’ dagen waren er velen achter wie men aan kon lopen.
Leraren die de mensen in hemelse sferen afleidden
maar ook zeer aardse leraren, aanvoerders van Guerilla-bewegingen
tegen de romeinse bezetting van die dagen.

Goed ‘herderen’ is een vak.. zei ik.
Er zijn ook hele slechte herders geweest en nog.
Slechte leiders zijn er altijd.
En denk ook maar aan het drama enkele jaren geleden in de Verenigde staten
toen honderden volgelingen van een sekteleider
zich levend verbranden lieten in opdracht van hun meester.
Johannes beschrijft Jesus als degene die goed ‘herdert’
en die mensen werkelijk kan binnenleiden in een nieuwe wereld.
Als een nieuwe Mozes leidt Hij mensen naar de vrijheid…
naar de bekende grazige weiden.

Johannes de evangelist gaat in zijn 9e en 10e hoofdstuk
als een soort televiesieregisseur met een TV-camera te werk.

Eerst ‘zoomen wij in’ op de goede herder zelf.
Daarna op het hele beweeglijke gebeuren rond herder,
schaapstal, kudde en de wei buiten.
En als je dan de stoeten schapen ziet passeren
die een kostelijke toekomst tegemoet gaan zoomt de camera weer in:
plotseling staat de camera even stil: daar is de deur.
En Johannes, de cameraregisseur denkt: DAT IS HIJ OOK!
Dus horen we opeens die raadselachtige uitspraak van Jesus: IK BEN DE DEUR.

Hij is de deur, Hij staat tussen de binnen- en de buitenwereld in.
Wie door die deur wil gaan trekt een goede toekomst tegemoet.
De poorten van het heil zullen opengaan. Jesus is zo’n poort.
Een vreemde beeldspraak? Misschien maar het is allemaal heel bevrijdend.
Er is toekomst, we kunnen de wereld in
om daar te gaan weiden in grazige weiden
en vrolijk en opgewekt te gaan doen wat ons te doen staat.

Een afrikaanse theologe,
op bezoek bij de theologische universiteit in Utrecht zei eens:
‘het lijkt wel of het geloof voor jullie een last is,
jullie zuchten en kreunen om jullie geloof:
voor ons is het geloof een bron van vreugde en inspiratie:
we zijn blij met God op weg te mogen gaan.’

God geeft ons veiligheid in de schaapstal.
Hij gunt ieder schaap zijn eigen ruimte: er is veiligheid en troost:
er is ruimte voor velen.
Wees zeker van de veiligheid die je Heer je wil bieden,
je kunt altijd bij Hem terecht maar
Jesus is de poort naar de ruimte toe!
De deur staat open!
Die deur die openstaat lijkt ons te zeggen:
durf ook naar buiten te gaan! Ga vertrouwvol je eigen weg.
De deur staat open.. je bent zelfstandig, je bent vrij om te kiezen.

En dan kom ik bijna vanzelf op de roepingenzondag die we vandaag ook vieren.
De zondag waarop we samen nadenken over onze verantwoordelijkheid in de kerk.
De zondag waarop we bidden om nieuwe jonge voorgangers in ons midden.
Het is noodzakelijk dat er steeds jonge mensen zijn,
mannen en vrouwen die zich inzetten voor het pastorale werk.

De geschiedenis van God met de mensen moet doorgaan.
Hoe zal die geschiedenis verder gaan? Is er reden tot bezorgdheid?
Ja die is er. Maar er is meer.
We leven in een tijd waarin vele, zeer vele mensen actief zijn in de kerk,
meer wellicht dan vroeger. Het is de tijd van de vele vrijwilligers…
zoveel zijn er nooit geweest. Is er dan ook geen reden tot hoop?

Ja, als wij volharden.
Iedere dag opnieuw moeten wij volharden
EN OOK WEER NIEUWE STAPPEN durven zetten:
iedere dag opnieuw gaan er nieuwe deuren open.

We hopen en bidden om een kerk waarin wat minder gesloten
en wat meer geopend wordt.
We hopen dat er altijd mensen zullen zijn
die de poorten van het heil willen openen door hun durf.

We hopen en bidden dat er altijd mannen en vrouwen zullen zijn
die de mensheid zullen voorgaan naar een nieuwe toekomst
waarin menselijkheid en vrede te vinden zullen zijn,
waar de gerechtigheid straalt als een zon aan de hemel
waar vriendschap is en liefde.

Op deze ‘Goede Herder-zondag’ denken wij –zei ik zojuist-
na over en bidden voor roepingen voor het kerkelijk werk:
we kunnen niet zonder voorgangers en voorgangsters.
Samen, voorgangers en parochianen zijn wij kerk!

Parochiebestuur en pastores vragen over enkele weken ook uw aandacht
voor de P.C.I (Parochiele Charitas Instelling).
Steeds meer slagen ze er in parochianen
die bijzondere aandacht behoeven bij te staan.
Dat zal zijn op de zondag van de 1e Communie,
de nieuwe lammetjes van onze kudde treden dan toe.

Van de eerste christenen zeiden ze: ‘zie hoe die elkaar liefhebben.’
Het zou heerlijk zijn als ze van ons in de Bavo zouden zeggen:
‘zie hoe goed die mensen zorgen voor elkaar.’

Naast de dienst aan de wereld
is er ook de zorg voor elkaar, hier wonend in één stad.
Het gaat niet aan de zorg voor mensen in nood elders
en voor de mensen in nood dichtbij tegen elkaar uit te spelen.
Ze vullen elkaar aan. Het een niet zonder het ander.

Tenslotte als teken van de nabijheid van de goede herder
in deze schaapstal delen wij hier het altaarbrood.

En als er van dat brood over is bewaren wij dat
in het tabernakel daar in de Sacramentskapel.

En daarbij brandt dan dat kleine vuurtje, dat kleine licht;
het licht van Godslamp.

Die vlam brandt nu al honderdnegentien jaar
en gaat nooit uit.

Die vlam die brandt in onze grote schaapstal
is het teken van Gods trouw aan ons.

Hij laat ons niet los
Hij is er voor ons altijd
dag en nacht:
en Herder die van ons, zijn schaapjes houdt.

Vertrouwen wij op hem en zijn wij zorgzaam voor elkaar
dan zal God licht over ons opgaan
en wij zullen elkaar tot zegen zijn
tot in lengte van dagen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

30 april: Hij wandelt mee

[print]

3e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2,14.22-28

  • 1 Petrus 1,17-21

  • Lucas 24,13-35

Wat hebben we samen toch een goede bemoediging gekregen
in de goede week en in de viering van Pasen samen.
Vandaag een evangelie om ons goed op de been te houden.
Ik herinner mij dat mijn vader als hij dit evangelie gehoord had,
(vroeger werd het op de tweede paasdag gelezen),
altijd zei: ‘wat is dat een mooi evangelie.’
En dan ging je er als kind extra goed naar luisteren..
naar dat wonderlijke verhaal over die twee die het
-om even een lelijke moderne uitdrukking te gebruiken-
‘niet meer zien zitten.’

Het gaat over twee mensen die mokkend van Jeruzalem weglopen,
op weg naar Emmaüs.
Natuurlijk hebben vele bijbelgeleerden zich afgevraagd
waar het dorpje Emmaüs ligt waar de twee naar op weg zijn.
Helaas… er is geen dorpje met die naam te vinden
in de onmiddellijke nabijheid van de heilige stad.
Natuurlijk wijze de gidsen in het heilig land wel zo’n plaatsje aan
maar dat is voor de commercie.

In oude historische boeken is echter wel
een Romeinse kazerne te vinden die die naam gedragen heeft
vlak bij Jeruzalem dat, zoals u weet,
door de Romeinen bezet was in die dagen.
Dat maakt het verhaal van die twee
uit het legerkamp Emmaüs des te spannender.
Ze hadden gehoopt dat Jesus degene was
die zijn volk zou komen bevrijden.
Tegen heug en meug deden ze hun werk in de Romeinse nederzetting
en nu hadden ze Jesus eerst toegejuicht op palmzondag en gehoopt
dat hij zijn volk met bekwame spoed zou komen bevrijden.

Dat was niet gebeurd, althans niet zoals zij dat verwacht hadden….
ze moeten weer terug naar hun werk in de legerplaats in dienst van de vijand.
Teleurgesteld keren ze de heilige stad de rug toe.
Maar ze zijn hun God van de bevrijding nog niet vergeten.

Want terwijl ze zich van Jeruzalem afkeren
zijn ze aan het spreken over de schrift.
Ze praten nog over hun geloof
en zolang mensen dat nog doen is er hoop.
Alleen weten ze met alles wat er gebeurd is geen raad.
En dan komt de vreemdeling die zich aan hun zijde schaart…
volkomen onverwacht.
Het staat zo mooi beschreven: ‘Hij wandelde met hen mee.’
Hij laat ze niet aan hun lot over.

Een eindje meelopen kan vaak al genoeg zijn
om anderen te helpen. Als de medewandelaar vraagt
wat hen zo dwars zit komt het hele verhaal eruit.

‘Wij waren vol van Jesus van Nazareth en dachten
dat Hij het was die Israël zou verlossen.
Maar ze hebben Hem gedood en dat is inmiddels al drie dagen geleden.
Ja, er zijn verhalen dat Hij weer zou leven…
maar wat moeten wij met verhalen.’

Wat moeten wij met verhalen..
een vraag die veel gelovigen zich stellen,
hebben we daar wat aan?

De mee-wandelaar doet NIET wat veel mensen soms doen.
Hij gaat NIET MEEKLAGEN: het is toch verschrikkelijk allemaal,
die toestand van de wereld tegenwoordig.
Sommige mensen gaan, als anderen hun nood vertellen,
een duit in het zakje doen
door er zelf nog een prachtig rampverhaal aan toe te voegen.
De wandelaar uit het evangelie luistert naar hun klachten.
Hij neemt ze serieus maar ……
Hij huilt niet mee met de wolven in het bos.
Hij gaat er tegen in en zegt:
‘is deze Jesus die zo met de mensen bevriend was,
die mensen zonder hoop weer bemoedigde, die zieken overeind hielp
en zondaars weer hoop gaf
niet precies degene die de mensen nodig hebben?

En is deze Jesus die met de mensen
die lijden moeten en gemarteld worden
zo solidair was dat Hij zelf ook gemarteld wilde worden en meeleed…
niet degene over wie de Heilige Schrift droomde,
deze trouwe knecht van God die ons iets liet zien
van vriendschap en solidariteit tot in de dood toe?’

‘Ja dat is wel mooi meneer maar wat hebben wij daaraan?’

En dan fantaseer ik een beetje door
over hoe de vreemdeling kan verder gegaan zijn:

‘Je hebt gelijk maar er is meer!
In de Schrift staat ook te lezen
dat God een God van levenden is
en dat Hij de zijnen niet in de steek laat.
Het staat in het Oude Testament te lezen,
Petrus citeerde dat zo mooi, -dat hoorden we in de eerste lezing-
‘wat de rechtvaardige betreft:
zijn ziel zult Gij niet aan het dodenrijk prijsgeven
en Uw heilige zal het bederf niet zien.’
De rechtvaardige zal niet sterven maar leven en oordelen
over allen die hem hebben vervolgd.

En terwijl ze zo praten wordt het avond.
‘Blijf bij ons’ zeggen ze dan.
En dan draait het verhaal om.

Het wordt avond en dan doen ze iets belangrijks:
ze nodigen de reiziger die opeens hulpeloos lijkt uit: kom bij ons eten.
Ze worden van klagers gastheren
en dan kunnen er nieuwe dingen gebeuren.

En die gebeuren er dan ook:
ze blijken een bijzondere gast in hun midden te hebben:
Als zij hun brood hebben willen delen..
blijken ze niet alleen te zijn met elkaar
Jesus zelf, hun grote vriend, blijkt plotseling zelf aanwezig.
‘Het is de Heer’ roepen ze verbaasd uit.

‘Waar twee of drie in mijn naam bijeenzijn
daar ben ik in hun midden…’ had Hij ooit gezegd.

Het staat in de oude joodse geschriften van Jesus’ tijd
ook prachtig beschreven: ‘wanneer drie personen aan één tafel eten,
terwijl ze daarbij de woorden van God bespreken,
dan wordt het beschouwd
alsof ze eten aan de tafel van de Alomtegenwoordige.’

Het verhaal heeft een happy end gekregen.
Het is een verhaal dat in de vele eeuwen dat het verteld wordt
en gelovigen verder trekken, moeizaam en teleurgesteld,
mensen met hun teleurstelling en hun verdriet,
weer hoop geeft en troost. Geldt dat ook voor ons vandaag?
Ja, juist voor ons.

Wanhoop en teleurstelling zijn geen gevoelens van deze tijd alleen:
het zijn gevoelens van alle tijden
en ze worden door de Heer ernstig genomen.

Er wordt naar ons geluisterd door iemand,
IEMAND met een hoofdletter
die met ons mee wandelt.

Wij zullen Hem herkennen
als wij ons brood gaan breken hier in de kerk.
Wij zijn geen historisch genootschap
van mensen die een vroom gebruik handhaven,
Hij is de gastheer en is werkelijk hier.

Maar vooral is Hij aanwezig
als wij ons brood willen breken met de vreemdeling, met de arme.

Als wij dat durven gaan wij niet alleen door het leven.
Wij kunnen Hem na gaan doen door mensen te gaan opzoeken,
door met mensen mee te wandelen.
Door naar hen te luisteren en hun onderweg troost te bieden.

Wij kunnen Gods naam ook zelf waar maken in deze wereld naar anderen toe…
de prachtige naam die ons op deze zondag
van de Emmausgangers weer verkondigd wordt: IK ZAL ER ZIJN.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

44ste serie Zaterdagmiddagconcerten

OrgelconcertDit jaar zal de 44e serie orgelconcerten plaatsvinden. De reeks wekelijkse concerten start op 6 mei, en wordt voortgezet  t/m 30 september. Deze concertserie wordt georganiseerd rond het monumentale Willibrordusorgel. De concerten beginnen om 15:00 uur (- met uitzondering van de concerten op 19 mei en 17 juni die om 20:15 uur beginnen – ) en duren ongeveer één uur.

Dit jaar zijn er twee thema’s:

  • Hendrik Andriessen (1892-1981) en Albert de Klerk (1917 – 1998)
    twee Haarlemse orgelmeester die hun stempel hebben gedrukt op het (kerk)muzikale muziekleven in ons land.
  • Het Lutherkoraal als inspiratiebron
    in het jaar waarin 500 jaar Reformatie wordt herdacht, besteden we aandacht aan de teksten en melodieën die Martin Luther schiep om de gewone gelovige zijn geloof te laten bezingen.

De serie is gratis toegankelijk (met uitzondering van de concerten op 19 mei en 2 september), wel wordt aan de uitgang een genereuze vrijwillige bijdrage gevraagd.

Internationaal César Franck Concours (16 t/m 20 mei)

Het Internationaal César Franck Concours vindt plaats van 16 t/m 20 mei.

– De eerste voorronde is op 16 mei (11 – 17 uur)
– De tweede voorronde is op 18 mei (10 – 15 uur)
– De finale is op 20 mei om 15 uur.

Op 19 mei 20:15 uur vindt het juryconcert plaats. Dat is dus een avondconcert. Dit wordt gegeven door de drie juryleden: Michel Bouvard en Olivier Penin uit Frankrijk en Hayo Boerema uit Nederland. De toegang hiervoor is € 10,- inclusief een gratis drankje in de pauze. U krijgt echter € 2,50 korting als u voorintekent op de site www.cesarfranckconcours.nl

Internationale Orgelzomer (24 juni t/m 9 september)

Het Festival Internationale Orgelzomer biedt ook dit jaar een internationale keur van organisten die gedurende de drie zomermaanden optreden. Het festival opent met een concert door Dariusz Bakowski uit Krakau. Daarnaast treden uit het buitenland op: de Belgische orgelvirtuoos Ignace Michiels uit Brugge, Pablo Márques Caraballo & Atsako Takano uit Valencia (orgel vierhandig), Tobias Willi uit Zürich die, ondanks zijn jonge leeftijd al als een grootmeester beschouwd kan worden, Haig Vosgueritchian uit Jerusalem en Vincent Dubois uit Parijs. Ook komen twee in het buitenland werkzame Nederlanders spelen: Marcel van Westen, organist in Aken en Ronald Stolk, organist in Washington DC.

Andriessen / De Klerk Festival

Hoewel het hele seizoen extra aandacht aan de orgelwerken van Hendrik Andriessen en Albert de Klerk zal worden geschonken (in het bijzonder bij de concerten op 6 mei, 17 juni en 8 juli) valt het echte zwaartepunt tijdens het Andriessen – De Klerk Festival waarvan het openingsconcert op 16 september plaatsvindt in de Nieuwe Bavo met een bespeling door Gonny van der Maten waaraan ook het koor Haarlem Voices o.l.v. Sarah Barrett zijn medewerking verleent. Gonny van der Maten vertolkt dan onder meer de wereldpremière van De goddelijke routine gecomponeerd door Louis Andriessen.

Een week later musiceren de Britse organist Ben Saunders en de Nederlandse sopraan Francis van Broekhuizen.

Aan het slotconcert werkt een van de koren van het Muziekinstituut Sint-Bavo mee o.l.v. magistra cantus Sanne Nieuwnehuijsen. Traditiegetrouw wordt het orgel bespeeld door onze co-titulair-organist Ton van Eck. Op het programma onder meer de Symfonia van Hendrik Andriessen.

Programma

6 mei Albert Jan Roelofs,

m.m.v.  Simone Riksman, sopraan

 

Donateursconcert

Stichting Willibrordusorgel.

 

Om 14 uur lezing in het Bisschops­huis door Ton van Eck over Hendrik Andriessen en Albert de Klerk

Andriessen (o.a. Miroir de peine en Magna res), de Klerk
13 mei The Choir of Saint George Chapel Windsor Castle (UK) o.l.v. James Vivian Purcell, Byrd, Elgar, Stanford, Finzi, Britten, Tavener
Vrijdag

19 mei

20.15 uur

Michel Bouvard, Olivier Penin,

Hayo Boerema

Juryconcert Int. César Franck Concours, aanvang 20.15 uur Pierné, Vierne, Tournemire
20 mei Internationaal César Franck Concours Finale Int. César Franck Concours Franck, Saint-Saëns
27 mei Peter Ouwerkerk (Amsterdam) Franck, Vierne
3 juni Eric Koevoets (Rotterdam) De Klerk, Franck, Widor
10 juni Dirk Out (Haarlem) Mendelssohn (Son. 6), Vierne (Symf. 3)
17 juni

20.15 uur*

The Choir of Royal Holloway University  (London) o.l.v. Rupert Gough Avondconcert, aanvang 20.15 uur Parry, Holst, Vaughan Williams

 

Internationale Orgelzomer
24 juni Dariusz Bakowski (Krakau, PL) Transeptorgel en Willibrordusorgel Iberische orgelmuziek,

Nowowiejski, Karg-Elert, Dupré

 1 juli Marcel van Westen (Aachen, D)   Reger, Tournemire, Hakim, improvisatie
8 juli Ton van Eck m.m.v. koperensemble The
Bishop’s Brass
Werken voor orgel en koperblazers van Andriessen, De Klerk, Monnikendam
15 juli Ignace Michiels (Brugge, B)   Bach, Liszt, Widor, Vierne, Peeters
22 juli Stephan van de Wijgert (Amsterdam)   Andriessen, Mendelssohn, Schubert, Franck
29 juli Ronald Stolk (Washington DC, USA) Andriessen, Karg-Elert, Sowerby
  5 aug Pablo Márquez Caraballo & Atsuko Takano (Valencia, ES) werken voor orgel vierhandig Beethoven, Ravel, Márquez
  12 aug Ton van Eck, orgel m.m.v. Maarten Elzinga en Arthur Kerklaan, trompet Samuel Ducommun, John Linton Gardner, Hendrik Andriessen en Jean Langlais
19 aug Tobias Willi (Zürich, CH) Andriessen, Adolf Brunner, Duruflé, Tournemire
26 aug Haig Vosgueritchian (Jerusalem, PS) Transeptorgel en Willibrordusorgel Buxtehude, Bach, Couperin, Brahms
2 sept* Vincent Dubois (Parijs, F) i.s.m. stichting Vox Humana Widor, Franck, Vierne
  9 sep Ton van Eck Open Monumentendag

 

Andriessen (4 Studi)
16 sept Gonny van der Maten (Soest) m.m.v. Haarlem Voices o.l.v. Sarah Barrett Andriessen – De Klerk Festival o.a. wereldpremière De goddelijke routine van Louis Andriessen
23 sept Benjamin Saunders (Leeds, UK) m.m.v.

Francis van Broekhuizen, sopraan

Andriessen – De Klerk Festival Andriessen (2ème Choral, Sonata da Chiesa, Mirorir de peine)
30 sept Ton van Eck m.m.v. van een van de koren van het Muziekinstituut St.-Bavo o.l.v. Sanne Nieuwenhuijsen Andriessen – De Klerk Festival  

Missa diatonica, Sinfonia

Locatie en bereikbaarheid

De rijzige Kathedrale Basiliek Sint-Bavo aan de Leidsevaart bevindt zich op ruim tien minuten loopafstand van het Frans Hals Museum en de binnenstad van Haarlem. De Kathedraal is rolstoeltoegankelijk via de invalidenpoort achter de linker toren.

Openbaar vervoer
– Vanaf NS-station Haarlem met bus 50, 140, 175, 176 (halte Stadsschouwburg Haarlem, 5 min. lopen),
– Vanaf NS-station Heemstede-Aerdenhout met bus 80 (halte Volksuniversiteit Haarlem, 2 min. lopen).

Auto
– betaald parkeren op het Emmaplein naast de kathedraal (in de verdere directe omgeving van de kathedraal kunnen alleen vergunninghouders/bewoners parkeren).

U kunt hier de flyer downloaden.

23 april: Nu wij!

[print]

Beloken Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2

  • Johannes 20,19-31

I. De deuren waren gesloten. De mannen waren maar met zijn tienen:
Judas was weg en Tomas was er ook niet
daar zaten ze in het donker.

Ze praatten niet veel,
ze waren angstig, die vrienden van Jesus.

Er staat geschreven dat ze bang waren voor de joodse leidslieden
die met de romeinen heulden.
Let wel niet voor ‘de joden’
-moderne vertalingen gebruiken deze omschrijving terecht niet meer
want joden waren ze daar allemaal- .
Ze waren bang voor
een bepaald soort mensen uit hun midden
zoals wij in de tweede wereldoorlog ook bang waren verraders
mensen van ons eigen volk die overal verscholen konden zitten.

Maar zouden ze misschien ook niet een beetje angstig zijn
voor Hem, voor hun Heer die ze hadden verraden ?

Bang… want wat hadden ze gedaan.
Ze hadden hem mooi in de steek gelaten.
En nu bleek: enkele vrouwen hadden Hem weer gezien.

De vrouwen hadden zich niets te verwijten
want die waren Hem gevolgd, tot onder het kruis.

De vrouwen waren meegegaan
naar waar de mannen schitterden door afwezigheid.

Nu schaamden de mannen zich.
Het is een situatie die we allemaal wel kennen.
Je bent tegenover iemand tekort geschoten.
Je hebt hem of haar in de steek gelaten.

En hoe zal diegene jou dan tegemoet treden?

We lezen in de Bijbel veel verhalen over ontmoetingen van mensen
die na zo’n blunder bang zijn voor elkaar.
Jakob bijvoorbeeld die hoort dat zijn broer Esau er aankomt.
(diezelfde Esau die hij zo bedrogen heeft):
hij gaat hem angstig tegemoet maar Esau omhelst hem en vergeeft.
We kennen het verhaal van de verloren zoon
die naar zijn vader teruggaat en die onderweg zijn speechje oefent:
‘vader ik heb gezondigd.’

Nu dus het verslag van de apostelen op paaszondag.
Angst, schaamte, spijt. Wat zal hun Heer zeggen?
Houdt de deur maar goed op slot!

Geen tijd om te dubben:
Hij staat plotseling midden tussen hen in.

En wat is zijn eerste woord?
Niet:
‘zo daar zijn jullie..’
niet
‘nou heb ik jullie’
neen: zijn eerste woord is VREDE.

Vrede en vertrouwen.
Geen spoor van verwijt.

Vertrouwen. Het lijkt het hoofdthema te zijn
wat steeds weer terugkomt in het evangelie: vertrouwen.

Jesus kondigt ze alleen maar vrede aan.
VREDE, SJALOOM.

Dat woord heeft een rijke inhoud.
Het staat voor een goede toekomst voor hen
en ook voor ons allen aan: SJALOOM.
Het is goed tussen ons en het wordt goed in de wereld.

Er wordt een nieuw begin gemaakt.
En net zoals God zelf de levensadem blies in Adams neus
en net zoals de profeet Ezechiël droomde over een nieuw begin:
de Geest van God die over de dorre beenderen van het huis Israël zou blazen
zoals we dat hoorden in de paasnacht,
zo blaast Jesus zelf over de leerlingen.
En ze komen weer tot leven.
Ze krijgen zelfs een opdracht:
‘zoals de Vader mij zendt zo zend ik u’.

En Hij gaat nog verder met zijn grenzeloze vertrouwen:
‘wiens zonden jullie vergeeft,
hun zijn ze vergeven.. )
Deze mensen die tekort geschoten zijn
krijgen niet alleen te horen:
‘ik praat er niet meer over sukkels.’

Maar ze krijgen, hoe verbaasd en zwak ze ook zijn,
zelfs een rol toebedeeld bij het aanwijzen van goed en kwaad.

Beter gezegd:
bij het doorgeven van de aankondiging van de vergeving.

Zij zullen zelf weer overeind gezet
het volk van God overeind gaan zetten.

Dit alles speelde zich af op de eerste paasdag-avond
als Tomas er niet bij is.

Het is een goed begin maar kennelijk nog niet voldoende
want acht dagen later -en dat is vandaag op de zondag na Pasen-
zitten ze nog steeds angstig bij elkaar met de deur op slot.

II. Het is DE ACHTSTE DAG zegt Johannes plechtig.
Dat doet denken aan een werkelijk nieuw begin
een kroon op de zevende dag.
Een werkelijk nieuw begin. Maar zou dat komen?
Jazeker, nu pas echt en wel rond Thomas.

Thomas hanteert een hele eigen norm.
Hij wil weten of het -zoals de anderen dankzij Jesus’ ingrijpen zeggen-
werkelijk de Heer is die leeft,
de man van wie hij gehouden had,
de mens die partij koos voor de weerlozen,
de vriend van de armen en de onderdrukten.

Hij wil daarom -en dat is heel goed eigenlijk-
de tekenen zien van de wonden van deze gemartelde.

Hij wil -maar dat hoeft niet echt zal blijken-
zijn handen leggen in zijn zijde.

Hij wil in deze gemartelde mens zien
de nieuwe weerloze aanvoerder
van een nieuwe mensheid die niet meer bouwt op macht of geweld.

En hij ziet de wonden in Jesus’ zijde en in Zijn handen
en ……..
in zijn zijde.
Hij ziet de nieuwe Adam die zijn zijde geopend heeft
die zijn bruid aan zijn zijde zal ontmoeten, de nieuwe Eva,
zijn kerk-gemeenschap.

III. De achtste paasdag, vandaag,
beloken Pasen, is de dag van de voltooiing,
de kerkgemeenschap mag wakker worden.

Aan de zijde van de nieuwe Adam wordt op Pasen de gemeenschap gevormd
van mensen die de machten hebben afgezworen
en willen leven uit de kracht van de Geest
die de Messias ook bezielde en die alles nieuw maakt.

Zijn volgelingen leggen zich ernstig toe
-hoorden wij vandaag in de eerste lezing vertellen-
op die nieuwe levenshouding.
Ze leven samen in een echte gemeenschap
– zoals wij dat hier toch ook proberen –
ze zijn ijverig in het breken van het brood.
En ze bezoeken de tempel: om het oude verhaal van Mozes te horen
dat voor iedere tijd opnieuw NIEUW is
en een eigen inhoud heeft.

De kerk is geboren
en aan de opbouw van de kerk hebben de apostelen,
eenmaal wakker geschud door hun Heer,
later -na pinksteren- het hunne aan gedaan.

Ook dankzij Tomas die uiteindelijk zei:
‘mijn Heer en mijn God’.

Hij heeft het gevecht met het ongeloof aangedurfd
en daardoor wordt je alleen maar sterker!

We doen hem onrecht door hem alleen maar ‘de ongelovige’ te blijven noemen.
De traditie wil dat Thomas de evangelieverkondiger werd
die nota bene het verste kwam van allemaal:
tot in INDIA toe.

Drie jaar terug werden op deze zondag in Rome twee Pausen Heilig verklaard.
Dat klinkt nogal zwaar: HEILIG toe maar.
Maar heilig is iets anders dan engelachtig:
Heilig betekent dat je je roeping serieus nam;
zo serieus dat anderen iets aan jouw voorbeeld hebben.

Paus Johannes de 23e heeft het pausschap vermenselijkt
-onze huidige Paus bouwt daarop voort-
hij riep een concilie bijeen: heel verstandig:
we kunnen het als Romeinse bestuurders niet meer alleen.
Paus Johannes Paulus de 2e had zijn sporen in Polen verdiend.
Een kerk in de verdrukking werd een kerk die niet meer
de baas kon spelen maar een kerk van echte gelovigen.
Belangrijker nog dan zijn strijd tegen het communisme
als bisschop van Krakau is dat het geloof toen naar zijn
wezenlijke waarden werd teruggebracht.
Toen hij Paus werd ging hij de dialoog aan met allen
ook met andere godsdiensten.
Een paus die ging bidden in een Moskee
-dat gebeurde nota bene in Damascus-
een Paus die een zijn spijt betuigde voor de vreselijke dingen
die ook in naam van het christendom de joden was aangedaan
en een gebedsbriefje tussen de stenen van de Klaagmuur in Jeruzalem stak
dat had toch niemand tevoren kunnen bedenken.
Dat deze Pausen heilig verklaard zijn
is een oproep aan ons om in die geest verder te gaan:
eenvoudig te zijn en gelovig,
eerbiedig en solidair met gelovigen van andere godsdiensten
en alle mensen van goede wil.

Tomas is het tot zijn laatste dagen blijven verkondigen:
deze gewonde, deze gehavende
deze mens solidair met allen die lijden.

Hij roept ons op om solidair te zijn met allen
die gewond zijn en gekwetst,
waar ter wereld ook.
Tomas en de apostelen, de twee heilige Pausen die voor ons
hebben geleefd hebben hun best gedaan
nu wij!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Pasen 2017

[print]

Pasen 2017

INLEIDING:
EEN BIJZONDER STERVEN

Ik citeer een moderne filosoof:

‘Wij zeggen van iemand dat hij ‘opstaat’
wanneer hij op eigen kracht van een zittende
of liggende houding overeind komt.
Als dat gebeurt vanaf een bed of een stoel,
noemen we het eenvoudig ‘opstaan’,
gebeurt het vanuit een situatie van onderworpenheid,
dan noemen we het ‘opstand’
en gebeurt het vanuit de dood, dan spreken we van ‘opstanding.’

Omdat de dood het meest definitief lijkt te zijn
van al die horizontale toestanden,
hebben wij aan de ontkenning daarvan het zwaarste karwei
en is de verrijzenis voor ons het meest onbegrijpelijke wonder.

Toch blijven mensen daarin geloven.
We merkten dat dit jaar twee keer:
bij de dood van een meisje van zeven en een jonge vrouw van 33:
een onverwoestbaar geloof in het leven.
Waarom ontkennen wij een geschiedenis lang de dood
of vergelijken we die
met de slaap waaruit we elke morgen weer opstaan?
Zijn we niet helemaal lekker? Neen we zijn juist helemaal OK:
want we hebben daar een dwingend motief voor:
de liefde!

Als wij van iemand houden,
doen we niets anders
dan het bestaan van die persoon zo absoluut bevestigen
dat wij die niet meer uit ons eigen bestaan kunnen wegdenken.
‘Van iemand houden’, zei Gabriël Marcel,
‘is zeggen: jij zult niet dood gaan.’

Terugblik op de Paaswake

De eerste lente-vollemaan stond aan de hemel buiten,
maar begonnen wij in het donker. We deden er iets aan!
Een vuur werd ontstoken;
‘Licht van Christus’ zongen wij, driemaal, steeds hoger.
En daarna verbreidde het licht zich: van de paaskaars uit heel de kerk in.

Toen gingen we lezen: ‘God sprak: er zij licht! En er was licht.’
Het duister is verdreven: God dank! Is dat zo?
We lazen het scheppingsverhaal verder. Het water werd aan de kant geschoven: er kwam land in zicht! De aarde, goed land om op te wonen. Het land werd aangekleed met groen gewas. Vogels vlogen langs het hemelgewelf, de wateren werden gevuld met allerlei wriemelend leven en dieren liepen op het veld. Alles prachtig maar één ontbrak: de mens. Hij komt! Hij/zij wordt naar Gods beeld geschapen. Er kan een nieuw begin gemaakt worden. God kan uitrusten nadat Hij/Zij gezien had dat het zeer goed was. De verhalenserie in de kerk ging door. Over het volk Israël in slavernij. Hard is de hand van de verdrukker; de verlos-sing lijkt ver. In de lente gaat Mozes, als gezant van God, het conflict aan met de farao en hij mag zijn volk voorgaan naar een nieuwe toekomst. Geen zee gaat God te hoog! Veel om te verwerken. Moeilijk te geloven was het allemaal. Als hemels antwoord klonk dan het paasevangelie! Vannacht van Mattheüs. De soldaten werden gevloerd. Vandaag zijn we in diezelfde tuin maar het gaat er anders aan toe.

Het lege graf en de tuin
Het is nog donker (!) als Maria Magdalena als eerste namens ons allen Jesus, de Heiland, komt zoeken. Donker is het, het Licht der wereld (Joh. 9, 5. 38) is nog niet gevonden. Waar is Maria’s vriend en toeverlaat? Anderen voegen zich bij de zoekactie. Petrus natuurlijk en de leerling die Jesus liefhad. Maria verwoordt als enige de ontreddering van allen: ‘ze hebben de Heer weggehaald.’ Een zenuwachtig heen en weer geloop volgt. Ze krijgen niet direct een engel te zien in het evangelie van Johannes. Ze moeten het eerst zelf alleen uitzoeken. Ze gaan naar binnen en vinden de doeken waarin hij gewikkeld was. Het is bijna vermakelijk om te lezen hoe Petrus, als eerste Paus, keurig door de anderen als eerste het lege graf binnen wordt gelaten.
Pas als ze alle drie het graf hebben bezocht staat er dat ze geloofden. De evangelietekst verklaart hun eerdere ongeloof door te stellen dat ze de schriften nog niet hadden verstaan. Ze hadden wel beter kunnen weten! De twee mannen gaan gewoon naar huis. Maria niet. Zij blijft bij het graf treuren. En dan valt haar een grote gunst ten deel! Zij hoeft het niet alleen te doen met het lege graf. Ze buigt zich voorover en ziet dan (als enige dus) twee engelen die het lege graf omringen zoals ooit de twee gebeeldhouwde cherubs in Jeruzalems tempel de ark beschutten (Ex. 25,18). Deze engelen echter spreken. Ze vragen haar waarom ze treurt. Maria antwoordt: ‘ze hebben MIJN Heer weggehaald.’ Nadat ze hem zo, als haar eigen Heer benoemd heeft mag ze hem ook echt ontmoeten, als eerste uit de kring van de leerlingen. Ze denkt dat Hij de tuinman is. Dat is niet dom want dat is Hij ook. Hij, de nieuwe Adam, Heer van de tuin, Koning van de nieuwe aarde. Het woord dat voor tuin gebruikt wordt komt in de Griekse vertaling van het Oude Testament vaak voor in het Hooglied waarin het immers ook gaat over de verbondenheid van Messias en volk. Ze vraagt eerst weer waar ze haar Heer hebben neergelegd waarna Jesus als een goede herder, haar bij haar naam noemt en de herkenning volgt. Het gesprek tussen Jesus de Messias en Maria als vertegenwoordigster van zijn volk eindigt met de aankondiging dat Jesus zal ‘opvaren’(Statenvertaling) tot ‘mijn en uw vader, tot mijn en uw God’. Tenslotte wordt vermeld dat Maria deze boodschap door gaat geven aan de leerlingen. Zo is zij, samen met Martha (Joh.11,24; volgens paus Gregorius was Maria Magdalena dezelfde als de luisterende zuster van Martha!) getuige en verkondiger van de Verrijzenis. Op deze getuigenissen kan Jesus zijn kerk bouwen.

Niet zo maar geloven
Johannes beschrijft ons Jesus die Zijn lijden volbracht als de Heer van ons allen, onze Voorganger dwars door de dood heen. Gewond, zeker. Thomas mag zijn wonden later voelen maar Zijn dood was geen einde maar een nieuw begin. Het is bijzonder dat in ons taalgebied zijn sterfdag ‘goede vrijdag’ genoemd wordt. Maar om dat te geloven moet je wel werk verzetten. Of we nu diepgelovig zijn, sceptisch of agnostisch, als het grootste wonder dat we maar kunnen bedenken is de opstanding nooit een vanzelfsprekende aangelegenheid. De gedachte daaraan of het geloof daarin is eerder een verzet tegen elke vorm van vanzelfsprekend-heid. Als het hier om een dogma gaat, is het hoog tijd dat ook het dogma weer verrijst als een voorwerp van denken. Een geloof dat een automatisme wordt, is een ongeloof. Daarom zijn de speciale Thomasdiensten die in sommige kerken worden gehouden voor mensen, die niet zomaar in de opstanding kunnen geloven een goed teken.

Met Hem op weg
In mijn vroegere parochiekerk, de Lucaskerk in Amsterdam, hield de theoloog Edward Schillebeeckx zo’n 25 jaar geleden een voordracht. In drie termen vatte hij de toekomst samen waarheen wij met de Verrezen Heer op weg zijn.
1) De radicale bevrijding van de mensheid tot een broederlijk en zusterlijke gemeenschap waar geen meester-knecht-verhouding zal zijn en smart en tranen uitgewist en vergeten zijn. We noemen dat HET KONINKRIJK GODS.
2) Het draagvlak voor die vrede en gerechtigheid, een wereld, een milieu dat bewaard wordt en gerespecteerd. We noemen dat DE NIEUWE HEMEL EN DE NIEUWE AARDE.
3) Het volkomen heil en geluk van de individuele persoon, u en ik, geroepen, geborgen en bewaard. We noemen dat DE VERRIJZENIS VAN HET LICHAAM.

Een einde aan de pijn
Om ons tot actief geloof in de Opstanding te stimuleren zegt Paulus in zijn brief aan de Kolossenzen: ‘Zoekt wat boven is’. In onze nog steeds smartelijke dagen in het midden oosten en verderop in Azië blijven we uitzien naar een einde van de vrijdag van de pijn en de komst van stilte en rust opdat eindelijk de echte grote Paasmorgen kan komen. Wat nu te doen? Daarover horen we Rabbi Jaäkov zeggen: ‘Een moment van ommekeer van jou hier en nu en de goede werken die jij in deze wereld doet is het allermooiste dat er bestaat, mooier dan wat God ooit maken kan!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Goede Vrijdag: Het Pasen des Heren

[print]

Goede Vrijdag

Schriftlezingen:

  • Exodus 12,1-28

  • Psalm 51

  • Hosea 6,1-16

  • Johannes 18.1-19,42

Een troostdienst is het vanavond voor ons allemaal.
Mensen die de dood toch wel eng vinden,
ons zorgen maken over wat er gaat gebeuren:
Noord Korea, Syrië, ziekte en pijn van velen’
misschien wel van ons zelf.

Deze vrijdag was niet altijd zo’n troostrijke dag.
Deze vrijdag was eeuwenlang in vele landen
van Oost- en West-Europa de dag waarop bendes woestelingen
de joodse wijken van de stad binnendrongen
om op strafexpeditie te gaan.

De joden vertegenwoordigen dan alles wat kwaad is,
slecht en ongelovig, de kinderen van de duivel (Joh. 8,44).
Hoe weinig dit dogmatisch bepaalde ongeloof van doen heeft
met de werkelijke situatie volgt bijvoorbeeld uit de tekst:
‘uit de oversten geloofden er velen in Hem’ Joh. 12,42).

De pogroms eisten ieder jaar veel slachtoffers.
Pas in 1976 werd in de rooms katholieke goede vrijdag-liturgie
niet meer gebeden voor de bekering
van de trouweloze (lat. perfidis) joden.
We bidden nu dat God
‘de joden in trouw voor zijn verbond wil bewaren’.

Zo is de Goede vrijdag weer zoals hij hoort te zijn
een dag van denken aan alle zinloos lijden dat mensen elkaar aandeden en aandoen. Een oproep tot bekering dus ook.

Ter overweging: even een ‘terugblik op Johannes’verhaal
dat we zojuist zo prachtige verklankt door Jan Valkestijn
…. hoorden.

Ik begin bij het stervensmoment van Jesus:
‘Toen Jesus de zure wijn genomen had riep Hij:
het is volbracht,
en met gebogen hoofd gaf Hij de Geest.’

Met deze korte woorden vat Johannes het lijden van Christus samen.

Afgaande op de andere evangelisten kunnen wij aan Johannes
vragen: waarom zo kort van stof?

Waarom vermeld je niet
dat alles duister werd op Golgotha,
dat de aarde beefde,
dat Jesus het uitschreeuwde van de pijn ?

Niets van dat alles:
het is – als het ware – de voorstelling van een verstilde icoon
die Johannes ons schildert:
geen pijn, geen geluid:
een waardige gekruisigde.

Jesus gaat rustig –tot verbazing van zijn leerlingen
en Pilatus- zijn eigen weg
en als hij zijn lijden ingaat vertelt Johannes
dat hij onze voorganger is naar een nieuwe fase van onze geschiedenis.

1 Johannes laat zijn verhaal daarom rijmen
op het uittochtsverhaal uit Egypte
dat wij gisterenavond begonnen en in de paasnacht uit zullen lezen:
‘ze braken Hem de benen niet.’
Dat hadden ze ook niet mogen doen met het paaslam dat ze aten,
daar in Egypte toen de bevrijding van God volk begonnen was.

2 Zijn kleed was uit één stuk,
ontdekten de brute Romeinse soldaten.
Die wisten natuurlijk niet
dat dat alleen maar het geval hoort te zijn
bij het gewaad van de hogepriester.
Hij is een goed hogepriester die het heil brengt aan zijn volk.

3 Hij was naakt aan het kruis maar Hij schaamde zich niet.
Hij is de nieuwe Adam,
de mens in zijn oorspronkelijke en toekomstige zuiverheid.

4 En als Hij daar hangt wordt Zijn zijde geopend…
zoals die van Adam in het paradijs.

Uit Adams zijde werd de vrouw genomen.. zijn bruid.
Jesus is de bruidegom van Zijn volk.
Naar Jesus’ zijde wordt de nieuwe bruid geleid :
het volk van de Messias.

De aarde wordt
als wij, mensen van Zijn volk, Hem trouw zijn
een liefdesparadijs.

5 Het slot van Johannes zijn lijdensverhaal
brengt in ons duidelijker nog de herinnering terug
aan het paradijs…
er wordt gesproken over een prachtige tuin
waarin Hij wordt neergelegd.

In diezelfde paradijselijke tuin zal een vrouw,
Maria Magdalena, Hem ontmoeten
denkende dat Hij de tuinman is,
wat Hij ook is…
Hij, de nieuwe Adam, Heer van de tuin,
Koning van de nieuwe aarde.

Johannes beschrijft ons Jesus die Zijn lijden volbracht
als de Heer van ons allen,
onze Voorganger dwars door de dood heen.

Gewond, zeker, Thomas mag zijn wonden voelen
maar Zijn dood was geen einde.
Er eindigt niets op goede vrijdag:
er is een nieuw begin rond deze rechtvaardige.
Daarom heet deze vrijdag goed:
er komt perspectief in ons bestaan!
En heel in de verte roept een jodenman:
‘Dood waar is je overwinning, dood waar is je prikkel?

Jesus gaf de Geest,
Hij gaf die Geest aan de Vader
maar via Hem gaf Hij die door aan ons.

Opdat wij ontvankelijk zijn voor die goede Geest
gaan wij de plechtige voorbeden zeggen
denkend aan alle onschuldigen die
vermoord zijn en worden ook in onze dagen;
en biddend om krachten die het kwade zullen tegenhouden:
om de overwinning van het goede.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Palmpasen

Palmpasen BavoOp zondag 9 april is het Palmpasen. Volgens de traditie zijn alle kinderen bij deze viering uitgenodigd om mee te lopen met de processie de kerk in; met een kaal kruis in hun handen. Tijdens de viering versieren we het kruis in de plebanie en luisteren we ook naar het palmpasen verhaal. Aan het einde van de viering komen we terug in de kerk om onze versierde kruizen in optocht door de kerk te dragen.

Voorgaande jaren was dit een groot succes en erg leuk om te doen! We hopen daarom op een grote opkomst!

Vooraf aanmelden voor deelname via kindervieringen@rkbavo.nl. Kosten bedragen € 5,- (voor kruizen, haantje en versieringen)

2 april: Naar het echte leven

[print]

Passiezondag

Schriftlezingen:

  • Ezechiël 37,12-14

  • Romeinen 8,8-11

  • Johannes 11,1-45

Lazarus (‘God helpt mij’ betekent zijn naam)
wordt in het verhaal van vandaag,
-zonder daar zelf om gevraagd te hebben-
weer teruggeroepen, het leven in.
Hij komt ergens vandaan, het raadselachtige land aan de overkant
en wat zijn we allemaal benieuwd naar hoe het daar is.

We kennen verhalen over ‘bijna-dood’ ervaringen.
Iedereen kent de verhalen hoe de ‘gestorvene’
zich van het lichaam ziet scheiden,
door een donkere tunnel gaat met aan het einde een licht.
Hoe in dat licht iemand (met een hoofdletter misschien)
meekijkt naar een soort film over haar of zijn leven,
hoe alles vergeven wordt,
hoe vrienden en bekenden daarboven al staan te wachten,
en hoe de ‘bijna-dode’ dan weer (tegen zijn zin) terugkeert
naar het achtergelaten lichaam.

Lazarus maakte dat allemaal mee.
Misschien was er al die grote ontmoeting geweest
met de Vader aan de overkant.
Maar hij was teruggeroepen naar de aarde
door de gezant van het leven: Jesus Messias:
‘Lazarus kom naar buiten.’

Passiezondag (de zondag van vandaag heet zo)
is een dag van bezinning.
Een bezinning op leven en dood.
en de vraag die daaraan voorafgaat is: wie is levend, wie is dood?

Ezechiël mocht preken in een dode tijd
de tijd van de ballingschap:
het volk had geen hoop meer,
er was geen tempel, geen stad, geen volk eigenlijk
alleen maar mensen die uit Jeruzalem afkomstig waren
en nu met andere gevangenen van overal
in de concentratiekampen van Babel waren.
‘Supra flumina Babylonis’, zingt het boek van de psalmen,
aan de rivieren van Babel zaten wij en weenden.
Daar heeft Ezechiël zijn visioen
waar wij het begin vandaag van hoorden
en het vervolg zullen lezen in de paasnacht:
zijn visioen van de doodsvallei met dorre beenderen.
‘Zullen deze beenderen ooit levend worden’
wordt de profeet gevraagd:
‘Gij weet het Heer’ is het antwoord.
En een geruis weerklinkt aan het einde van het visioen,
de beenderen voegen zich aaneen,
ze worden met spieren en huid bekleed
en worden een schare levende mensen
die fier overeind staan: er is weer hoop, er is weer leven !
Let wel: hij heeft het over levende mensen
als hij spreekt over zijn vallei van dorre doodsbeenderen.
De Geest legt het hem uit.
‘Mensenkind, deze dorre beenderen,
het zijn de kinderen van Israël die zeggen
vervlogen is onze hoop, verdord zijn onze beenderen.’

Het verhaal van de opwekking van Lazarus
staat op een bijzondere plaats in Johannes’ evangelie.
Jesus heeft rondgetrokken door het joodse land.
Het begint langzamerhand duidelijk te worden
waar zijn weg toe leiden zal, naar de dood!
Tot de dood van Jesus, deze rechtvaardige,
zal in dit zelfde 11e hoofdstuk besloten worden (vs. 45-57).

De namen die we in het evangelie hoorden
vertellen ons al iets over wat er aan de hand is
en wat dit verhaal ons wil leren.
Jesus komt in Bethanië… dat betekent, plaats van verdriet
(dat doet denken aan de dood die alles leeg en donker maakt)
maar het ligt tegen de olijfberg aan,
de berg waarop de Schrift de opstanding der doden
op het einde der tijden programmeert.

De naam LAZARUS is de Griekse weergave
van de Hebreeuwse naam Eleazar: ‘God is mijn helper’.
In deze naam heeft Israël zich herkend:
dankzij de hulp van de kant van de Eeuwige, leeft het volk.

Maria is er zeker van dat Jesus Lazarus niet zou hebben laten sterven
zijn vriendschap voor Lazarus betekende immers: trouw tot over de dood.
Ze getuigt: ‘als Gij hier waart geweest
zou mijn broeder niet gestorven zijn’.
Maar Marta mag er ook zijn. Zij is in Bethanië
(het huis van verdriet betekende dat dus) de huisbazin
maar vooral degene die in die hulp van God gelooft.
Ze is resoluut en flink en… (fijn dat vrouwen
krachtiger optreden in onze dagen)
ze is een gelovige bij uitstek in de God
van Abraham Isaak en Jakob.
Maar zij is ook een gelovige in het nieuwe begin
dat er met Jesus’ komst op deze aarde gemaakt is.

Marta de standvastige gelovige:
niet alleen de vrouw die reddert en doet, een soort juffrouw mier
-als iemand nog weet wie dat is-
maar een profetes die perfect weet te getuigen:
‘ik weet dat mijn broeder zal verrijzen op de jongste dag’
en als Jesus zegt dat Hijzelf het leven is en de verrijzenis
en vraagt of zij dat gelooft zegt ze (net als we elders Petrus horen zeggen):
‘JA HEER IK WEET DAT GIJ DE MESSIAS ZIJT,
DE ZOON VAN DE LEVENDE GOD.
Martha gelooft dat de kringloop van het lijden doorbroken kan worden
en is zo een goede getuige van het nieuwe leven dat ons allen ten deel kan vallen.
De twee zusjes (Marta en Maria) en de omstanders
(die ook van Jesus’ liefde voor Lazarus weten)
krijgen te zien wat de consequentie
van het met Jesus meetrekken is:
Jesus toont Zijn trouw en Zijn vriendschap
door Lazarus weer tot leven te wekken.

Jesus roept: ‘Lazarus kom naar buiten’ .
Hij doet dat in naam van de Enige
die Israël uit Egypte riep, die het volk dat hulp nodig had, redt.

De opstanding wordt in dit evangelie als iets dat zeker komt verkondigd.
Bij het graf van Lazarus bidt Jesus tot zijn Vader:
‘Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt.’
Het is de gebedsvorm die in de joodse gebeden steeds voorkomt.
In het Achttiengebed bijvoorbeeld wordt na iedere bede vastgesteld
dat God inderdaad degene is die de hoorn van de bevrijding doet ontspruiten,
de hongerigen spijzigt, de zieken geneest en de doden levend maakt.

Als Jesus roept: ‘Lazarus kom naar buiten,’
doet Hij dat in naam van de Enige, die Israël uit Egypte riep
en Lazarus ook terughaalt uit de schemering van de dood.
Er is hoop voor Lazarus, voor Martha en Maria
voor de leerlingen toen en voor ons.

Het wachten van hen allen en ook van Lazarus
die tijdelijk uit de greep van de dood was verlost
het wachten blijft op het grote Pasen van Jesus:
de grote opstanding die alles werkelijk nieuw zal maken.
Dezelfde God Die Jesus uit de dood redde
zal alle anderen die zonder hoop zijn
geleiden naar een nieuwe toekomst
naar het echte nieuwe leven!

Wij hier gaan de komende weken
in de voetsporen van de levende Heer
die ons naar Gods nieuwe toekomst leidt.

Ik mag u allen vragen
de grote dagen samen mee te vieren:
de Palmzondag,
de boeteviering op de dinsdag erna,
als een stil en wezenlijk onderdeel
van de voorbereiding op Pasen
en ik mag u allen uitnodigen daarna samen waardig op te gaan
langs de drie treden van het heilig triduum:
de Witte Donderdagavond, de Goede vrijdag
en de Paasnacht
Pasen, het feest van de uiteindelijke overwinning
op dood en wanhoop, die ook in onze dagen werkelijk zal worden
in Christus Jesus onze Heer.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

26 maart: Licht op onze weg

[print]

Zondag Laetare

Schriftlezingen:

  • 1 Samuël 16,1-13

  • Efesiërs 5,8-14

  • Johannes 9,1-41

Vandaag is het zondag Laetare, een zondag van vreugde.
Dat kunnen we altijd goed gebruiken
want altijd zijn er sombere dagen.
Klein Pasen heet deze zondag ook wel:
we leven naar het grote Pasen toe:
het feest van het nieuwe begin
dat mensen met God altijd kunnen maken.
Het feest waarop nieuwe gelovigen worden gedoopt.
Die werden voorbereid door de Oud Testamentische lezingen
en de lange evangelie-lessen,
die ook voor ons een boodschap hebben.
Het Oude Testament gaf ons de lessen
over het Paradijs, over Abraham, Mozes
en vandaag over David.
In de evangelielezingen steeds ontmoetingen:
met de Satan, met Mozes en Elia
met de Samaritaanse vrouw bij de put
De vorige week kregen we in de lezingen les over het water,
het verhaal over de vrouw bij de put klonk
wier leven door de ontmoeting met Jesus
die haar het levende water kon geven veranderde.
Vandaag gaat het over de ontmoeting met een blindgeborene
en zo over het licht
dat ons helderheid kan geven
en ons troosten kan in onze troosteloosheid.

Op vakantie liep ik een keer in de Ardennen
ons hotelletje in de zuidelijke bossen uit.
Het was donker… helemaal zwart.
ik verliet het hotel en liep een donkere weg op
het werd steeds donkerder.
Dapper liep ik door, het beangstigende donker in
maar keerde toch gauw terug
naar het licht van het hotel…
Soms draaide ik me even om:
inktzwart was het achter mij.
Ik liep steeds vlugger..
gelukkig zag niemand mij..
angstig weglopend van het donker.
……..
Bij de ingang van de tempel zit een man
die vanaf zijn geboorte blind is…
alles is zwart, altijd.
Jesus stopt bij hem:
Hij ziet hem en er gaat iets gebeuren.

Johannes wil ons, door deze ontmoeting te vertellen,
iets duidelijk maken over ons eigen leven.
Hij wil ons vertellen dat niemand kan leven zonder het licht.
Zonder het ware licht wel te verstaan, het licht van God en van zijn zoon.

Vlak bij de plek waar Jesus met de blindgeborene staat
had ooit de profeet Jesaja gestaan.
Hij had gesproken tot het volk van God maar had weinig gehoor gevonden.
Toen had hij in zijn woede gezegd:
‘je kunt hun oren net zo goed dichtstoppen, ze luisteren niet,
je kunt hun ogen net zo goed dichtsmeren.. ze zien toch niet.’
Het is die tekst die in het genezingsverhaal van vandaag
in herinnering wordt geroepen
als Jesus met deze blindgeborene aan de gang gaat.

De omstanders hebben een eenvoudige oplossing
voor het mysterie van zijn blindheid:
‘zijn ouders of hijzelf hebben zeker flink gezondigd.’
Maar Jesus ontkent dat.
Jesus vertelt dat deze blindheid alleen maar dient
‘opdat de werken Gods aan het licht zullen komen!’

Hij zal deze blindgeborene
-die nog nooit een sprankje licht gezien heeft-
als een soort levend lesmateriaal gaan gebruiken
om de omstanders te verkondigen
dat God het ware licht is
en hoe pijnlijk de blindheid is, de verblinding eigenlijk,
van al degenen die dat niet willen zien.

De profeet Samuël kijkt naar de zonen van Isai (Jesse).
Hij ziet de oudste: krachtig en groot:
‘dit is een geschikte koning voor Israël.
Maar gelukkig kijkt hij verder
Tot hij uiteindelijk de kleine David ziet
en hem tot koning zalft van Gods eigen volk.

Terug naar het verhaal van vandaag.
Jesus ontmoet de blinde… Hij zal hem gaan genezen.
Daartoe gaat hij de ogen van de blind eerst dichtsmeren:
We weten nu waarom
we hoorden dat door Jesaja noemen.
Daarna zegt Jesus: ‘ga je wassen in de vijver Siloam,
(de vijver waarin de heilige vaten van de tempel gewassen worden) en…
de blinde komt terug en ziet.
..Jesus zelf is nu even uit het zicht.

De ex-blinde wordt van alle kanten aangevallen…
hij was ooit blind en hoorde eigenlijk blind te blijven.
Hardnekkig blijft iedereen hem ‘de blinde noemen’.

Maar de man ziet… en hoe!
Hij getuigt dapper tegen alle roddel in:
‘het is nog nooit vertoond dat een blindgeborene
genezen wordt,
de man die dat teweeg gebracht heeft
moet toch wel een bijzonder mens zijn!! ‘
Hij preekt prachtig over Jesus als degene
die mensen altijd nieuwe kansen geeft,
mensen vernieuwt en verandert.
En nu wordt langzamerhand duidelijk
wie de echte blinden zijn, dat zijn:
de mensen die dit teken niet willen zien.

Terecht had de profeet Jesaja eens geschreven:
‘terwijl ze horen, horen ze niet
en terwijl ze kunnen zien zijn ze als blinden…

Als Jesus aan het einde van het verhaal
de ex-blinde weer ontmoet sluit Jesus bij de woorden van de profeet aan:
‘ik ben tot een oordeel in de wereld gekomen
-en dan komt een hele eigenaardige zin-
opdat de niet-zienden zouden zien
en de zienden blind worden.’

Het is duidelijk dat Jesus niet alleen spreekt
over het zien met je gewone ogen
maar het verder kijken dan je met die gewone ogen doet…
het zien naar wat het ware licht dat God je openbaren wil.

Als Jesus zegt dat hij tot een oordeel is gekomen
opdat de niet-zienden zouden zien
en de zienden blind zouden blijken te zijn
roept dat een diepe verontwaardiging op bij de omstanders:
‘Zijn wij soms blind?’ vragen zij …

Wat hebben ze hem goed begrepen.
Je zou verwachten dat Jesus zegt:
‘ja, jullie hoeven niet meer mee te doen.
jullie zijn hopeloze gevallen.’
Maar dat is niet in Jesus’ stijl:
Hij schrijft hen en niemand af en zegt:
‘als jullie werkelijk blind waren
zou je geen schuld hebben
maar nu je voorgeeft te zien, nu wel!’
Zelfs de meest verstokte ongelovigen wil Hij nog een kans geven…
misschien zullen ze de les nog zien en zich bekeren.
Het licht van God wil ieder mens tegemoet treden
en ook ons leven verlichten.
God geeft ons allen nieuwe kansen,
en voor zover er dingen in ons leven mislukt zijn
is Hij, in deze weken bijzonder,
een God van vergeving en mildheid.

Wij worden uitgenodigd naar Hem op te zien.

De vorige week spraken wij over het levende water
waarmee wij besprenkeld zullen worden en vernieuwd,
nu denken wij eraan dat in de Paasnacht
in ons midden het licht zal worden ontstoken
en het Exsultet worden aangeheven:
opdat wij ziende zullen zien
en horende zullen gaan doen
waartoe Hij ons uitdaagt
onze Koning en Herder Jesus.
Echt zien in de bijbelse zin van het woord is niet altijd prettig,
het betekent: weten, betrokken zijn,
de knop niet omdraaien,
je blik niet afwenden.
Alles aanzien, terwijl je het soms niet kunt aanzien.
Een zien dat aanzet tot daden.

Met een verhaal uit de Joodse traditie wil ik eindigen.
Er was eens een oude rabbi die de vraag stelde
wanneer de nacht eindigde en de dag begint.
Zijn leerlingen dachten er diep over na,
maar geen van hen kon hem het juiste antwoord geven.

Toen zei de rabbi:
‘Wanneer je een mens in het gezicht kunt kijken
en je ziet je broeder of zuster, dan is het dag.
Kun je dat niet dan is het nog nacht om je heen.’

De blindgeborene staat oog in oog met de Davidszoon.
Hij zal nog heel wat te zien krijgen als Hij met Hem meetrekt
wij ook, die worden uitgenodigd
om naar Hem op te zien in de komende lijdensweken.

In de Paasnacht zal in ons midden het licht worden ontstoken
dat wij –als het goed is- verder zullen dragen
doende wat er gedaan moet worden
in het voetspoor van Koning en Herder Jesus.

‘Leef als kinderen van het licht’ zegt Paulus vandaag,
en in de prefatie vandaag klinkt het:
‘Door het mysterie van zijn menswording heeft Jesus het volk
dat in duisternis dwaalde, het licht van het geloof geschonken.
Daar zijn wij dankbaar voor, gaan we dapper verder,
gaan we verder met God, de toekomst tegemoet!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor