• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Category Archives: Preken

21 januari: Ja, we kunnen mensen boeien

[print]

Derde Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jona 3,1-5.10

  • 1 Korintiërs 7,29-31

  • Marcus 1,14-20

‘Toen Jona in de walvis zat
en gebraden stokvis at…’
is een oud kinderliedje dat velen van u nog wel kennen hoop ik.

Wie was Jona?
Als u hem op gaat zoeken in de Bijbel -u moet het eens doen –
treft u hem aan tussen de twaalf kleine profeten…
hij is ook afgebeeld op de kapitelen helemaal achter in de kerk
onder de balustrade waar het prachtige Willibrordorgel op staat.

Jona zijn naam betekent: ‘duif’, bode.
Het bijbelboek dat zijn naam draagt is met veel humor geschreven…
ik hoop dat ik daar iets van kan overbrengen.

‘Jona begeef je op weg naar Ninive’ zo begint het.
‘Kondig de mensen daar aan dat ze hun levenswijze moeten veranderen,
dat ze zich moeten bekeren…anders zal de stad worden omgekeerd, verwoest. ‘

Maar Jona is een onwillige postduif; hij wil de verkeerde kant op.
Hij voelde zich als trouwe gelovige te goed voor een missietocht naar Ninive..
Hij verwachtte niets van die heidenen daar.

Jona verzint een list. Ninive ligt in het oosten dus gaat Jona op een schip
zover mogelijk naar het westen. Hij boekt voor Spanje.

Maar een storm slaat toe en de bijgelovige zeelieden zien
-een beetje terecht eigenlijk wel- Jona als oorzaak van hun ellende en…
hij wordt van je een twee drie de zee in gejonast..
einde van Jona ware het niet dat God
hem ook uit de diepten van de zee weet op te halen
zoals Hij steeds mensen uit de diepten omhoog haalt
… en in het verhaal treedt dan de walvis op
als vervoermiddel.

Ninive is een hele grote stad, het kost drie dagen om er doorheen te trekken..
lezen we in het boek Jona.
Als Jona na wat vertraging daar aankomt begint hij
-hij gelooft nog steeds niet in het nut van zijn opdracht-
wat knorrig aan zijn verkondiging:
‘nog veertig dagen en de stad van Ninive zal
– tenzij u zich vlug bekeert –
worden verwoest, ondersteboven gekeerd. ‘

Hij heeft er geen vermoeden van dat zijn weinig overtuigend gebrachte preekje
inderdaad een omkeringseffect zal hebben
in de harten van de mensen van Ninive.

De heidenen van Ninive worden diep in hun hart geraakt
ze blijken vromer en goedwillender te zijn
dan Jona ooit vermoed had:
ze bekeren zich terstond, de koning roept een vasten uit
en mens en dier doen mee.

Maar Jona heeft daarvan niets in de gaten.

Hij houdt zijn preekje, sjouwt de hele stad door
en gaat zeer vermoeid na het vervullen van zijn opdracht
op een heuvel even buiten de stad zitten….
wachten op de verwoesting van Ninive..
want dat wil hij wel eens zien.

Jona… de meest arrogante gelovige die je je maar kunt indenken;
de gelovige die zich verheugt op de ondergang van de goddelozen.

En dan zijn we al bij het laatste hoofdstuk van het boek Jona.

Jona zit op dat heuveltje en krijgt last van de zon.
God heeft medelijden en laat een boom opschieten
met grote bladeren om Jona te beschermen:
God is liefde.

Jona vindt deze goddelijke zorg voor hem als echte gelovige
vanzelfsprekend maar hij begrijpt absoluut niet
wat er rond om hem heen gebeurt is
en blijft (zoals mensen die op ongeluk hopen
als ze langs de snelweg zitten te kijken)
wachten op de verwoesting van de stad…
maar die gaat niet door.

Dan wordt Jona boos en scheldt God uit…
hij bestaat het om God aan te klagen en te zeggen:
‘ja ik wist het wel…
u bent een barmhartige God
mild voor de zondaars… ‘

Na deze merkwaardige woede-uitval
beginnen de bladeren van de boom
die Jona tegen de zon beschutte af te vallen.

En Jona’s woede neemt nog toe:
‘is dat nu het loon dat ik verdien.’
En dan komen de laatste regels van het boek Jona:
God neemt het woord:
‘Jona, jij bent bedroefd omdat de bladeren van
jouw boompje afvallen…
zou ik niet veel bedroefder zijn
als de mensen van Ninive,
argeloze mensen die het verschil tussen goed en kwaad
nooit goed geleerd hebben
ten onder zouden gaan ?

Einde verhaal.
Een verhaal dat ons wil leren
dat wij als oude/of jonge getrouwe gelovigen
altijd moeten oppassen niet vast te roesten
en altijd vertrouwvol moeten uitzien
naar de nieuwe goede dingen
die er onder onze eigen ogen
ook buiten de kerk
gebeuren.

Toch blijf je ze altijd houden,
de mensen die maar al te graag willen blijven geloven
dat zij de enigen zijn die door God geliefd zijn,
de enigen die goed zitten
en hun eigen gelijk wordt pas echt bevestigd
door het ongeluk of de ondergang van de ander.

Misschien is dat wel het grootste probleem van de kerk van nu:
dat wij net als Jona de tekenen van hoop en goede wil van zovelen
niet WILLEN zien. Straks gaan we samen bidden met christen van
alle Haarlemse kerken dat we een beetje durf krijgen en weten
dat God ons helpt.

Heel veel mensen willen zo graag de goede boodschap horen,
snakken naar geloof, zoeken naar een zin in het leven.

Ze bieden hun kinderen aan voor de doop,
willen dat hun kind de eerste communie doet,
willen voor de kerk trouwen…..

Van ons als vaste kerkgangers wordt verwacht
dat wij zoveel mogelijk mensen
met het koninkrijk van God in contact brengen.

Een beetje blij gezicht
bij de verkondiging van die boodschap
die immers blijde boodschap heet
is wezenlijk wil het verhaal over komen.

En dan lazen we ook nog Marcus.
Zelf een heidense jongen
door Petrus op een van zijn reizen ooit meegenomen.

Hij droeg in zijn naam nog de naam mee
van de Romeinse oorlogsgod MARS ..
maar Petrus had gezegd:
‘laat maar, het gaat om je hart.’

De eerste regel van het Marcusevangelie luidt:
‘Dit is het begin van de blijde boodschap…’
DIT IS HET NIEUWE BEGIN’
HET nieuwe begin van Marcus’ eigen leven,
en dat van ieder die later nog naar hem luisteren wil,
is volgens Marcus te vinden in een Joodse man:
Jesus, die men de Christus, de Messias ging noemen.

Die Jesus riep apostelen samen
van achter hun netten vandaan:
terstond, meteen gingen ze mee.
Tegelijk nodigt Hij ons allen uit:
‘bekeert u en luistert naar deze blijde boodschap:
het Koninkrijk van God is nabij,
het is nu de goede tijd.. doe mee.’

Dat willen wij proberen in onze kerk samen:
rond Jesus van Nazareth een nieuw begin…
Een nieuwe begin ? We mogen het hopen.

Neen: we moeten zeggen: we gaan er samen aan werken.
Laten we elkaar nu al vast gelukwensen
en er samen aan gaan staan,

We schrijven 1882.
Het gebeurde dat een pater van de missionarissen van het Heilig Hart
er op uittrok om broeders te werven voor de missie in Nieuwe Guinea.

Ergens in Noord Holland zei iemand tegen hem:
‘je moet het eens gaan proberen in Volendam.’

Zo stond de pater op een zomerse dag op de stoep van de Volendamse pastorie.
Hij maakte zijn plannen bekend aan de pastoor van de parochie
en deze liet er geen gras over groeien.
De vissersvloot was juist binnengelopen
en de jonge kerels waren dus bij de haven te vinden.

Toen de twee geestelijken daar arriveerden was het een ware volksvergadering.
De pater hield zich een beetje in de schaduw van de pastoor
die zich doelbewust een weg baande door de roepende en schreeuwende vissers
en tenslotte op het spreekgestoelte van de afslager klom.

Hij verzocht en kreeg stilte.
De ‘beminde gelovigen’ verdrongen zich nieuwsgierig om de ongewone preekstoel
en wisten binnen de minuut waar het om ging.
Deze pater had jonge kerels nodig,
die met hem als broeder naar de missie wilden gaan.

Tot verbazing van de missionaris meldden zich
na de korte verklaring van de pastoor aanstonds drie stevige kerels:
zij wilden mee. ’s Avonds meldden zich nog drie anderen
en de volgende dag reisden Klaas Kieft, Jan Kras, Piet en Kees Zwarthoed,
Jan Mooyer en Kees Hansen na een kort afscheid van huis en haard
naar een ver missiehuis, doorgangspost naar de missiegebieden in Nieuwe Guinea.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

14 januari: Een wintervertelling

[print]

Tweede Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • 1 Samuël 3,3b-10.19

  • 1 Korintiërs 6,13c-15a;17-20

  • Johannes 1,35-42

Een tijd geleden zei een oude, wijze godgeleerde op de Televisie,
dat het nu wintertijd was in de kerk. Zou hij gelijk hebben?
Misschien wel. Het lijkt mij niet zo’n gek uitgangspunt.
Als we gewoon tegen elkaar durven zeggen dat het winter is,
hoeven we ook niet te zeuren dat er zo weinig groen te zien is
en dat het af en toe bar en koud kan zijn: dat hoort er dan gewoon bij.

We hoeven dan ook niet terug te verlangen
naar het verleden, de zomer of de herfst maar
WE KUNNEN UITZIEN NAAR IETS VEEL MOOIERS
DAT NABIJ IS………..DE LENTE!

Het verhaal over Samuël dat we vandaag mochten horen
is echt een verhaal voor deze wintertijd.
Een prachtige wintervertelling,
troostvol en bemoedigend voor ons in deze tijd.
Alleen al dat begin: ‘In die dagen was een woord van de Heer een zeldzaamheid
en kwam een visioen niet dikwijls voor.’
In die dagen… in onze dagen.

Er wordt heus nog wel OVER God gepraat op radio en televisie.
Maar hoe vaak komt Hij nou eigenlijk zelf aan het woord?
Visioenen zijn er heden ten dagen ook maar mondjesmaat.
Onze ogen zijn wel goed: we zien van alles
maar meer als mensen die waarnemen,
observeren, analyseren, filosoferen.
We filosoferen over hoe het zit met God en zo:
we theoretiseren over hoe de kerk moet zijn
en denken na over hoe het gesteld is
met de mens van tegenwoordig.
Soms zijn ze intelligent, die analyses, soms heel briljant
maar zelden visionair..

Het oude woord geldt nog steeds:
‘In die dagen was een woord van de Heer een zeldzaamheid
en kwam een visioen niet dikwijls voor. ‘
En.. hoeveel mensen, hoeveel moeders en vaders vooral
voelen zich niet als de oude Eli.
Hun kinderen gaan wegen op die zij niet begrijpen:
het verzet hebben zij opgegeven…
Hoewel…een nieuw onderzoek leverde op dat het juist de ouderen zijn
die afhaken en stoppen met in God geloven
en de jongeren juist weer in God gaan geloven.

Maar onze wintervertelling gaat verder:
het staat er, zomaar schijnbaar onbelangrijk, tussen de regels:
‘De lamp van God was nog niet gedoofd.’
Je moet soms wel heel goed kijken, maar die lamp brandt nog.
het licht is nog niet uit. Er zijn altijd mensen
die die lamp van God brandend houden.

Uit overtuiging, uit roeping soms, maar ook uit gewoonte
en zonder het zelf te weten of zelfs maar te willen.
Maar wat is die inspanning
om de lamp brandend te houden welkom
-ook al geeft die maar weinig licht-
in de nacht als het donker is.

En God is er ook nog in die dagen wanneer
het licht van Gods aanwezigheid
nauwelijks nog waar te nemen is.
Juist in de donkerste nacht
– zo lezen we op de eerste bladzijde van de Schrift-
alles is tohoe waboehoe, woest en ledig.. gaat God roepen:
‘er zij licht’.

Ook in de winternacht worden mensen geroepen bij hun naam.
Die roepstem van God is niet altijd even duidelijk te horen
want God gebruikt nu eenmaal geen megafoon.
Maar dat Hij ook nu nog spreekt en mensen worden geroepen
is onmiskenbaar.
Je hebt natuurlijk wel andere mensen nodig
om je te bevestigen in je roeping,
om bepaalde tekenen als roeping te duiden.

Samuël had: ‘hier ben ik’ gezegd
maar hij wist nog niet tegen wie hij dat nou moest zeggen.
De oude Eli met zijn afgezakte geloof
was net voldoende bruikbaar
om Samuël op het goede spoor te zetten.
Als hij diep in zijn geheugen tast
weet hij wel weer wat er aan de hand is.
De oude Eli ging een licht op en hij zei:
‘Als Hij nou weer roept, zeg dan:
‘spreek Heer, uw dienaar luistert.’

‘Spreek Heer, uw dienaar luistert.’
Als je dat gezegd hebt laat je God binnen,
je laat Hem in je leven aan het woord komen
het grote avontuur met God kan beginnen.
Dat is dan voornamelijk een kwestie van goed luisteren.
Luisteren, luisteren naar wat precies jouw roeping is.
Luisteren naar wat in jouw leven jouw eigen roeping ,
jouw bestemming is. Luisteren, dat is de grondhouding van iedere gelovige.

Omdat dat de houding is voor alle gelovigen daarom is dat ook
de houding voor die mensen -vrouwen en mannen-
die zich geroepen weten om in de kerk hun levensvervulling te vinden.

Binnen die kerk zijn zovele mogelijkheden om je te engageren.
Je kunt met God verkeren als religieus,
je kunt God ter sprake brengen als geleerde,
je kunt als pastoraal werkster of werker
in de kerk van vandaag van grote betekenis zijn.
En in de kerk van vandaag
kun je ook nog geroepen worden tot het priesterambt.

En voor allen, voor priesters, religieuzen
en gewone mensen die wij
met zo’n lelijk woord ‘leken’ blijven noemen geldt:
het gaat om het luisteren naar de stem van de Heer…
en voor ons christenen komt daar nog bij
het volgen van die ene mens, Jesus van Nazareth,
dé luisteraar en dienaar van de Heer bij uitstek.

Je mag als gelovige luisteraar èn dienaar zijn
van de God die zich voor Zijn spreken
nooit bedient van Megafoons
maar altijd van stemmen van mensen.
Mensen die vragen en roepen,
huilen, lachen en smeken:
mensen die aan jou vragen om troost,
om een omhelzing, om een woord.
Als dienaar van en als luisteraar naar al die mensen
mag je tot hen, en tot de Heer die door hen heen spreekt zeggen:
‘spreek Heer uw dienaar luistert.’

Johannes de doper keert in het evangelie
achter de coulissen terug en wijkt voor Jesus.
Heel Johannes’ indrukwekkende persoonlijkheid
laten wij nu achter ons:
het volle licht valt op de Messias.
De kring rond de Messias breidt zich uit,
de een na de ander wordt er bij gehaald
(een soort vroom ‘zwaan kleef aan’ spel).
‘Nu jullie nog..’ zo klinkt de oproep van deze zondag.

Ieder mens wordt aangesproken en zal moeten kiezen
voor de God van Abraham, Isaak en Jakob:
de God van Jesus die ook onze God wil zijn.
We hebben nog maar weinig ervaring met de stem van God,
net als de kleine Samuël.
Maar de oude verhalen worden ons weer verteld,
zo komen wij de winter door.
En als bemoediging onderweg is ons de Eucharistie gegeven.
Het boek gaat open iedere zondag
-Godlof- en iedere eerste dag van de week
mogen wij het vriendschapsteken stellen
wat Gods trouwste dienaar nagelaten heeft aan Zijn vrienden
opdat wij trouw zijn aan onze roeping en doen en zijn als Hij.

Wat een vreugde dat wij, u en ik samen mogen zijn rondom deze tafel.
De lamp brandt nog… Zijn woord klinkt ook nog in onze dagen.
En -tenslotte- met alles wat de Eucharistie nog meer is,
is zij in ieder geval ook een voorsmaak van de grote zomer
die zo zeker als God onze vriend wil zijn
onverbiddelijk zal aanbreken.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

7 januari: De ster van de vernieuwing…

[print]

Epifanie: Verschijning des Heren

Schriftlezingen:

  • Jesaja 60,1-6

  • Efesiërs 3,2-3a.5-6

  • Mattheüs 2,1-12

Het feest van Epifanie is -zoals u misschien weet- ouder dan het kerstfeest
van 25 december. In de oosterse kerken hebben ze dat
eigenlijk terecht zo gelaten.

Gisteren (zaterdag) en vandaag vieren we dat feest.

Bij het feest van Epifanie horen drie grote verhalen over de verschijning van Jesus Messias. Het verhaal van de wijzen uit het oosten, van Jesus’ doop en van de bruiloft in Kana. Dit jaar lezen we slechts twee van de drie Epifanieverhalen
op de zondagen. Het doopverhaal hebben we de volgende week maar we zullen het dit jaar zonder het verhaal van de bruiloft in Kana moeten doen. Vandaag -net als alle jaren- het verhaal over de wijzen uit het oosten, ook wel driekoningen genaamd. Hoe bekender een verhaal hoe moeilijker de boodschap goed te verstaan.

Maar we beginnen met de lezing
uit de oude visioenen van de profeet Jesaja,
troostende visioenen over een goede nieuwe toekomst.
Een toekomst van heil en glorie voor alle volkeren.

De profeet droomt ervan hoe van alle kanten
mensen naar de Heilige Stad Jeruzalem komen.
Ze komen met hun rijkdommen naar de Heilige stad.
En Jeruzalem straalt ervan!
Zoals een bruid die op de huwelijksmorgen
haar bruidegom staat op te wachten, zo glundert Jeruzalem
als mensen van alle volkeren op haar af komen.
Zo droomt Jesaja over een goede, nieuwe wereld:
waarheen menigten zullen samen zullen komen.

De boodschap van vandaag is:
die nieuwe wereld en die nieuwe toekomst kan echt gaan beginnen!
Er is iemand die die toekomst binnen handbereik heeft gebracht:

Vandaag overwegen wij -net als alle jaren-
het verhaal over de wijzen uit het oosten,
ook wel driekoningen genaamd.

Het verhaal van vandaag is het verhaal
over mensen die op zoek zijn, de wijzen op hun moeizame reis.
Wijzen zijn het, geen koningen.
Er zijn helemaal geen koningen in het spel:
of het moeten er twee zijn die tegenover elkaar staan:
Jesus tegenover Herodes.

Matteüs beschrijft hoe de wijzen,
en dat zijn als het goed is zoekende mensen – mensen die willen nadenken,
dat zijn wij hopelijk ook- op zoek zijn naar de ware koning.
Neen, niet Herodes is het -die is gevaarlijk maar niet belangrijk-
maar Jesus, de nieuwe koning van Jeruzalem en van de wereld.

Matteüs schrijft over de zoekende mensen
de wijzen uit het oosten, die naar Jeruzalem trekken
om daar te ontdekken wat echt van waarde is.
Er is daar namelijk iets gebeurd:
er is een nieuwe draai gegeven aan de wereldgeschiedenis:

God is verschenen op een unieke wijze
door de geboorte van een kind.

Dat nieuwe begin zal de hele bestaande orde
(Herodes staat daarvoor) aan het wankelen brengen.
En, zoals wel vaker gebeurt,
de gevestigde Godsdiensten weten daar niet onmiddellijk raad mee.
De schriftgeleerden gaan angstig in de oude boeken neuzen:
‘in Bethlehem schijnt iets te gaan gebeuren’ dat weten ze nog net
maar verder spelen zij een suffe rol:
ze hebben absoluut geen zin om in beweging te komen
en zelf de nieuwe dingen die er zijn gebeurd te onderzoeken.

Herodes, de tegenspeler van de nieuwe kleine koning
heeft beter in de gaten wat er aan de hand is dan de vromen
en wil de geschiedenis van de nieuwe koning blokkeren.
Hij zal alles doen wat in zijn macht ligt
om die blokkade tot stand te brengen.
Het zal hem niet lukken want God laat zich niet tegenhouden door wie dan ook.

Gods geschiedenis van ruimhartigheid en liefde
zoals die zich openbaarde in Bethlehem
zal doorgaan dwars door alle bestaande grenzen en belemmeringen heen.

Maar het gaat niet zomaar vanzelf:
in een gedicht van Elliot
verbazen de reizigers uit het verre oosten zich
over de kwetsbaarheid van de nieuwe koning, het weerloze kind:
wordt dit geen geschiedenis van dood?
Het antwoord is JA.
En wij horen het ook al aankondigen in het verhaal van vandaag
dat de geschiedenis van de nieuwe koning,
een geschiedenis wordt die ook in bloed geschreven zal worden.

Herodes en zijn volgelingen later zullen daar wel voor zorgen.
Herodes wil de nieuwe koning
heimelijk en discreet te pakken krijgen.
Maar zijn nauwkeurigheid sorteert geen effect.
De nieuwe koning zal ontsnappen.

Uiteindelijk zal een naamgenoot, een latere achter- achterneef,
Jesus wel te pakken krijgen en hem,
door een monsterverbond met Pontius Pilatus, laten doden.
Maar niet heimelijk en discreet!

Het kleine kind zal nog weten te ontsnappen
niet uit opportunisme (om zijn eigen hachje te redden) maar alleen
om later als man werkelijk te laten zien
hoe God partij kiest voor alle gemartelden, waar ter wereld ook.
De moord op deze rechtvaardige
zal in de volle openbaarheid gebeuren op de berg Golgotha,
en een schandaal worden waar de mensheid nog steeds over spreekt.

Zo zal hij voor alle eeuwen de getuige zijn
van de solidariteit van Godswege met allen die gekweld worden.
Met allen, heidenen, christenen, Joden,
met allen die onrecht ondervinden
en het aandenken en het bloed van alle gemartelden,
van de kinderen en van de Zoon zal alle mensen tot zegen zijn.

Het feest van Epifanie is het feest van de openbaring van de Heer.
Als je alleen maar op 25 december komt weet je niet goed wie Hij is.
Wij worden als gemeenschap van mensen
die het wat aandachtiger willen volgen goed geïnstrueerd.
We horen hoe Hij werkelijk wilde zijn:
vriend van alle volkeren
solidaire supporter van de mensen
die het niet allemaal even gemakkelijk aankunnen
en
bruidegom en trooster, vreugdebrenger.

Tot zijn gedachtenis
zullen wij hier samen komen van week tot week.
Rond deze Messias, de trouwe Zoon van de Joodse wet.

1) rond het boek
We zullen met aandacht luisteren naar de Schrift:
naar de verhalen van de Joodse Bijbel, het Eerste Testament
-gelukkig met wat meer aandacht gelezen dan vroeger
hoewel ik er altijd moeite mee heb
dat de kaarsen en het wierook pas bij het evangelie komen- .

In de Verkondiging zal, wil de kerk toekomst hebben,
dat goede boek een steeds belangrijker rol gaan spelen:
de hoofdrol eigenlijk gespeeld
omdat Jesus er vanuit leefde en zijn wij meer dan onze meester ?

2) kerk wij samen
We worden iedere zondag bijeengeroepen
door de klokken die de namen dragen van onze Verlosser, van onze patroon
en ook van onze vroegere bisschop Zwartkruis
die ons erop wees dat wij samen kerk moeten zijn:
elkaar steunend in het geloof want alleen redden we het niet.

3) als gastvrije kerk
In Zijn voetspoor zullen wij in het nieuwe jaar samen proberen te gaan
en in Zijn Geest zullen wij proberen te handelen,
gastvrij te zijn voor allen die ons nodig hebben,
voor alle gelovigen die zoeken naar God,
jong oud, christenen ook van andere kerken.
Zondag 18 januari zullen katholieken en protestanten
van onze Haarlemse binnenstad hier weer samen
komen bidden voor de eenheid.

4) als dienstbare kerk:
We zullen er altijd een eer in mogen scheppen
ruimte te bieden in onze liturgie
en onze diakonie voor alle mensen die op onze parochie afkomen.
In het gelaat van de ander
zullen we zelfs bij uitstek de mogelijkheid hebben
om God te ontmoeten zoals Hij op ons af wil komen in 2015.
In zijn vragen, in zijn roep om steun maar ook
in de troost die Hij ons zal bieden.

5) volhardend en geduldig
En wat de volharding betreft:
Ramses Shaffy heeft eens een mooi lied geschreven:
we zullen doorgaan. Dat thema spreekt mij erg aan.
We zullen doorgaan, hier in de Bavo,
We zullen doorgaan, dat geldt voor mensen die verdriet hebben
en die doorgaan, dapper en volhardend.
Dat geldt voor mensen die bouwen aan hun relatie:
die zich inzetten voor hun naaste.

Onze fouten moeten we erkennen: eerlijk duurt het langst.

Maar, onze God heeft als eigenaardigste eigenschap
dat hij zijn mensen aan de haren blijft trekken,
tot de orde roept en –hoe onbegrijpelijk dat ook lijkt-
altijd weer nieuwe kansen geeft en
-nog onbegrijpelijker- veel van ze, van ons, verwacht.

God beware ons allen, voorzangers en voorgangers
en allen die zich inzetten voor deze parochie
Hij sterke ieder op zijn of haar eigen plek
en wij smeken in dit nieuwe jaar
tot de God die heeft gezegd: IK ZAL ER ZIJN:
Onze Vader die in de hemel zijt,
trouwe vriend van mensen, Uw Koninkrijk kome, onder ons
uw kinderen hier en nu.. in onze dagen,

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

1 januari: Zeg niet: ‘de tijden zijn slecht’

[print]

Hoogfeest Moeder van God

Schriftlezingen:

  • Numeri 6,22-27

  • Galaten 4,4-7

  • Lucas 2,16-21

Ik heb altijd een eigenaardig gevoel op de nieuwjaarsmorgen:
alles is zo mooi en zo pril.
Zeker, op de straten is het één grote troep
-excuseer de uitdrukking-
maar toch: alles is nieuw:
zou het dit jaar anders worden op de aarde
en staat er niet geschreven:
ZIE IK MAAK ALLES NIEUW.

Een beetje argeloos lopen wij zo
met die idee het nieuwe jaar in.

Net als de herders waar het evangelie over vertelt.
die de blijde boodschap van de vrede op aarde
rond een kind dat ze hebben mogen zien, gaan vertellen.

Zij waren argeloos maar hebben iets goeds gezien:
een nieuw begin van Godswege dat gemaakt is.
Een nieuw begin met de zijnen,
met zijn oude getrouwen in Israël.

De evangelist Lucas is de enige
die ons vele verhalen vertelt
over Jesus als trouwe zoon van het oude Israël.
Hij vertelt ons als enige
dat Jesus op de achtste dag,
de oktaafdag van kerstmis
-en dat is het vandaag- besneden is.

Een feit waar wij als christenen
nooit goed raad mee geweten hebben.
Daarom veranderde men de naam van het feest
van besnijdenis des Heren in
‘feest van de zoete naam’
later: dag van de vrede
en weer later: dag ter ere van het moederschap van Maria.

Men heeft kennelijk
nooit goed raad geweten met Jesus’ opname in het joodse volk
waar de besnijdenis het teken van was
en daarom is die maar gauw weggemoffeld.

Maar gelukkig:
het oude evangelie van het feest van ’s Heren besnijdenis
is gebleven en daarin horen we dat Jesus wordt besneden
op de achtste dag.
Het is heel zinvol om op 1 januari te vieren
dat Jesus een trouw zoon van de Wet wilde zijn.
De mens die staan wil in het verbond
met de God van Abraham, Isaak en Jakob
zal getekend moeten worden -volgens de wet van Mozes-
met het teken van de besnijdenis
op de plaats die met de voortplanting te maken heeft.

‘De herder van Israël wil graag zijn schapen kunnen herkennen’
zeggen de joodse geleerden.
Het gaat niet alleen om die kleine markering van
een menselijk orgaan
maar het gaat daarbij om heel de mens,
ook de oren, de lippen en het hart zullen
-zeggen de profeten en Paulus spreekt hen na-
besneden moeten worden in geestelijke zin.
Het verbond kent geen splijting van de mens
in een hoger en een lager deel. Heel de mens is van God.

Lucas vertelt ons nog meer verhalen
over Jesus’ intrede in het volk van God.
Naast de 8e dag waar het vandaag over gaat
spreekt hij ook over de 40e dag,
de dag waarop Jesus aan de Heer wordt voorgesteld in de tempel.
En ook vertelt hij hoe Jesus op 12-jarige leeftijd
met zijn ouders naar Jeruzalem gaat
en daar zijn discussie voert met de rabbijnen.
Een verhaal waar wij vroeger nooit goed weg mee wisten
omdat het toen nog niet duidelijk was
waarom Jesus als 12 jarige in de tempel was.
Hij was daar om gevormd te worden als het ware,
bij de joden heet dat BAR MITZWAH te worden, zoon van de wet.

Lucas leert ons deze dingen.
Niet om roerende details te vertellen over de kleine Jesus
maar om ons te vertellen wie Jesus wil zijn voor zijn volk:
– Hij wil een trouw zoon van zijn volk zijn
– Hij wil zich onderwerpen -als alle andere joodse jongens-
– aan het juk van de wet
– Hij wil zijn opdrachten horen en daarna gaan doen.

De eerste schriftlezing van vandaag was uit het boek Numeri,
ook wel ‘in de woestijn genoemd.
Daarin klonk een prachtige zegenspreuk.
Een opklimmende reeks van drie zegeningen.

Laatst in het ziekenhuis vroeg een mevrouw mij:
‘kunt u mij de zegen geven maar dan niet zo’n korte
maar die mooie, die lange, die van Aäron. En ze bedoelde deze.

De naam van God, de Enige, IK ZAL BIJ U ZIJN klinkt al in de aanhef.
Israëls heilige is in alle zegenspreuken aanwezig.

Bij die God zijn wij veilig:
van die God zeggen we:
Moge de Heer u zegenen en behoeden.
Zegenen en behoeden: dat wil Hij,
zijn mensen beschermen en bewaren,
daarvan getuigt heel de schrift.

De tweede regel luidt:
Moge de Heer de glans van zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn:
de gelovige mag zich aanvaard weten, hij mag zich koesteren
in de zon van Gods genade.

En de laatste zegenspreuk gaat over onze gezamenlijke toekomstdroom:
Moge de Heer zijn gelaat naar u toekeren
U ZIJN VREDE SCHENKEN !

Zijn vrede, de Sjalom,
de vrede waar wij allen zo hartstochtelijk naar verlangen
en om smeken
en- als het goed is- onze eigen bijdrage aan leveren.

Jesus zelf heeft die zegen vaak gehoord.

Bij zijn besnijdenis is die zegen over Hem uitgeroepen.
Hij is, gezegend en al, op weg gegaan.

Hij is op eigen benen zelf die weg gegaan
van trouw aan God en de mensen
en heeft iets van die God uitgestraald naar ons toe.
Hij is de aanvoerder van allen
die op weg willen gaan met God
en die Hem willen dienen en aanbidden.

Hij zal zo niet welkom zijn in onze menselijke maatschappij
met al haar harde ordeningen.
Hij zal veroordeeld worden: zogenaamd om zijn wilde actie
maar het ging het om iets anders.

Het ging om die kennelijk voor anderen hinderlijke
in de ogen van velen onuitstaanbare trouw
aan de Wet van Mozes:
Gods programma van Sjalom en Gerechtigheid
tot het uiterste toe.

Zijn keuze was er een voor solidariteit met de armen en de weerloze;
zijn verkondiging was een kritische verkondiging aan het adres van de rijken,
zijn manier van leven was een aanklacht tegen alles
wat zich breed maakt ten koste van anderen.

Voor al zijn volgelingen geldt
-wat het teken van de besnijdenis ons symbolisch wil aanduiden-
het leven is meer dan de gewone menselijke voortplanting alleen;
in de trant van vader en zoon en dat gaat maar door.
Er zal iedere dag weer -als het goed is-
een nieuw begin gemaakt moeten worden
door de individuele mens die door God geroepen wordt
zijn bijdrage te leveren aan Gods nieuwe wereld
waar ZIJN ECHTE SJALOOM zal wonen.

‘Zeg niet de tijden zijn slecht,
de vraag is of ik de kansen die ik kreeg greep’ (Vrij naar Augustinus).
God sterke ons in 2018 om dat nieuwe begin te maken,
iedere dag opnieuw.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

31 december: Feest van de Heilige Familie

[print]

Feest van de Heilige Familie

Schriftlezingen:

  • Genesis 15,1-6;21,1-3

  • Hebreeën 11,8.11-12.17-19

  • Lucas 2,22-40

Zo vlak na Kerstmis horen we nu al hoe Jesus,
op de 40e dag na kerstmis (we gaan dat op 2 februari
Maria Lichtmis echt vieren) als kleine Messias wordt binnengedragen
in de tempel van Jeruzalem.

Jesus was een gewoon kind van eenvoudige ouders.
Hij zal ook niet –voor ons onbegrijpelijk-
door het hoofdportaal zijn binnengelaten.
Dat ging alleen maar open voor de hogepriesters
en de leiders van het land.

Ook als je kijkt welke offergave ze meenamen, een paar
tortelduifjes, dan is dat zeker geen luisterrijke binnenkomst.
Een arm gezinnetje uit Nazareth komt binnen door een klein zijdeurtje,
zoals wij er in onze kerk ook zoveel hebben.

Het is allemaal heel verbazingwekkend
wat we nu in het evangelie lezen.
Kleine, schijnbaar onbetekenende gebeurtenissen,
de geboorte van een arm kind in Bethlehem,
het binnendragen van dit kind in de tempel
worden tot heilsfeiten uitgeroepen:
gebeurtenissen als feiten
die de hele geschiedenis van de mensheid zullen veranderen.

Sint Lucas is de evangelist bij uitstek
die ons vertellen wil dat God via het kleine werkt.
Sint Lucas is in een ander opzicht ook nog uniek.
Hij is de evangelist die met heel veel nadruk spreekt
over Jesus’ band met de tempel.

Jesus en zijn leerlingen hebben iets met de tempel,
net zoals wij allemaal iets hebben met deze kathedraal.
Waarom? Waar staat die tempel voor?
Die tempel is de plaats waar een geheim bewaard wordt.
Een belangrijk geheim:
het geheim dat God dicht bij de mensen wil zijn,
het geheim van God die met de mensen wil omgaan,
met mensen Zijn geschiedenis wil maken.
Het geheim van God die die mensen wil leiden door Zijn Wet
en wil bevrijden en steunen… heel de geschiedenis door.

Vandaar dan ook dat Simeon en Anna,
twee vertegenwoordigers van de trouwe gelovigen van Israël,
in de tempel te vinden zijn.
De tempel is de schrijn rond het boek,
de plaats waar de tien woorden worden bewaard in de heilige ark.
De tempel is de plaats waar Gods bevrijdend handelen
met de mensheid plechtig zal worden aangekondigd.
Daar moet je wezen als je iets wilt merken
van Gods nieuwe begin in de geschiedenis.
En dat gebeurt vandaag.

Simeon en Anna, oude mensen die niet -zoals velen dat doen-
alleen maar terugkijken en spreken over vroeger
maar mensen die uitzien naar alles wat nieuw zal worden.

Mensen die niet denken dat alles blijft zoals het is
maar mensen die beseffen dat God alles altijd weer nieuw zal maken
en bevrijding wil brengen voor de mensen.

De oude Simeon verwoordt dat het duidelijkst
door te zeggen dat hij blij is
dat hij nu Gods nieuwe toekomst mag zien aanbreken.

Hij zal de vervulling gaan zien
van de diepste verlangens van het volk Israël
en het licht van Gods aanwezigheid
dat door zal breken ten aanschouwen van heel de mensheid.

Als wij dit verhaal weer lezen, op 2 februari Maria Lichtmis,
zegenden wij de kaarsen als kleine getuigen van het licht.

Terug naar de tempel.
Als Jesus in de tempel is binnengedragen
zingt Simeon zijn lofzang:
‘Laat nu o Heer uw knecht maar gaan
in vrede naar uw woord
want mijn ogen hebben Uw heil,
uw verlossend handelen, gezien:
alle volkeren kunnen het nu aanschouwen
en uw volk Israël zal er van stralen’.

En Hanna, een dochter van Fanuël, een weduwe van 84 jaren
stemt er mee in en vertelt enthousiast aan ieder die het horen wil
dat God zijn mensen niet in de steek laat.

Simeon en Anna, de oudere generatie, kunnen rustig sterven.
Niet omdat ze hun tijd gehad hebben en het wel welletjes is
maar omdat zij zien dat Gods geschiedenis verder gaat.
een nieuwe toekomst komt in zicht.

Wij vieren vandaag op deze zondag het Feest van de H. Familie;
en we denken ook aan onze families.
Het is te hopen dat de ouderen mogen zien
dat Gods goedheid ook in hun kinderen verder leeft
en hoe in de problemen die iedere tijd in zich draagt
er een nieuw begin komende is.

We weten nog niet hoe de toekomst er uit zal zien
maar wel mogen we altijd beseffen dat God
het werk van Zijn handen niet loslaat
en in iedere tijd opnieuw Zijn grote tekenen zal verrichten.
Dat geldt voor de wereldpolitiek,
dat geldt voor de kerk.

Soms denken wij wel dat de kerk wat oud wordt.

En misschien geldt dat ook wel een beetje voor de kerk in Europa
die eeuwen lang de belangrijkste kerk geweest is.
Maar God gaat verder en de kerk leeft verder.
De kerk is springlevend in Afrika, in Zuid Amerika en in Azië.
De kerken in de ontwikkelingslanden zullen zich aanmelden
en ik denk dat de huidige Paus er geen bezwaar tegen zal hebben
als eens een jonge man uit Azië of Afrika
de stoel van Petrus zal gaan bezetten.

Simeon en Anna zijn profeten van de hoop.
Zij zingen niet mee in het koor van mensen
die zeggen dat alles minder, veel minder is.
Ze zijn oud en wijs genoeg geworden
om zo jong van geest te zijn dat ze beseffen
dat voor Gods niets onmogelijk is.

Ze wekken ons op om zelf ook zo jong te worden,
zo toekomst gericht en uit te groeien tot blije getuigen
van Gods aanwezigheid in deze wereld. Zo moge het zijn!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Tweede Kerstdag

[print]

Tweede Kerstdag

Schriftlezingen:

  • Handelingen 6,8-10; 7,54-60

  • Mattheüs 10,17-22

Kerstmis, de blijde dag bij uitstek;
duizenden komen samen, ook hier
maar ook een dag van ernst:
hier weten we daarvan..
we denken na over het geheim
van Gods vriendschap met ons.

Kersttoespraken klinken
soms alleen aanleiding voor een directeur
om iets te vertellen over hoe het gaat met de zaak
maar soms worden diepere snaren aangespannen:

‘Zie ik verkondig U een blijde boodschap’
hoorden we in de kerstnacht.
‘IK HEB EEN BLIJDE BOODSCHAP VOOR JULLIE’
zeggen de evangelisten hen na:
‘evangelie, blijde boodschap, HET VERHAAL VAN JESUS’

Dus het hele jaar door: ERE ZIJ GOD en
Alleluia gaan zingen op de grote markt ..nu het glazen huis leeg is.
een beetje koud misschien.
Neen,
zo leren we van de evangelisten
en van Stefanus vandaag … dat is niet goed.
Je moet eerst weten wie die Jesus voor jou wil zijn.
Luister goed ! Wat moeten wij goed horen?

En dan vertellen ze het verhaal over deze Stefanus.
die vol was van God – hoera –
maar wat ging Hij een hele bijzondere weg !

Stefanus, diaken, verkondiger in Jeruzalem.
Diaken. Verantwoordelijk voor de armenzorg
maar hoe zijn de mensen.
Hij koos werkelijk voor de armen
en zei akelige dingen tegen de rijken…
hij kwam te recht in de molen van de verdachtmaking en de roddel
hij kwam in de gevarenzone terecht.

Net als zijn Heer !
Zelfs zijn eigen leerlingen
hebben Hem vaak niet begrepen
en ook de weg die Hij hen voor ging maar moeilijk konden gaan.

Het is moeilijk te vatten
(daarom vatten de leerlingen Petrus, Thoma, Judas het ook niet)
wat de echte blijde boodschap is.

Niet dat God de hele wereld wel eventjes zal komen veranderen…wacht maar af.

Neen het verhaal van Jesus vertelt ons
dat Gods almacht zich in onmacht openbaart.

Het hoofdthema van het evangelie
is de openbaring van de God van Israël
als de God die niet hoog van de toren blaast
maar die solidair is met de lijdenden:
‘Ik heb het geschrei van de kinderen Israëls gehoord’
zei God bij het brandende braambos.

Het is die God die ook de ballingen in Babel kan troosten
zoals Jesaja dat zegt:
‘troost mijn volk. Uw God is nabij.’

De openbaring van die God is alleen verstaanbaar
voor mensen die zelf van het lijden weten
(of het lijden van anderen mee kunnen voelen)
en die zo de diepe troost weten te waarderen
van een God die zich niet openbaart als een ‘glamour-God’
maar als een God die verschijnt in de diepste onmacht
van een mens die met andere mensen meeleefde,
die voor de kleinen koos,
die kwetsbaar was en weerloos
en die uiteindelijk gemarteld, vermoord gekruisigd is.

Waar een mens is nood is,
waar mensen gekwetst worden en mishandeld…
daar is God.

De mensen die bij de kerk van Jesus willen gaan horen
en de weg van Jesus willen gaan
zullen moeten beseffen dat dat inhoudt: een weg gaan van vernedering, lijden en dood.

De kerk van Christus is een bedreigde kerk
die het geheim van de komst van het Koninkrijk Gods verkondigt.

Tweede kerstdag meteen al ernst:
de hele kerstfeer wordt weggevaagd,
het kerstkind zal volwassen worden
en een teken van tegenspraak blijken,
Hij zal als volwassen man gekruisigd worden.
Maar dat is geen mislukking
want deze gekruisigde volgen is onze enige hoop.

De leerlingen waren van hem weggelopen
toen dat duidelijk werd,
de vrouwen op de Paasmorgen holden weg
en durfden – dat zullen we in het Marcusevangelie dit jaar met Pasen lezen-
niemand te vertellen dat Jesus de gekruisigde toch de Heer van de toekomst is.

Door de evangelisten zullen wij
als wij goed luisteren
ook in het komende nieuwe jaar
steeds verder worden ingewijd in dit geheim
en onze eigen conclusies zouden trekken.

Jesus volgen zoals Marcus ons dat beschrijft
is niet gemakkelijk.
Er wordt echte solidariteit gevraagd…
omdat God in Jesus onze tranen mee heeft geschreid
en het menselijk verdriet mee heeft gedragen.

Leven als mensen die deze Jesus willen volgen
is leven als iemand die treurt met de treurdenden
maar ook iemand die alle onrecht dat mensen pijn doet
wil bestrijden, iemand die voor het goede durft te kiezen, iemand die volhardt.

Strijdbaar zijn als Stefanus die opkwam voor zijn geloof
en -net als velen van zijn gemeente-
werd gemarteld en gedood.

Velen zouden nog volgen.

Ons bisdom gaat dit jaar op bedevaart naar Assisi.
Daar is nu een merkwaardige kerststal opgesteld.
97 Assisi 445 doden 2000-2017Een Jesus kindje tussen kogels.
Dat heeft een bedoeling.
Het zijn er 445 en dat verwijst naar alle gemartelde
voorgangers, religieuzen en priesters, mannen en vrouwen
die in de eerste 17 jaren van onze eeuw vermoord zijn om hun geloof
en hun actieve inzet.

Vaak zal de kerk liever kiezen voor het pluche van de bestaande orde
dan voor de armen in de verdrukking.
Maar de ware groeikracht van de kerk
het zaad van de kerk
is het bloed van de martelaren.

De missionarissen op hun post
die bij hun mensen blijven
vaak tot het bittere einde.

Stefanus zag de hemel open
vlak voordat hij stierf:
hemel en aarde hadden elkaar geraakt
God was dichtbij.

God blijft dichtbij bij zijn getrouwen.

Helaas… er zal ook dit jaar weer bloed vloeien
het bloed van de onschuldigen
ten onrechte vergoten.

Maar de groei gaat door:
‘als ze je zeggen dat de haat het gewonnen heeft
van de liefde.. geloof ze niet;
als ze je zeggen dat de oorlog het gewonnen heeft
van de vrede… geloof ze niet;
als ze je zeggen dat het donker
het licht heeft weggejaagd…

geloof ze niet want:

het licht zal het winnen van de duisternis,
de liefde zal het winnen van de haat ..

dat is het programma van onze Messias
die voor en met ons stierf
maar die nu leeft en die ons voorgaat naar Galilea.

Stefanus, stoere getuige van de tweede kerstdag
jouw feest was al eerder op 26 december
dan kerstmis op de 25e
evangelist van het jaar,
bedankt voor je solidariteit
levende uitbeelding
van Gods solidariteit met ons.

We willen jouw boodschap serieus nemen
echt proberen in Jesus’ voetspoor te gaan.
Rechte wegen gaan,
consequent zijn in ons handelen,
niet aarzelen maar die ene mens echt volgen
die naar ons toekomen wil,
die tot ons spreken wil het komende kerkelijke jaar,
die ons de weg van de liefde en trouw aanwees en voorleefde
maar die ons dan heel vlug naar onze broeders en zuster verwijst
opdat wij hen niet in de steek laten.

Jesus gekruisigd, gestorven en begraven maar opgestaan uit de doden
opdat wij de weg naar het ware leven, het ware licht durven gaan,
Hem achterna.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Nachtmis: Hij lacht ons toe

[print]

Nachtmis 2017

Schriftlezingen:

  • Jesaja 9,1-3.5-6

  • Titus 2,11-14

  • Lucas 2,1-14

Beste vrienden, parochianen,
gasten, kinderen, jongeren, ouderen iedereen hier vanavond.

Ik ben als Haarlems pastoor dankbaar.
Trots een beetje op het restauratieproject van deze kathedraal
-ja je kunt hem ook verkopen en er een parkeergarage van maken
dan hebben we een paar miljoentjes maar de kathedraal is weg.
Hij is gerestaureerd: een uniek kunstwerk waar veel gasten van kunnen genieten
en er komen er steeds meer hoewel twee Bavo’s altijd een beetje ingewikkeld is.
De torens zijn nu ook klaar, de klokken hebben geluid;
wij zitten veilig onder de koepel.
De koepel he… dat doet me ergens aan denken.
Dat andere waar ik trots op ben.
De grote koepel aan de andere kant van de stad.
Ooit gingen wij met mensen van onze parochie daar op bezoek
om leuke bijbelverhalen te bespreken met de bewoners daar.
Hele serieuze vooral jonge mensen, die nadachten
wat God voor hen in die droevige omstandigheden kon betekenen.
Daarna werd die koepel ruimte voor anderen;
we boden er als stad enkele jaren gastvrijheid aan vluchtelingen
veel uit Syrië. Zo’n dikke 20 jaar terug hadden we hier ook
twee gezinnen uit dat land als asielzoekers een jaar in huis.

Kerstmis is het feest van de blijde gedachten:
toch blijven geloven in de kracht van het goede.

Heeft dat nog wel zin?
Een joodse psychologe die onderzoek had gedaan
naar kinderen die ondergedoken hadden gezeten
en naar de houding van de ouders die hen gastvrijheid hadden verleend
zei het zo: ‘de macht van het kwaad is indrukwekkend en groot,
de macht van de liefde is veel kleiner, heel klein
maar wel sterk en doordringend.’

Ik weet zeker dat u zich nog de foto herinnert
enkele jaren terug van dat machteloze vluchtelingenkindje dat was blijven liggen
op het strand van Lesbos.
Het heeft ons wel wakker geschud
ons allemaal, mensen in en buiten de kerk.

Zijn wij niet te incidenteel bezig?
Worden er geen serieuzer beslissingen gevraagd
dan de beslissingen die wij nemen?

Deze nacht begonnen wij de dienst met te lezen
uit een mooi dromenboek, uit de visioenen van Jesaja:
‘de aarde zal met vrede bedekt zijn zoals de zeebodem met water’
en ‘de wolf zal spelen met het lam’.
Zijn dat geen te vage idealen
die als zeepbellen uiteen zullen spatten?
Neen, want Jesaja, kritisch tegenover zijn en onze wereld, weet
waar de waarachtige inspiratie geput kan worden,
en geeft ons zicht op de toekomst van God.

Jesaja werkte in Jeruzalem, en protesteerde
tegen de levenshouding van koning, priesters en gewone burgers.
Met sarcasme beschrijft hij de burgerlijkheid van de Jeruzalemmers
(de trippelende dames, de poenige dikdoenerij van de mannen),
de opportunistische politiek van Juda’s koningen.
maar ook de schijnvroomheid in de tempel
(‘Ik walg van uw gezangen, gebeden en uw vasten’)
Als er één ding duidelijk wordt ook in onze dagen
is het dat alle mensen correctie nodig hebben, ook wij van de kerk.

In het hart het Jesajaverhaal deze nacht,
wordt een nieuw koningstype genoemd:
het kind dat ons gegeven wordt.
Geen machtig leider maar een weerloos mens.

II. We worden opgeroepen ons te verzamelen rond hem
en dan klinkt het “vrede op aarde” als een aankondiging
van een nieuwe kracht die de geschiedenis kan veranderen.

Engelen spreken ervan en nodigen de mensen
(de herders) uit gauw te gaan kijken.
De herders zullen in het Lucas-verhaal direct afstevenen
op het woord dat in Bethlehem is geschied,
hetgeen de Heer hen heeft bekend gemaakt.

De kroniekschrijver van keizer Augustus
zou niet in dit gebeuren geïnteresseerd geweest zijn.
In een gevoelige bui zou hij het als een ‘tragisch voorval’ hebben vermeld
om zijn lezers te ontroeren.

Bij Lucas klinkt echter andere taal!
‘Heden is u een redder geboren, de Messias (Christus), de Heer!’
Dit is de redder, deze arme onder de armen,
deze weerloze onder de weerlozen. Geen andere.
Dat is geen triomfantelijke uitroep van: ‘wij hebben gelijk;
deze Jesus is de enige’ maar een geloofsbelijdenis
in het ongehoorde feit dat in dit kwetsbare gebeuren
een nieuwe fase van de geschiedenis begonnen is.

Hoe manifesteert Gods kracht zich dus?
In een kindje dat ligt in een schuur
er was geen plaats in de herberg
en als hij weer thuiskomt in Nazareth
zal hij, twee maanden oud ook nog op de vlucht moeten
voor de jaloerse koning Herodes.

Waar is God in onze dagen?
Als Jesus later groot geworden zal zijn zal hij zeggen:
´Ik had honger, gaf je mij te eten,
ik had dorst gaf je mij te drinken
ik was ziek heb je mij bezocht
ik was vreemdeling, heb je mij ontvangen
ik was in de gevangenis heb je me niet in de steek gelaten´

Na een verbaasde reactie van zijn leerlingen zal Jesus zeggen
´Wat je voor de minste der mijnen hebt gedaan
heb je voor mij gedaan.´
God heeft dus hulp nodig.
Hulp van mensen die kiezen voor de liefde en de trouw
zonder te protesteren helpen en troosten. Daarom bent u zo welkom.

Omdat u gewone mensen bent met uw eigen idealen.
Jonge mensen met mooie plannen:
bijvoorbeeld om te willen trouwen of andere leuke dingen te doen.
Jonge ouders die kinderen in de wereld willen laten komen
om samen te bouwen aan een nieuwe maatschappij:
mensen die willen zingen en dansen, spelen en helpen.
Oude mensen, jonge mensen
kerkelijke mensen en minder kerkelijke mensen.

Mensen die het allemaal niet zo heel precies weten
maar die er wel willen zijn voor de mensen die hen nodig hebben.

Weet dan wel dat u niet zomaar bezig bent
maar je bent als het ware God aan het ontvangen en helpen.

Toen Gods volk geslagen werd door de slavendrijvers in Egypte
zei hij tegen Mozes die het niet meer aan kon zien
en daarom maar schapen was gaan hoeden:
´Ik heb het huilen van jouw mensen wel gehoord
ga naar ze terug en help ze.´
´Maar wie bent u dan eigenlijk´ vroeg Mozes
wat is uw naam?´ Het antwoord kwam:
Mijn naam is…’ik ben altijd bij de mensen’.

Onlangs kwam hier in de kerk een nieuw mozaïek
van Mozes, afgebeeld als jonge man in jeans
met een mans-bunn en nikes.
Zijn kudde geen schapen, die zijn te volgzaam
maar geiten, lekker eigenwijs,
net zoals de moderne mensen, wij dus,
graag willen zijn.

Terug naar onze kerk als belangrijke plaats.
In het oude pelgrimsboek Exodus
lezen wij, dat God,
(de herder van zijn volk op weg door de woestijn),
het erg op prijs stelt zelf ook een woontent te hebben
tussen zijn mensen in: een ‘tempel’ van tentdoek.
De rabbijnen spreken hier hun verbazing over uit.
De God die de hemel heeft als zijn woonplaats
en de aarde als de voetbank voor zijn voeten
kan en wil niet zonder mensen,
hoe vaak ze hem ook teleurstellen.

Hij wil dichtbij hen wonen.
Vele joodse geleerden en ook de kerkvaders
zagen dit ‘in een tent willen wonen van God’ als
een sympathiek gebaar van Godswege.
Maar kan het ook niet zo zijn
dat God ons in Zijn behoeften laat delen?
Het klinkt vreemd, maar waarom niet ?

God is Uniek, altijd verantwoordelijk voor alles.
Iedereen zoekt steeds Zijn hulp en goede raad,
bij Hem, die alles kan en weet.
Maar misschien heeft Hij, die Zijn volk bevrijdde, het manna gaf,
de vijanden verjaagde zelf ook behoefte aan liefde, aan aandacht.
God verlangt naar contact met de enige schepsels
die Hem uit vrije wil antwoord kunnen geven.
Hij wil wanhopig graag dat wij Hem liefhebben,
Daarom ‘beveelt’ Hij zelfs:
“Je moet van Mij, de Eeuwige, jouw God, houden
met heel je hart, heel je ziel en met alles waartoe je bij machte bent”.

175 Jaren staat aan Nieuwe Groenmarkt de huiselijke Antoniuskerkwaar we in onze Antonius-Bavoparochie mee geunieerd zijn.
Nu bijna 120 jaar staat aan de Leidsevaart in onze stad
deze grote stenen woontent voor God: de St.Bavobasiliek.
Eindelijk, we gaan dat dit jaar vieren,
zal het grote restauratieproject voltooid zijn.

En nu maar lekker kerstmis vieren, in liefde samen met elkaar en onze Heer
Samen luisteren naar het kerstevangelie:
‘God heeft zijn tent bij ons opgezet.’

Als wij Hem willen ontvangen de openheid van onze hart
zal de kracht van Gods Heilige Geest
ons net als Maria overschaduwen.

U en ik, Kerkbezoekers deze avond,
zijn gewone mensen, geen haar beter dan anderen.
De verwezenlijking van onze hun idealen valt tegen.
Alle fouten in alle eeuwen gemaakt
worden achter ons aan gedragen en terecht.

Daarom beginnen wij iedere viering met een schuldbelijdenis:
met ‘ik belijd’, de formulering waarmee ieder mens
die die zondag weer wil inhaken bij het pelgrimsvolk onderweg,
persoonlijk zijn fouten erkent en zegt dat hij of zij opnieuw beginnen wil.
We hebben dat aan het begin van de nachtmissen ook weer gedaan.
Wij, met velen weer met Kerstmis;
wij, kinderen, jongeren en ouderen samen Gods volk onderweg.
Wij vieren Jesus’ geboorte, Gods definitieve inbraak in onze geschiedenis.
In Hem heeft Hij de mensen, u, jij en mij omarmd.
Zeg nooit dat de mens dit niet waard is,
dat God niets van doen kan hebben met ons aardse gedoe.

Je bent als mens, wie je ook bent, hoe je er ook uitziet,
wat je ook hebt uitgehaald nooit ‘van God los’.
Ieder mens is een concreet mens met plussen en minnen,
met zijn eigen wijsheiden en (eigen)aardigheden.

Hij is begonnen ons lief te hebben
en daarom geldt als onze hoofdwet:
hebt elkander lief zoals ik jullie heb bemind.
Waar recht gedaan wordt en vrede wordt gesticht
komt Zijn Koninkrijk naderbij.
Geliefd is de mens.
Je mag er zijn, wie je ook bent, wat je ook bent.
Hij lacht ons toe!

Welkom, altijd in onze vieringen,
Zalig kerstmis voor u en allen die u dierbaar zijn
en een goed 2018!

Als kerstcadeau geef ik u de tekst door
van een gedicht van Freek de Jonge:

We trekken Het Verhaal
als ooit de Vlaamse primitieven
niet langer vol verlangen naar ons toe.
We kunnen het redelijkerwijs niet meer geloven
Laten de oren hangen naar het consumptieve
Zijn de strekking moe.

Daar komt het machteloos besef bij
na elk appèl op het geweten
je doet het toch nooit goed
Wijs laten wij ons door niemand maken
Woorden die ons moeten raken zijn versleten
en zo zakt de moed.

We hebben geen behoefte meer aan vragen
waar we geen antwoord op weten
en nog het minst van alles
zitten we te wachten op een preek
Maar wat blijft er over van een wereld
zonder geloof in goed en beter
Wat moet er worden van ons leven
als de geest ontbreekt?

Blijf het verhaal vertellen
De wereld kan niet zonder
en ieder pasgeboren kind
is behalve een mysterie
bewijs van het wonder
dat het leven steeds opnieuw begint.

Freek de Jonge, Trouw kerstmis 2017.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

24 december: Verheug je Maria

[print]

4e Zondag Advent

Schriftlezingen:

  • 2 Samuel 7,1-5.8b-11.16

  • Romeinen 16,25-27

  • Lucas 1,26-38

Bij de ingang van onze kerstkapel,
hier naast het hoofdkoor
staat David afgebeeld:
David spelend op zijn harp.
Een koning die liederen maakte
dat is toch wel iets bijzonders;
deden ze dat allemaal maar
de generaals, de politici
dan had niemand meer tijd
om gewichtig te doen, oorlog te voeren…

David zong, als jongetje al
toen hij een herdertje was op het veld:
‘MIJN HERDER IS DE HEER,
HET ZAL MIJ NOOIT AAN IETS ONTBREKEN’

Later als hij koning is
zal hij zich dat lied nog wel herinneren.
En omdat hij geloofde dat God zijn herder was
zou hij proberen ook zelf
-net als God- een goede herder te zijn voor zijn schapen,
zijn mensen.

God heeft David rust gegeven
David en zijn mensen kunnen veilig wonen
en dat doen ze ook.

Terwijl de mensen van Jeruzalem van hun rust genieten
en David in zijn fraaie stenen huis zit
schrikt hij want wat is er aan de hand:
de ark van God die ze enkele maanden geleden
zo triomfantelijk Jeruzalem hadden binnengehaald
staat niet in zo’n mooi huis
maar ergens boven op de heuvel
in een tent.
Iedereen was zo druk geweest
met het bouwen van de stad
met het inrichten van hun huizen
dat de ark van God gewoon vergeten was:
de grote kist met daarin de stenen platen
waarop de tien geboden stonden
stond nog steeds in een tentje.

Daar moet iets aan gedaan worden .
David roept de profeet Natan erbij:
‘ik heb een leuk bericht voor je;
ik ga een huis bouwen voor God..
nou wat vind je daarvan ?’

De profeet zegt eerst: ‘een goed plan’
maar in de nacht krijgt hij een visioen:
hij zal David toch moeten gaan vertellen
hoe het werkelijk zit.
‘Laat jij je plannen maar varen;
God heeft helemaal geen huis bouwen.’
En dan wordt de profeet echt profeet;
hij gaat grote dingen aankondigen:
‘Jij hoeft niet voor God een huis te bouwen:
God zal voor jou een huis bouwen.’

God is niet in een huis te vatten,
noch van jou, noch van je zoon Salomo
die wel een tempel mag bouwen:
want God woont werkelijk onder de mensen
als ze Hem binnenlaten.

David is diep onder de indruk en bidt:
‘als dat zo is Heer
kom dan bij mij binnen
en zegen mijn huis
opdat ik trouw mag blijven
uw dienaar al mijn dagen.’

Een prachtig gebed.
‘Kom bij mij binnen…’.

We horen al wat er later gezegd zal worden
door een meisje in Nazareth Maria:
‘mij geschiede naar uw woord.’

Bijna duizend jaren na David leefde Maria,
Mirjam heette ze echt, Mirjam van Nazareth.

Ze droeg de naam van het zusje van Mozes,
Mirjam genaamd die haar broertje had gered
door hem in het riet te verstoppen in een biezen mandje
en ze had dapper haar broer gesteund
toen hij de joden aanvoerde weg uit het slavenland Egypte.
Die Mirjam, naar wie Maria genoemd was door haar ouders
had gezongen met alle joodse vrouwen
uit dankbaarheid aan de overkant van de zee
toen die was opengegaan
en het volk van God doorgang had gegeven
op de weg naar de vrijheid.
Mirjam was de profetes van de bevrijding,
de zangeres van een nieuwe toekomst.

Dat zal Mirjam van Nazareth,
die wij met haar Griekse naam Maria aanduiden ook zijn.

Met Mirjam zal een nieuw toekomst beginnen
zegt de evangelist Lucas.

Al lijkt het er op dat alles bij het oude zal blijven:
er voltrekt zich een nieuwe geschiedenis:
Gods Geest zal het aanschijn der aarde vernieuwen:
Gods Koninkrijk zal doorbreken,
een toekomst die alle verwachtingen te boven gaat.

Maria zal door de kracht van die Geest
die het aanschijn der aarde zal vernieuwen worden overschaduwd
en de droom die iedere joodse vrouw heimelijk koestert
om de moeder te mogen worden van de Messias
zal aan haar in vervulling gaan:
zij zal de moeder van de Messias
de koning van Gods nieuwe koninkrijk, mogen worden.

Ze weet hoe wonderbaarlijk God met Israël wil omgaan
en zegt in dankbare verwachting, namens haar volk:
‘ZIE DE DIENSTMAAGD DES HEREN,
MIJ GESCHIEDE NAAR UW WOORD’.

De bode -de engel van God-
had het gezegd:

‘JE NICHT ELISABETH HEEFT IN HAAR OUDERDOM
EEN ZOON ONTVANGEN, EN,
OFSCHOON ZIJ ONVRUCHTBAAR HEETTE
IS ZIJ NU IN HAAR ZESDE MAAND;
WANT VOOR GOD IS NIETS ONMOGELIJK!

De beloften van God zijn niet vergeefs gesproken,
de kracht van de heilige Geest die boven de chaos zweefde
zal het aanschijn der aarde vernieuwen:
Gods woord keert nooit werkeloos terug.

Daarna gaat ze vlug naar Elisabeth
en zal met haar,-de vrouw die onvruchtbaar heette-
als eerste getuige zingen over Gods nieuwe toekomst
in haar Magnificat.

Daarin prijst ze God eerst: ‘Mijn ziel jubelt voor God’
maar daarna gaat ze bezingen wat er allemaal gaat gebeuren
als die nieuw toekomst van God echt gaat aanbreken:
‘hij zal de armen recht doen en de rijken wegsturen
de kleinen zal hij verheffen, de groten moeten vernederd
zo zal hij zijn verbond gestand doen.’
En na deze lofzang die wij nog steeds in de kerk zingen
-iedere avond zingen wij dit Magnificat-
gaat zij huiswaarts om haar taak verder te vervullen.
Gods toekomst vraagt niet alleen om bejubeling.
Die toekomst vraagt om trouw en deelname.

Mirjam van Nazareth zal,
bezield door de Geest van God, haar roeping trouw vervullen.

Ze zal, overschaduwd door de Geest,
trouw zijn aan haar zoon tot aan het kruis.
Ze zal daarna, met alle leerlingen samen,
wachten tot de pinkstermorgen komt
en de kern van Gods afwachtende volk,
de 12 apostelen, overschaduwd gaan worden door de Heilige Geest.

De boodschap toen van de engel van God in Nazareth was aangekomen
een hechte relatie tussen hemel en aarde
was tot stand gebracht.

De bevrijding van Israël
-en via Israël van heel de mensheid-
kon gaan beginnen.
———————–
Twee mensen David en Maria
hebben ons vandaag les gegeven
en ons openheid geleerd voor God:
‘kom in mijn huis’ zei David…
‘mij geschiede naar uw woord’ zei Maria.

Het grote feest zal de vanavond aanbreken.
Met veel toeters en bellen, met kunstsneeuw
-echte sneeuw is niet te verwachten-
met engeltjes in de kerstboom en engelenhaar.

In de kerk komen de echte engelen aan het woord
de boden van God. Die spreken duidelijk genoeg.
Ze zeggen:
‘God zal zijn woord gestand doen..
voor God is niets onmogelijk’.

En van ons wordt als reactie verwacht
het ‘mij geschiede naar Uw woord.’

Niet als een slaafse onderwerping aan wat God wil
maar als een bereidheid om voor Hem te kiezen
en voor Zijn mensen voor wie wij mogen leven.

Het gebeuren in Bethlehem
zal pas echt belangrijk blijken voor heel de wereld
als wij samen, gesteund en gesterkt door de Geest,
het aanschijn der aarde willen vernieuwen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

17 december: Je kunt het!

[print]

3e Zondag Advent

Schriftlezingen:

  • Jesaja 61,1-2a.10-11

  • 1 Tessalonicenzen 5,16-24

  • Johannes 1,6-8.19-28

Wij zijn trots op ons Bavobeeld van Termote,
hij staat daar zo fier naar de hemel te kijken,
Laren is trots op zijn Sint Jansbeeld.
Het staat in de basiliek aan de brink
midden voor de ingang binnen.

Het is nauwelijks een beeld.
Wat na het zien in de herinnering overblijft,
is eigenlijk alleen een met kracht uitgestoken rechterhand,
een wijsvinger, een kreet in brons: Zie daar!
Ik ben er jaren geleden door genezen
van het zingen van het kinderliedje
van Jezus en Sint Janneke, die speelden met een lammeke.

Weinig figuren in het evangelie-verhaal
komen er zo geprofileerd uit als deze ruige vluchteling.
Geboren uit een ordentelijke priesterfamilie
had hij Jeruzalem verlaten, op zoek naar een werkelijkheid
waarvan hij wel in de gaanderijen van de tempel had gehoord,
maar die hij er nog niet had gevonden.

Zelf een opgejaagde zal hij hele menigten in beweging brengen,
van plaats doen ver anderen en met zich meelokken
naar oorden waar het leven wordt herleid
tot de meest primitieve, naakte kern.
Van hem weten we wat hij droeg: een kameelharen kleed
– het gewaad dat ook de ruige profeet Elia droeg- en wat hij at:
woestijnreptielen en wilde honing.

Onbewoonde streken en schier onbereikbare hoogten altijd
een fascinerende aantrekkingskracht uitgeoefend op de mensen,
levend in een geordende en comfortabele maatschappij.
Velen hebben de stap gewaagd,
– Frederik van Eeden naar de Gooise heide,
de Haarlemmer Godfried Bomans naar Rottumeroog –
ze zijn na korte tijd teruggekeerd naar de plaats van herkomst:
het was niet meer dan een romantisch avontuur.

Terug naar het primitieve,
het oorspronkelijke, zoals Rousseau het leerde,
is nog niet hetzelfde
als op zoek gaan naar het eigenlij¬ke,
naar datgene waar het op aankomt,
de diepste kern van het menselijk bestaan.
Zij die niet terugkeerden uit hun kluizenarij,
en de woestijn verkozen boven de stad, wisten wat zij zochten:
zij zochten niet iets maar iemand,
zij zochten een stem die zij al hadden gehoord voor ze vertrokken.
Dat zijn de echte geroepenen.

Johannes was een jood,
en iedere jood weet dat Israël in de woestijn is geboren.
De woestijn:
daar is die groep nomaden, zo luidt het verhaal,
door het spreken, de stem van de Enige, geworden tot een volk
dat ondanks het geweld van de geschiedenis
een éénheid is gebleven tot op de dag van vandaag.
Van Mozes wordt verteld dat hij daar sprak met zijn Heer,
zoals een vriend spreekt met zijn vriend.
Al zijn uitspraken zijn verzameld
en door schriftgeleerden en farizeeën
is een heel verfijnd godsdienstig systeem ontworpen
van grote waarde, dat is in meer dan dertig eeuwen wel gebleken.

Maar geen enkele godsdienst ontkomt aan het gevaar van formalisme,
ieder elan kan na verloop van tijd verburgerlijken,
ingepalmd worden door de heersende klasse,
aangepast worden aan het eigen tempo van de groep.
Dan is er voor het herstel maar één weg terug:
de weg terug naar de woestijn,
de streek waar de Sinaï-berg stond,
waar de Wet eens verkondigd werd in rook en vuur,
naar de woestijn.

Daar gelden geen drogredenen en geen gevestigde orde;
daar is stilte genoeg om te luisteren
naar die éne Stem waarmee alles is begonnen.
De weg terug naar de woestijn,
dat was de weg die Johannes koos,
in het voetspoor van Abraham, Mozes en de profeten.

Onder het stof van de eeuwen, dat ook over zijn volk gekomen was,
ontdekte hij het oorspronkelijke visioen
dat zoveel mensen voor hem op drift had gebracht.
Het was het visioen van het messiaanse rijk
maar hoe. Niet in een droom alleen
maar in een mens hier en nu.

De grote ontdekking voor Johannes moet zijn geweest
dat hij in zijn dagen het profiel van de Messias,
van de Davidszoon ontdekte in een tijdgenoot,
in een man uit Nazareth.
De beweging rondom Johannes die doopte in de Jordaan, groeide;
maar ook werd de aandacht van velen getrokken
door een nieuwe leraar,
de zoon van de timmerman.

Mensen waren bereid, Jeruzalem te verlaten
en hen beiden (Johannes en Jesus) op te zoeken
in de afgelegen oorden waar zij hun boodschap verkondigden.
Als twee machtige eiken staan deze twee
in het landschap van het Israël van die dagen;
reden genoeg om te komen tot speculaties als:
wie van de twee zal het winnen, Johannes of Jesus?
Maar het wonder gebeurt: geen van beiden wijst naar zichzelf;
beiden wijzen naar elkaar.

Jesus gaat naar de Jordaan, en zal zich door Johannes laten dopen;
Jesus wijst hem aan als de grootste onder de kinderen der vrouwen.
En Johannes wijst naar de man van Nazareth:
midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Hij steekt zijn hand en zijn vinger uit als het beeld in Laren:
Zie daar, het Lam van God.
De volgelingen van de doper worden ongerust:
zijn aanhang vermin¬dert, die van Jesus groeit.
Johannes is niet ongerust en zegt:
‘Ik ben de Messias niet,
maar een gezondene om voor Hem uit te gaan.’

De bruidegom is hij, die de bruid heeft;
maar de vriend van de bruidegom,
die staat te luisteren of hij hem hoort,
is al vol blijdschap
wanneer hij de stem van de bruidegom verneemt.

Johannes hoort de stem van de bruidegom
en verheugt zich op Zijn feest:
Johannes’ vreugde is volkomen:
en hij drukt zijn vreugdevolle verachting
van een grote nieuwe toekomst zo uit:
Hij – de bruidegom van het feest-
moet groter worden maar ik kleiner.

Als een eik had Johannes gestaan in het joodse land.
Hij had woorden gesproken als vurige pijlen:
‘Addergebroed, wie heeft u voorgespiegeld
dat ge de dreigende toorn kunt ontvluchten….?
Reeds ligt de bijl aan de wortel van de bomen.
Elke boom die geen goede vruchten draagt,
wordt omgekapt en in het vuur geworpen. ‘
en verder:
‘Ik doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik.
Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.’

De verhalen van Johannes en zijn woorden zijn ons bewaard gebleven,
niet om ze veilig op te bergen als een kostbare reliek,
maar als een ferment voor alle tijden van onze geschiedenis.

Johannes stierf in de grootste verlatenheid:
vanuit de gevangenis laat hij nog vragen
of de nieuwe tijd al is doorgebroken.
En het antwoord dat Jesus hem laat brengen luidt:
‘Blinden zien, doven horen en aan armen wordt het evangelie verkondigd.’

In iedere tijd en vooral op crisis-momenten,
worden mensen herin¬nerd aan de profeet die met kracht en tederheid,
onverschrokken en deemoedig tegelijk,
gewezen heeft naar de nieuwe wereld die is doorgebroken
in de rabbi van Nazareth.

Het heeft geen zin vandaag te wachten
of er misschien ook nu weer een man
geroepen zal worden naar de woestijn
om daar opnieuw de stem te horen
die hem de wereld in zal drijven met een boodschap.

Wij worden nu samen geroepen
om de zin te ontdekken van ons bestaan,
om te luisteren naar alles wat gezegd is,
door Mozes en de profeten, door Johannes aan de Jordaan
en om ons samen te richten
op Hem die ons allen dopen wil met Geest en vuur.

Een angstige kerk zal het zoeken
langs de veilige weg van de ondeugdelijke compromissen,
waarbij de profetische stemmen het zwijgen wordt opgelegd
of waardoor ze worden dood gezwegen.
Een kerk die hoort naar de stem in de woestijn,
de rust van haar gesettledheid durf verlaten,
durft luisteren naar de boodschap van God voor onze eigen tijd
kan geloofwaardig getuigen en ons tegelijk behoeden
voor onmenselijk fanatisme.

‘Weest altijd blij’
wordt tot ons gezegd op deze derde adventszondag,
zondag gaudete:
maar niet zomaar.
Zie uit naar het nieuwe !

Bij de grote joodse wijze, de Baalsjem, lees ik:
” Voor de komst van de Messias
zal er een grote overvloed zijn in de wereld.
De joden zullen rijk worden.
Zij zullen eraan gewend raken
hun huishouden te voeren met grote sier,
en de bescheidenheid zullen ze van zich af werpen.
Dan komen de boze jaren,
gebrek, en een karige verdienste;
er zal armoede over de wereld komen.
De afgoden van geld en macht
zullen hun diepere behoeftes niet kunnen stillen.
Ze zullen onrustig zijn en
zo zullen de weeën van de Messias beginnen.”

Hopelijk zullen wij mensen wijzer worden,
naar de noodzakelijke echte vernieuwing snakken;
zien wat God van ons wil,
al met ons doet en ooit danken
voor wat er gegroeid is in
onze eigen levensdagen.

Mozes troost ons onderweg:
11. De geboden die ik u heden geef,
zijn niet te zwaar voor u
en zij liggen niet buiten uw bereik.
12. Ze zijn niet in de hemel, je hoeft niet te zeggen:
‘Wie zal naar de hemel opvaren om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen doen ?’
13. Ze zijn niet overzee en je hoeft niet te zeggen:
‘Wie zal de zee over varen om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen?
14. Neen, het woord is dicht bij jou,
in jouw mond en in jouw eigen hart.
je kunt het dus volbrengen.

En Paulus zegt:
‘de God van de vrede zal heel uw wezen heiligen,
God is getrouw, Hij zal zijn woord gestand doen.’
…..je kunt het me je eigen hart beamen
en met jouw handen doen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

10 december: Een nieuw begin!

[print]

2e Zondag Advent

Schriftlezingen:

  • Jesaja 40,1-5.9-11

  • 2 Petrus 3,8-14

  • Marcus 1,1-8

Troost, troost toch mijn stad…
dat zijn de grootse woorden
waarmee vandaag de eerste lezing begon…
troost, troost toch mijn stad
en spreek haar moed in
want er komt een einde aan haar verdriet….

En in het Salve Regina zingen wij;
– goed om dat na de Mariadag 8 december te citeren:
‘moeder Gods kijk naar ons en wees onze vertroosting
‘in hac lacrimarum valle’, in dit tranendal.
Mensen kunnen best wat troost gebruiken!

Dit is het begin van de blijde boodschap…
zo begint Marcus zijn evangelie.
We lezen dat het komende jaar in de kerk.
Altijd weer blijft de droom van een nieuw begin…
een droom noem ik dat want…
iedere keer krijgen we weer een tikken op onze neus.
Marcus was volgens de overlevering een heidense jongen,
door Petrus op een van zijn reizen ooit meegenomen.
Hij droeg in zijn naam nog de naam mee van de Romeinse oorlogsgod MARS ..
maar Petrus had gezegd: ‘laat maar, het gaat om je hart.
Het nieuwe begin van zijn eigen leven, en dat van ieder die luisteren wil,
is volgens Marcus te vinden in een Joodse man: Jesus,
die men de Christus, de Messias ging noemen.
Dat nieuwe begin noemt hij:
DE BLIJDE BOODSCHAP VAN JESUS CHRISTUS.
Het verhaal van DIE man noemt Marcus ‘evangelie’ de blijde boodschap.

Dat evangelie verkondigen is meer
dan een oppervlakkig herhalen van vrome clichés
het houdt meer in:
het houdt de proclamatie in van het hele programma
van God met Zijn volk waar die Jesus van Nazareth voor staat.
Een programma van sjaloom en nieuwe toekomst voor heel de wereld
zoals dat beschreven staat bij de oude profeten, bijvoorbeeld Jesaja.

Daarom gaat Marcus haastig verder:
‘dit is de blijde boodschap van Jesus Christus
ZOALS GESCHREVEN STAAT BIJ DE PROFEET JESAJA.

Bij hem kun je duidelijk lezen
wat de blijde boodschap werkelijk inhoudt:
bevrijding van mensen die in de verdrukking zijn,
geen vreemde heersers meer, troost voor de geringen.

Het evangelie dat Jesus ons, in het voetspoor van de oude profeten, vertelt
houdt in dat alle machthebbers die mensen bedreigen hun kracht verliezen,
dat de kleine mensen wordt recht gedaan.
Volgens Jesaja was er een nieuw begin mogelijk
toen de vertrapte joden uit Babel terug mochten gaan naar Jeruzalem.
Het staat zo mooi in de psalmen:
‘toen Gods ons thuisbracht, was het alsof wij droomden.’
Toen werd een weg gebaand naar een nieuwe toekomst toe !
Jesaja ziet de weg al lopen: weg van het troosteloze Babel
naar een nieuw en goed Jeruzalem.
Het is geen gemakkelijke weg.. geen snelweg, geen autostrada.
Het is een weg door de woestijn.

Johannes de doper hoorden wij vandaag in diezelfde woestijn
even buiten Jeruzalem, mensen van zijn tijd bijeenroepen.

Hij riep ze samen even buiten Jeruzalem, even weg van de gewone drukte.
Daar ging hij ze vertellen dat God
met iedere mens afzonderlijk, opnieuw op weg wil.
‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’
luidt een oude (beetje afgezaagde) volkswijsheid
maar er zit wel iets in!

En hij vertelde ons bovendien heel duidelijk
hoe wij ons op het nieuwe begin
dat God met iedere mens en iedere mens met God wil of kan maken
kunnen voorbereiden:
‘maak de wegen recht’. Maak je levensweg recht.
Ga geen kronkelpaadjes, ga geen verkeerde zijweggetjes in
maar weet wat belangrijk is in je leven en wat niet.

Hij zal je helpen. Hij die Israël riep,
zal naar je toekomen, solidair met jullie, mensen van goede wil.
Hij kwam naar ons toe in solidariteit.
door ons die ene mens te zenden
in wie zijn liefde en eeuwige trouw ons verschenen zijn.
Dat is bemoedigend, dat is troostend.

Om dat te leren geloven,
om dat misschien te kunnen blijven geloven, vieren wij Advent.
Advent vieren betekent: samen uitzien naar die nieuwe toekomst
waar de profeten over spreken.
Advent vieren betekent:
voor zover we dat kunnen die nieuwe toekomst voorbereiden.
Advent vieren betekent ook:
de kleine tekenen van hoop die er -ook in jouw eigen levensdagen- zijn,
willen zien en daarom volhouden.

‘IK HEB EEN BLIJDE BOODSCHAP VOOR JULLIE’
zei Marcus: ‘HET VERHAAL VAN JESUS’

Het Koninkrijk Gods is nabijgekomen
in deze mens, het kwetsbare kerstkind
dat als volwassen man gekruisigd worden
en deze gekruisigde volgen is onze enige hoop.

De leerlingen waren van hem weggelopen toen dat duidelijk werd,
de vrouwen op de Paasmorgen holden weg van het lege graf
en durfden – dat zullen we in het Marcusevangelie met Pasen lezen-
niemand te vertellen dat Jesus de gekruisigde toch de Heer van de toekomst is.

Door Marcus, de evangelist van dit nieuwe kerkelijk jaar
worden wij ingewijd in dit geheim.
Hij heeft zijn boodschap opgeschreven
zoals hij hem heeft opgeschreven
opdat wij onze eigen conclusies zouden trekken.

Strijdbaar zijn als Marcus die opkwam voor zijn geloof
en -net als velen van zijn gemeente-
werd gemarteld en gedood.

Marcus weigerde te geloven
dat de haat het winnen zou van de liefde
en dat de duisternis het licht zou verdringen.

Hij geloofde in een ander programma:
zoals ook ons dat verkondigd wordt:
het nieuwe begin rond Jesus Messias
die voor ons en met ons stierf
maar die nu leeft en ons voorgaat naar Galilea.

Met kerstmis zullen wij ons met velen verzamelen in onze kerken.
Dan blijkt hoe veel mensen er ‘van goede wil’ zijn
die willen dromen van rechtvaardigheid en vrede.
Maar dat niet alleen: ze willen er ook iets aan gaan doen.

Mensen van de kerk maken zich vaak zorgen:
houden wij het wel vol? Welke kerken zullen er dit jaar
weer gesloopt gaan worden?

Laten we leren van de eerlijkheid en de moed
van alle mensen die volhouden
dwars door alle onzekerheid en wanhoop heen.

Een flinke volwassen jongen wilde gedoopt worden.
Ik zei: ‘zou je dat wel doen? Toetreden tot een kerk
waarin kruistochten plaats vonden en inquisitie
en dan nu al die schandalen die openbaar worden?’
Hij keek mij verbaasd aan: ‘wat zegt u allemaal,
dat is erg en dat moet eerlijk genoemd worden
maar voor de rest: Ik word toch katholiek en ik ga er voor.‘

Hij begreep waar het bij geloven om gaat.
Het gaat om onszelf op de eerste plaats
die, vandaag ook weer, in deze wereld opgeroepen worden
er voor te gaan en ook om de hoop levend te houden dat alle inspanningen
van alle mensen – ook de niet kerkelijke – die het goede willen
ergens toe zullen leiden.

Marcus wil aan het begin van dit nieuwe kerkelijke jaar
alle mensen die hem willen horen tevoren bemoedigen:
Dit is het nieuwe begin: Jesus gekruisigd, gestorven en begraven
maar opgestaan uit de doden onze aanvoerder.
Hij, de weg naar het ware leven, het licht der wereld.
Laten we onze fouten erkennen, het oude achterlaten
en op weg gaan, Hem achterna!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor