• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Category Archives: Preken

22 april: Scherp toezien

[print]

Vierde Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 4,8-12

  • 1 Johannes 3,1-2

  • Johannes 10,11-18

De zondag van de goede herder zoals die ieder jaar weer terugkomt
moet hoog nodig van zijn zoetigheid worden ontdaan.
De herder uit het evangelie is geen goeierd op de hei
maar een man die in de wildernis opkomt voor de zijnen;
iemand die met leeuwen en beren vecht.

Als er in de Bijbel over een herder gesproken wordt
gaat het altijd om iemand die opkomt voor de weerloze,
iemand die verenigt en beschermt
en die de strijd met de wolven aandurft..
in geestelijke zin: iemand die de strijd aandurft
en de macht van het kwaad ontmaskert.

Een van de oudste bijbelverhalen leert ons
hoe wij mensen allemaal geschapen zijn
om elkaars herders te zijn.

Het is het beroemde verhaal van Kaïn en Abel.
Abel is de zwakste en Kaïn is de sterke.
Maar in plaats van dat Kaïn zijn kracht gebruikt
om zijn broeder te beschermen en te bewaren
gebruikt hij zijn kracht om zijn broeder te doden.

Jaloezie en gekwetste eerzucht zijn Kains motieven
voor de eerste moord op aarde,
je zou dat eigenlijk de echte erfzonde kunnen noemen.

Dat laat God niet zo maar passeren.

HIJ is zelf immers de goede Herder die opkomt voor de zijnen
en is de mens niet naar zijn beeld geschapen en om op Hem te lijken?
En God roept Kaïn ter verantwoording:
hoe is het met je zwakke broeder?
Wat heb je voor hem betekend?
En dat stelt Kaïn de vreselijk domme vraag:
‘ben ik soms de herder van mijn broer?’
En God weer:
‘In plaats van voor hem te zorgen
heb je hem gedood en de aarde
die jij hebt gedrenkt met zijn bloed roept naar mij.
Kaïn waar is je broeder. ‘

Kaïn vroeg:
‘ben ik dan soms de herder van mijn broer?’

Het antwoord is JA NATUURLIJK,
geschapen naar mijn beeld als jij bent
ben je geroepen de hoeder van de broeder te zijn.

Dat geldt voor ons allen.
Wij zijn allen geroepen
herders van onze broeders en zusters te zijn,
wij zijn geschapen om elkaar te sterken en te bewaren:
dat geldt voor alle eeuwen, dat geldt voor iedereen.

In de oud christelijke catacomben
werd Jesus als DE goede herder afgebeeld:
een stoere man met een schaap op de schouders
iemand die het zwakke zou verdedigen;
later worden de schilderijen zoetelijker
en beelden ze minder goed uit
wat Johannes de evangelist ons
over Jesus wil melden.

Het evangelie van de Goede Herder Jesus
heeft voor het eerst geklonken in de winter in Jeruzalem
rond het wijdingsfeest van de tempel….
vergelijkbaar met het jaarfeest van de wijding van onze kerk
deze maand heel bescheiden gaan vieren:
dit keer de 120e verjaardag.

In het Jeruzalem van Jesus’ dagen
-toen Jeruzalem zuchtte onder de Romeinse bezetting,
(vergelijkbaar met de Duitse bezetting van ons land)
was de viering van dat feest een gelegenheid tot protest.

Tallozen dromden samen en velen hadden
hooggespannen verwachtingen van een naderende revolutie.

Jesus werd geacht
leiding te kunnen geven aan een verzetsbeweging:
‘Hoe lang nog houdt u ons in spanning’
hadden ze hem gevraagd.

En dan gaat Jesus spreken.
Over schapen die wel of niet luisteren naar zijn stem.
Hij spreekt over een nieuw volk dat zich verzamelt rondom Hem.
‘Niemand kan ze van mij wegroven.’

Hij heeft het over een hecht verband dat wordt gesmeed rond Hem.
Want Hij is niet zomaar een verzetsheld
maar de door God gezonden aanvoerder van een heel nieuw mensenvolk
dat heel de mensheid omvatten zal:
mensen van Azië en Europa
Afrika en Amerika,
de herder van alle soorten mensen:
joden en heidenen, mensen van goede wil.

Het is wellicht een naïeve en kinderlijke vraag,
maar als Jesus de Christus, hier op aarde zou terugkomen,
zou hij dan alleen maar even naar de Paus van Rome gaan ?

Een ding is zeker:
Hij zou beginnen bij de rabbijnen in Jeruzalem.

En daarna de Paus.
Maar Hij zou zeker ook even
naar de secretaris van de Wereldraad van kerken in Genève gaan
en even langs gaan bij de patriarch van Constantinopel.

Hij is toch herder van allen,
zou Hij een Ashram in India over kunnen slaan
of een moskee waar in alle eerbied en ootmoed
de Vader aanbeden wordt.

Hij wil herder zijn van allen
en dat heeft voor ons de konsekwenties
dat het koesteren van ieder eigen gelijk moet worden uitgebannen
en ieder groepsgelijk moet worden toevertrouwd
aan de hoede van Zijn herdersstaf.
Terug naar Johannes:

Het evangelie van de goede Herder
gaat over een nieuw mensenvolk dat zich vormen zal,
een grote familie van alle stammen en naties en talen
zoals Johannes dat al voor zich zag in zijn apokalyps.

Hij zag een nieuwe mensheid die zich verzamelt
rond de solidaire herder,
zo solidair met de weerlozen
dat deze goede herder zelf
plotseling vergeleken wordt met een lam.

Luisteren naar deze verhalen over de herder en het lam
betekent uitzien naar dat nieuwe
dat al bijna 2000 geleden is aangekondigd
en dan zelf je leven veranderen.

Als wij het evangelie over de goede herder horen
worden we daardoor opgewekt ons eigen leven open te stellen
voor zijn geest van bevrijding en vernieuwing.

Het betekent dat voor ons, net als voor Jesus,
solidariteit en weerloze liefde voor
mensen het allerbelangrijkste zijn.

Om dat goed te doen heb je anderen nodig:
thuis waar je elkaars herder bent
maar ook hier in dit gebouw,
in deze schaapskooi.

Vandaag vieren wij ook roepingenzondag.
Daar is dan vooral mee bedoeld
de roeping tot het ambt, het priesterschap, het diaconaat,
de religieuze staat of het pastorale werkerschap in de kerk.

Er is veel discussie over al deze kerkelijke ambten:
vooral over wat een ieder wel of niet mag.
Dat is erg jammer, zonde van de tijd
want allemaal zijn wij nodig,
ieder op zijn of haar eigen plek.

We mogen ons naar mijn idee nooit er toe laten verleiden
mensen met verschillende roepingen
tegen elkaar uit te spelen.
De een is niet beter dan de ander.

De priester is nodig en belangrijk
maar hoeft niet apart op een voetstuk te worden geplaatst,
de diaken is nodig voor de sociale activiteiten
die de kerk moet ontwikkelen,
de pastorale werkers, mannen of vrouwen,
voor opbouwwerk en inspiratie van groepen.

Maar ook alle andere leden
van het priesterlijke volk van God zijn nodig;
organisten, koorzangers en zangeressen,
vrijwilligers in het pastoraat..
maar ook gewoon jongehuwden,
jonge vaders en moeders,
milieuactivisten en verpleegkundigen
en allen die hun zieken thuis verplegen
en alle andere ijverige en lieve mensen
die hun leven als een roeping zien.

Wat zou het een verarming zijn
als er geen mensen waren die hun leven
niet meer als een opdracht van God, een roeping
willen en durven beleven.

Voor ieder mens geldt dat hij of zij er mag zijn en nodig is.
En dan vooral om te doen wat Kaïn weigerde:
om de herder van de ander te zijn.

Het programma van de christen
-het programma van de barmhartige Samaritaan,
het programma van Jesus- is ‘het hart dat ziet.’
Dit hart ziet waar liefde nodig is en handelt ernaar.
De laatste woorden na het tenslotte
waren uit de laatste encycliek van de vorige Paus
en dus hebben ze gewicht.
Zo moge het zijn, werkt allen mee.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

15 april: We kunnen meer dan we denken

[print]

Derde Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 3,13-15.17-19

  • 1 Johannes 2,1-5

  • Lucas 24,35-48

Machteloosheid alom!
Onderhandelingen in het torentjes, komt er een krisis?
Het is moeilijk een land te goed regeren
en je verantwoordelijkheid voor recht, menselijkheid en ekonomie te dragen.
En in grotere context: Heeft de vrede op aarde nog kansen?
In een radioprogramma onlangs kon je meteen reageren.
80 % van de reacties waren: ‘neen, het wordt toch niets’.
Het zijn deze gevoelens waar het eerste verhaal van vandaag
dat wij in de uitgebreidere versie hoorden lezen, tegenin gaat.

Het verhaal begint met de nood te vertellen van iemand die verlamd is.
Hij moet bedelen om in leven te blijven. Hij ligt op het tempelplein.
Twee van Jesus’ volgelingen lopen langs: het zijn Petrus en Johannes.
Gewoontegetrouw roept de man om een aalmoes, om geld.
De meesten geven hem wat. Augustinus zegt:
‘ze kunnen hem alleen maar geld geven
om eten te kopen en maken hem alleen maar dikker
en zwaarder. Ze kunnen hem niet echt helpen
en alles blijft toch zoals het was.’

Tot opeens die twee volgelingen van Jesus langs komen die anders reageren.
de bedelende lamme krijgt een bijzonder antwoord:
‘Geld kunnen wij niet geven maar: in de naam van Jesus sta op!’
Niet pappen en nathouden, niet: ‘man blijf kalm, het wordt toch niets’
maar ‘sta op.’ Ze geven hem het kostbaarste wat je geven kunt:
bemoediging, kracht, geloof, hoop.
En het werkt! De lamme staat op en loopt.

Uit kracht van het Paasgebeuren met Jesus van Nazareth
wordt een mens weer op de been gezet.
De man kan weer verder gaan;
zijn leven heeft weer zin: hij kan nu pas echt leven.

En de leerlingen gaan ook verder leven en preken.
Ze zetten hun bemoedigingsproject voort:.
ze gaan nog meer mensen oprichten en perspectief bieden.
Dat doen zij, die arme apostelen, vanuit het aloude verhaal
dat vaak vergeten wordt maar niet vergeten mag worden
het verhaal van de God van Abraham, Isaak en Jakob.
Dat is de naam die de God van Israël al eeuwen draagt:
en daarin klinkt dan mee dat deze God niet zomaar een God is
die geëerbiedigd moet worden maar verder alles bij het oude laat.
Neen, deze God is de bevrijder,
een helper, een Herder, een trouwe supporter van de mensen.

De apostelen laten het duidelijk horen aan de verbaasde omstanders
die de lamme weer zien lopen:
‘Dezelfde God die Israël bevrijdde uit Egypte,
dezelfde God die Jesus uit het graf verloste
die God hebben jullie net aan het werk gezien.
Hij is dus niet alleen de God van vroeger
maar ook van vandaag!

Ook hier dus in deze kerk. Jesus had het ooit gezegd:
‘als er twee of drie in Mijn Naam bijeen zijn
dan ben ik in hun midden.
Jesus is actief aanwezig, ook in deze dagen.

II. Lucas schreef ook een prachtig verhaal over twee.
Twee morrende mannen die teleurgesteld van Jeruzalem wegliepen:
we noemen ze de Emmausgangers.

De twee mopperaars kregen plotseling
een medewandelaar naast zich die hen opkikkerde,
die met ze ging eten
en in wie ze, toen hij het brood brak, plotseling Jesus zelf herkenden.

In het evangelie vandaag komen ze de andere leerlingen
die nog een beetje zitten te suffen daarover vertellen.

En terwijl zij nog aan het spreken zijn komt Jesus binnen.
Ontsteld denken ze een geest te zien. Maar de Heer is geen spook
maar openbaart zich -net zoals aan de twee wandelaars op weg naar Emmaus
als een echte levende aanwezige die ons oppept.

Op Goede Vrijdag merkten wij
dat Hij DE solidaire mens naast de mensen was,
een Helper die met ons meelijden wilde.

Met Pasen vierden wij dat Hij de ‘vorst van het leven’ is,
ons Licht, onze toekomst.

In het joods achttiengebed
(een soort breviergebed voor leken) staat:
‘U bent een vriend
want u bent een helper,
U bent groot in het bevrijden:
u steunt de vallenden.
U sterkt en geneest de zieken,
U bevrijdt de gevangenen,
U bent trouw aan wie slapen in het stof.
U richt ons op,
U zet ons weer op de been:
U doet ons uit de dood opstaan.
U bent een trouw Helper,
Uw Naam zij geprezen al onze dagen. ‘

Om dat te horen moeten wij samenkomen
in dit gebouw bijvoorbeeld, of in een of ander huis
zoals de eerste christenen dat deden…
om het verhaal te vertellen en het brood te breken
om te vieren dat God de vriend is die ons omhoog haalt.

Het verhaal van de apostelen en de lamme leerde is
uit de handelingen van vandaag leerde ons
dat Jesus niet de enige is die in staat is mensen op te richten
en te vernieuwen maar dat ook wij
geroepen elkaar overeind te helpen
en dat ook kunnen.

AUGUSTINUS HIEROVER:
Uit preek 99 over de Handelingen:
‘Welke de gave van de apostel is geweest, de apostel Petrus die arm was aan geld en rijk aan geloof, dat vertelt ons de Schrift: “Zilver en goud heb ik niet…”. Wat heeft hij dan wel? “Maar wat ik heb dat geef ik je: In de naam van Jesus de Christus kom overeind en loop!”. De waarde van de dingen meet je aan hun gevolgen. Zij die aan de arme goud gaven, voerden hem dik en verzwaarden zijn lichaam, dat zijn voeten al niet konden dragen; zij probeerden hem te troosten om zijn gebrek, zij konden hem niet genezen. Terwijl die andere, die geen geld heeft, hem de gezondheid teruggeeft. Hij is rijk aan Godsgoederen, die bezitloze. “Zilver en goud heb ik niet”, zegt hij; maar hij schudt over hem alle goddelijke rijkdommen waarover hij beschikt. “Wat ik heb, dat geef ik je. In naam van Jesus Christus, kom overeind en loop!” Hij maakt zijn beurs niet los, hij opent zijn ziel. Wat geeft hij? “In naam van Jesus Christus, kom overeind en loop!” Een kwaal die gelijkelijk op slaaf en koning kan drukken, gehoorzaamt aan deze haveloze apostel. En er is nog meer: de natuur zelf gehoorzaamt aan Petrus’ bevel. Het gaat immers om een man die “vanaf de moederschoot verlamd was”. Van dit aangeboren en dus ongeneeslijke kwaad wordt de man genezen door het machtige woord van… een arme; wat niet zou gebeuren als die arme niet boordevol zat met de gaven van God, zelf schepper van de natuur.’

Tot zover de grote Kerkvader.
God sterke ons bij die belangrijke taak
in onze eigen levensdagen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

8 april: Geloof is verder durven gaan

[print]

Zondag Goddelijke Barmhartigheid / 2e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 4,32-35

  • 1 Johannes 5,1-6

  • Johannes 20,19-31

“Laat de ware gelovige opstaan…”
zou ik bijna willen uitroepen.
Ik durf het niet goed
want misschien waagt iemand het op te staan.
Misschien ook wel leuk:
we zouden dan zeker weten dat hij of zij het niet is.

De ware gelovige gaat zijn levensweg
-soms net zo onzeker gaat hij die als de anderen-
maar hij gaat –zegt hij dan- met God
net zoals Abraham, de vader van alle gelovigen.
Van hem weten wij
dat het niet zo’n gemakkelijke tocht was die hij maakte.
Een tocht van hopen en geloven,
van afzien en vechten
van hopen tegen de wanhoop in
en geloven tegen alle waarschijnlijkheid in.

De echte gelovige kijkt daarom niet neer op Thomas
maar herkent in hem zijn eigen houding:
Thomas die goddank openlijk uitkomt voor zijn ongeloof.
‘Is het echt? Iemand die aan het kruis gespijkerd is en vermoord,
iemand die het uitgegild heeft van de pijn
kwam bij jullie weer op bezoek.’

De vrouwen uit het evangelie van de paasnacht leken een beetje op hem:
de jongeman bij het graf had gezegd: ‘Hij leeft!,
maar zij holden weg want ‘ze waren zeer bang.’

Geloven is moeilijker dan je denkt;
dat geldt ook voor de leerlingen
naar wie Jesus zelf toe komt op de eerste paasdag ’s avonds.
We hoorden dat in het eerste deel van het evangelie.
Zelfs als Jesus naar je toe komt

De paaspelgrims hadden Jeruzalem inmiddels verlaten…
zonder het merkwaardige bericht te hebben gehoord
dat Jesus toch weer zou leven.
De apostelen hadden het goede bericht wel gehoord..
de vrouwen waren het hen komen vertellen
maar ze beschouwden dat als beuzelpraat.

Dit ongeloof was op eigen kracht niet te overwinnen.
Hun beenderen waren verdord
-om met de woorden van Ezechiël uit de paasnacht te spreken-
vervlogen was hun hoop.
Uit angst voor de buitenwereld waren de deuren op slot.
Een ingreep van buitenaf alleen kan redding brengen
en die komt, vanwege de Heer zelf!

Hij komt zijn vrienden oprichten.
Er wordt een nieuw begin gemaakt.
En net zoals God zelf de levensadem blies in Adams neus
en net, zoals de profeet Ezechiël een nieuw begin beschreef:
(de Geest van God die over de dorre beenderen
van het huis Israël zou blazen)
zo (vertelt Johannes ons) blaast Jesus op de 1e Paasdag over de leerlingen.
En ze komen tot leven.

Het is een goed begin op die eerste paasdag `s avonds
maar kennelijk nog niet voldoende
het is nog te moeilijk het te geloven
en te begrijpen wat er nu gebeuren moet
en bovendien: ze waren er niet allemaal.

Thomas, een van de meest kritische en intelligentste apostelen
was er die eerste keer niet bij.
Jesus’ troost heeft niet veel geholpen.
want acht dagen later -en dat is vandaag op de zondag na Pasen-
zitten ze nog steeds angstig bij elkaar met de deur op slot.

Maar dan komt er verandering: acht dagen later.
Thomas er bij en nu kan het verhaal verder gaan.

Thomas met zijn vragen is onmisbaar:
hanteert een hele eigen norm.
Hij wil weten of het werkelijk die ene Heer is
die hij heeft zien lijden die leeft:
de Heer die hij had leren kennen
als de vriend die partij koos voor de weerlozen,
de vriend van de armen en de onderdrukten.

Hij wil daarom -en dat is heel goed eigenlijk-
de tekenen zien van de wonden van deze gemartelde.
Hij wil deze gemartelde mens zien
als de aanvoerder van een nieuw mensenvolk
dat ook uit de dood opstaat.
Hij wil hem zien als de koning van de weerlozen en hij ziet hem.

Hij ziet de wonden in handen en zijn zijde.

En dan moeten wij als trouwe bijbellezers natuurlijk denken
aan Adam die zijn zijde geopend had
toen zijn bruid aan zijn zijde kwam:
eindelijk vlees van mijn vlees,
been van mijn gebeente.
Thomas ziet de nieuwe Adam: Jesus,
die nu op deze achtste dag zijn bruid zal ontmoeten,
zijn gemeente, zijn kerk als de nieuwe Eva.

Aan de zijde van de nieuwe Adam
wordt de gemeenschap gevormd van mensen
die de machten hebben afgezworen
en willen leven als vrienden van de weerloze Messias
die gewond was met de gewonden,
bedroefd met de bedroefden,
eenzaam met de eenzamen,
weerloos met de weerlozen;
de solidaire getuige van God liefde:
de ware Heer de ware gestalte van God.

Thomas die deze God aan ons openbaar maakte
heeft het gevecht met het ongeloof aangedurfd
en is daardoor alleen maar een sterkere getuige geworden.

De traditie wil dat Thomas de evangelieverkondiger was
die nota bene het verste kwam van allemaal:
tot in INDIA toe.
In de eerste lezing hoorden wij spreken
over de christenen van het begin:
‘ze hadden alles gemeenschappelijk,
er was niemand die gebrek leed.’

Wij leven eeuwen later
maar opeens gaat die tekst weer leven:
we zijn nu allemaal in een nieuwe situatie.

De economische crisis bracht ons wat tot bezinning
over het uitgeven van ons geld.
De problemen nu tussen de grootmachten
leren ons een liefdevolle eerlijke maatschappij nog ver weg is.

Lucas vertelt over de solidariteit tussen de eerste christenen:
‘er was niemand die gebrek leed.’
Lucas (de schrijver van het bijbelboek Handelingen)
wil daarmee niet zeggen dat altijd alles koek en ei was toen.
Er was wel eens wat, daar vertelt hij ook over.
Maar wel waren ze ‘een van ziel’,
er is een doel waarnaar ze streven, een oriëntatie.
Iedereen weet wat belangrijk is en wat niet.

De vieringen van Pasen hebben ons ook weer bemoedigd:
we hebben de eenheid gevierd rond de tafel op de witte donderdag,
we hebben samen gerouwd op de goede vrijdag en ons verdiept
in het geheim van de lijdende Messias,
waar Thomas zo graag getuige van wilde zijn,
het licht is rondgedeeld in de nacht en nu zijn wij hier weer.

‘Mijn vrede laat ik jullie na,
mijn vrede geef ik jullie in handen.’

En daar zij wij dan.
De kinderen van de Eerste Communie bereiden zich voor op hun feest:
de koorschool presenteerde zich gisteren.
Er zal straks weer gedoopt worden,
kleine geschiedenissen worden
aan de grote geschiedenis van God met de mensen gekoppeld.

Geloven is via de traditie verbonden zijn met het verleden
en via de hoop met de toekomst.
Hij zal ons niet beschamen. Ons, zijn kerk, zijn volk.
Hij laat ons niet los, u niet mij niet.

Gaan we vertrouwvol verder,
We hebben een eervolle opdracht.
Dat wij deze eervolle opdracht waardig mogen zijn is mijn bede
en dat wij het vertrouwen dat de Heer in ons heeft
maar niet zullen beschamen.
Zijn genade zal ons bewaren
maar DOE DE DEUR VAN UW HART
NIET OP SLOT!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Pasen

[print]

Pasen

In het ziekenhuis kwam ik een humanistische raadsvrouwe,
ik noem haar even Lies, tegen.
Kordaat en vol energie liep ze de patiënten langs.
‘Vroeger ben ik ook katholiek geweest
maar ik heb ontdekt dat God niet meer bij mij past.’

‘Ik ga mijn paaspreek maken’ zei ik zomaar.
‘Dat is gemakkelijk’ zei ze: ‘Jesus is verrezen en zo.’

Ze begreep niet hoe tegenstrijdig haar opmerkingen waren.
Ik opperde: ‘ik vind dat toch niet zo gemakkelijk om te geloven,
laat staan er over te preken.’
———————-
Ieder jaar weer moet ik weer naar Pasen toe leven
ieder jaar gebeuren we weer zoveel andere dingen.

Het kan een Alleluia-jaar zijn:
je gaat trouwen, je hebt een kind gekregen,
het gaat je voor de wind
je hebt goede vrienden..

maar het kan ook een “God mijn God waarom heb je mij verlaten”-jaar zijn:
je verliest dierbaren,
je krijgt te horen dat je ernstig ziek bent,
er zijn problemen waar je niet overheen kunt komen..
je voelt je alleen….

Wij mensen verkeren in een wankel evenwicht.
Neen, ik wil niet pessimistisch zijn en humeurig maar zo is het.
Wij leven in een wankel evenwicht.
In onze dagen beseffen we dat misschien nog meer dan vroeger.
Wij zijn kwetsbaar, weerloos
Renate Dorrestein – zelf ME – patiënte-
heeft dat in haar boekje
dat we ooit in een boekenweek kregen
toch prachtig beschreven.

De mensheid wordt niet geholpen door zomaar wat vieringen alleen,
wat losse Alleluia’s in de kerk.
Er wordt van de ons als kerk verwacht
dat wij de vragen van onze dagen echt serieus nemen.

We hebben één basis:
een beginpunt:
één die van het begin af aan heeft gezegd
dat wij er als mensen mogen zijn.
Wij zijn stuk voor stuk waardevol en uniek.

Zo onzeker en vragend, aarzelend en falend als wij zijn.
Wij zijn geliefd wij mogen er zijn.

Er is er een die naar ons kijkt.
Er is er EEN die geschiedenis wilde maken met ons onmogelijke mensen.

Er is er EEN die een volk uitkoos om mee te beginnen:
dat is degene die wij God noemen, Heer, Eeuwige, Enige.

Het oude verhaal van het boek Exodus biedt ons wat helderheid:
het daagt uit tot grote creativiteit.
Het volk van God is slaaf in Egypte.
De meesten vonden het allemaal wel best daar.
Ze hoefden niet na te denken, er was altijd brood op de plank.
Alleen de vrijheid ontbrak.

De Enige die echt ongerust is, is God.
Hij vindt het voor Zijn mensen mensonterend
dat zij in dat slavenland niets te zeggen hebben
en onderhorig zijn aan het goed ge-oliede systeem
van de Egyptische welvaartsmachinerie.

En dan begint een nieuwe geschiedenis.
Mozes mag zijn mensen opwekken nieuwe mensen te worden
en voor de vrijheid te kiezen
die de God van Abraham, Isaak en Jakob hun geven zal.

Heel moeizaam krijgt Mozes zijn mensen in beweging
en gaan ze op weg naar de vrijheid.
Er is geen ontkomen aan: je moet mee.

En, om ook de latere generaties te bevrijden
uit passiviteit en wanhoop krijgen ze,
voor ze op weg zullen gaan de opdracht
dat vertrek als een nieuwe fase te gaan vieren,
hoewel hun hoofd er eigenlijk niet naar staat.
Een opdracht tot vieren van de bevrijding
die ook zal gelden voor alle latere generaties.
————–
‘Wat heb ik mij verheugd met jullie het Paasmaal te vieren’
zegt Jesus van Nazareth later tot zijn vrienden.

Hij was ze voorgegaan op de weg naar een nieuwe wereld.
Helemaal volgens de oude Wet van Mozes:
waar niet het recht van de sterkste alleen zou gelden,
waar gedeeld zou worden,
waar ruimte zou zijn voor de vreemdeling
en aandacht voor de vervolgden.
Kortom: alles omgekeerd.

Enthousiast waren zijn vrienden Hem gevolgd …
behalve die ene dan die wegsloop in de nacht.

Het werd hen in de hof van olijven ook te machtig.

Eenzaam en alleen ging Jesus zijn weg.
Met ver op de achtergrond,
bijna onzichtbaar -ook voor Hem-
als medestander:
Zijn Vader, de God van Abraham,
Isaak en Jakob
die Hem door de dood heen hielp.
—————-

Daarvan zullen de vrouwen
de eerste getuigen zijn:
het zijn deze vrouwen
die het ambt van de apostelen gaan redden.
Ze waren wel bedroefd maar
zijn niet weggelopen:
ze bleven volharden in hun hoop
en komen dapper op het graf af.

Er waren soldaten gesignaleerd in de buurt van het graf
– dat schrikte hen niet af –

en er was een reusachtig steen
als een groot wiel gewenteld voor het graf:
– dat schrikte hen niet af –
ze vragen het zich wel af:
‘wie zal die steen weghalen.’

Geen antwoord nog.
Wel dit:
‘en de zon ging op’ vertelt Marcus fijntjes:
een ander rond wiel
het wiel van de hoop.

En dan gaat het verhaal verder.
De bezorgdheid van de kloeke vrouwen
over het weghalen van de ronde steen
was overbodig.

De vrouwen die niet weggevlucht waren mochten ervaren:
de blokkade was opgeruimd:
de steen was gewoon weg !

Er is ook iemand die hen toespreekt.
Waar hij vandaan kwam? Dat doet er niet toe:
hij is er en hij zegt:
‘schrik niet,,
je zoekt Jesus van Nazareth
Hij is niet hier,
kijk dit is de plaats waar Hij werd neergelegd.

Ga het maar gauw zeggen tegen zijn vrienden:
‘Hij gaat je voor naar Galilea,
daar zul je hem zien, zoals Hij jullie gezegd heeft.’

Deze woorden zijn de vrouwen te machtig:
ze rennen van het graf weg
en het evangelie besluit:
‘van schrik vergeten ze er iemand iets van te vertellen.’

Gelukkig is het daarbij niet gebleven:
ze zijn het toch wel gaan vertellen.

Als het bij die ontsteltenis gebleven was
zou het verhaal van Jesus zijn doodgelopen
en had niemand meer iets van gehoord.

Maar we hebben uit dit verslag van Marcus wel begrepen
dat het ook toen niet zo vanzelfsprekend was
dat het verhaal van God met de mensen doorging.

Dat was het niet in Marcus’ tijd en dat is het nog niet.

De kerkgemeenschap waar Marcus dit verhaal zo voor schreef
was een bedreigde kerk die samenkwam in de catacomben van Rome,
angstig wachtend op een inval van de soldaten van de keizer
die nog steeds macht had op aarde.

Marcus heeft voor die mensen in nood een wonderlijke boodschap:
de soldaten winnen niet
maar de weerlozen zullen overwinnen
net zoals Hij dat deed: Jesus onze Heer.

Maar deze Jesus,
de echte Verlosser van de mensheid is geen held,
geen glanzende persoonlijkheid.

Hij komt niet binnen in een allen overrompelende macht en majesteit
maar Hij kwam en komt als vriend van de onzekeren en angstigen,
als een weerloze solidaire vriend van mensen die lijden moeten
een vriend die meeleed, pijn had en mee-stierf.

Een heiden zette toen aan het kruis, dit Credo in:
‘deze was een zoon van God.’

Deze mens, deze weerloze is in zijn weerloosheid
deze vriend van mensen die lijden moeten
van de onzekeren en angstigen van alle eeuwen.

Hij is niet de Heer van mensen die voldaan en zeker zijn,
de mensen die niet geraakt worden door leed en mislukking

Hij is de Heer van de mensen die treuren kunnen
zij zijn werkelijk degenen die Gods troost zullen zien.

De mensen jong of oud,
getroffen door een bijna tastbaar gevoel van eenzaamheid of hopeloosheid
krijgen te horen:
Je kunt uit je dal opkrabbelen
en het weer als een vreugde ervaren dat je er nog bent.

De voorganger van dit nieuwe mensenvolk
had zich betere vrienden kunnen wensen.
Hij wist natuurlijk hoe zwak de schouders waren en zijn
die de last van hun levensopdracht moeten dragen..
maar het is met deze kern van onzekere, angstige mensen
dat Hij een nieuw begin gemaakt heeft.

Over enkele weken zult u in het evangelie
van één van de zondagen van Pasen kunnen horen
dat Hij toch vertrouwen in ons heeft.
Johannes citeert die eigenaardige uitspraak van Jesus:
‘mijn werken zullen jullie doen
ja, grotere dingen dan ik zullen jullie doen.’

En met deze hoopvolle woorden eindig ik deze paaspreek.
De Heer heeft vertrouwen in ons:
aan ons nu de opdracht dat vertrouwen waar te maken.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

25 maart: De pelgrims achterna

[print]

Palmzondag

Schriftlezingen:

  • Marcus 11,1-10

  • Jesaja 50,4-7

  • Filippenzen 2,6-11

  • Marcus 14,1-15,47

Opgaan naar Jeruzalem is een heel gebeuren,
vanuit de diepte waar Jericho ligt,
meer dan 100 meter onder de zeespiegel,
klimmen de pelgrims omhoog en komen
na een lange klim tenslotte boven
op de oostflank van de olijfberg aan
de heuvelrug waarop men een prachtig zicht heeft
op de heilige stad die dan plotseling
aan je voeten ligt, aan de andere kant van het Kedrondal
met de hof van olijven.

Vanaf de olijfberg zien de pelgrims
de Davidsstad liggen: Jeruzalem, de heilige stad..
met haar grote tempel schitterend in de zon.

De dreigende Romeinse Antonia-burcht,
gebouwd om Jeruzalem onder de romeinse knoet te houden,
zien de pelgrims ook.
Maar hun vreugde bederft die niet
en de pelgrims zingen elkaar de psalmteksten toe:

‘Wat was ik blij toen men mij zeide:
wij gaan naar het huis van de Heer’
en
‘ Gezegend is degene die mag komen
in de naam van de Heer.’

Jeruzalem, de naam zegt het al ‘vredesstad’
kan alleen maar echt Jeruzalem zijn
als er rechtvaardigheid heerst en vrede,
en dan pas echt als er een koning is
die opkomt voor de kleinen
en die de vrede aandraagt.

In Jesus’ tijd was het recht ver te zoeken
en een vredeskoning was er niet.

Volgens de evangelisten komt daar verandering in
als Jesus als de nieuwe koning,
de echte koning die namens God de stad mag regeren,
zijn stad binnengaat:
Hosanna de koning van de vrede.

Echte koning van het recht en de vrede,
dat was Jesus door zijn solidariteit met de lijdenden,
door zijn keuze voor de kleinen en de armen,
door zijn hele manier van leven.

Helaas,
niemand kan partij kiezen voor de armen en de verdrukten
zonder weerstand op te roepen
en zelf deel te krijgen aan de verachting en het lijden
dat zij moeten ondergaan.
Niemand kan partij kiezen voor hen die lijden
zonder dat er moord en brand geroepen en geschreeuwd wordt.

Dat werd Jesus duidelijk toen Hij op de ezel
-het dier van de armen en de weerlozen-
de stad binnenkwam.

Hij had de armen en de verdrukten nieuwe hoop gegeven.
Hij had hen de ogen geopend.
Geen wonder dat zij het juist zijn die beginnen te roepen:
HOSANNA, gezegend de koning die komt in de naam van de Heer!’

Ze deden het zo luid als ze maar konden,
hopende dat de gezagsdragers, de priesters,
de Romeinen en hun eigen politiek leiders het goed zouden horen:
HOSANNA… dat betekent: HELP ONS!

Ze begrepen dat ze moesten schreeuwen om Jesus te helpen.
En ze begrepen ook dat Hij het zwaar te verduren zou krijgen
omdat hij hun zijde gekozen had.

Jesus wordt nog door enkele vooraanstaande leiders gewaarschuwd:
‘Meester, beveel ze te zwijgen!’

Maar Hij gehoorzaamde hun niet.

Hij wist waarom het volk schreeuwde en Hij vond dat zij gelijk hadden.

Maar, en vele volgelingen van hen zouden het later eveneens merken,
als je iets doet om het Koninkrijk van God,
het rijk van rechtvaardigheid en liefde te bevorderen,
dan wordt je dat steeds door velen kwalijk genomen.

Vooral voor hen die op dat ogenblik de macht in handen hebben.
Jesus vergiste zich daarin niet. Hij had geen enkele illusie.

In het evangelie is er geen twijfel.
Jesus’ leven kon alleen maar uitlopen op zijn dood.

Maar voor Hem was die dood geen tragedie,
geen anticlimax en ook geen ondergang.

Jesus gaat immers het paasmaal met zijn vrienden vieren:
het maal dat herinnert
aan de bevrijding van Gods volk uit Egypte.
— Pasen, Pesach, verlossingsfeest: letterlijk: DOORTOCHT.
— Het hele lijdensverhaal wordt geplaatst
binnen het verlangen van de Heer
om zijn weg door dood heen naar het leven, te voltooien.
Zelfbewust gaat Jesus zijn weg.
Er is de pijn in de hof maar de schriften moeten worden vervuld.

Leerlingen schieten te kort maar Jesus gaat verder.

In zijn voetspoor traden later andere echte moedigen:
Martin Luther King, bisschop Romero,
pater Frans van der Lugt in Syrië;
waardig gingen ze hun weg.

Ze wisten wat hen boven het hoofd hing.
Bisschop Romero die werd neergeschoten
terwijl hij de Eucharistie aan het vieren was.

Vlak tevoren had hij gezegd:
‘Ik ben vaak bedreigd met de dood.
Maar als christen -ik zeg het maar ronduit-
geloof ik niet in een dood zonder verrijzenis.
Als ze mij vermoorden zal ik verrijzen
in het volk van El Salvador…
en als ze hun bedreigingen uitvoeren
dan offer ik mijn bloed aan God
voor de redding en de verrijzenis van mijn volk.’

Zijn voorspelling is uitgekomen, zijn portret hangt nu,
vele jaren na zijn dood, nog steeds in bijna heel Zuid Amerika
in winkels en huiskamers, in kerken en op markten.

Want, en dat gaan we vieren:
er is geen dood van de rechtvaardigen zonder verrijzenis.
Geen ‘in uw handen beveel ik mijn geest’
zonder aanvaarding door de Vader. Geen offer zonder toekomst…

Achter het duister gloort het licht.
Na het Hosanna, de hulproep van de kleinen,
en het ‘kruisigt hen’ van de corrupten en de machtigen
zal onverbiddelijk het Alleluiah van de paasnacht
en de paasmorgen volgen: Zie Hij leeft!

Het lijden van Jesus is geen donkere tunnel
maar een weg naar het licht.
Hij gaat ons voor als de rechtvaardige die doet wat Hij moet doen.
Het tekort schieten van de leerlingen wordt pijnlijk duidelijk
maar blokkeert de Messias niet
op Zijn weg naar de verheerlijking die onze redding betekent.

We horen als Hij in zijn graf ligt spreken over
soldaten die Jesus’ graf moeten bewaken
-ze waren ook maar gestuurd-
maar ze kunnen Hem niet tegenhouden:
Pasen komt er aan: Gods Koninkrijk zal doorbreken.

Gaan wij Hem achterna deze week,
het donker in van de goede vrijdag
om met Hem op te gaan naar het licht:
Gods Koninkrijk zal komen,
als wij voor werkelijk voor Hem kiezen:
in onze dagen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

11 maart: Onverwacht geluk

[print]

Vierde Zondag Veertigdagentijd

Schriftlezingen:

  • 2 Kronieken 36,14-16.19-23

  • Efesiërs 2,4-10

  • Johannes 3,14-21

Het was me wel wat geweest die ballingschap in Babel.
De koning van Babel was Jeruzalem
zo’n kleine 600 jr. voor Christus- binnengevallen
-dat hoorde u ook in de terugblik waarmee de eerste lezing begon-
De koning doodde de jongemannen, zelfs in de tempel- het leek de I.S. wel-
hij had met niemand mededogen, of ze nu jong of oud waren, man of vrouw.

Hij haalde alle voorwerpen, tot de kleinste toe, uit de tempel weg,
hij legde beslag op alle tempelschatten;
hij voerde alle bezittingen van de joden mee naar Babel,
stak de tempel in brand.
De arme joden joeg hij de wildernis in en de rijken en bestudeerden
nam hij mee naar Babel voor de Arbeitseinsatz.

Daar zaten ze… aan de rivieren van Babylon,
en huilden. Het boek van de psalmen vertelt ons
dat de bewakers daar hen een vroegen een liedje voor hen te zingen
maar -vertelt het boek van de psalmen ons verder-
ze konden het niet in die situatie:
‘Jeruzalem hoe kan ik jou vergeten en doen alsof er niets aan de hand is’
zeggen ze. Een tekst die ook in de pop-muziek terecht gekomen is:
‘At the rivers of Babylon,
there we sat and wept as we remembered Sion.’

Maar…
ER KWAM EEN EINDE AAN DE BALLINGSCHAP..
en die aankondiging, op de laatste bladzijde van
de joodse Bijbel hoorden wij vandaag.

Enthousiast mag iedereen aansluiten:
‘Laten allen die tot het volk van de Heer horen,
onder de hoede van de Heer, terugkeren naar Jeruzalem…’
‘Als God ons thuisbrengt dat zal een droom zijn’…
hadden ze jaar in jaar uit gedroomd..
en nu was het zover: er was een nieuw begin:

Jeruzalems tempel zal herbouwd worden
en de muren weer opgericht onder Ezra en Nehemia
als die namen u iets zeggen.

Soms worden dromen werkelijkheid.
Nu mag je zeggen:
‘Toen God ons thuisbracht uit onze ballingschap
was het alsof wij droomden.’

Gods troost gaat soms je droom te boven,
soms is de werkelijkheid die je mee mag maken
mooier dan je ooit had kunnen denken.

Maar vaak valt alles ook weer tegen.
En dat was in Jeruzalem ook later weer gebeurd.
Inderdaad: de joden waren teruggekomen naar Jeruzalem:
de tempel was er weer en functioneerde
maar.. was dat nou alles:
de mensen bleven even schijnheilig en even slecht
dus blijft het verlangen:
wanneer breekt er eindelijk een volmaakte wereld door ?

II. De vorige week hebben wij in het evangelie gehoord
hoe Jesus op de na de ballingschap
weer herbouwde tempel van Jeruzalem afdaverde
en deze tempel had gereinigd
omdat hij niet tegen de schijnheiligheid kon
van het tempelbedrijf zelf waarbij
de hogepriesters aandelen hadden in de geldwisselwinkeltjes
en ook verdienden aan de provisie
die hun neven die de schapen fokten
die verkocht werden voor de offerdienst binnenhaalden enz.

Na Jesus’ conflict met de tempelbeheerders
(de Sadduceeën waren dat vooral)
komt onmiddellijk iemand uit de kring van de Farizeeën
op Jesus af: Nikodemus.
Wil hij Jesus bij hun partij laten komen en
doet hij daarom zo geheimzinnig door in de nacht te komen?
We zullen het nooit weten.

Het gaat trouwens over het gesprek zelf.
Het is een goed gesprek.
Men verstaat elkaar al met een half woord.

Het onderwerp dat in deze discussie centraal staat is:
hoe zal de toekomst van God er uitzien?
Nikodemus ziet wat Jesus doet en vraagt zich af:
zal nu alles anders worden.

Zullen we nu eindelijk echt thuiskomen??
Zal Jesus zijn krachtige strijd tegen schijnheiligheid
en corruptie voortzetten,
zal hij misschien ook de Romeinen die het land bezet hielden
gaan aanvallen? Moesten ze zich voorbereiden op
een revolutie. Hoe bloedig of juist niet bloedig.

Jesus verrast hem door geen pasklare oplossing te bieden.
Hij legt de nadruk op de mens zelf,
en ene mens, ieder individu dat zelf de toekomst in handen heeft.
Hij antwoordt heel mysterieus:
‘ALS IEMAND NIET OPNIEUW GEBOREN WORDT
KAN HIJ HET RIJK VAN GOD NIET ZIEN.’
Als wij horen spreken over wedergeboorte
denken we misschien aan hele moeilijke dingen.
Nikodemus kan het ook niet volgen:
‘moet ik als oude man de moederschoot weer in’.

Jesus denkt als een goede jood echter aan het gewone leven,
aan een nieuw begin dat ieder mens persoonlijk kan maken,
aan hele nuchtere dingen.
Niet dat je opeens een heilige wordt
maar dat je in je leven nieuwe actiepunten
nu eens duidelijk op de eerste plaats zet.

Het zal mij niet meer gaan om geld of gewin
maar om de mensen voor wie ik leven mag,
het zal mij vanaf heden gaan
om de dingen die echt belangrijk zijn of niet.

Opnieuw geboren worden zal een zaak moeten zijn
van je hele persoonlijkheid,
van water en geest… een nieuwe geboorte van jou zelf.

Jesus verwijst naar de doop die alle mensen van goed wil zal verzamelen
-het water- en ook naar de Geest, die als het goed is mensen zal gaan bezielen.

Wat Jesus zelf allemaal zal ‘voorleven’
aan vernieuwing, aan inzet
zal in deze wereld voor velen van belang zijn.
Vandaag horen we Jesus ook spreken
over de consequenties van zijn echte manier van handelen.

‘De mensenzoon zal omhoog geheven worden
als de slang in de woestijn.’
Ooit hadden zieke joden in de woestijn
die door slangen waren gebeten op kunnen zien
naar dat beeld van die koperen slang en waren ze gered geweest…
nu worden wij allen als lezers van het evangelie
middels dat beeld herinnerd aan het feit
dat het opzien naar Jesus ons leven kan veranderen.

De Romeinen en de machthebbers van Jesus dagen
hebben hem de ruimte om te leven niet gegund:
hij moest worden weggevaagd van deze wereld.
Hij bracht teveel onrust omdat Hij geleerd had
da egoïsme niet de weg is naar het echte geluk.

Hij maakte de rijken nerveus omdat hij zei
dat ze moesten breken en delen:
‘verkoop alles maar wat je bezit en geef het weg.’
Daarom werd bij de oproerkraaiers en de misdadigers gerekend;
omhoog geheven aan een paal
net als die koperen slang in de woestijn.
Maar daarmee is hij niet uitgeschakeld
want iedereen kon hem toen op Golgotha zien:
de echte Vriend van de mensen,
de ware getuige van goddelijke solidariteit,
van waarachtige trouw en liefde:
een nieuw begin voor alle mensen.

‘Het oordeel van God kwam in de wereld,
het licht heeft zich in Jesus geopenbaard.’
Zo komen de nieuwe hemel en de nieuwe aarde in zicht.
Wij kunnen daar onze eigen bijdrage aan leveren.

‘Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap’
wordt waar als wij elkaar thuis brengen
en deze wereld tot een goede wereld maken voor elkaar.
Zondag Laetare… verheug je.
Die vreugde zal echt en overvloedig zijn
als wij elkaar de vreugde en de liefde gunnen
die ieder mens zo bitter had nodig heeft.

De liefde kan het winnen van de haat
de vrede kan het winnen van de oorlog
als wij God zelf alles in allen zijn
als wij hem willen toelaten
hier en nu, in onze wereld en vooral in ons eigen leven…

We moeten keuzes maken.
Willen we echt elkaar gelukkig maken.
of conflicten over niets blijven koesteren
en ruzie maken over dingen die het ruzie maken niet waard zijn.

God bemint ons, Zijn licht wil voor ons stralen
als wij maar radicaal willen uitbannen wat dat licht verduistert
en alleen maar willen leven met en voor anderen
onder de stralende zon
van Zijn liefde, barmhartigheid en trouw.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

4 maart: Trouw aan onze bevrijder

[print]

Derde Zondag Veertigdagentijd

Schriftlezingen:

  • Exodus 20,1-17

  • 1 Korintiërs 1,22-25

  • Johannes 2, 13-25

Ergens tussen de Eufraat en de Tigris
waar de wereld mooi is en vruchtbaar
in een gebied dat nu deel uitmaakt van het grote land Irak
een land dat we niet paradijselijk meer kunnen noemen
lag -volgens de Bijbel- het aardse Paradijs.
Ergens in Irak, hopelijk is er geen bom op gevallen,
staat in een park een boom
met daarop een bordje:
‘dit is de boom van kennis van goed en kwaad.’
Kennis van goed en kwaad, die hebben we nog niet echt.

We hebben hulp nodig van God
om het goede te ontdekken
en het van het kwaad te onderscheiden.

Wel hebben we hulp gekregen
toen in de Sinaï
toen het volk van God de tien geboden kreeg.

Het was een uniek gebeuren…
de gave aan de mensheid van de tien geboden.
Zo beginnen ze:
IK BEN DE HEER JULLIE GOD
DIE JULLIE UIT EGYPTE HEB BEVRIJD!!
Dat woord is, volgens de Joodse telling, het eerste gebod.
Het kerngebod, waar alles aan vastzit,
het woord dat we goed in onze oren moet knopen is:
Dit woord werd in de oude katholieke en protestantse lijsten
niet meegeteld, het was geen echt gebod.
Terwijl het om de kern gaat… het woord dat je laat zien
in welk licht alle woorden die komen moeten worden gelezen:
als een programma van verlossing en vrijheid!
Wanneer zullen wij trouw zijn aan dit gebod?

God heeft ons bevrijd, God is de sterke Minnaar.
Er is sprake van een ‘Entführung aus dem Serail,
een ontvoering door God van zijn geliefde
die Hij uit het slavenhuis heeft geschaakt.
En op de vijftigste dag na die ontvoering, na de uittocht
legt Hij zijn beschermende handen
met de tien vingers van de tien geboden, op Zijn volk.
Al die geboden hebben met die unieke geschiedenis
van bevrijding en troost te maken…
Binnen die geschiedenis van bevrijding en vernieuwing
past ook een nieuw gedrag van degenen die bevrijd zijn.
Niet alleen omdat God dat wil
maar vooral omdat dat
bij die nieuwe fase van de geschiedenis
die we samen met Hem kunnen binnengaan, past.
Als God bevrijder is
zul je zelf ook werken aan bevrijding.
1. Je zult je eerst goed moeten realiseren
wie die God is. En dus alle valse goden wegdoen.
Geen op maat gesneden godsbeelden graag,
geen zichtbare Goden van geld en macht dienen.
2. De naam van God zul je niet misbruiken,
door hem op je soldatenriem te zetten bijv.
zoals de S.S-ers dat deden in de oorlog
of op de gulden, zoals wij dat nog steeds doen.
3. Bij het op weg gaan met die bevrijdende God
hoort ook het doen van de Sabbath:
het hakken van bijten in de ijzige saaiheid van dag na dag.
De Sabbath om je te bezinnen op de dingen die wezenlijk zijn;
om je niet af te jakkeren maar om te genieten
en tot jezelf te komen…
en naar de kerk gaan hoort daar toch bij.
4. De traditie die je vader en je moeder je doorgeven
helpt je bij jouw gewetensvorming.
5. Het niet moorden is dan het volgende gebod
dat als een gong door onze wereld galmt
maar niemand die zich er iets van aantrekt:
wij gaan onzorgvuldig met het leven om.

Als wij de tien geboden ernstig nemen
gaat het niet om vage algemene fatsoensregels,
maar om woorden/uitdagingen, die mensen hoogst persoonlijk
tot keuzes willen brengen en in beweging proberen te krijgen
zodat er een nieuwe mensheid ontstaat,
opdat er gebouwd zal worden aan het leven
en opdat er (het 6e gebod) trouw en liefde op aarde gevonden zal worden,
en er niet gestolen zal worden (het 7e gebod) maar gedeeld.
7-9. We zullen eerlijk getuigen, goede woorden spreken over elkaar
en niet begeren wat van een ander is.

Ieder mens wordt persoonlijk aangesproken.
De tien geboden zijn daarom ook allemaal in het enkelvoud gesteld,
‘om je te leren’ zeggen de joodse leraren uit Jesus’ tijd
‘dat -ook al wijkt de hele wereld van de Tora af-
jij de wereld niet mag volgen.
Want de Tora is aan jou gegeven, en alleen aan jou!’

De tien woorden nodigen uit tot creativiteit
en vragen om mensen met veel fantasie die ze durven doen.
Als wij die mensen zijn is God dik tevreden.
Ja alles is Hem gelegen aan Zijn Wet.

‘Ik’ zegt God ‘heb liever dat ze Mij verlaten,
als ze mijn Wet maar bewaren.
En mijn Wet bewaren ze door de woorden te doen.’

En komt God dan zelf niet tekort?

God zelf is er niet zo ongerust over.
Want God besluit dan -aldus rabbi Chija-
‘Al ze Mij verlaten maar mijn Wet onderhouden,
dan zal de gist erin hen wel benieuwd maken
naar Degene die dit allemaal verzonnen heeft
en hen nader tot Mij brengen.’

God wil een goede Partner zijn,
een trouwe Vriend voor de Zijnen.
Nog steeds is het wachten op een echte goede reactie
van Zijn mensen, de partners in Zijn verbond.
Samen kunnen wij het goede programma verwezenlijken:
de opbouw van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Als wij meedoen staat er een koepel van genade
over ons uitgebouwd: tot in het duizendste geslacht..zegt de Schrift.

De tien geboden werden ooit bewaard
in de tempel van Jeruzalem.
Vele Jeruzalemmers waren maar wat trots op al dat fraais.
Ze gingen prat op de tempel
zo zaten ze toch goed?

Maar tegen die denkwijze
hadden de oude profeten al geprotesteerd:
zo mag je niet praten..
zeg niet ‘de tempel, de tempel, de tempel des Heren is hier maar
-en dan komt het doel waarvoor de tien geboden gegeven zijn:
VOER ZE UIT;
LAAT ZE IN JE EIGEN LEVEN WERKELIJKHEID WORDEN.

In het evangelie van vandaag komt Jesus op Jeruzalem af.
Hij wil dat Jeruzalem glorieert.
Hij heeft het beste voor met de heilige stad
maar wat was er in Gods stad terecht gekomen
van de vervulling van de tien geboden
die altijd met zoveel zorg
in de tempel werden bewaard?

Het verhaal van vandaag is een hard verhaal:
Hij gaat op de tempel af en Hij zuivert de tempel.
Neen niet omdat Jesus niet tegen lawaai of rommel kan:
niet in de zin van: iedereen moet stil zitten en braaf zijn.
Kinderen mag je in de kerk best horen
en een hond in de kerk mag ook best.

Een wereldwinkel met producten die
ten bate van de armsten worden
mag volgens mij ook.
Maar wat dan niet? Wat wekt de toorn van Jesus op?
Het tempelbedrijf zelf.
De hogepriesters hadden aandelen in de geldwisselwinkeltjes
de schapen die de mensen voor hun offers moesten kopen
werden door de neef van de hogepriester gefokt.
Tegen dat gedoe, en tegen alle vrome commercie
van alle eeuwen keert Jesus’ actie zich.
Gij zult niet… schijnheilig zijn.
Dit conflict zal Hem veel kosten.
……….de geselslagen in de tempel
krijgen een echo in de geselslagen op Zijn eigen rug.

Jesus staat voor trouw aan de Wet,
echte trouw aan de tien geboden.
Die zijn er niet allereerst om in een kist te worden gestopt,
die in een tempel van hout en steen bewaard moet worden.

Het gaat Hem niet om het huis van hout en steen
maar om een huis van vlees:
een tempel van vlees…
een mens die ze uitvoert.

Jesus zelf zal zo’n tempel van vlees zijn,
een mens, dè mens
die de woorden van God doet.
Ze zullen deze tempel van vlees, deze mens vermoorden
maar -u kent het vervolg-
BINNEN DRIE DAGEN ZAL HIJ WEER OPSTAAN.

Het gaat deze zondag bijna halfvasten zo ook al
om het geheim van de opstanding van Jesus,
de trouwe doener van de tien geboden.
En het gaat ook over ons.
Wij kunnen als het goed is
ook tempels zijn van de heilige Geest.

Het is helemaal niet zo erg
dat de oorspronkelijke stenen platen
waarop de tien geboden stonden zijn zoekgeraakt.
Mulish schreef een boek, dat ook verfilmd is:
‘de ontdekking van de hemel’
waarin hij ervan uitgaat dat de stenen platen
ergens in Rome verborgen zijn
en door God worden teruggeëist omdat de mensen
ze niet waard zijn. Maar dat is fantasie.

De platen met de tien geboden zijn al heel lang weg
en ook de tempel van Jeruzalem is er niet meer.
Sommigen willen hem gaan herbouwen
maar echt vrome joden zeggen: ‘neen, dat nooit.’
God heeft immers echt behoefte aan mensen die de woorden doen…
die zelf de woorden de geschiedenis in dragen.

Ieder die Zijn Zoon,
als trouwe uitvoerder van de Wet
volgen wil is welkom:
Hij zal een weg gaan van dienstbaarheid en trouw:
een weg die veel vraagt
maar die een mens gelukkig kan maken
want daartoe zijn wij immers op aarde?

De wereld schreeuwt om zulke mensen
die de enige echt God gaan dienen
die alle afgoden overbodig maakt.

En als mensen samen die ene God willen dienen,
samen bouwen aan werkelijke vrijheid en toekomst
komt er nieuwe hoop. En dan blijkt het paradijs
dat verloren lijkt plotseling weer in zicht te komen:
een nieuwe wereld waarin God alles zal zijn in allen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

25 februari: Op weg naar het licht!

[print]

Tweede Zondag Veertigdagentijd

Schriftlezingen:

  • Genesis 22,1-2.9a.10-13.15-18

  • Romeinen 8,31b-34

  • Marcus 9,2-10

I. Abraham hoort een stem:
‘neem Isaak, je zoon, je eerstgeborene
en ga naar het land Moria om hem daar,
op de berg die Ik je aanwijs,
te …. ‘ hoort Abraham het goed:
‘om hem als een brandoffer op te dragen.’

Wat een gruwelijk verhaal.
Wat voor stem zou dat zijn???
Zou dat de stem van God kunnen zijn ?
Zou Hij van mensen vragen dat ze hun kinderen offeren?

We hoeven niet zo ontsteld te doen:
mensen hebben daar niet de minste moeite mee.
Ze sturen al eeuwen lang
hun kinderen de oorlog in.
Als de grote machthebbers oorlog willen voeren
moeten de kinderen de slagvelden op
ze krijgen uniformen aan, dan lijkt het nog wat,
maar het zijn kinderen.

Bekend is het verhaal van de dolgedraaide Hitler
die toen zijn duizendjarig rijk na 4 jaar op instorten stond
jongens van 15 jaar de oorlog instuurde,
En ik herinner mij nog een bezoek, zo’n 25 jaren terug,
aan de oorlogskerkhoven in Normandië:
onafzienbare rijen kruisen met namen van jongens,
19, 20, 21 jaren jong. De hoog bejaarde ouders
trof ik even verderop biddend aan in de dorpskerk.

Abraham gaat en zijn zoon draagt het hout op zijn schouders,
een scène die afgebeeld is in veel kerken meestal naast
een kruiswegstatie omdat hij dan plotseling lijkt
op die andere zoon, die het hout op zijn schouders droeg
op weg naar Golgotha.
Abraham ging
– met God dacht hij-.
Maar nog steeds blijft de vraag staan:
zou God dat werkelijk willen
de dood van Abrahams kind?

Abraham heeft zijn zoon vastgebonden op het hout,
hij staat met het mes in zijn hand
maar dan klinkt plotseling een ander geluid,
er staat nu duidelijker bij van wie die stem is:
van de Heer, de Enige, JAHWEH
-de naam die we eigenlijk niet mogen uitspreken-
en die zegt: STOP.
‘al tislach jadcha’ , vergrijp je niet aan het kind.

De echte God wiens naam is: IK BEN BIJ JE
wil de dood van dit mensenkind niet.
Een ram neemt de plaats van Isaak in
en Isaak mag leven…
hij wordt als het ware
van achter de dood teruggehaald:

net zoals die ene die wij
in deze veertigdagentijd aan het volgen zijn:
Jesus, de zoon van de belofte.

II. Ontsteld hadden zijn leerlingen hem horen zeggen:
‘de mensenzoon zal
in de handen van de heidenen worden overgeleverd,
hij zal aan het hout gespijkerd worden en gedood.’

Petrus roept uit: ‘maar dat mag nooit gebeuren’
en ook de anderen zeggen dat.
Vroeg Israëls Heilige werkelijk van Jesus deze weg te gaan ??
Wil God zijn eigen zoon laten doden.
Is God zo hard: is God geen liefde meer ?

Ja: Hij is liefde…
maar niet op de sentimentele manier:
Hij is liefde, trouw, warmte,
troost, hoop DOOR ALLES HEEN !

Kort na Jesus lijdensaankondiging
horen we vertellen
over zijn tocht met zijn vrienden
de berg Tabor op.

En daar horen zij
een bijzonder gesprek.
Ze maken een ontmoeting een gesprek mee met twee mensen.

Elia wordt als eerste genoemd,
hij was de profeet
die geen gemakkelijke weg was gegaan;
hij had zwaar onder zijn roeping geleden
hij had er de brui aan willen geven:
‘stuur maar een ander maar niet mij.’
Maar God was met hem meegegaan
en toen hij stierf was hij
met een vurige wagen door God naar de hemel gebracht…
niemand had hem ooit nog gezien.
Daarom de oude joodse droom
dat hij zou terugkomen aan het einde der tijden.
Vandaar ook de blijde verbazing
bij de leerlingen als zij Elia zien
die daar met Jesus staat te praten:
dit is kennelijk dat nieuwe begin !

En Mozes staat er ook nog bij.
Ook zijn levensweg was een weg van zorg en pijn:
‘ik houd het niet meer vol’.
Maar God was met hem
en hij mocht zijn volk voorgaan,
dwars door zee en woestijn heen
de vrijheid tegemoet !

De ontmoeting met deze twee, Mozes en Elia,
is wezenlijk voor Jesus’ toekomst
hij leert van hen, hij spreekt met hen
maar hij neemt wel een bijzondere positie in!!

Hij is degene die namens de mensheid
een hele bijzondere verantwoordelijkheid zal oppakken.
Wat Hij zal doen zal voor heel de wereld belangrijk zijn
en daarom staat Jesus in het volle licht, het goddelijke licht
Hij, de vriend, beter nog: de geliefde zoon van God
staat daar te glanzen in de hemelse gloria.

Petrus en Johannes
dezelfde leerlingen die later met Jesus meegaan
in de hof van olijven en Jesus daar zullen zien huilen van angst
mogen Hem hier zien in volle heerlijkheid.

Maar die duurt maar even.
Er hangt nu ook, net als in de dagen van Abraham
dreiging in de lucht:
er hangt net als in de dagen van Elia
vijandelijkheid in de lucht
er zal, net als in de dagen van Mozes
nog een zware strijd gestreden moeten worden.

In al de oude verhalen
is er ook een goede afloop:
– Abrahams God is een God van levenden en niet van doden,
– Elia’s God is een God die partij kiest voor Zijn trouwe
volgelingen en die de afgoden beschaamt doet staan:
– Mozes’ God is een God die redt uit slavernij:

Als de ‘spot’ uit is
zien de leerlingen niemand meer
dan Jesus alleen.
Het is kaal en ellendig
ze staan er weer alleen voor, alles is weer gewoon…
maar Jesus legt zijn hand op hun schouders: ‘vrees niet.’
Boven op die berg hebben zij even aan het geheim geproefd
even is hun een tip van de sluier opgelicht:
deze mens, die gemarteld zal worden,
is door God geliefd: zal door de Vader
worden opgewekt uit de doden.
Het zal nog een moeizame weg zijn
die Jesus als voorganger te gaan heeft:
de weg de hof van olijven in en verder
de leerlingen werd het soms te veel.
Het is nog een moeizame weg die wij mensen
zullen moeten volgen:
niemand van ons kent het geluk dat ons wacht
maar niemand van ons weet ook welke zware dingen
er nog van jou gevraagd zullen worden.
Niemand kent het verdriet en de pijn
die je mogelijk nog moet meemaken
maar -en dat staat zo mooi in de huwelijksliturgie
waarop sommigen zich hier al weer op
aan het voorbereiden zijn-
ons leven zal menselijker,
onze volhardingskracht sterker
en onze liefde milder zijn
als wij willen gaan in het voetspoor van Jesus Messias.

Wij zijn samen op weg,
mensen die het gemakkelijk hebben,
mensen die het moeilijk hebben.

Soms worden ons momenten van troost
als daar op de berg Tabor gegund:
en er zijn meer hoogtepunten, gelukkig…
maar ze kunnen alleen maar hoogtepunten zijn
omdat we weten dat in het gewone leven van alle dag
er een vriend is die met ons meegaat
die ons niet loslaat:
die heeft gezegd: IK ZAL ER ZIJN alle dagen.

Het was boven op de berg een feest:
Petrus, Johannes en Jakobus zijn van de partij,
Elia, Mozes… Jesus zelf..
en wij vanmorgen in het stralende licht van Gods aanwezigheid.
‘Luister naar Hem -zegt de Enige- tot ons
ik ben met Hem en met jullie alle dagen.’

De meest troostrijke boodschap van ons geloof is:

God is een God van levenden en niet van doden:
Hij is de God die niet ver wil zijn
maar die met mensen meetrekt
overal dwars doorheen.

In het gewone leven, ook als het grauw lijkt en saai,
is Hij bij ons aanwezig.
Wij zijn nooit alleen
Hij trekt met ons mee,
vandaag en alle dagen;
samen op weg naar het Licht!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

18 februari: Troost in de crisis

[print]

Eerste Zondag Veertigdagentijd

Schriftlezingen:

  • Genesis 9,8-15

  • 1 Petrus 3,18-22

  • Marcus 1,12-15

Over momenten van crisis gaan de lezingen vandaag.
Momenten van proberen te overleven,
teruggeworpen zijn op jezelf.
Zo’n crisis kan op je af komen als een dreiging,
waar je je misschien lang tegen zult verzetten,
tot het niet meer gaat.
Totdat je onderuit gaat en je wel moet erkennen:
het gaat niet meer in mijn werk, ik heb er geen plezier meer in,
ik hou dit niet vol.
Of. het gaat niet meer in mijn relatie,
er is niets meer dat ons nog bindt,
we zitten elkaar in de weg.
Of misschien wordt je getroffen
door een ongeluk of een ernstige ziekte,
die zomaar een streep zet door het leven dat je tot dan toe geleid hebt.
Ineens zit je thuis, met een gehavend of onwillig lichaam.
Overspannen, of burned out.
Nooit gedacht dat het jou zou kunnen overkomen.
Plotseling is allerlei franje verdwenen,
allerlei gewone dingen die zó je leven vulden dat je ook niet zoveel
na hoefde te denken over waar je mee bezig was.
Ineens ben je teruggeworpen op jezelf,
en rest alleen de vraag: wat nu?

Het is een erg troostende gedachte te weten dat het
-hoewel wij anders zouden verwachten-
Jesus zelf niet altijd zo gemakkelijk afging.
Zijn leven was een leven van geloof
maar ook van twijfel
(al klinkt dat Godslasterlijk),
van zekerheid èn onzekerheid,
van een warme goede relatie met de Vader
maar ook van beproevingen en van
‘God mijn God waarom hebt U mij verlaten.

Troostrijk is het te weten
dat Hij ook beproefd is,
dat Hij ook gekweld werd
door de Satan die Hem voorstelde de gemakkelijke weg te kiezen.

Daarover horen we iedere eerste zondag van de vasten spreken.
Ieder jaar door een andere evangelist.
Dit jaar is Marcus aan de beurt.

Hij is een evangelist van weinig woorden.
Hij valt vaak ‘met de deur in huis.’
Zo begint hij deze zondag:
‘Jesus werd terstond door de Geest naar de woestijn geleid.’
De woestijn is bij alle evangelisten de plaats
waar de beproevingen van Jesus worden beschreven.
In de woestijn.
Was de woestijn niet bij uitstek de plek
van hoop en wanhoop, van geloof en twijfel:
pelgrimstocht der mensen veertig jaar woestijn.

Mozes, bij uitstek de leraar in de woestijn,
had in de woestijn de tien geboden gehoord
die zijn mensen zouden moeten gaan vervullen.

Het viel niet mee om de mensen aan dat woord te houden.
Veertig jaar woestijn was
veertig jaar hoop en vertrouwen in een nieuwe toekomst
veertig jaar je best doen
maar ook veertig jaar wanhoop en teleurstelling.
Als Mozes oud is en de tocht door de woestijn voltooid is
kijkt hij terug en hij zegt:

‘de Heer heeft je misschien vernederd
en op de proef gesteld..
maar dat diende niet om je te pijnigen
maar om je gezindheid te leren kennen.
Hij heeft je vernederd en je misschien honger laten lijden
maar je ook het Manna (het brood uit de hemel)
te eten gegeven en zo hebt je kunnen volharden.’

Zo kijkt Mozes terug
op alle zorgen en angsten van de lange woestijntocht.
In alle beproevingen is de mens die met God mocht wandelen
steeds op de been gebleven.
Hij heeft kunnen leven van het Woord van God,
het ware brood dat uit de hemel ons is gegeven.
Daardoor is de mens rijker geworden volgens hem
en meer mens, meer kind van God ook,
volwassener partner in het Verbond.

Arme mensen die het alleen maar moeten doen
met het gewone brood:
die geen opdracht of roeping in hun leven erkennen
die niet kunnen breken en delen,
die denken dat alle geluk afhangt van mooie spullen.,
arme mensen die zich alles kunnen en willen permitteren,
arme mensen die alleen maar de kruimels
die overblijven willen geven aan de armen,
arme mens die nooit een ander ontmoet heeft en
nooit gekeken heeft in de ogen van de ongelukkigen

en zalig de mensen die zoeken,
die zoeken, die verlagen, die dromen van een nieuwe wereld,
die verdriet hebben omdat die er nog niet is.

De Heer jullie God -zei Mozes aan de rand van de woestijn-
heeft je opgevoed zoals een man zijn eigen zoon opvoedt.

‘Jesus werd terstond naar de woestijn geleid
en verbleef bij de wilde dieren.’
In sobere bewoordingen roept Marcus door de woestijn te noemen:
de oude geschiedenis van het volk Israël in herinnering.
Dan klinkt er heel wat mee: hoop, wanhoop, geloof en twijfel,
zekerheid en aarzeling.

Het Koninkrijk dat nabij is volgens Jesus’ verkondiging bleef ver weg.
Alles ging door zoals het altijd gegaan was.

Aan wilde dieren en teleurstellingen geen gebrek
maar -en dat horen we ook in die paar verzen uit het evangelie van vandaag-
God zal toch getrouw zijn en Hem er doorheen halen.

Er is een happy end -geen goedkoop happy end- in zicht.
De tegenkrachten, de machthebbers om hem heen
zullen Hem niet klein krijgen.
De Satan zal het niet winnen: Jesus komt er doorheen
want God zal naar Hem toekomen.

‘Hij verbleef bij de wilde dieren’
zeker, het werd goede vrijdag, er was pijn, onzekerheid en angst
maar de engelen dienden hem daarna:

de engelen gaan hem dienen op de paasmorgen
en zullen het leerlingen melden:
Hij is niet hier Hij gaat voor jullie uit.

De regenboog
-waarover wij in de eerste lezing hoorden spreken-
staat als een teken van hoop aan de hemel:
God zal er voor waken
als het aan Hem ligt zal de aarde nooit, nooit ten onder gaan.

Hoezeer de zorgen ons mogen beknellen
en hoe droevig de dingen soms zijn die wij door moeten maken
Hij staat aan onze kant en geeft ons hoop.

Wij gaan niet alleen de woestijn door,
we hoeven niet te zwichten voor de bekoring.
Als wij een beproeving meemaken
kunnen we bedenken:
‘Hij is hier ook geweest.’
Als het ons tegenvalt kunnen wij bedenken:
‘het is Hem ook tegengevallen.’
Als wij angstig zijn:
Hij is ook angstig geweest.
In die solidariteit was Hij de gezant van Israëls trouwe God
de God die met zijn volk meetrekt alle jaren door.

Mensen die veel moeten meemaken hebben dat soms ervaren
en als ze als gelovigen terugkijken op hun levensweg
zeggen ze met Mozes mee:
inderdaad: onze voeten zijn niet gezwollen al die veertig jaren
en de kleren aan ons lijf zijn niet versleten.
We hebben het vol kunnen houden
en altijd is er wel iemand geweest
die ons troostte en weer op de been hielp.

En voor ieder van ons geldt
ook als we ooit wel eens een beetje beproefd zijn:
Altijd is er wel een engel geweest
die ons gediend heeft op dat moeilijke uur.
We zullen dus samen kunnen volharden
Hem achterna!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

11 februari: Iedereen hoort erbij!

[print]

Zesde Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Leviticus 13,1-2.45-46

  • 1 Korintiërs 10,31-11,1

  • Marcus 1,40-45

Het gaat vandaag over erbij horen
of er niet bij horen.
Je zou zeggen dat jongeren
die alles wat hun doorgegeven is kritisch bekijken
voor zulke dingen ongevoelig zijn:
ik hoef nergens bij te horen: ik ben mijzelf!

Maar zo is het niet.
Je hebt bepaalde kleren die je moet dragen
bepaalde merken schoenen die je aan moet
en als je dat niet doet loop je voor gek.

Je moet als je, jezelf een beetje je groot vindt voor het servet
en anderen je te klein vinden voor het tafellaken ook gaan roken
dat staat stoer en je hoort er meteen bij.

Handig maakt de reclame daar gebruik van.
Iedereen wil ergens bij horen:
asielzoekers zoeken een plaatsje onder de zon
jongeren willen serieus genomen worden
en daarom al die inspanningen die eigenlijk niet echt nodig zijn
want gelukkig komen we in onze dagen tegelijkertijd tot het inzicht
dat ieder mensen uniek is
en waardevol is, zoals hij is.

‘Degene die aan een huidziekte lijdt, moet in gescheurde kleren lopen,’
hoorden we net lezen:
‘hij moet zijn haren los laten hangen;
hij moet zijn baard bedekken en roepen: onrein, onrein!’ (Lev. 13,45)
Het gaat hier over een melaatse: wordt die met opzet buitengesloten?

Melaatsheid was in die dagen ongeneeslijk.
Er was geen redden aan.
Vandaar die strenge reinheidswetten
die de melaatsen apart hielden.
Dat was afschuwelijk maar niet onverstandig.

Rond een van de ernstigste ziekten, de melaatsheid,
kan heel wat ter sprake komen.

Het Talmudische jodendom
kent een hele ruime interpretatie van het begrip ‘melaats’.
Het wordt zeer pejoratief gebruikt om de bedreigende machten rond Israël
(Babel, Griekenland, Rome) aan te duiden.
Melaatsheid had iets te maken met een definitief verworpen zijn.
De ziekte was in die dagen zo ongeneeslijk
dat alleen God geacht werd de genezing daarvan teweeg te kunnen brengen
(net zoals Hij alleen de doden kan doen opstaan).

Des te merkwaardiger is het dat een heel hoofdstuk van het boek Leviticus
gewijd wordt aan het ritueel dat moet worden toegepast
wanneer een ongeneeslijk zieke toch beter wordt!
Hier is sprake van een visioen van een toekomst waarin alles nieuw zal zijn.
Een profetie! Als er ooit sprake zou zijn van een genezing
dan moeten werkelijk alle priesters in beweging komen
om deze grote daad van God te proclameren.
Stellen we ons eens voor, dat de tijd is aangebroken
om alle kankerpatiënten publiekelijk genezen te verklaren:
het zou betekenen dat de tijd is aangebroken
waarin alles werkelijk nieuw zal zijn!

Het is jammer dat de coupure uit Leviticus van vandaag
het ‘happy end’ zoals dat in hfdst. 14 beschreven wordt, niet noemt.
Het lijkt wel of het Eerste Testament alleen maar somberheid mag aandragen…

Al is de situatie nog zo wanhopig
het gaat er in de bijbel altijd om
dat er toch – bij God- onverwachte dingen kunnen gebeuren!
In het Oude Testament vindt je één belangrijk reinigingsverhaal
het staat in het tweede boek Koningen.
De koning van Israël roept,
wanneer een buitenlandse legeroverste Naäman een beroep op hem doet
om zijn genezing te verzorgen eerst wanhopig uit:
“Ben ik God die kan doden en levend maken’ (v.7).

Voor de band met God met je bij de profeten zijn
en de profeet Elisa biedt redding in de nood
door zich met het geval te bemoeien
en een bad in de rivier de Jordaan voor te stellen.
De Jordaan, de grensrivier van het nieuwe land
waar eens het weerloze volk Israël door getrokken was
met de God van Abraham, Isaak en Jakob als verlosser
een nieuwe toekomst tegemoet.
Die God is de enige die (ook niet joden) echt helpen kan.
De genezing van de melaatse
zoals in het evangelie van vandaag verteld wordt
is een belangrijke gebeurtenis
die een eerste cyclus verhalen over Jesus in Galilea afsluit.

Een melaatse zoekt contact.
Er staat geschreven dat hij naar Jesus roept.
Hij verwacht van hem iets nieuws.
Hij verwacht dat Jesus naar hem kijkt als mens
en hem misschien ook kan verlossen van zijn vreselijke lot;
dat hij hem kan verlossen van zijn alleen zijn
en misschien ook van zijn ziekte.

Opvallend is het ontbreken van namen.
De melaatse blijft volstrekt anoniem
en ook de naam van Jesus zoekt men tevergeefs.
De beide hoofdrolspelers worden alleen maar aangeduid als ‘hij’ en ‘hem’
(het Grieks kent ook geen hoofdletters om ons duidelijk te maken wie wie is).

Aan het slot van de lezing raakt de lezer zelfs in verwarring.
Wie van de beide hoofdrolspelers verkondigt
en wie blijft buiten op een eenzame plaats staan (vers 45)?

De ex-melaatse wordt in Jesus’ plaats verkondiger,
hij kan niet zwijgen.
Jesus zelf echter trekt zich na de genezing terug naar een eenzame plaats.
Een prachtige uitbeelding van de eenzaamheid
van de solidaire knecht die in Jesaja 53 beschreven wordt:
‘Hij heeft onze ziekten op zich genomen en onze smarten gedragen’ Jes. 5,34).

Rond die eenzame Messias verzamelt zich gelukkig echter een nieuw gemeenschap:
‘Zij kwamen tot hem, overal vandaan’ (Mc. 1,45).
De tallozen die naar Hem toekomen
bevrijden hem op hun beurt uit de eenzaamheid van de afzondering
en brengen hem terug in de wereld.
De schrijver Marcus hoopt dat wij het ook wagen zullen
deze eenzame Messias uit zijn isolement te halen
en hem ook zullen volgen op zijn weg naar andere mensen toe.

De bedoeling is dat niemand hier verloren loopt
dat wij niemand uitsluiten om dingen die niet belangrijk zijn
en dat wij samen bouwen aan een nieuwe wereld
waarin het onmogelijke mogelijk is.
Een wereld waarin ruimte is voor allen
en iedereen zichzelf kan zijn.
Aan zo’n wereld willen wij bouwen.
We horen Paulus daarvan dromen in zijn eerste Korintiërs-brief:
‘Zoals het lichaam een eenheid is en de ledematen een veelheid,
en alle ledematen ondanks hun veelheid toch één lichaam vormen,
zo is het ook met Christus.
Want wij zijn met ons allen door de doop één lichaam geworden
in de kracht van de ene Geest,
of we nu Joden of Grieken, slaven of vrije mensen zijn;
allemaal zijn we doordrenkt met één Geest!

De medisch te omschrijven ziekte: ‘Melaatsheid’ genezen
is mogelijk gebleken, zeker hier in het westen.
En als we even ons best doen
is heel de wereld ervan bevrijd.

Dat er nu weer andere ziektes zijn
die we niet zomaar kunnen bestrijden
maakt ons bescheiden en laat ons beseffen
dat wij mensen toch weerloze mensen zijn.

Het meest pijnlijk is echter de ziekte van de haat
de pijn die mensen elkaar bezorgen
door hun geweldadigheid,

Jesus genas de melaatse
als een teken dat het onmogelijk toch mogelijk is.
Zou het dan echt waar zijn
dat de vrede het wint van de oorlog?
Zou er echt een einde kunnen komen
aan geweld en koesteren van eigenbelang?

Jesus wil ons in zijn voetspoor trekken
om op een nieuwe manier mens te zijn.

In zijn voetspoor gaande kan het lukken,
God zegene ons allen!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor