• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Category Archives: Preken

14 februari: Je opdracht ligt voor je

[print]

1e Zondag Veertigdagentijd

Schriftlezingen:

  • Deuteronomium 26,1-10

  • Romeinen 10,8-13; Het woord is dichtbij

  • Lucas 4,1-13

Het klassieke joodse gebed,
het kerngebed dat iedere jood kent
begint met de woorden ‘HOOR ISRAËL’.
In de synagoge gaat iedereen als die woorden klinken, staan
(zoals bij ons bij het evangelie)
opdat iedereen beseffen kan:
Het gaat om mij:
mijn volk wordt aangesproken,
IK wordt aangesproken..
hopelijk doe ik mee.

Het gaat, beste parochianen, in synagoge moskee en kerk
altijd om jou zelf.

– Iedere generatie opnieuw
zal zich moeten bezinning op zijn eigen taak,
– iedere mens zal zich steeds weer opnieuw moeten bezinnen
op het doel van zijn eigen bestaan.

En om daarbij geholpen te worden
zijn er de veertig dagen die we nu meemaken samen:
dagen van bezinning en ernst,
voorbereiding op Pasen,
de opstanding van de Heer
maar ook op het opstaan van
ieder van ons, van u en van mij
zodat we weer kunnen zeggen:
hier sta ik, ik ben beschikbaar
ik wil er zijn voor U Heer
en voor allen die U op mijn levensweg brengt.

We lazen vandaag uit het belangrijkste boek
van het eerste testament, het boek Deuteronomium.
U zou het eens moeten nalezen thuis.

Het is het boek bij uitstek over
de roeping van de mens persoonlijk.
Om die te kunnen kennen
moet je tevoren enkele dingen weten.

Het boek Deuteronomium speelt nog in de woestijn
waarin de woorden van God klinken
maar er is al land in zicht
want ze zijn aan het einde van hun reis
en moeten de rivier de Jordaan over.

Voor ze dat doen scherpt Mozes zijn mensen
nog één keer in waar alles nu om draait.

Besef TEN EERSTE dat je het feit dat je hier staat
aan je God te danken hebt
die je bevrijd heeft uit het duffe bestaan van alle dag
-uit Egypte noemt de Bijbel dat ook-
en jou geroepen heeft om mee te doen met Hem.

En weet TEN TWEEDE
Je hoeft niet meer ver te gaan zoeken
de woorden die God sprak hebben geklonken op de Sinaï,
nu is het wachten op mensen die antwoord geven:
alles hangt nu van jou van zelf af:
wil jij zo’n mens te zijn?

En TEN DERDE:
je zult niet te hoog van de toren moeten blazen.
Dat hoorden we vertellen in de geloofsbelijdenis
die tot ons kwam in de eerste lezing.

Ieder mens is maar gewoon een mens, een zoeker, een zwerver.
‘Mijn Vader was een zwervende Arameeër’
en zelf ben ik ook een zwervende, zoekende, onzekere mens.

Maar mijn leven heeft zin
want Hij roept mij… Hij heeft mij nodig.

Alle evangelisten zijn het er over eens dat Jesus Messias,
als Hij in de rivier de Jordaan, de grensrivier, heeft gestaan
om zich door Johannes te laten dopen …
terug moet naar de woestijn… waar vanuit Mozes
stond te kijken naar het nieuwe land.
Jesus ging naar de woestijn, neen niet om daar
een rustige retraite te houden, maar om opnieuw
verbonden te worden met de God van Israël
die zijn volk in de woestijn tot trouw heeft geroepen.

Iedere generatie opnieuw
zal -zeiden we immers- de oude woorden
van de tien geboden die daar geklonken hebben
opnieuw moeten horen. En dat gold ook voor Jesus.

En we volgen Hem op de eerste zondag van de vasten naar die woestijn.
En we horen spreken over onze Messias
die, net als wij vragen heeft
en die, net als wij,
met alle bekoringen waar wij mensen maar al te gemakkelijk
in kunnen vervallen, te maken krijgt.

Een verhaal om serieus te nemen en niet om direct al te zeggen…
o, ja dat kan Hij wel aan. Onze Heer is mens met de mensen,
dat betekent dat de beproevingen van Hem ernstige beproevingen zijn.

Er worden er drie genoemd.

DE EERSTE is de bekoring van het egoisme
‘Maak van deze stenen brood en eet… alleen’.

Het is de bekoring om gewoon maar te vergeten
hoe het met andere mensen is.
Dat bijv. de arme mensen van de sloppenwijken van Calcutta
aan Amerikaanse handelaren voor een klein prijsje één hun nieren verkopen,
je hebt immers aan één nier genoeg.

De mens die dat vergeet heeft rust:
hij heeft geen last van de anderen,
hoe komt er gewoon niet toe
om te delen en te breken.

DE TWEEDE bekoring is de bekoring van de macht.
‘Kies voor de bestaande orde,
betoon je respect aan degenen die nu de macht hebben’
is de bekoring die in Jesus’ tweede beproeving aan de orde is.
‘Alles is van jou als je neervalt en mij aanbidt.’

Je doet dan afstand van iedere kritische zin
in je relatie tot het wereldgebeuren.

Jesus laat zich geen zand in de ogen strooien,
Hij zal niet buigen voor de bestaande machtsstructuren
zoals Satan die graag in stand houdt:
Hij zal zijn trawant niet worden.

Hij zal niet vanaf een positie ver boven anderen
op ze neer kijken maar juist afdalen naar beneden
en daar zijn weg gaan van solidariteit en trouw
langs de kleinen en de minsten.

DE DERDE bekoring
vindt volgens Lucas in Jeruzalem plaats. Bij de tempel, bij het heiligdom.

Nu komt onze manier van omgaan met God aan de orde.
Wat betekent onze band met Hem, die alle eer verdient, werkelijk.

‘Werp u vanaf deze plaats naar beneden’
raadt de tegenspeler aan.
‘Er staat immers geschreven:
-in de psalm die net als tussen-zang heeft geklonken-
‘aan Zijn engelen zal Hij omtrent u het bevel geven
u te beschermen.’

Maar Jesus wil de Schrift niet misbruiken.

Gaan met God en opgaan naar Jeruzalem houdt iets anders in
dan je blind storten in de armen van de Eeuwige.

De ware opgang naar Jeruzalem zal
betekenen dat Hij de juiste weg zal volgen
die door Hem gegaan moet worden.

Een weg van dienst,
een weg van ‘je leven verliezen om het te vinden,’
een weg langs de mensen beneden.

Jesus heeft de Satan weerstaan
en gekozen voor trouw aan Gods opdrachten
aan zijn Tora.
Jesus heeft de Tora, de Wet van Mozes,
van Genesis 1 tot en met Deuteronomium 34 goed verstaan:
Het verhaal van Abrahams roeping,
van de Uittocht uit Egypte,
van de leer-tocht door de woestijn vanaf de Sinaï-berg

is Zijn verhaal geworden.

Hij heeft gestaan waar Mozes stond aan de jordaan.
Hij nam zonder aarzelen de goede woorden in de mond:

‘de mens leeft niet van brood alleen.’

‘De Enige, uw God, zult Gij aanbidden
en Hem alleen dienen.’
en
‘Gij zult de Enige uw God, niet op de proef stellen.’

Het Paasfeest ligt in het verschiet,
Jeruzalem ligt aan den einder.

Jesus zal zijn opgang naar het heiligdom volbrengen,
Hij zal de berg opgaan van Golgotha
en het offer aller offers volbrengen.

De andere evangelisten vertellen ons
dat Jesus na de drie beproevingen
door de engelen wordt gediend. Lucas laat dat weg,
zijn evangelie eindigt een beetje dreigend:
‘de satan ging van hem heen
tot de vastgestelde tijd.’

Wanneer zal dat zijn?

Ik denk dat het slaat op Jesus’ strijd in de hof van olijven.
Nog eenmaal is er de angst en de twijfel:
‘Vader als het mogelijk is laat
dan deze kelk aan mij voorbijgaan.’
En misschien ook later nog een keer
als Hij hangt aan het kruis
en vertwijfeld en wanhopig uitroept:
‘God mijn God, waarom hebt U mij verlaten.’

Pas als Hij zijn moeilijke, goede weg gegaan is
tot het allerlaatste toe
komen de engelen waar de duivel over spreekt aanzetten.
Op Pasen, de dag van de bekroning van Jesus’ leven.

Pas dan mag Jesus zich laten vallen
in de armen van de engelen van de levende God.
Pas dan mogen de engelen komen
om hem te dienen en tot koning te kronen.

De gewone Christen die zijn eigen kleine weg gaat
zal, net als zijn meester
ook de weg door de woestijn moeten gaan.

Hij zal zo pijnlijk ervaren dat hij inderdaad
maar een arme zwerver is die bevrijding nodig heeft.

En daar staat hij dan,
daar staan wij dan.
Hulpeloos, weerloos, onzeker, aarzelend.
Maar dan komt er hulp aangesneld:
want de boodschap van het evangelie is:
hoe hulpelozer wij staan in onze tijd
hoe beter dezelfde God die ook Jesus trouw was
ons tegemoet kan treden
hoe dichter Hij ons kan naderen,
en hoe intenser Hij onze God kan zijn
die ons leven vervult.

En Hij heeft zijn eigen Zoon uitgezonden
om met ons mee te wandelen, van dag tot dag.

Hij zal onze gids zijn
bij onze eerste aarzelende stapjes in dit bestaan
als wij in zijn naam gedoopt worden
tot de laatste stap die wij overschrijden zullen
als wij sterven.

En antwoorden wij ieder in ons hart:
Hier ben ik, ik ben tot uw dienst.
Hij zegt: ‘Je opdracht ligt voor je, ga aan de gang!’

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

7 februari: Je kunt nieuw worden

[print]

5e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 6,1-8; De profeet geroepen

  • Lucas 5,1-11; Vissen en preken

Woorden… kunnen een wereld van verschil maken.
Wat mensen tegen je zeggen
kan heel je leven veranderen.
Wat zal dat dan niet zijn als God zelf spreekt?

Jesaja maakte dat mee..
‘Ik zag en hoorde de Heer,
het geschiedde in het sterfjaar van koning Oezziahoe’
Het noemen van dat sterfjaar van koning Oezziahoe
is niet alleen maar een tijdsaanduiding.
Het is bedoeld als de aanduiding dat een oud régime
dat mensen ringeloort en klein maakt
op zijn einde loopt.
(vgl. het ‘in de dagen van keizer Augustus’ of
‘in de dagen van koning Herodes’ zoals wij dat in de kerstdagen hoorden).

Het wil zoveel zeggen als
Oezziahoe’s macht is definitief ten einde.
Hij was een slechte koning-
en als de koning dood is klinkt in de tempel
‘leve de echte Koning’ leve de God der hemelse machten’.

De drempels schudden, alles beeft, de engelen zingen:
Jesaja schrikt er van-
(maar het is wel eens goed voor een kerk
als alles lekker door elkaar wordt geschud)
‘Heilig, Heilig, Heilig,’
de zang die nog steeds in onze liturgie klinkt
Het Sanctus is geboren…
is de dood van Oezziahoe toch ergens goed voor!

Jesaja ziet de Heer, hoort de stem van de engelen
die Hem omringen en voelt het schudden van de drempels,
hij ruikt de rook die het heiligdom heeft gevuld.

De jongen Jesaja, de latere profeet siddert van angst…
hij wordt geroepen. Hij zal mee moeten doen
aan de verkondiging van de ware koninklijke macht van de God van Israël.

En dan roept hij uit: ‘Wee mij, ik ben verloren,
want ik ben een mens met onreine lippen
en woon temidden van een volk met onreine lippen.

Alsof hij zeggen wil:
‘dit wat ik hier ervaar gaat mij ver te boven,
ik ben maar een gewoon mens,
ik ben niet beter dan andere mensen,
hoe zou ik betrokken kunnen raken bij God?

Wie ben ik dat Hij mij zou aanspreken?’

Om hem te helpen gebeurt er iets van goddelijke zijde,
één van de engelen komt tot vlak bij Jesaja,
raakt zijn lippen aan met een gloeiende kool
terwijl hij sprak: ‘Hiermee zijn je lippen aangeraakt,
en je zonde is verdwenen.’

En diep onder de indruk van dit gebaar
verdwijnt de angst en de twijfel van Jesaja
als sneeuw voor de zon
en roept hij als de Heer vraagt:
‘wien zal ik zenden?’.. ‘Hier ben ik Heer, zend mij.’

Jesaja zal luisteraars verzamelen
die zijn woorden zullen optekenen opdat mensen eeuwen later
-en dat wij zij- ze nog zullen horen.
Zijn oproepen tot trouw aan Gods woord
tot bekering en zijn grootse visioenen
over de vrede en Gods nieuwe toekomst
die we dit jaar met Kerstmis weer hoorden
en iedere keer weer, tot aan de dag van vandaag, mensen ontroeren.

II.
Eeuwen na Jesaja zullen mensen hun oren spitsen
als Jesus van Nazareth aan het verkondigen slaat
Nog voor Hij zijn apostelen bij name gaat roepen
is Jesus al op zoek naar mensen,
naar zoveel mogelijk mensen,
mannen en vrouwen.
Jesus wil veel mensen verzamelen
omdat de vervulling van de oude dromen
van vrede en recht nu voor de deur staat:
een vervulling die afhangt van de trouw en de inzet,
van de volharding vooral en de moed
die mensen dan zullen kunnen opbrengen.
Jesus wil mensen verzamelen, veel mensen verzamelen
er zijn er veel nodig.

Als hij dreigt in de menigte verdrongen te worden
stapt hij in een bootje dat aan de oever ligt vastgemeerd:
‘Steek een eindje van wal’ zegt hij tot de verbaasde vissers
die later zijn belangrijkste leerlingen zullen worden.
En hij spreekt de mensen toe vanuit dit schip.

En vanuit dit schip waaruit Jesus de mensen toespreekt
worden, op Jesus’ woord, de netten uitgeworpen:
het net wordt vol.
‘De zaal moet vol worden’ lezen we elders in het evangelie,
als Jesus spreekt over de bruiloft van het Koninkrijk.
Het net moet scheuren;
De apostelen zullen na het teken van de wonderbare visvangst
op weg moeten gaan om mensen, zoveel mogelijk mensen
uit het doodsgebied weg te halen en te leiden naar het leven.

III. Jesaja beefde toen hij geroepen werd.
Petrus en alle anderen die zichzelf kennen
zullen dat later ook doen.
Namens hen, en ook alvast namens Petrus zei hij
‘Ik ben een zondig mens, stuur liever een ander’
maar de Heer is onverbiddelijk: ‘ik heb jou nodig.

Niet omdat jij Jesaja, Petrus, of jij
-en vult u dan uw eigen naam maar in- zo geweldig bent
maar omdat Ik helpers nodig heb
om mensen te verzamelen van overal vandaan,
opdat er recht gedaan wordt aan de arme
de bevrijding van de verdrukten werkelijkheid wordt,
bedroefden worden getroost, mensen op de been geholpen
en mensen die het niet meer niet zien zitten
weer uitzicht krijgen.
IV. God verzamelt nog steeds mensen die mogen verkondigen
dat Zijn nieuwe toekomst al begonnen is,
in hun eigen levensdagen. En dat doet Hij ook vandaag.

Als kerk van het westen moeten wij een beetje aan wennen
dat de kerken in Afrika en Azië zich zo stormachtig hebben uitgebreid.

Wij worden geroepen met hen en met alle anderen van goede wil
samen kerk te zijn,
om samen gevangen te worden,
omhooggetild uit het donkere water van de dood.

Als gelovigen zullen we nooit mogen wanhopen
al denken we dan dat we met weinigen zijn
maar dat kon wel eens meevallen.
Met alle mensen van goede wil, hier en nu
en in ons eigen land zullen wij in gesprek moeten gaan.
Wij zullen er nooit naar moeten streven
een kleine elitekerk te worden van volmaakte gelovigen
maar een geloofsgemeenschap van gewone mensen
die het allemaal ook niet zo zeker weten
en die samen willen werken met anderen.
(goed dat de Groenmarkt dat doet met Stem in de Stad, met de moslims e.a)
In onze Antonius-Bavoparochie hebben wij daarom als pastoraal model
de gastvrijheid: de kerk moet uitnodigend zijn.

En daarom gebeurt er hier ook van alles.
Eerste communicanten hebt u al weer gesignaleerd.
Ouders en kinderen die er samen weer voor gaan.
Voorbereiding voor het vormsel is al lang weer van start gegaan
neen geen horden maar er zijn weer ouders en kinderen
die er voor gaan en zij zullen merken dat ze niet de enigen zijn want
vlak na Pasen komen ze weer van heel ons bisdom
en dan zijn ze plots met zijn 1500, een hele troost
voor de kleine groepjes in de afzonderlijke parochies.
Gastvrij willen wij zijn ook naar binnen toe:
ouders zijn welkom met hun kleine kinderen
die ze gedoopt willen hebben,
mensen met hun verdriet kunnen hier terecht.
Voor kinderen is er in deze kerk een eigen aandacht,
ze hebben eigen activiteiten.
De Jongeren hebben in deze kerk een eigen inbreng
altijd nieuwe mensen komen aanzetten
en hebben allerlei plannen om vooral veel te gaan doen.
Bruidsparen zijn zich ijverig aan het voorbereiden.

God heeft ons nodig als een teken in de wereld
om te kiezen voor het leven:
om er te zijn voor anderen.
Goed om samen kerk zijn

En dan is iedereen belangrijk,
ook u die haar vandaag luistert, meeviert of meezingt.
En als ook vandaag weer Zijn vraag klinkt,
als eens aan Jesaja gesteld:
‘wie zal ik zenden’
zeggen we dan in ons eigen hart:
‘zend mij, zend ons,
ik ben, wij zijn beschikbaar’.

De verhalen van deze zondag gaan over wankelen
en toch op weg durven gaan.
Mensen die bemoedigd werden
en iets gingen doen waarvan ze eerst niet wisten
dat ze het zouden kunnen.

De vorige week hebben wij de Blasiuszegen gekregen.
Een mooi gebeuren omdat de enige keer in het jaar is dat alle mensen
die in de kerk zijn persoonlijk de zegen kunnen ontvangen.
Opdat wij allen op onze eigen en unieke levensweg
een beetje kracht en bemoediging mogen ontvangen.
Een woord, tot óns gesproken,
een duwtje in de goede richting,
opdat we mogen gaan de weg waar wij in geloven.
Een gebaar van liefde, de liefde van God,
die ons wil dragen op onze eigen weg.

We sluiten ons aan bij Ramses Shaffy die in een van zijn liedjes zingt:
‘we zullen doorgaan, we zullen doorgaan…’

En als het moeilijk blijkt
troost ons het prachtige verhaal over de roeping van de apostelen
die over diepe wateren moesten varen.
Diep is eng…. staat er niet in de psalmen:
‘uit de diepte roep ik tot u…’
maar Jesus zegt: ‘steek maar rustig van wal
ook naar de diepten toe.’
Hij zegt tegen alle geroepenen, wie ze ook zijn:
‘wees niet bang, Ik ga met je mee
wees niet bang: ik red je
zelfs uit de dood.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

31 januari: Kritiek is nodig en heilzaam

[print]

4e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jeremia 1,4-5,17-19; Verzet tegen de woorden

  • 1 Korintiërs 12,31-13,1-13; Het Hooglied van de liefde

  • Lucas 4,21-30; Jesus wijkt uit

Als Jesus in de synagoge van Nazareth binnenkomt
brengt dat heel wat te weeg.
Opschudding, veel volk.
Hij wordt enthousiast binnengehaald,
zoals een bruidegom en bruid
bij hun huwelijksinzegening.
Hij laat van zich horen, net zoals zij dat doen als ze hun jawoord uitspreken:
en zegt:

De Geest des Heren is over mij gekomen:
Hij heeft mij gezonden om aan armen
de Blijde boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden dat zij zullen zien,……….
om verdrukten te laten gaan in vrijheid
en een genadejaar af te kondigen van de Heer
‘.

Het is een heel programma.
Het heeft te maken met troost bieden, hoop geven
en de liefde doen.

Jesus zelf staat voor dat programma en zegt heel duidelijk:
‘dat woord is in mij in vervulling gegaan’.
Dat zegt Hij niet triomfalistisch
in de trant van zie je wel, kijk mij nou,
maar meer in de Geest van de dienstbaarheid.
‘Ik wil voor dat programma van Gods Koninkrijk staan,
Ik wil Hem dienen en liefhebben.

Mensen reageren eerst enthousiast:
‘Mooi wat Hij zegt’
maar de vreugde is van korte duur.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen
dat Jesus de mensen ook een beetje uitdaagt:
‘jullie willen zeker wonderen
maar bedenk dat die ook bij de profeten vroeger, niet vanzelf komen.’
En dan slaat de stemming om.
Ze voelen zich bekritiseerd
en veranderen van bewonderaars van hun grote plaatsgenoot
in mensen die niet van nieuwe dingen houden.’
Na het aanvankelijke ‘wat een heilig man’
klinkt al vlug het: ‘wat een opschepper,
en dat wordt zelfs: Hij is gevaarlijk, een revolutionair.’

Mensen die de echte vernieuwing maar onnodig vinden
zijn talrijk en ze hebben veel macht.
Mensen zijn nu eenmaal traag en vaak ook heel benepen.

Dat zal later ook nog vaak gebeuren wanneer er vernieuwers opstaan.
Roddelcampagnes gaan van start en er vallen slachtoffers:
net als Jesus van Nazareth dat geworden is aan het kruis.
Ook in de kerk werden en worden mensen verdacht gemaakt.
Een troost is dat ze dan vaak later heilig worden verklaard.
Franciscus is daarvan een mooi voorbeeld.

Wil je als mens een bijdrage leveren
aan een nieuwe wereld dan hoort daar ook
de erkenning van je fouten bij.
Onze kerk heeft dat gedaan
schuld erkend
1.aan de kortzichtigheid van het christelijke antisemitisme,
2.de schuld van ons westerlingen aan het kapitalisme

Dat er profeten waren zoals Abbé Pierre in zijn dagen
en onze Paus Franciscus treedt in zijn voetspoor.
Dat de grote kerk haar fouten erkent
is voor sommigen misschien verontrustend
maar het is goed om fouten te erkennen
die er in het verleden gemaakt zijn.
Niet omdat het fijn is als je in het stof kruipt
maar uit eerbied voor de talloze slachtoffers
die, terwijl velen niets anders konden doen dan toekijken
totaal onschuldig zijn gevallen.

Het is deze zondag de dag
waarop 70 jaren terug het kamp Auschwitz werd bevrijd.
De Paus heeft er aandacht aan besteed,
en van de Verenigde Naties komt het idee
die dag uit te roepen tot een blijvende gedenkdag van de slachtoffers
van de Holocaust en anderen die toen vermoord zijn.
Het is een soort dag van het geweten geworden,
een dag waarop mensen van vele landen en godsdiensten
bijeen willen zijn en samen zeggen:
‘we willen weten wat er fout ging.’
De oude wijze rabbijnen zeiden al:
‘vergeetachtigheid leidt tot ballingschap,
men weet niet meer wat er kan gebeuren,
men wil het niet meer weten en zie
het gebeurt en de ellende is daar…’

Het omgekeerde geldt ook:
Het van de feilen willen leren
is de weg naar de verlossing.

De tijden van het benepen Nazareth
of het bange Duitsland van toen, mogen niet terugkomen.

Jesus zelf ontsnapte aan die kleinheid.
Er staat geschreven aan het eind van het evangelie
dat ze een soort aanslag op hem willen plegen (van de rotswand af):
‘Hij ging midden tussen hen door voorbij.’
Hij ontsnapt aan de kleinheid en de benepenheid van mensen
Hij gaat Zijn weg vervolgen en zal de wil van de Vader gaan.
Wat is nu de kracht die die ontsnapping mogelijke maakte?
Paulus getuigt daarvan als hij het Hooglied van de liefde aanheft
hij het dan vooral over Hem.
Hopelijk krijgen wij er allemaal iets van mee!

Zullen wij horen bij de achterblijvers
die knorrig eensgezind blijven zitten waar ze zitten
of durven wij Hem volgen op Zijn weg?

Iedere generatie opnieuw zal moeten kiezen
voor de Heer, en voor de navolging waartoe Hij ons oproept.
We moeten onze eigen bijdrage leveren:
ieder op zijn/haar eigen wijze.
‘We hebben allemaal verschillende gaven’
zegt Paulus: ‘niet allemaal zijn we profeten,
niet allemaal spreken wij in talen.’
We zijn niet allemaal bollebozen we zijn niet allemaal genieën.

Paulus vertelt over de gave bij uitstek
die van de liefde.
‘Al kende ik alle geheimen en alle wetenschap
maar ik had de liefde niet
ik was niet meer dan een galmend bekken of een schelle cymbaal.’
Ook met ons geloofsgelijk mogen we niemand om de oren slaan:
‘al het ik een geloof dat bergen verzet
maar ik heb de liefde niet het dient mij tot niets.’

De liefde is mild, vriendelijk, vergevend
trouw. Ze rekent het kwade niet aan
is niet blij met onrecht
maar hoopt en vertrouwt.
God is liefde!
Hij manifesteert zich niet in koude drukte,
Hij is wars van het geweld
Hij overrompelt ons met Zijn warmte en Zijn troost
als wij Hem toelaten in ons leven

De liefde is mild en geduldig
is verheugd om het goede en de waarachtigheid.

Die liefde is een stille sterke kracht
die ons leven kan richten
die het aanschijn de aarde kan veranderen.

Deze week dinsdag vieren we Maria Lichtmis (2 februari),
eigenlijk heet het feest: ‘presentatie van de Heer’
Jesus wordt, zo klein als Hij is, aan de Heer opgedragen.
Dat hoorde zo, 40 dagen na de geboorte van ieder kind
en het is een bevestiging van het feit
dat iedere nieuwgeborene geen kopie is van vader en moeder,
maar een unieke mens, geroepen om op de eigen wijze
beelddrager te zijn van God, met een eigen opdracht.

Een kind en dit kind in het bijzonder, kan het beste in mensen losmaken.
De dag daarna is het 3 februari,
feest van de heilige Blasius.
Een beetje daarop vooruit lopend zullen ons aan het einde van de viering
de kaarsen, lichtdragers, op de hals worden gelegd
bij de Blasiuszegen.
We worden er zo aan herinnerd
dat wij als getuigen van dit licht
verder zullen gaan.
We mogen weten dat ons geloof in de God
die in den beginne zei: ‘er zij licht’ ons niet bedriegt
we mogen weten dat diezelfde God het prille licht
van de hoop zoals die in Jesus zichtbaar werd
en in allen die hem volgen, beschermt.

Een moderne dichter zegt:
‘Wie denken durft dat deze droom het houdt
een vlam die kwijnt maar niet zal doven.
Wie zich aan deze dwaasheid toevertrouwt
al komt de onderste steen boven.
Die zal kreunen onder zorgen,
die zal vechten in ’t verborgen,
die zal waken tot de morgen dauwt –
hij zal zijn ogen niet geloven.’

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

24 januari: Begin van het genadejaar

[print]

3e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Nehemia 8,2-10

  • 1 Korintiërs 12,12-14.27

  • Lucas 1,1-4; 4,14-21

Vanuit onze eigen kerk gaan we vandaag kijken
naar andere kerken. We zijn vandaag te gast
in de synagoge van Nazareth in Galilea.
Op de sabbathmorgen is de gemeenschaap daar bijeen.

Plotseling is er onrust:
er komt een dertig-jarige man binnen.
In het dorp werd er erg veel over hem gesproken.
Een gewone timmermanszoon was Hij
maar er was wel iets bijzonders met Hem aan de hand.

Hij was al een paar jaar weg uit het dorp;
Hij was al in Jeruzalem geweest

en had met vele wijze mensen gesproken.
Met de oude Nikodemus eens in de nacht.

Toen had Hij gesproken over de vernieuwende kracht
van de heilige Geest van God en had zelfs
gezegd dat iedere mens opnieuw geboren moet worden.

Dat had de oude wijze Nikodemus zeer verbaasd:
moet een mens dan misschien terugkeren
in de schoot van zijn moeder
‘.
Maar Jesus had gesproken over de kracht
van de Heilige Geest die ieder mens innerlijk totaal vernieuwt
en verandert.
Het is met de Geest als met de wind,
je hoort hem suizen maar weet niet precies
waar hij vandaan komt en waar hij je naar toe zal leiden
‘.

Jesus was zelf een mooi voorbeeld
van een mens vol van die Geest.

De geruchten van al zijn activiteiten
waren al in zijn vaderstad doorgedrongen.
Hij zou mensen die waren vastgelopen nieuwe kansen aangereikt hebben,
hij zou veel mensen getroost en zelf genezing hebben gebracht.

De verhalen over hem hadden veel verbazing,
misschien ook wel ergernis gewekt zo van: wat een uitslover.
Nu is Hij, na al dat gereis en getrek en gepreek overal
eindelijk eens thuis.
Hij bezoekt op de Sabbat
volgens zijn gewoonte als trouw jood de synagoge.

En deze bijzondere zoon van Nazareth mag,
zoals dat de gewoonte is als er gasten zijn,
(in Afrika is dat nog zo, ik kom daar straks op terug)
de voorlezing doen.

Neen, niet de wet van Mozes
maar de bijlezing uit de boekrol van de profeten
(het epistel als het ware).

Die Sabbat staat een gedeelte
uit de boekrol van Jesaja op het rooster.

Lucas, de enige evangelist die dit voorval uit Nazareth vertelt
citeert met instemming de tekst van de lezing
die die Sabbat aan de orde was.

Het gaat om het gedeelte
waarin de profeet Jesaja het heeft over zijn eigen zending:
De Geest des Heren is over mij gekomen
omdat Hij mij gezalfd heeft.
Hij heeft mij gezonden om aan armen
de Blijde boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden dat zij zullen zien,
om verdrukten te laten gaan in vrijheid
en een genadejaar af te kondigen van de Heer
‘.

Het is een heel programma: een genadejaar, ook wel jubeljaar genoemd
zoals wij dat nu ook hebben.
Een wereldomvattend programma.
Het heeft te maken met troost bieden aan de armen,
met het openen van de ogen van allen die verblind zijn
en niet kunnen of soms ook willen zien
wat er van hen verlangd wordt
met het opkomen voor mensen die niet vrij zijn:
een programma dat de lofzang en de aanbidding omvat
maar ook het werk van Amnesty International.

Jesus zelf staat voor dat programma en zegt heel duidelijk:
dat woord is in mij in vervulling gegaan‘.

Dat zegt Hij niet triomfalistisch
in de trant van zie je wel IK BEN DE ECHTE MESSIAS
maar meer in de Geest van de dienstbaarheid.
Ik wil voor dat programma van Gods Koninkrijk staan,
Ik wil Hem dienen en liefhebben
‘.

Zo’n nieuw begin kan altijd gemaakt worden:
ook altijd weer opnieuw gemaakt worden.

II. Een ontroerend verhaal lazen we
in het (vrij onbekende) bijbelboek Nehemia.
Het vertelt ons over de terugkeer van het volk Israël
in hun land na de ballingschap in Babel.

De tempel lag nog in puin
en inderhaast wordt een podium opgericht
op de plek waar de tempel stond.
Het verhaal vertelt hoe ze onder het puin
een oude boekrol terugvonden
en de priester Ezra daaruit gaat lezen.

De lezing uit het oude boek ontroert de hoorders zo
dat ze in tranen uitbarsten.

De priester moet de mensen zelfs troosten
door te zeggen: ‘niet huilen, dit is een dag van vreugde!.’

Het is een prachtig verhaal dat ons vertelt
hoe je het oude verhaal met nieuwe oren kunt horen.
Vooral als het je tegen zit en je een crisis hebt doorgemaakt
hoor je de woorden anders.

Misschien is een van de grootste problemen
van de vroegere geloofsbeleving
dat we alles zo vanzelfsprekend vonden
en de oude woorden ons zo bekend waren
dat wij ze niet meer hoorden.

Dat is nu anders:
vele mensen, jong of oud, kennen de verhalen niet meer :
je moet helemaal opnieuw beginnen.
Misschien niet eens zo slecht,
de oude ballast van de vooroordelen slepen ze ook niet met zich mee.

Ze kunnen gewoon lekker enthousiast worden,
voelen dat het geloof hun leven kan veranderen
een nieuwe start maken
en handelen naar hun geloof.

In Nazareth duurde die nieuwe kijk op het oude boek maar kort:
er moet teveel veranderen, en ze stoppen hun oren dicht
en het verhaal eindigt ermee dat ze Jesus de stad uitgooien.
Maar dat horen we pas de volgende week..

Enkele jaren geleden was ik in Zuid Afrika
in een kleine kathedraal.
Het was zaterdagavond,
de grote feestmis zou morgen zijn.
Die avond waren er alleen maar blanken
en wat kinderen van een naburige kostschool.

Zij, de blanken, hadden mij hun verhaal verteld:
hun wereld was verstopt geraakt.
Het oude evangelie werd nog wel gelezen
maar dat het werkelijk een totaal nieuwe levenshouding vroeg
waren ze totaal vergeten.

Nu was er een nieuw begin gemaakt:
de apartheid was voorbij.
Maar een nieuw begin maken is en blijft moeilijk.

Ik mocht aan het einde van de dienst iets zeggen.
De eerste schriftlezing was die week
ook uit de profeet Jesaja
en net als Jesus in Nazareth
mocht ik die op bezoek was
mocht daar ook iets over zeggen
Ik heb toen geprobeerd ze te bemoedigen:
‘Het kan lukken, een nieuw land opbouwen
als je het samen echt wil.
Het is nooit te laat om het te proberen.
Wij Hollanders hebben veel kritiek op jullie gehad,
en dat was toch wel terecht
maar nu kan het anders
nu kunnen jullie nieuwe mensen worden
mensen van liefde en vriendelijkheid
en ik zie dat jullie dat willen zijn
daarmee wens ik jullie geluk.’

Het klinkt een beetje arrogant
als je als buitenstaander zo praat
maar ik werd de kerk niet uitgegooid
neen velen kwamen verhalen vertellen
over hun nieuwe ervaringen.
De dienst eindigde met het samen bidden
van het gebed om de Heilige Geest
zoals dat toen als voorbereiding op het genade of jubeljaar net als nu
(toen was dat het jaar 2000) voorgeschreven was.

Wij krijgen deze zondag niet zo’n vreemde prediker op bezoek:
we moeten het gewoon met elkaar doen.
Maar: het woord van God, dat wij samen mogen horen
iedere week opnieuw is verrassend genoeg.
Het is een zegen om dat iedere week weer te mogen horen.
Het is hier een huis van troost en bemoediging
het is een zegen dat wij deze kerk hebben
waarin wij de woorden van God
en de prachtigste muziek mogen horen.

Dat verdienen wij als mensen hier
want allemaal, zoals wij hier zitten
zijn wij kostbaar en waardevol.
Wij allemaal zijn de moeite waard,
en iedere dag opnieuw krijgen wij nieuwe kansen:
de Geest heeft ook ons gezalfd
om ons in te zetten voor anderen iets te betekenen.

En al het goede dat wij samen
vandaag, in de komende week en daarna gaan doen;
al is het alleen maar door vol te houden in moeilijke omstandigheden
kan helpen het aanschijn van deze wereld te veranderen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

17 januari: De beste wijn voor het laatst bewaard

[print]

2e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 62, 1-5

  • Johannes 2,1-12

Samen gaan we naar boven vandaag, we gaan de berg op.
We zijn niet meer beneden bij de grensrivier de Jordaan,
waar Jesus gedoopt werd maar hoog in het heuvelland van Galilea.
Daar ligt Kana, de stad waar wij allemaal even vertoeven mogen.
De stad met de bijzondere naam: KANA.
De naam met daarin de klank van Kanaän,
het beloofde nieuwe land van melk en honing.
In Kana wordt een feest gevierd. Een bruiloft nog wel.
Maar wie is in het land van God de bruidegom… en wie de bruid?

De verhouding van God met Zijn volk wordt in de Schrift
herhaaldelijk beschreven in termen van de omgang
van een bruidegom (God) met zijn geliefde bruid: het volk Israël.
Het huwelijk tussen God en Zijn volk was vaak niet je dat:
dat lag niet aan God maar aan die lastige bruid. Maar altijd is er hoop.

Daarover sprak Jesaja vanmorgen.
Hij droomt erover dat alles weer goed komt:
dat God en zijn volk weer echt verliefd op elkaar zullen zijn
en elkaar weer volkomen nieuw, als was het de eerste huwelijksdag,
tegemoet zullen treden. De profeet wordt al zo enthousiast dat hij zegt:
‘ik kan niet zwijgen omwille van Jeruzalem. Jij zult heten: de nieuw gehuwde’.
Het huwelijk van God met de mensen kan opnieuw beginnen -zegt de profeet:
‘Jij Jeruzalem zult niet meer de eenzame
genoemd worden, jij zult heten: de bruid!’

De evangelist gaat daarop door:
God laat zijn volk nooit in de steek.
En dan vertelt hij over de bruiloft van Kana
over een feestmaal dat wordt aangericht.
Een eerste vraag zou zijn:
wie trouwen er eigenlijk? Daarover horen we niets.
De bruidegom in het verhaal is maar een bijfiguur:
alle aandacht richt zich op een vrouw Maria,
en een eregast, ja de hoofdpersoon is Jesus Messias.

Jesus komt als de ware bruidegom
-de andere bruidegom zal achter de coulissen terugtreden-
Kana binnen met zijn leerlingen,
Andreas, Simon, Filippus en Nathanaël:
een hele stoet. En zo hoort het ook
want net als een gewone bruidegom
moet Jesus door bruidsjonkers worden begeleid.
Johannes wil ons leren dat, als Jesus op aarde komt
er een nieuwe fase van de geschiedenis begint:
er komt weer hoop in plaats van wanhoop:
er komt weer toekomst voor mensen die geen toekomst hebben:
kortom ER IS FEEST!

En zo is er op die derde dag een wonderlijke bruiloft in Kana:
een bijzondere bruiloft want
God zelf in de persoon van de Messias is op aarde gekomen
en wandelt als de ware bruidegom bij de mensen rond.

Maar … wat is een bruiloft zonder wijn!
Die brengt Hij, overvloedig.
Wijn die er, als je het verhaal letterlijk leest,
eerst helemaal niet was:
(er staat letterlijk niet: er was geen wijn MEER
maar gewoon er was geen wijn).
De oude wijn telt niet meer mee:
de nieuwe wijn die Jesus schenkt is pas echt DE wijn:
alles is nieuw: er is echte vreugde.

De waterigheid van ons gewone leven verdwijnt
het leven krijgt weer glans, alles wordt nieuw.
De mislukking die dreigde doordat alles
kleinmenselijk en wel in het water liep werd opgeheven.
Maria helpt de leiders van het feest over hun mislukking heen:
‘doe maar wat Hij je zeggen zal, dan komt het goed.’

God laat de mensen niet met hun mislukkingen zitten.
Jesus helpt namens God.
‘Doe maar wat Hij je zeggen zal’
zegt Maria vertrouwvol.
En ze gieten het water in de kruiken.

In een prachtig epifanielied van Thomas Naastepad
klinkt het dan:
In Kana was de gloed geweken.
het vuur bedolven onder as…..
toen zei de vlam in iedere beker
wie er de ware bruidegom was.

Jesus staat daar namens God
Maria namens de hulpeloze mensheid..
God en mensen vinden elkaar
het leven kan doorgaan.

Het wordt tijd dat we gaan nadenken
over de betekenis van dit verhaal voor ons hier op dit uur.

Met kerstmis hebben we feest gevierd
dat wel, toen waren alle kerken te klein
en kon er geen een gemist worden.

Maar daarna gaat iedereen weer over tot de orde van de dag:
er zijn de gewone zorgen om de wereld, om de kerk.
En wat zijn er weinig mensen
-voorgangers, priesters, diakens, pastorale werkers en werksters,
die het oude verhaal door kunnen vertellen.

De tijden zijn hard en door een feestroes die problemen wegdringen
zal niet helpen want je zult aan de problemen ten onder gaan
als je doet of er niets aan de hand is,
en als een struisvogel de kop in het zand steekt.
Mensen als Maria zijn nodig die zeggen: ‘er is geen wijn.’
Na de erkenning van de problemen zul je ze kunnen overwinnen
en te lijf gaan vanuit de kracht die het geloof je geven wil.

In Kana was de situatie troosteloos maar er kwam hoop:
-doe maar wat Hij je zeggen zal-
er kwam hoop want Hij bracht redding:
de ware bruidegom schonk zijn wijn.
Dat is de kracht van Gods Heilige Geest
die altijd met de mensen meegaat.
Zou dat ook voor onze dagen gelden?

Zeker: de bruidegom is trouw.
Er moet wel -net zoals dat voor een gewoon huwelijk geldt-
aan onze relatie met de Heer gewerkt worden.
Dat vraagt veel inspanning, bezinning en geduld.
Het vraagt een hele nieuwe oriëntatie van ons hele hart,
van onze hele persoon.

Als het Evangelie alleen maar een mooi sausje is
over ons gewone bestaan,
-de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen
dat alle tumult en alle vroomheid rond kerstmis
mij een beetje in die richting doet denken-
dan zal het verdwijnen.

Wil het Evangelie niet verloren gaan
in de grote oceaan van informatie
die over deze wereld spoelt als één opinie te midden van vele,
dan moet de christelijke gemeenschap weer worden wat ze in wezen is:
geen onderdeel van de gevestigde orde,
geen timide groepering die zich graag schikt naar de heersende meningen,
maar een gemeenschap die misschien wel een minderheid vormt
maar die weet waar ze voor staat
die getuigt van de liefde van haar Heer
en zo vreugde uitstraalt en kracht.

Het geloof biedt de mogelijkheid je leven te openen
voor het echte leven.

En dat geloof zullen wij samen, pastores, actieve parochianen
bisschoppen en kerkbestuurders
ieder op haar of zijn eigen plek mogen behoeden.

Een oude Amerikaanse missioloog zegt het mooi:
‘het ziet er slecht uit
als de mensheid niet meer weet
waar de echte waarden te vinden zijn
over de zin van het leven,
over het waarom en waartoe,
dan is het met de mensheid net zo hopeloos gesteld
als met een groep bedelaars
die de honger aan hun magen voelt knagen
maar er is niet aan te doen
want niemand weet meer waar het brood te vinden is.’
Wij mogen weten waar het brood te vinden is,
ja er is vandaag zelfs wijn bij in het evangelie.

Tenslotte:
het verhaal van Kana heeft de mysterieuze zin:
‘de beste wijn is voor het laatst bewaard’.

Dat is een blijde boodschap
die voor iedere generatie gelovigen
die druk bezig zijn,
die werken en volhouden
maar misschien soms wanhopen en er niet meer tegen kunnen
herhaald wordt en aldus mag worden vertaald:
er is een toekomst die alle verwachtingen te boven gaat:
‘de beste wijn is voor allen bewaard
die volharden door alles heen’.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

10 januari: Jij bent mijn helper

[print]

Doop des Heren

Schriftlezingen:

  • Jesaja 42,1-4,6-9; De dienaar des Heren

  • Lucas 3,15-22; Jesus en zijn mensen

Israëls God onderscheidt zich van de andere goden die niemendal zijn.
Die maken veel koude drukte, hebben grote beelden.
Griezelig zien ze er uit, Moloch, Baal en al die anderen van
Assyrië en Babel. Soms eisen ze zelf kinderoffers.
En geweldige tempels hebben ze nodig.
De God van Israël niet. Een tempel mocht wel
maar de tempel van Jeruzalem was een eigenlijk meer een dorpskerkje;
onze Bavo is vier keer zo groot.
Maar daar gaat het niet om. 
Het gaat niet om de glorie van het kerkgebouw
maar om de glorie van de mensen
die God willen dienen.

De eigenheid van de echte God wordt zichtbaar gemaakt
door de mens die namens God doet wat er gedaan moet worden
in de Bijbel heet die Zijn ‘trouwe dienaar.

In de boeken van de profeten lezen we over een trouwe dienaar
die God naar de mensheid zal sturen om ze te troosten en te bemoedigen.
Wie is bedoeld met die trouwe dienaar waar de profeet over spreekt?

Volgens Jesaja (41,8) is dat het heel het volk;
´Jij, Israël, mijn dienaar Jakob, die ik uitverkoren heb …
tot wie ik zei “Jij bent van mij”.‘
Het volk Israël zal een bijzonder volk moeten zijn onder de volkeren.
Met Israël maakt God zijn geschiedenis die alle volkeren tot lering dient.

De God die uit chaos aarde schiep,
zal zijn volk terugvoeren uit de chaos van de ballingschap
(hoorden we vandaag), Hij wil troosten
en het volk helpen opdat het opnieuw zijn trouwe dienaar kan zijn;
een licht voor de volkeren
het 2e Vaticaanse concilie gebruikte dat als titel voor de kerk.
Tot medewerking aan dat goddelijke plan
zijn alle leden van het volk bevoegd en geroepen.
De getuigen van Jesus van Nazareth zullen ons verkondigen
dat Hij een trouwe volksgenoot is geweest,
voorbeeldig trouw aan zijn roeping als eerstgeborene
temidden van vele broeders en zusters
– zoals Mozes, Saul en David – en alle andere lichtdragers van alle eeuwen.

Lucas ziet in Jesus dé trouwe dienaar bij uitstek,
de besliste voorganger van zijn gemeente.
Hij aarzelt niet en gaat met allen die hem willen verstaan zijn eigen weg
zonder koude drukte maar… in overduidelijke dienstbaarheid en trouw..

We horen vandaag het startpunt noemen
van waar Jesus wil opgaan naar Jeruzalem,
en dat is de rivier de Jordaan waar Johannes’ verkondiging klinkt.
Een verkondiging die aan duidelijkheid niets te wensen over laat.

Johannes bezweert de menigte,
(wellicht gesterkt door de fanatieke verkondiging
van zijn Esseense leermeesters),
dat het oordeel en de ondergang van deze wereld nabij is.
Neen, hij zegt dat niet om mensen de stuipen op het lijf te jaren
of als voorspeller van een grote ramp zoals sommige nep-profeten
in onze dagen dat graag doen. Johannes zegt:
‘deze wereld gaat voorbij.’
En met déze wereld is dan bedoeld de nog steeds bestaande wereld
waar machtigen de dienst uitmaken en recht ver te zoeken is.
DEZE wereld heeft geen toekomst,
DEZE wereld gaat aan zichzelf ten onder:
daarom zegt Johannes: de bijl ligt aan de wortel (Luc. 3, 9).
Niet om ons de stuipen op het lijf te jagen zegt hij dat dus
maar om Herodes te verontrusten.
Herodes vreesde, aldus de joodse historicus Flavius Josefus,
dat door Johannes een revolutionaire beweging zou ontstaan
en dat Herodes daarom besluit om hem te doden.

Jesus ziet Johannes echter als een partijgenoot
en ervaart Johannes´ verkondiging als een nieuw begin
dat het aanschijn der aarde kan doen veranderen.
´Vanaf de dagen van Johannes zal het koninkrijk doorbreken
en geweldenaars kunnen de strijd daarvoor aan´(Mat. 11, 12).
Jesus ziet hoe mensen worden geraakt
en hun leven gaan veranderen.
Hij ziet mensen voor wie de maat der ongerechtigheid vol is
en die dus hun leven gaan veranderen
en zich keren, bekeren tot de God van Israël en tot elkaar.
Hij schouwt het visioen van een totale ommekeer van deze bestaande orde,
het visioen van het koninkrijk van God.

De doop van Jesus wordt beschreven tegen een decor van onrecht (19-20). Herodes speelt een korte hevige hoofdrol door zich
– in tegenstelling tot het volk – niet te willen bekeren.
Het onrecht wordt zelfs zo overheersend dat de Doper zelf
al in de gevangenis is gesmeten (vgl. Luc. 3, 18-20)
voor Lucas Jesus´ gedoopt zijn in de gemeenschap
van de medebekeerden vermeldt.

Lucas hanteert dit als literair middel om de volle nadruk te laten vallen
op Jesus, de Messias, én op de gemeente van gedoopten
die de verdrukking weerstaan en Johannes´ woorden gaan doen
en daardoor belangrijker zijn dan de verkondiger zelf
die in de gevangenis zit en weinig meer kan doen.

De nadrukt ligt bij Lucas op het feit dat Jesus als Voorganger
van dat vernieuwde volk door God bevestigd wordt.
We lezen: ´Terwijl al het volk zich liet dopen,
en Jesus na zijn doop in gebed was, geschiedde het dat de hemel openging.´

Over dit hele gebeuren rond het vernieuwde volk en zijn Messias
gaat de hemel open en klinkt de stem:
´Gij zijt mijn Zoon in wie ik mijn welbehagen heb.´

Zo rijst, temidden van zijn volk, voor onze ogen de gestalte op
van de trouwe dienaar over wie ik sprak.
De trouwe dienaar die de Enige de hand reikt.
Jesus is die dienaar met de nieuw gedoopten daar beneden.
Samen willen ze de weg bewandelen naar Gods vredesstad, Jeruzalem!
Zij weten dat die weg te vinden is in henzelf,
in hun ziel en geweten.

II. Het echte nieuwe begin zal gemaakt moeten worden
door een nieuw volk van gedoopten, met ons dus,
rond de nieuwe Jozua, Jesus uit Nazareth in Galilea.
Hij is onze onmisbare Voorganger.

De evangelisten zullen ons blijven spreken
over deze ene mens, deze trouw knecht van Mozes
die in Zijn leven en sterven alles heeft volbracht.

De mensen in de sloppenwijken van de Filippijnen of Brazilië
herkenden hem als hun voorganger,
gemakkelijker dan wij doen zij dat.
Hun verdrukking is voelbaarder dan die van ons.
De mensen in het verpauperde Oost Europa
hebben met op 6 januari met luister gevierd:
God is in Hem in ons midden verschenen.

De mensheid mag nooit meer kiezen voor wat zich groot maakt.
We mogen nooit meer bouwen op macht.
We hoeven als kerk ook helemaal niet machtig of groot te zijn…
als we maar in leven en handelen kiezen voor Hem
en voor de dienst zoals Hij die voordeed aan de Zijnen..

1 Tot de mensen die doen willen als Hij, tot de navolgers
en navolgsters van alle eeuwen zegt Hij:
‘ik maak jou, op jouw eigen plek
tot een licht voor allen die jou zullen ontmoeten.’

2 De mensen die het wagen in zijn voetspoor te wandelen
-en wij willen dat toch proberen- mogen weten dat dezelfde God
die Hem bij de hand nam en naar het nieuwe land leidde,
dwars door de dood heen ook ons bij de hand zal nemen
en zal zorgen dat wij goed terecht komen.

3 En voor alle mensen die zo durven leven mag het prachtige woord gelden
dat vandaag over Hem is uitgesproken,
(en vult u daarom steeds uw eigen naam maar in)
‘Jij bent mijn veelgeliefde, ik wil graag met jou (vult u hem weer in) verder,
ik zie jou (en vult u dan weer uw eigen naam in) graag:
IN JOU HEB IK MIJN WELBEHAGEN,

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

3 januari: Goed bezig gaan samen

[print]

Verschijning des Heren

Schriftlezingen:

  • Jesaja 60, 1-6; Jeruzalem word licht

  • – Matteüs 2,2-12; De wijzen uit het oosten

Nu de januari-maand begonnen is
lijkt alles weer gewoon te zijn.
Toch is er nog een beetje feest
beter: er is bemoediging.
We vieren enkele zondagen lang het Feest van de Epifanie
van de Heer, Zijn Verschijning voor alle volkeren.

Het feest dat -zoals u weet- ouder is dan het kerstfeest
van 25 december en in de oosterse kerken hebben ze dat
eigenlijk terecht zo gelaten.

We horen om te beginnen lezen
uit de oude visioenen van de profeet Jesaja,
troostende visioenen over een goede nieuwe toekomst.
Een toekomst van heil en glorie voor alle volkeren.

De profeet droomt ervan
hoe van alle kanten mensen naar de Heilige Stad Jeruzalem komen.

Ze komen met hun rijkdommen naar de Heilige stad.
En Jeruzalem straalt ervan!

Zoals een bruid die op de huwelijksmorgen
haar bruidegom staat op te wachten, zo glundert Jeruzalem
als mensen van alle volkeren op haar af komen.

Zo droomt Jesaja over een goede, nieuwe wereld:
zo dromen wij misschien ook over een nieuwe wereld
over een nieuwe kerk waarheen menigten zullen stromen
en waarin het altijd vol zal zijn

Deze nieuwe toekomst kan gaan beginnen:
er is iemand die die toekomst binnen handbereik heeft gebracht:
Jesus Messias: heiland voor joden en heidenen
-daarom mogen wij ook meedoen-
vriend van de zondaars die zich liet dopen
en de ware bruidegom die vreugde brengt
en de wijn schenkt van de vreugde:
ons allen blij maakt.

En dan horen bij het feest van de Epifanie:
de drie grote verhalen over Jesus de Messias:
het verhaal van de wijzen uit het oosten,
van Jesus’ doop en van de bruiloft in Kana.

Het verhaal van Jesus’ doop lezen we de volgende week
de bruiloft in Kana schiet er dit jaar bij in.
Vandaag het verhaal over de wijzen uit het oosten,
ook wel driekoningen genaamd.

Hoe bekender een verhaal
hoe moeilijker de boodschap goed te verstaan.

Het verhaal van vandaag is het verhaal over de mensen
die op zoek zijn: de moeizame reis van de wijzen.
Wijzen zijn het, geen koningen.
Er zijn helemaal geen koningen in het spel:
of het moeten er twee zijn die tegenover elkaar staan:
Jesus tegenover Herodes.

Matteüs beschrijft hoe de zoekende mensen op zoek zijn
naar de ware koning en hoe ze die vinden.
Neen, niet Herodes is het
-die is gevaarlijk maar niet belangrijk-
maar Jesus, die de nieuwe koning is
van Jeruzalem en van de wereld.

Herodes, de tegenspeler van de echte koning
wil de geschiedenis van de nieuwe koning blokkeren
en zal alles doen om dat voor elkaar te krijgen:
maar het zal hem niet lukken.

Gods geschiedenis met de mensheid gaat verder
en God laat zich niet tegenhouden door wie ook.

Zijn geschiedenis is er ook een van ruimhartigheid:
er zijn geen grenzen voor Zijn liefde.

Matteüs schrijft over de zoekende mens
over ons dus, de gasten van buiten die mogen komen
want er is een nieuw begin gemaakt
dat voor heel de wereld van belang is.

Het brengt de bestaande orde (Herodes staat daarvoor) in gevaar
en de vertegenwoordigers van de gevestigde Godsdiensten,
-de schriftgeleerden die in de oude boeken gaan neuzen, –
weten er slecht raad mee.

Altijd zijn er verdachtmakingen en bedreigingen.
Maar die geschiedenis zal doorgaan,
dwars door alle bestaande grenzen en belemmeringen heen.
Dat gaat niet zomaar vanzelf:

in een gedicht van Elliot
verbazen de reizigers uit het verre oosten zich
over de kwetsbaarheid van de nieuwe koning, het weerloze kind:
wordt dit geen geschiedenis van dood?

Het antwoord is JA.
En wij horen het ook al aankondigen in het verhaal van vandaag
dat de geschiedenis van de nieuwe koning,
een geschiedenis wordt die ook in bloed geschreven zal worden.

Herodes en zijn volgelingen later zullen daar wel voor zorgen.

Herodes wil de nieuwe koning
heimelijk en discreet te pakken krijgen.
Maar zijn nauwkeurigheid sorteert geen effect.
De nieuwe koning zal ontsnappen.

Uiteindelijk zal een naamgenoot, een latere achter- achterneef,
Jesus wel te pakken krijgen en hem,
door een monsterverbond met Pontius Pilatus,
laten doden. Maar niet heimelijk en discreet!
Het kleine kind zal nog weten te ontsnappen
maar niet uit opportunisme maar alleen
om later als man werkelijk te laten zien
hoe God partij kiest voor alle gemartelden, waar ter wereld ook.
De moord op deze rechtvaardige zal in de volle openbaarheid gebeuren
op de berg Golgotha, en een schandaal worden
waar de mensheid nog steeds over spreekt.
Zo zal hij voor alle eeuwen de getuige zijn
van de solidariteit van Godswege met allen die gekweld worden.
Met allen, heidenen, christenen, Joden,
met allen die onrecht ondervinden
en het aandenken en het bloed van alle gemartelden,
van de kinderen en van de Zoon zal alle mensen tot zegen zijn.

Het feest van Epifanie is het feest van de openbaring van de Heer.
Als je alleen maar op 25 december komt weet je niet goed wie Hij is.
Wij worden als gemeenschap van mensen
die het wat aandachtiger willen volgen goed geïnstrueerd.

We horen hoe Hij werkelijk wilde zijn:
vriend van alle volkeren
solidaire supporter van de mensen
die het niet allemaal even gemakkelijk aankunnen
en

bruidegom en trooster, vreugdebrenger.

Tot zijn gedachtenis
zullen wij hier samen komen van week tot week.
In de naam van, in aanwezigheid van deze Messias,
de trouwe Zoon van de Joodse wet.

1) rond het boek
We zullen met aandacht luisteren naar de Schrift:
naar de verhalen van de Joodse Bijbel, het Eerste Testament
-gelukkig met wat meer aandacht gelezen dan vroeger-.
In de Verkondiging zal, wil de kerk toekomst hebben,
dat goede boek een steeds belangrijker rol gaan spelen:
de hoofdrol eigenlijk gespeeld
omdat Jesus er vanuit leefde en zijn wij meer dan onze meester?

2) kerk wij samen
We worden iedere zondag bijeengeroepen door de klokken
die de namen dragen van onze Verlosser, van onze patroon
en ook van onze vroegere bisschop Zwartkruis
die ons erop wees dat wij samen kerk moeten zijn:
elkaar steunend in het geloof want alleen redden we het niet.

3) als gastvrije kerk
In Zijn voetspoor zullen wij in het nieuwe jaar samen proberen te gaan
en in Zijn Geest zullen wij proberen te handelen.
In Zijn Geest willen wij – zo hebben we ons kernprogramma, zo’n 5 jaar geleden voorgenomen- gastvrij zijn.
We zullen er altijd een eer in mogen scheppen
ruimte te bieden in onze liturgie
en onze diakonie voor alle mensen die op onze parochie afkomen.

4) naar de ander toe
In het gelaat van de ander
zullen we zelfs bij uitstek de mogelijkheid hebben
om God te ontmoeten zoals Hij op ons af wil komen in het nieuwe jaar.
In zijn vragen, in zijn roep om steun maar ook
in de troost die Hij ons zal bieden.

5) volhardend en geduldig
En wat de volharding betreft:
Ramses Shaffy heeft eens een mooi lied geschreven:
we zullen doorgaan. Dat thema spreekt mij erg aan.
We zullen doorgaan, hier in de Bavo,
We zullen doorgaan, dat geldt voor mensen die verdriet hebben
en die doorgaan, dapper en volhardend.
Dat geldt voor mensen die bouwen aan hun relatie:
die zich inzetten voor hun naaste.

Volharding wordt van ons als christenen gevraagd
met al het werk aan de Oecumene
-deze maand zal de bidweek voor de eenheid van de christenen zijn-
we zullen doorgaan!
We zullen doorgaan met de dienstbaarheid zoals Jesus die leerde
thuis, in de parochie, op ons werk, in onze wijk.

Zouden de visioenen van Jesaja werkelijkheid worden
in onze dagen?
Wij mogen het hopen. Misschien niet in die zin
dat duizenden en duizenden op onze kerk af zullen komen
die tijden zijn voorbij
maar wel in deze zin: dat wij door onze trouwe dienstbaarheid
een teken zijn voor velen.

Van de eerste christenen zeiden ze: zie hoe die elkaar liefhebben.
Wat zullen ze van ons zeggen?
Hopelijk zoiets als:
ze zijn toch wel met goede dingen bezig daar in de Antoniuskerk
en de Bavo.

God beware ons allen, voorzangers en voorgangers
en allen die zich inzetten voor deze parochie
Hij sterke ieder op zijn of haar eigen plek
en wij smeken in dit nieuwe jaar
tot de God die heeft gezegd: IK ZAL ER ZIJN:

Onze Vader die in de hemel zijt,
trouwe vriend van mensen, Uw Koninkrijk kome, onder ons
uw kinderen hier en nu..in onze dagen, Amen, zo zij het,

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

31 december: Hij ging mee

[print]

Oudejaarsavond

Schriftlezingen:

  • Prediker 3; Alle dingen hebben hun tijd

  • Matteus 28, 16-20; Ik blijf bij jullie

De laatste dag van december is daar,
wonderlijke dagen maakten we mee:
dagen van klatergoud en namaaksneeuw
en tegelijkertijd dagen van echtheid en van liefde.

Ja, mensen zijn rare wezens
wat zoeken we toch? Wat bezielt ons.

Als antwoord wil ik zeggen dat het heel natuurlijk is
dat wij onrustig zijn en op zoek
zo zijn wij als mensen geschapen.

Het is heel normaal dat wij het ene moment opgewekt zijn en vrolijk
terwijl wij het een dag later helemaal niet zien zitten:
mensen zijn een mengeling van hoop en wanhoop
en in deze dagen speelt dat in zijn volle hevigheid.

Het ene moment vinden we onszelf geweldig
het andere moment walgen we van onszelf.

Het ene moment doen we ons best
en hebben we alles over voor een ander
het andere moment zijn we lui
en geloven het allemaal wel.

Is er nog hoop? Is er nog goed nieuws?

Ja, er is hoop, er is goed nieuws.
En nu we hier bezinnend samenzijn
heb ik dat voor het gemak eens samengevat
in vier punten.

Het eerste goede nieuws is
dat alles wat wij doen een zin heeft
omdat het met deze aarde iets worden zal.

Wat heeft het voor zin
om kinderen in deze wereld te ontvangen
als het met deze wereld toch nooit wat wordt?
Wat heeft het voor zin
je in te zetten voor iets goeds
als het toch nooit wat wordt?
Wat heeft het voor zin
om van elkaar te houden
en de liefde te bedrijven
als wij toch alleen maar samen wachten op het einde?

Het antwoord dat wij in de kerk geven is:
ja het wordt nog wat!
Het geloof leert ons dat al die dingen,
die goede dingen, die kleine dingen,
onderdeeltjes zijn van een geschiedenis van vrede,
een geschiedenis van heil en van toekomst.
Dat is het eerste wezenlijke punt van ons geloof.

Het tweede goede nieuwspunt is
dat wij zelf zoals wij zijn er mogen zijn.
Wij zijn allemaal als individu uniek:
we zijn onvervangbaar.
We zeggen wel eens ‘geen mens is onmisbaar’
daarmee bedoelen wij dat als iemand een klusje doet
er altijd wel een ander komt die het overneemt
maar het is geen goede opmerking ‘geen mens is onmisbaar’
want -volgens ons geloof- is IEDER MENS ONMISBAAR.
Ieder mens is uniek. Ik mag er zijn en u mag er zijn.
En we weten zelf toch het beste hoe wij zijn?
We kennen toch onze goede èn onze slechte eigenschappen.
We hoeven ons niet mooier voor te doen als we zijn:
we zijn als mens door God geliefd
we zijn geschapen naar zijn beeld:
Hij houdt van ons zoals we zijn.

Het derde goede nieuwspunt is dat er vergeving is.
Iedere keer als we de fout ingaan
is er de mogelijkheid voor een nieuw begin.
We kunnen verder na een mislukking:
we krijgen nieuwe kansen
als er iets is mislukt.
Van God uit gezien is het dan niet
even een kwestie van doen alsof er niets gebeurd is
je ogen dichtdoen en zand erover
maar ‘al is je zonde rood als scharlaken
ik maak je witter dan sneeuw.’
We kunnen echt opnieuw beginnen
hoe groot de puinhoop ook is.

Het vierde punt goede nieuwspunt is dat wij een vriend hebben
die met ons meewandelt,
een gids op ons pad en dat is Jesus de Messias
wiens geboorte wij heden vieren.

We zijn nooit alleen, we hebben altijd een Supporter met een hoofdletter
die om ons geeft en met ons meeleeft.
En als wij somber praten en denken dat alles geen zin heeft
blijkt hij naast ons te lopen
zoals in het verhaal van de Emmausgangers dat u misschien kent
die somber lopen te zeggen dat niets meer zin heeft
en plotseling iemand ontmoeten die naast hen wandelt
en die zegt: ‘waarom kijk je zo somber’
en ‘zie ik ben met je alle dagen.’

Als eerste lezing lazen we uit het boek Prediker
op het eerste gehoor een gezellig manneke op een stoeltje aan de kant.
Hij lijkt het allemaal beste te vinden
en hij heeft geen overspannen verwachtingen.
Toch is er meer aan de hand!
Veel mensen kozen die lezing uit het afgelopen jaar:
mensen die afscheid moesten nemen van hun dierbaren
maar ook bruidparen die elkaar gevonden hadden..
soms na een hele schokkende voorgeschiedenis
van mislukkingen en niet uitgekomen verwachtingen.

De conclusie is dat alles toch goed is
dat het ‘tof’ is (om even hebreeuws te spreken)
om hier op aarde te zijn.
Want Hij is er, onze Heer
Hij is er, Zijn Zoon, onze begeleider
en de Heilige Geest die ons inspireert
en opjaagt om te doen wat wij kunnen.
God geve ons dat wijze, goed,
nuchtere gevoel van de Prediker
en zegene en beware ons allen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

26 december 2015: Gedenkdag van Stefanus

[print]

Gedenkdag van Stefanus

Schriftlezingen:

  • Handelingen 6:8-7,60

Kerstmis, de blijde dag bij uitstek;
duizenden komen samen, ook hier
maar ook een dag van ernst:
hier weten we daarvan..
we denken na over het geheim
van Gods vriendschap met ons.

Kersttoespraken klinken
soms alleen aanleiding voor een directeur
om iets te vertellen over hoe het gaat met de zaak
maar soms worden diepere snaren aangespannen:

‘Zie ik verkondig U een blijde boodschap’
hoorden we in de kerstnacht.
‘IK HEB EEN BLIJDE BOODSCHAP VOOR JULLIE’
zeggen de evangelisten hen na:
‘evangelie, blijde boodschap, HET VERHAAL VAN JESUS’

Dus het hele jaar door: ERE ZIJ GOD en
Alleluia gaan zingen op de grote markt …
een beetje koud misschien.
Neen,
zo leren we van de evangelisten
en van Stefanus vandaag … dat is niet goed.
Je moet eerst weten wie die Jesus voor jou wil zijn.
Luister goed! Wat moeten wij goed horen?

En dan vertellen ze het verhaal over deze Stefanus.
die vol was van God – hoera –
maar wat ging Hij een hele bijzondere weg!

Stefanus, diaken, verkondiger in Jeruzalem.
Diaken. Verantwoordelijk voor de armenzorg
maar hoe zijn de mensen.
Hij koos werkelijk voor de armen
en zei akelige dingen tegen de rijken…
hij kwam te recht in de molen van de verdachtmaking en de roddel
hij kwam in de gevarenzone terecht.

Net als zijn Heer!
Zelfs zijn eigen leerlingen
hebben Hem vaak niet begrepen
en ook de weg die Hij hen voor ging maar moeilijk konden gaan.

Het is moeilijk te vatten
(daarom vatten de leerlingen Petrus, Thoma, Judas het ook niet)
wat de echte blijde boodschap is.

Niet dat God de hele wereld wel eventjes zal komen veranderen…wacht maar af.

Neen het verhaal van Jesus vertelt ons
dat Gods almacht zich in onmacht openbaart.

Het hoofdthema van het evangelie
is de openbaring van de God van Israël
als de God die niet hoog van de toren blaast
maar die solidair is met de lijdenden:
‘Ik heb het geschrei van de kinderen Israëls gehoord’
zei God bij het brandende braambos.

Het is die God die ook de ballingen in Babel kan troosten
zoals Jesaja dat zegt:
‘troost mijn volk. Uw God is nabij.’

De openbaring van die God is alleen verstaanbaar
voor mensen die zelf van het lijden weten
(of het lijden van anderen mee kunnen voelen)
en die zo de diepe troost weten te waarderen
van een God die zich niet openbaart als een ‘glamour-God’
maar als een God die verschijnt in de diepste onmacht
van een mens die met andere mensen meeleefde,
die voor de kleinen koos,
die kwetsbaar was en weerloos
en die uiteindelijk gemarteld, vermoord gekruisigd is.
De mensen die bij de kerk van Jesus willen gaan horen
en de weg van Jesus willen gaan
zullen moeten beseffen dat dat inhoudt: een weg gaan van vernedering, lijden en dood.

De kerk van Christus is een bedreigde kerk
die het geheim van de komst van het Koninkrijk Gods verkondigt.

Tweede kerstdag meteen al ernst:
de hele kerstfeer wordt weggevaagd,
het kerstkind zal volwassen worden
en een teken van tegenspraak blijken,
Hij zal als volwassen man gekruisigd worden.
Maar dat is geen mislukking
want deze gekruisigde volgen is onze enige hoop.

De leerlingen waren van hem weggelopen
toen dat duidelijk werd,
de vrouwen op de Paasmorgen holden weg
en durfden – dat zullen we in het Marcusevangelie dit jaar met Pasen lezen-
niemand te vertellen dat Jesus de gekruisigde toch de Heer van de toekomst is.

Door de evangelisten zullen wij
als wij goed luisteren
ook in het komende nieuwe jaar
steeds verder worden ingewijd in dit geheim
en onze eigen conclusies zouden trekken.

We hoorden Matteus vandaag spreken over de vervolging
van mensen die niet in de bestaande garelen passen.
Jesus volgen zoals Lucas, die wij dit jaar gaan lezen, ons dat beschrijft
betekent partij kiezen voor de armen, meeleven met de zieken
en één zijn met onze Messias door te bidden.

Leven als mensen die deze Jesus willen volgen
is leven als iemand die treurt met de treurdenden
maar ook iemand die alle onrecht dat mensen pijn doet
wil bestrijden, iemand die voor het goede durft te kiezen, iemand die volhardt.

Strijdbaar zijn als Stefanus die opkwam voor zijn geloof
en -net als velen van zijn gemeente-
werd gemarteld en gedood.
Velen zouden nog volgen.
Een beetje angstig kijken we naar wat er in onze dagen gebeurt.
Maar vrees niet:
de geschiedenis van de kerk was ook een geschiedenis worden
van veel bloed en tranen maar dat was beter dan dat andere.

Te vaak heeft de kerk gekozen voor het pluche van de bestaande orde
in plaats van voor de armen in de verdrukking.
Maar de ware groeikracht van de kerk
het zaad van de kerk
is het bloed van de martelaren.

De missionarissen op hun post
die bij hun mensen blijven
vaak tot het bittere einde.
We denken aan pater van der Lugt in Syrië
aan de monniken in noord Afrika
-gisterenavond was de film die hun dood behandelt te zien.

Stefanus zag de hemel open
vlak voordat hij stierf:
hemel en aarde hadden elkaar geraakt
God was dichtbij.

God blijft dichtbij bij zijn getrouwen;
het licht zal het winnen van de duisternis,
de liefde zal het winnen van de haat ..

Dat is het programma van onze Messias
die voor en met ons stierf
maar die nu leeft en die ons voorgaat naar Galilea.

Stefanus, stoere getuige van de tweede kerstdag
jouw feest was al eerder op 26 december
dan kerstmis op de 25e
evangelist van het jaar,
bedankt voor je solidariteit
levende uitbeelding
van Gods solidariteit met ons.

We willen jouw boodschap serieus nemen
echt proberen in Jesus’ voetspoor te gaan.
Rechte wegen gaan,
consequent zijn in ons handelen,
niet aarzelen maar die ene mens echt volgen
die naar ons toekomen wil,
die tot ons spreken wil het komende kerkelijke jaar,
die ons de weg van de liefde en trouw aanwees en voorleefde
maar die ons dan heel vlug naar onze broeders en zuster verwijst
opdat wij hen niet in de steek laten.

Jesus gekruisigd, gestorven en begraven maar opgestaan uit de doden
opdat wij de weg naar het ware leven, het ware licht durven gaan, Hem achterna.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Kerstnacht: De kwetsbare God

[print]

Kerstnacht

Beste vrienden, parochianen,
gasten, kinderen, jongeren, ouderen
ik ben als Haarlems pastoor trots.
Trots op het restauratieproject van deze kathedraal
-ja je kunt hem ook verkopen en er een parkeergarage van maken
dan hebben we een paar miljoentjes maar de kathedraal is weg.
Hij is gerestaureerd: een uniek kunstwerk waar iedereen van kan genieten
het was even spannend of we al verwarming zouden hebben deze nacht
en of de banken weer allemaal op hun plaats zouden staan.
Het is allemaal gelukt: de verwarming en de lichten aan
en er moest wel erg gepoetst worden.
Maar daar zitten we dan weer veilig onder de koepel
de koepel he… dat doet me ergens aan denken.
Dat andere waar ik trots op ben.
De grote koepel aan de andere kant van de stad.
Ooit gingen wij met mensen van onze parochie daar op bezoek
om leuke bijbelverhalen te bespreken met de bewoners daar.
Hele serieuze vooral jonge mensen, die nadachten
wat God voor hen in die droevige omstandigheden kon betekenen.
En nu is de koepel daar, net als die hier,
weer een belangrijk centrum.
We bieden er als stad gastvrijheid aan vluchtelingen
veel uit Syrië. Zo’n 15 jaar terug hadden we hier ook
twee gezinnen uit dat land als asielzoekers een jaar in huis.
Onze burgemeester is blij met onze Haarlemse gastvrijheid.
Wij heten stugge muggen te zijn maar zijn toch aardiger
dan de meeste mensen denken.

Kerstmis is het feest van de mooie gedachten,
belangrijke of minder belangrijke toespraken op de zaak.
Praten over vrede.. iedereen praat daar graag over
maar het wordt tijd er iets aan te doen.

Heeft dat dan zin?
Een joodse psychologe die onderzoek had gedaan
naar kinderen die ondergedoken hadden gezeten
en naar de houding van de ouders die hen gastvrijheid hadden verleend
zei het zo: ‘de macht van het kwaad is indrukwekkend en groot,
de macht van de liefde is veel kleiner, heel klein
maar wel sterk en doordringend.’
En dan zie ik opeens dat machteloze vluchtelingenkindje liggen
op het strand van Lesbos. Was dat sterk?

In een bepaalde zin wel: het heeft ons wakker geschud.
Wij allemaal, mensen in en buiten de kerk.
De kerk is als het goed is de grote fanclub
van de mensen van goede wil.
Bovendien is de kerk de plaats is waar onze idealen worden geijkt.
Zijn wij niet te vaag bezig?
Worden er geen serieuzer beslissingen gevraagd
dan de beslissingen die wij nemen?

Deze nacht begonnen wij de dienst met te lezen
uit een mooi dromenboek, uit de visioenen van Jesaja:
‘de aarde zal met vrede bedekt zijn zoals de zeebodem met water’
en ‘de wolf zal spelen met het lam’.
Zijn dat geen vage dromen
die als zeepbellen uiteen zullen spatten?

Neen. Jesaja, kritisch tegenover zijn en onze wereld, weet
waar de waarachtige inspiratie geput kan worden,
en geeft ons zicht op de toekomst van God.

Jesaja werkte in Jeruza­lem, en protesteerde
tegen de levenshouding van koning, pries­ters en gewone burgers.
Met sarcasme beschrijft hij de burger­lijkheid
(de trippelende dames, de dikdoenerij van de mannen),
de opportunistische politiek van Juda’s koningen.
maar ook de schijnvroomheid in de tempel
(‘Ik walg van uw gezangen, gebeden en uw vasten’)

Als er één ding duidelijk wordt ook in onze dagen
is het alle mensen correctie nodig hebben, ook wij van de kerk.

In het hart het Jesajaverhaal deze nacht,
wordt een nieuw koningstype genoemd:
het kind dat ons gegeven wordt.
Geen machtig leider maar een weerloos mens.

We worden opgeroepen ons te verzamelen rond hem
en dan klinkt het “vrede op aarde” als een aankondiging
van een nieuwe kracht die de geschiedenis kan veranderen.

Engelen spreken ervan en nodigen de mensen
(de herders) uit gauw te gaan kijken.
De herders zullen in het Lucas-verhaal direct afstevenen
op het woord dat in Bethlehem is geschied,
hetgeen de Heer hen heeft bekend gemaakt.
Deze herders, de armen, zijn de centrale figuren.
De armen die in onze samenleving niet opvallen
mogen als eerste horen namens het volk.

‘U is heden geboren.’
De geboorte van de Messias is voor deze armen werkelijk geschied.
Een engel des Heren staat naast hen
en de glorie des Heren omstraalde hen.
Zelfs een hele schare hemelse machten voegt zich bij hem
om te gaan juichen over het woord van God dat werkelijkheid wordt.

Ze zingen met het gezicht naar de aarde toegewend:
‘Vrede op aarde.’ Hier is iets gebeurd.

De kroniekschrijver van keizer Augustus
zou niet in dit gebeuren geïnteresseerd geweest zijn.
In een gevoelige bui zou hij het als een ‘tragisch voorval’ hebben vermeld
om zijn lezers te ontroeren.

Bij Lucas klinkt echter andere taal!
‘Heden is u een redder geboren, de Messias (Christus), de Heer!’
Dit is de redder, deze arme onder de armen,
deze weerloze onder de weerlozen. Geen andere.

Dat is geen triomfantelijke uitroep van: ‘wij hebben gelijk;
deze Jesus is de enige’ maar een geloofsbelijdenis
in het ongehoorde feit dat in dit kwetsbare gebeuren
een nieuwe fase van de geschiedenis begonnen is.

Hoe manifesteert Gods kracht zich dus?
In een kindje dat ligt in een schuur
er was geen plaats in de herberg
en als hij weer thuiskomt in Nazareth
zal hij, twee maanden oud ook nog op de vlucht moeten
voor de jaloerse koning Herodes.

Ik las een mooi verhaal over een merkwaardig godsontmoeting.
Het gebeurde in een sloppenwijk van Rome, ver weg van de pracht en praal van de Sint Pieter, dat ik tussen twee vuilcontainers  een klein meisje zag zitten, dat haar hand op hield en vroeg of ik iets voor haar te eten had. ‘Hoe heet je, vroeg ik’.
‘Ik ben God’, zei ze. ‘Bent u dat echt’ vraag ik: “Ze zeggen dat God dood is, niet?” zegt ze met een vage glimlach. “Maar het is niet waar. God slaapt alleen zo nu en dan, en hoopt dan net als jullie dat het weer ochtend wordt. Eigenlijk zou ik niet GOD moeten heten, maar HELP. Want..ik ben niet de machtigste der machtigen, zoals jullie altijd denken. Ik ben niet de Almacht maar de Onmacht.
…ik ben de minnaar die huilt boven het fotolijstje van zijn geliefde die hem in de steek liet, de patiënt die net te horen heeft gekregen dat ie kanker heeft… Ik ben waar het grootste verdriet is, en de meeste honger geleden wordt. Ik ben liefde en liefde is weerloos.
Waar is God in onze dagen?
Als Jesus later groot geworden zal zijn zal hij het zelfde vertellen.
´Ik had honger, gaf je mij te eten,
ik had dorst gaf je mij te drinken
ik was ziek heb je mij bezocht
ik was vreemdeling, heb je mij ontvangen
ik was in de gevangenis heb je me niet in de steek gelaten´

Na een verbaasde reactie van zijn leerlingen zal Jesus zeggen
´Wat je voor de minste der mijnen hebt gedaan
heb je voor mij gedaan.´

God heeft hulp nodig.
Hulp van mensen die kiezen voor de liefde en de trouw
zonder te protesteren helpen en troosten.
Daarom bent u zo welkom.
Omdat u gewone mensen bent
met uw eigen idealen.

Jonge mensen met mooie plannen:
bijvoorbeeld om te willen trouwen;

jonge ouders die kinderen in de wereld willen laten komen
om samen te bouwen aan een nieuwe maatschappij:

mensen die willen zingen en dansen, spelen en helpen
oude mensen, jonge mensen
kerkelijke mensen en minder kerkelijke mensen.

Mensen die het allemaal niet zo heel precies weten
maar die er wel willen zijn voor de mensen die hen nodig hebben.

Weet dan wel dat u niet zomaar bezig bent
maar je bent als het ware God aan het ontvangen en helpen.

Toen Gods volk geslagen werd door de slavendrijvers in Egypte
zei hij tegen Mozes die het niet meer aan kon zien
en daarom maar schapen was gaan hoeden:
´Ik heb het huilen van jouw mensen wel gehoord
ga naar ze terug en help ze.´
´Maar wie bent u dan eigenlijk´ vroeg Mozes
wat is uw naam?´ Het antwoord kwam:
Mijn naam is…’ik ben altijd bij de mensen’.

Lieve, welkome mensen, wees er dan ook voor elkaar:
laat elkaar niet los. Laat alle conflicten, ruzies en ruzietjes die er zijn
maar voor wat ze zijn en bouw samen aan een wereld
waar de liefde heerst en de trouw.

Morgen zal de bisschop een van de deuren van onze kathedraal zegenen:
die open heilige deur verwijst naar de barmhartige liefde van God
die wij in het Heilige Jaar dat op de eerste zondag van de Advent begin
als onze liefdevolle Herder willen ontvangen.
Als wij Hem willen ontvangen de openheid van onze hart
zal de kracht van Gods Heilige Geest
ons net als Maria overschaduwen.

Het grote feest buiten zal een feest zijn van
toeters en bellen en namaak sneeuw dit jaar.
Maar het echte feest zal plaatsvinden
hier, in de kerk en in de huizen van ons, gewone mensen toch.
Hier komen de echte engelen aan het woord
de boden van God. Die spreken duidelijk genoeg.
Ze zeggen:
‘God zal toch zijn woord gestand doen..
vrede op aarde voor de mensen van wie Hij blijft houden.’

Hein Jan van Ogtrop, pastoor