• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Category Archives: Preken

24 september: Zon op de hellingen… op naar het feest?

[print]

25e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 55,6-9

  • Filippenzen 1,20c-24.27a

  • Matteüs 20,1-16a

De zomer is voorbij:
in Zuid Frankrijk ook en daarom wordt het daar nu al
tijd voor de oogst.
De oogst van de vruchten van de druiventuinen op de glooiende hellingen
van zuid en midden Frankrijk die zich koesterden in de zon
waardoor de wijndruiven, nu het herfst wordt, heerlijk gerijpt zijn.

‘Wijngaard’ heet zo’n tuin… dat klinkt plechtig.
Dat klopt want bij een wijngaard hoort vaak een chateau
met een baas die ieder jaar weer trots is op zijn opbrengst.

In de Bijbel is God de baas van het land
en de wijngaard is het beeld van een land waar het goed is,
waar vrede opbloeit en liefde.

De wijngaard is bij uitstek het beeld
van het land van de belofte, het land Israël zelf.
Maar vanaf de zonnige heuvels van Israël zelf
kijken we uit over heel de wereld …
en zo wordt de wijngaard het beeld van heel de aarde
als draagvlak van een nieuwe toekomst, een mogelijke tuin van vrede.

Wie een wijngaard ziet denkt aan de heerlijke wijn die geschonken gaat worden,
aan het feest dat volgt als de opbrengst binnen is
en aan de blijdschap en de vreugde van de feestvierende drinkers.

Daarover spreekt het evangelie van deze zondag
dat ons iedere keer opnieuw voor raadselen stelt.
Iedereen wordt uitgenodigd voor het werk in de wijngaard
om zijn bijdrage te leveren aan de groei van de vruchten
en uiteindelijk aan het grote feest dat na de oogst gevierd kan worden.
Ieders bijdrage is welkom.
Het doet er niet toe hoe laat je ‘bij de club’ komt. Als je maar mee wilt doen.

Je hebt de mensen die van het begin af aan al mogen meedoen aan het werk…
een zegen dat ze de kracht hebben om dat te kunnen doen.

En je hebt er die pas op het laatste moment kunnen antwoorden.
Ze zijn allen waardevol en waar het om het belonen gaat
houdt God geen rekening met onze kleinburgerlijke
fatsoens- en rechtvaardigheidsnormen: iedereen krijgt hetzelfde volle loon.

Een merkwaardige gang van zaken…
maar daarom zo’n goed getuigenis over de eigenzinnige manier waarop God met mensen omgaat.

Ons aardse rechtsgevoel wordt onder kritiek gesteld
het rechtsgevoel van een wereld waar loon naar prestatie geldt
waar succes boven mislukking staat en sterk over zwak regeert?

Wij zouden van de historie van God met de mensen een fraaie klok kunnen maken. Op ieder uur van de dag, op ieder moment van de geschiedenis waren er nieuw mensen die aan het werk togen.
Je zou Abraham een werker van het eerste uur kunnen noemen,
dan op het 3e uur Mozes die het volk uit Egypte met Gods hulp bevrijdde en de opdrachten van de Heer van de wijngaard in de tien geboden zorgvuldiger formuleerde,
op het 6e uur komen David de koning op het 9e de profeten.
Jesus en Zijn volgelingen zijn dan plotseling de werkers van het laatste uur. De eerste christenen lazen de parabel ook zo en pasten hem toe op de relatie christenen/joden.
De christenen waren (toen nog) zo bescheiden zichzelf tot de laatkomers te rekenen. En ze waren dankbaar dat God hen ook opnam in dat grote genadeverbond dat ooit begonnen was bij Abraham, bij uitstek een werker van het eerste uur. Helaas zijn ze dat later anders gaan invullen. Ze gingen zichzelf toen dankzij hun vroomheid en hun ijver als de oude getrouwen bij uitstek beschouwen en keken hautain neer op alle anderen om hen heen.
Het kan geen kwaad de parabel daarom eens weer op de oud christelijke wijze te lezen.
— Je zou de wijzerplaat van de klok ook op andere manieren kunnen invullen denkend aan EEN hele menselijke levensloop. Sommige mensen zijn van kindsaf aan al bij het geloof betrokken en gaan direct aan de slag.
Anderen worden later gewekt en treden als volwassenen tot de kerk toe.
En dan gaat het niet aan om de laatkomers af te schilderen als de mensen die de hele dag nog niets nuttigs hebben gedaan. Ze zijn gewoon nog niet eerder gevraagd, nog niet uitgedaagd om te kiezen terzake van ja en neen en hun bijdrage te leveren als nieuwe bekeerde mensen.

Er is in onze wereld een oneindige reeks motieven
om als ‘eersten’ op ‘laatsten’ neer te kijken:
ze hebben minder geld, minder spieren, hun huidskleur is anders,
hun leeftijd doet zich gelden,
we discrimineren graag op geslacht, op kinderen hebben of niet, op woonplaats,
soms zelfs op kant van de straat, op afkomst, vroomheid, enzovoort enzovoort.

Maar in deze wijngaard waar een feest wordt voorbereid
mag dat allemaal niet gelden.
Voor God zijn alle mensen even waardevol en even uniek.
Ieder mens is voor Hem een unieke eenling.
Ieder mens met zijn eigen dromen en mogelijkheden.
Ieder mens met zijn eigen geheim. Ieder mens levert een eigen bijdrage,
hoe groot of hoe klein ook, dat doet niet ter zake.
God ziet hem of haar staan en waardeert hem of haar overvloedig…
met een in onze ogen hinderlijke extra aandacht voor de kleinen en de laatsten.

Vandaag begint de vredesweek van 2017
We hebben de vorige weken nagedacht over onze intermenselijke verhoudingen,
over het recht op vergeving krijgen en nieuwe kansen.
We hebben gehoord dat het goed is als twee of drie samen zijn en ja, dat de Heer dan bij ons wil wonen.En vandaag hoorden we dan de wonderlijke parabel
waarin ieders levensopdracht ter sprake komt en het loon.

Er is reden tot dankbaarheid,
Hij is goed voor ons hoewel wij het eigenlijk niet verdienen,
Hij is royaal en kijkt niemand bijzonder naar de ogen.
Het loon dat wij krijgen is ieder van ons van harte gegund
maar ….. het is genade.

‘Mijn gedachten zijn niet Uw gedachten’
hoorden we de profeet vandaag zeggen.
Wij horen daarin:
‘mens wees bescheiden, je kunt God toch nooit begrijpen.’
Gelukkig is de boodschap heel wat plezieriger:
het is een soort feestannonce.
De profeet kondigt aan dat God een einde zal maken
aan de akelige ballingschap van Zijn volk in Babel.
En dat terwijl niemand meer op redding rekende.
De profeet wil vandaag over de hoofden
van de kinderen Israëls van toen heen tot ons zeggen:
‘blijf altijd hopen, blijf altijd uitzien naar het onverwachte.’
Dezer dagen opeens een mooi voorbeeld.
Terwijl Noord Korea’s leider en de overspannen TV-dame
ons ophitsen en de Amerikaanse president kwaaier en kwaaier wordt
heeft ze premier van Zuid Korea –het parlement moet het nog goedkeuren-
opeens bedacht om de voedselhulp aan Noord Korea te hervatten!
(die hulp was enkele jaren geleden gestopt uit protest tegen de raketproeven
in het noorden). In plaats van op te hitsen tot haat
een gebaar van hulp: want honger is er in Noord Korea!

Ik vind dat mooi, iemand die durft geloven dat de liefde
het toch kan winnen van de haat
en de vrede het zal winnen van de oorlog
en dat er een goede toekomst is voor ons en onze kinderen
zoals dat zo prachtig verwoord is in een ander evangelie,
dat van de bruiloft van Kana: de beste wijn is voor het laatst bewaard.

Het Nederlandse klimaat leent zich niet zo goed voor de wijnbouw
-in Zuid Limburg lukt het een beetje-
andere projecten zijn er wel.
We hebben een Vredespaleis, Internationale gerechtshoven
maar nog belangrijker zijn de gewone huizen waarin wij wonen.
Wij die weten mogen dat we door God geliefd zijn als wij,
ieder op haar of zijn eigen wijze
onze eigen verantwoordelijkheid durven dragen
en ons inzetten voor onze naasten.

Het loon is – als gezegd- voortreffelijk, en het feest zal geweldig zijn..
de wijn van Zijn liefde zal overvloedig geschonken worden.

Hij zal je nooit teleurstellen:
‘in Te Domine speravi
non confundar in aeternum.’

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

17 september: Bijna nieuw jaar?

[print]

24e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Sirach 27,30 – 28,7

  • Romeinen 14,7-9

  • Matteüs 18,21-35

Onlangs keek ik op TV naar de Islamitische Omroep:
“als iemand fouten heeft gemaakt en zich wil bekeren,
is God barmhartig en wijs”
zo luidde het korancitaat dat plechtig gezongen werd.
God is barmhartig en wij!
Onbarmhartig zijn wij en super-kritisch
wij laten elkaar vaak als bakstenen vallen
en vergeten elkaar overeind te helpen
als iemand in de fout gaat.
Kritisch zijn wij tegen iedereen
behalve tegenover ons zelf.
We vergeten dat wij alleen maar overeind kunnen blijven
als anderen ons aanvaarden zoals wij zijn
en ons onze fouten vergeven.

Onze God is een God
die een (onbegrijpelijk) groot vertrouwen in mensen heeft.
Kijk maar naar Petrus.
Eerst -we lazen dat enkele weken terug-
wordt hij tot steenrots verklaard
ondanks zijn zwakheid.
Hij faalt, (en hij krijgt dat ook te horen van Jesus)
maar Jesus gaat verder met hem.
Maar hij blijft falen, hij verloochent Zijn Heer
maar hij wordt na zijn falen
door Jesus die uit de dood is opgestaan
WEER aanvaard:
‘hoed mijn lammeren, hoed mijn schapen.’

De God van Israël die Jesus vertegenwoordigt
is een God die vergeeft en steeds nieuwe kansen aanbiedt.
Maar die dan wel verwacht
dat wij hetzelfde kunnen doen tegenover anderen:
God vergeeft ons… vergeving van onze kant tegenover anderen moet dus.

Het verhaal van vandaag vertelt dat in alle hevigheid.
De Heer wil niet eens praten over de miljoenen
die zijn onrechtvaardige rentmeester er door heeft gejaagd.
De man die zoveel schuld had zou er met geen mogelijkheid in kunnen slagen
al dat geld terug te geven.

De Heer wil er niet eens over praten,
Hij noemt al die miljoenen niet eens schuld maar spreekt over het geleende.
De Heer vergeeft en doet dat van harte.

Van die mens die zo’n overvloedige vergeving ten deel valt
wordt niet eens geëist dat hij plotseling van karakter verandert.
Dat kan hij misschien toch niet.
Van niemand wordt verwacht dat hij volmaakt is ….
we mogen blunderen, humeurig zijn, het niet meer zien zitten,
we mogen niet deugen, altijd maar weer in de fout gaan
MAAR… één ding mag niet: NIET VERGEVEN.

Hoe groot die schuld van de ander tegenover jou in jouw ogen ook lijkt,
hij is niets vergeleken met de schuld
die de mens die eerlijk tegenover God gaat staan draagt,
maar die zich dan tot zijn stomme verbazing
in de zon van Gods genade mag koesteren.

Mensen, ook pausen, bisschoppen en priesters
blijken geen volmaakte mensen te zijn…
wie zonder zonde is werpe de eerste steen.

Voorbeelden van slachtoffers
van onze menselijke drang naar kritiek
zijn er helaas met de regelmaat van de klok te noemen;
kritiek op anderen en verdachtmaking is gemakkelijk
en de schade die toegebracht wordt is er onmiddellijk
ook al is er niets van waar.

Maar, ook al zou er iets van waar zijn
dan is de kilheid waarmee mensen elkaar benaderen
een zeker zo slechte daad als de mogelijke fout
al is kilheid en onbarmhartigheid niet strafbaar.

Het evangelie roept op tot een nieuwe wijze
van medemensen bekijken: ze zijn als jij:
ze schieten te kort -God zal daar over oordelen-
en die is mild.
Kun je dan zo maar wat aan leven
er moet toch vergeven worden?

Neen, ieder mens heeft iedere dag opnieuw
de opdracht tot bekering
iedere dag opnieuw.
En ieder van ons heeft wat dat betreft genoeg aan zijn eigen vrachtje.

Aanstaande donderdag gaat het nieuwe joods jaar beginnen.
De sjofar, de ramshoorn wordt dan geblazen
om iedereen even wakker te schudden
en tot bezinning te brengen over je eigen doen en laten.

Het joods nieuwe jaar begint met de tien geduchte dagen
waarin je je relaties met andere mensen
eens nauwkeurig onder de loep moet nemen:
de laatste daarvan is de grote verzoendag
waarop je proberen moet alles weer goed te maken.

Als je zelf fout zit heb je de plicht om naar anderen toe te gaan
en om vergeving te vragen, tot driemaal toe.
De laatste keer echter heeft de ander een plicht: je te vergeven.

Deze week herdachten we ook de elfde september,
de dag van de ramp in New York zestien jaar terug.

De relaties tussen mensen van oost en west
zijn sindsdien verhard.
Wanhopig word je ervan, als je naar deze grote wereld kijkt!
Er volgden nieuwe aanslagen.
Maar ook kwamen er nieuwe pogingen tot verbetering.
De Islamitische omroep probeert dat
en niet lang geleden kwamen twintig Imams onze kathedraal bezoeken.

Druppels op een gloeiende plaat? Neen,
bouwstenen voor een nieuwe wereld.
Er is een wapen
dat alle akeligheid op de wereld
als sneeuw voor de zon kan doen verdwijnen
dat is het wapen van de liefde.

De liefde die ons oproept tot creativiteit
die ons oproept niemand te kwetsen
de liefde die niet zichzelf zoekt,
nooit pijn doet..die gelooft, hoopt,
die andere mensen nieuwe kansen geeft…

de liefde die Jesus voorleefde
tegenover Zijn apostelen
en allen die Hij ontmoette…
Hij leerde ons bidden:
‘vergeef ons onze schulden
zoals wij vergeven aan onze schuldenaren.
Die worden met name genoemd
omdat hijzelf eerder aan stuntelaars
zijn bevrijdende boodschap had gebracht:
‘je zonden zijn je vergeven’
loop door, leef verder.

Wees eerlijk: ook voor u, ook voor jou
wordt die liefde zichtbaar in mensen
die jou willen bemoedigen, die jou willen troosten,
die jou aanvaarden zoals je bent
en het grote wonder geschiedt ook met enige regelmaat:
sommige mensen houden nog van je ook…
dat is het heerlijkste wat er is.
Dat geeft jouw leven glans, dat geeft jouw leven troost.
en wat geweldig dat wij diezelfde troost
ook aan anderen kunnen geven
door er te zijn voor hen
door ze te aanvaarden zoals ze zijn
door ze te troosten, te bemoedigen, te vergeven,
door ze lief te hebben zoals je zelf bemind bent.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

10 september: Samen kunnen we volhouden

[print]

23e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Ezechiël 33,7-9

  • Romeinen 13,8-10

  • Matteüs 18,15-20

De evangelielezing van deze 23e zondag door het jaar
maakt deel uit van de zogenaamde kerkrede
in het evangelie van Mattheus (Mt. 18).

In het Matteüsevangelie komen vijf van grote redevoeringen voor:
de bergrede (Mt. 5-7) over de grote idealen, de zendingsrede (Mt. 10) waarin de apostelen worden opgejaagd, de parabelrede (Mt. 13) voor alle luisteraars,
de kerkrede (Mt. 18, vandaag aan de orde) en de rede over de laatste dingen (Mt. 23-25). Het gaat hier waarschijnlijk om een bewust gekozen parallel
met de vijf boeken van Mozes. Vandaag dus het begin van de 4e toespraak: de kerkrede.

We worden opgeroepen samen kerk te zijn.
Eendrachtig en ook eerlijk.

Het is op de eerste plaats goed om samen parochie te zijn.
Wat goed is het en heerlijk als broeders en zusters samen zijn….
lezen we in het boek van de psalmen, ‘het is als dauw van de bergen
of als kostelijke honing die druipt in de baard van Aäron.

Op het eerste gehoor een beetje kleverig:
maar toch een beeld van uiterste genoeglijkheid: van rust, van vrede.
ZIET HOE GOED HET IS ALS MENSEN SAMENZIJN
We zijn als mensen geroepen om elkaar op te zoeken:
alleen is maar alleen.
Daarom dat bisschop Zwartkruis
het altijd zo graag had over SAMEN KERK.
Je kunt het niet alleen volhouden.

Ik zie dat jonge mensen graag een beroep doen op de kerk
ze willen er trouwen en zijn dan blij.
Ze zijn geroerd als ze een uitvaart van hun vader, moeder, oma of opa meemaken
ze staan ernstig voor je als ze hun kind laten dopen.

Ik zie dat ouders het aandurven, hun kinderen naar de koorschool te leiden
(ik zeg niet sturen) en het is op de koorschool een vrolijk geheel.
Deze week gaat alles weer van start.
Er zijn leuke kinderen, geïnteresseerde ouders.
We zijn daar blij mee.
Binnenkort gaan we, hopelijk met zeer velen
de startzondag vieren van onze parochieactiviteiten.

Goed dat er toch nog zoiets is als een kerk om mensen op te vangen
fijn dat die mensen hier kunnen komen
om de liturgie mee te maken of om een beroep op ons te doen.
Het is voor de kerk een eretaak hen te helpen
want mensen zijn er om samen op te trekken,
om verantwoordelijk te zijn voor elkaar.

Niet in de zin dat wij elkaar controleren en betuttelen
maar wel zo dat wij elkaar sterken en bewaren
elkaar vertellend dat er EEN is die van ons mensen houdt
die ons graag ziet en ons als Zijn helpers nodig heeft.

Vandaag zegt Jesus een uitspraak die wij vaak citeren,
bij huwelijken en bij dopen:
waar er twee of drie in mijn naam bijeen zijn daar ben ik in hun midden.

‘WAAR TWEE OF DRIE IN MIJN NAAM BIJEEN ZIJN
DAAR BEN IK IN HUN MIDDEN….
dat ervaren gehuwden
die dat met elkaar gaan vormgeven en ervaren:
ze gaan aan het delen:
hun smart— en dan wordt die half
hun vreugde — en dan wordt die dubbel.
Dat geldt ook voor ons als wij samen zingen en bidden.
Je bent samen sterker dan alleen
en je moet het ook bijhouden, je kerklidmaatschap,
want wij zijn wat betreft het volharden in onze idealen,
verantwoordelijk voor elkaar.

We zijn ook als het niet lukt
verantwoordelijk voor elkaar.

Vandaag gaat het in het evangelie uitdrukkelijk over onze fouten
en hoe daarmee om te gaan.
Het komt neer op samen de bokken die wij schieten te bespreken;
en niet alles alleen maar aan God over te laten.

Gemakkelijk zeggen wij: God vergeeft ons wel
maar het is wel zaak om voor we dat zeggen
eerst zelf aan de gang te gaan
om te proberen onze relaties beter te maken,
anders gezegd: ons bekeren.

Rabbi Boenam:
´De grote schuld van de mens is niet de zonden die hij begaat,
-de verzoeking is sterk en zijn kracht maar klein ! –
de grote schuld van de mens is,
dat hij ieder moment kan omkeren en het niet doet.

Dat kan ik zelf niet alleen, daar heb ik andere mensen voor nodig
en als het al zin heeft om over God te spreken,
dan kan dat nooit achter de rug van mensen om.

Daarover hoorden we uitdrukkelijk spreken
in het evangelie…
er wordt verteld hoe je iemand moet wijzen
op zijn fouten, zijn zonde.

En dat is nou net een terrein
waar wij niet zo goed raad mee weten.
Ik schaamde mij wel een beetje
toen in de oude Bavo na het oecumenische middaggebed
eens iemand tegen mij zei:
Wat goed dat jullie in de kerk de biecht hebben.
Je bent dan niet alleen met je fouten en kunt ze uitspreken.

Hadden wij de biecht maar meer zo gezien en beleefd:
een zegenrijk sacrament:
De biecht op zichzelf is zo gek nog niet:
de biecht kan je bevrijden van schuldcomplexen
en jou persoonlijk nieuwe kansen geven.

Mij gaat het er nu om, eens uitdrukkelijk vast te stellen
dat we elkaar nodig hebben.
Ook om onze fouten samen te overwegen
-zoals het evangelie van vandaag zegt-
maar vooral om samen te horen dat we toch verder kunnen
als we alles doen om ze op te lossen.

Daarom heet de biecht tegenwoordig: ‘sacrament van de verzoening’
dat staat voor: het geloof in God belijden die iets,
neen die alles in de mensen blijft zien.
Zo worden wij uitgenodigd in het voetspoor te gaan
van Jesus die de mensen oproept uit de kringloop
van wantrouwen en haat te ontsnappen.

Het lijkt gekkenwerk die oude idealen te koesteren
maar het is volgens mij de enige mogelijkheid om de wereld te redden.
Het blijven koesteren van grote idealen
waarvan de vervulling verder weg lijkt dan ooit is een grote uitdaging.
Kijk hoe hoog de nood van de mensheid gestegen is.
Kijk hoe moeilijk het is het wantrouwen tussen de mensen te slopen.
Maar zie tegelijkertijd ook hoeveel mensen zoeken naar zingeving.
Kerken zijn nodiger dan ooit.

Bidden we voor deze arme wereld
waar we zelf deel van uitmaken
maar blijft u in `s hemelsnaam regelmatig hier komen
we kunnen het woord dat ons wordt doorgegeven
en het sacrament dat ons wordt aangereikt, niet missen.

Het is niet erg als wij niet aan onze idealen toekomen
als we fouten maken en wij zelf aan de vervulling ervan niet toekomen
maar het is wel erg als wij inzakken in lusteloosheid…
van de kleine bijdragen van ieder van ons
aan de opbouw van Gods nieuwe wereld
hangt de toekomst van deze aarde af.
Paulus zegt dat in zijn brief aan de christen van Rome
op een onnavolgbare manier:
zorg dat gij niemand iets schuldig zijt.
Uw enige schuld aan de ander blijve de onderlinge liefde.

Zo zij het AMEN

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

3 september: Een nieuwe uitdaging!

[print]

22e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jeremia 20,7-9

  • Romeinen 12,1-2

  • Matteüs 16,21-27

Als Jesus aan zijn vrienden uit gaat leggen wat Hem te wachten staat
als Hij zijn zending consequent gaat volgen,
door duidelijk te verklaren dat Hij gemarteld gaat worden,
is Petrus, die eerst zo dapper zei: ‘JIJ BENT DE ZOON VAN GOD’
en als de kippen bij om te zeggen: DAT NOOIT.
Met de beste bedoelingen denk ik roept hij uit:
‘DAT MAG U NOOIT OVERKOMEN’…
Ja: hij haalt er zelfs heel vroom Onze Lieve Heer bij:
‘dat verhoede God’ zegt Petrus…
als goede vertegenwoordiger van alle mensen met zogenaamd gezond verstand.

En dan komt het.
Jesus reactie is niet: ‘leuk dat je zo bezorgd voor mij bent’
maar: ‘ga weg van mij Satan.’

Het is wel frappant dat we deze hele scene
over Petrus als tegenwerker van Jesus
zo vlak na Petrus’ benoeming tot Paus
(waarover wij de vorige week nadachten) te horen krijgen.

‘GA WEG VAN MIJ SATAN.’
Het zal je maar gezegd worden.

Waarom is Jesus zo fel?
Omdat het Koninkrijk van God alleen maar gestalte zal krijgen op deze wereld
als er mensen zijn die de grote gedurfde dingen en de moedige daden
van de werkelijk door God geïnspireerde mensen niet zullen blokkeren.

Er is alleen maar hoop voor de wereld
als er idioten (ik zet het woord idioot maar liever even tussen aanhalingstekens)
zijn die gedurfde, gekke dingen durven doen.

Mensen als…en vult u dan maar namen in:
Peerke Donders, pater Damiaan, Florence Nightingale,
Bernard Lichtenberg de dwarse plebaan van Berlijn
die als een van de allereersten protesteerde
tegen de pogroms tegen de joden in Berlijn,
moeder Theresa, dom Helder
of misschien wat minder bekend maar wel belangrijk:
jongeren die de wereld intrekken om te werken in de missie,
als ontwikkelingswerker of voor dokters zonder grenzen:
mensen die zich met heel hun wezen wilden en willen inzetten
voor de menselijke waardigheid, voor het leven.

II. Jesus zelf was ook dwars.
Regelmatig lezen we dat familieleden Jesus achterna reisden
en naar hem informeerden.
Ze meenden duidelijk dat Hij te ver ging
en probeerden Hem regelmatig thuis te krijgen…
‘ze zijn er weer uw moeder en uw familieleden’ zeiden de mensen.

Wist Jesus niet wat Hij deed? Was Hij onbezonnen?

Neen, dat was Hij duidelijk niet.
Hij wist wat Hij deed en Hij wist ook wat de consequenties waren.
Dat riep verbazing op en protest.

Johannes de Doper protesteerde al toen Jesus zich met allemaal mensen
die niet gedeugd hadden, wilde laten dopen. Als Jesus alleen in de woestijn is
slaat de twijfel toe en krijgt Hij met zichzelf te maken.
Er wordt verteld over een vreemde figuur die Satan heet
die hem probeert te verleiden en hem aanraadt de gemakkelijke weg te kiezen.

Van wie of wat Satan is hebben wij vaak hele primitieve voorstellingen.
Het woord Satan betekent letterlijk: DWARSLIGGER.

Maar dat is een andere dwarsheid als die van Jesus en de profeten.
Dit is een hele ander soort dwarsligger.
Een dwarsligger die goede en nieuwe plannen tegenwerkt.
Om die te ontdekken hoef je helemaal niet ver te gaan.
Hij zit vaak in je onmiddellijke nabijheid,
in allemaal achtenswaardige mensen die je van grote idealen af willen houden.
Hij zit meestal ook in jouzelf
in je eigen hart, in je eigen lijf, in al je vezels.

III. Petrus was zo ver nog niet…
Petrus die rots moest zijn, rots, man van beneden,
stevig aan de basis; dicht bij zijn Heer.
Petrus kon zijn roeping niet direct aan.
Maar pas op: kijk niet te diep op hem neer.
WIJ zijn die Petrus.
Wij hebben allemaal iets in ons
van de mens die enthousiast is maar moeite heeft met volharding,
de mens die graag op wil komen voor de goede zaak
maar het moet niet te veel kosten.

Toch is er wel hoop voor Petrus en voor ons,
als wij vasthouden aan Hem, onze Heer.
We kunnen het niet volhouden
zonder te denken aan Zijn inzet met heel zijn wezen…

We mogen dankbaar zijn dat Hij zelf
niet hoog en ver wilde zijn
maar nog steeds tot ons spreekt
en ons bemoedigen wil
in de tekenen van Brood en Wijn:
zijn eigenste Lichaam, zijn eigen bloed.

Het is goed dat er dappere mensen zijn:
mensen wier namen ik noemde
mensen die hun roeping serieus hebben genomen.
Het is goed dat ze er zijn om ons te corrigeren.
Maar ze willen ons niet moedeloos maken.

Jesus zal Zijn rijk opbouwen met gewone mensen
die aarzelen zoals u en ik…

‘Gij weg van mij Satan’ mogen wij tot onszelf zeggen:
‘laat mij niet te traag zijn.’

‘Heb goede moed’ zegt Jesus in een van de visioenen van Johannes:
‘ik heb de wereld overwonnen.’
En Paulus zegt: ‘wijdt uzelf aan God toe,
als een levende, heilige offergave,
dan worden jullie nieuwe mensen!’
Wat een uitdaging!

God geve ons volharding en vreugde
bij de taak die op ons rust
op de plek waar wij zelf mogen staan.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

27 augustus: God ziet iets in mensen

[print]

21e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 22,19-23

  • Romeinen 11,33-36

  • Matteüs 16,13-20

Het is aan buitenstaanders niet uit te leggen
of, laten we zeggen, heel moeilijk uit te leggen,
wat het geheim is van het geloof.
Een gelovig antwoord is:
‘God ziet toch iets in mensen.’
In de kerk zingen wij bijvoorbeeld:
‘Hier wordt een huis voor God gebouwd,
waar mensen samenkomen
en waar Hijzelf aanwezig is, om onder ons te wonen.’

Het gaat in de verkondiging van deze zondag
over de leerlingen van het begin, onzeker aarzelend
maar ook om onszelf
en om de troostrijke wetenschap
dat God geen supersterke gelovigen uitkiest voor zijn ‘keurkorps’
maar ons, gewone, hele gewone mensen.

Iedere leerling, ieder mens die poogt te bouwen aan Gods vrede
is een schakel in de keten van de geschiedenis van God met de mensen.
We hebben dat gisteren ook gezegd
toen wij met zeer velen echt aandacht besteedden
aan een door de vliegramp omgekomen Haarlems gezin
dat hier nog de kinderkerstdienst had bezocht:
allemaal unieke mensen, u zag hun foto’s hier in de kerk
wier aardse geschiedenis plotseling is afgebroken.

Ieder mens is een onderdeel van de geschiedenis,
dat geldt bijzonder voor Petrus, een hele belangrijke man in de kerk.
Misschien bent u wel eens in Rome geweest
daar staat een supergrote kerk: de Sint Pieter.
En in de koepelrand staat geschreven:
‘Jij bent Petrus (dat betekent rotssterke man)
en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen.
Het is de tekst die vandaag gelezen is.
‘Jij bent een rotssterke man, jij bent Petrus..’
was Jesus een beetje in de bonen of zo?

Wist hij niet hoe zwak Petrus eigenlijk was?
Hij zou Jesus tot driemaal toe verloochenen;
trouwens al zijn vrienden waren ook niet geweldig:
ze holden angstig weg toen Jesus gevangen genomen werd.
Mooie vrienden zijn dat!
Het geheim wordt een beetje onthuld in de bijnaam
die Jesus, voordat hij Petrus als eerste paus benoemt, gebruikt.
Petrus, Simon, wordt met nadruk ‘zoon van Jona’ genoemd.
U kent Jona toch? De man die van zijn roeping wegvlucht;
hij moet naar Ninive maar gaat mee met een bootje naar Spanje,
precies de verkeerde kant op.
Petrus, zoon van Jona, -zegt Jesus met nadruk-
zoon van de wegloper, de vluchteling, de zwakke
die zo in het duister tastte.

Als er staat dat de muil van het dodenrijk
de kerk van Petrus niet zal kunnen verslinden
-en dan denk ik ook even aan de walvis die Jona opslokte
maar hem redde door het keurig uit te spugen aan de kant-
als er dus staat dat de muil van het dodenrijk
de kerk van Petrus niet zal kunnen verslinden
is dat niet iets om mee op te scheppen tegenover anderen.
Neen, het is een belofte van Gods onvoorwaardelijke trouw
aan zwakke mensen.

De sleutels van het Koninkrijk worden hem in handen gegeven
net als aan die brave Eljakim uit de eerste lezing.
Sleutels die deuren openen die anderen niet kunnen openen
en deuren sluiten die anderen niet kunnen sluiten.
De kwetsbare mensen, die op God durven vertrouwen
zullen de deuren sluiten van de arrogantie en de haat
en deuren openen van liefde en trouw.

In de wereld hebben zij een bijzondere roeping
die taak te volbrengen namens en voor de anderen.
Jesus kan met zulke zwakke mensen,
(met ons dus) toch veel voor elkaar krijgen.

Dat we soms toch sterk en betrouwbaar kunnen blijken
hebben we niet aan onszelf te danken maar aan de steun van God.
Als Petrus in een helder ogenblik tegen Jesus zijn credo uitzegt:
‘Waarlijk U bent de Zoon van God,
relativeert Jesus zijn prachtige belijdenis direct door te zeggen
dat hij dat niet uit zichzelf heeft:
‘Niet vlees en bloed hebben je dit geopenbaard
maar de ‘Vader in de hemel’, die onze Supporter is.

Temidden van de mensheid
bevindt zich nog steeds de gemeenschap van Petrus,
de kerkgemeenschap rond de ene man in Rome.
Paus Franciscus heeft nu, al is hij ouder dan 75 jr.
dapper die taak op zich genomen.
Die tekst die ik noemde en die boven in de Sint Pieter
waar de witte man voorgaat geschreven staat:
‘Jij bent Petrus en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen’
is geen tekst om mee op te scheppen
maar een prachtige geloofsbelijdenis in het werk van Gods Geest
die de man die de pauselijke zetel bezet
en de mensen rondom hem zal bijstaan.
De jongeren die hem toejuichen,
in Zuid Amerika, in Korea
in een onzekere tijd.
Maar hij brengt hoop aan mensen
die nog niet weten wat het leven hen brengen zal,
en ook aan ouderen, soms teleurgesteld, maar nu weer hoopvol.

Van alle Pausen is bekend hoe zij altijd vroeg op staan,
om, dan nog even alleen, te bidden
-van Joannes Paulus II is bekend dat hij dat
tot in zijn allerlaatste levensmaanden deed.
Zo laten zij zien dat het hen niet om hun eigen zaak gaat
maar om de kracht van God die hem op de been houdt.

Van de zieke en gehandicapte Paus, Johannes Paulus II
zeiden de mensen wel eens: ‘hij moet aftreden’
maar hij wist: hoe zwakker de Paus….
hoe beter het werk van God tot zijn recht komt.

Petrus, de rotsman kreeg zijn opvolgers:
al meerdere honderden.
Er waren veel zwakke schakels in de keten;
er waren in de tijd van Luther zelfs pausen
die we nu corrupt (of erger) zouden noemen.
De TV serie over de Borgheses laat ons dat allemaal zien.

Maar God is getrouw gebleven aan zijn volk onderweg,
dankzij of ondanks de Paus van die dagen.

Wat zegt de lezing uit de Romeinenbrief dat prachtig:
‘O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis!
Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen,
hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Wie kan loon vragen
voor alles wat God ooit aan hem heeft geschonken.’

Ondoorgrondelijk geheim dat Jesus gezegd heeft:
‘Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen.’
Ontelbare keren is deze tekst in Rome en daarbuiten gelezen
als een overduidelijke bevestiging van het pausschap
zoals dat op dat moment vorm had gekregen.
Petrus zou er van staan te kijken als hij kon zien
hoe er in latere eeuwen over deze rots-tekst gediscussieerd zou worden.

Hij zou ons uitleggen dat de ‘op jou, Petrus, zal ik mijn kerk bouwen’
juist betekent dat hij, Petrus het niet te hoog in zijn bol mag hebben
en ook zijn opvolgers niet.

Petrus zou ons uitleggen dat Hij van Jesus geleerd heeft
dat hij er mocht zijn ondanks zijn eigen zwakheid
of misschien wel juist dankzij de eigen zwakheid
omdat daarin Gods grote daden het beste uitkomen.

En de rest van het volk van God, wij, christenen van het jaar 2017
mogen dat ook goed beseffen:
de wereld van vandaag heeft geen behoefte aan sterke helden en heldinnen
maar in gewone mensen die met taaie volharding aan de basis,
op de rotsbodem (Petrus is een rots, geen top van een Piramide )
beneden dus, doen wat hun te doen staat.

Weet dat je een gewone, onnutte dienstknecht bent
die toch nodig is op de plaats waar hij werkt
omdat God van ons houdt.
Weet dat ieder van ons er mag zijn
en in alle bescheidenheid en dienstbaarheid,
anderen tot zegen en troost kunt zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

20 augustus: Er zijn voor de anderen

[print]

Twintigste Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 56,1.6-7

  • Romeinen 11,13-15.29-32

  • Matteüs 15,21-28

Gisteren een leuk gesprek ter voorbereiding op een doop.
Ik was nog steeds ontsteld over de aanslag in Barcelona:
een jong stel… heel vrolijk.
‘Ik weet tenminste dat geloof belangrijk is om vol te houden’ zei zij
en hij –een gespierde atleet leek hij wel-:
‘Ik vind het belangrijk mij weer aan te sluiten
bij mijn geloofstraditie’ toe maar. Hij zei echt: ‘geloofstraditie.’
Hoe komt hij er op.
En ik maar denken dat we als kerken zo vaak onhandig zijn en fouten maken.
‘Ja, ik interesseer mij ook voor historie’ hij weer:
‘heb de serie over de Borghesepausen gezien’.

Nou dat was nog eens een stelletje.
Op de voorgevel van de Sint Pieter staat hun naam.
Toen we er met ons koor waren en Mgr. Punt die naast mij stond er op wees
zei hij: ‘die naam moeten zij er af halen.’

Maar hij staat er nu eenmaal.
De les van al deze dingen:
christenen maken fouten, de kerk is niet volmaakt
maar tegelijkertijd weten wij. Mgr. Punt, de doopouders en ik
dat diezelfde kerk die fouten maakt ook het allermooiste te bieden heeft
dat een mens kan vinden:
het geloof in God die mijn leven de moeite waard maakt.

Als Jesus door het land Israël gaat
komen er allerlei mensen op hem af.
Van het oude volk Israël
maar ook anderen: het heil is voor joden en heidenen.

Enkele pagina’s voor de evangelietekst van vandaag
staat het verhaal van de broodvermenigvuldiging:
Er bleven toen twaalf manden over
dat verwijst naar de twaalf stammen van Israël
en hun twaalf manden met broden in de tempel.
Jesus wil het volk Israël kracht geven.
Er is nog een ander verhaal is over een broodvermenigvuldiging in het evangelie;
daarbij blijven er vier manden over
en dat dat verwijst naar de vier windstreken,
en naar alle andere volkeren die daar wonen
en die ook door de God van Israël gespijzigd zullen worden.

Tussen die twee spijzigingsverhalen door vertelt Matteüs ons vandaag
het verhaal over een heidense vrouw
die ook door Jesus geholpen wil worden

Dat de zegen van het geloof voor de joden is, is bekend
maar mogen die heidenen er ook van genieten?
De verbazing daarover wordt serieus genomen
in het verhaal van vandaag uitgelegd.
In onze oren klinkt het allemaal wat vreemd
Jesus beantwoordt het verzoek om hulp van een heidense vrouw
in eerste instantie met de harde opmerking:
‘Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van Israël gezonden.’
Nog erger wordt het als Jesus zegt: ‘Het is niet goed
het brood dat voor de kinderen bestemd is, aan de honden te geven.’

Wonderlijk genoeg is de vrouw niet boos of teleurgesteld
maar vult ze Jesus’ uitspraak aan door te zeggen:
‘maar de honden mogen wel van de kruimels eten
die van de tafel van hun meesters vallen.’
Daarmee stelt ze zich open voor de bijzondere openbaring van God in Israël
en komt via die weg haar eigen verlossing in zicht.

Ze heeft de Davidszoon aangeroepen, de Messias,
en daarom moet haar ook iets van de overvloed toevallen
van de Messiaanse maaltijd.
Ze had volgehouden en later zal haar geloof
door Jesus worden geprezen.

Dat de andere volkeren er bij horen, komt ook naar voren in de eerste lezing.
Het gedeelte dat vandaag gelezen wordt dateert uit de tijd
van de terugkeer uit de ballingschap en de wederopbouw van de nieuwe tempel. Een nieuw begin voor een kleine groep teruggekeerde ballingen.
Die zullen weer op hun trouw getoetst worden aan de Enige.
‘Welzalig de sterveling die het recht onderhoudt,
het mensenkind dat daaraan vasthoudt.’ (vs. 2)

Jesaja bemoedigt zijn eigen volk: de eigen kern.
‘Houd vol’ lijkt hij te zeggen,
naar ons vertaald:
‘wanhoop niet kleine kerk,
wees trouw aan je opdracht:

God heeft ons nodig: zo’n eigen kern van getrouwen
die zijn naam hooghouden.
‘Gedenkt de sabbat. Wees trouw aan het woord van de Heer.’

Maar ze/wij dus mogen NOOIT denken dat zij/wij dus de enigen zijn
die door God worden bemind. Anderen zijn zeker zo belangrijk!
‘Laten de vreemdeling en de zwakken,
laten ze alsjeblieft niet zeggen (en laat niemand het over hen zeggen)
dat ze niet inbegrepen zijn in het heil en de gerechtigheid van de Heer. ‘

Het is juist Gods wil dat de joden, de getrouwe gelovigen van oudsher,
er zijn voor de anderen en met name voor de niet zo zekeren
dat ze zich ook kunnen aansluiten bij Gods volk.

We hoorden het in de eerste lezing:
‘De vreemdelingen die de Heer willen dienen
breng ik graag naar mijn heilige berg.
Ik geef hun vreugde in mijn huis van gebed
en hun brand- en slachtoffers zullen mij aangenaam zijn
als zij ze op mijn altaar willen brengen.’
En in later dagen horen we zeggen
dat Gods gebedshuis is zo wijd als de wereld.
In de tempel (‘daar staan de zetels van het recht’, Ps. 122),
er is principieel plaats voor alle volkeren.

En nu ga ik iets ingewikkelds zeggen.
In het verhaal van God met de mensen
mogen wij nooit vergeten dat wij als christenen zelf ook nieuwkomers zijn.
Nooit mogen wij, horend bij die volkeren waar volgens Jesaja ook plaats voor is vergeten hoe het begonnen is, De Samaritaanse vrouw in het Johannes-evangelie zei het al:
‘Ik weet het, het heil is uit de joden’ Joh. 4,22) en

Jesus’ schijnbare onvriendelijkheid tegenover de niet joodse vrouw
is niet bedoeld om haar voor gek te zetten
maar om alle gelovigen van alle eeuwen
niet te laten vergeten dat het heil uit de joden is
en het je als een genade ten deel valt.

Christenen hebben zich tegenover de joden altijd erg arrogant gedragen
hoewel ze nieuwkomers zijn. Het evangelie van vandaag
wil ons tot bescheidenheid te manen: ‘je bent welkom maar weet
dat je eet van de kruimels die van de tafel zijn gevallen.’

Weet dat je welkom bent en dat God van alle mensen houdt:
van de oude getrouwen èn de nieuwkomers: van de stuntelaars en de sterken
van de talentvollen en de minder begaafden:
geloof is een genade die je om niet ten deel valt.

God houdt niet van ons omdat wij zo geweldig zijn
maar omdat met ons, te vaak falende mensen
toch zijn plannen door wil zetten om een nieuwe wereld te scheppen:
een wereld van vrede en liefde ondanks alles.
Wij mogen daar in geloven, en als wij dat niet meer doen wie dan wel?

Houden wij elkaar vast, bemoedigen wij elkaar en troosten wij elkaar.
Het is een eer als we dat mogen doen.

Het is een eer als wij dat ook voor de jonge doopouders
die het fijn vinden weer in te haken bij de oude geloofstraditie
maar ook voor nieuwe gasten.
Laten wij samen zoveel mogelijk mensen in onze stad
en van daarbuiten troost en gastvrijheid bieden!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

15 augustus: Maria-Tenhemelopneming

[print]

Maria-Tenhemelopneming

Schriftlezingen:

  • Apokalyps 11,19a; 12,1-6a.10ab

  • 1 Korintiërs 15,20-26

  • Lucas 1,39-56

Maria verdient vandaag alle eer.
Zij heeft eens haar bereidheid getoond
om moeder te worden van de Messias
door haar antwoord aan de engel ‘Mij geschiede naar uw woord.’
Die uitspraak klinkt in de oren van de moderne mens ouderwets,
maar is dat zeker niet.
Hier is juist sprake van de volle bereidheid
om actief deel te nemen aan Gods vernieuwingsbeweging.

In Lucas 1 dat we vandaag lazen wordt gezegd hoe Maria
na haar bereidheidsverklaring aan de bode van God
naar haar nicht Elisabet toegaat.
Daar brengt ze vreugde en beweging teweeg.
De kleine Johannes in wording sprong op in de schoot van Elisabet (Luc. 1,40),
hij danst net als David ooit danste voor de ark.
Na deze nieuwe beweeglijkheid zingt Maria haar ‘Magnificat’ .
Meer een actie- en protestlied dan een hymne,
waaronder het altaar bewierookt kan worden
zoals tijdens de vespers (het kerkelijk avondgebed) gebruikelijk is.
Het begint als hyme: ‘Hij is machtig, gezegend is zijn naam. ‘
‘Hij zal bevrijden en de macht van zijn arm tonen
zoals hij dat gedaan heeft voor zijn slavenvolk in Egypte.
Zo zal hij ook handelen in onze dagen.’
Maar dan begint het actiegedeelte:
‘Hij gaat de trotsen van hart uiteen slaan;
heersers ontneemt hij hun troon:
rijken stuurt Hij weg!’
De positieve andere kant wordt ook genoemd.
‘Hij verheft de geringen en die hongeren overlaadt hij met gaven.
Waarom?
En dan komt er een prachtig vervolg-.
‘Hij denkt aan zijn verbond met Abraham, ooit gesloten voor altijd.’

Na deze geloofsbelijdenis keert Maria naar huis terug.
Ze is één geworden met Gods plan.
Vieren we dat niet op het feest de ten hemelopneming van Maria?

De Eeuwige heeft maar één plan
en dat is het behoud en het geluk van de mens, van u en van mij.
In de geloofsbelijdenis wordt onmiddellijk
na het noemen van God als almachtige Vader en Schepper van hemel en aarde
de naam van Jesus, Gods zoon, genoemd die om ons te helpen
uit de hemel neerdaalde. En onmiddellijk wordt daarna
de naam van zijn moeder genoemd : Maria.
De menswording waarbij zij een sleutelpositie vervulde
is het hoogtepunt van Gods solidariteit met ons allemaal.

De hele mensheid mag delen in zijn liefde en is
op weg naar een prachtige eindbestemming.
Dat vierden we op de 40e dag na Pasen rond Jesus
die is opgestaan en ten hemel gevaren.
Maar de Hemelvaart van Jesus krijgt zijn vervolg
in wat er met heel de mensheid, de bruid aan zijn zijde, zal geschieden.
Om te beginnen met Maria,
van wie wij zeggen dat zij in haar volle menselijkheid
deel heeft gekregen aan het geluk,
als vertegenwoordigster van alle trouwe mensen
die Gods roepstem beantwoordden.

De tenhemelopneming van Maria betekent niet
dat zij het alleenrecht heeft op die hemel.
Het geheim van vandaag wijst gaat over ons allemaal
geroepen om te leven naar God toe en op weg naar de hemel.
Het roept ons op ons naar Gods koninkrijk te richten.
Met ons hele lichaam, met onze persoon,
met onze talenten kunnen wij nu al
een betere wereld opbouwen, waar meer gerechtigheid is.
Waar de arme – zoals Maria dat zong – zal worden rechtgedaan,
waar de trotsen van hun tronen worden gestoten
en de geringen verheven zullen worden.

In onze lichamelijkheid mogen wij mensen zijn
door en in het lichaam kunnen we
Gods wereld helpen opbouwen,
een wereld die iets meer afglans kan zijn
van wat we in diep geloof de hemel noemen.
Als wij zeggen dat Maria met lichaam en ziel ten hemel opgenomen is
betekent dat: in haar is onze verlossing echt begonnen
en is er meer hoop en vreugde gekomen op aarde.
……………………….
II. In de bange oorlogsdagen van de vorige eeuw
verzamelde zich een groep mensen rond de hoogleraar Miskotte.
Een man die zijn sporen verdiend heeft in de strijd
tegen fascisme en antisemitisme.
In die donkere dagen bezonnen zij zich samen op het moeilijkste boek van de bijbel, het boek van de Openbaring van Johannes.
Bij kaarslicht waren zij bijeen en er zijn notities gemaakt van zijn voordrachten,
verzameld in het boek Hoofdsom der historie.
In het genoemde boek spreekt Miskotte ook
over het gedeelte dat vandaag aan de orde is.
Hij geeft eerst een inleiding.
‘Hier is openbaring in de brede en waarachtige zin Woord Gods,
verkondiging van hart tot hart, die klaarheid schept en tot ordening roept
in alle tijden en omstandigheden.’

Wij zien ruiters passeren door de crisis van de eeuwen,
zij vertegenwoordigen de slechte machten van alle tijden.
In dat boek van de openbaring horen we over nood,
de zielen van de martelaren roepen van onder het altaar vandaan
en we horen spreken over de grootste aardbeving aller aardbevingen.
Maar na alle pijn en angst, gaat uiteindelijk de tempel open
en wordt de Ark van het verbond zichtbaar in het heiligdom.
En op dat prachtmoment verschijnt het teken van de vrouw.’
In de gewone mannengeschiedenis worden vrouwen
meestentijds op de achtergrond van de luidruchtige bestaansstrijd geschoven,
maar nu is er een vrouw, verheerlijkt als hemelvorstin,
bekleed met de zon, in een gewaad van enkel zonnestralen.’
De vrouw in het visioen is zwanger en in barensweeën.
Is zij Israël, de Kerk of misschien zelfs de hele mensheid, die in barensnood verkeert, zoals Paulus dat in een visioen zag? Is zij Maria?
Ze is het allemaal.

Maar er is ook die andere figuur, listig en bedrieglijk met een grote bek.
De draak, de duivel. Over de duivel wordt in de schrift niet gesproken
als was het een zelfstandige tegen-god,
aan wie alle ellende kan worden toegeschreven.
Neen, bedoeld wordt een kracht, een tegenkracht die in onszelf is.
Zo zijn er twee figuren ineen. Enerzijds is er die vrouw
en zij vertegenwoordigt de kerk, zwanger van het goede
maar anderzijds is er de draak, die al klaar staat
om het kind te verslaan zodra het er is.

Miskotte beschrijft de draak als ‘een monster
dat klaar staat om kinderen te doden.’
Hij ziet de draak in de jaren ’40-’45 in levende lijve staan
voor het volk Israël om het te verslinden.
In Auschwitz heb ik het gezien: stapels babykleertjes
van kinderen door gewone mensen, onmensen eigenlijk,
in de gaskamers werden geleid en in de vuurovens geworpen.

Maar de draak heeft niet het laatste woord.
Het visioen van Johannes gaat verder,
en de eerste christengemeente
die zoveel van allerlei draken te lijden had, genoot:
de draak en alles wat de vrouw
(het Godsvolk; de gemeente in verwachting) bedreigt,
wordt neergesmakt en in de diepte van de onderwereld geworpen.

Dat visioen heeft ook Jesus gehad
toen zijn leerlingen verheugd terugkwamen en vertelden
dat zij mensen hadden rechtopgezet, en van bezetenheid bevrijd.
‘Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen’ (Luc. 10,1 8!).

Het feest van vandaag is een feest van belofte en toekomst.
We verzamelen ons rond de vertegenwoordigster van de gemeente,
Maria, ook wel ‘Moeder van de kerk genoemd’.
Mirjam van Nazareth.
Wakker is zij het verbond aangegaan met God.
En ze heeft volhard tot onder het kruis.

De draak had zich toen verzekerd geweten van de overwinning.
Maar God en de zijnen kunnen hem aan,
de draak mag nog zo razen
de kerk, gesterkt door de vrouw kan de onrust aan!
Zij belijdt dat de vrede het winnen zal van de oorlog
en de liefde het zal winnen van de haat:
een nieuwe kern heeft zich gevormd van mensen
die horen bij het Jeruzalem dat uit de hemel naar ons toekomt.

Wij willen toch wel zulke nieuwe mensen zijn
Die kiezen voor het leven en Gods toekomst.
Uw Koninkrijk kome, uw wil geschiede
Op aarde zoals in de hemel.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

13 augustus: In zwakte sterk

[print]

Negentiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • 1 Koningen 19,9a.11-13a

  • Romeinen 9,1-5

  • Matteüs 14,22-33

Bent u wel eens moe? Elia wel, hij was uitgeput.
Hij heeft zijn zending volbracht en gezegd wat er gezegd moest worden.
Ondank was zijn loon en God leek hem verlaten te hebben.
Tot hij, dankzij de kracht die hem vanuit de hemel wordt aangereikt,
(het brood dat een engel hem geeft),
40 dagen en 40 nachten aan één stuk door loopt
(dat doen ze op de hem op de olympische spelen niet na)
en de berg Sinaï bereikt waar het allemaal begonnen is,
het verbond met de weerloze slaven van het begin.

Elia –we ontmoetten hem de vorige week op de berg Tabor!-
mag Gods stem horen. Niet in de storm
(zoals die vroeger waaide om de om de zee te openen),
niet in het onweer (zoals dat op de Sinaï donderde),
maar in een stille bries …
een klein, bijna onhoorbaar teken van Gods stille trouw aan de zijnen.

Vandaag horen we in het evangelie spreken over een bijzondere tocht
van een groepje weerloze mensen.
Ze worden door hun Heer gedwongen zelf het schip in te gaan
op weg naar de overkant.

Er wordt in de evangeliën heel wat gevaren.
Altijd over het meer van Galilea
dat altijd met een groot woord ‘de zee’ wordt genoemd.

Daardoor gaan er heel wat verhalen uit het Eerste Testament meeklinken.
In het boek Exodus werden de elementen al bedwongen
om Gods volk doorgang te verlenen (Ex. 14, 21 e.v.):
‘Mozes strekt zijn hand uit over de zee
en JHWH deed die hele nacht door een sterke oostenwind de zee terugwijken’.

Ooit, toen de leerlingen met hem meevoeren op die zee
had Jesus, als een nieuwe Mozes, zijn hand uitgestrekt
om de gevaarlijke wateren te doen terugwijken en de storm ging liggen;
daarna had hij hen onderricht, zieken genezen
en -zoals wij de vorige week hoorden-
hen en de velen die hem gevolgd waren, gespijzigd.
Vandaag horen we dat Jesus ALLEEN de berg op gaat,
en dan de zijnen op weg zet:
letterlijk staat er in de eerste regel van het evangelie van vandaag
dat Jesus ‘de zijnen dwingt om zelf de zee op te gaan.’

De leerlingen kunnen niet meer terug…
voor Jesus kiezen vraagt moed…
Hun Heer laat, naarmate de leerlingen zich ontwikkelen,
steeds meer aan hen over.

Ze worden zelf steeds actiever ingeschakeld
bij de geschiedenis van het Koninkrijk van God.
Daarom worden ze in dit verhaal nu gedwongen zelf in het schip te gaan.

Het is duidelijk dat in dit verhaal
ook de ervaring van de jonge christenen van later meeklinkt.
Hun Heer is weggegaan, ten hemel gevaren
(‘de berg op om in afzondering te bidden’ staat in ons evangelie)
en nu moeten ze alleen verder.

Ze komen nauwelijks vooruit: er is veel tegenwind (!).
Het schip van de kerk dobbert op de gevaarlijke wateren

net als het schip van Noach
waarmee mens en dier samen Gods verbond binnenvoeren.
Een tweede schip waar we aan kunnen denken is het kleine bootje
(eigenlijk, net als Noach’s boot, een ‘kist’ genoemd)
dat drijft op de doodswateren van de Nijl.
Mozes wordt daarin (zie Exodus 2)
-hij was toen nog niet zo sterk als later
als hij de zee in tweeën splijt- beschermd
en krijgt als hij verlost wordt de naam:
‘degene die uit het water getrokken is’.
Terug naar de leerlingen op zee.

De Heer is schijnbaar ver, Hij is op de berg in gebed.
Maar Hij zal hen niet aan hun lot overlaten.
Plotseling komt Hij aangelopen, over de zee.
Niet om ze de stuipen op het lijf te jagen
maar om ze te bemoedigen.

Alleen bij Matteüs vinden we dan het ontroerende verhaal van Petrus die,
als de Heer zichtbaar wordt, Hem tegemoet wil gaan en zelfs,
– net als zijn Heer- , over het water kan lopen.
Hij is vol goede wil maar zijn geloof is nog niet sterk genoeg.
Hij zakt de diepten in.
En dan geschiedt het teken van Gods nabijheid in Jesus:
Jesus trekt hem omhoog.

Zo wordt Petrus –net als de kleine Mozes ooit- uit het water omhooggetrokken, en zo kan hij, na deze redding,
een goed voorzitter worden van de jonge Messiaanse gemeenschap
en kan hij tot paus benoemd worden (dat horen we over enkele weken).

Mozes had die merkwaardige naam ‘uit het water getrokken’,
(herinnering aan zijn kwetsbaarheid), zijn hele leven,
ook toen hij Gods volk moest leiden, met zich mee gedragen.

Petrus was net zo kwetsbaar
maar zal van Godswege toch de kracht krijgen
om overeind te komen en anderen tot steun te zijn.

Dat is een boodschap van troost
voor een kerk op zoek naar haar identiteit
en voor alle mensen die geloven niet zo gemakkelijk vinden.
De stille trouw van God van het verbond
is de garantie dat geloven mogelijk is.

We horen tot slot van het verhaal dat er in kerk-schip
– net als hier- eerbiedig geknield wordt
en – net als hier- een credo wordt gezegd:
‘waarlijk Gij zijt de Zoon van God’.
Als we als ons koor er is samen het: ‘et incarnatus est’ zullen zingen,
-Hij is mens geworden en heeft onder ons gewoond-
zullen wij ook eerbiedig buigen.
Wij voelen ons een beetje beschaamd
of beter gezegd verrast dat het echt waar is
dat God met ons wankele mensen meegaat.

Meer zelfverzekerde mensen zoals Goethe
hebben moeite met dit verhaal. Goethe zei:
“Zalig degene die wél een onwankelbaar geloof heeft
en die wél zeker is van zijn zaak, die zal nooit bezwijken.’
Hij vindt Petrus’ gedrag een treurig bewijs van ongeloof, waar hij van huivert.

De Heer zelf echter is niet zo streng.
Jesus Messias weet hoe zwak zijn volgelingen van toen en later zijn
en wil desondanks met die wankele gelovigen, met ons in zee.

Een joodse vriend van mij heeft de gewoonte ieder jaar tijdens de Pesachviering een merkwaardig verhaal te vertellen: ‘Toen Israël uit Egypte trok, was dat een geweldig feest. De slaven waren blij dat ze Egypte konden verlaten en gingen verheugd op weg. Zo ook de oude Samuël. Hij deed zijn best het hoge tempo van de stoet bij te houden maar slaagde daarin niet. Toen het volk eindelijk bij de zee was aangekomen ging op Mozes’ bevel de zee open. Enthousiast trokken alle kinderen Israëls naar de overkant … behalve Samuël. Toen hij bij de zee was aangekomen was het pad nog open maar toen hij op de helft was ging de zee dicht. Zo zijn daar – volgens mijn joodse vriend- niet alleen de soldaten omgekomen op die dag maar ook dat ene joodse mannetje dat het allemaal niet had kunnen bijhouden.’ Dit verhaal staat niet in de bijbel, hij had het gewoon verzonnen omdat hij vond dat niet alle mensen gemakkelijk hun geloofsgenoten kunnen bijhouden. In zijn verhaal is de eenling zo kwetsbaar dat hij ten ondergaat.

Twee gedachten kunnen ons in moeilijke situaties overeind houden.
Wij zijn samen kerk, we zijn niet echt alleen: we hebben elkaar.

En mocht er iemand verloren dreigen te lopen,
mocht iemand meer verdriet hebben dan hij of zij alleen aankan
dan zullen wij hem of haar toch helpen?

Dat is één: we hebben elkaar en twee is
de mens die zich aan die God durft toevertrouwen
zal hem als partner naast zich vinden.

In de stilte, onhoorbaar, zacht maar trouw
als de bries die Elia om de oren speelde. Teilhard de Chardin zei:
(het staat op de achterkant van uw boekje): Als iets me in het leven heeft gered
dan was het de stem die tot mij sprak vanuit het evangelie, in het diepst van de nacht: ‘Ik ben er, wees maar niet bang.’
In Te Domine speravi non confundar in aeternum,
vrij vertaald: Op U Heer heb ik gehoopt,
U zult mij nooit in de steek laten.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

6 augustus: Niet bang meer in het donker…

[print]

Achttiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Daniel 7,9-13

  • 2 Petrus 1,16-19

  • Matteüs 17,1-9

Kort na Jesus lijdensaankondiging
horen we vertellen
over zijn tocht met zijn vrienden
de berg Tabor op.

En daar horen zij
een bijzonder gesprek.
Een verslag van een ontmoeting.
Zoals de paus de rabbijnen en de moeftis ooit sprak in Jeruzalem,
en met hen sprak over de weg die
ze samen zullen moeten gaan..
zo spreekt Jesus met de wijzen van vroeger,
met Mozes en Elia
over de weg die Hij zal moeten gaan.
——————————-
Elia was de profeet
die geen gemakkelijke weg was gegaan;
hij had zwaar onder zijn roeping geleden
hij had er de brui aan willen geven:
‘stuur maar een ander maar niet mij.’
Maar God was met hem meegegaan
en toen hij stierf was hij
met een vurige wagen door God naar de hemel gebracht…
niemand had hem ooit nog gezien.

Hij zou terugkomen aan het einde der tijden.
Dat was een joods ge¬loofsgegeven.

Vandaar ook de blijde verbazing
bij de leerlingen als zij Elia zien
die daar met Jesus staat te praten:
dit is kennelijk dat nieuwe begin !

En Mozes staat er ook nog bij.
Ook zijn levensweg was een weg van zorg en pijn:
‘ik houd het niet meer vol’.
Maar God was met hem
en hij mocht zijn volk voorgaan,
dwars door zee en woestijn heen
de vrijheid tegemoet !

De ontmoeting is wezenlijk voor Jesus’ toekomst
hij leert van hem, hij spreekt met hen
maar hij neemt wel een bijzondere positie in!!

Hij is degene die namens de mensheid
een hele bijzondere verantwoordelijkheid zal oppakken.
Wat Hij zal doen zal voor heel de wereld belangrijk zijn
en daarom staat hij in het volle licht.

Een ander licht dan het licht van de schijnwerpers
die op gewone mensen: voetballers of voetbalsters
of andere sterren vallen deze week:
Jesus staat in het goddelijke licht

Jesus, de vriend, beter nog: de geliefde zoon van God
staat daar te glanzen in de hemelse gloria.

Petrus en Johannes
dezelfde leerlingen die later met Jesus meegaan
in de hof van olijven en Jesus daar zullen zien huilen van angst
mogen Hem hier zien in volle heerlijkheid.

Maar die duurt maar even.
Er hangt nu ook, net als in de dagen van Abraham
dreiging in de lucht:
er hangt net als in de dagen van Elia
vijandelijkheid in de lucht
er zal, net als in de dagen van Mozes
nog een zware strijd gestreden moeten worden.

In al de oude verhalen
is er ook een goede afloop:
– Abrahams God is een God van levenden en niet van doden,
– Elia’s God is een God die partij kiest voor Zijn trouwe
volgelingen en die de afgoden beschaamt doet staan:
– Mozes’ God is een God die redt uit slavernij:

Als de ‘spot’ uit is
zien de leerlingen niemand meer
dan Jesus alleen..
het is kaal en ellendig
ze staan er weer alleen voor
alles is weer gewoon…
maar Jesus legt zijn hand op hun schouders:
‘vrees niet.’

Boven op die berg hebben zij even aan het geheim geproefd
even is hun een tip van de sluier opgelicht:

God is een God van levenden en niet van doden:
Hij is de God die niet ver wil zijn
maar die met mensen meetrekt
overal dwars doorheen.
—————————-

Het zal nog een moeizame weg zijn
die Jesus als voorganger zal moeten volgen.
De weg de hof van olijven in en verder
de leerlingen werd het soms te veel.

Het is nog een moeizame weg die wij mensen
zullen moeten volgen:
niemand van ons kent het geluk dat ons wacht
maar niemand van ons weet ook welke zware dingen
er nog van jou gevraagd zullen worden
…………………..
niemand kent het verdriet en de pijn
die je mogelijk nog moet meemaken
maar-en dat staat zo mooi in de huwelijksliturgie
waarop sommigen zich hier al weer op
aan het voorbereiden zijn-
ons leven zal menselijker,
onze volhardingskracht sterker
en onze liefde milder zijn
als wij willen gaan in het voetspoor van Jesus Messias.

Wij zijn samen op weg, mensen die het gemakkelijk hebben,
mensen die het moeilijk hebben.

Soms worden ons momenten van troost
als daar op de berg Tabor gegund:
en er zijn meer hoogtepunten, gelukkig…

maar ze kunnen alleen maar hoogtepunten zijn
omdat we weten dat in het gewone leven van alle dag
er een vriend is die met ons meegaat
die ons niet loslaat:
die heeft gezegd: IK ZAL ER ZIJN
alle dagen.

De meest troostrijke boodschap van ons geloof is:
in dat gewone leven,
ook als het grauw lijkt en saai, is Hij bij ons aanwezig,
gaat Hij met ons mee, vandaag en alle dagen.

Ondertussen bidden wij

Wees Gij de zon van mijn bestaan..
dan kan ik vrolijk verder gaan
tot ik U zie o eeuwig Licht
van aangezicht tot aangezicht!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

30 juli: De parel ligt voor het oprapen

[print]

Zeventiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • 1 Koningen 3,5-12

  • Romeinen 8,28-30

  • Matteüs 13,44-52

Wat hebben mensen voor idealen?
Een betere wereld. Hoe krijg je die?
Sommige fanatieke moslims willen voor een wereld
naar hun ideeën ingericht als Moslim-martelaars sterven.
Hun rouwende familie troosten zich dan met de gedachte dat
hun zonen of broers in het hemels paradijs
een beloning voor hun heldendaad ontvangen.
Anderen, Karadzic, Mladicz en Hadzic offerden duizenden andere mensen op
voor het precies omgekeerde ideaal:
een rein, volmaakt christelijk Servië, moslimvrij.
En dan was er nog ooit een man met een dolgedraaide geest
die in Noorwegen tientallen mensen de dood injaagde
omdat hij waanideeën had over een nieuw, rein en vroom Noorwegen.

Er is dringend behoefte aan correctie van al die malle zelfverzonnen idealen.
De verhalen van vandaag spreken over een betere bezieling:
het je werkelijk laten leiden door de Heilige Geest.

Salomo was nog jong maar zijn naam glansde al direct:
Salomo: man van sjalom, koning van de vrede.
Maar hij laat zich door zijn succes niet van de wijs brengen.
Hij zoekt contact met God en hij krijgt het..
God spreekt met hem als met een vriend.
Salomo is een jonge koning…en dat beseft hij. ‘Ik ben nog maar een knaap.’
Omdat hij die bescheidenheid kan opbrengen
door werkelijk naar God te willen luisteren
daarom kan God met hem werken.
God is een soort Supporter van hem met een hoofdletter.
‘Vraag wat je hebben wilt’’ zegt de Heer, ik geef het jou.’

We kennen vele verhalen over mensen die wensen mogen doen
altijd gaat het verkeerd omdat ze niet het goede vragen.
Wat zou een koning vragen? Macht over anderen, geld… zulke zaken.

De jonge mensen in het verre of nabije oosten
zochten het Paradijs maar op een verkeerde manier.
Gefrustreerde machtige lieden zochten eeuw in eeuw uit ook het verkeerde.
Hitler en Karadzic waren allebei gefrusteerde dwalers.
Ze vroegen de macht ze kregen de macht
want mensen waren zo stom om hen die macht te geven,
duizenden en duizenden kostte dat het leven.

Terug naar Salomo.
Salomo vraagt niet om macht,
niet om geld, niet om rijkdom
hij vraagt zelfs niet om gezondheid
maar om het allerwezenlijkste:
hij vraagt 1) om een ‘luisterend hart’ dat goed verstaat,
2) om een hart dat wijs is
en 3) een hart dat goed onderscheiden kan.

1) Om met het eerste te beginnen:
een luisterend hart. Een hart dat hoort.
Hoort naar het woord van God
zoals dat op hem en ons af komt vanuit de hemel
maar ook vanuit wat andere mensen zeggen om ons heen.

In het gewone leven tussen mensen
blijkt het niet kunnen luisteren een groot,
heel groot probleem te zijn.
Hoe vaak spreken wij niet van ‘misverstanden’ tussen mensen?
Als mensen elkaar goed verstaan .. is er al veel gewonnen
en als ze God willen verstaan
komt er werkelijk een nieuwe wereld in zicht.

2) Als je naar God en de mensen met je hart wilt luisteren
hoor je ook wat je te doen staat.
Dat is het tweede waar Salomo om vraagt…
een wijs hart.
Om dat te begrijpen wat dat met doen te maken heeft
moet je uit Amsterdam komen
dan ken je de hebreeuwse vertaling van het woord wijs
en dat is goochem:
dat woord heeft met doen te maken:
handig zijn, iets nuttigs kunnen doen.

3) Het derde waar hij Salomo als jongeman om vraagt
is een hart dat onderscheid kan maken tussen goed en kwaad.
De gave des onderscheids
waarmee je andere mensen kunt helpen
door ze te adviseren wat goed is en wat niet
en ze te helpen hun hart te richten op de wet van God.

De gave des onderscheids om zelf te weten
wat een opgeklopt waanidee is
en wat de echte wil van God of Alla is.

Salomo wordt,
– hij was nog geen twintig toen hij deze wensen uitsprak-
een nog jonge maar goede koning:
een mens waar God mee werken kon:
een soort Jesus nog voor die geboren werd
een zoon van belofte.

Van Jesus zelf horen we vandaag drie gelijkenissen.
De eerste gaat over een akker waarin een schat verborgen is,
de tweede over een parel die een koopman ontdekt.

Zowel de landbouwer als de koopman
zoeken naar het echt waardevolle:
ze verkopen alles wat ze hebben
en kopen die akker, die parel.

Om goud en zilver of soms nog wel over minder
maken mensen ruzie (bij een erfenis!)
maar het woord des Heren dat kostbaarder is dan zuiver goud
(psalm 19 vs.11)
is datgene waar het werkelijk om gaat.

In de derde gelijkenis wordt gesproken over een visnet
dat in de zee geworpen wordt. Door wie ?

Als in de joodse geschriften
(het Nieuwe Testament is een joodse geschrift!)
het hulpwerkwoord ‘wordt’ klinkt wordt er verwezen
naar Israëls Heilige. God die achter alle dingen zit.

Met ‘het net wordt uitgeworpen’ is dus bedoeld:
‘God werpt Zijn net uit.’ Hij is degene die verzamelen wil.

In een van de tafelgebeden die wij bidden
staat het zo: – het klinkt in mijn oren een beetje komisch –
‘altijd blijft Gij bezig U een mensenvolk te verzamelen.’

God is altijd op zoek naar mensen
die met Hem mee willen doen rond Zijn woord
(goede vissen)
mensen met een luisterend hart,
die willen doen wat hun te doen staat
en die weten wat goed is en wat niet.

Dat akelige slot over die vissen die weggeworpen worden.
(een detail dat ons doet huiveren) vertelt Jesus alleen maar
opdat wij de waarde van het luisteren naar Gods opracht
sterker zullen beseffen.
Hopelijk zijn wij die mensen niet-
die niet luisteren naar de roepstem van God of de naaste,
die geen keuzes maken of de verkeerde keuzes.

III. Jesus besluit met deze parabels zijn apostelrede:
zijn toespraak tot zijn leerlingen
waarin Hij hen wil mobiliseren en aktief maken.

Zelf is Hij bij uitstek de mensenzoon met een luisterend hart,
zelf is Hij bij uitstek degene die weet wat Hem te doen staat,
zelf is Hij bij uitstek degene die het verschil weet tussen goed en kwaad….
de nieuwe Salomo, de koning van de vrede.

Aan ons de taak om op hem te gaan lijken,
onze werkelijke roeping te ontdekken;

die schat ook te vinden.
en net als de kooplieden uit het evangelie
alles op alles te zetten,
alles te durven verkopen .

Wij worden uitgedaagd
ons leven werkelijk te richten op Hem
die ons uitnodigt van Hem te zijn.
De Eeuwige, de Enige, die ons wil inspireren en bemoedigen
die ons trouw blijft over de dood heen..

We hoeven overigens niet zo ver te zoeken,
het woord des Heren is dichtbij:
in je eigen hart
je kunt het gaan volbrengen.

Er valt veel te doen dichtbij in je eigen omgeving
maar ook aan de opbouw van de nieuwe wereld zal nog veel moeten gebeuren,
in Europa, in Afrika en Azië en Amerika en waar niet.
En dan geldt alle hens aan dek!
Niemand kan gemist worden, allemaal zijn we nodig.
Oud, jong, gehuwd, ongehuwd.

Gaan we dan gauw op zoek,
naar onze eigen kostbare parel, de eigen schat,
onze eigen taak.

Wat je echt gelukkig maakt
is de ontdekking van je eigen roeping.
Het kostbaarste wat je hebt als mens kunt vinden is
het weten waartoe je geroepen bent door God
die jou, juist jou, nodig heeft.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor