• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Category Archives: Preken

16 juli: Hij laat ons niet aan ons lot over

[print]

Vijftiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 55,1-10

  • Romeinen 8, 18-23

  • Matteüs 13,1-23

Er is een bekend gedicht van een Nederlands dichter
dat in de gebedsvorm gegoten is.
De dichter klaagt daarin hoe moeilijk het leven is,
en wat voor een vreselijke dingen er kunnen gebeuren.
Hij worstelt met zijn eigen drankzucht en zijn eigen driften
maar het gebed/ gedicht is vooral bekend geworden
door de laatste regel.
Daarin vraagt de dichter zich een beetje brutaal biddend af:
‘God, dat Koninkrijk van U, wordt dat nog wat?’
Een zeer herkenbare vraag
al zullen andere mensen hem niet zo direct verwoorden.

Gistereochtend dachten we dat ook:
een jonge vader van 41 jaar moesten wij uitdragen,
zijn vrouw en vier kleine dochtertjes blijven achter.
Waar is God? Kan dit zomaar, wordt het nog wat in deze wereld?

Geen dwaze vraag:
Niet voor niets bidden we in het Onze Vader
dat we al bijna 2000 jaar bidden wij met Jesus
-en Jesus sluit met die bede aan op nog oudere joodse gebeden-
UW KONINKRIJK KOME.
En een soortgelijk joods gebed voegt daar aan toe: IN ONZE DAGEN!

Het is triest om te zien
hoe sommige mensen vaak door teleurstellingen heen
de moed verliezen en vermoeid en verbitterd
zich terugtrekken in een burcht van droefheid, eigen gelijk en passiviteit.

Het allerergste is het echter als,
en helaas gebeurt dat maar al te vaak
ook bij jonge mensen in onze dagen-
de moedeloosheid vervalt tot wanhoop.
Het heeft geen zin meer dat ik op aarde leef,
het heeft geen zin meer dat ik mij inzet,
het heeft geen zin meer dat ik er ben.

Als Jesus rondloopt in het Galilese land gloort er hoop !
Het evangelie van vandaag vertelt
dat hij zijn huis, in Kafarnaum aan het meer, verlaat
(leuk dat we iets horen over zijn huis).
Hij gaat op weg maar er zijn er zovelen die hem volgen
dat hij haastig wegvlucht in een bootje.

Hij vaart daar even het meer mee op
niet om de mensen in de steek te laten maar
om vanuit zijn bootje (een hele bijzondere preekstoel)
te gaan spreken tot de mensen die amphitheatergewijs
aan de kant staan.

Hij geeft ze hoop en spreekt met hen over een nieuwe wereld
die Hij vanuit zijn bootje al werkelijkheid ziet worden
in al die mensen naar wie hij kijkt.
Het lijkt wel of hij ook al een beetje naar ons kijkt
en dat Hij al onze problemen van vandaag al aanvoelt.

En hij gaat dan spreken over een zaaier die uitgaat om zijn zaad te zaaien.
‘Het Koninkrijk van God lijkt daar op’ zegt Hij
en Hij gaat het omstandig uitleggen.
Hij gaat uit van de oude geloofstraditie
waarin gesproken wordt over het Woord Gods als een zaad
dat wordt uitgestrooid in de aarde.

‘Het woord van God klinkt nooit tevergeefs’
had de profeet Jesaja al gezegd -we hoorden die tekst vanmorgen-
‘het zal nooit zonder gevolgen blijven.
Het drenkt net als een malse regenbui de aarde en zie er is leven.

Jesus zegt, trouw aan de boodschap van de profeten:
‘Het gaat met de groei van het Koninkrijk Gods
net als met een zaad dat in de aarde valt.’

Het wordt uitgestrooid dus ..moet het opkomen.
Want zaad komt op
zelfs al slaapt de boer.

Of het klein is of groot is niet belangrijk:
kleine zaadjes kunnen grote bomen worden.
In de preekstoel van onze Bavo is dat geheim uitgebeeld,
jammer dat we niet op de Televisie zijn.

Het zaad is goed: het woord van God is getrouw
maar de grond… en nu komt het: die moet wel goed zijn.
Die grond zijn wijzelf.
Als de grond goed is, als wij goed zijn, ontvankelijk
kan de groei van Gods Koninkrijk doorgaan.

De groei van het zaad hangt af van de kwaliteit
van de akker waarin het valt.
WIJ zullen die akker moeten zijn…
ontvankelijk, open, van goed wil.

Dat Koninkrijk wordt het nog wat
waar blijft het toch….
De Schrift leert ons:
je zult niet ver hoeven te zoeken
‘je zult niet naar de overkant van de zee hoeven te gaan
of ook niet hoog naar de hemel te klimmen
om het te gaan halen’
– en nu ben ik Mozes aan het citeren – :
‘het is bij jou in je eigen hart gezaaid’
het komt in je.. en zo kun je het Koninkrijk van God helpen nabij te komen.

Dat precies bedoelt Jesus als Hij zegt:
‘Het Koninkrijk is midden onder u.’

Terug naar het zaad:
Toch wel ontroerend
dat het woord van God vergeleken wordt
met zo iets kleins en kwetsbaars als een zaad.

Over dat zaad wordt nog meer gesproken in de schrift
niet alleen dat het verstikt wordt of gekwetst
maar ook dat het in de grond als het ware sterven moet.

Dat werd in Jesus, Gods eigen woord, Zijn allerbeste zaad-
meer dan ooit werkelijkheid:
Zijn hele bestaan was er op gericht zichzelf te offeren
zichzelf te geven aan Zijn levensopdracht,
en als het beste zaad dat er ooit bestaan heeft
in de grond te sterven en vrucht voort te brengen,
honderd, zestig, dertigvoud,
en mischien, ja heel misschien geldt dat ook voor het leven
van die jonge vader die we gisteren uitdroegen.

Een wetenschapper vertelde mij eens
dat er in de natuur niets verloren gaat.
Ieder blaadje dat van de bomen valt en wegrot
wordt een belangrijk onderdeel van een nieuw levenbrengend proces;
geen waterdruppel valt op aarde of hij drenkt de planten
die weer leven geven aan onze atmosfeer.

En dat, durf ik deze morgen te verkondigen,
geldt ook voor alle positieve krachten
die er worden opgebracht. Ieder lief woord
of ieder hulpvaardig gebaar,
ieder teken van liefde, hoe klein ook
maakt deel uit van Gods grote geschiedenis van het Koninkrijk.

Gelukkig gelukkig valt het zaad ook in onze dagen soms,
neen vaak, in goede grond.
Gelukkig zijn er ook nu mensen die willen luisteren naar hun levensopdracht
en is er die verborgen groei die doorgaat
binnen de kerk, buiten de kerk ondanks alles……….

En ook dat sterven in de grond gaat door:
er zijn mensen die zich geven
met heel hun wezen aan hun taak, hun levensopdracht
er zullen mensen sterven als zaad in de grond….

Dan, dan alleen is er de belofte
dat de goede oogst zal komen
de nieuwe wereld
het glorieuze resultaat
van die wonderlijke samenwerking tussen God en ons
het Koninkrijk is dan echt gekomen.
Met onze koren zingen we die nieuwe wereld naar ons toe:

God alles in allen.
Zo moge het zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

9 juli: Je last dragen

[print]

Veertiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Zacharias 9,9-10

  • Romeinen 8,9.11-13

  • Matteüs 11,25-30

‘Neemt mijn juk op de schouders
en ik zal u rust en verlichting schenken’

Een last opgelegd krijgen….
en dat moet je dan nog leuk vinden ook.
Een last dragen leuk vinden lijkt goed te passen
bij een bepaald soort vroomheid
die niet zo populair meer is:
draag maar, verdraag maar, draag je kruis.

Professor van der Berg, een psycholoog
schreef over een 17e eeuwse heilige
die om dichter bij zijn Heer te komen
zich in een kelder liet opsluiten
en daar graag enige tijd op de koude vloer wilde zitten
met een grote steen aan een ketting om zijn nek.
‘En merkwaardig is het dat deze heilige
-ik citeer professor van der Berg
‘van deze onplezierige en ongebruikelijke bezigheid
niet genoeg kon krijgen.’

Is het christendom werkelijk zo’n geloof van mensen
die allemaal ellende moeten doorstaan
of zichzelf allerlei kwellingen aan moeten doen
om heilig te worden ?

Het antwoord is: u vermoedde het al- gelukkig NEEN.
Wel hoort er bij geloof een heilige onrust…
de onrust omdat je weet
dat er in deze tijd, in deze wereld veel van je gevraagd wordt
en dat is dan dat juk, die last.

Toch neem ik het vandaag een beetje voor die heilige
met een steen om de nek in de kelder op:
ik begrijp waar hij tegen protesteerde!

Je kunt namelijk er ook op los leven
en je nergens iets van aantrekken,
doen alsof er niets aan de hand is in de wereld,
alsof je er zelf niets mee te maken hebt.
Dat gaat een tijdje goed
maar al gauw doet zich dan de vraag voor:
waar leef ik eigenlijk voor,
wat doe ik hier,
wie is er die mij nodig heeft.?

Antwoord: Hij die heeft gezegd
dat Hij het werk van Zijn handen niet loslaat.
Hij verwacht iets van je,
Hij legt je een opdracht op
Daarom spreekt Jesus over
een last,
een juk heet het in het evangelie.
En dat juk mag niet weggeworpen worden.

Het Oude Testament spreekt ook vaak over zo’n juk:
het juk van de Wet, de levensopdrachten zie een mens van God krijgt.
Mozes klaagde wel eens:
‘uw 10 geboden zijn zwaar
maar het ergste is nog
wat ons verder nog overkomt aan ellende
en vooral wat anderen ons om uwentwille aandoen.’

Mozes’ klacht is te begrijpen
gelovigen, mensen die toegewijd leven
worden wel eens zwaar beproefd,
er is geen ander volk als het joodse volk
dat zo moest lijden.

Maar er is een troost:
Zijn klacht wordt gehoord
en serieus genomen door een solidaire en vriendelijke God.
De zwaar beproefde Mozes
krijgt een mooi antwoord:
‘als je het juk van de Tora, de tien geboden draagt,
sta ik altijd aan jouw kant.
je blijft gespaard van de slavernij van de wereldrijken
en je blijft gespaard voor de eeuwige dood. ‘

De mens die onder het woord van God vandaan glipt,
die denkt alleen maar ikke ikke en de rest enzovoorts,
die is een gemakkelijke prooi van de machten om hem heen.
Hij denkt vrij te zijn maar hij zal een slaaf worden
van de Mammon of de goden van macht en geweld.
Die goden zullen hem ongelukkig maken en onvrij.
De heilige wilde daaraan ontsnappen:
zijn methode is misschien niet van deze tijd
maar hij wilde verwijzen naar de noodzaak van de dienst
aan de ene God die ons oproept tot echt leven:
de ene echte God maakt vrij.

Vlak voor het evangelie van vandaag
vergelijkt Jesus zijn verhouding tot de mensen om hen heen
die Hij probeert warm te maken voor Gods Koninkrijk
met wat er op een marktplein gebeurt onder kinderen.
‘Waarmee zal ik de mensen
die niet mee willen doen vergelijken?
Ze lijken op kinderen op de markt
die van andere kinderen te horen krijgen:

we hebben voor jullie op de fluit gespeeld
maar je hebt niet gedanst,
we hebben voor jullie een klaaglied gezongen
maar jullie hebben niet geweend.’

Hij waarschuwt tegen oppervlakkigheid en zelfgenoegzaamheid,
leven met God betekent niet pijnloos leven.
Je zult net als God
het verdriet van anderen voelen.
Je hebt als gelovige, net als God zelf,
geen rust meer in de goedkope zin van het woord…
Wil je Hem dienen dat betrekt Hij je bij alles wat er gebeurt;
en maakt je met de dag onrustiger omdat er veel gedaan moet worden.

Je bent nodig, je bent onmisbaar:
alle hens aan dek
maar zo leidt Hij je naar het ware leven.

Jesus zegt het niet voor niets, namens zijn Vader:
‘Neemt mijn juk op uw schouders’

Jesus zelf droeg ook een juk,
Zijn opdracht, Zijn trouw aan de mensen,
aan ons tot het uiterste toe.

Het juk dat Jesus voor ons de berg opdroeg, het kruishout
heeft ons de ware vrijheid gebracht.
Het juk van zijn houten kruis heeft
alle ijzeren jukken waarmee machthebbers mensen kwellen
gebroken.

Onze ziel kan nu nog alle kanten op.
We kunnen verdwalen, we kunnen proberen te vluchten…
maar de enige manier om zinvol en goed te leven
is voor Jesus en Zijn Vader te kiezen.

Alleen de mens die God wil dienen
met heel zijn hart en al zijn krachten
de mens der wil zijn voor anderen
die mens zal het echte geluk vinden:
hij zal leven in eeuwigheid.

In dankbaarheid denken we samen aan mensen
die ons het geloof voorleefden en nog voorleven.
In deze week zo’n 9 jr. terug (29-6-08) stierf pater Jan van Kilsdonk.

Hij kwam wel eens in aanvaring met de vertegenwoordigers
van de top van de kerk
maar hij stierf toch in het harnas van de trouw aan het evangelie.

Het ging hem om de mensen zoals het Jesus ook om de mensen ging.
Bekend is het verhaal dat hij een stervende bezocht die opeens zeiL
‘waar is het kruisje op uw revers?’ Hij zei: ‘dat ben ik waarschijnlijk verloren.’

Een paar dagen later bezoekt de pater de stervende weer.

De zieke overhandigt hem een plastig zakje met een kruisje erin
en spelt hem dat op zijn jasje.
‘Het was of ik voor de tweede keer priester gewijd werd’
vertelt de priester later.

Zo droeg de priester het kruisje weer op zijn revers:
het kruisje dat verwijst naar zijn roeping
naar je taak, naar de Heer voor wie je leeft.

En Jesus zegt dan:gen:
‘leert van mij,
je zult rust vinden voor je zielen
want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Zo’n bemoedigende uitspraak betekent niet
dat je, als je de God van Abraham, Isaak en Jakob dient
gespaard blijft voor alle ellende en alle pijn
maar dat je stand zult houden door alles heen.
Daarom riep Paulus heel uitdagend uit:
‘dood waar is je prikkel.’

Dezelfde Paulus die eerder zei:
‘niemand leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf
wij leven voor God onze Heer, aan Hem behoren wij toe.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

10 juni: Altijd bewegen

[print]

Zondag Trinitatis

Schriftlezingen:

  • Exodus 34, 4-9

  • 2 Korintiërs 13,11-13

  • Johannes 3,16-18

Om aan te geven dat God beweging is,
wordt er over God als de Drie-ene God gesproken.
Hij is de God, de Schepper van hemel en aarde,
de God die nabijkwam in Jesus Zijn Zoon
en die met Zijn Heilige Geest grote dingen doet:
Hij is de God van de hele menselijke geschiedenis;
Hij is de God van Abraham, Isaak en Jakob;
de Vader van Jesus Christus
de God van de apostelen en heiligen en ons allemaal.

Over God raak je nooit uitgesproken en gedacht
maar Zijn wezenlijkste eigenschap lijkt wel:
HIJ GAAT MET MENSEN MEE.

Het unieke van dat geloof van Israël
de basis van al ons geloven
vinden wij beschreven in de eerste schriftlezing.

Mozes is opgetrokken met zijn volk,
een volk dat leeft van vallen en opstaan.

Van …….de ene dag God trouw en enthousiast dienen:
‘we zullen alle woorden graag doen’
en de andere dag Hem vergeten en klagen:
‘waren we maar in Egypte gebleven
en waarom heeft deze God ons in deze woestijn gebracht.
En toch krijgt deze God nooit genoeg van Zijn mensen.

Dat krijgt Mozes te horen boven op de berg,
nota bene terwijl beneden de mensen bezig zijn
een gouden kalf te maken:
IK UW GOD BEN LIEFDE EN TROUW.

Tot Mozes’ grote verbazing;
hij heeft wat met zijn mensen meegemaakt
en vond ze eigenlijk hun God niet waard.
Toen ze vroeger in een sjagrijnige periode
klaagden over gebrek aan water had Mozes nog gezegd
‘ jullie zijn het niet waard.’

Maar God had gezegd:
‘sla maar op de rots’.
En Mozes die voelde dat God wilde helpen
had nog geprotesteerd en gezegd:
‘God, zou u dat nou wel doen,
deze mensen verdienen het niet…’

Maar toen hij toch even op de rots geslagen had
was het water klaterend uit de rots komen stromen
en werd Zijn volk van zeurpieten en sjagrijnen,
gelaafd en getroost.

IK UW GOD BEN LIEFDE EN TROUW
zegt God op de berg Sinai
en de ontrouw van de mensen beneden
kan Mozes nog zo’n vreselijke schrik bezorgen..
God schrikt nooit echt en gaat steeds door met Zijn mensen.
Misschien ook een beetje een troost voor ons.

II. Het evangelie speelt in de donkere nacht.
Een oude joodse schriftgeleerde
herkende zich in Jesus’ verkondiging:
Jesus maakte het oude geloof van Israël weer nieuw.

‘Je zult zelf ook nieuw geboren moeten worden’
had Jesus hem gezegd.
‘Moet ik dan soms weer de schoot van mijn moeder in?’
had Nikodemus stom verbaasd geantwoord.
En dan vertelt Jesus over het nieuwe begin
dat de Heilige Geest van God met ieder mens maakt:
‘de Geest waait waarheen hij wil’ zegt hij
en die boodschap biedt troost in alle tijden.

Toen ooit de profeet Elia afscheid nam van zijn leerling Elisa
vielen er twee delen van de geest van de meester op de leerling..
zo lezen we in de Heilige Boeken van Israël.
Uit dat verhaal spreekt een groot vertrouwen
in de voortgang van de geschiedenis.
Eenzelfde vertrouwen spreekt uit Jesus’ afscheidstoespraken
zoals wij die bij Johannes opgetekend vinden.
‘Jullie zullen in mijn voetspoor gaan’ had Jesus zijn vrienden toegevoegd
en dezelfde dingen als ik gaan doen.
‘ Ja, grotere dingen dan ik zullen jullie doen ‘.
De Geest zal jullie oprichten
en ik kan jullie grote supporter zijn vanuit de hemel.

De grote feesten zijn voorbij
de groene zondagen breken binnenkort weer aan.
Omdat wij daar nog niet aanwillen
twee witte zondagen nog,
vandaag zondag van de drieenheid
en de volgende week Sacramentsdag.
Maar de week daarna zullen wij er echt aan moeten geloven:
bijna 25 zondagen achter elkaar groen.
Tot bemoediging van ons geldt dat God
niet alleen de God van Kerstmis, Pasen en Pinksteren wil zijn
maar ook de God van de gewone zon- en weekdagen.
Van al onze levensdagen hoe saai en moeilijk ze soms ook zijn.

Hij werkt met iedereen en altijd.
Er zijn geen mensen die NIKS zijn,
alle mensen dragen de sporen van God met zich mee
en zijn uniek en belangrijk.
De Geest van God werkt altijd door. Ook in onze tijd.

‘Zeg niet dat de tijden slecht zijn’
zegt dezelfde Augustinus
die het mysterie van de Drie-eenheid Gods in zijn hoofd probeerde te krijgen
en er in zijn studeerkamer niet in slaagde.
‘De tijden zijn niet slecht
maar ieder mens wordt er op zijn eigen wijze op aangesproken
in zijn tijd gelovig te zijn,
en er met alle mensen van goede wil
een goede tijd van te maken.

De warmte en de troost van het mysterie van de Drie-eenheid
wordt pas duidelijk voor degene die God toelaat in zijn leven,
voor de mens die ontdekken wil
dat God de God van Israël is
èn van Jesus èn van mij.

De God die met Zijn Geest ouderen trouw doet zijn aan hun geloof
maar die ook met jongeren in de weer is die zoeken en vinden.
De Geest die meegaat met de bruidsparen die elkaar in deze meimaand
en verder deze zomer hun jawoord gaan geven.

En als er gedoopt wordt, wordt er een mensenkind opgenomen
in de grote geschiedenis:
van de Vader, God van oudsher, de Enige God die Joden, Christenen en Moslims verbindt
van de Zoon, die ons voor leefde wat liefde is en
van de Geest die het werk van zijn handen (en dat zijn alle mensen!) nooit loslaat.

Hoe het verder zal gaan met wereld en kerk weten we niet
maar een ding weten we wel:
er is dat verrassende liefdesplan van God,
God is beweging
de Geest waait waarin Hij wil!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Pinksteren: Samen bezield

[print]

Hoogfeest van Pinksteren

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2,1-11

  • 1 Korintiërs 12,3b-7.12-13

  • Johannes 20,19-23

‘Toch wel handig dat ik als scholier,
ervaring opdeed als misdienaar.’
Ik spreek niet voor mijzelf want ik zat op het koor.
Aan het woord is Huub van der Lubbe van ‘De Dijk’.
‘Dat was beter dan in de kerkbanken zitten.
Op het altaar had je wat te doen. Het was toch een beetje theater.’
Huub hoefde je ook niet te vertellen wat Pinksteren was.
Voor velen een moeilijk feest. Niet voor de ex-misdienaar:
Hij gaat verder: ‘Met Pinksteren daalde de heilige geest
uit de hemel neer om het volk op aarde inspiratie te geven.
Een vonk van boven voor kracht van binnen. Ongrijpbaar maar met effect.‘

Bij het maken van een liedje werkt het net zo, legt hij uit:
“Vraag me niet wat er gebeurt, maar opeens is er zo maar
die ene zin waarin een wereld van gevoel schuil gaat.
Een poging om het onzegbare te zeggen.
En dan volgt uit het niets de muziek om de woorden aan te kleden.
Als dat geheel zich meester van je maakt van je publiek
heb je dezelfde magie als uit het pinksterverhaal.”

Tot zover de zanger van ‘De Dijk’.

Het woord Pinksteren heeft een weinig romantische betekenis.
Het woord betekent gewoon: ‘vijftigste’ en daarmee is dan bedoeld
dat het gewoon de vijftigste dag na Pasen, beter gezegd VAN Pasen is.
Vijftig is een vol getal, zeven maal zeven + één!

Als je vijftig wordt -zegen de mensen- heb je Abraham gezien:
het leven is tot een zekere volheid gekomen
(ouder worden is geen vloek).

Vlak na Jesus’ dood
wordt de leerlingen van Jesus een tijd van bezinning gegund.
Ze zijn dus niet alleen maar angstig bijeen
maar vooral eensgezind in de bezinning…
zoals alle joden die na Pasen
(het feest van de doortocht door de rode zee)
vijftig dagen lang in bezinning steeds bijeen komen
om zich voor te bereiden op de gedachtenis van
wat er toendertijd 50 dagen na de uittocht uit Egypte gebeurde:
de aankomst bij de Sinai.

Pas als het pinksterfeest in Jeruzalem aanbreekt
en de stad vol is met vreemdelingen is ,
vertelt Lucas hij over de nieuwe kansen die er zijn en over het vuur
(vuur, net als op de Sinaï-berg waar de tien geboden werden gegeven).

In de tempel van Jeruzalem brandden op de pinksterdag
de vuren om de pelgrims te herinneren aan het vuur van de Sinaï.
Een ieder moest proberen iets van dat vuur mee te dragen.
Juist dan vertelt Lucas over de storm (die was er ook op de berg),
de beweging in het huis waar de apostelen waren;
het vuur dat zich op ieder van hen neerzette.

De leerlingen worden dan ENTHOUSIAST.
Dat woord betekent letterlijk: vol van God.
Het vuur van het enthousiasme dat later
duizenden en duizenden zal gaan bezielen in de loop der tijden.

Dat vuur trekt wel de aandacht
en velen begrijpen dat er iets bijzonders aan de hand is.
Maar het andere kan ook:
-en gebeurt ook nog steeds-:
ontkennen dat het van belang is,
de waarde ontkennen van al het werkelijk vernieuwende
wat er, tot op de dag van vandaag gebeurt.

De goede verstaander verstaat het,
waar hij ook is, van welke nationaliteit hij ook is,
van welke geloofsgemeenschap hij ook lid is,
of hij oud is of jong dat doet niet ter zake.
Petrus trekt de stoute schoenen aan en treedt naar buiten
terwijl hij, misschien wat overdreven, zegt:
“hier gebeurt waar de profeten over droomden:
jong en oud zien visioenen,
de Geest van God vervult de mensen”.

‘En zij allen konden hem verstaan in hun eigen taal’
staat er dan,
een wonder dat gelukkig vandaag de dag ook nog gebeurt.
Mensen die samen idealen hebben,
mensen die samen geloven.. verstaan elkaar.
In Amsterdam hebben we vroeger in de Lucaskerk
toen er twee nieuwe klokken kwamen
we die de namen gegeven van Moeder Teresa en Helder Camara.

Moeder Theresa sprak engels maar zie…
iedereen verstond haar,
Dom Helder Camara Frans
en ook al heeft niet iedereen Frans geleerd iedereen verstond hem.
Er is een gelovige eensgezindheid mogelijk
rond mensen die met hun woord anderen verzamelen en bemoedigen.
Dat was vroeger en is nu gelukkig ook nog zo.

Dat is een andere eensgezindheid
zoals wij die uit het verhaal van de toren van Babel kennen.
Die eensgezindheid stootte God tegen de borst:
het was de eensgezindheid van de hoogmoed en de machtswellust:
wij zullen samen wel eens even iets laten zien.

Dat was een eensgezindheid die verstrooid moest worden.
De eenheid die de mens tekort doet.
Een joods verhaal vertelt:
‘als er bij de torenbouw in Babel
een mens van de stellingen viel en dood viel
keek niemand op of om.
Maar viel er een steen of een hamer
dan was er paniek: ‘wie gaat die terughalen.’

Petrus getuigt in zijn prachtige pinksterpreek
over een nieuwe eenheid rondom Jesus Messias.
Hij neemt de gelegenheid te baat
om de pelgrims te vertellen hoe schandalig schijnbare eensgezindheid was
van de hordes die stonden te roepen:
‘aan het kruis met hem.’

De moord op iedere mens is een schandaal.
De moord op deze mens -Jesus- in het bijzonder.
De moord op de ene mens
die ons juist nieuwe kansen wilde geven en onze wereld verder kon helpen.

Als Petrus’ luisteraars een beetje onder de indruk zijn van zijn preek
en hem dan een beetje zenuwachtig vragen:
‘wat moeten wij doen’
is het antwoord:
‘bekeer jij jezelf NU, verander,
blijf geen buitenstaander,
doe mee met een nieuwe manier van leven,
laat je bv. dopen, word weer mens,
een nieuwe mens. ‘

Om zo’n nieuwe mens te worden
heb je tijd nodig, veel tijd.
Je zult naar God toe moeten groeien.
Vandaar die 50 dagen om te beginnen. Ze zijn een zegen.
Er kan heel wat gedacht en gebeden worden in die dagen.

Het enthousiasme wat het geloof ons geeft is
-als het goed is- geen goedkoop enthousiasme.
Even vol van iets leuks en dan over tot de orde van de dag.

Het enthousiasme dat de Heilige Geest ons geven wil
is het enthousiasme van mensen
die zich werkelijk willen laten leiden door de Geest van God.
Mensen die taai zijn en volhardend,
mensen die ook -als het nodig is- geduld hebben
en kunnen wachten.

Wachten -en tegenwoordig moet dat vaak-
wachten op het geloof dat in iedereen wortel kan schieten.
Je maakt dat tegenwoordig vaker mee dan vroeger:
– ook bij echt goedgedoopte katholieken-
hoe mensen een heel klein begingeloof hebben,
een soort sluimerend geloof
dat later pas naar buiten breekt.

We zullen elkaar moeten vasthouden en bemoedigen
en het ‘kom schepper heilige Geest’
de intredezang van vandaag
zal nog heel vaak gezongen moeten worden.

‘Wil toch onze trooster zijn,
-wordt in de hoogmis van Pinksteren gezongen-
overstroom ons dor domein,
heel de ziel die is gewond.’

‘MAAK WEER ZACHT WAT IS VERSTARD
koester het verkilde hart,
leid wie zelf de weg niet vond.’

Omdat het heel moeilijk is je eigen opdracht te verstaan
zullen we nog heel lang oefenplaatsen nodig hebben
waarin we onze opdracht iedere keer weer opnieuw
in onze eigen tijd te horen krijgen…

Kerken mogen dat zijn:
plaatsen waar mensen zich verzamelen rond het woord,
rond het brood en de wijn
en waar wij ons voorbereiden op de grote toekomst van God
met de mensen.

We zullen -net als de apostelen-
het onderricht dat wij in de moederschoot van die kerk ontvangen
nog lang nodig hebben,
misschien zelfs -net als de apostelen van voor pinksteren-
als een zaal met gesloten deuren.

Maar we boffen dat God geduld met ons heeft,
ja wij leven als kerk van het geduld
dat God met ons heeft.

Hij geeft ons de vijftig dagen viertijd
tussen Pasen en Pinksteren,
Hij geeft ons de kans om ieder jaar weer pinksteren te vieren.

Als wij het al lang hebben opgegeven
en de kerk vaarwel willen zeggen
is Hij de Heer van het geduld,
is Hij degene die ons altijd weer nieuwe kansen wil geven;
die vertrouwen heeft in ons allemaal.

‘Met Pinksteren daalde heilige geest uit de hemel neer
om het volk op aarde inspiratie te geven.
Een vonk van boven voor kracht van binnen.’
‘Ongrijpbaar maar met effect‘ zei Huub van der Lubbe.

De kerk bidt:
Licht dat vol van zegen is
Schijn in onze duisternis
Neem de harten voor U in.

Sta ons met uw liefde bij
maak ons vol van U en blij
geef ons kracht die niet bezwijkt.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

21 mei: Op weg naar de volwassenheid

[print]

6e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 8,5-8.14-17

  • 1 Petrus 3,15-18

  • Johannes 14,15-21

Een nieuwe start… wie wil dat niet.
Als het goed is zal het vertrek van Jesus Messias van deze aarde
-we gaan dat op Hemelvaart gaan gedenken-
het begin blijken te zijn
van een nieuwe fase in de menselijke geschiedenis.
Als Hij weg gaat betekent dat een nieuwe uitdaging voor zijn vrienden.

‘Nu jullie…’ lijkt Jesus te zeggen en ‘jullie kunnen het!’
En ze, we zullen daarom dan ook doorgaan samen!
We hebben de vorige week gehoord wat voor een geweldig vertrouwen
Jesus in zijn vrienden heeft:
‘jullie zullen dezelfde dingen doen als ik,
ja grotere dan die zullen jullie doen.’

Maar een beetje hulp zou wel welkom zijn.
Vandaar dat het evangelie van vandaag ons troost:
‘de Vader zal u een helper geven.’
Wat klinkt dat troostend… een helper.

Dan hoeven we zelf gelukkig wat minder te doen.
Helaas… het woordje ‘helper’ is geen goede vertaling!
Letterlijk staat er: ‘een wekker.’
En wekkers zijn heel onaangenaam.

Vele middelbare scholieren
wreed door hun wekkers op de vroege morgen wakker gemaakt:
om hun examens te doen.
Met zo’n onaangenaam apparaat wordt de Heilige Geest vergeleken?
Ja en neen.

Neen, de Heilige Geest is geen dom ding natuurlijk.

De Heilige Geest is ook een kracht, van Godswege gegeven,
die je bemoedigt.
Maar toch bij uitstek de kracht
die je wakker houdt en opjaagt maar ook kracht geeft.
Neen, Hij zal je geen werk uit handen te nemen
maar je zult vanuit de kracht die de Heilige Geest je geeft
kunnen voelen dat je werk niet zinloos is.
Het heeft zin als je je inzet voor je naaste.
het heeft zin als je voor anderen iets goeds probeert te doen
en zo bouw aan een beter wereld in Jesus’ naam,

Het viel niet mee voor Jesus’ leerlingen in hun dagen.
Er was -ook voor hen- een lange tijd van het leren geweest.
Jesus zelf heeft heel wat geduld met zijn leerlingen moeten hebben:
met Petrus de druktemaker,
met Thomas de aarzelende
en met de anderen.

We hoorden vandaag het slot uit Jesus’ toespraak tot de apostelen voor zijn dood:
‘Als jullie mij liefhebt zul je mijn geboden onderhouden.’

Je zult Jesus’ mooie woorden
alleen maar in mooie boeken schrijven….
maar ze vooral gaan doen.

Over de volwassenwording van de apostolische gemeenschap
gaat de eerste lezing van vandaag.
Neen, ze werden van de ene op de andere dag geen super-mensen,
net zo min als wij dat zullen worden
maar ze gingen iets doen.
Ze kwamen uit voor hun geloof in Jesus en spraken daar vrij over.
Niet iedereen was het daarmee eens.
Merkwaardig genoeg had de tegenwerking van de officiele leiders
in Jeruzalem een omgekeerd gevolg.
In Jeruzalem werd het een beetje moeilijk
dus ging men zijn energie maar op andere plaatsen richten.
De diaken Philippus preekte in Samaria
en wekte veel enthousiasme.
Uit vele bezetenen gingen de onreine geesten weg
vele lammen en kreupelen werden genezen
daarover was grote vreugde in de stad.
Ze doopten er op los.

De apostelen in Jeruzalem hoorden dat
en stuurden Petrus en Johannes daarnaartoe
om de geloofsgemeenschap daar te bevestigen.

Ze waren daar wel gedoopt maar hadden, zo lezen we,
de Heilige Geest nog niet ontvangen.

de apostelen legden hen dus de handen op
en ze ontvingen de Heilige Geest.

Ook van ons wordt gevraagd
dat wij na onze doop groeien in het geloof;
een volwassen geloof opbouwen
een geloof van mensen die kunnen nadenken
en die weten wat zinnig en belangrijk is en wat niet.

Naar de volwassenheid groeien
houdt ook in: dingen proberen,
niet direct slagen, puberen misschien
blunderen.

We vieren in deze voorbereidingsdagen van Pinksteren
dat mensen steeds maar weer groeien in het geloof.
Jonge en oudere mensen.

Morgen de eerste Communie alhier.
Gisteren een huwelijk. Met Pinksteren 2 volwassenen vormsels;
Mensen van alle leeftijden haken in.

Dat heeft ons ook iets te zeggen:
als het goed is groeien wij ook allemaal in het geloof
Bidden wij om die kracht die ook onze harten vernieuwt
en ons doet uitgroeien tot de volle mannemaat van Christus,
tot de volwassenheid van ons geloof dat ons nieuw kan maken.

Paulus zegt het ook in Zijn hooglied van de liefde:
-we horen het vaak bij de huwelijksdiensten –
‘toen ik een kind was voelde ik als een kind,
dacht ik als een kind…
maar als ik tot de volle wasdom gekomen zal zijn
zal ik dat kinderlijke hebben afgelegd
en God zal helemaal in mij zijn.’

Moge God ons sterken bij de groei naar die ware volwassenheid.
Het kind in ons hoeft niet uit sterven
want als kinderen kunnen wij blij verbaasd getuigen
van het steeds dichterbij komen van Gods nieuwe toekomst.

Jesus gaf ons de belofte:
‘Ik zal jullie niet als wezen achterlaten.’

Vlak daarna zegt Hij:
‘een korte tijd en je zult mij niet meer zien
-hij bedoelt hier het zien met hun gewone ogen –
‘maar weer een korte tijd en je zult mij echt zien’

(in het grieks worden voor dat zien twee verschillend woorden gebruikt)

eerst zagen ze hem gewoon lopen en doen
maar na zijn dood zullen zij pas echt zien
wie Hij was: hun Herder en vriend.

Wij zien hem niet met onze gewone ogen
maar wij zullen, naarmate wij meer groeien in het geloof,
zien in de ware zin des woords:
als onze Herder en vriend
als de Heer die altijd met ons meegaat
en ons nooit loslaat:
als de Heer die heeft gezegd:
waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn
daar ben ik in hun midden.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

14 mei: Ruimte voor velen

[print]

5e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 6,1-7

  • 1 Petrus 2,4-9

  • Johannes 14,1-12

Moederdag, een warme dag: gezellig afgezien van de commercie
een familiegebeuren en dat is nooit weg.
Van de eerste christenen zeiden ze: ‘zie hoe die elkaar liefhebben.’

Wij gaan vandaag even op bezoek
bij de parochie waar het allemaal begonnen is:
de parochie in Jeruzalem.

De vorige weken hoorden we
hoe ze alles gemeenschappelijk hadden
het brood braken in een of ander huis
-ze hadden toen helemaal nog geen kerken-
en in de tempel gingen luisteren naar de dienst van het woord.

Vandaag hoorde u over de eerste problemen.

Het gaat over immigranten
-waar we tegenwoordig een verkiezingsthema van maken-
het gaat over immigranten uit het noorden
(precies omgekeerd als bij ons).
Ze hebben in Jeruzalem geen familie
en als ze in nood komen moeten de Jeruzalemmers een sociaal vangnet bieden.
Dat levert klachten op –er is niets nieuws onder de zon-
maar dan gebeurt er iets belangrijks.
Neen er wordt geen anti-vreemdelingen partij opgericht
er wordt onmiddellijk een actie op touw gezet
om die mensen te helpen: zeven diakenen worden aangesteld
om te zorgen voor die buitenlandse geloofsgenoten met hun problemen.

Kon de kerk al die problemen aan?
Kan de kerk vandaag al die problemen aan?
We hopen het.
Wonderlijk genoeg heeft Jesus zelf vertrouwen in zijn mensen
te beginnen met de apostelen.
En dan gaan we nog verder terug in de geschiedenis:
naar het allereerste begin met Jesus.

Bij zijn afscheidsmaaltijd spreekt Hij vandaag in het evangelie
om te beginnen met PETRUS: de eerste Paus.
Hij wist hoe wankel Petrus was: ‘eer de haan kraait
zul je mij driemaal verloochend hebben.”
Toch zei Hij tegen die wankele Petrus ooit:
‘op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen’
en vandaag zegt Hij tot hem:
‘laat je hart niet verontrust worden.’

Diezelfde Petrus krijgt vandaag zijn laatste instructies:
‘in het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.’
Een mooie tekst om een Paus mee op weg te sturen:
Gods ruimhartigheid kunnen wij ons niet groot genoeg voorstellen.

Het gaat niet alleen om het vaderhuis
waar wij na de dood eens terecht hopen te komen…
maar ook over hier en nu.
Wij, zoals wij nu leven zijn hier al welkom bij God.
Er is ruimte voor ons in Zijn plan: wij mogen er zijn!
Waar het de kerk betreft pleit Jesus dus voor een open kerk.
Onze tijd is bij uitstek geschikt
om daar eens goed werk van te maken.

Petrus krijgt goede instructies.
Datzelfde geldt voor THOMAS, die ook genoemd wordt.
Wij noemen hem te gemakkelijk ‘de ongelovige Thomas’
we hebben gezien dat dat geen pas geeft.

Van Thomas weten wij dat hij erg geschokt zou worden
door Jesus’ lijden en sterven.
Hij wilde na Jesus’ dood zeker weten dat God Hem met zijn wonden
niet had laten vallen en dat God alle lijdenden van later
ook niet in de steek zou laten –dat hoorden we een paar weken terug.

In dit gesprek leeft Jesus nog gewoon
al gaat hij zijn dood tegemoet
en dan verkondigt Jesus aan Thomas, juist aan Thomas
dat de weg die Hij gaan zal
-en dat zal de weg van het lijden zijn- goed is
ja dat Hij DE weg is.

Dat zegt Hij niet triomfantelijk maar overtuigd van de steun
die Zijn Vader Hem zal geven.

En later na Jesus’ kruisdood en zijn verrijzenis
zal Thomas verbaasd en dankbaar diezelfde Jesus
die gemarteld en gepijnigd is terug zien en verzuchten:
‘Oh mijn lieve Heer en Mijn God.’

En dan is er ook nog FILIPPUS, de derde vriend die vandaag toegesproken wordt.
Die is niet zo wankel als Petrus, die is ook niet zo verbaasd als Thomas
maar die is gewoon dom -hoewel de eerstgenoemde twee vaker
in de verkondiging op hun kop krijgen.

Filippus vraagt naar de wel heel bekende weg:
‘Heer toon ons de Vader.’
Jesus schudt zijn hoofd. ‘Filippus je hebt mij toch gezien…
wie mij ziet ziet de Vader.’

Mensen, ook ervaren gelovige mensen zijn niet gauw tevreden.
‘Ik zou zo graag een wonder willen, een bijzondere verschijning
waardoor het duidelijk wordt wie God is.’

Neen het geloof hangt niet van verschijningen af:
er is al zoveel duidelijk geworden: IN JESUS,
in de dapperen die in zijn voetspoor gingen.
En de gelovige van alle tijden mag weten dat Hij ons niet echt verlaten heeft:
‘WAAR TWEE OF DRIE
IN MIJN NAAM BIJEEN ZIJN DAAR BEN IK IN HUN MIDDEN!
Dat is troostend maar ook acticerend.
Hij zal mensen van alle generaties blijven oproepen
tot trouwe dienst aan elkaar:
‘WAT GE DE MINSTE DER MIJNEN HEBT GEDAAN,
DAT HEBT GE AAN MIJ GEDAAN.’

Jesus eindigt Zijn gesprekken met de drie vrienden
die we vandaag ontmoetten met een geweldige bemoediging.
Die geeft Hij door zijn grenzeloze vertrouwensuitspraak:
‘jullie zullen dezelfde dingen doen als ik,
ja grotere dingen zullen jullie doen.’

Dat vertrouwen in de Zijnen en over hun hoofden heen in ons
is zo groot dat het een beetje beschamend wordt zelfs.
Zijn wij dan zo bijzonder?
In de ogen van Hem en de Vader, wel.

Ieder van ons wordt persoonlijk aangesproken;
de kerk is niet een anonieme massa.
Men vroeg enkele jaren terug aan de toenmalige kardinaal Ratzinger:
‘hoeveel manieren zijn er om met God om te gaan.’

De kritische journalisten dachten dat hij zou zeggen: ‘één natuurlijk’
maar hij zei: ‘even zovele als er mensen zijn.’

Wij zijn allemaal stuk voor stuk levende stenen
van het grote nieuwe gebouw dat God wil oprichten
van een nieuwe mensengemeenschap.

We zijn allemaal nodig en onmisbaar.
Mannen en vrouwen,
wanneer zullen de vrouwen eindelijk de ruimte krijgen
die ze verdienen?
Jong en oud, sterk en zwak, vaders en moeders,
gehuwd en ongehuwd
-wel goed om dat laatste ook even te zeggen in meimaand moederdagmaand-
zo’n moeilijke dag voor mensen zonder kinderen en ongehuwden.

Als leden van deze kerkgemeenschap onder dit dak
krijgen wij de troostende tekst: ‘in het huis van mijn vader
is ruimte voor velen’ te horen opdat ook wij
ruimte bieden in ons hart voor anderen.

Als leden van deze kerkgemeenschap
krijgen wij te horen dat Jesus’ weg van soldariteit met de lijdenden
de weg is naar het leven.

En ook dat als wij met Hem omgaan, Hem navolgen
dat wij dicht in de buurt van God de Vader blijven.

We wachten op de Geest deze weken
om zelf ook wakker en levend
onze taak te kunnen gaan opnemen en vooral om vol te houden.

Belijden wij eerst samen ons geloof
en daarin onze goede wil om samen te volharden:
iedereen is daarbij onmisbaar.

Een woordje tot onze Engelse vrienden:
het koor van de St. George chapel in Windsor Castle.

We vinden het fijn dat jullie hier zijn.
We zijn allemaal familie van elkaar.
Jesus vertelt in het evangelie dat
er in het huis van de Vader ruimte voor velen is.
Dat betekent dat we moeten bouwen aan vriendschap
tussen de christenen onderling
maar ook met anderen.
Jullie doen dat door samen te zingen
en nooit ruzie te maken, helemaal nooit.
Dat doen jullie door ons te laten genieten van jullie zang.
Samen zijn we verantwoordelijk voor een mooie wereld
waarin ruimte is voor alle mensen van goede wil.
Jesus heeft heel veel vertrouwen in ons.
Te veel misschien?
Hij zegt zelfs dat wij nog grotere dingen zullen doen
dan hij. Dat is toch niet te geloven?
Laten we proberen dat vertrouwen waard is zijn
en God zegene ons allen bij het dragen van onze verantwoordelijkheid
in de kerk en in de wereld.

(engels)
We are very happy that you are here.
Together we form one family.
Jesus tells us in the Gospel today
that in His house there is room for many.
That means that we must build on the foundations
of friendship with all christians, and with others to!

You do that through singing together, and never arguing. Never!

Together we share the responsibility for a beautiful world
where there is room for all people of good will.

Jesus has placed great trust in us – perhaps too much?
He himself said that we shall do even greater things than He did,
wich is hard to believe.
Let us try to deserve that trust
and that God may bless us all
carrying out our responsibility,
both: in the Church and in the Words.

May God bless us all… AMEN

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

7 mei: De poort naar een nieuwe toekomst

[print]

4e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2,14a.36-41

  • 1 Petrus 2,20b-25

  • Johannes 10,1-10

Op deze 4e paaszondag lezen wij ieder jaar
een gedeelte van het hele lange verhaal in Johannes 9 en 10 over het herderschap.
Het meest bekende is Jesus’ uitspraak: IK BEN DE GOEDE HERDER.
De goede herder beschermt zijn kudde tegen de wolven.
Herder zijn is een moeilijk vak!
Het evangelie van vandaag spreekt uitdrukkelijk over de valse herders,
mensen die niet goed ‘herderen’ en die liever de baas spelen over anderen.
In Jesus’ dagen waren er velen achter wie men aan kon lopen.
Leraren die de mensen in hemelse sferen afleidden
maar ook zeer aardse leraren, aanvoerders van Guerilla-bewegingen
tegen de romeinse bezetting van die dagen.

Goed ‘herderen’ is een vak.. zei ik.
Er zijn ook hele slechte herders geweest en nog.
Slechte leiders zijn er altijd.
En denk ook maar aan het drama enkele jaren geleden in de Verenigde staten
toen honderden volgelingen van een sekteleider
zich levend verbranden lieten in opdracht van hun meester.
Johannes beschrijft Jesus als degene die goed ‘herdert’
en die mensen werkelijk kan binnenleiden in een nieuwe wereld.
Als een nieuwe Mozes leidt Hij mensen naar de vrijheid…
naar de bekende grazige weiden.

Johannes de evangelist gaat in zijn 9e en 10e hoofdstuk
als een soort televiesieregisseur met een TV-camera te werk.

Eerst ‘zoomen wij in’ op de goede herder zelf.
Daarna op het hele beweeglijke gebeuren rond herder,
schaapstal, kudde en de wei buiten.
En als je dan de stoeten schapen ziet passeren
die een kostelijke toekomst tegemoet gaan zoomt de camera weer in:
plotseling staat de camera even stil: daar is de deur.
En Johannes, de cameraregisseur denkt: DAT IS HIJ OOK!
Dus horen we opeens die raadselachtige uitspraak van Jesus: IK BEN DE DEUR.

Hij is de deur, Hij staat tussen de binnen- en de buitenwereld in.
Wie door die deur wil gaan trekt een goede toekomst tegemoet.
De poorten van het heil zullen opengaan. Jesus is zo’n poort.
Een vreemde beeldspraak? Misschien maar het is allemaal heel bevrijdend.
Er is toekomst, we kunnen de wereld in
om daar te gaan weiden in grazige weiden
en vrolijk en opgewekt te gaan doen wat ons te doen staat.

Een afrikaanse theologe,
op bezoek bij de theologische universiteit in Utrecht zei eens:
‘het lijkt wel of het geloof voor jullie een last is,
jullie zuchten en kreunen om jullie geloof:
voor ons is het geloof een bron van vreugde en inspiratie:
we zijn blij met God op weg te mogen gaan.’

God geeft ons veiligheid in de schaapstal.
Hij gunt ieder schaap zijn eigen ruimte: er is veiligheid en troost:
er is ruimte voor velen.
Wees zeker van de veiligheid die je Heer je wil bieden,
je kunt altijd bij Hem terecht maar
Jesus is de poort naar de ruimte toe!
De deur staat open!
Die deur die openstaat lijkt ons te zeggen:
durf ook naar buiten te gaan! Ga vertrouwvol je eigen weg.
De deur staat open.. je bent zelfstandig, je bent vrij om te kiezen.

En dan kom ik bijna vanzelf op de roepingenzondag die we vandaag ook vieren.
De zondag waarop we samen nadenken over onze verantwoordelijkheid in de kerk.
De zondag waarop we bidden om nieuwe jonge voorgangers in ons midden.
Het is noodzakelijk dat er steeds jonge mensen zijn,
mannen en vrouwen die zich inzetten voor het pastorale werk.

De geschiedenis van God met de mensen moet doorgaan.
Hoe zal die geschiedenis verder gaan? Is er reden tot bezorgdheid?
Ja die is er. Maar er is meer.
We leven in een tijd waarin vele, zeer vele mensen actief zijn in de kerk,
meer wellicht dan vroeger. Het is de tijd van de vele vrijwilligers…
zoveel zijn er nooit geweest. Is er dan ook geen reden tot hoop?

Ja, als wij volharden.
Iedere dag opnieuw moeten wij volharden
EN OOK WEER NIEUWE STAPPEN durven zetten:
iedere dag opnieuw gaan er nieuwe deuren open.

We hopen en bidden om een kerk waarin wat minder gesloten
en wat meer geopend wordt.
We hopen dat er altijd mensen zullen zijn
die de poorten van het heil willen openen door hun durf.

We hopen en bidden dat er altijd mannen en vrouwen zullen zijn
die de mensheid zullen voorgaan naar een nieuwe toekomst
waarin menselijkheid en vrede te vinden zullen zijn,
waar de gerechtigheid straalt als een zon aan de hemel
waar vriendschap is en liefde.

Op deze ‘Goede Herder-zondag’ denken wij –zei ik zojuist-
na over en bidden voor roepingen voor het kerkelijk werk:
we kunnen niet zonder voorgangers en voorgangsters.
Samen, voorgangers en parochianen zijn wij kerk!

Parochiebestuur en pastores vragen over enkele weken ook uw aandacht
voor de P.C.I (Parochiele Charitas Instelling).
Steeds meer slagen ze er in parochianen
die bijzondere aandacht behoeven bij te staan.
Dat zal zijn op de zondag van de 1e Communie,
de nieuwe lammetjes van onze kudde treden dan toe.

Van de eerste christenen zeiden ze: ‘zie hoe die elkaar liefhebben.’
Het zou heerlijk zijn als ze van ons in de Bavo zouden zeggen:
‘zie hoe goed die mensen zorgen voor elkaar.’

Naast de dienst aan de wereld
is er ook de zorg voor elkaar, hier wonend in één stad.
Het gaat niet aan de zorg voor mensen in nood elders
en voor de mensen in nood dichtbij tegen elkaar uit te spelen.
Ze vullen elkaar aan. Het een niet zonder het ander.

Tenslotte als teken van de nabijheid van de goede herder
in deze schaapstal delen wij hier het altaarbrood.

En als er van dat brood over is bewaren wij dat
in het tabernakel daar in de Sacramentskapel.

En daarbij brandt dan dat kleine vuurtje, dat kleine licht;
het licht van Godslamp.

Die vlam brandt nu al honderdnegentien jaar
en gaat nooit uit.

Die vlam die brandt in onze grote schaapstal
is het teken van Gods trouw aan ons.

Hij laat ons niet los
Hij is er voor ons altijd
dag en nacht:
en Herder die van ons, zijn schaapjes houdt.

Vertrouwen wij op hem en zijn wij zorgzaam voor elkaar
dan zal God licht over ons opgaan
en wij zullen elkaar tot zegen zijn
tot in lengte van dagen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

30 april: Hij wandelt mee

[print]

3e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2,14.22-28

  • 1 Petrus 1,17-21

  • Lucas 24,13-35

Wat hebben we samen toch een goede bemoediging gekregen
in de goede week en in de viering van Pasen samen.
Vandaag een evangelie om ons goed op de been te houden.
Ik herinner mij dat mijn vader als hij dit evangelie gehoord had,
(vroeger werd het op de tweede paasdag gelezen),
altijd zei: ‘wat is dat een mooi evangelie.’
En dan ging je er als kind extra goed naar luisteren..
naar dat wonderlijke verhaal over die twee die het
-om even een lelijke moderne uitdrukking te gebruiken-
‘niet meer zien zitten.’

Het gaat over twee mensen die mokkend van Jeruzalem weglopen,
op weg naar Emmaüs.
Natuurlijk hebben vele bijbelgeleerden zich afgevraagd
waar het dorpje Emmaüs ligt waar de twee naar op weg zijn.
Helaas… er is geen dorpje met die naam te vinden
in de onmiddellijke nabijheid van de heilige stad.
Natuurlijk wijze de gidsen in het heilig land wel zo’n plaatsje aan
maar dat is voor de commercie.

In oude historische boeken is echter wel
een Romeinse kazerne te vinden die die naam gedragen heeft
vlak bij Jeruzalem dat, zoals u weet,
door de Romeinen bezet was in die dagen.
Dat maakt het verhaal van die twee
uit het legerkamp Emmaüs des te spannender.
Ze hadden gehoopt dat Jesus degene was
die zijn volk zou komen bevrijden.
Tegen heug en meug deden ze hun werk in de Romeinse nederzetting
en nu hadden ze Jesus eerst toegejuicht op palmzondag en gehoopt
dat hij zijn volk met bekwame spoed zou komen bevrijden.

Dat was niet gebeurd, althans niet zoals zij dat verwacht hadden….
ze moeten weer terug naar hun werk in de legerplaats in dienst van de vijand.
Teleurgesteld keren ze de heilige stad de rug toe.
Maar ze zijn hun God van de bevrijding nog niet vergeten.

Want terwijl ze zich van Jeruzalem afkeren
zijn ze aan het spreken over de schrift.
Ze praten nog over hun geloof
en zolang mensen dat nog doen is er hoop.
Alleen weten ze met alles wat er gebeurd is geen raad.
En dan komt de vreemdeling die zich aan hun zijde schaart…
volkomen onverwacht.
Het staat zo mooi beschreven: ‘Hij wandelde met hen mee.’
Hij laat ze niet aan hun lot over.

Een eindje meelopen kan vaak al genoeg zijn
om anderen te helpen. Als de medewandelaar vraagt
wat hen zo dwars zit komt het hele verhaal eruit.

‘Wij waren vol van Jesus van Nazareth en dachten
dat Hij het was die Israël zou verlossen.
Maar ze hebben Hem gedood en dat is inmiddels al drie dagen geleden.
Ja, er zijn verhalen dat Hij weer zou leven…
maar wat moeten wij met verhalen.’

Wat moeten wij met verhalen..
een vraag die veel gelovigen zich stellen,
hebben we daar wat aan?

De mee-wandelaar doet NIET wat veel mensen soms doen.
Hij gaat NIET MEEKLAGEN: het is toch verschrikkelijk allemaal,
die toestand van de wereld tegenwoordig.
Sommige mensen gaan, als anderen hun nood vertellen,
een duit in het zakje doen
door er zelf nog een prachtig rampverhaal aan toe te voegen.
De wandelaar uit het evangelie luistert naar hun klachten.
Hij neemt ze serieus maar ……
Hij huilt niet mee met de wolven in het bos.
Hij gaat er tegen in en zegt:
‘is deze Jesus die zo met de mensen bevriend was,
die mensen zonder hoop weer bemoedigde, die zieken overeind hielp
en zondaars weer hoop gaf
niet precies degene die de mensen nodig hebben?

En is deze Jesus die met de mensen
die lijden moeten en gemarteld worden
zo solidair was dat Hij zelf ook gemarteld wilde worden en meeleed…
niet degene over wie de Heilige Schrift droomde,
deze trouwe knecht van God die ons iets liet zien
van vriendschap en solidariteit tot in de dood toe?’

‘Ja dat is wel mooi meneer maar wat hebben wij daaraan?’

En dan fantaseer ik een beetje door
over hoe de vreemdeling kan verder gegaan zijn:

‘Je hebt gelijk maar er is meer!
In de Schrift staat ook te lezen
dat God een God van levenden is
en dat Hij de zijnen niet in de steek laat.
Het staat in het Oude Testament te lezen,
Petrus citeerde dat zo mooi, -dat hoorden we in de eerste lezing-
‘wat de rechtvaardige betreft:
zijn ziel zult Gij niet aan het dodenrijk prijsgeven
en Uw heilige zal het bederf niet zien.’
De rechtvaardige zal niet sterven maar leven en oordelen
over allen die hem hebben vervolgd.

En terwijl ze zo praten wordt het avond.
‘Blijf bij ons’ zeggen ze dan.
En dan draait het verhaal om.

Het wordt avond en dan doen ze iets belangrijks:
ze nodigen de reiziger die opeens hulpeloos lijkt uit: kom bij ons eten.
Ze worden van klagers gastheren
en dan kunnen er nieuwe dingen gebeuren.

En die gebeuren er dan ook:
ze blijken een bijzondere gast in hun midden te hebben:
Als zij hun brood hebben willen delen..
blijken ze niet alleen te zijn met elkaar
Jesus zelf, hun grote vriend, blijkt plotseling zelf aanwezig.
‘Het is de Heer’ roepen ze verbaasd uit.

‘Waar twee of drie in mijn naam bijeenzijn
daar ben ik in hun midden…’ had Hij ooit gezegd.

Het staat in de oude joodse geschriften van Jesus’ tijd
ook prachtig beschreven: ‘wanneer drie personen aan één tafel eten,
terwijl ze daarbij de woorden van God bespreken,
dan wordt het beschouwd
alsof ze eten aan de tafel van de Alomtegenwoordige.’

Het verhaal heeft een happy end gekregen.
Het is een verhaal dat in de vele eeuwen dat het verteld wordt
en gelovigen verder trekken, moeizaam en teleurgesteld,
mensen met hun teleurstelling en hun verdriet,
weer hoop geeft en troost. Geldt dat ook voor ons vandaag?
Ja, juist voor ons.

Wanhoop en teleurstelling zijn geen gevoelens van deze tijd alleen:
het zijn gevoelens van alle tijden
en ze worden door de Heer ernstig genomen.

Er wordt naar ons geluisterd door iemand,
IEMAND met een hoofdletter
die met ons mee wandelt.

Wij zullen Hem herkennen
als wij ons brood gaan breken hier in de kerk.
Wij zijn geen historisch genootschap
van mensen die een vroom gebruik handhaven,
Hij is de gastheer en is werkelijk hier.

Maar vooral is Hij aanwezig
als wij ons brood willen breken met de vreemdeling, met de arme.

Als wij dat durven gaan wij niet alleen door het leven.
Wij kunnen Hem na gaan doen door mensen te gaan opzoeken,
door met mensen mee te wandelen.
Door naar hen te luisteren en hun onderweg troost te bieden.

Wij kunnen Gods naam ook zelf waar maken in deze wereld naar anderen toe…
de prachtige naam die ons op deze zondag
van de Emmausgangers weer verkondigd wordt: IK ZAL ER ZIJN.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

23 april: Nu wij!

[print]

Beloken Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2

  • Johannes 20,19-31

I. De deuren waren gesloten. De mannen waren maar met zijn tienen:
Judas was weg en Tomas was er ook niet
daar zaten ze in het donker.

Ze praatten niet veel,
ze waren angstig, die vrienden van Jesus.

Er staat geschreven dat ze bang waren voor de joodse leidslieden
die met de romeinen heulden.
Let wel niet voor ‘de joden’
-moderne vertalingen gebruiken deze omschrijving terecht niet meer
want joden waren ze daar allemaal- .
Ze waren bang voor
een bepaald soort mensen uit hun midden
zoals wij in de tweede wereldoorlog ook bang waren verraders
mensen van ons eigen volk die overal verscholen konden zitten.

Maar zouden ze misschien ook niet een beetje angstig zijn
voor Hem, voor hun Heer die ze hadden verraden ?

Bang… want wat hadden ze gedaan.
Ze hadden hem mooi in de steek gelaten.
En nu bleek: enkele vrouwen hadden Hem weer gezien.

De vrouwen hadden zich niets te verwijten
want die waren Hem gevolgd, tot onder het kruis.

De vrouwen waren meegegaan
naar waar de mannen schitterden door afwezigheid.

Nu schaamden de mannen zich.
Het is een situatie die we allemaal wel kennen.
Je bent tegenover iemand tekort geschoten.
Je hebt hem of haar in de steek gelaten.

En hoe zal diegene jou dan tegemoet treden?

We lezen in de Bijbel veel verhalen over ontmoetingen van mensen
die na zo’n blunder bang zijn voor elkaar.
Jakob bijvoorbeeld die hoort dat zijn broer Esau er aankomt.
(diezelfde Esau die hij zo bedrogen heeft):
hij gaat hem angstig tegemoet maar Esau omhelst hem en vergeeft.
We kennen het verhaal van de verloren zoon
die naar zijn vader teruggaat en die onderweg zijn speechje oefent:
‘vader ik heb gezondigd.’

Nu dus het verslag van de apostelen op paaszondag.
Angst, schaamte, spijt. Wat zal hun Heer zeggen?
Houdt de deur maar goed op slot!

Geen tijd om te dubben:
Hij staat plotseling midden tussen hen in.

En wat is zijn eerste woord?
Niet:
‘zo daar zijn jullie..’
niet
‘nou heb ik jullie’
neen: zijn eerste woord is VREDE.

Vrede en vertrouwen.
Geen spoor van verwijt.

Vertrouwen. Het lijkt het hoofdthema te zijn
wat steeds weer terugkomt in het evangelie: vertrouwen.

Jesus kondigt ze alleen maar vrede aan.
VREDE, SJALOOM.

Dat woord heeft een rijke inhoud.
Het staat voor een goede toekomst voor hen
en ook voor ons allen aan: SJALOOM.
Het is goed tussen ons en het wordt goed in de wereld.

Er wordt een nieuw begin gemaakt.
En net zoals God zelf de levensadem blies in Adams neus
en net zoals de profeet Ezechiël droomde over een nieuw begin:
de Geest van God die over de dorre beenderen van het huis Israël zou blazen
zoals we dat hoorden in de paasnacht,
zo blaast Jesus zelf over de leerlingen.
En ze komen weer tot leven.
Ze krijgen zelfs een opdracht:
‘zoals de Vader mij zendt zo zend ik u’.

En Hij gaat nog verder met zijn grenzeloze vertrouwen:
‘wiens zonden jullie vergeeft,
hun zijn ze vergeven.. )
Deze mensen die tekort geschoten zijn
krijgen niet alleen te horen:
‘ik praat er niet meer over sukkels.’

Maar ze krijgen, hoe verbaasd en zwak ze ook zijn,
zelfs een rol toebedeeld bij het aanwijzen van goed en kwaad.

Beter gezegd:
bij het doorgeven van de aankondiging van de vergeving.

Zij zullen zelf weer overeind gezet
het volk van God overeind gaan zetten.

Dit alles speelde zich af op de eerste paasdag-avond
als Tomas er niet bij is.

Het is een goed begin maar kennelijk nog niet voldoende
want acht dagen later -en dat is vandaag op de zondag na Pasen-
zitten ze nog steeds angstig bij elkaar met de deur op slot.

II. Het is DE ACHTSTE DAG zegt Johannes plechtig.
Dat doet denken aan een werkelijk nieuw begin
een kroon op de zevende dag.
Een werkelijk nieuw begin. Maar zou dat komen?
Jazeker, nu pas echt en wel rond Thomas.

Thomas hanteert een hele eigen norm.
Hij wil weten of het -zoals de anderen dankzij Jesus’ ingrijpen zeggen-
werkelijk de Heer is die leeft,
de man van wie hij gehouden had,
de mens die partij koos voor de weerlozen,
de vriend van de armen en de onderdrukten.

Hij wil daarom -en dat is heel goed eigenlijk-
de tekenen zien van de wonden van deze gemartelde.

Hij wil -maar dat hoeft niet echt zal blijken-
zijn handen leggen in zijn zijde.

Hij wil in deze gemartelde mens zien
de nieuwe weerloze aanvoerder
van een nieuwe mensheid die niet meer bouwt op macht of geweld.

En hij ziet de wonden in Jesus’ zijde en in Zijn handen
en ……..
in zijn zijde.
Hij ziet de nieuwe Adam die zijn zijde geopend heeft
die zijn bruid aan zijn zijde zal ontmoeten, de nieuwe Eva,
zijn kerk-gemeenschap.

III. De achtste paasdag, vandaag,
beloken Pasen, is de dag van de voltooiing,
de kerkgemeenschap mag wakker worden.

Aan de zijde van de nieuwe Adam wordt op Pasen de gemeenschap gevormd
van mensen die de machten hebben afgezworen
en willen leven uit de kracht van de Geest
die de Messias ook bezielde en die alles nieuw maakt.

Zijn volgelingen leggen zich ernstig toe
-hoorden wij vandaag in de eerste lezing vertellen-
op die nieuwe levenshouding.
Ze leven samen in een echte gemeenschap
– zoals wij dat hier toch ook proberen –
ze zijn ijverig in het breken van het brood.
En ze bezoeken de tempel: om het oude verhaal van Mozes te horen
dat voor iedere tijd opnieuw NIEUW is
en een eigen inhoud heeft.

De kerk is geboren
en aan de opbouw van de kerk hebben de apostelen,
eenmaal wakker geschud door hun Heer,
later -na pinksteren- het hunne aan gedaan.

Ook dankzij Tomas die uiteindelijk zei:
‘mijn Heer en mijn God’.

Hij heeft het gevecht met het ongeloof aangedurfd
en daardoor wordt je alleen maar sterker!

We doen hem onrecht door hem alleen maar ‘de ongelovige’ te blijven noemen.
De traditie wil dat Thomas de evangelieverkondiger werd
die nota bene het verste kwam van allemaal:
tot in INDIA toe.

Drie jaar terug werden op deze zondag in Rome twee Pausen Heilig verklaard.
Dat klinkt nogal zwaar: HEILIG toe maar.
Maar heilig is iets anders dan engelachtig:
Heilig betekent dat je je roeping serieus nam;
zo serieus dat anderen iets aan jouw voorbeeld hebben.

Paus Johannes de 23e heeft het pausschap vermenselijkt
-onze huidige Paus bouwt daarop voort-
hij riep een concilie bijeen: heel verstandig:
we kunnen het als Romeinse bestuurders niet meer alleen.
Paus Johannes Paulus de 2e had zijn sporen in Polen verdiend.
Een kerk in de verdrukking werd een kerk die niet meer
de baas kon spelen maar een kerk van echte gelovigen.
Belangrijker nog dan zijn strijd tegen het communisme
als bisschop van Krakau is dat het geloof toen naar zijn
wezenlijke waarden werd teruggebracht.
Toen hij Paus werd ging hij de dialoog aan met allen
ook met andere godsdiensten.
Een paus die ging bidden in een Moskee
-dat gebeurde nota bene in Damascus-
een Paus die een zijn spijt betuigde voor de vreselijke dingen
die ook in naam van het christendom de joden was aangedaan
en een gebedsbriefje tussen de stenen van de Klaagmuur in Jeruzalem stak
dat had toch niemand tevoren kunnen bedenken.
Dat deze Pausen heilig verklaard zijn
is een oproep aan ons om in die geest verder te gaan:
eenvoudig te zijn en gelovig,
eerbiedig en solidair met gelovigen van andere godsdiensten
en alle mensen van goede wil.

Tomas is het tot zijn laatste dagen blijven verkondigen:
deze gewonde, deze gehavende
deze mens solidair met allen die lijden.

Hij roept ons op om solidair te zijn met allen
die gewond zijn en gekwetst,
waar ter wereld ook.
Tomas en de apostelen, de twee heilige Pausen die voor ons
hebben geleefd hebben hun best gedaan
nu wij!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Pasen 2017

[print]

Pasen 2017

INLEIDING:
EEN BIJZONDER STERVEN

Ik citeer een moderne filosoof:

‘Wij zeggen van iemand dat hij ‘opstaat’
wanneer hij op eigen kracht van een zittende
of liggende houding overeind komt.
Als dat gebeurt vanaf een bed of een stoel,
noemen we het eenvoudig ‘opstaan’,
gebeurt het vanuit een situatie van onderworpenheid,
dan noemen we het ‘opstand’
en gebeurt het vanuit de dood, dan spreken we van ‘opstanding.’

Omdat de dood het meest definitief lijkt te zijn
van al die horizontale toestanden,
hebben wij aan de ontkenning daarvan het zwaarste karwei
en is de verrijzenis voor ons het meest onbegrijpelijke wonder.

Toch blijven mensen daarin geloven.
We merkten dat dit jaar twee keer:
bij de dood van een meisje van zeven en een jonge vrouw van 33:
een onverwoestbaar geloof in het leven.
Waarom ontkennen wij een geschiedenis lang de dood
of vergelijken we die
met de slaap waaruit we elke morgen weer opstaan?
Zijn we niet helemaal lekker? Neen we zijn juist helemaal OK:
want we hebben daar een dwingend motief voor:
de liefde!

Als wij van iemand houden,
doen we niets anders
dan het bestaan van die persoon zo absoluut bevestigen
dat wij die niet meer uit ons eigen bestaan kunnen wegdenken.
‘Van iemand houden’, zei Gabriël Marcel,
‘is zeggen: jij zult niet dood gaan.’

Terugblik op de Paaswake

De eerste lente-vollemaan stond aan de hemel buiten,
maar begonnen wij in het donker. We deden er iets aan!
Een vuur werd ontstoken;
‘Licht van Christus’ zongen wij, driemaal, steeds hoger.
En daarna verbreidde het licht zich: van de paaskaars uit heel de kerk in.

Toen gingen we lezen: ‘God sprak: er zij licht! En er was licht.’
Het duister is verdreven: God dank! Is dat zo?
We lazen het scheppingsverhaal verder. Het water werd aan de kant geschoven: er kwam land in zicht! De aarde, goed land om op te wonen. Het land werd aangekleed met groen gewas. Vogels vlogen langs het hemelgewelf, de wateren werden gevuld met allerlei wriemelend leven en dieren liepen op het veld. Alles prachtig maar één ontbrak: de mens. Hij komt! Hij/zij wordt naar Gods beeld geschapen. Er kan een nieuw begin gemaakt worden. God kan uitrusten nadat Hij/Zij gezien had dat het zeer goed was. De verhalenserie in de kerk ging door. Over het volk Israël in slavernij. Hard is de hand van de verdrukker; de verlos-sing lijkt ver. In de lente gaat Mozes, als gezant van God, het conflict aan met de farao en hij mag zijn volk voorgaan naar een nieuwe toekomst. Geen zee gaat God te hoog! Veel om te verwerken. Moeilijk te geloven was het allemaal. Als hemels antwoord klonk dan het paasevangelie! Vannacht van Mattheüs. De soldaten werden gevloerd. Vandaag zijn we in diezelfde tuin maar het gaat er anders aan toe.

Het lege graf en de tuin
Het is nog donker (!) als Maria Magdalena als eerste namens ons allen Jesus, de Heiland, komt zoeken. Donker is het, het Licht der wereld (Joh. 9, 5. 38) is nog niet gevonden. Waar is Maria’s vriend en toeverlaat? Anderen voegen zich bij de zoekactie. Petrus natuurlijk en de leerling die Jesus liefhad. Maria verwoordt als enige de ontreddering van allen: ‘ze hebben de Heer weggehaald.’ Een zenuwachtig heen en weer geloop volgt. Ze krijgen niet direct een engel te zien in het evangelie van Johannes. Ze moeten het eerst zelf alleen uitzoeken. Ze gaan naar binnen en vinden de doeken waarin hij gewikkeld was. Het is bijna vermakelijk om te lezen hoe Petrus, als eerste Paus, keurig door de anderen als eerste het lege graf binnen wordt gelaten.
Pas als ze alle drie het graf hebben bezocht staat er dat ze geloofden. De evangelietekst verklaart hun eerdere ongeloof door te stellen dat ze de schriften nog niet hadden verstaan. Ze hadden wel beter kunnen weten! De twee mannen gaan gewoon naar huis. Maria niet. Zij blijft bij het graf treuren. En dan valt haar een grote gunst ten deel! Zij hoeft het niet alleen te doen met het lege graf. Ze buigt zich voorover en ziet dan (als enige dus) twee engelen die het lege graf omringen zoals ooit de twee gebeeldhouwde cherubs in Jeruzalems tempel de ark beschutten (Ex. 25,18). Deze engelen echter spreken. Ze vragen haar waarom ze treurt. Maria antwoordt: ‘ze hebben MIJN Heer weggehaald.’ Nadat ze hem zo, als haar eigen Heer benoemd heeft mag ze hem ook echt ontmoeten, als eerste uit de kring van de leerlingen. Ze denkt dat Hij de tuinman is. Dat is niet dom want dat is Hij ook. Hij, de nieuwe Adam, Heer van de tuin, Koning van de nieuwe aarde. Het woord dat voor tuin gebruikt wordt komt in de Griekse vertaling van het Oude Testament vaak voor in het Hooglied waarin het immers ook gaat over de verbondenheid van Messias en volk. Ze vraagt eerst weer waar ze haar Heer hebben neergelegd waarna Jesus als een goede herder, haar bij haar naam noemt en de herkenning volgt. Het gesprek tussen Jesus de Messias en Maria als vertegenwoordigster van zijn volk eindigt met de aankondiging dat Jesus zal ‘opvaren’(Statenvertaling) tot ‘mijn en uw vader, tot mijn en uw God’. Tenslotte wordt vermeld dat Maria deze boodschap door gaat geven aan de leerlingen. Zo is zij, samen met Martha (Joh.11,24; volgens paus Gregorius was Maria Magdalena dezelfde als de luisterende zuster van Martha!) getuige en verkondiger van de Verrijzenis. Op deze getuigenissen kan Jesus zijn kerk bouwen.

Niet zo maar geloven
Johannes beschrijft ons Jesus die Zijn lijden volbracht als de Heer van ons allen, onze Voorganger dwars door de dood heen. Gewond, zeker. Thomas mag zijn wonden later voelen maar Zijn dood was geen einde maar een nieuw begin. Het is bijzonder dat in ons taalgebied zijn sterfdag ‘goede vrijdag’ genoemd wordt. Maar om dat te geloven moet je wel werk verzetten. Of we nu diepgelovig zijn, sceptisch of agnostisch, als het grootste wonder dat we maar kunnen bedenken is de opstanding nooit een vanzelfsprekende aangelegenheid. De gedachte daaraan of het geloof daarin is eerder een verzet tegen elke vorm van vanzelfsprekend-heid. Als het hier om een dogma gaat, is het hoog tijd dat ook het dogma weer verrijst als een voorwerp van denken. Een geloof dat een automatisme wordt, is een ongeloof. Daarom zijn de speciale Thomasdiensten die in sommige kerken worden gehouden voor mensen, die niet zomaar in de opstanding kunnen geloven een goed teken.

Met Hem op weg
In mijn vroegere parochiekerk, de Lucaskerk in Amsterdam, hield de theoloog Edward Schillebeeckx zo’n 25 jaar geleden een voordracht. In drie termen vatte hij de toekomst samen waarheen wij met de Verrezen Heer op weg zijn.
1) De radicale bevrijding van de mensheid tot een broederlijk en zusterlijke gemeenschap waar geen meester-knecht-verhouding zal zijn en smart en tranen uitgewist en vergeten zijn. We noemen dat HET KONINKRIJK GODS.
2) Het draagvlak voor die vrede en gerechtigheid, een wereld, een milieu dat bewaard wordt en gerespecteerd. We noemen dat DE NIEUWE HEMEL EN DE NIEUWE AARDE.
3) Het volkomen heil en geluk van de individuele persoon, u en ik, geroepen, geborgen en bewaard. We noemen dat DE VERRIJZENIS VAN HET LICHAAM.

Een einde aan de pijn
Om ons tot actief geloof in de Opstanding te stimuleren zegt Paulus in zijn brief aan de Kolossenzen: ‘Zoekt wat boven is’. In onze nog steeds smartelijke dagen in het midden oosten en verderop in Azië blijven we uitzien naar een einde van de vrijdag van de pijn en de komst van stilte en rust opdat eindelijk de echte grote Paasmorgen kan komen. Wat nu te doen? Daarover horen we Rabbi Jaäkov zeggen: ‘Een moment van ommekeer van jou hier en nu en de goede werken die jij in deze wereld doet is het allermooiste dat er bestaat, mooier dan wat God ooit maken kan!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor