• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Category Archives: Preken

23 april: Nu wij!

[print]

Beloken Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2

  • Johannes 20,19-31

I. De deuren waren gesloten. De mannen waren maar met zijn tienen:
Judas was weg en Tomas was er ook niet
daar zaten ze in het donker.

Ze praatten niet veel,
ze waren angstig, die vrienden van Jesus.

Er staat geschreven dat ze bang waren voor de joodse leidslieden
die met de romeinen heulden.
Let wel niet voor ‘de joden’
-moderne vertalingen gebruiken deze omschrijving terecht niet meer
want joden waren ze daar allemaal- .
Ze waren bang voor
een bepaald soort mensen uit hun midden
zoals wij in de tweede wereldoorlog ook bang waren verraders
mensen van ons eigen volk die overal verscholen konden zitten.

Maar zouden ze misschien ook niet een beetje angstig zijn
voor Hem, voor hun Heer die ze hadden verraden ?

Bang… want wat hadden ze gedaan.
Ze hadden hem mooi in de steek gelaten.
En nu bleek: enkele vrouwen hadden Hem weer gezien.

De vrouwen hadden zich niets te verwijten
want die waren Hem gevolgd, tot onder het kruis.

De vrouwen waren meegegaan
naar waar de mannen schitterden door afwezigheid.

Nu schaamden de mannen zich.
Het is een situatie die we allemaal wel kennen.
Je bent tegenover iemand tekort geschoten.
Je hebt hem of haar in de steek gelaten.

En hoe zal diegene jou dan tegemoet treden?

We lezen in de Bijbel veel verhalen over ontmoetingen van mensen
die na zo’n blunder bang zijn voor elkaar.
Jakob bijvoorbeeld die hoort dat zijn broer Esau er aankomt.
(diezelfde Esau die hij zo bedrogen heeft):
hij gaat hem angstig tegemoet maar Esau omhelst hem en vergeeft.
We kennen het verhaal van de verloren zoon
die naar zijn vader teruggaat en die onderweg zijn speechje oefent:
‘vader ik heb gezondigd.’

Nu dus het verslag van de apostelen op paaszondag.
Angst, schaamte, spijt. Wat zal hun Heer zeggen?
Houdt de deur maar goed op slot!

Geen tijd om te dubben:
Hij staat plotseling midden tussen hen in.

En wat is zijn eerste woord?
Niet:
‘zo daar zijn jullie..’
niet
‘nou heb ik jullie’
neen: zijn eerste woord is VREDE.

Vrede en vertrouwen.
Geen spoor van verwijt.

Vertrouwen. Het lijkt het hoofdthema te zijn
wat steeds weer terugkomt in het evangelie: vertrouwen.

Jesus kondigt ze alleen maar vrede aan.
VREDE, SJALOOM.

Dat woord heeft een rijke inhoud.
Het staat voor een goede toekomst voor hen
en ook voor ons allen aan: SJALOOM.
Het is goed tussen ons en het wordt goed in de wereld.

Er wordt een nieuw begin gemaakt.
En net zoals God zelf de levensadem blies in Adams neus
en net zoals de profeet Ezechiël droomde over een nieuw begin:
de Geest van God die over de dorre beenderen van het huis Israël zou blazen
zoals we dat hoorden in de paasnacht,
zo blaast Jesus zelf over de leerlingen.
En ze komen weer tot leven.
Ze krijgen zelfs een opdracht:
‘zoals de Vader mij zendt zo zend ik u’.

En Hij gaat nog verder met zijn grenzeloze vertrouwen:
‘wiens zonden jullie vergeeft,
hun zijn ze vergeven.. )
Deze mensen die tekort geschoten zijn
krijgen niet alleen te horen:
‘ik praat er niet meer over sukkels.’

Maar ze krijgen, hoe verbaasd en zwak ze ook zijn,
zelfs een rol toebedeeld bij het aanwijzen van goed en kwaad.

Beter gezegd:
bij het doorgeven van de aankondiging van de vergeving.

Zij zullen zelf weer overeind gezet
het volk van God overeind gaan zetten.

Dit alles speelde zich af op de eerste paasdag-avond
als Tomas er niet bij is.

Het is een goed begin maar kennelijk nog niet voldoende
want acht dagen later -en dat is vandaag op de zondag na Pasen-
zitten ze nog steeds angstig bij elkaar met de deur op slot.

II. Het is DE ACHTSTE DAG zegt Johannes plechtig.
Dat doet denken aan een werkelijk nieuw begin
een kroon op de zevende dag.
Een werkelijk nieuw begin. Maar zou dat komen?
Jazeker, nu pas echt en wel rond Thomas.

Thomas hanteert een hele eigen norm.
Hij wil weten of het -zoals de anderen dankzij Jesus’ ingrijpen zeggen-
werkelijk de Heer is die leeft,
de man van wie hij gehouden had,
de mens die partij koos voor de weerlozen,
de vriend van de armen en de onderdrukten.

Hij wil daarom -en dat is heel goed eigenlijk-
de tekenen zien van de wonden van deze gemartelde.

Hij wil -maar dat hoeft niet echt zal blijken-
zijn handen leggen in zijn zijde.

Hij wil in deze gemartelde mens zien
de nieuwe weerloze aanvoerder
van een nieuwe mensheid die niet meer bouwt op macht of geweld.

En hij ziet de wonden in Jesus’ zijde en in Zijn handen
en ……..
in zijn zijde.
Hij ziet de nieuwe Adam die zijn zijde geopend heeft
die zijn bruid aan zijn zijde zal ontmoeten, de nieuwe Eva,
zijn kerk-gemeenschap.

III. De achtste paasdag, vandaag,
beloken Pasen, is de dag van de voltooiing,
de kerkgemeenschap mag wakker worden.

Aan de zijde van de nieuwe Adam wordt op Pasen de gemeenschap gevormd
van mensen die de machten hebben afgezworen
en willen leven uit de kracht van de Geest
die de Messias ook bezielde en die alles nieuw maakt.

Zijn volgelingen leggen zich ernstig toe
-hoorden wij vandaag in de eerste lezing vertellen-
op die nieuwe levenshouding.
Ze leven samen in een echte gemeenschap
– zoals wij dat hier toch ook proberen –
ze zijn ijverig in het breken van het brood.
En ze bezoeken de tempel: om het oude verhaal van Mozes te horen
dat voor iedere tijd opnieuw NIEUW is
en een eigen inhoud heeft.

De kerk is geboren
en aan de opbouw van de kerk hebben de apostelen,
eenmaal wakker geschud door hun Heer,
later -na pinksteren- het hunne aan gedaan.

Ook dankzij Tomas die uiteindelijk zei:
‘mijn Heer en mijn God’.

Hij heeft het gevecht met het ongeloof aangedurfd
en daardoor wordt je alleen maar sterker!

We doen hem onrecht door hem alleen maar ‘de ongelovige’ te blijven noemen.
De traditie wil dat Thomas de evangelieverkondiger werd
die nota bene het verste kwam van allemaal:
tot in INDIA toe.

Drie jaar terug werden op deze zondag in Rome twee Pausen Heilig verklaard.
Dat klinkt nogal zwaar: HEILIG toe maar.
Maar heilig is iets anders dan engelachtig:
Heilig betekent dat je je roeping serieus nam;
zo serieus dat anderen iets aan jouw voorbeeld hebben.

Paus Johannes de 23e heeft het pausschap vermenselijkt
-onze huidige Paus bouwt daarop voort-
hij riep een concilie bijeen: heel verstandig:
we kunnen het als Romeinse bestuurders niet meer alleen.
Paus Johannes Paulus de 2e had zijn sporen in Polen verdiend.
Een kerk in de verdrukking werd een kerk die niet meer
de baas kon spelen maar een kerk van echte gelovigen.
Belangrijker nog dan zijn strijd tegen het communisme
als bisschop van Krakau is dat het geloof toen naar zijn
wezenlijke waarden werd teruggebracht.
Toen hij Paus werd ging hij de dialoog aan met allen
ook met andere godsdiensten.
Een paus die ging bidden in een Moskee
-dat gebeurde nota bene in Damascus-
een Paus die een zijn spijt betuigde voor de vreselijke dingen
die ook in naam van het christendom de joden was aangedaan
en een gebedsbriefje tussen de stenen van de Klaagmuur in Jeruzalem stak
dat had toch niemand tevoren kunnen bedenken.
Dat deze Pausen heilig verklaard zijn
is een oproep aan ons om in die geest verder te gaan:
eenvoudig te zijn en gelovig,
eerbiedig en solidair met gelovigen van andere godsdiensten
en alle mensen van goede wil.

Tomas is het tot zijn laatste dagen blijven verkondigen:
deze gewonde, deze gehavende
deze mens solidair met allen die lijden.

Hij roept ons op om solidair te zijn met allen
die gewond zijn en gekwetst,
waar ter wereld ook.
Tomas en de apostelen, de twee heilige Pausen die voor ons
hebben geleefd hebben hun best gedaan
nu wij!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Pasen 2017

[print]

Pasen 2017

INLEIDING:
EEN BIJZONDER STERVEN

Ik citeer een moderne filosoof:

‘Wij zeggen van iemand dat hij ‘opstaat’
wanneer hij op eigen kracht van een zittende
of liggende houding overeind komt.
Als dat gebeurt vanaf een bed of een stoel,
noemen we het eenvoudig ‘opstaan’,
gebeurt het vanuit een situatie van onderworpenheid,
dan noemen we het ‘opstand’
en gebeurt het vanuit de dood, dan spreken we van ‘opstanding.’

Omdat de dood het meest definitief lijkt te zijn
van al die horizontale toestanden,
hebben wij aan de ontkenning daarvan het zwaarste karwei
en is de verrijzenis voor ons het meest onbegrijpelijke wonder.

Toch blijven mensen daarin geloven.
We merkten dat dit jaar twee keer:
bij de dood van een meisje van zeven en een jonge vrouw van 33:
een onverwoestbaar geloof in het leven.
Waarom ontkennen wij een geschiedenis lang de dood
of vergelijken we die
met de slaap waaruit we elke morgen weer opstaan?
Zijn we niet helemaal lekker? Neen we zijn juist helemaal OK:
want we hebben daar een dwingend motief voor:
de liefde!

Als wij van iemand houden,
doen we niets anders
dan het bestaan van die persoon zo absoluut bevestigen
dat wij die niet meer uit ons eigen bestaan kunnen wegdenken.
‘Van iemand houden’, zei Gabriël Marcel,
‘is zeggen: jij zult niet dood gaan.’

Terugblik op de Paaswake

De eerste lente-vollemaan stond aan de hemel buiten,
maar begonnen wij in het donker. We deden er iets aan!
Een vuur werd ontstoken;
‘Licht van Christus’ zongen wij, driemaal, steeds hoger.
En daarna verbreidde het licht zich: van de paaskaars uit heel de kerk in.

Toen gingen we lezen: ‘God sprak: er zij licht! En er was licht.’
Het duister is verdreven: God dank! Is dat zo?
We lazen het scheppingsverhaal verder. Het water werd aan de kant geschoven: er kwam land in zicht! De aarde, goed land om op te wonen. Het land werd aangekleed met groen gewas. Vogels vlogen langs het hemelgewelf, de wateren werden gevuld met allerlei wriemelend leven en dieren liepen op het veld. Alles prachtig maar één ontbrak: de mens. Hij komt! Hij/zij wordt naar Gods beeld geschapen. Er kan een nieuw begin gemaakt worden. God kan uitrusten nadat Hij/Zij gezien had dat het zeer goed was. De verhalenserie in de kerk ging door. Over het volk Israël in slavernij. Hard is de hand van de verdrukker; de verlos-sing lijkt ver. In de lente gaat Mozes, als gezant van God, het conflict aan met de farao en hij mag zijn volk voorgaan naar een nieuwe toekomst. Geen zee gaat God te hoog! Veel om te verwerken. Moeilijk te geloven was het allemaal. Als hemels antwoord klonk dan het paasevangelie! Vannacht van Mattheüs. De soldaten werden gevloerd. Vandaag zijn we in diezelfde tuin maar het gaat er anders aan toe.

Het lege graf en de tuin
Het is nog donker (!) als Maria Magdalena als eerste namens ons allen Jesus, de Heiland, komt zoeken. Donker is het, het Licht der wereld (Joh. 9, 5. 38) is nog niet gevonden. Waar is Maria’s vriend en toeverlaat? Anderen voegen zich bij de zoekactie. Petrus natuurlijk en de leerling die Jesus liefhad. Maria verwoordt als enige de ontreddering van allen: ‘ze hebben de Heer weggehaald.’ Een zenuwachtig heen en weer geloop volgt. Ze krijgen niet direct een engel te zien in het evangelie van Johannes. Ze moeten het eerst zelf alleen uitzoeken. Ze gaan naar binnen en vinden de doeken waarin hij gewikkeld was. Het is bijna vermakelijk om te lezen hoe Petrus, als eerste Paus, keurig door de anderen als eerste het lege graf binnen wordt gelaten.
Pas als ze alle drie het graf hebben bezocht staat er dat ze geloofden. De evangelietekst verklaart hun eerdere ongeloof door te stellen dat ze de schriften nog niet hadden verstaan. Ze hadden wel beter kunnen weten! De twee mannen gaan gewoon naar huis. Maria niet. Zij blijft bij het graf treuren. En dan valt haar een grote gunst ten deel! Zij hoeft het niet alleen te doen met het lege graf. Ze buigt zich voorover en ziet dan (als enige dus) twee engelen die het lege graf omringen zoals ooit de twee gebeeldhouwde cherubs in Jeruzalems tempel de ark beschutten (Ex. 25,18). Deze engelen echter spreken. Ze vragen haar waarom ze treurt. Maria antwoordt: ‘ze hebben MIJN Heer weggehaald.’ Nadat ze hem zo, als haar eigen Heer benoemd heeft mag ze hem ook echt ontmoeten, als eerste uit de kring van de leerlingen. Ze denkt dat Hij de tuinman is. Dat is niet dom want dat is Hij ook. Hij, de nieuwe Adam, Heer van de tuin, Koning van de nieuwe aarde. Het woord dat voor tuin gebruikt wordt komt in de Griekse vertaling van het Oude Testament vaak voor in het Hooglied waarin het immers ook gaat over de verbondenheid van Messias en volk. Ze vraagt eerst weer waar ze haar Heer hebben neergelegd waarna Jesus als een goede herder, haar bij haar naam noemt en de herkenning volgt. Het gesprek tussen Jesus de Messias en Maria als vertegenwoordigster van zijn volk eindigt met de aankondiging dat Jesus zal ‘opvaren’(Statenvertaling) tot ‘mijn en uw vader, tot mijn en uw God’. Tenslotte wordt vermeld dat Maria deze boodschap door gaat geven aan de leerlingen. Zo is zij, samen met Martha (Joh.11,24; volgens paus Gregorius was Maria Magdalena dezelfde als de luisterende zuster van Martha!) getuige en verkondiger van de Verrijzenis. Op deze getuigenissen kan Jesus zijn kerk bouwen.

Niet zo maar geloven
Johannes beschrijft ons Jesus die Zijn lijden volbracht als de Heer van ons allen, onze Voorganger dwars door de dood heen. Gewond, zeker. Thomas mag zijn wonden later voelen maar Zijn dood was geen einde maar een nieuw begin. Het is bijzonder dat in ons taalgebied zijn sterfdag ‘goede vrijdag’ genoemd wordt. Maar om dat te geloven moet je wel werk verzetten. Of we nu diepgelovig zijn, sceptisch of agnostisch, als het grootste wonder dat we maar kunnen bedenken is de opstanding nooit een vanzelfsprekende aangelegenheid. De gedachte daaraan of het geloof daarin is eerder een verzet tegen elke vorm van vanzelfsprekend-heid. Als het hier om een dogma gaat, is het hoog tijd dat ook het dogma weer verrijst als een voorwerp van denken. Een geloof dat een automatisme wordt, is een ongeloof. Daarom zijn de speciale Thomasdiensten die in sommige kerken worden gehouden voor mensen, die niet zomaar in de opstanding kunnen geloven een goed teken.

Met Hem op weg
In mijn vroegere parochiekerk, de Lucaskerk in Amsterdam, hield de theoloog Edward Schillebeeckx zo’n 25 jaar geleden een voordracht. In drie termen vatte hij de toekomst samen waarheen wij met de Verrezen Heer op weg zijn.
1) De radicale bevrijding van de mensheid tot een broederlijk en zusterlijke gemeenschap waar geen meester-knecht-verhouding zal zijn en smart en tranen uitgewist en vergeten zijn. We noemen dat HET KONINKRIJK GODS.
2) Het draagvlak voor die vrede en gerechtigheid, een wereld, een milieu dat bewaard wordt en gerespecteerd. We noemen dat DE NIEUWE HEMEL EN DE NIEUWE AARDE.
3) Het volkomen heil en geluk van de individuele persoon, u en ik, geroepen, geborgen en bewaard. We noemen dat DE VERRIJZENIS VAN HET LICHAAM.

Een einde aan de pijn
Om ons tot actief geloof in de Opstanding te stimuleren zegt Paulus in zijn brief aan de Kolossenzen: ‘Zoekt wat boven is’. In onze nog steeds smartelijke dagen in het midden oosten en verderop in Azië blijven we uitzien naar een einde van de vrijdag van de pijn en de komst van stilte en rust opdat eindelijk de echte grote Paasmorgen kan komen. Wat nu te doen? Daarover horen we Rabbi Jaäkov zeggen: ‘Een moment van ommekeer van jou hier en nu en de goede werken die jij in deze wereld doet is het allermooiste dat er bestaat, mooier dan wat God ooit maken kan!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Goede Vrijdag: Het Pasen des Heren

[print]

Goede Vrijdag

Schriftlezingen:

  • Exodus 12,1-28

  • Psalm 51

  • Hosea 6,1-16

  • Johannes 18.1-19,42

Een troostdienst is het vanavond voor ons allemaal.
Mensen die de dood toch wel eng vinden,
ons zorgen maken over wat er gaat gebeuren:
Noord Korea, Syrië, ziekte en pijn van velen’
misschien wel van ons zelf.

Deze vrijdag was niet altijd zo’n troostrijke dag.
Deze vrijdag was eeuwenlang in vele landen
van Oost- en West-Europa de dag waarop bendes woestelingen
de joodse wijken van de stad binnendrongen
om op strafexpeditie te gaan.

De joden vertegenwoordigen dan alles wat kwaad is,
slecht en ongelovig, de kinderen van de duivel (Joh. 8,44).
Hoe weinig dit dogmatisch bepaalde ongeloof van doen heeft
met de werkelijke situatie volgt bijvoorbeeld uit de tekst:
‘uit de oversten geloofden er velen in Hem’ Joh. 12,42).

De pogroms eisten ieder jaar veel slachtoffers.
Pas in 1976 werd in de rooms katholieke goede vrijdag-liturgie
niet meer gebeden voor de bekering
van de trouweloze (lat. perfidis) joden.
We bidden nu dat God
‘de joden in trouw voor zijn verbond wil bewaren’.

Zo is de Goede vrijdag weer zoals hij hoort te zijn
een dag van denken aan alle zinloos lijden dat mensen elkaar aandeden en aandoen. Een oproep tot bekering dus ook.

Ter overweging: even een ‘terugblik op Johannes’verhaal
dat we zojuist zo prachtige verklankt door Jan Valkestijn
…. hoorden.

Ik begin bij het stervensmoment van Jesus:
‘Toen Jesus de zure wijn genomen had riep Hij:
het is volbracht,
en met gebogen hoofd gaf Hij de Geest.’

Met deze korte woorden vat Johannes het lijden van Christus samen.

Afgaande op de andere evangelisten kunnen wij aan Johannes
vragen: waarom zo kort van stof?

Waarom vermeld je niet
dat alles duister werd op Golgotha,
dat de aarde beefde,
dat Jesus het uitschreeuwde van de pijn ?

Niets van dat alles:
het is – als het ware – de voorstelling van een verstilde icoon
die Johannes ons schildert:
geen pijn, geen geluid:
een waardige gekruisigde.

Jesus gaat rustig –tot verbazing van zijn leerlingen
en Pilatus- zijn eigen weg
en als hij zijn lijden ingaat vertelt Johannes
dat hij onze voorganger is naar een nieuwe fase van onze geschiedenis.

1 Johannes laat zijn verhaal daarom rijmen
op het uittochtsverhaal uit Egypte
dat wij gisterenavond begonnen en in de paasnacht uit zullen lezen:
‘ze braken Hem de benen niet.’
Dat hadden ze ook niet mogen doen met het paaslam dat ze aten,
daar in Egypte toen de bevrijding van God volk begonnen was.

2 Zijn kleed was uit één stuk,
ontdekten de brute Romeinse soldaten.
Die wisten natuurlijk niet
dat dat alleen maar het geval hoort te zijn
bij het gewaad van de hogepriester.
Hij is een goed hogepriester die het heil brengt aan zijn volk.

3 Hij was naakt aan het kruis maar Hij schaamde zich niet.
Hij is de nieuwe Adam,
de mens in zijn oorspronkelijke en toekomstige zuiverheid.

4 En als Hij daar hangt wordt Zijn zijde geopend…
zoals die van Adam in het paradijs.

Uit Adams zijde werd de vrouw genomen.. zijn bruid.
Jesus is de bruidegom van Zijn volk.
Naar Jesus’ zijde wordt de nieuwe bruid geleid :
het volk van de Messias.

De aarde wordt
als wij, mensen van Zijn volk, Hem trouw zijn
een liefdesparadijs.

5 Het slot van Johannes zijn lijdensverhaal
brengt in ons duidelijker nog de herinnering terug
aan het paradijs…
er wordt gesproken over een prachtige tuin
waarin Hij wordt neergelegd.

In diezelfde paradijselijke tuin zal een vrouw,
Maria Magdalena, Hem ontmoeten
denkende dat Hij de tuinman is,
wat Hij ook is…
Hij, de nieuwe Adam, Heer van de tuin,
Koning van de nieuwe aarde.

Johannes beschrijft ons Jesus die Zijn lijden volbracht
als de Heer van ons allen,
onze Voorganger dwars door de dood heen.

Gewond, zeker, Thomas mag zijn wonden voelen
maar Zijn dood was geen einde.
Er eindigt niets op goede vrijdag:
er is een nieuw begin rond deze rechtvaardige.
Daarom heet deze vrijdag goed:
er komt perspectief in ons bestaan!
En heel in de verte roept een jodenman:
‘Dood waar is je overwinning, dood waar is je prikkel?

Jesus gaf de Geest,
Hij gaf die Geest aan de Vader
maar via Hem gaf Hij die door aan ons.

Opdat wij ontvankelijk zijn voor die goede Geest
gaan wij de plechtige voorbeden zeggen
denkend aan alle onschuldigen die
vermoord zijn en worden ook in onze dagen;
en biddend om krachten die het kwade zullen tegenhouden:
om de overwinning van het goede.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

2 april: Naar het echte leven

[print]

Passiezondag

Schriftlezingen:

  • Ezechiël 37,12-14

  • Romeinen 8,8-11

  • Johannes 11,1-45

Lazarus (‘God helpt mij’ betekent zijn naam)
wordt in het verhaal van vandaag,
-zonder daar zelf om gevraagd te hebben-
weer teruggeroepen, het leven in.
Hij komt ergens vandaan, het raadselachtige land aan de overkant
en wat zijn we allemaal benieuwd naar hoe het daar is.

We kennen verhalen over ‘bijna-dood’ ervaringen.
Iedereen kent de verhalen hoe de ‘gestorvene’
zich van het lichaam ziet scheiden,
door een donkere tunnel gaat met aan het einde een licht.
Hoe in dat licht iemand (met een hoofdletter misschien)
meekijkt naar een soort film over haar of zijn leven,
hoe alles vergeven wordt,
hoe vrienden en bekenden daarboven al staan te wachten,
en hoe de ‘bijna-dode’ dan weer (tegen zijn zin) terugkeert
naar het achtergelaten lichaam.

Lazarus maakte dat allemaal mee.
Misschien was er al die grote ontmoeting geweest
met de Vader aan de overkant.
Maar hij was teruggeroepen naar de aarde
door de gezant van het leven: Jesus Messias:
‘Lazarus kom naar buiten.’

Passiezondag (de zondag van vandaag heet zo)
is een dag van bezinning.
Een bezinning op leven en dood.
en de vraag die daaraan voorafgaat is: wie is levend, wie is dood?

Ezechiël mocht preken in een dode tijd
de tijd van de ballingschap:
het volk had geen hoop meer,
er was geen tempel, geen stad, geen volk eigenlijk
alleen maar mensen die uit Jeruzalem afkomstig waren
en nu met andere gevangenen van overal
in de concentratiekampen van Babel waren.
‘Supra flumina Babylonis’, zingt het boek van de psalmen,
aan de rivieren van Babel zaten wij en weenden.
Daar heeft Ezechiël zijn visioen
waar wij het begin vandaag van hoorden
en het vervolg zullen lezen in de paasnacht:
zijn visioen van de doodsvallei met dorre beenderen.
‘Zullen deze beenderen ooit levend worden’
wordt de profeet gevraagd:
‘Gij weet het Heer’ is het antwoord.
En een geruis weerklinkt aan het einde van het visioen,
de beenderen voegen zich aaneen,
ze worden met spieren en huid bekleed
en worden een schare levende mensen
die fier overeind staan: er is weer hoop, er is weer leven !
Let wel: hij heeft het over levende mensen
als hij spreekt over zijn vallei van dorre doodsbeenderen.
De Geest legt het hem uit.
‘Mensenkind, deze dorre beenderen,
het zijn de kinderen van Israël die zeggen
vervlogen is onze hoop, verdord zijn onze beenderen.’

Het verhaal van de opwekking van Lazarus
staat op een bijzondere plaats in Johannes’ evangelie.
Jesus heeft rondgetrokken door het joodse land.
Het begint langzamerhand duidelijk te worden
waar zijn weg toe leiden zal, naar de dood!
Tot de dood van Jesus, deze rechtvaardige,
zal in dit zelfde 11e hoofdstuk besloten worden (vs. 45-57).

De namen die we in het evangelie hoorden
vertellen ons al iets over wat er aan de hand is
en wat dit verhaal ons wil leren.
Jesus komt in Bethanië… dat betekent, plaats van verdriet
(dat doet denken aan de dood die alles leeg en donker maakt)
maar het ligt tegen de olijfberg aan,
de berg waarop de Schrift de opstanding der doden
op het einde der tijden programmeert.

De naam LAZARUS is de Griekse weergave
van de Hebreeuwse naam Eleazar: ‘God is mijn helper’.
In deze naam heeft Israël zich herkend:
dankzij de hulp van de kant van de Eeuwige, leeft het volk.

Maria is er zeker van dat Jesus Lazarus niet zou hebben laten sterven
zijn vriendschap voor Lazarus betekende immers: trouw tot over de dood.
Ze getuigt: ‘als Gij hier waart geweest
zou mijn broeder niet gestorven zijn’.
Maar Marta mag er ook zijn. Zij is in Bethanië
(het huis van verdriet betekende dat dus) de huisbazin
maar vooral degene die in die hulp van God gelooft.
Ze is resoluut en flink en… (fijn dat vrouwen
krachtiger optreden in onze dagen)
ze is een gelovige bij uitstek in de God
van Abraham Isaak en Jakob.
Maar zij is ook een gelovige in het nieuwe begin
dat er met Jesus’ komst op deze aarde gemaakt is.

Marta de standvastige gelovige:
niet alleen de vrouw die reddert en doet, een soort juffrouw mier
-als iemand nog weet wie dat is-
maar een profetes die perfect weet te getuigen:
‘ik weet dat mijn broeder zal verrijzen op de jongste dag’
en als Jesus zegt dat Hijzelf het leven is en de verrijzenis
en vraagt of zij dat gelooft zegt ze (net als we elders Petrus horen zeggen):
‘JA HEER IK WEET DAT GIJ DE MESSIAS ZIJT,
DE ZOON VAN DE LEVENDE GOD.
Martha gelooft dat de kringloop van het lijden doorbroken kan worden
en is zo een goede getuige van het nieuwe leven dat ons allen ten deel kan vallen.
De twee zusjes (Marta en Maria) en de omstanders
(die ook van Jesus’ liefde voor Lazarus weten)
krijgen te zien wat de consequentie
van het met Jesus meetrekken is:
Jesus toont Zijn trouw en Zijn vriendschap
door Lazarus weer tot leven te wekken.

Jesus roept: ‘Lazarus kom naar buiten’ .
Hij doet dat in naam van de Enige
die Israël uit Egypte riep, die het volk dat hulp nodig had, redt.

De opstanding wordt in dit evangelie als iets dat zeker komt verkondigd.
Bij het graf van Lazarus bidt Jesus tot zijn Vader:
‘Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt.’
Het is de gebedsvorm die in de joodse gebeden steeds voorkomt.
In het Achttiengebed bijvoorbeeld wordt na iedere bede vastgesteld
dat God inderdaad degene is die de hoorn van de bevrijding doet ontspruiten,
de hongerigen spijzigt, de zieken geneest en de doden levend maakt.

Als Jesus roept: ‘Lazarus kom naar buiten,’
doet Hij dat in naam van de Enige, die Israël uit Egypte riep
en Lazarus ook terughaalt uit de schemering van de dood.
Er is hoop voor Lazarus, voor Martha en Maria
voor de leerlingen toen en voor ons.

Het wachten van hen allen en ook van Lazarus
die tijdelijk uit de greep van de dood was verlost
het wachten blijft op het grote Pasen van Jesus:
de grote opstanding die alles werkelijk nieuw zal maken.
Dezelfde God Die Jesus uit de dood redde
zal alle anderen die zonder hoop zijn
geleiden naar een nieuwe toekomst
naar het echte nieuwe leven!

Wij hier gaan de komende weken
in de voetsporen van de levende Heer
die ons naar Gods nieuwe toekomst leidt.

Ik mag u allen vragen
de grote dagen samen mee te vieren:
de Palmzondag,
de boeteviering op de dinsdag erna,
als een stil en wezenlijk onderdeel
van de voorbereiding op Pasen
en ik mag u allen uitnodigen daarna samen waardig op te gaan
langs de drie treden van het heilig triduum:
de Witte Donderdagavond, de Goede vrijdag
en de Paasnacht
Pasen, het feest van de uiteindelijke overwinning
op dood en wanhoop, die ook in onze dagen werkelijk zal worden
in Christus Jesus onze Heer.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

26 maart: Licht op onze weg

[print]

Zondag Laetare

Schriftlezingen:

  • 1 Samuël 16,1-13

  • Efesiërs 5,8-14

  • Johannes 9,1-41

Vandaag is het zondag Laetare, een zondag van vreugde.
Dat kunnen we altijd goed gebruiken
want altijd zijn er sombere dagen.
Klein Pasen heet deze zondag ook wel:
we leven naar het grote Pasen toe:
het feest van het nieuwe begin
dat mensen met God altijd kunnen maken.
Het feest waarop nieuwe gelovigen worden gedoopt.
Die werden voorbereid door de Oud Testamentische lezingen
en de lange evangelie-lessen,
die ook voor ons een boodschap hebben.
Het Oude Testament gaf ons de lessen
over het Paradijs, over Abraham, Mozes
en vandaag over David.
In de evangelielezingen steeds ontmoetingen:
met de Satan, met Mozes en Elia
met de Samaritaanse vrouw bij de put
De vorige week kregen we in de lezingen les over het water,
het verhaal over de vrouw bij de put klonk
wier leven door de ontmoeting met Jesus
die haar het levende water kon geven veranderde.
Vandaag gaat het over de ontmoeting met een blindgeborene
en zo over het licht
dat ons helderheid kan geven
en ons troosten kan in onze troosteloosheid.

Op vakantie liep ik een keer in de Ardennen
ons hotelletje in de zuidelijke bossen uit.
Het was donker… helemaal zwart.
ik verliet het hotel en liep een donkere weg op
het werd steeds donkerder.
Dapper liep ik door, het beangstigende donker in
maar keerde toch gauw terug
naar het licht van het hotel…
Soms draaide ik me even om:
inktzwart was het achter mij.
Ik liep steeds vlugger..
gelukkig zag niemand mij..
angstig weglopend van het donker.
……..
Bij de ingang van de tempel zit een man
die vanaf zijn geboorte blind is…
alles is zwart, altijd.
Jesus stopt bij hem:
Hij ziet hem en er gaat iets gebeuren.

Johannes wil ons, door deze ontmoeting te vertellen,
iets duidelijk maken over ons eigen leven.
Hij wil ons vertellen dat niemand kan leven zonder het licht.
Zonder het ware licht wel te verstaan, het licht van God en van zijn zoon.

Vlak bij de plek waar Jesus met de blindgeborene staat
had ooit de profeet Jesaja gestaan.
Hij had gesproken tot het volk van God maar had weinig gehoor gevonden.
Toen had hij in zijn woede gezegd:
‘je kunt hun oren net zo goed dichtstoppen, ze luisteren niet,
je kunt hun ogen net zo goed dichtsmeren.. ze zien toch niet.’
Het is die tekst die in het genezingsverhaal van vandaag
in herinnering wordt geroepen
als Jesus met deze blindgeborene aan de gang gaat.

De omstanders hebben een eenvoudige oplossing
voor het mysterie van zijn blindheid:
‘zijn ouders of hijzelf hebben zeker flink gezondigd.’
Maar Jesus ontkent dat.
Jesus vertelt dat deze blindheid alleen maar dient
‘opdat de werken Gods aan het licht zullen komen!’

Hij zal deze blindgeborene
-die nog nooit een sprankje licht gezien heeft-
als een soort levend lesmateriaal gaan gebruiken
om de omstanders te verkondigen
dat God het ware licht is
en hoe pijnlijk de blindheid is, de verblinding eigenlijk,
van al degenen die dat niet willen zien.

De profeet Samuël kijkt naar de zonen van Isai (Jesse).
Hij ziet de oudste: krachtig en groot:
‘dit is een geschikte koning voor Israël.
Maar gelukkig kijkt hij verder
Tot hij uiteindelijk de kleine David ziet
en hem tot koning zalft van Gods eigen volk.

Terug naar het verhaal van vandaag.
Jesus ontmoet de blinde… Hij zal hem gaan genezen.
Daartoe gaat hij de ogen van de blind eerst dichtsmeren:
We weten nu waarom
we hoorden dat door Jesaja noemen.
Daarna zegt Jesus: ‘ga je wassen in de vijver Siloam,
(de vijver waarin de heilige vaten van de tempel gewassen worden) en…
de blinde komt terug en ziet.
..Jesus zelf is nu even uit het zicht.

De ex-blinde wordt van alle kanten aangevallen…
hij was ooit blind en hoorde eigenlijk blind te blijven.
Hardnekkig blijft iedereen hem ‘de blinde noemen’.

Maar de man ziet… en hoe!
Hij getuigt dapper tegen alle roddel in:
‘het is nog nooit vertoond dat een blindgeborene
genezen wordt,
de man die dat teweeg gebracht heeft
moet toch wel een bijzonder mens zijn!! ‘
Hij preekt prachtig over Jesus als degene
die mensen altijd nieuwe kansen geeft,
mensen vernieuwt en verandert.
En nu wordt langzamerhand duidelijk
wie de echte blinden zijn, dat zijn:
de mensen die dit teken niet willen zien.

Terecht had de profeet Jesaja eens geschreven:
‘terwijl ze horen, horen ze niet
en terwijl ze kunnen zien zijn ze als blinden…

Als Jesus aan het einde van het verhaal
de ex-blinde weer ontmoet sluit Jesus bij de woorden van de profeet aan:
‘ik ben tot een oordeel in de wereld gekomen
-en dan komt een hele eigenaardige zin-
opdat de niet-zienden zouden zien
en de zienden blind worden.’

Het is duidelijk dat Jesus niet alleen spreekt
over het zien met je gewone ogen
maar het verder kijken dan je met die gewone ogen doet…
het zien naar wat het ware licht dat God je openbaren wil.

Als Jesus zegt dat hij tot een oordeel is gekomen
opdat de niet-zienden zouden zien
en de zienden blind zouden blijken te zijn
roept dat een diepe verontwaardiging op bij de omstanders:
‘Zijn wij soms blind?’ vragen zij …

Wat hebben ze hem goed begrepen.
Je zou verwachten dat Jesus zegt:
‘ja, jullie hoeven niet meer mee te doen.
jullie zijn hopeloze gevallen.’
Maar dat is niet in Jesus’ stijl:
Hij schrijft hen en niemand af en zegt:
‘als jullie werkelijk blind waren
zou je geen schuld hebben
maar nu je voorgeeft te zien, nu wel!’
Zelfs de meest verstokte ongelovigen wil Hij nog een kans geven…
misschien zullen ze de les nog zien en zich bekeren.
Het licht van God wil ieder mens tegemoet treden
en ook ons leven verlichten.
God geeft ons allen nieuwe kansen,
en voor zover er dingen in ons leven mislukt zijn
is Hij, in deze weken bijzonder,
een God van vergeving en mildheid.

Wij worden uitgenodigd naar Hem op te zien.

De vorige week spraken wij over het levende water
waarmee wij besprenkeld zullen worden en vernieuwd,
nu denken wij eraan dat in de Paasnacht
in ons midden het licht zal worden ontstoken
en het Exsultet worden aangeheven:
opdat wij ziende zullen zien
en horende zullen gaan doen
waartoe Hij ons uitdaagt
onze Koning en Herder Jesus.
Echt zien in de bijbelse zin van het woord is niet altijd prettig,
het betekent: weten, betrokken zijn,
de knop niet omdraaien,
je blik niet afwenden.
Alles aanzien, terwijl je het soms niet kunt aanzien.
Een zien dat aanzet tot daden.

Met een verhaal uit de Joodse traditie wil ik eindigen.
Er was eens een oude rabbi die de vraag stelde
wanneer de nacht eindigde en de dag begint.
Zijn leerlingen dachten er diep over na,
maar geen van hen kon hem het juiste antwoord geven.

Toen zei de rabbi:
‘Wanneer je een mens in het gezicht kunt kijken
en je ziet je broeder of zuster, dan is het dag.
Kun je dat niet dan is het nog nacht om je heen.’

De blindgeborene staat oog in oog met de Davidszoon.
Hij zal nog heel wat te zien krijgen als Hij met Hem meetrekt
wij ook, die worden uitgenodigd
om naar Hem op te zien in de komende lijdensweken.

In de Paasnacht zal in ons midden het licht worden ontstoken
dat wij –als het goed is- verder zullen dragen
doende wat er gedaan moet worden
in het voetspoor van Koning en Herder Jesus.

‘Leef als kinderen van het licht’ zegt Paulus vandaag,
en in de prefatie vandaag klinkt het:
‘Door het mysterie van zijn menswording heeft Jesus het volk
dat in duisternis dwaalde, het licht van het geloof geschonken.
Daar zijn wij dankbaar voor, gaan we dapper verder,
gaan we verder met God, de toekomst tegemoet!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

12 maart: De partij van licht en liefde…

[print]

2e Zondag van de vasten

Schriftlezingen:

  • Genesis 12. 1-4a

  • Matteüs 17,1-6

Het blijft maar modderen op deze wereld.
De vrede tussen de mensen lijkt moeilijk te realiseren
er is zoveel eigenbelang; er is zoveel haat,
zoveel egoïsme, zoveel machtswellust.
Zal het ooit nog wat worden op deze wereld?
Antwoord: dat hangt van onze inzet af.

Jesus kan zijn grote taak niet beginnen
als Hij niet eerst een goed gesprek gehad heeft
met Mozes en Elia, de oude geloofsgetuigen van Israël
die doorgaven waar hun God voor stond.

De eerste die genoemd wordt is Mozes.
Van Mozes wordt gezegd dat hij als hij met God gesproken had
glansde van het licht… het licht van Gods liefdesglans
was op zijn gezicht overgesprongen.
En de tweede die genoemd wordt is Elia.
Van Elia wordt verteld dat hij
toen hij achternagezeten werd door het leger van koning Achaz
bij dezelfde Sinaï-berg wachtte
op een signaal van Gods aanwezigheid.
De donder liet zich horen: Elia stond huiverend op
maar in de donder was God niet.
Een storm barstte los, weer stond hij eerbiedig op,
maar ook in de storm was God niet.
En toen was er een zachte bries voelbaar
die streelde over Elia’s gelaat
en in die stilte daar was God.

Jesus neemt zijn apostelvrienden mee ter lering,
om hen iets te laten aanvoelen van het
vertroostende geheim dat God is…
en ze samen Zijn licht en warmte laat ervaren.
‘Laten we hier gauw tenten bouwen’
hier in dit vriendelijk licht is God’ zegt Petrus
en hij krijgt daar in de tekst van Mattheus, niet voor op zijn kop.

Er hangt dreiging in de lucht:
vijandelijkheid pakt zich samen rond Jesus;
Hij is te goed voor deze wereld
neen: beter: Hij is gevaarlijk
want Hij kiest partij voor weerlozen,
voor mensen die angstig zijn en bedroefd.
En Jesus spreekt met Mozes en Elia
over de droeve dingen komen gaan;
maar ook over de goede afloop:
over zijn doortocht dwars door de dood heen.

De God van Abraham, Isaak en Jacob,
zoals we dat in de eerste lezing hoorden
de God van Mozes en Elia
de God van Israël èn dus ook van Jesus
heeft geen andere bedoeling
dan mensen te bemoedigen en te troosten
hun grote vriend en ondersteuner te zijn
bij hun opgang naar het licht, ook in onze dagen.

‘Ik sluit mijn verbond met jou’
zei Hij tot Abraham,

‘Kom dicht bij mij’ zegt Hij tot Mozes en Elia bij de Sinaï

en Hij sprak met Abraham, Elia en Mozes
zoals een man spreekt met Zijn vriend.

‘Vrees dus niet’ zegt Jesus daarna tot zijn vrienden,
‘wees niet bang’ zegt Hij ook tegen ons.
‘Wees niet bang over alle berichten van geweld
die je keer op keer bereiken.
Wees niet bang als ze je voor gek verklaren
omdat je nog steeds in de liefde gelooft.
De Liefde zal het winnen van de haat,
blijf kiezen voor de enige echte God
die alle gelovigen met elkaar verbindt.’

Jesus had, als goede jood,
het bouwen op macht afgewezen
dat hoorden we de vorige week
in het verhaal van de beproevingen.

En we hoorden dat om zelf ook vol te houden
als gelovigen in deze dagen.

Jesus, die voor de God van Israël kiest
en zijn opdracht gaat vervullen,
wordt -net als het volk van God in vroeger dagen-
‘geliefde zoon’ genoemd.
Een woord dat klinkt als lieve vriend,
kind van mij, even dierbaar als het liefdeswoord
van de vader of de moeder die zijn eigen kind knuffelt.

‘Luister naar Mijn kind -zegt de Vader-
Ik ben met Hem en met jullie alle dagen
als jullie trouw blijven aan mijn verbond met jullie
en doen als Hij.
‘Luister naar Mijn kind -zegt de Vader-
bouw verder aan de liefde..

Het is boven op de Tabor, -die miniatuur Sinaï-
een feest: Petrus, Johannes en Jakobus zijn van de partij,
Mozes en Elia… Jesus zelf.. en wij vanmorgen
in het stralende licht van Gods aanwezigheid.

God zegt:
Ik ben met Hem en met jullie alle dagen
als jullie trouw blijven aan mijn verbond met jullie
en doen als Hij.

De oude prior van Erfurt Meister Eckhart zegt:
‘Het beste gebed dat een mens bidden kan is niet:
‘Heer geef mij veel deugden’ of ‘geef mij eeuwig leven’
neen, het beste gebed is:

HEER GEEF MIJ NIETS DAN WAT GIJ MIJ WILT GEVEN

EN DOE MET MIJ WAT U WILT EN ZOALS U DAT WILT..

dat is het beste gebed dat er is: je hebt jezelf verlaten
en bent dan binnengegaan in God.

Daar streven we naar samen met alle mensen van goede wil.
Met Hem trekken wij, in het gevolg van Zijn zoon verder.
We zullen het in het slotlied zingen:
‘Geen ondergang kan dreigen
of heerlijk rijst uw beeld,
en doet ons mee ontstijgen
in een glans die alles heelt.’

Laat ons bidden:
Wij groeten U, Koning der Joden, –
wij begroeten Uw koningschap
dat één ogenblik geschitterd heeft voor onze ogen
als het licht van de zon op de berg van uw heerlijkheid.
Maar die zon werd verduisterd op de berg van Uw dood:
wij begroeten Uw koningschap ook in deze gedaante
zo machteloos en ongekroond.

Wij bidden U om de binnentreding in deze wereld
van Uw Koninkrijk van liefde en trouw
opdat onze ontferming uitgaat
naar de zwaksten, de meest vergetenen.
Geef ons leidslieden, die bewind voeren met verbeeldingskracht
ambtenaren die de wet toepassen met recht en rede
en laat ons onderdanen zijn,
die onze verantwoordelijkheid kennen.

Wij bidden om een nieuw gezag in de kerk
niet het anonieme gezag dat zich breedmaakt en verdrukt,
ook niet het goedkope gezag van de tijdgeest en de nieuwste mode,
maar om de zeggenschap van Mozes, de gebiedende wijs van Elia
zodat wij onze opdrachten goed beluisteren
en gaan doen wat ons te doen staat.

Wij bidden voor mensen die in het donker gaan:
waar geleden wordt aan geweld of onrecht,
voor zieken die hun lot niet meer kunnen dragen
maar ook voor mensen die kracht uitstralen en liefde
dat zij staande blijven in ons midden.

Heer,
Hoog op de berg heeft uw vuur gebrand
een baken op de weg naar Uw goede toekomst:
U hebt ons gezegd te luisteren naar Uw zoon
houdt ons allen dan op de weg van Uw Koninkrijk
in het voetspoor van Jesus
die leeft met U
in de eenheid van de heilige Geest
God, in de eeuwen der eeuwen…

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

5 maart: Op naar het paradijs!

[print]

1e Zondag van de vasten

Schriftlezingen:

  • Genesis 2,7-9; 3,1-7

  • Romeinen 5,12-19

  • Mattheüs 4,1-11

Hoe komt het toch dat deze wereld
na al die duizenden en duizenden jaren dat ze bestaat,
nog steeds niet is zoals zij zijn moet?

Dat is een vraag waar mensen zich eeuw in, eeuw uit
mee hebben bezig gehouden
want echt tevreden zijn de mensen nooit geweest.
Er was altijd oorlog, onrecht, ziekte, pijn.
Sommigen zeiden: ‘het zijn de kwade machten
die ons tegenwerken’ maar die opmerking lijkt een beetje goedkoop.

Er ZIJN dingen waar wij niets aan kunnen doen.
Een storm, een aardbeving, een ongeneeslijke ziekte…
de dingen buiten je zou je kunnen zeggen,
maar tegelijkertijd heeft iedereen ook de idee
dat het ondanks alle dingen waar wij niets tegen kunnen doen
beter kan, veel beter zelfs en dat de schuld
van meer dan 90 % van alle ellende op deze aarde BIJ ONS ZELF ligt.

De aarde KAN EEN PARADIJS ZIJN,
of minstens bijna een paradijs
als wij daar samen aan werken.
En ieder mens kan daaraan zijn of haar eigen bijdrage leveren. Maar hoe?
Daarvoor moeten wij in dit leven vele -en hopelijk dan goede- keuzes maken.

Het verhaal van de Adam (=mens) dat u vandaag als eerste lezing hoorde lezen behandelt de genoemde problemen.
Een opmerking vooraf:
het gaat niet over een mannetje (Adam) en een vrouwtje (Eva)
van heel vroeger maar over mensen van nu.
De Adam en de Eva (hun namen betekende letterlijk:
de mens en de levengevende) die door God in de wereld zijn gezet
om wat er aan paradijselijks is te bewaren zijn wijzelf.

Wil het ooit wat worden op deze wereld-
dan is een goede samenwerking met de Schepper,
met God, aan te bevelen,
die je graag wil adviseren en helpen.
God is geen concurrent maar een bemoediger van ons.
Hij zet ons in de aarde-tuin
om de aarde te bewaren en er zo van te genieten.
Zo is het en niet anders.

De slang in het verhaal -de duivel- ziet het verkeerd.
Hij ziet God en mens als concurrenten:
“ik heb het wel gehoord: ‘je mag van GEEN VAN DE BOMEN eten.’
Sommige mensen denken dat nog steeds:
‘van God mag je niets, Hij houdt je klein.’
En ze zeggen dat ook van ons, kerkmensen:
‘jullie mogen zeker niets van God.’
Dat is nog steeds hetzelfde gesis van die oude slang
die had gezegd: ‘jullie mogen zeker niets,
van geen van de bomen mag je eten.’ Dat was niet juist.

God had gezegd: ‘VAN ALLE bomen in de hof mag je eten,
behalve van één.’
God gunt de mens zijn eigen plezier
maar alles loopt wel veel beter
als je een klein beetje ruimte voor God laat:
die ene boom, daar moet je -voor je eigen bestwil-, afblijven:
de boom van kennis van goed en kwaad.

Maar de mens is een eigenzinnig wezen.
Dat het voor zijn eigen bestwil is
– ruimte te maken in zijn bestaan voor God en zijn adviezen –
is de mens moeilijk diets te maken:
de mens grijpt en graait:
hij wil geen hulp, heeft geen behoefte aan een supporter:
hij wil -net als een eigenwijze puber-
alles lekker zelf doen.
Dat kan.. maar dan zal hij daar ook
de (vaak smartelijke) gevolgen van dragen.
Hij zal als hij dat wil zijn eigen verantwoordelijkheid dragen
maar dan ook helemaal!
Dat wil het verhaal van Adam en Eva zeggen.

Het gaat nog helemaal niet over zonde
-die treedt pas aan het licht als Kain en Abel aan het vechten slaan-
maar over het drama van de mens die alles alleen wil doen,
is overgeleverd -zoals de Franse existentialisten dat zeggen- aan zichzelf.

II. Een man zwerft door de woestijn. Jesus van Nazareth.
Hij kent de oude problemen,
hij kent het verhaal van de Adam, de mens
die zo weerloos is en alleen
met zijn zware verantwoordelijkheid.

Maar, als goede jood kent Hij ook de andere troostende verhalen.
Over een wereld die beter kan worden,
over een nieuwe toekomst waarin recht gedaan zal worden aan allen,
over een wereld waarin niemand verloren loopt.

Voor Hij als volwassen mens
Zijn eigen verantwoordelijkheid zal gaan nemen
trekt Hij zich -ter bezinning- terug in de woestijn.
Natuurlijk in de woestijn.
Niet omdat het daar zo lekker rustig is maar omdat
daar ooit de woorden van God hebben geklonken op de berg Sinaï.
Ooit hadden zijn medejoden daar, op die wondermooie plek
waar God weer iets van zich had doen horen,
enthousiast geantwoord:
‘alle woorden zullen wij doen,
wij hebben ze goed gehoord !’

Dat enthousiasme van het begin was er nog wel
maar het was zo moeilijk vol te houden.
het is voor ieder mens opnieuw een worsteling.
En daarvan vertelt het evangelie over Jesus.

Het is de worsteling van de mens die van nature egoïstisch is
en die door God wordt uitgenodigd
om vanuit ZIJN opdrachten te leven.
Steeds weer probeert die tegenkracht in onszelf
– in het evangelie heel plastisch voorgesteld door die Satan-
ons van onze goede levensoriëntatie af te brengen.

Die worsteling maakt Jesus,
de nieuwe Adam kun je hem noemen, in volle hevigheid door.

En we zien Jesus Messias Zijn keuzes maken.

1. Neen, Hij kiest niet voor brood alleen eten; hij zal het gaan delen.

2. Hij kiest niet voor valse schijnheiligheid (werp je van de tempel af..)
maar voor echte godsdienstigheid.

3. Hij knielt niet voor de Satan
maar kiest voor trouw aan de 10 geboden van God gegeven op de berg Sinaï.
HIJ WINT !

Wordt dit ons verteld om ons te laten zien
hoe goed Jesus was en hoe stuntelig wij ?
Neen, dan verstaan wij het verhaal niet goed.

Het wordt ons verteld om ons te laten voelen
dat Jesus trouw was tot het uiterste.. dat wel.
Maar dan trouw in Zijn solidariteit met ons mensen
die allemaal ons best doen
op weg te gaan naar het goede, op weg met God.

Het verhaal van Jesus’ standvastigheid in de beproevingen
wordt ons verteld tot troost en bemoediging
aan het begin van de veertigdagentijd.
Houd vol… je kunt het!

Waarom zijn we in de loop der geschiedenis nog zo weinig opgeschoten?
Omdat iedere mens op zijn eigen wijze in zijn eigen tijd opnieuw
moet kiezen en zijn strijd moet strijden.
Mensen zeggen wel eens: ‘wat hebben jullie in de Bavo een mooi koor’.
Vandaag hoort heel Nederland het weer via de TV.
Sommige mensen denken dat dat vanzelf ontstaat en vergeten
dat het koor alleen maar goed kan zijn
als er in iedere tijd opnieuw, weer mensen zijn die er aan werken,
repeteren, volhouden tegen alles in.

Wil Gods Koninkrijk werkelijkheid worden
moeten er in iedere generatie opnieuw mensen zijn
die zich ervoor inzetten.
Die de tegenkrachten willen weerstaan en willen volhouden.

De tegenspeler, de tegenkracht de dwarsligger,
kan alleen maar overwonnen worden door ons zelf
die kunnen kiezen voor God.
We staan er ieder persoonlijk alleen voor,
we staan naakt voor Hem……….net zoals Adam dat voelde.

Eenzaam maar niet alleen
want Hij wil – in deze genadevolle 40 dagen
nog duidelijker dan anders- onze Supporter zijn,
Hij kan en wil ons sterken met de kracht van Zijn Geest.
Hij klopt aan onze deur
maar de klink zit aan de binnenkant
wij zullen moeten opendoen.. vandaag.

En als wij de weg kwijt dreigen te raken
is Jesus onze voorganger op de (terug)weg naar het Paradijs.
Met Pasen zien wij Hem als tuinman,
als Heer van het Paradijs als in de graftuin de tombe openstaat.
En voor ons is het paradijs bereikbaar
als wij trouw aan onze opdracht onze weg durven gaan..
ook wij zullen leven dankzij Hem
en uiteindelijk zullen dan de engelen
ja dezelfde die Hem na zijn beproevingen dienden,
ons naar het paradijs geleiden’ .
zoals wij zingen bij een uitvaartdienst
(maar dat geldt ook nu al)
als wij vol van Hem willen zijn
en werkelijk leven.
Dat ons dat gegund mag worden vandaag al!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

26 februari: Zoek het echte belangrijke

[print]

8e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 49, 14-15

  • 1 Korintiërs 4, 1-5

  • Matteus 6, 24-34

Wij gedenken dezer dagen de februaristaking van 1942.
Het waren gruwelijke tijden, de jaren van de bezetting door de Duitsers.
Vooral voor de joden! In Amsterdam waren de eerste pogroms begonnen.
414 Joodse jonge mannen waren van hun bed gelicht
en daarna als vee bijeengedreven op het huidige Jonas Daniël Meijerplein en gedeporteerd. Toen kwamen er protesten, stakingen georganiseerd
door de ondergrondse communistische partij.
Later sloot Haarlem zich er bij aan –In Haarlem gebeurt alles ietsje later-
maar ook andere steden in Holland en ook Utrecht.
De bezetters schrokken zich een ongeluk
en konden –een teken van zwakte- alleen maar met geweld reageren.
De Nederlandse bisschoppen hebben zich in die dagen
ook niet onbetuigd gelaten. Ze lieten een brief voorlezen
waarin tegen deze gang van zaken geprotesteerd werd.
Ik hoorde bij de voorbereiding van de uitvaartdienst
van een oud parochiaan die we deze week hielden, vertellen
dat het doodstil was in de kerk toen die brief
door mijn voorganger Filbry werd voorgelezen.

De nacht tevoren was tegen 10 uur
een Duitse officier naar de Maliebaan getogen
-de Nieuwe Gracht van Utrecht zal ik maar zeggen-
om aartsbisschop de Jong ervan te overtuigen
dat hij de brief moest intrekken en die zondag
niet moest laten voorlezen in alle kerken of kapellen
binnen de Nederlandse bisdommen.
De aartsbisschop lag reeds te bed.
Hij kleedde zich haastig aan in zijn mooiste bisschoppelijke gewaad
en liep de trap af tot halverwege de overloop
en stond zij op een soort podium te prijken
terwijl de Duitse officier beneden stond naar hem moest opkijken.
De aartsbisschop hoorde vanaf zijn verheven podium
de Duitse officier aan. Hoe angstig hij was vertelt de geschiedenis niet.
Toen de officier zijn verhaal had gedaan vroeg hij een reactie.
‘Zeg maar tegen je baas’ zei de stugge aartsbisschop de Jong
‘dat je je verhaaltje keurig hebt voorgelezen’
en hij draaide zich om en ging de trap weer op naar zijn slaapkamer
waar hij waarschijnlijk geen oog verder heeft dichtgedaan.
Dat is nog eens een actie vanwege de kerk geweest
waar we nog steeds trots op kunnen zijn.
En er ontstond toen een wonderlijke samenwerking
die de hele oorlog door zou duren
tussen de katholieken en de andere verzetsmensen,
waaronder de communisten,
die de grote landelijke proteststaking
die in die zelfde maanden plaats vond georganiseerd hadden.

Deze zondag denken wij er dus aan
hoe belangrijk het is dat mensen waakzaam zijn en sterk.
En dan dat evangelie van vandaag:
‘kijk naar de bloementjes en de vogeltje’
en ‘maak je niet bezorgd.’

Is Jesus dan een soort vage hippie
die mensen aanraadt zich maar niets van de dingen aan te trekken’
en in een gezellig ‘maak je maar niet druk’ isolement terug te trekken?
Allerminst!
Jesus is bezig de Wet te laten doordringen in Zijn eigen leven
en in het leven van de gemeente aan de basis.
Hij is wars van een bepaald soort farizeïsme…
Uiterlijkheid alleen is niet genoeg.
Maar de innerlijkheid alleen ook niet
en daarom sprak de oude Wet van Mozes al over gewone dingen
geld, kleren en over eten.

Jesus begint over het geld te spreken:
‘Je kunt niet God dienen en de Mammon.’
Veel lezers van dit evangelie schieten aan de eigenlijke boodschap voorbij.
´Natuurlijk´, zeggen ze ´geld is niet belangrijk´.
En iemand zal zeggen: ´het maakt niet gelukkig.´
Een derde oppert: ´het is maar slijk der aarde.´
Zo´n oneerbiedige benadering van het geld bedoelt Jesus niet.

Geld en rijkdom zijn en zegen en heel belangrijk.
Vooral als je er veel van hebt, want dan dient er gedeeld te worden.
Dat doen de rijken meestal niet.
Die verzamelen maar en slapen niet van hun zorgen.

Als uitleg een verhaal: Twee broers woonden tegenover elkaar.
De ene was steenrijk, de andere arm.

U weet hoe het dan gaat:
de rijke wordt steeds rijker en de arme armer.
kijk maar naar Moebarak en Kadffi en anderen.
Het verhaal gaat verder:

De arme moet een lening bij zijn rijke broer aangaan
en het geld na drie maanden terugbetalen.
Na verloop van de drie maanden is het zover.
De arme doet geen oog dicht, want de volgende dag
zal hij zijn lening moeten inlossen.
Midden in de nacht krijgt hij een helder idee.
Hij doet het raam open en roept naar de overkant:
´Broer, ik moet je morgen veel geld betalen, maar ik heb het niet !´
´Ziezo´, zegt hij, ´nu heeft hij de zorgen´. Tevreden slaapt de arme in.

Zo kan Jesus ook heel nuchter eindigen met te zeggen:
´Maak je niet nodeloos zorgen
– die rijke had veel zorgen, hoe te beleggen,
zou de economie het wel houden-
maar Jesus gaat verder.
‘Maak je geen zorgen over morgen.’
En nu komt de echte uitleg.
Jesus zegt niet: ‘laat maar waaien, hatsekidie’
maar als goede joodse rabbijn zegt hij:
‘maak je geen te grote zorgen over morgen
want vandaag is belangrijk.

VANDAAG moet er gehandeld worden.
Als er vandaag de goede beslissingen genomen worden,
zullen we daar morgen nog plezier van hebben.
Vandaag moet je doen, wat er gedaan moet worden.
Vandaag eerlijk omgaan met je geld, met je voedsel.

En als je het te druk hebt met het binnenhalen van je rijkdom,
het aankleden van je eigen belangrijkheid,
denk dan aan de vogelen des hemels, die in afhankelijkheid leven,
of de bloemen van het veld, die zo kwetsbaar zijn.

En als motto van alle activiteiten geldt dan:
‘Zoek eerst het Koninkrijk van God.’

Zou de Heer je ooit verlaten – zoals het volk tegenover Jesaja oppert –
zou God ons vergeten ? Zeker niet, want Hij blijft ons roepen en uitdagen.
Hij zendt ons zijn kritische profeten, Hij zond ons Jesus.

Paulus noemt ons onmisbare helpers van Christus
van wie gevraagd wordt dat ze betrouwbaar zijn.
Nuchterheid is nodig. Jesus Messias wil ons richten op het wezenlijke.
Op het Koninkrijk van God, dat Hij wilde dienen.

Jesus bedoelt dat wij al ons handelen
werkelijk naar dat Koninkrijk van God toe richten.

Jesus was dus geen vage hippie die ons zegt
naar de bloemetjes te kijken en niet bezorgd te zijn
voor de dag van morgen.

Neen hij is een reële leermeester die ons adviseert
ons niet bezorgd te maken over onbelangrijke dingen
maar ons vandaag te richten op de dingen die belangrijk zijn.

Dat hebben toen die mensen gedaan
die samen met anderen van goede wil
hun februaristaking organiseerden
en de bezetters leerden dat zij zich niet alles konden veroorloven.
Ze maakten zich niet bezorgd over hun eigen leven
en velen werden later dan ook vermoord.

De Utrechtse aartsbisschop maakte zich ook niet bezorgd
over zijn leven
al heeft hij na het gesprek met die officier geen oog dicht gedaan.
Hij heeft – en dat wordt van ons ook gevraagd-
gekozen voor het Koninkrijk van God
en zo gedaan wat er gedaan moest worden.
Laten wij goede leerlingen van hen zijn
en in onze dagen doen wat er gedaan moet worden.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

19 februari: Het gaat om jou!

[print]

7e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Leviticus 19, 1-2, 17-18

  • 1 Korintiërs 3,16-23

  • Matteus 5, 38-48

Een sleutel tot het verstaan van al de moeilijke teksten
die ons vandaag worden voorgehouden is
dat je bijbelteksten altijd moet lezen
als gericht TOT JOU en JOU ALLEEN.
De tien geboden staan niet voor niets IN HET ENKELVOUD..
het gaat om jouzelf. En dan gaan we nu kijken wat Jesus zegt
of aanhaalt.

Om te beginnen:
‘er is tot de ouden gezegd oog om oog, tand om tand…’
Als er één tekst is uit de joodse traditie
die te pas en vooral te onpas geciteerd wordt is het deze tekst wel.

Even tot uw geruststelling-
het is in de tijd dat deze tekst geschreven werd
niet de gewoonte geweest elkaars ogen en tanden uit te rukken.
Ook niet als een ander jou flink had toegetakeld!
Wel zegt de wet van Mozes ons
dat ieder die een ander ernstig kwetst
moet beseffen dat hij dat niet straffeloos kan doen.

De gehele regel luidt:
‘een leven voor een leven, een oog voor een oog,
een tand voor een tand.’

Je moet eigenlijk zorgen voor een nieuw oog,
een nieuw leven als je iemand hebt toegetakeld.
Maar vervanging van een oog,
teruggave van een leven
liggen niet binnen onze menselijke mogelijkheden.

Daarom wil deze rechtsregel ons op zijn minst verplichten
een passende vergoeding te geven als je iemand gekwetst hebt.
Maar vooral wil deze regel ons leren
dat we er NOG beter aan doen
al die akelige dingen waar je anderen mee verwondt
achterwege te laten.
Hoe vaak heb je niet, – als we de vuistregel even toepassen
en de gelezen tekst echt op onszelf richten- hoe vaak heb IK niet,
misschien onbedoeld, zelf een ander pijn gedaan
of hem/haar niet de liefdevolle aandacht gegeven die hij/zij verdiende.
En -verder denkend over jouzelf-
bedenk dan: niemand kan zonder liefde.
zonder aanvaarding. Iedereen heeft een ander nodig
die met hem meegaat, hem of haar kansen geeft om op te bloeien.

Jesus heeft die oude joodse regel over voorzichtigheid
bij het al of niet bedoeld kwetsen van de ander perfect begrepen
en legt hem dan ook uitstekend uit zoals u hoorde:
“Ik zeg u beëindig de kringloop van de wraak.
Ga niet in op de uitdaging mee te doen
aan de kringloop van het geweld:
durf weerloos te zijn: stop de pretentie
van de gekwetste onschuld: leef anders. “

Zolang mensen altijd alleen maar rekeningen kunnen sturen
naar anderen voor aangedaan onrecht komen we niet verder.
We zouden de Spanjaarden nog steeds met de nek aankijken,
de Kennemers die Haarlem belaagden in de 14e eeuw nog steeds wantrouwen enz.

Het probleem van veel wereldprobleme hoorde ik Mgr. Ernst eens zeggen
bij een lezing in onze goede stad is
dat geen rekening vergeten wordt
en alles wat er aan onrecht is ondergaan in de loop der eeuwen
wordt verzameld, opgepot
en dan wordt er om wraak geroepen..
wraak voor dit en wraak op dat.

Een andere levenshouding wordt ons door Jesus aanbevolen.
Niet alleen maar vergeten en vergeven
– vergeten is geen deugd –
maar zelf zoeken naar nieuwe mogelijkheden
om het verleden te boven te komen.

We worden opgeroepen een heilig soort mensen te zijn
-zoals we in de eerste lezing hoorden-
Creativiteit is nodig!

Zoiets wordt ook bedoeld
als we aan het eind van het evangelie te horen krijgen:
‘Wees volmaakt’. ‘Weest volmaakt’ ,toe maar.
Wie kan dat? Niemand van ons.
Daarom zijn er sommige theologen die zeiden:
deze teksten zijn geschreven om een soort super-mensen
te kweken of als leefregel voor zeer verheven ascetisch levende monniken.
Maar dat is gelukkig niet waar.

Jesus spreekt tot gewone mensen, Zijn leerlingen,
mensen met fouten net als u en ik.
En als Hij ons dan oproept volmaakt te zijn
zoals Zijn hemelse vader bedoelt Hij
dat wij opgeroepen worden om creatieve mensen te worden,
mensen die -net als God- één doel voor ogen
hebben: het geluk van anderen.

Ieder van ons persoonlijk wordt aangesproken – zei ik zojuist –
en toch zijn wij hier samen…..
om elkaar te inspireren en te bemoedigen
om samen te zijn in ons fraaie gebouw.

Het mooist is echter –als het goed is- de parochie die wij samen vormen,
een parochie toonde waarin mensen ruimte laten voor elkaar
waarin mensen welkom zijn, wie ze ook zijn
een parochie waar ruimte is voor jong en oud.

De kinderen, meisjes en mannen van ons grote koor
de mensen van ons klein Bavokoor rond Cor Oost
die we dit weekend ook in onze parochie herdenken;

Er is reden tot dankbaarheid voor alles wat hier door vrijwilligers
en beroepskrachten is gedaan
-en steeds staan er weer jonge ouders te popelen
om hun prachtige kind te tonen omdat ze zelf
met hun kind willen inhaken bij die gemeenschap.

Het gaat – dat moet nog wel even gezegd –
niet om onze geweldig prestaties,
de kerk is een menselijk instituut
en niemand is volmaakt.
Wij danken de hoop voor onze toekomst
aan de levende Heer,
de bemoediger die met ons meetrekt.

Over enkele weken komt onze bezinningsperiode,
de veertigdagentijd.

We hopen en bidden
dat er genadevolle dagen zullen komen
dat wij allen de kracht zullen krijgen
om onze taak te vervullen..
zodat als wij aan elkaar het Paaslicht zullen doorgeven
in de paasnacht wanneer we een nieuwe begin kunnen maken
en allemaal krachtige getuigen zullen zijn van het licht
dat iedere mens verlicht,
dat het onverwachte mogelijk maakt.

Ieder van ons zal persoonlijk beslissen
hoe hij of zij op zijn of haar eigen wijze antwoord zal geven
door goede dingen te gaan doen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

12 februari: Liefde tot in de details

[print]

6e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Sirach 15,15-20

  • 1. Korintiërs 2,6-10

  • Mattheüs 5,17-37

‘Wie één van deze voorschriften,
zelfs het geringste opheft zal de geringste geacht worden
in het koninkrijk der hemelen…’ eind citaat.

Als we het vandaag nog niet goed hebben gehoord
horen we het nooit:
Jesus was een jood. Hij sprak als een jood:
kritisch, actueel,
mensen op hun verantwoordelijkheid aansprekend en uitdagend.

Bij Zijn eigen handelen en spreken is Hij gebleven
bij datgene dat de kern van de godsdienstige traditie van Israël uitmaakt:
de Tora, de Wet van Mozes.

Hitler en de zijnen hebben alles op alles gezet
om wat er aan Tora-wijsheid in Europa was uit te roeien
en de daarmee samenhangende joodse kritiek
op machtige staatsbestellen te neutraliseren:
dat is hem gelukkig niet gelukt.

Vandaag horen we de Heer zelf zeggen:
‘denk niet dat ik gekomen ben
om wet en profeten af te schaffen’.

In zijn wil tot behoud
gaat hij zelfs verder dan collega rabbijnen als hij zegt:
‘wie, al is het maar een van de geringste van deze geboden afschaft en zo leert
is de kleinste in het rijk der hemelen.’

De kleinste geboden.

Als we even naar een voorbeeld kijken van zo’n klein gebod
moeten we de wet van Mozes opslaan.
Daar staan de tien geboden: de grote zou je kunnen zeggen.

Maar ook de kleine. En daarvan een voorbeeld:
‘als je met je kar op de weg rijdt en ziet
dat er een vogelnestje uit de boom gevallen is,
zul je stoppen en het nestje aan de kant leggen.’
Een klein gebod. Onnozel? Allerminst:
is er niet zo’n bekend liedje: ‘het zijn de kleine dingen die het doen’.
Dat is heel bijbels.

Veel te gemakkelijk zijn we het over de grote dingen eens.
Dat we elkaar lief moeten hebben en zo,
dat er vrede moet komen en gerechtigheid.

Allemaal hele grote woorden,
zo groot dat ze eigenlijk niets meer zeggen:

Liefde bijvoorbeeld… je kunt als man wel zeggen
dat je hartstochtelijk van je vrouw houdt.
Een hele liefdeslitanie ten beste geven voor haar ten beste geven..
maar als je het vertikt om haar bij te staan in de keuken bv.
is die liefde wel erg verheven.
Van vrouwen richting mannen is het gemakkelijker.
Daar zeggen we van: de liefde gaat door de maag.

Dat is natuurlijk waar maar ook weer niet waar.
Alle mensen, ook mannen, hebben bevestiging nodig,
waardering van wat ze werkelijk zijn.

Vrouwen zijn meer dan keukenprinsessen
(de mooie term voor huishoudelijke sloof)
en mannen meer dan centenverdieners.

Die patronen worden tegenwoordig gelukkig
aardig door elkaar geschud.

Echte liefde uit zich in aandacht, in zorg voor elkaar:
het zijn de kleine dingen die het doen.

Jesus zegt iedere keer:
‘je hebt gehoord dat er tot onze voorouders gezegd is:
…en dan noemt hij de grote bekende geboden.

Vandaag horen we: niet moorden.
Iedereen zegt: natuurlijk, heel onfatsoenlijk een mes
in andermans ribben steken, dat doe ik niet zo gemakkelijk.
Maar er is meer bedoeld met dat verbod!

Er is ten diepste bedoeld: ga zorgvuldig met elkaar om,
bouw elkaar op maak elkaar levend.
Hoe onzorgvuldig gaan mensen vaak met elkaar om.
Wie geeft er een ander niet al te gemakkelijk een grote mond.

De joodse wetten zeggen:
als je iemand zo’n grote mond geeft dat hij er een rood hoofd van krijgt…
is het alsof je bloed vergiet.

Ongewild doen mensen elkaar pijn.

Ik zag ooit een TV uitzending over het tragische lot van een meisje
op wie zich de plaag-zin van een hele klas concentreerde.
De anderen waren het al lang vergeten, zij niet, zelfs niet na 20 jaar.

– ‘Geen echtbreuk plegen’ hoorden we ook vandaag.
Ik ga nu niet spreken over de tragiek van echtscheiding
maar lees hier dat het ideaal van het huwelijk
meer in mag houden dan altijd maar bij elkaar blijven
om koste wat het kost toch maar geen echtbreuk plegen. Het is ook:
samen bouwen aan een goede relatie, attent zijn.
Moeilijk soms, vooral voor ons mannen.
Het betekent altijd weer denken aan die ander.

‘Je zult niet stelen….’
Er staat een mooie uitleg, weer in de joodse geschriften:
Als je denkt: het mijne is het mijne
en het jouwe is het mijne
ben je een dief.
Als je denkt: het mijne is het mijne
en het jouwe is het jouwe
heet je fatsoenlijk maar ook niet meer dan dat,

Pas als je zegt het jouwe is het jouwe
en het mijne is het jouwe
begint het ergens op te lijken.

Er staat ook geschreven: je zult geen valse eden plegen.
Maar ook dat is een minimum.
Want die regel leert je aandacht voor het woord.
Zeker het is een grof schandaal als je in een rechtsproces de onwaarheid spreekt
maar verder, mag het dan wel? Mag je gewoon maar een ander bedotten.
Het antwoord is neen.

Niet alleen maar voor het gerecht zo eerlijk zijn
dat je net niet in de gevangenis komt
maar zo betrouwbaar zijn in woord en daad
dat een ander iets aan je heeft,
je als persoon iemand bent op wie je kunt bouwen.

De geboden die Jesus zelf trouw beleefde
leiden ons op een goed spoor:
we gaan daarmee een nieuwe toekomst tegemoet.

Een toekomst waar niet gemoord zal worden,
waarin trouw wordt opgebracht,
waarin mensen eerlijk zijn:
‘je ja zij ja, je nee zij nee.’

We worden opgeroepen onze gerechtigheid groter te laten zijn
dan die van de schriftgeleerden.
Deze opmerking is niet bedoeld
om de schriftgeleerden een trap na te geven
maar om ons uit te dagen heiliger te zijn dan de heiligen.
Nog heiliger dan moeder Theresa om het een beetje overdreven te zeggen.

En dat wordt weer niet gezegd om ons beklemd wakker te laten worden
maar om ons uit te dagen op onze eigen plek te proberen nieuwe dingen te doen.
Fantasie is een belangrijke eigenschap:
creativiteit is nodig om van het leven iets te maken.
Van Godswege wordt ons gezegd dat ons leven de moeite waard is.
Ieder mens is uniek en kostbaar, het hele leven is kostbaar en goed.
Allemaal hebben we de mogelijkheden in ons om het aanschijn der aarde te vernieuwen.
De bergrede van Jesus wil ons daarbij
op het goede been zetten.

Geen van de geboden wordt afgeschaft -zien we-
maar stuk voor stuk worden ze opnieuw geduid.
Als je je alleen maar aan het minimum houdt
ben je een mens van niets,
fatsoenlijk hooguit maar niet meer dan dat.

Als je leeft vanuit de woorden waaruit Jesus wil leven
dan kan het spannend worden en kun je anderen tot zegen zijn.

De wetten die ons gegeven zijn in de Schrift zijn geen wetten die beknellen maar zoals Jesus ze uitlegt wetten die inspireren en die je wakker houden.

De wetten van God zullen wetten zullen moeten zijn van levende mensen.

En dan kom ik terug bij het begin.

Voor ons christenen die zo gemakkelijk houden
van grote woorden -wat is de kern van het geloof..de liefde weet je wel–
is het meer dan ooit nodig om je te verdiepen in de kleine dingen
die het leven met God pas echt een leven met God maken.
Het zijn de kleine dingen die het doen.

En als we dan op zullen gaan naar het altaar
zullen we niet alleen nadenken
over onze eigen gevoelens van voldaanheid of onvoldaanheid
maar nadenkend over onze relatie met onze broeders en zusters.
Misschien merken we dan tot onze schrik
dat er nog steeds iemand is die iets tegen ons heeft.

Het is dan niet de bedoeling
om verlamd van schrik terug te deinzen
maar om te pogen alles op alles te zetten
om heel ons leven lang te doen wat ons te doen staat,
ons te keren naar degenen die ons nodig hebben
en te pogen anderen tot zegen te zijn
zolang wij leven mogen op deze wereld.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor