• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Category Archives: Preken

4 september: Wie maakt het werk af?

[print]

23e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Sirach 9,13-18

  • Lucas 14,25-33

De vorige week was er in de bouwkeet naast de kerk
een interessante bouwvergadering.
Het ging in op de vraag: ‘is onze Bavo eigenlijk voltooid?’
Interessant feit: bijna alle kathedralen zijn dat niet.
Hoe staat het met de onze?
Sommigen beginnen met te kijken naar onze torens.
Mijn vader die hier ooit wel eens geweest is vond ze lelijk:
zo plat. Dat klopt. In een van de ontwerptekening
staan er grote spitsen op: 40 meter lang… minstens.
En daarboven in de koepel, met mooie spiegels kun je dat zien:
daar zijn zijn nog allemaal kale stukken…
er hadden mozaïeken in gemoeten
en er zijn ook nog standaards boven in de koepel
voor twaalf beelden. Van wie?? Juist van de 12 apostelen.

Dat deze kerk niet af is is eigenlijk niet zo erg.
Bij de vergadering de vorige week zei een kunsthistorica
dat dat eigenlijk opzet was. Er horen stukken onvoltooid te zijn
om ons een gevoel van eeuwigheid te suggereren.

In Duitsland hebben ze er één afgemaakt in het eind van de 19e eeuw
de dom van Keulen. Ik vind –misschien schokt het u-
hem vreselijk saai met twee precies identieke torens.
Het voltooiingsproject had ook kwalijke drijfveren:
Duitsland moest indruk maken onder de volken:
een keizerrijk, veel belangrijker dan Frankijk.
En ja hoor, ze kregen het hoog in de bol: ‘Deutschland, Deutschland
ueber alles gingen ze zingen.’

In de Bijbel vind je daar een mooi verhaal over.
In Babel wilden ze een toren bouwen hoger dan
alle bouwwerken op aarde opdat men daar
zich een grote naam kon maken boven alle andere naties en steden:
ze zongen daar –bij wijze van spreken-
‘Babel Babel ueber alles’.
Toen greep God in en de toren bleef onvoltooid.

Maar wat moeten we nu met Jesus’ verhaal over de toren die niet afkwam
en zijn aanbeveling om goede bouwplannen te maken
opdat je bouwproject voltooid wordt?
Wat is dat voor bouwproject?
Neen geen wolkenkrabber en ook geen kathedraal
maar Hij heeft het over het bouwwerk van zijn
kerk als een bouwwerk van liefde onder de mensen.

In het evangelie van vandaag
draait Jesus zich om naar Zijn volgelingen
en vertelt tot driemaal toe dat het een zware prijs is
die betaald moet worden
als je werkelijk zijn volgeling wilt zijn.

‘Als je werkelijk mijn volgeling wil zijn’
zegt Jesus, ‘dan moet je vrij staan van geld en goed.’
Je moet je goed bezinnen op wat je doet
opkomen voor je zaak, er voor vechten,
niet zomaar mee hollen met de anderen.
Dat vraagt veel van je, bezin eer ge begint…’
En dan begint Jesus Zijn verhaal over het onvoltooide bouwproject
en het onvoorbereide leger.
Maar ik maakte al duidelijk dat het niet om grote bouwprojecten ging
om mee op te scheppen laat staan
over een geweldig leger dat de oorlog in kan gaan

Er moet goed nagedacht worden over hoe je echt aan een goede wereld bouwt,
een goed plan moet er gemaakt worden
en een goede begroting

Vandaag wordt in Rome een bijzondere vrouw Heilig verklaard.
Moeder Theresa:

Moeder Theresa, Agnes Gonxha Bojaxhiu geboren in 1910 in Albanië. Als jonge vrouw trad zij in bij een orde in haar regio. Bijzondere aandacht had zijn voor de misdeelden; steeds duidelijker waren haar keuzes. In Calcutta nam zij een oude loods in beslag om daar alle mensen die op straat lagen te sterven op te vangen. Men verklaarde haar voor gek: het had geen enkel nut. Maar ze ging door.
Moeder Theresa was een vrouw van gebed en actie.
Ze zei het zo:
‘De vrucht van stilte is het gebed.
De vrucht van het gebed is geloof.
De vrucht van het geloof is de liefde.
De vrucht van de liefde is dienstbaarheid.
De vrucht van dienstbaarheid is vrede!’

In 1973 bezocht zij de St. Lucas in Amsterdam. Pastoor Keet en ondergetekende ontvingen haar.
Ze wilde die zondag de Eucharistie incognito bijwonen in een ‘gewone’ parochie. Tevoren had zij bezoeken gebracht aan een aantal sociale instellingen en bejaardenhuizen in de hoofdstad. Ze wilde dat er in de viering geen aandacht aan haar aanwezigheid besteed zou worden. In de ontmoetingsruimte van de St. Lucasparochie dronk ze koffie met enkele parochianen en vroeg ze wat de schriftlezingen waren. Met behulp van een Engelse bijbel werd dat uitgelegd. De rest van de dienst kende zij omdat het ging om ‘Jesus Christ, bread of life’. Later werd (in 1980) ter gedachtenis aan dit bezoek de kleinste van de twee nieuwe klokken die in de toren van de St. Lucaskerk waren gehesen naar haar genoemd. Belangrijker dan dat is dat ze in 1979 de Nobelprijs voor de vrede ontving.

Omdat ze in Amsterdam op bezoek was geweest leefde de idee van een tegenbezoek. Die gelegenheid deed zich voor op 22 januari 1987. Met mijn vakantiemaatje Willen Froger hadden wij dit bezoek op de Nederlandse Ambassada in New Delhi voorbereid.

Tegenbezoek in 1987

De keurig aangeharkte Nederlandse wereld lijkt ver weg als we door de eindeloze suburbs van Calcutta reizen. Overvolle straten vol mensen, auto’s en koeien midden op de straat. We zijn op weg naar de Main Street waar de Mission van Mother Theresa haar huis heeft. Iedere taxi-chauffeur weet waar dat is: zij is de meest geliefde inwoner van deze gigantische stad. De binnenstad nadert. Verlaten spoorwegstations herbergen talloze tentjes (of wat dat moet voorstellen): enkele lappen met een stok. We zien zowaar op weg naar het klooster een moeder trots haar pasgeboren kindje tonen. Dan komen we in de Main Street. Plotseling draait de chauffeur een klein zijstraatje in en daar is de ingang van de Mission van Mother Theresa (hoe oneerbiedig ook: vanaf nu afgekort met M.T.). In een donker spreekkamertje werden wij geparkeerd en moeten we wachten. Op de tafel alleen een Bijbel (gekaft).

De ontmoeting

Plotseling verscheen zij en omvatte bij de begroeting onze handen innig. Alsof wij oude bekenden waren begon ze gewoon te babbelen. Ik vertelde haar dat wij haar nog dankbaar waren voor haar bezoek aan Amsterdam en vertelde haar dat er inmiddels een klok naar haar genoemd was. Daar moest ze toch wel even om lachen. Toen we vertelden dat een andere klok de naam van Helder Camara droeg had ze er wat meer vrede mee. Ze noemde hem toen ‘a great friend of mine’. Daarna begon ze te vertellen dat de armen mensen waren van wie wij niets dan goeds konden ontvangen. Toen ze uitleg gaf over haar werk zei ze plotseling: ‘ik hoef jullie dat helemaal niet uit te leggen, jullie kunnen als priester alles veel beter uitleggen dan ik. Toch zal ik het maar proberen want woorden zijn ons gegeven om ze te gebruiken.’ Toen begon ze te vertellen over haar werk dat haar vreugde gaf en haar medezusters met haar, want (ze telde op haar vingers vijf letergrepen af) ‘you did them did me’. Ze vroeg hoeveel lettergrepen deze zin van Matteus 25 in het Nederlands had. We kwamen op zeven uit. ‘Dat moet korter’ zei ze. Op onze vraag hoe het Pausbezoek aan Calcutta was verlopen antwoordde ze dat de Paus het huis van de stervenden wilde bezoeken. ‘Helaas’ waren er die dag nog geen doden in het mortuarium zodat de Paus niet kon zien hoe de tekst ‘We are on our way to heaven’ daar werkelijkheid werd en hij de doden zou kunnen zegenen. ‘We hadden tevoren gebeden dat er die dag toch mensen zouden sterven. Bijna toen de Paus weg wilde gaan stierven er twee zodat hij die toch zijn zegen kon geven.’ Nuchter lachte ze. ‘Veel mensen worden actief en daar ben ik blij om.’ – ‘Als ze ons komen helpen merken ze dat we geen wasmachines hebben; we vinden dat niet nodig en zo staan vaak thuis heel belangrijke mensen hier de was te doen aan de tobbe.’ Iedereen mag komen helpen, er wordt niet naar godsdienstige achtergrond gekeken. Na enig heen en weer gepraat liep het gesprek ten einde. ‘Hoe gaat het verder met u zelf,’ vroeg ik. ‘Heel goed,’ zei ze: ‘Jesus is het brood des levens, dus ik blijf alsmaar leven.’

De kapel

We wilden nog wat foto’s maken. Op het binnenplaatsje deden we dat; we hoorden boven gezang. ‘De novicen bidden.’ Het bleek dat ze zelf daar eigenlijk ook bij had moeten zijn. Dus gingen we gauw de kapel binnen. Buiten was het een enorm verkeerslawaai, maar het leek wel alsof het gebed van de zusters alle herrie van de hoofdstraat naar buiten duwde. In de kapel knielde M.T. meteen op de grond neer. Wij ook. Tevoren had ze gevraagd of een van ons de zegen met het Allerheiligste zou willen geven. De novicen zaten al langer devoot voor het Allerheiligste geknield. M.T. stond echter plotseling op en zei: ‘we gaan maar weg.’ Buiten zei ze, toen we vroegen of er nog gezegend moest worden: ‘dat duurt veel te lang.’ We liepen naar beneden. Daar werden wat foto’s gemaakt. Ze bleef peinzend staan kijken naar een mooie plaat waarop verschillende bekende mensen stonden. Ze herkende de meesten (Martin Luther King, Ghandi, Max Thurian etc.), alleen Sacharov en Walesa niet onmiddellijk. Ze vond het schilderwerk mooi gedaan. Het moment van afscheid naderde. Ze zei ons dat we voor elkaar moesten bidden (tevoren had ik dat aan haar gevraagd). Ze zou bidden voor onze parochies en voor onszelf. Hierna gingen we op weg naar enkele huizen van haar Mission.

De huizen

We bezochten een weeshuis, een school. Het was een vrije dag maar wij mochten toch overal naar binnen omdat wij een briefje bij ons hadden door M.T. ondertekend (dat nu een soort relikwie is geworden): ‘Please show them the houses’, ondertekend: ‘Mother’. Het laatste bezochten wij het Huis van de Stervenden. Naast de enorm drukke Kalitempel was dat een oase van rust. Er lagen nog zes mensen op sterven. Indrukwekkend was het nog om te zien hoe daar een heel mager mannetje werd bijgestaan door een heel stevige Duitse jongen van de Aktion Söhnenhilfe, die hem een slokje water gaf. Zo werd Mattheus 25 werkelijkheid!

De zondag na thuiskomst stond in het evangelie: ‘Gij zijt het licht der wereld… het zout der aarde.’ Wij hadden Moeder Theresa gezien, een vrouw van licht in de duisternis, een teken van hoop. ‘Ik ben niets bijzonders.’ zei ze steeds. ‘Jullie allemaal hebben de taak om heilig te zijn.’

Moeder Theresa overleed in 1997 op 87 jarige leeftijd. In 2003 werd we Zalig verklaard en vandaag –zoals ik al zei- heilig.
Ze herinnert ons aan de onvoltooidheid van Gods schepping.

Het evangelie van vandaag zegt dat ieder mens
zijn/haar verantwoordelijkheid, zijn taak, misschien zelfs een kruis
iedere dag moet dragen.
Je moet -en nu komt het moeilijkste gedeelte van Jesus’ toespraak-
je vader en moeder, je broers en je zusters, ja zelfs je eigen leven haten. ‘

Het is geen oproep om nu eens een lekkere familieruzie te gaan ontketenen
maar om je te wijzen dat de band met Jesus en Zijn levensopdracht
in een mensenleven zo indringend kan en moet zijn
dat het de natuurlijke verwantschap te boven gaat.

Met Moeder Theresa zijn we nu verbonden.
Nu zij tot de eer der altaren is verheven
betekent dat niet dat ze verder van ons af staat
maar juist dichterbij is.

Denkend aan ons gezamenlijk lidmaatschap van
de gemeenschap der heiligen kunnen wij opgewekt verder gaan.
God sterke ons allen en make ons alsmaar actiever.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

28 augustus: Heilzaam ontregelen

[print]

22e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Sirach 3,17-29

  • Lucas 14,1+7-14

Ik begin met een herinnering aan een TV uitzending over prinses Diana,
iemand die ‘in the picture was’
zoals dat heet. Een oorspronkelijke vrouw.
Toen ze binnenkwam in een bejaardenhuis
waar mensen een beetje mistroostig zaten te kaarten zei ze:
‘wie speelt er vals?’ en meteen was er deining in de zaal en gelach.
Ook haar bezoek aan AIDS-patiënten in een ziekenhuis/
Iedereen was in die dagen als de dood voor AIDS
en de patiënten werden zorgvuldig geïsoleerd.
De bezoekers, zo ze er al waren
waren als de dood dat zij besmet zouden worden.
Ik herinner mij dat mij toen ook die angst werd aangepraat
toen ik een keer op bezoek ging in het AMC.
Diana loopt zo op een patiënt toe en schudt hem de hand.
Grote paniek bij de beveiligers.

Onze Paus Franciscus gaat op deze voet verder:
beter gezegd is degene die de hele wereld aan het wakker schudden is!
Dat is belangrijk: het is uiterst heilzaam dat wij bestaande kaders doorbreken
en andere mensen durven ontmoeten.
Misschien zag u al wat afleveringen van de serie van Andries Knevel
-nota bende van de degelijk protestantse E.P.-
die deze paus volgt op al zijn tochten naar de echt belangrijke mensen.

De Schrift, en met name het evangelie, spreekt erg kritisch
over mensen die vooraan zitten omdat ze altijd al vooraan zaten.
In de eerste lezing krijgen we het al te horen:
‘hoe meer aanzien je hebt,
hoe meer je je moet vernederen.

Jesus gaat daarop verder en ontmaskert, in het evangelie van vandaag
aan de hand van wat zich iedere dag voordoet
… het ambitieuze gedoe in de maatschappij,
waarbij anderen opzij gedrukt moeten worden
om sommigen de kans te geven zelf vooraan te komen.

En daarna wijst Hij degenen aan
die het eerste recht hebben om aan te zitten
aan de maaltijd der volkeren.
Dat zijn de armen, de gebrekkigen, de kreupelen en de blinden.
Die moeten worden uitgenodigd.
Maar dat is moeilijk want
we kennen ze niet echt.
Wij zien de armen niet echt.
We kijken naar een beeldbuis die we kunnen afstoffen.

Iemand die echt wel eens geweest is in een ontwikkelingsland
-neen ik bedoel niet op een safari of een verzorgde reis-
weet ongeveer hoe het daar is
en zal goede herinneringen hebben aan hun vriendelijkheid
en hun gastvrijheid tegenover welke gast dan ook
die zij onmiddellijk de ereplaatsen geven.

Wanneer zullen wij hen eindelijk eens toelaten aan onze dis?
Jesus geeft ons ook een methode aan
hoe we de idealen van het Koninkrijk Gods kunnen realiseren.
Het is voor jou goed om zo te leven
dat de ander belangrijker is dan jij. Maak voor hem ruimte.
Ga zelf nu eens niet op die eerste plaats zitten…
Laat die eerste plaats waar je als rijke westerling
al zo lang zit nu eens over aan een ander
die daar nog nooit gezeten heeft.

VERHAAL:
Er was eens een synagoge in een stadje in oost Polen.
De rabbijn was een zeer wijs man,
hij had tal van geleerde boeken geschreven
en had daarom ook gevraagd
of het bestuur van de synagoge hem niet met kleine zaken wilde lastig vallen.
Het ging hem alleen om de hoofdzaken.
Rondom het bedehuis woonden allerlei mensen.
Rijken en armen. Samen gingen ze naar de synagoge
maar natuurlijk de allerarmsten niet.
Die schaamden zich te zeer
omdat ze geen passende kleren hadden
om in het openbaar te verschijnen.
Wel was het de gewoonte
dat de armen van het dorp na de sabbathsdienst bij de kerkdeur stonden.
Ze kregen dan een gift van de kerkgangers
en bedankten hen daar vriendelijk voor.
Er kwamen echter klachten
dat vele kerkgangers het een beetje storend vonden,
die arme vieze mensen aan de deur.
Het bestuur was daarover in vergadering bijeengekomen
en om de overlast en de drukte te voorkomen
had men bij de uitgang van de kerk een groot offerblok geplaatst
met het opschrift: ‘voor de armen’.
Toen de rabbijn
op eerste sabbath waarop het offerblok in gebruik genomen werd
naar buiten kwam zag hij wat er veranderd was
en deze ontdekking greep hem zo aan
dat hij direct het parochiebestuur bijeenriep.
‘Wat hebben jullie nu gedaan,’
zo begon hij op verontwaardigde toon,
‘jullie hebben bij de ingang van de kerk
een offerblok geplaatst!’
Verbijsterd vroegen de kerkbestuursleden hem
waarom hij hier zo geschokt over was.
Hij zei: ‘tot nu toe stonden jullie iedere sabbath
nog oog in oog met de armen
en werden jullie door hen aan je eigen rijkdom herinnerd
en deden jullie wat je te doen stond
maar nu staat er alleen maar een ding.
Je zult daarom je ogen gaan sluiten
voor de nood van de arme
en je hart zal niet meer door de nood van de arme worden geraakt.’
Het offerblok werd haastig verwijderd
en de volgende week stonden de armen weer aan de deur.
De parochianen zagen hen weer oog in oog,
groetten hen en gaven weer hun giften.

We kunnen al deze dingen ook toepassen dichterbij:
op je relatie met je partner, met je vrienden.
Zie hem of haar echt.
Gun die ander nu eens de ereplaats
en als die ander dat ook denkt
wordt het op deze aarde echt goed.

Ik vond in mijn bibliotheek een tekst van Ambrosius,
bisschop van Milaan (340-397)
-hij kijkt vanuit dat raam in onze kerk, een bijenkorf naast hem, naar ons hier beneden. –
Zijn woorden waren honingzoet maar ook duidelijk-
Augustinus is dankzij zijn preken bekeerd:
In een van Ambrosius’ preken las ik:
‘de aarde werd voor allen gemeenschappelijk geschapen.’
‘Als je toevallig rijk bent
ook al heb je er hard voor gewerkt
bedenk dan dat je,
als je iets aan de arme geeft,
je niet iets geeft dat van jezelf is
maar iets dat eigenlijk al van hem was.’

In het tegenoverliggende raam treffen we
de Griekse heilige Johannes Chrysostomus,
vertaald: Jan met de gouden mond.
Hij waarschuwt:
‘De rijken zijn degenen
die zich van de goederen die voor allen bestemd zijn
het eerste meester hebben gemaakt’
Ja, die oude kerkvaders konden het mooi zeggen
en hun boodschap is nog eigentijds ook.

Door Jesus’ verkondiging worden we steeds meer ingewijd
in de geheimen van Gods Koninkrijk.

Het wordt in het voetspoor van Jesus van Nazareth
steeds duidelijker wat van ons wordt verwacht:
doen als Hij
die zelf de laatste plaats heeft ingenomen
als een slaaf die de voeten van zijn leerlingen waste
als een mens die tussen de misdadigers aan het kruis hing
en die Zijn leven voor ons gaf.

Tot zijn gedachtenis staat hier een tafel,
die tafel hier is meer
dan een rechthoekige plank met vier poten
maar een prachtig symbool van menselijke solidariteit.

Aan die tafel zoals God die wil aanrichten
kunnen mensen van alle naties en talen aanzitten.
Aan tafel zijn ze allemaal hetzelfde,
zijn wij allemaal hetzelfde:
allemaal sterfelijke wezens die eten nodig hebben
anders gaan we dood.
Maar dankzij Hem is er leven!

Allemaal hebben wij onze eigen kwaliteiten
allemaal kunnen wij onze bijdrage leveren
ieder met haar/zijn eigen mogelijkheden.
Dat is nou net precies de bedoeling van een kerk:
voor alle mensen iets betekenen,
iedereen welkom:
zo maken wij als mensheid een nieuw begin.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

21 augustus: Doe jouw eigen ding

[print]

21e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Jesaja 66,18-21

  • Lucas 13,22-30

Het Lucasevangelie vertelt ons over Jesus’ levensweg,
zijn trektocht door het joodse land,
zijn opgang naar Jeruzalem.
De trektocht is begonnen in de synagoog van zijn vaderstad
waar Hij enthousiasme
maar tegelijk ook grote opschudding te weeg brengt:
de leerlingen vinden het geweldig… nog wel.

Jesus gaat verder en ontmoet op de berg Tabor twee profeten,
Mozes en Elia die met Hem spreken over zijn grote tocht,
een soort Uittocht die lijkt op de uittocht
onder Mozes uit de slavernij van Egypte.
Maar wat zou deze uittocht inhouden?

Jesus´ uittocht zal een opgang zijn naar Jeruzalem
waar Hij per se naar toe moet.
En wat is het doel van de reis?

De argeloze leerlingen krijgen het maar al te duidelijk te horen:
‘ik moet vandaag en morgen goed doorreizen
want het gaat niet aan dat een profeet
buiten Jeruzalem sterft.’

Zijn reis naar Jeruzalem is iets anders dan een dagje Amsterdam
zijn reis naar Jeruzalem loopt uit op zijn dood maar..
tegelijkertijd zal juist die reis een doortocht worden,
dwars door de dood heen!
Jesus de voorganger zal zijn mensen
door het donker heen voeren en hen brengen in een nieuwe wereld.

Nu vinden de apostelen het toch een beetje griezelig worden.
Moeten er niet erg veel hindernissen worden genomen?
Zijn ze daartoe wel in staat? Komen ze er wel doorheen??

Dat zijn geen domme opmerkingen van bangerikken
maar reële angsten die verwoord worden,
Kinderen kennen die minder en doen de meest domme en gevaarlijke dingen.
Ze klimmen gewoon de boom in of de kerktoren
zonder te beseffen dat ze naar beneden kunnen vallen
en iets breken….

De leerlingen van Jesus zijn geen kinderen meer
ze voelen zich trots maar ook bang, ze voelen het gevaar.
Trots zijn ze omdat ze uitverkoren zijn
om met Jesus mee te doen
maar ook bang omdat ze beseffen ook moeilijkheden
te zullen ontmoeten.

Bezorgd vragen ze zich dan ook af
of ze het wel zullen overleven en ze zeggen tot Jesus:
‘Heer het zijn er zeker weinigen
die dit alles zullen kunnen doorstaan
en gered zullen worden.’
Maar zo is het niet.
Jesus is niet bezig een soort afval-race te organiseren
zodat alleen de super sterken overblijven.

Tot iedere volgeling – hoe zwak ook- persoonlijk wordt gezegd:
‘span je in om door de nauwe deur naar binnen te komen.’
Betekent dat alleen maar dat een heel klein aantal
hele goede , brave volgelingen zullen volhouden,
alleen diegenen die door dat nauwe deurtje kunnen?

Neen, dat is niet de bedoeling.
Waar het het Koninkrijk van God betreft-
zal ieder persoonlijk moeten kiezen
terzake van ja en nee
en of hij op wil komen voor gerechtigheid en vrede,
liefde en trouw of niet.

Het is nogal wat, wat wij de afgelopen week te zien kregen
slachtoffers in Syrë, een uitzuchtloze oorlog,
kinderen in opvangkampen die hun ouders niet meer kunnen vinden
aanslagen, brandbommen en wat mensen allemaal kunnen verzinnen
om hun eigen gelijk met geweld aan anderen kenbaar te maken.

Het evangelie leert dat we niet kunnen doen alsof er niets aan de hand is
we kunnen niet langs de realiteit heen leven.
Ieder persoonlijk wordt uitgedaagd,
(iedereen is nodig;
een bekend spreekwoord variërend:
IEDER MENS IS ONMISBAAR. )

Zoiets wordt bedoeld met het zoeken naar de smalle deur:
een deur op maat als het ware.
Er zijn dus een hele boel nauwe deurtjes:
misschien wel voor ieder persoonlijk één.

Je zult een zegen voor anderen zijn
en je zult zelf ook zin krijgen in je leven
als je mee wilt doen aan de opbouw van het goede en het nieuwe.
Maar het gaat allemaal niet vanzelf.
Je geloof is niet alleen maar een beetje gezellig achter Jesus aan hangen,
het wel mooi vinden wat hij zegt
en alleen maar genieten van de fraaie liturgie en de zang.

Je kunt niet volstaan met te zeggen:
‘Heer we hebben toch altijd met U gegeten en gedronken.’
We zijn altijd lid geweest van katholieke verenigingen
en hebben de kerk geen moment losgelaten.
Natuurlijk, dat is goed. Maar het is alleen maar de buitenkant.
Het gaat om meer.
Geloven in Gods Koninkrijk heeft -als het goed is-
te maken met in je hele leven van alle dag
doen wat je te doen staat.
En dat vraagt veel van je!

Binnen de joodse traditie wordt verteld
hoe ieder goed mens wordt getest.

1 Als een pot die net gebakken is
en die door de maker, de pottenbakker wordt beproefd
door er steeds op te slaan
omdat hij zo van de prachtige klank geniet.
Een rechtvaardige die beproefd wordt
op zijn kwaliteit geeft ook een klinkend resultaat.
En dan moet iedereen het toegeven:
dit is kwaliteit, ik hoor iets goeds.

2 Ook wordt de rechtvaardige getest als het vlas
dat door er steeds op te slaan
met een stuk hout steeds sterker en glanzender wordt
Ieder mens wordt getest door de dingen die hij meemaakt.
Ieder mens wordt op zijn tijd geslagen.
Het gaat er niet om die beproeving op te zieken
maar wel kan soms degenen die het heeft meegemaakt
-neen vooral de anderen niet-
zeggen: ik ben er beter van geworden, rijker, sterker.

En het joodse verhaal gaat verder:
Je bent gelukkig nooit alleen met je worsteling
het is als met het juk
dat de sterke en de zwakke os samen dragen.
De sterke zal vaak de meeste kracht moeten leveren
maar bij mensen is vaak het ene moment de ene zwak en de andere sterk
en een ander moment is het omgekeerd.

En alles wat goed is,
het kerkelijke maar ook het niet kerkelijke werk,
wat ouderen én jongeren doen aan goeds,
aan troostends, aan genezends…
dat alles maakt deel uit van het grote goede plan van God.

De profeet Jesaja had het in een droom al gezien:
Iedereen die zijn best doet,
iedereen die de kar van de vernieuwing der wereld
wil trekken mag meedoen.

Jesaja ziet al die mensen van goede wil zich verzamelen.
Allemaal mensen die individueel JA hebben gezegd,
die ZELF de keuze hebben gemaakt
maar samen een grote menigte vormt
die zich verzamelen zal op Gods heilige berg.
‘Ik ken ze’ zegt de Heer en ‘ik ken hun werken,
in alle tijden zullen ze gevonden worden,
de mensen die trefzeker kiezen, die volhouden,
die op hun post zijn als ze nodig zijn..
In iedere generatie worden ze gevonden.

Het verhaal van God die met de mensen bezig is
gaat ook verder… in deze tijd, men zegt een moeilijke tijd voor de kerk.
Maar er zijn steeds mensen die inhaken en die het geloofsavontuur aandurven.
Er zijn steeds mensen die hun kinderen willen laten dopen
en ook volwassenen die zich willen laten dopen en vormen.

Ik sprak een moeder die zich zo ongerust maakte over haar kinderen:
ze gingen niet meer naar de kerk.
‘Dan groeien ze zeker op voor galg en rad’ opperde ik.
Ik wist natuurlijk dat dat niet waar was anders kun je zoiets niet zeggen.
‘Neen, zeker niet zei ze, het zijn goede mensen.’
En alsof dat nog niet voldoende was: de ene werkte bij artsen zonder grenzen,
een andere gaf les aan buitenlandse kinderen
en de derde deed veel voor het vluchtelingenwerk.
Geen reden dus tot overdreven bezorgdheid
hoe goed het natuurlijk zou zijn als ze onze kring met hun aanwezigheid
kwamen verrijken en voor hen zelf ter bemoediging
het verhaal van God met de mensen hier zouden horen
om zich bevestigd te voelen bij hun werk.

‘Ik ken ze’ zegt de Heer en ‘ik ken hun werken,
ik ken hun gedachten, ze horen bij mij.’

In een prachtige hymne van Huibers en Oosterhuis heet het:

Gezegend sterk voor zwak, en zwak voor sterk
gezegend de mens die zijn naaste bijstaat:
gezegend de man voor de vrouw en de vrouw voor de man.
Gezegend die goedheid uitstraalt en wie lief is.
God heeft ons allemaal nodig
en wil verzamelen alles wat er aan goeds in deze wereld is.

Voor allen die bij Hem aankomen en voor Zijn Koninkrijk kiezen
wil Hij tot in lengte van dagen de ene goede Vader zijn,
die de Zijnen trouw is en die ze nooit loslaat van hun levensdagen niet.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

14 augustus: Vuur kom ik brengen!

[print]

20e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Jeremia 38, 4-10

  • Lucas 12, 49-55

‘Ik ben geen vrede komen brengen maar verdeeldheid’..
tussen vader en zoon, moeder en dochter..’ enzovoorts
wat moeten we daar nu allemaal mee?
We horen liever het begin van Lucas’ evangelie.
Hij is immers vooral bekend om zijn kerstevangelie
met de mooie aankondiging vanuit de hemel door de engelen
van de ‘vrede op aarde.’
En dan denken we meteen aan teksten als
‘een kind is ons geboren, een zoon ons gegeven’ en
‘de wolf zal slapen naast het lam’ en aan eindeloze vrede.

Wat snakken we naar die vrede… Aleppo,
Afghanistan en Jeruzalem…
geen terreur, geen onschuldige slachtoffers meer.
Maar helaas: echte diepe vrede op aarde
komt ons niet engelachtig aangewaaid!

Is Jesus zoals wij hem vandaag ontmoeten niet te krijgshaftig?
Is Hij dan zoals Hij vandaag uitvalt
Zijn grote vredelievende principes ontrouw?
Had Hij niet toen de zwaarden van de apostelen
in het maanlicht van de paasnacht in de hof van olijven flitsten gezegd:
‘doe die zwaarden weg
want wie het zwaard hanteert zal door het zwaard omkomen.’
Misschien brengen gedachten van andere profeten, andere woorden
van Jesus zelf en van zijn moeder uit het Magnificat ons op het goede spoor.

Zoeken naar vrede, werken aan vrede
is een manier van leven die verzet oproept:
er moet eerst heel wat overhoop.
De goede luisteraar naar Lucas’ boodschap
had dat eigenlijk al moeten weten.

Om met Maria te beginnen.
Had Maria (die wij vandaag ook al eren) niet gezongen:
‘Hij zal de machtigen van de troon stoten
en de kleinen verheffen?’
Dat gaat niet zonder slag of stoot!
Maria, geen lief rustig vrouwtje
in afwachting van de dingen die komen zouden.
Maria, een krachtige profetes
en was een en al actiebereidheid en inzet
nog voordat de geschiedenis van God met de mensen
in Jesus zijn bekroning zou krijgen.

Jesus koning van de vrede
maar niet in de softe zin van het woord.

Als we het toekomstperspectief van Gods Koninkrijk
en zijn vrede en gerechtigheid ernstig nemen
en in het hier en nu tot handelen overgaan,
vraagt dat veel, alles: je leven, je persoon, helemaal.
en heeft dit bijna noodzakelijk tot gevolg:
discussie, tegenstellingen, verdachtmakingen, tweedracht.

Jesus ziet al voor zich
wat de leerlingen allemaal te wachten staat.
In een angstig moment zegt Hij zelfs tegen de leerlingen:
‘zorg toch maar dat je een zwaard bij je hebt.’

‘Hier zijn er twee’ roept dan een enthousiasteling’
maar haastig zegt Jesus dan: ‘één is genoeg!’

De evangelielezing van vandaag confronteert ons met het treurige feit
dat zich spoedig zal openbaren:
het messiaanse idealisme zal de harde realiteit ontmoeten van verzet,
van matheid en van protest.

Maar dat mag geen reden zijn om er dan maar mee te stoppen:
….. VUUR BEN IK KOMEN BRENGEN zegt Jesus immers:
‘EN HOE GRAAG WIL IK DAT HET OPLAAIT’.

Lucas begon zijn tweede boek, de Handelingen,
het boek van de jonge kerk met de beschrijving
van het ontbranden van een nieuw vuur…. op de pinkstermorgen.

Op de morgen van het feest ter ere van het Sinaï-vuur
beschrijft hij hoe de apostelen allemaal afzonderlijk
worden geraakt door het vuur van Gods geest.

Dat is hetzelfde vuur als toen op de Sinaï
dat nu schitteren zal tot aan de uiteinden der aarde.

Als het echt ontvlamt zal het geen binnenbrandje meer mogen zijn,
maar een uitslaande brand die van verre zichtbaar is.

Echt vuur verontrust,
roept onvermijdelijk tegenkrachten op
– onuitgenodigde brandweerlieden die haastig willen blussen-.

Echte vurigheid zal een geestdrift te weeg brengen
die ook conflicten kan veroorzaken;
ook met degenen die je het meest nabij en dierbaar zijn:
je vader, je moeder, je zonen, je dochters.

II.
Jesus staat in de kloeke traditie van Jeremia
en de andere profeten.
Hij wordt verontwaardigd en bijt van zich af
als er schijnheiligheid is en als de kleinen worden verdrukt…
als de kinderen worden weggestuurd is hij woedend.

Jesus ontmaskert ook, net als de profeten vóór hem
(bijvoorbeeld Jeremia naar wie wij vandaag luisterden)
de schijnvrede van zijn tijd.

Het gerinkel in het verhaal van Jesus
die de geldwisselaars uit de tempel jaagt
doet een beetje denken aan Jeremia’s shock-terapie
tegenover de mensen van Jeruzalem.

U kent het misschien -mooi ook om aan kinderen te vertellen-
Jeremia had een kruik besteld bij de potenbakker van wel een meter in doorsnee.
Als die kruik klaar is loopt hij ermee door de stad.
Stomverbaasd lopen de mensen achter hem aan.

Wat moet hij daar nou mee. ‘Kom straks maar kijken’ zegt hij.

En ze gaan mee in een lange sliert achter hem aan.
En plotseling stopt hij. Hij houdt de kruik hoog boven zijn hoofd en…BANG.
Daar ligt hij in duizend stukken.
(leuk lijkt mij dat om dat hier eens op die stenen vloer in de kathedraal te doen).
Wat betekent dat nou? Wat wil Jeremia daarmee zeggen? Dit:
‘Jullie samen houden een schijnvrede in stand houden ten koste van alles.
Alles lijkt keurig maar ondertussen
er deugt niets van in jullie stad,
de rijken worden steeds rijker,
de machtigen sterker en de armen
en de weerlozen hebben niets te vertellen.’
Zo’n stad mag wel kapot: bang daar ligt de kruik.

Men is diep geschokt,
de koning is het eigenlijk wel met Jeremia eens
maar durft er niets tegen doen als de mensen hem in een put willen gooien,
dat hoorde u in de eerste lezing.
Tot onze blijde verbazing hoorden we ook
dat sommige mensen dat een schandaal vonden
en de koning zo sportief is hem er weer uit te laten halen.

Jesus en Jeremia staan voor
de echte vrede,
de Sjalom zoals God die wil stichten
‘niet zoals de wereld die geeft’
noemt het evangelie dat.

God wacht op medestanders
u en mij,
Hij houdt van wakkere mensen. Onze Paus;
mensen van Amnesty International
die haarscherp kijken waar het mis gaat
mensen van Greenpeace die werkelijk durven zeggen
waar het op staat en actie ondernemen
maar ook wijzelf gewoon thuis
waar wij ‘in verantwoordelijkheid zijn aangesteld’
zoals dat hier altijd bij de wegzending voor de zegen gezegd wordt.

Jesus’ vrede vraagt om actieve medewerkers.

Ik eindig met het gedeelte uit Lucas’ evangelie
dat onmiddellijk na dat wat wij vandaag hoorden, komt:

Na Zijn leerlingen toegesproken te hebben
sprak Jesus ook tot het volk en zei:
wanneer gij een wolk ziet opkomen uit het westen
zegt ge terstond: ‘er komt regen’
en zo gebeurt het ook;
en wanneer ge ziet dat de zuidenwind waait zegt ge:
het wordt gloeiend heet: en het gebeurt.

Huichelaars, van het beeld van land en lucht
weet ge de juiste betekenis te bepalen,
maar waarom dan niet van deze tijd?

Moge het ons gegeven zijn de tekenen des tijds te verstaan
en te doen wat ons te doen staat.
Daarbij mogen wij het vertrouwen hebben
dat de Geest ons wel zal opjagen
mochten we het zelf niet meer zien zitten.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

7 augustus: De vrees verdwijnt..

[print]

19e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Wijsheid 18:6-9

  • Lucas 12:32-48

De eerste christenen leefden in een vrolijke enthousiaste sfeer
-zo denken we op het eerste gezicht- geweldig optimisme.
We zijn wel eens een beetje jaloers op ze. Ze hielden van elkaar
en hadden toch zo mooi alles gemeenschappelijk?

Ja, dat weten we uit de Bijbel…maar dat mooie duurde maar eventjes.
De eerste pogingen om het nieuwe leven dat Jesus kwam brengen op aarde
te verwerkelijken liepen al gauw vast.
In de kerk waarin Lucas leefde
maakte men al ruzie -net als nu- over allerlei bijzaken.
Men legde elkaar op de meetlat van het eigen gelijk en verketterde elkaar
ondertussen vergat men wat er gedaan moest worden.
De tijd leek toen ook nog niet rijp te zijn
voor de grote idealen die Jesus gepreekt had.
En dan werd -ook toen al- de grote vraag gesteld:
gaan we er mee door en houden we het vol?

Het lijkt wel of Jesus dat al voelde aankomen
als hij tot zijn vrienden zegt: ‘wees niet bezorgd, jullie kleine kudde’
Kort tevoren had hij dat ook gezegd:
‘maak je niet bezorgd, wees niet bang’
en toen had hij gesproken over de vogels en de bloemen
die zich niet bezorgd hoeven te maken.
Nu voegt hij er iets aan toe: ‘wees waakzaam.’
Ze hebben iets met elkaar te maken,
al deze dingen, die Jezus zijn vrienden op het hart drukt.

‘Houd je lendenen omgord’ zegt Hij, ‘en je lampen brandend! ‘
Deze oproep komt in de Tora,
(de eerste vijf boeken van de bijbel) ook voor
en wel op een heel belangrijke plaats in het boek Exodus.
Het verhaal van de uittocht uit Egypte nadert zijn hoogtepunt,
negen plagen zijn al over het volk van Egypte gekomen,
en daarna heeft God de Israëlieten
de opdracht gegeven om een lam te slachten, elk gezin, één.
Van dit geslachte lam moeten ze bloed aan de deurposten smeren
als een zichtbaar teken van het verbond.
De Israëlieten moeten waken in die nacht,
de nacht waarin hun bevrijding zal plaatsvinden.
Ze eten het paaslam in waakzaamheid,
gespannen en vol verwachting van wat er zou kunnen gaan gebeuren.
Staande hielde zij het eerste paasmaal
-en u weet dat onze Eucharistie daarvan afstamt-
de lendenen omgord, sandalen aan hun voeten en de staf in de hand.
Klaar om te gaan, als het uur gekomen was.

Uit het boek van de wijsheid horen we vandaag
een meditatie over het boek Exodus:
‘de nacht van de Uittocht was aan onze voorvaderen tevoren
aangekondigd.’

En wat dan volgt is verrassend hoopvol:
‘dus konden zij vol vreugde de vervulling verwachten.
Zo konden ze wakker uitzien naar de redding van de rechtvaardigen
en het einde van de macht van allen
die het recht en de vrede blokkeerden
en zich voorbereiden door vast te gaan zingen!’

Welkom u allen hier: wakkere paasmaaltijdvierders,
trouwe mensen, kleine kudde.
Regelmatig worden we geteld
en dan blijkt landelijk:
veel mensen blijven katholiek
maar er zijn ook mensen die hun geloof te moeilijk vinden,
ja er zelfs hun geloof van kwijt raken.
Maar…u gelukkig niet,
anders was u niet gekomen deze morgen.

Geloven krijg je niet meer vanzelf aangewaaid
je zult het zelf moeten onderhouden:
naar de kerk gaan is een bewuste keuze aan het worden;
en dan is het is een geweldige kans
om je hele leven zin te geven
en te weten wat belangrijk is en niet.

Om de moed erin te houden
kun je eigenlijk de wekelijkse kerkgang niet missen
omdat je hier steeds weer te horen krijgt waar het om gaat.
Hierbinnen ligt het boek open.
Het bemoedigingsboek van de evangelist Lucas
naar wie we nog enkele maanden mogen luisteren
voordat in de Advent Matteüs weer aan de beurt komt.
Lucas heeft -we zeiden het al- bij uitstek oog voor de problemen
die de kerkgemeenschap na Jesus’ heengaan allemaal te wachten staan.
Problemen als de kerk
– niet blijkt toe te komen aan de grote idealen waar ze voor staat, problemen
– omdat mensen binnen de kerk het zo moeilijk met elkaar eens kunnen worden
– velen weglopen en het voor gezien houden.
Lucas is een goede eigentijdse bemoediger,
daarom citeert hij Jesus zo uitdrukkelijk
-en het lijkt wel of hij het tegen ons vandaag heeft als Hij zegt:-
‘Wees niet bevreesd gij kleine kudde’..
Je bent de moeite waard, zo klein als je bent.
Tot de onzekere mensen, die we toch ook zijn, zegt Jesus:
‘het heeft God behaagd jou het Koninkrijk te schenken.’

Jullie hebben als hoorders de belangrijkste dingen in handen,
het Koninkrijk van God is jullie gegeven.
Je mag de nieuwe toekomst van God in je handen hebben,
die is aan jullie en aan niemand anders beloofd.
Durf dan ook daarop te vertrouwen
en verkoop je bezittingen,
geef aalmoezen, verschaf je beurzen die niet verslijten
en verwerf je een grote schat..
Kies voor het nieuwe leven met God
en al het andere zal wegvallen.

Helaas, in alle tijden geldt: er gebeuren zoveel dingen tegelijk.
Goede dingen maar ook slechte dingen. De Schrift leert:
al die dingen hebben te maken met groei, verandering, vernieuwing,
de doorbraak van het Koninkrijk Gods.

Allerlei dingen gebeuren er TEGELIJK.
In kerk en wereld zijn problemen.
Ons land regeren in krisistijd blijkt een hele klus.
Wanhopig makende dreigingen zijn er in Syrië en de IS-besmette landen.
De 71e herdenking van de atoombommen op Japan gisteren
en de naweeën van aanslagen in Parijs, Nice en Londen maken je moedeloos.
Ondertussen moeten wij maar doorleven.
Ondertussen worden er kinderen de wereld in geboren
en kiezen volwassenen voor de doop en toetreding tot de kerk.
Het spannende van Lucas’ schrijven over de uiteindelijke dingen
is dat hij het allerlaatste, het beslissende moment en het heden
van onze eigen geschiedenis niet van elkaar los wil snijden.
Ons allen persoonlijk is, ook in deze tijd, al het Koninkrijk gegeven.
Het is onze schat, ons vermogen ons alles.
Deze tijd…. jouw tijd heeft als ieder andere tijd
zijn eigen problemen én zijn eigen mogelijkheden
en vraagt van jou om een eigen inzet.

Aan de Baalsjem (een beroemde joodse rabbijn
uit de 18e eeuw die in Polen leefde)
werd op zijn oude dag eens gevraagd:
‘wat is het belangrijkste dat u in uw lange leven hebt ondernomen.’

Hij denkt even na en zegt:
‘het belangrijkste dat ik gedaan heb
is altijd datgene geweest
waar ik op dat moment mee bezig was.’

Door de schijnbaar kleinste dingen te doen
levert ieder mens zijn of haar eigen bijdrage
aan de doorbraak van de uiteindelijke vrede.

We zijn er nog niet,
we moeten -net als de waakzame pelgrims in Egypte-
onze lendenen omgord houden, onze lampen brandend.
We zijn nog aan het wachten maar we weten wel waarop.

Het is zoals ooit met Abraham.
Hij leeft vanuit de belofte die nog niet vervuld is.
Hij gelooft erin en door dat geloof is hij in staat trouw te blijven.
Hij ziet het heil in de verte aan de horizon van zijn leven.
Daarom noemt hij zich een pelgrim,
een vreemdeling, een passant hier op aarde,
op zoek naar een land dat hem door God beloofd is.
Een land dat hij nog nooit gezien heeft
maar waarvan hij weet dat het bestaat.

Het is als ooit met Mozes
die de pelgrims aanvoerde door de woestijn.
Samen Egypte uit, op weg naar een nieuw land.
Een land dat hij nog nooit gezien heeft
en ook niet binnengaan zal:
hij sterft immers op de berg Nebo
en mag het alleen maar vanuit de verte vaag zien liggen in de zon.

Leven als Abraham, als Mozes, als Lucas met zijn eerste christengemeenschap.
Wat een moeilijke manier van leven!
Maar het is een goede manier om te leven, het is onze manier!
Als ik u aanspreek zeg ik het liefste:
parochianen.. dat betekent: pelgrims, mensen samen op weg.
Het is wel een kwestie van volhouden!
Lucas sprak ons vandaag toe als een verstandige pastor
die zijn mensen vermaant om niet te vluchten in verdoving,
verslapping of in angst maar om te waken en te bidden
in blijde verwachting van een nieuwe toekomst.

Bij geloven hoort geen heldhaftigheid.
We wachten niet op heldendom maar wel op iets zeker zo waardevols:
geduld, taaiheid, optimisme, realisme, eerlijkheid tegenover je zelf.
Als waakzame vierders van het paasmaal straks mogen wij wel nu al weten
dat ons een belofte is gedaan:

Hij die met Israël meetrok
op zijn lange pelgrimstocht door de woestijn
zal ook met ons mee gaan in onze dagen.

Ik citeer tenslotte bisschop Bluysen
die 3 jaar geleden vlak voor deze zondag stierf:
Geloof is het fundament waarop wij staan.
Maar we moeten durven VRAGEN!
Door de belangrijke vragen te stellen:
waarom ben ik geschapen, waar gaan we naar toe,
krimpt het geloof niet maar groeit het juist.
En als we het geloof echt serieus nemen
wordt het gekleurd door de hoop en verdwijnt de vrees.

Dat wens ik ons allen toe!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

31 juli: Wat is nu echt belangrijk?

[print]

18e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Prediker 1 en 2

  • Kolossenzen 3,1-11

  • Lucas 12,13-21

IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdel…
het is een van de bekendste bijbelteksten.
Ik herinner mij nog hoe Henk van Ulsen
met zijn prachtige stem deze tekst voordroeg in de
Ronde Lutherse kerk in Amsterdam:
“IJdelheid der ijdelheden, zegt de prediker,
ijdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid.”

Het is een tekst waar je op het eerste gehoor down van wordt
vandaar dan ook de conclusie:

“Wat heeft een mens aan al zijn zwoegen en tobben onder de zon?”

Het leven lijkt een volkomen willekeurige zaak,
je bent er nu eenmaal dus moet je er maar het beste van maken:

“Geslachten gaan en geslachten komen
en de aarde blijft al maar bestaan.”

Het lijkt wel of het allemaal buiten jou om gebeurt:

“De zon komt op en de zon gaat onder,
en haast zich dan weer naar de plaats waar haar loop begint.
De wind waait naar het zuiden en draait naar het noorden.
Hij draait en draait en telkens keert hij weer op zijn draaien terug.
Alle rivieren stromen naar de zee en de zee raakt maar niet vol.
Het is een vermoeiend verhaal en geen mens kan er iets over zeggen.”

De geschiedenis die wij samen meemaken lijkt ook niet van belang

“Wat geweest is zal weer zijn, wat gebeurd is zal weer gebeuren:
nieuw is er niets onder de zon.”

En ook als je denkt dat je iets bijzonders meemaakt
is dat helemaal niet waar:

“Er is wel eens iets waarvan men zegt:
‘kijk, dat is iets nieuws!’ dat is niet zo:
in vroeger tijden was het er ook al.”

Al deze sikkeneurige diepzinnigheid
is zo’n 2600 jaar geleden bedacht
en toegeschreven aan een wijze koning,
Salomo om precies te zijn die zo’n 400 jaar daarvoor leefde.
Van hem is bekend dat hij als jongeman kon kiezen
om een bijzondere gunst van God.
Hij kon vragen om rijkdom, een lang gezond leven of wijsheid.
Hij koos voor het laatste: wijsheid,
de kunst om alles te kunnen bekijken met een relativerend oog,
de kunst om alle dingen op hun waarde of onwaarde te schatten.
Zo lezen we:

“Ik, Prediker, was koning van Jeruzalem
en dacht over alle dingen na. Ik dacht:
‘Laat ik mijzelf wijsheid gaan verwerven en kennis.’

Maar ook die biedt volgens de schrijver geen vreugde

“veel wijsheid brengt ook veel verdriet
en hoe groter de kennis, hoe groter de smart. “

Nu slaat hij de spijker op zijn kop.
Als wij ons niets van de dingen aantrekken –en sommigen pleiten daarvoor-
hebben we ook nergens last van. Maar dat kan toch niet?

We moeten het tot ons nemen en er over nadenken:
over wat we de vorige weken allemaal samen toch hebben meegemaakt.
Een staatsgreep in Turkije, talloze aanslagen; iedere dag
weer ergens anders. Schiphol vanochtend in onrust
en wat ons als kerk het innigst raakt –zonder de andere dingen te kleineren-
een aanslag op een oude priester Jacques Hamel die met enkele zusters
en lieve oude mensen de Mis viert en wordt doodgestoken…

Prediker verwoordt het goed:
“Alle dagen bereiden hem leed en ergernis is zijn loon:
zelfs ’s nachts vindt hij geen rust; ook dat is ijdelheid.”

En daarna begint hij te vertellen dat er een tijd is
van vreugde en verdriet, van vinden en verliezen,
van huilen en lachen, van omhelzen en af te stoten.

Een tekst die bij veel begrafenisdiensten wordt gelezen
omdat je dan nadenkt over de dingen die iemand heeft meegemaakt
maar ook een tekst die wonderlijk genoeg
ook gekozen wordt door jonge bruidsparen
die dankbaar denken aan alle dingen die ze hebben meegemaakt
en hoe ze, door alles heen naar elkaar zijn toegegroeid.

Prediker beëindigt die beschouwing met te zeggen
dat het daarom maar goed is elkaar vast te houden
en samen lekker te eten.

Wat een diepzinnigheid… of juist niet.

Waarom herkennen mensen van alle eeuwen zich
in deze levensfilosofie?

Omdat het ten diepste gaat om dingen die iedereen aanvoelt:
we herkennen ons in deze visie. Ons bestaan is zo vreemd;
de dingen zijn zo gewoon en gebeuren zomaar
of misschien toch ook niet??

De gewone geschiedenis is niet gewoon
er gebeuren afschuwelijke dingen,
veel, te veel maar door alles heen blijft God toch bezig
met de gewone dingen:
mensen naar elkaar toe te leiden:
mensen jongens en meisjes, jongens en jongs en meisjes
en meisjes –daar denken we ook aan dit weekend in Amsterdam-
naar elkaar toe te leiden om elkaar te sterken en te bewaren:
dat IS DE ZEGEN DIE ONS TEN DEEL VALT.

Maar dan wordt wel van ons verwacht
dat wij oog hebben voor de dingen die echt belangrijk zijn
en dat wij geen dingen najagen die niets waard zijn.

“IJdelheid der ijdelheden…” zei ik aan het begin
maar eigenlijk is die vertaling niet goed.
Er staat letterlijk: ‘ijl’ in plaats van ‘ijdel’.
IJL in de zin van kwetsbaar.
In het HEBREEUWS HABEL.
En dan horen we opeens een naam:
‘ABEL’ betekent kwetsbaar, net zoals die zoon van Adam en Eva
kwetsbaar was ABEL, zo kwetsbaar dat zijn sterke broer KAIN
hem meteen een kopje kleiner maakte
en dat nog wel omdat God met welgevallen keek
naar het offer dat Abel aanbood.

Zo staan wij voor God vandaag met ons kwetsbare bestaan
maar kwetsbaar als wij zijn zijn wij door Hem geliefd.

Het evangelie vertelt over de man die absoluut niet weet
waar het in zijn leven over gaat.
Hij is rijk geworden en heeft grote schuren nodig
om zijn rijkdommen op te bergen.
‘Vlug’ denkt hij: ‘grotere schuren zal ik bouwen
dan kan ik al mijn rijkdom keurig opbergen.’
Dwaze rijke. Hij denkt dat hij zijn hele bestaan op orde heeft
maar hij heeft geen benul van waar het werkelijk om gaat.

De lezingen van vandaag roepen ons op
om werkelijk op zoek te gaan naar de dingen die belangrijk zijn.
Dat betekent ook dat wij dingen moeten loslaten.

Loslaten. Wat moeten we loslaten?
Ons egoïsme, ons eigen gelijk.
Ons egoïsme: alles wat wij hebben is ons gegeven
we moeten dus aan het verdelen slaan.

De vorige week leerde Jesus ons nog bidden:
‘GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD.’
Leer het ons dat wij geschapen zijn om samen met anderen
deze aarde te bewonen. Alles is ons gegeven,
niets is van ons privé in de zin van alleen en helemaal alleen voor ons;
alles is ons gegeven om te delen.

En de vorige week leerde Jesus ons ook bidden:
‘vergeef ons onze schulden
zoals wij anderen vergiffenis gegeven hebben.’
Vergiffenis geven betekent: als er fouten zijn gemaakt
aan het vergeven slaan. De ander nieuwe kansen geven
zoals wij zelf ook nieuwe kansen nodig hebben.

Wij zelf leven van de aanvaarding van ons karakter
van onze leuke eigenschappen en onze minder leuke eigenschappen
door de ander die van ons houdt,
vergeet en vergeeft zoals God ons vergeven wil.

Als Jesus erbij gehaald wordt om twee broers uit elkaar te halen
die ruzie hebben omdat een van de twee de erfenis niet wil verdelen
kiest hij -merkwaardig genoeg geen partij.
Hij zegt alleen maar: ‘wie heeft mij tot rechter aangesteld over jullie.’

Merkwaardig dat Hij niet wil bemiddelen in een duidelijke zaak.
Hij wil geen oordeel uitspreken maar Hij wil
-en wat dat betreft lijkt hij even op Salomo
met zijn beroemde Salomonsoordeel-
dat de mensen wakker maken
opdat ze zelf een oplossing gaan zoeken.
Hij geeft als enig advies:
‘Hoed je voor de hebzucht, want eigenlijk is er niets van jullie:

Alle mensen, rijk en arm, sterk en zwak kunnen elkaar tot zegen zijn.
Ijdelheid der ijdelheden, beter vertaald:
IJLHEID DER IJLHEDEN, alles is zo kwetsbaar.

Let daarom op de dingen die werkelijk belangrijk zijn.
Blijf niet in zo’n domme cirkel draaien als die man
die met zichzelf aan het overleggen was
en bij dat zinloze zelfgesprek alleen maar tot de conclusie kwam
die hij nog wat grote schuren moest bouwen voor zijn bezittingen…
niet de kracht had om uit die vicieuze cirkel
(alleen maar schuren bouwen voor zichzelf) te ontsnappen.

We zullen als superrijke westerse wereld
eindelijk eens op zoek moeten gaan naar het echte belangrijke.
Naar een wereld waarin geen tweedeling meer bestaat
tussen rijk en arm, tussen belangrijk en niet belangrijk.
Ik las deze week een analyse van de problemen in onze tijd.
Het heeft allemaal te maken met het wij/ zij denken:
het benadrukken van de verschillen die er zijn
het in stand houden van tegenstellingen
tussen Moslims en Christenen,
tussen west en oost
tussen arm en rijk.

Als het goed is wordt ons bestaan pas echt rijk,
als wij beseffen gaan
dat Hij, de Eeuwige, van alle mensen houdt
en ons allemaal nodig heeft
om er te zijn voor elkaar.
En ik eindig met Paulus te citeren:
‘Zint op het hemelse, niet op het aardse,
ge hebt immers de oude mens met zin gedragingen afgelegd
en u bekleed met de nieuwe mens,
die op weg is naar het ware inzicht
terwijl hij zich steeds vernieuwt
naar het beeld van zijn Schepper.’

Daar heb ik niets meer aan toe te voegen,
Behalve dan:

Dat we zo blij, hopelijk lang
met en voor elkaar mogen leven.
God zegene ons allen
met alles wat wij in ons hebben.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

24 juli: Samen blijven bidden

[print]

17e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Genesis 18,20-32

  • Lucas 11,1-13

Het doet mij altijd een beetje aan het Waterlooplein
in Amsterdam denken: God en Abraham.
Abraham afdingend: 50 rechtvaardigen, 5 minder, 45,40,
en verder maar weer 30, 20 en uiteindelijk 10.
Een vreemde vraag: waarom durft Abraham niet verder naar beneden te gaan
dan de tien… Dat heeft een goede reden.

Als er minder dan 10 mensen in een Joods bedehuis zijn
kan een Joodse kerkdienst niet doorgaan.
Abraham vindt dat er minstens een gebedskern aanwezig moet zijn,
een mini-kerkje wil er nog redding mogelijk zijn.

Abraham heeft dat goed aangevoeld:
zonder gebedskernen, zonder mensen die zich verzamelen
rond het woord van God is de wereld er slecht aan toe.

Toch hebben de Rabbijnen wel commentaar op Abrahams houding.
En dan zeggen ze -en ze komen zo direct
bij Jesus uit die zegt dat je moet blijven doorbidden, doorzeuren bijna:
‘Was Abraham maar doorgegaan met zijn gebed! Hij is te bescheiden.
Hij heeft te weinig vertrouwen in Gods ruimhartigheid en zijn gulheid.

Abraham durft niet meer en het verhaal
-geschreven om ons te vertellen hoe sterk de kracht van het bidden is-
vertelt dat Sodom verwoest wordt… en eigenlijk -als we die Joodse bijbeluitleg volgen- is Abraham indirect de schuld.

Waar het bidden betreft geldt dat je niet onbescheiden genoeg kunt zijn.
Je moet volhouden, net als die vriend -waar het evangelie over spreekt-
die maar door blijft kloppen om hulp, nota bene midden in de nacht.
De man bij wie hij aanklopt zal uiteindelijk toch opstaan,
al is het alleen maar om van het gezeur af te zijn.

Bidden –laten we eerlijk zijn- schiet er tegenwoordig een beetje bij in
hoewel: het is vakantietijd en je wilt het niet weten hoeveel mensen in het buitenland of binnenland, als ze een kerk bezoeken toch een kaarsje aansteken en in het intentieboek vaak iets schrijven. Dat is goed: bidden mag, bidden moet, met bidden moet je nooit ophouden.

Neen, het is niet zo dat je alles wat je op je verlanglijstje hebt staan
onmiddellijk zult verkrijgen. Het is niet tafeltje dek je, ezeltje strek je..
Geloven en bidden betekent niet een fijne levensverzekering afsluiten bij God die dan direct uitkeert.

Bidden gaat er op de eerste plaats van uit dat jij gelooft in een God die je uitdaagt
zelf je bijdrage te leveren aan een betere wereld en het geluk van anderen.

Dat betekent vaak: je storten in het avontuur, als Abraham, op reis durven gaan.
Dingen durven loslaten, je los maken van allerlei dingen
die belangrijk zijn of lijken en groeien naar wat God van je vraagt.

Jesus geeft zijn leerlingen een beetje bijles in het bidden.
De leerlingen kennen natuurlijk eindeloze reeksen gebeden, hele litanieën en vele psalmen. Toch vragen ze aan Jesus: ‘Heer leer ons bidden.’
Ze vragen niet naar de bekende weg maar ze vragen eigenlijk:
‘laat ons iets leren van jouw oriëntatie op God dan kunnen wij het ook proberen.
Laat ons zo vol zijn van wat God wil dan zullen wij samen het aanschijn der aarde veranderen.’

En dan mag je bidden, met klem en vaak
UW KONINKRIJK KOME… UW WIL GESCHIEDE..

en GEEF ONS (en met die ons zijn niet alleen wijzelf bedoeld
maar mensen van ALLE naties en talen)
HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD.

Lucas, de kerk-evangelist bij uitstek, vertelt ons veel over het bidden.
Hij beschouwt dat als een belangrijke taak van de kerk.
Lucas vertelt uitgebreid hoe de eerste kerk werd gesticht, hoe de eerste christenen alles gemeenschappelijk hadden, de armen hielpen en de zieken genazen…
en dan vertelt hij ons ook dat ze samen volharden in het gebed.

Leven in de Geest van Jesus en bidden zoals Hij dat leerde horen bij elkaar.

Die beide dingen tezamen vormen de grote opdracht
voor de jonge gemeenschap van volgelingen
die zich rond Jesus’ vernieuwende boodschap verzamelen willen.

Leven in Zijn Geest en bidden kun je het beste met anderen samen doen.
Daarom vragen de leerlingen ook: ‘Heer, leer ONS bidden’.

De gebeden van een gebedsgemeenschap -en wij zijn dat deze morgen- hebben een bijzondere kracht. En dan is iedereen nodig.
Daarover gaat een mooi verhaal:

‘Eens deed de Baalsjem Tov -een belangrijke Poolse joodse leraar uit de 18e eeuw- heel lang over zijn gebed. Zijn leerlingen worden ongeduldig en gaan maar vast naar huis. Pas veel later horen ze hoe erg dat geweest is.

Hun meester vertelt hun dan:
‘Wat er gebeurde doordat jullie weggingen en mij alleen lieten zal ik jullie door een gelijkenis verklaren.’

‘Het gebeurde eens in de tijd van de vogeltrek. De inwoners van een kleine stad ontwaarden op een goede dag in zo’n vlucht trekvogels een zeer kleurige vogel,
zoals geen mensenoog er ooit een had gezien.

De vogel streek neer in de top van de hoogste boom en nestelde daar.
Toen de koning dit ter ore kwam gebood hij de vogel uit het nest te halen.

Een aantal mensen moest op elkaars schouders gaan staan als een ladder,
totdat de hoogste het nest kon pakken..

Het opbouwen van de ladder vergde echter zoveel tijd dat de ondersten ongeduldig werden en begonnen te bewegen en de ladder stortte ter aarde.’

En de rabbijn besloot:
‘jullie hebben mij in de steek gelaten door allemaal weg te gaan terwijl ik bijna bij Gods troon was en al onze echte noden bij Hem neer had kunnen leggen
zodat verlossing had kunnen geschieden. Die blijft nu uit’

Het is van het grootste belang – het is goed dat nog eens duidelijk in deze tijd te zeggen- dat de christelijke gemeenschap bijeen blijft: dat wij bij elkaar blijven.

Je komt niet naar de kerk omdat je het ergens mooi vindt
niet eens omdat jijzelf het nodig heeft maar op de eerste plaats
omdat God en zijn gemeenschap jou nodig hebben.
Samen moet je het als christenen opbrengen
bij elkaar te blijven. Samen ijverend voor de leniging van de nood van anderen,
samen bouwend aan een gemeenschap waarin geleefd wordt in de Geest van Jesus en… samen te bidden.

En daarbij mag je dan niet zo bescheiden zijn als Abraham
die te vroeg ophield. Je moet volhouden.

De man die zijn vriend lastig valt midden in de nacht en vraagt om brood krijgt zijn broodje niet wegens de vriendschap die de man die in bed ligt hem toedraagt,
ook niet vanwege de lengte of de schoonheid van zijn gebeden maar wegens zijn volharding. Letterlijk staat er: ‘onbescheidenheid’ en eigenlijk betekent het griekse ANAIDEIA: schaamteloosheid!

In de donkere jaren 40-45 is er gebeden, echt gebeden, volhardend
ja onbescheiden aangedrongen op de bevrijding van de tirannie
en om de komst van de vrede.

Ook vandaag zal er gebeden moeten worden, duidelijk en volhardend om recht en vrede.. En al die bidders zullen ook werkelijk voor recht en vrede willen kiezen en er zich voor inzetten.

Wij kunnen dan goede actieve, blijmoedige christenen zijn
die anderen tot zegen zijn. En zo kan ik eindigen met Sint Paulus’ advies
in zijn Filippenzenbrief: ‘Verblijd u in de Heer te allen tijde, ik zeg het nogmaals verblijd u! Uw vriendelijkheid moet aan alle mensen bekend zijn: de Heer is nabij. Wees in niets te bezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking en nooit zonder dankzegging.’

Als wij ons daar aan willen houden
zal waar worden wat Paulus ons tenslotte toezegt:
‘En de vrede Gods die alle verstand te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten behouden in Christus Jesus.’

Vandaag is onze Paus in Krakau bij gelegenheid van de wereldjongerendagen.
Onze eigen hulpbisschop is er ook.
Ik denk dat Abraham wat geruster zou kunnen zijn:
zoveel duizenden jonge mensen van goede wil!
Neen, ze kunnen niet toveren maar wel samen
geloven, hopen en liefhebben
het is toch een goed teken.

Zolang er mensen van goede wil blijven is er hoop
zolang die mensen elkaar opzoeken blijven
blijft het Koninkrijk van God in zicht.
Zolang mensen durven bidden is er licht
in de duisternis.

Hemelse Vader, ons geloof is vaak te klein
geef ons durf, ja brutaliteit
om bij U aan te komen met wat ons werkelijk bezighoudt.
Ons geloof is vaak te klein.
Leer ons bidden zoals Jesus ons dat geleerd heeft:
En geef ons dan ook de moed te leven zoals Hij ons het voordeed.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

17 juli: Een actieve vrouw!

[print]

16e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Genesis 18, 1-10

  • Lucas 10,38-42

God is dichterbij dan je denkt
je moet Hem alleen willen zien.
Hij komt naar ons toe en bezoekt ons graag,
regelmatig zelfs. Hoe?
Om te beginnen verschijnt Hij in mensen die op ons afkomen
(dat leren wij uit het goede boek: de Bijbel).
Zijn wij aan zijn komst in ons leven toe?

‘Ik was vreemdeling’ lezen we in het evangelie
‘en ge hebt mij opgenomen’ .
Vreemdeling…. bij ons komt dan de aarzeling;
wij zijn van nature wantrouwend.
‘Die ander is vast gevaarlijk, wat moet die hier.’

Abraham kent die reserve niet
als er plotseling drie mensen bij hem aankloppen.
Water biedt hij aan – in de woestijn kostbaarder dan zilver-
een gemest kalf wordt geslacht, kazen aangesleept
en glimmend van voldoening kijkt Abraham toe
hoe de vreemdelingen genieten van zijn eten.
Abraham is gastvrij en… terecht
vreemdelingen zijn niet zomaar vreemdelingen
hij ontvangt God zelf
die hem heil en zegen toewenst
en een nieuwe toekomst aankondigt.

Op Jesus’ pelgrimstochten naar Jeruzalem
is het huis van Marta en Maria een regelmatige pleisterplaats.
Om precies te zijn: het huis van Marta,
Maria woont in.
We horen het elders in het evangelie duidelijk vermeld:
‘een vrouw die Marta heette ontving Hem in haar woning.’
Het is pijnlijk om te merken
hoe simpel vaak over Marta gepraat wordt.
Marta geldt dan als een dom sloofje,
een vrouw die stoft en zwoegt
en eigenlijk niet weet waar het over gaat.
Maria is dan degene die weet wat belangrijker is
en luistert in plaats van in de keuken te redderen.

Daarbij vergeten we dat de keuken in een Joods huis,
– in ieder huis trouwens, ook bij ons in de pastorie-
een hele belangrijke plek is.
Ik vind het bij een huiszegen
-waarom vragen de Haarlemmers daar toch zo weinig om?-
misschien omdat ze minder verhuizen dan Amsterdammers-
Ik vind een huiszegen heel belangrijk
ik heb dat ook al meerdere malen gezegd.
En ik vind het bij een huiszegen
altijd goed om ook even de keuken te bezoeken.

In het jodendom is de keuken bijna een heiligdom
omdat daar de kosjere spijzen bereid worden.
Je hebt dan een aparte melk-keuken en een vlees-keuken.
Het gaat daarbij niet om de regels of de regeltjes
maar om het hele vrome godsdienstige spel
waarmee wordt aangegeven dat mensen
met zorg en eerbied met alles wat hun geschonken is moeten omgaan.

Marta, de bezige, is de behoedster van het actieve geloof.
Ze is de huisbazin
zonder wie dit gezinnetje niet zou kunnen bestaan.
Zij houdt -met alle andere joodse vrouwen-
in tijden van vervolging en pijn het geloof overeind.

Jesus heeft vaak van Marta’s zorg genoten
en wie weet wat ze allemaal nog voor wijze adviezen
aan onze Heer gegeven heeft
zoals vrouwen dat vaak
-schijnbaar onopvallend maar des te duidelijker- doen.

Van Marta is trouwens ook nog een geloofsbelijdenis bekend
die zeker zo krachtig is als die van Petrus.
Als ze later Jesus ontvangt als hun broer Lazarus is gestorven zal ze zeggen:
‘Heer ik weet dat Gij de Messias zijt
die in de wereld gekomen is.’
Een geloofsuitspraak waarop Jesus ook best
zijn kerk had kunnen bouwen.

Marta staat voor alle vrouwen
die het geloof als een werkzame kracht doorgeven
aan de nieuwere generaties.
En Maria dan?
Zij staat model voor de luisterende mens.

De mens die luistert naar het nieuwe en zich verbaast.
Ze verbaast zich over de rijkdom van het geloof
en over de nieuwe kansen die God iedere keer opnieuw
aan mensen geeft.
Zij verheugt zich over de woorden van Jesus,
onze Messias en zij beseft
dat de mens niet leeft van brood alleen,
maar van alle dingen die voortkomen uit de mond van God.

Vlak voor Jesus’ dood hebben Marta en Maria hem samen ontvangen.
Marta heeft hem gesterkt door hem te eten te geven,
Maria door voor zijn voeten neer te knielenen hem te zalven.
Volgende week is de feestdag van Marta en wordt dat in de hymne
in herinnering geroepen: ik lees een stukje voor:
Marta wordt toegesproken:
Toen, vóór zijn heengaan door de dood/ uw zuster hem gebalsemd heeft/
hebt gij voor ’t laatst uw dienst gewijd/ aan hem die ons het leven geeft.
O gastvrouw die de Heer ontving/ bij u in huis was hij niet vreemd.
Maak onze harten welbereid/ dat Hij bij ons zijn intrek neemt.

Marta en Maria: ze horen bij elkaar:
ze staan voor twee zaken die bij elkaar horen.
Ze zijn allebei nodig en samen wijzen ze ons
1) op het volhouden in trouw aan je dagelijks opdrachten
èn
2) het je open stellen voor het nieuwe.

Geloof zal niet kunnen bestaan
als er geen Marta’s zijn,
mensen, die met taaie volharding blijven doorgaan
met de gewone dingen die gedaan moeten worden in een wereld,
thuis of in de parochie, betrouwbaar op hun post.

Maar geloof zal de vonk van het leven missen
als er niet ook mensen als Maria zijn;
vrouwen en mannen, jongeren en ouderen,
die durven horen wat nog niemand gehoord heeft
en durven doen wat nog niemand heeft gedaan.
Gezegend de mensen die elkaar aanvullen, corrigeren en helpen.

Waar het de vrouwen betreft:
wij zijn nog lang niet toe aan het echt op ons laten inwerken
van alle teksten die er over vrouwen in de Bijbel staan.
We hebben er gewoon overheen gelezen
en vrouwen kunnen ons helpen bij de bestudering daarvan.

Deze weken hebben we de feestdagen van Maria Magdalena (donderdag de 22e),
van Martha (de week daarop) en dan is er ook nog Birgitta (de 23e)
ook een stevige tante; Jakobus staat er op de 25e
-oneerbiedig gezegd- een beetje zieligjes tussenin.

Augustinus vertelt ons: ‘denk niet dat op de pinksterdag
alleen de 12 leerlingen de Heilige Geest ontvingen
neen, het waren er 120, mannen en vrouwen.’
In deze kerk hebben we er meerdere malen voor gepleit
-en dat is zelfs in de geest van het Vaticaan
waar steeds meer vrouwen worden uitgenodigd
belangrijke functies te bekleden-
voor een serieuzer nemen van de vrouw in de kerk..

In het aandachtig liedboek van Oosterhuis lezen wij het zo:
‘Gezegend zij de vrouw voor de man
en de man voor de vrouw,
en oud voor jong en sterk voor zwak.
Gezegend die weten wil wat recht en wat slecht is,
en die trefzeker kiest en niet wijkt voor geen macht.
Die onbevangen spreekt en onbevangen liefheeft.’

En we lezen ook in de Schrift:
‘Als er twee of drie bijeen zijn
dan ben ik in hun midden.’

Het is dus geen vaag vrijblijvend gebeuren.
Als mensen elkaar ontmoeten,
elkaar serieus nemen, van elkaar willen leren…
is er iets heiligs gaande

Dat gebeurt hier.
Kinderen worden gedoopt,
teeners gevormd,
jonge mensen trouwen…
Mensen rouwen ook en sterken elkaar.

De tekst van Oosterhuis die ik citeerde
over de zegens die wij elkaar kunnen brengen
eindigt met Degene te bezingen die dan in de buurt is
de Gast in ons midden
die wij in iedere geloofsbelijdenis
noemen als onze Metgezel:

‘Gezegend is de nieuwe mens die tot ons kwam,
Jesus Messias, die zich gegeven heeft,
zich nemen laat, die wordt gebroken,
uitgedeeld van hand tot hand:
zijn ultieme aanwezigheid in ons midden.

Dat Hij welkom blijft in ons midden is mijn bede
en dat wij gastvrij en open zijn naar elkaar.
Dan zij wij met elkaar gezegend
en kijkt Hij naar ons in liefde en trouw.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

10 juli: Kijk eens vanuit de onderkant

[print]

15e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Deuteronomium 30,10-14

  • Lucas 10,25-37

Ieder mens wil iets worden; ieder mens wil iets doen.
Wat hij zelf leuk vindt of waar andere mensen mee geholpen worden.
Iedere twaalf-jarige wil piloot worden -vooral omdat ze dat zelf leuk vinden-
of verpleegkundige en dierenarts, dat om mensen en dieren te helpen.

Fanatiek zijn we net als dat mannetje in het evangelie.
Hij was ijverig en toegewijd als gelovige:
Hij wilde koste wat het kost de hemel verdienen.

‘Meester wat moet ik doen om het eeuwig leven te krijgen?’
vraagt de ijverige man aan Jesus.
Je moet zijn ijver prijzen maar
er staat iets niet zo moois bij:
‘hij vroeg dat om Jesus op de proef te stellen.’
Hij vond eigenlijk wat Jesus allemaal preekte en deed maar niets.
Jesus gaat –heel goed- niet meteen op zijn vraag in
Maar stelt een wedervraag: ‘wat weet je daar zelf van?
‘Wat heb je daarover gelezen in de Wet van Mozes?
De man, bekend met de Schrift, antwoordt meteen:
‘je zult God beminnen met heel zijn hart,
met heel je verstand met heel je ziel en met al je krachten
EN JE NAASTE ALS JEZELF.

Einde van de ontmoeting zou je zeggen
maar de man zeurt door: ‘maar wie is dan mijn naaste.’
Wie is zijn naaste?
Hij gaat er vanuit dat hij degene is
die allemaal zware, belangrijke opdrachten heeft te vervullen
die niet mee vallen maar
is die naaste de liefde van de edele mens die hij zelf toch is, wel waard?
Geldt die wet van de naastenliefde zomaar voor iedereen?
Zijn ze dat eigenlijk wel waard?

Moeten wij iedereen liefhebben?
Mensen van andere rassen,
mensen van andere geloofsrichtingen ook?
Wat zijn dat allemaal voor mensen…
zullen ze er geen misbruik van maken ?
Wie is er de naaste die mijn kostbare liefde verdient?

Om hem uit deze hoogmoedige houding los te weken
vertelt Jesus een verhaal.
Over de man die hulpeloos op straat ligt.
En Jesus herhaalt de vraag van de schriftgeleerde ‘Wie is mijn naaste?’
maar Hij plaatst hem in een andere context.

De parabel is eeuwenlang bijna alleen maar uitgelegd
vanuit het standpunt van de man die goed zit
en die goede dingen moet doen.
Dan ben je heel belangrijk en je hebt veel werk.

Ik ga dat niet veroordelen,
het is allemaal goed bedoeld en nuttig
maar we komen aan het verhaal niet toe
-ook niet als wij moderne diakonale kerk willen zijn-.

Jesus wil de houding van de man die met hem discussieerde,
en van ieder die dit evangelie later ooit zal horen
180 graden omdraaien.
Als wij onszelf steeds maar blijven zien als de mens die
zich welwillend en hulpvaardig over anderen moet buigen
wil Jesus het graag eens omdraaien.

Jesus gaat de vraag van de man die zich tot hem keerde herhalen
maar dan vanuit een ander gezichtspunt:
‘wie is de naaste
VAN DEGENE DIE IN DE HANDEN VAN DE ROVERS GEVALLEN IS.’

En zo wordt ieder van ons uitgenodigd
nu eens met andere ogen te kijken dan gewoonlijk.
Draai de TV-camera maar eens om.

Kijk nu eens niet van boven naar beneden maar van beneden naar boven
en dan zul je zien dat de mens niet alleen geroepen is helper te zijn
maar ook een weerloze mens kan zijn
die zelf geholpen moet worden en die liefde nodig heeft.
Dat geldt voor iedereen, ook voor jou!
Niemand van ons, ik niet, u die dit hoort niet, kan zonder liefde.
We zien het helaas al te vaak:
mensen die geen liefde hebben gehad
worden daardoor bitter en ontoegankelijk.

Soms hoor je mensen als ze 90 zijn
nog vertellen met een door tranen omfloerste stem
dat ze als klein kind geen liefde hebben ontvangen.
Het is echt zo dat mensen
niet zonder liefde kunnen. Niemand.

Net zoals een plant zijn porsietje water nodig heeft,
-geen hele plenzen, dat is overdreven-
zo heeft iedere mens liefde nodig steeds opnieuw.
Niemand kan zonder woorden van bemoediging,
niemand kan zonder een woord van troost.
Het is goed daaraan te denken
en die momenten in jouw leven die er zijn te onderkennen.

Voordat je kunt vragen wie jij dapper en wel moet gaan helpen
dient de voorafgaande vraag te zijn:
‘wie is er voor mij de naaste geweest die ik nodig had.
Ik was zelf hulpeloos
en heb toen iemand gehad die zich over mij heen boog.
Ik was zelf arm en alleen
en heb toen en toen iemand gehad die een goed woord sprak
en mij tot sterkte was?’

Te vaak besteden mensen hun tijd
aan het tellen van de keren dat zij
in anderen zijn teleurgesteld.

Evangelischer en zinvoller is het
de momenten te overwegen en te heroverwegen
waarop mensen voor jou iets betekend hebben
en jou tot zegen zijn geweest.
Zo besef je je eigen weerloosheid en
je leert ook nog hoe je anderen moet helpen
doordat hebt gemerkt wat je zelf hielp en wat niet.

Eén is er die zich over ons heen gebogen
nog voordat wij ons tot anderen konden wenden.
Dat is de ENE, die wij zo graag toebidden
wat Hij ooit tot ons gezegd heeft: IK ZAL ER ZIJN…
Het is dezelfde die zijn gezicht heeft laten zien
in die ene man over wie het hele evangelie handelt:
Jesus van Nazareth, die de vrome mensen van zijn tijd
denigrerend noemden:
‘een Samaritaan’ en ‘van de duivel bezeten.’

Het is inderdaad ‘van de gekke’
zoals Hij op de mensen afging.

Zijn helpende hand wordt door ons, westerlingen die alles hebben
en denken geen hulp nodig te hebben nauwelijks nog gepakt
maar de kleine mensen uit de ontwikkelingslanden,
die door hebzucht en arrogantie van de rijkere landen
arm en hulpeloos gebleven zijn, die weten het wel.

Die zien uit naar de Goddelijke hand van Jesus die hen helpt,
en naar de handen van degenen die in Zijn geest handelen;
de mens die trefzeker kiest,
de mens die geen bloed vergiet maar die recht doet.

Onze sociale acties zullen pas lukken
als wij weten hoe hulpeloos wij zelf zijn
en zo de nood van onze naasten kunnen meevoelen
en hem als mens serieus nemen.
Mensen als moeder Theresa en majoor Boshart
hebben dat voorgeleefd.
Net zoals Jesus zelf dat deed, weerloos met de weerlozen.
Jesus die niet arrogant en zelfgenoegzaam
de mens tegemoet trad
maar die – tegen de blinde bedelaar bijvoorbeeld-
zei: ‘wat wil JIJ dat ik voor jou zal doen…

Wat moeten we dus doen om het eeuwig leven te verwerven?
Wat moeten wij doen om het belangrijkste te winnen
wat er te winnen valt?

Het woord van God is niet ver
je hoeft niet hoog naar de hemel om het te halen,
je hoeft niet lang te zoeken:
je levensopdracht staat in je eigen hart geschreven,

De hunkering naar liefde
staat in je eigen hart geschreven.
En zo kun je je opdracht ook lezen
in de ogen van de mens die naast je staat
die ook niet zonder liefde kan.

Je naaste beminnen als jezelf
zou je ook zo kunnen vertalen:
bemin je naaste, hij is net zo’n weerloos mens als jij
en doe hem aan wat je zelf fijn vindt dat iemand anders voor jou zou doen.

Als iedereen zo aan de gang gaat komt Gods koninkrijk
midden onder ons!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

3 juli: God die ons verblijdt!

[print]

14e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Jesaja 66,10-14; Verheug U met Jeruzalem

  • Lucas 10,1-12+17-20; de oogst is groot.

De vorige week liep ik rond in Frankrijk;
niet veel mensen in de kerk.
Toch heerste er een blijde sfeer.
Blijheid hoort bij het geloof!
U herinnert zich vast wel, net als ik
de voetgebeden waar de Mis mee vroeger begon.
Onbegrijpelijke Latijnse volzinnen,
waar je als misdienaar je tong over brak
maar prachtig:
“Introibo ad altare Dei” zei de priester
en de goed getrainde misdienaars antwoordden foutloos:
“ ad Deum qui laetificat juventuten meam.”
Voor de niet latinisten de vertaling:
De priester zei: ‘Ik zal opgaan naar het altaar van God’
en het misdienaartje antwoordde:
‘tot God die mijn jeugd verblijdt !!!!’
De blijdschap van onze jeugd
werd zo bij iedere viering in herinnering geroepen.
Blijdschap hoort bij het geloof.
Er zijn maar liefst twee zondagen per jaar die blijdschap zelfs als naam hebben:
zondag gaudete, ‘wees blij’ zo tegen kerstmis:
en zondag laetare ‘verheugt u’ halverwege de vasten.
Blijdschap mag!
De blijdschap zoals we die we in de vakantieweken beleven.
De blije gekte in Frankrijk bij de Tour de France.
De dopingschandalen even vergeten, gewoon plezier.
Blijdschap leer je vaak van kinderen
die onbedaarlijk kunnen lachen.

Ons volwassenen ligt, door de band genomen, tobben beter.
Tobben over deze wereld, tobben over onszelf, over de kerk.
Om met het laatste te beginnen:
vele mensen maken zich zorgen
over wat er overblijft van de kerk:
vele kerkgebouwen moeten worden gesloten.
In onze pastorie resideerden ooit een plebaan
met 5 kapelaans en een x-aantal zusters…
We leven dus in een droevige tijd
en wil de laatste het licht uit doen..

Zo’n mentaliteit is niet evangelisch.
Een andere mentaliteit is in overeenstemming
met de ware geest van de schrift…en bovendien klopt het niet
getuige de jonge mensen die zich op de doop voorbereiden
van henzelf of hun kinderen. Straks
na de Mis weer twee dopen, een doop ook nog
met het huwelijk van de ouders gecombineerd:
vanavond om 5 uur weer een huwelijk
van 2 trouwe bevrienden van de Bavo en 14 juli weer enzovoorts.

Geloof is kennelijk aantrekkelijk.
Het is een vreugde
-en daar moeten we meer van getuigen dan van het andere-
het is een echte vreugde om liturgie te vieren en te zingen
-daar komen die nieuwe leerlingen op af.
Waarom is dat leuk?
De bron van alle vreugde is dat het een zonnige zaak is
een geloof te hebben, een doel in je leven.

Om nog even door te gaan:
het woord evangelie zelf betekent ook: ‘blijde boodschap.’
Het is dan ook duidelijk de bedoeling
dat zo veel mogelijk mensen aan die blijdschap deel krijgen.

Het gaat daarbij niet om de vorming van een elitekorps,
een ‘happy few’ maar een grote groep mensen
van alle tongen en talen.
Een grote groep: dat hoorden wij vandaag.

In tegenstelling tot de andere evangelisten
vertelt Lucas niet alleen dat Jesus 12 apostelen uitzocht
maar ook dat hij 72 leerlingen uitzocht
die hij er twee aan twee op uitstuurde..

Sint Lucas verwijst met het noemen van die 72 leerlingen
naar het oude boek Genesis waarin staat dat Noach 72 kleinzonen had
en dat die samen de stamvaders waren van alle volkeren op aarde.
Met andere woorden:
de kerk bestaat uit mensen van allerlei naties en stromingen,
mensen van allerlei slag
en er bestaan geen hogeren en lageren
iedereen is belangrijk, en iedereen is onmisbaar!
De kerk is internationaal en
iedereen heeft gelijke rechten.

Nog even terug naar de eerste lezing:
‘verheug je Jeruzalem’ hoorden we.
Verheug je MET Jeruzalem wordt deze zondag gezegd
neem dus deel aan haar vreugde.
Laat de vreugde toe in je leven.
Niet de oppervlakkig blijdschap,
(Roomse blijdschap we dat ook wel
maar daar heb ik toch niet zoveel mee
omdat die vaak gepaard gaat met oppervlakkigheid).
Aan oppervlakkige blijdschap hebben wij geen behoefte
maar wel aan de diep doorvoelde vreugde van het geloof.

‘Overvloedig is de oogst’ zegt Hij ook nog.
En dan zijn we weer terug bij het begin waarin ik de zorg over de kerk noemde.
De oogst kan worden binnengehaald, ook in deze dagen.
De kerk kan veel bete­kenen in deze tijd.

Als Jesus zijn volgelingen toespreekt
heeft hij het duidelijk over de tegenwerking die zij zullen ontmoeten,
en over de beproeving die niemand van ons bespaard blijft
Maar Hij heeft het ook over de kracht die het geloof mensen geeft:
‘ik zag de duivels uit de hemel vallen.’ Toe maar.

Tenslotte: wat is de diepe reden van onze blijdschap?
Daar spreekt Jesus over aan het einde van het evangelie van vandaag.
Verheug je maar niet alleen omdat die duivels naar beneden vallen
-dat is eigenlijk mooi meegenomen-
maar omdat ‘jullie namen staan opgetekend in de hemel.’

Onze namen staan opgetekend in Gods hand.
Dat geldt voor allen die ons voorgingen
voor onze overledenen, dierbaren die we missen.
Maar ook voor de namen van ons die een taak hebben
en van wie nog veel verwacht wordt.

Afgelopen nacht kwam het bericht van het overlijden van Elie Wiesel:
iemand die twee kampen overleefde en velen om zich heen zag sterven.
Iedere keer weer één bijzonder door God geliefd mens.
Hij overleefde zei ik en dat was goed want zo kon hij vertellen hpe heyt was.
Maar verre van haat te zaaien werkte hij aan de verzoening.
Van hem zijn we woorden bekend:
‘vandaag bid ik voor de mensen die vermoord zijn:
niet zes miljoen mensen maar zes miljoen keer EEN mens.
Maar ik bid ook voor hun bewakers en de moordenaars
zij moeten verder: dat God hen mag helpen.

We zijn als gelovigen mensen die eerlijk moeten erkennen wat er fout was:
daarom beginnen we iedere viering ook met een schuldbelijdenis.
Maar dan gebeurt het grote wonder:
na het ‘ik belijd’ en KYRIE ELEISON
mogen we in de Paas- en Pinkstertijd
-en daar zitten we in- het Gloria aanheffen.
Eer aan God in den Hoge die van mensen blijft houden.

We hoeven ons zelfs niet alleen maar
-wel een beetje natuurlijk-
uit te sloven om de wereld beter te maken
maar we mogen ook vandaag weer horen:

Jullie zijn door God geliefd;
ieder van ons, u, jij, ik mag weten:
onze namen staan opgetekend in de hemel,
of anders gezegd: onze namen staan geschreven in Gods hand.
Als God zo voor ons is,
wie zal dan tegen zijn?

Hein Jan van Ogtrop, pastoor