• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Category Archives: Preken

Gouden priesterjubileum H.J. van Ogtrop: De twee stoeten

[print]

10e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • 1 Koningen 17,17-24

  • Galaten 1,11-19

  • Lucas 7,11-17

Samen zijn wij Gods volk onderweg.
Ons gingen mensen voor, ons zullen mensen volgen.
Vandaag begin ik even met te denken aan wie ons voorgingen.
Ik denk natuurlijk aan mijn ouders die allebei in de juist voltooide meimaand stierven: mijn vader in 1958, hij werd slechts 54 jaar
mijn moeder die daarna dapper volhield, werd 91 en stierf in 2005.
Ik denk ook aan mijn oudoom Joseph, gewijd in 1914, pastoor in Luik,
die mij leerde mensen te ontmoeten.
Ik denk aan collega’s in Amsterdam en Haarlem: Joseph Keet in Osdorp die mij veel bijbracht, en de vroegere Bavogeestelijken: Jan van der Zalm, aan zuster Annette die zo plotseling stierf oudejaarsavond 1995,
en oud vicaris Harry Kuipers.
Ik denk aan alle parochianen wiens uitvaart ik hier mocht leiden, vooral de kinderen vergeet ik niet: de dappere Johan 7 jaren jong. Laura ook zo jong die stierf in de oudejaarsnacht 1999 en Chrisje ook 7 jaren jong die kort voor kerstmis stierf 2 jaar terug. Ik denk aan de familie van Veldhuizen van de MH17 plotseling weg van de aarde.
Met hen samen, zij boven, wij beneden
vormen we de gemeenschap der heiligen.

Vandaag ligt de nadruk toch even op de mensen beneden.
Wij moeten volhouden: gelovend, hopend en liefhebbend.
We hebben idealen die al of niet uitkomen.
We maken mooie dingen mee en minder mooie…
er wordt creativiteit gevraagd om ons eigen leven in te vullen.

Sinds 24 jaren woon ik in de Bavopastorie.
22 Jaar geleden hadden we ook 2 Syrische gezinnen in huis.
Het was een voorrecht hier met Frans Geels vroeger en met Eric nu
de bovenvertrekken bewoond te hebben: net zoals Elia
die een bovenvertrek bewoonde in Sarepta.

Binnenkort krijg ik waarschijnlijk een ander bovenvertrek:
in Heemstede naar het zich laat aanzien. Maar ik blijf wel ‘van de Bavo’ hier
en houdt dan kantoor op de eerste verdieping…
maar daar gaat het nu niet om vandaag.

Vandaag gaat het om het verhaal dat hier in dit gebouw
-en ik zei ik in een interview dat kerkgebouwen
daarom de belangrijkste gebouwen zijn die er zijn-
het verhaal dat hier wordt doorverteld over God die met de mensen meetrekt.
Mooi maar helpt die ons nog wel een beetje?
Is er nog hoop in deze wereld: de vorige zondag verdronken er 700 vluchtelingen op zee, afgelopen vrijdag waarschijnlijk nog zo’n 400.

De weduwe van Sarepta was zwaar teleurgesteld toen het noodlot toesloeg
en haar kind stierf: ‘Man Gods, hoe heb ik het nu met u?
Bent u alleen maar bij mij komen wonen om mijn zonden openbaar te maken door mijn zoon te laten sterven.’ Maar het verhaal eindigt goed
na dit droeve begin. Het leven wint het van de dood.

Dat wordt ons ook geleerd in het evangelieverhaal over Naim.
De naam van die stad betekent: ‘lieflijke stad’
maar het is er in het begin van het verhaal allesbehalve lieflijk.

Wij lopen eerst nog opgewekt mee met Jesus de Messias en zijn vrienden.
Jesus gaat ons zelfbewust voor naar Jeruzalem.
Een grote groep mensen volgt hem: alles lijkt prachtig
al weet Jesus wel degelijk wat hem in Jeruzalem te wachten staat.

En dan is daar opeens die andere stoet.
Als we bij de stadspoort aankomen
komt daar een treurende menigte naar buiten
vele mensen begeleiden een weduwe
die haar enige zoon moet missen het verhaal lijkt op het Eliaverhaal.
Ook een weduwe. Een weduwe herinnert in Israël aan de perioden
dat God zelf als de bruidegom van het volk afwezig leek.
Een weduwe is al zielig maar zonder nageslacht helemaal.
Deze stoet kan alleen maar op weg zijn naar de diepte.
‘De profundis clamavi’ (Ps. 130) hebben ze vast gezongen :
Velen uit de stad met de liefelijke naam
-wat klinkt die nu wrang- heffen met haar deze klaagzang aan:
‘we zitten in de diepte en roepen naar U!’

Twee stoeten komen elkaar in het evangelieverhaal van deze morgen tegen.
De ene stoet bestaat uit vele klagers rond de dode jongen,
de andere stoet van Jesus met zijn volgelingen is op weg naar het leven.

Zij zijn ‘opgaande naar Jeruzalem’ zeiden we.
Een kleine groep durft het maar aan deze man te volgen.
En dan vertelt het evangelie dat Hij de heiland is
die de breuk heelt, die de dood had veroorzaakt.
Jezus raakt de lijkbaar aan; de dragers staan stil.
Hoe durft Hij! Treedt Hij op als goddelijke held die de chaos terugdringt,
of staat Hij daar – net als aan het bed van het dochtertje van Jaïrus
of aan het graf van Lazarus – als mens, de mens bij uitnemendheid
die van God toekomst durft te vragen, te eisen ter wille van het recht op aarde!

Jesus staat daar tussen God en de mensen in.
Hij worstelt als het ware om een zegen,
Hij ontrukt aan de nacht het levenslicht.
Hij staat als Abraham voor de Eeuwige of als Jakob voor de engel.
Hij bidt tot Zijn Vader en roept dan:
‘Jongen ik zeg je sta op’ en hij staat op.
De breuk tussen de moeder (de wanhopige gemeente)
en haar kind wordt hersteld, er is weer toekomst.
Het drama van een nieuwe generatie die afgestorven was
wordt ongedaan gemaakt.

Dat houdt een boodschap in voor alle anderen
die met Jesus mee zullen gaan lopen in de toekomst.
Ook de nieuwste generatie, de jonge kerk kun je zeggen,
wordt tot leven gewekt teruggeven aan zijn moeder
en zal weer in contact komen met de oude traditie,
weer leven in het gezelschap van aartsvaders, profeten en rabbijnen,
maar met het aangezicht naar de toekomende dingen.

In 2016 zijn wij samen onderweg door de wereld van nu:
samen volk van Jesus, Gods Volk onderweg.
Mensen vragen het wel eens:
‘hoe ervaar je dat nou, het verschil van de kerk van vroeger
met die van nu?’ Ik kijk dan altijd heel verbaasd
want ik leef niet in vroeger, ik leef in het nu.
Ik kijk naar alles wat er gebeurt en ik groei mee.

Als jong priestertje ging ik kijken bij de Damslapers
en de Provo’s, allemaal interessant… vond ik.
Ik was –en ben nog- erg politiek geïnteresseerd
maar vond toch altijd mijn roots in de oude verhalen
waar Jesus zelf uit leefde. Over de God die als naam had:
IK ZAL ER ZIJN. Een God die het initiatief heeft;
wij mogen alleen maar toekijken.
Ik zie geloof groeien bij mensen, ook in onze tijd.
Ik zie mensen afscheid nemen van de kerk
-vooral in de tijd van de discussie over de seksuele mistoestanden
in de kerk die al te menselijk bleek.-
Maar ik zie ook dat de oude idealen altijd weer nieuw zijn
en mij en vele anderen blijven boeien
en altijd weer mensen naar de kerk toetrekken.

Ik geniet van de kathedraal als gebouw, warm geel, groot maar gezellig
ik hoor hoe een klein kindje van twee dat voelt als hij de koepel in kijkt
en zegt: ‘daar heb ik gewoond.’
Ik merk hoe de kerk goede dingen kan doen.
Neen de wereld in een klap goed maken kunnen wij niet maar
wel kunnen wij aan diakonie doen, mensen hoop geven,
gezinnen (ja het zijn er maar een paar) ondersteunen.
Wel kunnen we mensen troosten aan het ziekbed
en het sterven van mensen bijlichten met hoop.

De kerk verkondigt terecht dat er hoop is voor de mensen.
Dat zie ik als bruidsparen elkaar hun jawoord geven,
als ik vaders en moeders hun kinderen zie knuffelen bij de doop.
God is de Goede Herder van ons mensen
die ons samenbrengt en het werk van zijn handen nooit loslaat.

De kerk hoeft niet machtig te zijn:
hoe bescheidener hoe beter
maar wel gastvrij en open naar zoveel mogelijk mensen.

Niet veroordelend maar eerbiedig kijkend naar
datgene wat God al met mensen aan het doen is
zonder dat wij van de kerk dat wisten.

We zijn een kerk die fouten maakt
dat is altijd zo geweest maar zo kan God des te beter laten zien
dat het niet van onze plannen afhangt of het wat wordt
maar Hij kan tonen dat Zijn Geest overal aanwezig is
onder alle mensen van goede wil.

Wij hebben de plicht om duidelijk te spreken
ook al lijkt het nergens op te slaan.

Op de zondag toen er 600 vluchtelingen op zee omkwamen
klonk het evangelieverhaal over de wanhopige leerlingen
die 5000 man achter zich aan hebben:
ze weten er geen raad mee en zeggen: laat ze gaan.
Jesus woedend: STUUR NIEMAND WEG!
Dat moeten wij ook zeggen.
Al er zijn er schijnbaar hopeloos veel: STUUR NIEMAND WEG

Duidelijk spreken dus. En handelen
en als dat niet lukt weet God zelfs raad met matheid en lusteloosheid,
ja kan zelfs de dood overwinnen.

In de opwekkingsverhalen belijdt de christelijke oergemeente
dat allen die de Messias mogen ontmoeten
met Hem op weg zijn naar het leven.
Door ons met deze Jezus toe te vertrouwen aan God,
zullen wij merken dat de dingen uiteindelijk toegroeien
naar wat God heeft bedoeld.

In de nieuwtestamentische verkondiging is er ook nog de wetenschap
dat de Messias zelf op de grond in de hof van Olijven wanhopig was
en zelfs is nedergedaald ter helle, naar die uiterste grimmigheid en onverbiddelijkheid van de dood.

Hij heeft zelf de doodsnood in alle poriën van zijn lichaam ondergaan
en gesmeekt dat die beker aan Hem voorbij zou gaan.
Jezus toonde zich aanzienlijk meer geschokt en angstiger
dan Socrates die onbewogen de gifbeker dronk.

Jezus neemt de menselijke onmacht en ons verdriet ernstig
maar omdat Hij staat aan de kant van de Heer van het leven,
kan Hij bij het dochtertje van Jaïrus zeggen dat ze slaapt,
en in Naïn bevelen: ‘Jongen, Ik zeg je, sta op!’

De majesteit van Gods handelen wordt op deze wijze zichtbaar.

Het evangelie dat wij samen verkondigen met al onze collega’s
en dat alle parochianen in hun eigen leven gestalte geven
-ze doen dat als gezegd vaak beter dan hun voorgangers-
is niet door mensen uitgedacht.
Paulus zegt dat tot zijn lastige Galaten.

Het is ook niet van een mens ontvangen of geleerd
-hoewel diegenen die ons voorgingen
en die ik aan het begin noemde wel hebben bemiddeld-
het is ons gegeven door de openbaring van Jesus Christus
die voor ons geleden heeft, die voor ons gestorven is
en als Voorganger met een grote V
ons voorgaat op weg naar het nieuwe leven.

Wij bidden dat Zijn Koninkrijk mag komen in onze dagen
dat wij samen trouw aan onze opdracht verdergaan.

Wij allen, de stoere jongens, mannen, meisjes en puellae van het koor
u allen ouderen en kinderen, mannen en vrouwen
Wat heb ik veel van u geleerd!

God heeft jullie allemaal nodig en mij ook
alleen maar om dat te vertellen.
Dat probeerde ik weer vandaag
God zegene ons allen!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Sacramentsdag: Anderen tot zegen zijn

[print]

Sacramentsdag.

Schriftlezingen:

  • Genesis 14, 18-20

  • Lucas 9,10-17

Katholieke mensen van boven de 40 kennen hem goed.
In iedere Eucharistieviering klonk zijn naam
die tegenwoordig nog maar in één van de eucharistische gebeden mag klinken:
MELCHISEDEK.
Bij priesterfeesten zong het koor:
‘TU ES SACERDOS SECUNDUM ORDINEM MELCHISECH’.
Zijn naam betekent: KONING VAN HET RECHT.
Maar wie hij precies was?
In veel oude Romaanse kerken prijkt hij ergens in het priesterkoor…
en altijd afgebeeld met twee belangrijke attributen:
hij komt de toeschouwer tegemoet met in zijn handen brood en wijn.
Wie was hij? We lezen over hem in het Abraham-verhaal,
het verhaal van de eerste gelovige.
Hij heet ‘KONING VAN SALEM’,
het bekende SALEM uit ‘SALEM-ALEIKUM,’
de Arabische vredesgroet;
Melchisedek was koning van de vredesstad.
De man van het recht was koning over een vredes-plaats.

Volgens de rabbijnen was hij koning
over de plaats waar later de tempel gebouwd zou worden
of -wat weidser gezien- koning van Jeruzalem.
Hij verschijnt hier voordat er überhaupt sprake is van tempel en godsdienst
als een totaal nieuwe figuur in het hele bijbelse theater,
als je dat zo oneerbiedig noemen mag.

In de Hebreeënbrief wordt verteld dat hij ‘geen vader of moeder had’ .
Bedoeld is dat hij een beetje te mooi voor deze wereld lijkt
en daarom maar als een soort engel zonder aardse ouders wordt beschreven.
Daarmee doe je hem een beetje onrecht
want hij staat juist te boek als een goed mens,
gelukkig dat die er ook nog zijn, een mens waarmee God beginnen kan.

Hij biedt brood en wijn aan,
aan de zwervende Abraham
en hij spreekt hem zegenrijke woorden toe.
Een soort dienst van woord en tafel maar dan achterstevoren.
Hij zegent hem en als hij deze zegen heeft ontvangen
kan Abraham op zijn beurt zegen gaan uitdelen.
Zegen is er om doorgegeven te worden.
Wij zijn immers ook samen kerk om alles te delen,
de Geest die ons op de goede weg houdt maar ook concreter,
ons lijf en ons goed. En daar zijn brood en wijn de tekenen van.

Als Jesus met zijn vrienden maaltijd houdt
spreekt hij de mysterieuze woorden die wij iedere keer weer
in stilte en met huiver aanhoren:
‘dit is mijn lichaam voor jullie’.
Zijn lijf, zijn leven voor ons gebroken en gedeeld.

Dat Hij zijn leven geven wil wordt
heel zijn leven door al bewezen door zijn daden.
Door zijn liefde, door zijn trouw.
Door zijn aandacht voor mensen,
door zijn dienstbaarheid voor de zieken.
Door zijn woorden als Hij neerknielt bij de blinde van Jericho en zegt:
‘wat wil jij dat ik voor jou zal doen.’

Het laatste avondmaal begint ook met zo’n teken,
het teken dat wij op witte donderdag
-de eigenlijke Sacramentsdag- herdachten:
hij knielt neer voor zijn vrienden en wast hen de voeten.
Zo zegt Hij, al doende:
‘Ik ben er voor jullie: dit is mijn leven
ik leef het en ik geef het voor jullie.’
In dit geven, dit breken en dit delen gaat het
over een wonderlijke nieuwe manier van mens zijn
waar om heen zich een nieuwe mensengemeenschap kan gaan vormen.

Melchisedek brak zijn brood en deelt zijn wijn
met Abraham, de zwervende arameeër.
Jesus doet dat tijdens het laatste avondmaal
met een groep volgelingen in angst en beven bijeen.
Om hen de volle betekenis te leren
had Hij eerder met zijn leerlingen,
had Hij eerder al de maaltijd gehouden met de 5000 mensen.
Laten we ons niet vergapen op het wonder alleen maar vooral op het teken letten.
Het verhaal van de spijziging van de 5000 is een les.
De kern van die les wordt ons in het verhaal spoedig onthuld.
De leerlingen schrikken van al die mensen en willen ze wegsturen.
Maar dat is tegen de wil van de Heer: ‘zeg dat ze
gaan zitten.’ Niemand mag ‘van Jesus weg’ gestuurd worden.
Dat is tegen de geest van het Koninkrijk.
Niemand wordt weggestuurd.

Sommigen gáán weg, uit zichzelf:
de rijke jongeling bijvoorbeeld die zo schrikt
als Jesus zeg dat hij alles moet gaan verkopen wat hij bezit.
Eén keer maar lezen we (in de handelingen van de apostelen)
over een echtpaar dat weggestuurd wordt:
omdat zij weigerden te delen.
Maar dat is dan ook de enige echte reden
waarom iemand weggestuurd mag worden:
als wij weigeren te delen.

Het brood en de wijn die Hij ons aanreikt
worden niet onthouden aan de zondaars,
dat zijn wij immers allen.
De gaven zijn bedoeld als voedsel voor onderweg
en opdat wij de tekenen verstaan; in hun volste betekenis.
In de oude kerk was er een hele discussie gaande
wanneer het brood en wijn
nu werkelijk veranderden in het lichaam en bloed van Christus.
Daar waren verschillende theorieën over. Sommigen zeiden:
‘dat gebeurt bij het vertellen van het instellingsverhaal’
dat is de idee zoals wij die beleven.
Maar vele kerkvaders hadden andere ideeën.
Ze zeiden: dat gebeurt pas als door alle aanwezigen samen
het Onze Vader gebeden wordt,
want dan -als wij ons gezamenlijk tot de Vader wenden-
zijn we pas gemeenschap rond Christus
en geldt het ‘waar twee of die in mijn naam bijeen zijn’ pas werkelijk.
Weer anderen zeiden:
‘Hij is pas werkelijk in ons midden als de vredesgroet wordt uitgewisseld
en het Brood gebroken wordt’
want dan blijkt pas werkelijk dat wij gemeenschap rond Jesus willen zijn.
Ik vertel u dat niet om u in de war te brengen
maar om aan te geven dat de viering van de Eucharistie een geheel is:
een viering van woord en teken, van de herinnering aan de levende Heer
en een nadoen van de levende Heer door te breken en te delen.
En het belangrijkste zal dan de vraag zijn
of het teken in ons hele dagelijkse handelen zijn vervolg krijgt.
Want anders hoeft het niet.

Van de allereerste christenen werd gezegd
dat zij alles gemeenschappelijk hadden,
-letterlijk staat er ze waren één lichaam, één lichaam van Christus-.
In dat ene lichaam was er niemand die gebrek had
omdat zij alles deelden, dat zij zorgden voor de armen.
Ze gingen naar de tempel om de woorddienst te horen
en braken het brood van de Eucharistie
in een of ander huis waar zij hun vriendschap vierden.
En de buitenwereld keek toe en zei:
‘ZIET HOE DIE ELKAAR LIEFHEBBEN’.

De viering van Sacramentsdag
als een aparte dag buiten de goede week is nuttig
opdat wij ons nadat alle feesten gevierd zijn
met des te meer nadruk op de oude idealen kunnen gaan richten.
De Pinkstergeest jaagt ons -als het goed is-
op ons als kerk van vandaag wat meer
op de oudste christengemeenschap te oriënteren.
Zo zal dan in onze parochiegemeenschap maar hopelijk ook daarbuiten
waar kunnen worden wat wij in de oude hymne
die op de witte donderdag klonk bezongen vinden:
UBI CARITAS ET AMOR – WAAR LIEFDE IS EN VRIENDSCHAP –
IBI DEUS EST – DAAR IS GOD!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Zondag Trinitatis: Hij gaat met mensen mee

[print]

Zondag van de Allerheiligste Drie-éénheid.

Schriftlezingen:

  • Spreuken 8,22-31

  • Johannes 16,12-15

Er was eens een wijze oude man die veel boeken had geschreven.
Op een avond is hij vermoeid van het denken en het schrijven
en hij wandelt langs het strand.
Plotseling ziet hij een jongetje dat als maar heen en weer loopt
van de zee… naar een plek even van zee af.
Nader onderzoek leert dat de jongen daar een kuil gegraven heeft
en hij is bezig is om dat met water te vullen. Dat is niet zo eenvoudig.
Eindelijk kan de oude wijze man zich niet meer inhouden en vraagt:
‘wat ben je toch aan het doen?’
‘Ik’ zegt het jongetje ‘ben bezig de zee in mijn kuiltje te scheppen.’
‘Maar dat is toch onzin’ zegt de oude geleerde man ‘die past er toch onmogelijk in?’

En dan wordt het jongetje opeens een wijsneus en voegt de oude man toe:
‘jij bent toch zo vaak aan het nadenken over allerlei dingen,
zelfs over God en over de Heilige Drie-eenheid:
nou, nog veel gekker dan mijn geschep is jouw gepieker.
Nog veel eerder zal de zee in mijn kuiltje passen
dan het geheim van God in jouw verstand.’

Misschien kent u dit verhaal,
het is een legende en de oude man in het verhaal is de Heilige Augustinus,
een van de belangrijkste theologen van de westerse christenheid.

In de begintijd van de kerk hebben ze erg veel nagedacht
over het mysterie van Gods aanwezigheid in de wereld.
En ze waren nooit erg tevreden over alle formuleringen die ze bedacht hadden.

Om aan te geven dat God beweging is,
dat Hij de God van de geschiedenis is
wordt er over God als de Drie-ene God gesproken.

Hij is de God van verleden, heden en toekomst bijvoorbeeld:
drie – één
Hij is de God van Abraham, Isaak en Jakob;
drie – één
de God van de profeten, apostelen en heiligen.
drie één.
Over God raak je nooit uitgesproken en gedacht
maar Zijn wezenlijkste eigenschap lijkt wel:
HIJ GAAT MET MENSEN MEE.

‘Ik heb jullie nog veel te zeggen’
horen we in het evangelie van vandaag Jesus zeggen:
‘jullie kunnen het nu nog niet verwerken,
maar de Geest van de waarheid zal jullie de weg wijzen.’

Toen de profeet Elia afscheid nam van zijn leerling Elisa
vielen er twee delen van de geest van de meester op de leerling..
zo lezen we in de Heilige Boeken van Israël.
Uit dat verhaal spreekt een groot vertrouwen
in de voortgang van de geschiedenis.
Eenzelfde vertrouwen spreekt uit Jesus’ afscheidstoespraken
zoals wij die bij Johannes opgetekend vinden.
‘Jullie zullen in mijn voetspoor gaan’ had Jesus zijn vrienden toegevoegd
en dezelfde dingen als ik gaan doen.
‘ Ja, grotere dingen dan ik zullen jullie doen ‘.
De Geest zal jullie oprichten
en ik kan jullie grote supporter zijn vanuit de hemel.

Tot bemoediging van ons geldt dat God
niet alleen de God van Kerstmis, Pasen en Pinksteren wil zijn
maar ook de God van de gewone zon- en weekdagen.
Van al onze levensdagen hoe saai en moeilijk ze soms ook lijken.

Dat is het geheim van Drie-eenheidszondag
dat vandaag gevierd wordt:
Hij is er altijd, Hij gaat altijd met ons mee.
En allemaal mogen wij meedoen in die grote beweging
van Vader, Zoon en Heilige Geest.
Daarom ook dat de apostelen de opdracht kregen,
die wij nog steeds volbrengen, te dopen
IN DE NAAM VAN DE VADER, DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.

Iedere generatie doet het anders.
Maar ieder nieuw mensenkind wordt opgenomen
in de zelfde grote geschiedenis:
van de Vader, God van oudsher,
van de Zoon, die ons voor leefde wat liefde is en
van de Geest die het werk van zijn handen nooit loslaat.

Hij werkt met iedereen en altijd.
Er zijn geen mensen die NIETS zijn,
alle mensen dragen de sporen van God met zich mee
en zijn uniek en belangrijk.
De Geest van God werkt altijd door. Ook in onze tijd.

‘Zeg niet dat de tijden slecht zijn’
zegt dezelfde Augustinus
die het mysterie van de Drie-eenheid Gods in zijn hoofd probeerde te krijgen
en er in zijn studeerkamer niet in slaagde.
‘De tijden zijn niet slecht
maar ieder mens wordt er op zijn eigen wijze op aangesproken
in zijn tijd gelovig te zijn,
en er met alle mensen van goede wil
een goede tijd van te maken.

Hoe het verder zal gaan met de wereld en met de kerk
weten wij gelukkig niet
alleen dat ene weten we wel:
dat GOD MET ZIJN KERK VERDER WIL
en dat, wat Zijn Geest in onze tijd zal bewerken
onze stoutste fantasieën te boven zal gaan.

Als kinderen worden gedoopt gebeurt dat in de naam van
de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Om te latgen zien dat dat geen loze formule is leg ik dat altijd zo uit,
het is maar één uitleg overigens van de vele die mogelijk zijn.

Door te zeggen: in de naam van de Vader,
wordt dit kind gekoppeld aan de Ene God
die Joden, Christenen, Moslims vereren.
Door te zeggen: in naam van de Zoon
wordt het kind tot volgeling benoemd
van Jesus van Nazareth, onze Herder en Leidsmaan.
Door te zeggen: in de naam van de Heilige Geest
wordt het mensenkind verbonden met alle mensen
die door de Geest van God bezield zijn:
dat kunnen, christenen zijn, joden, moslims
maar ook Hindoes, boeddhisten zijn
maar ook niet gelovigen in wie, zoals ik al zei,
de Heilige Goede Geest van God werken kan. Het mysterie van de Drie-eenheid
laat zich nooit op de studeerkamer ontrafelen.
Het wordt pas duidelijk voor degene die God toelaat in zijn leven,
voor de mens die ontdekken wil
dat God de God van Israël is èn van Jesus
en de God van Jesus èn van mij, de God van ons allen.

De God die met Zijn Geest ouderen trouw doet zijn aan hun geloof
maar die ook met jongeren in de weer is die zoeken en vinden.

Van het begin af aan was er al het verrassende liefdesplan van God,
zo vertelde ons de eerste lezing
God is beweging
de Geest waait waarin Hij wil.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Tweede Pinksterdag: Een nieuw begin

[print]

Pinksteren

Schriftlezingen:

  • Handelingen 19, 1-6; Hebben jullie de Geest al?

  • Johannes 14, 15-17; De Vader zal jullie een helper geven

De komst van Jesus Messias is geen einde.
Als het goed is, is zijn komst het begin van een nieuwe fase
in de menselijke geschiedenis.
Zijn heengaan zal het begin zijn van de geschiedenis
van zijn volgelingen, die als messiaanse mensen zullen leven.
Ze doen dat niet uit eigen kracht maar
dankzij de vernieuwende kracht die hun Heer gaf,
de kracht van de heilige Geest.
Die beweging van Godswege zal voortgang vinden
en dankzij Jesus is de geschiedenis van het Koninkrijk van God
in een nieuwe fase terechtgekomen.

Vandaag wordt in het evangelie over de ´helper´ gesproken.
In het Grieks staat er ´paraklètos´.
Het woord betekent zoiets als ´vertaler, tolk´
maar ook wel ´bemiddelaar, woordvoerder´.
Zo´n bemiddelaar zal de leerlingen gezonden worden.

Geen helper of trooster in de gemakkelijke zin van het woord.
Meer een ´wekker´ een bemiddelaar die ons duidelijk maakt
wat de wil van de Vader is. Hij maakt ons wakker.
Hij maakt ons attent op wat er gehoord moet worden en gedaan.
´Als jullie Mij liefhebben, bewaart dan mijn woorden´ (vers 15).
Deze woorden komen uit Jesus’ afscheidswoorden
en begint onze evangelietekst en zijn speciaal gericht tot Filippus:
is er nog een Filip in de kerk?

De messiaanse gemeenschap zal het een zorg zijn
-maar niet in de sceptische zin van het woord maar echt-
ze zullen er –anders gezegd- echt voor zorgen
de woorden van de Messias te bewaren door ze te doen.

De geschiedenis van de Messias zal in zijn leerlingen verder gaan.
Ze zullen zelfs grotere dingen doen dan Hij (vers 12)
en daarmee de geschiedenis verder tillen

Het is als met het verbond aan de Sinaï:
´We zullen de woorden bewaren door ze te te doen.’

In een commentaar zegt Rabbi Jehoshuah over een schriftgeleerde van zijn dagen:
´Heil zij u, Abraham onze Vader,
dat Rabbi Eleazar ben Azarja uit uw lendenen is voortgekomen!
De mensen die leven mogen in zijn levenstijd,
zijn niet als wezen achtergelaten.´

Dat zegt Jesus dat ook even verderop in dit evangelie.
‘Ik zal jullie niet als wezen achterlaten zal.
Altijd zullen er weer mensen zijn
die zijn woorden vertalen in woord en daad.
De geschiedenis van God moet doorgaan
en kan dat ook als er mensen mee behept raken.

De eerste lezing uit het boek van de Handelingen
is een kostelijk voorbeeld van de voortgang
van de messiaanse geschiedenis.
Paulus komt op bezoek in Turkije
waar hij mensen tegenkomt die al christen zouden zijn.
Hij is daar blij mee maar stelt wel de kritische vraag:
‘hebben jullie de Heilige Geest al ontvangen?’
En dan blijkt iets raars:
‘We weten niet eens dat die bestaat.’

Paulus legt hun de handen op en ze worden er vol van.

Wij zullen ook verder gaan.

Ik eindig met een bewerking van het Joodse Kaddish gebed
dat gebeden wordt als er iemand gestorven is.
Het doet erg aan ons ‘Onze Vader’ denken.
Men bidt niet alleen voor zijn of haar eeuwige rust
maar om de voortgang van de goede geschiedenis van God met de mensen:
om de komst van vrede en liefde in onze eigen levensdagen.

‘Moge Zijn grote naam in zijne grootheid en heiligheid
erkend worden in de wereld,
in Hem die eens in de toekomst zich zal vernieuwen
waarin Hij de doden zal doen herleven
en hen zal doen herrijzen tot het eeuwige leven
en waarin Hij zijn stad van vrede zal herbouwen
en Zijn tempel daarin voltooien;
de dienst aan de verkeerde goden zal uitroeien
en de dienst aan de echte koning van Hemel en aarde zal terugbrengen.
Moge dan de Heilige, geloofd zij Hij,
regeren in Zijne koninklijke heerlijkheid,
tijdens uw leven en in uwe dagen
en tijdens het leven van heel het huis Israëls,
spoedig, in nabije tijd; zegt: Amen!
Zijn grote naam worde gezegend immer en in alle eeuwigheid!
Voor Israël en voor de geleerden
en voor hunne leerlingen en de leerlingen hunner leerlingen,
alsook voor allen, die zich met de heilige Leer bezighouden,
hetzij in deze plaats of op andere plaatsen,
– voor hen (en voor U) moge beschikt worden veel vrede,
gunst en genade en barmhartigheid
en lang leven, en verlossing.
Dat geve ons onze Vader, die in den hemel is!
Zeg dan allemaal AMEN: ik doe mee!
En vanuit de hemel kome dan Zijn grote vrede
leven en licht, toekomst troost over ons allemaal!

En ten overvloede volgt nog ons eigen pinkstergebed:

Kom Heilige Geest,
der armen troost, daal neer,
kom en schenk uw gaven Heer,
kom wees in de harten licht.

Kom, o trooster Heilige Geest,
zachtheid die de ziel geneest,
kom verkwikking zoet en mild.
Kom, o vrede in de strijd
lafenis voor ’t hart dat lijdt,
rust die alle onrust stilt.

Kom o Heilige Geest en
was wat vuil is en onrein
overstroom ons dor domein,
heel de ziel die is gewond.
Maak weer zacht wat is verstard,
koester het verkilde hart,
leid wie zelf de weg niet vond.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Pinksteren: Pinksteren?

[print]

Pinksteren

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2, 1-11; Vuur boven de leerlingen

  • Johannes 14,15-16.23b-26; Jesus zendt de Geest

Mijn broer, die leraar is in Leiden
vroeg aan de leerlingen van de oecumenische school daar
-ze houden daar altijd een dagopening-
“weten jullie wat we op Pinksteren vieren’?
Een wakkere leerling stak zijn vinger op:
‘iets met vlammetjes.’ Toch een aardig antwoord
want veel mensen weten helemaal niets over Pinksteren.
Pinksteren blijft een moeilijk feest.

Het woord pinksteren heeft een weinig romantische betekenis.
Het woord betekent gewoon: ‘vijftigste’ en daarmee is dan bedoeld
dat het gewoon de vijftigste dag na Pasen, beter gezegd VAN Pasen is.

Vijftig is een vol getal, zeven maal zeven + één!
Als je vijftig wordt -zegen de mensen- heb je Abraham gezien:
het leven is tot een zekere volheid gekomen
(ouder worden is geen vloek).

Vlak na Jesus’ dood gebruiken de leerlingen van Jesus
de 50 dagen na het feest van de bevrijding uit Egypte
als een hele bijzondere bezinningstijd.

Hun medejoden zijn zich aan het voorbereiden
op de viering van wat er 50 dagen na de uitttocht uit Egypte gebeurde:
de wetgeving op de berg Sinaï.
En we weten allemaal wat voor een grote dingen daar gebeurden:
vuur was er op de berg en de stem van God klonk
met kracht, de tien geboden werden afgekondigd
en iedereen werd uitgenodigd om mee te doen.

In de tempel van Jeruzalem brandden op de pinksterdag
de vuren om de pelgrims te herinneren aan het vuur van de Sinaï.
Een ieder moest proberen iets van dat vuur mee te dragen;
he, daar zijn de vlammetjes.
De hele stad is vol met vreemdelingen
die allemaal het feest mee willen vieren van die vijftigste dag.
Juist als dat pinksterfeest in Jeruzalem aanbreekt
vertelt Lucas hij over de nieuwe kansen die er zijn gekomen
rond Jesus van Nazareth en hij vertelt over het vuur
en over de storm, de beweging in het huis waar de apostelen waren;
en het vuur dat zich op ieder van hen neerzette.
Dat vuur trekt de aandacht
en velen begrijpen dat er iets bijzonders aan de hand is.

Maar het andere kan ook: -en gebeurt ook nog steeds-:
ontkennen dat het van belang is,
de waarde ontkennen van al het werkelijk vernieuwende
wat er, tot op de dag van vandaag gebeurt.

De goede verstaander verstaat het,
waar hij ook is, van welke nationaliteit hij ook is,
van welke geloofsgemeenschap hij ook lid is,
of hij oud is of jong dat doet niet ter zake.

Petrus trekt de stoute schoenen aan en treedt naar buiten
terwijl hij, misschien wat overdreven, zegt:
“hier gebeurt waar de profeten over droomden:
jong en oud zien visioenen,
de Geest van God vervult de mensen”.

‘En zij allen konden hem verstaan in hun eigen taal’ staat er dan,
een wonder dat gelukkig vandaag de dag ook nog gebeurt.
Mensen die samen idealen hebben,
mensen die samen geloven.. verstaan elkaar.

In Amsterdam hebben we vroeger in de Lucaskerk
toen er twee nieuwe klokken kwamen
die de namen gegeven van Moeder Teresa en Helder Camara.

Moeder Theresa sprak Engels maar zie…iedereen verstond haar.
Dom Helder Camara Frans en ook al heeft niet iedereen Frans geleerd….
iedereen verstond hem.

Er is een gelovige eensgezindheid mogelijk
rond mensen die met hun woord anderen verzamelen en bemoedigen.
Dat was vroeger en is nu gelukkig ook nog zo.
Ik verbeeld mij dat zoiets kan gebeuren rond onze nieuwe Paus
die gevangenen de voeten wast en die zegt:
, We moeten af van de slavernij van het geld.’
Dat is een andere eensgezindheid
zoals wij die uit het verhaal van de toren van Babel kennen.
Die eensgezindheid stootte God tegen de borst:
het was de eensgezindheid van de hoogmoed en de machtswellust:
wij zullen samen wel eens even iets laten zien.

Dat was een eensgezindheid die verstrooid moest worden.
De eenheid die de mens tekort doet. Een joods verhaal vertelt:
‘als er bij de torenbouw in Babel
een mens van de stellingen viel en dood viel
keek niemand op of om.
Maar viel er een steen of een hamer
dan was er paniek: ‘wie gaat die terughalen.’

Mensenlevens telden daar niet,
net zo min als in Bangla Desj.
vele doden zijn daar gevallen,
omdat wij goedkope T-shirts willen:
eindelijk wakker geworden gaat er iets gebeuren”
de pinksterfeest wordt – wel erg traag- over ons vaardig:
een minimumloon voor de arbeiders daar is toch wel nodig.

Petrus getuigt in zijn prachtige pinksterpreek
over een nieuwe eenheid rondom Jesus Messias.
Hij neemt de gelegenheid te baat
om de pelgrims te vertellen hoe schandalig de schijnbare eensgezindheid was
van de hordes die stonden te roepen: ‘aan het kruis met hem.’

De moord op iedere mens is een schandaal.
De moord op deze mens -Jesus- in het bijzonder.
De moord op de ene mens die ons juist nieuwe kansen wilde geven
en onze wereld verder kon helpen.
Als Petrus’ luisteraars een beetje onder de indruk zijn van zijn preek
en hem dan een beetje zenuwachtig vragen:
‘wat moeten wij doen’
is het antwoord:
‘bekeer JIJ jezelf NU, verander,
blijf geen buitenstaander,
doe mee met een nieuwe manier van leven.
word weer mens,
een nieuwe mens.’

Velen, 3 a 4-duizend laten zich dopen.
De Heilige Geest, die in Jesus aanwezig was,
breekt zich baan middels zijn volgelingen.

De Geest van de mensen die vol zijn van God, laat zich horen.
Samen vol van God zijn is onze opdracht
om zo samen anderen tot zegen te zijn.

Enthousiast zijn, letterlijk ‘vol van God zijn’ is ons ideaal
om zo het aanschijn der aarde te gaan vernieuwen.
Dit enthousiasme oefenen wij in de kerk.
Het is -als het goed is- niet het goedkope laaiende enthousiasme
dat vlug over gaat maar het enthousiasme
van de trouw aan je opdracht ten einde toe.
In goede en in kwade dagen.

Om zo vol van God te raken heb je tijd nodig, veel tijd.
Wie tegenwoordig naar het nieuws luistert en kijkt
wordt er somber van.
Niet doen! Er is tijd nodig voor de groei van het Koninkrijk.
Je zult naar God toe moeten groeien.
Vandaar die 50 dagen na Pasen om te beginnen. Ze zijn een zegen.

Mensen die taai zijn en volhardend,
die mensen kunnen ook -als het nodig is- geduld hebben
ze kunnen wachten.

Wachten -en tegenwoordig moet dat vaak-
wachten op het geloof dat in iedereen wortel kan schieten.
Je maakt dat tegenwoordig vaker mee dan vroeger:
– ook bij echt goedgedoopte katholieken-
hoe mensen een begingeloof hebben,
dat naderhand wegzakt.

Maar het omgekeerd gebeurt ook:
dat het later pas echt geloof wordt,
naar buiten breekt zoals dat bij de apostelen gebeurde.

Omdat het heel moeilijk is je eigen opdracht te verstaan
zullen we nog heel lang oefenplaatsen nodig hebben
waarin we onze opdracht iedere keer weer opnieuw
in onze eigen tijd te horen krijgen…

Kerken mogen dat zijn:
plaatsen waar mensen zich verzamelen rond het woord,
rond het brood en de wijn
en waar wij ons voorbereiden op de grote toekomst van God
met de mensen.

We zullen -net als de apostelen-
de moederschoot van die kerk nog lang nodig hebben,
misschien zelfs -net als de apostelen van voor Pinksteren-
als een zaal met gesloten deuren.
In die zo noodzakelijke bezinning kan ons geloof ondertussen uitgroeien.
Op één plaats tezamen, zoals de apostelen en de moeder van de Heer
willen wij ons verenigen in gebed. Opdat ook wij
leeg zullen zijn van zelfzucht maar open en ontvankelijk
voor de levendmakende Geest van Jesus Christus
opdat onder de as van onze onbezielde woorden en daden,
het vuur van de ware liefde moge ontvlammen;
en opdat wij voor ieder en voor allen,
eindelijk de taal mogen spreken die ieder vol blijdschap verstaat,
de taal van de Liefde, de taal van Gods hart.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

8 mei: Hij bad ook voor ons!

[print]

Zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren

Schriftlezingen:

  • Handelingen 7,55-60

  • Openbaringen 22,12-20

  • Johannes 17, 20-26

‘Wezenzondag’.. heet deze zondag in de kerken van de reformatie.
Ik vind dat een mooie naam.

Het geeft iets weer van onze stemming
zo tussen Hemelvaart en Pinksteren in.
De Heer heeft ons verlaten
en we moeten nog even wachten
op de bemoediging van de Heilige Geest.

En die hebben we nodig.
Steeds weer berichten dat mensen er weinig of niet van maken
in Azië, Afrika, waar al niet.

Het is om moedeloos van te worden.
Het is bijna zover dat we als mensen het zouden gaan opgeven.
Maar wees eens eerlijk?
Was de situatie na Jesus’ dood niet precies zo?
Jesus’ zending leek eigenlijk mislukt:
wat had Hij nu teweeg gebracht?

Jeruzalem was hem al weer vergeten
zijn tragische dood was een trauma voor de zijnen,
een ramp waar ze wel nooit overheen zouden komen..
en nu was Stefanus ook nog vermoord.

Stefanus was een jonge kerel die wel wat wilde veranderen.
Hij ergerde zich aan verkalkte toestanden in de vrome stad Jeruzalem.
Hij was lid geworden van een nieuwe gemeenschap: de christenen.
Dat zou een groep worden die fris en vrolijk
het aanschijn der hele aarde zou gaan vernieuwen.
De kerk van Jeruzalem was een bonte gemeenschap.
Er waren veel joden bij maar ook veel niet joden,
er waren allochtonen bij die helemaal geen hebreeuws verstonden
alleen maar een beetje Grieks
het Engels van die dagen.

Binnen die bonte christengemeenschap had de jonge Stefanus de taak
de armen van de kerk te verzorgen.
Hij organiseerde de diaconie,
hij organiseerde acties en collectes.
Toen ontdekt hij iets vervelends.

Hij merkte dat de collectes in Jeruzalem voor het eigen volk
meer geld opleverde dan de acties voor de allochtonen
en daar ging hij goed tegenaan.
Hij zij iedereen grondig de waarheid
hij ging de straat op en protesteerde tegen alle onrecht dat hij aantrof.

Dat valt niet goed en
hij wordt aangeklaagd door een aantal
mensen die het niet met zijn optreden eens zijn
en die hem gevaarlijk vinden.

Hij wordt beschuldigd door allemaal brave mensen
die het met zijn aandacht voor de allochtonen niet eens zijn
en in een straatrelletje bij de oostelijke poort van de stad
met stenen bekogeld. Een aantal fanatiekelingen
van het eigen volk eerst –daar hoort ook een zekere Saulus toe
die later Paulus zal gaan heten- stemmen met zijn steniging in.
Saulus is zelfs zo vriendelijk even op de jassen te passen van
de mensen die met stenen willen gooien:
‘ze legden hun mantels neer aan de voeten van een jongeman
die Saulus heette’ staat er in de eerste lezing heel onschuldig.
Later zal Saulus ontzettende spijt krijgen van deze actie.

Stefanus zelf sterft. Maar vlak voor zijn dood krijgt hij een mooi visioen
hij ziet de hemel open en ziet Jesus aan de rechterhand Gods
en hij zegt: ‘Heer Jesus ontvang mijn geest’
en hij voegt daar aan toe:
‘Heer reken hun deze zonde niet aan.’

De veertigste dag, afgelopen donderdag,
waarop wij ons hier met velen verzamelden:
was een dag waarop we vierden
dat er een spaak gestoken is in het grote wiel van de tijd
dat doordraaien wil alsof er niets aan de hand is.
Want Hij is tot koning uitgeroepen
of -zoals het in de geloofsbelijdenis staat:
‘Hij is opgestegen ten hemel
zittend aan de rechterhand van de Vader’.

Voor velen blijft het een beetje onbegrijpelijk geloofsartikel,
voor de goede verstaander is het een hele duidelijke
geloofsboodschap van de jonge kerk.

Jesus, door de mensen als oud vuil verwijderd
is volgens Lucas die nieuwe Messiaanse koning
die met kracht gaat regeren.

Jezus die niet zomaar wat leefde
maar die zijn kracht putte uit het leven
in de intimiteit met de Vader.
Zoals hij dat op het moment van de grootste benauwenis
waarin hij met de zijnen aan tafel zit,
wetend wat hem te wachten staat
en hoe al zijn vrienden hem zullen verlaten
duidelijk uitspreekt:
‘ik ben niet alleen’
‘de Vader is met mij.’

Dat is de kern van ons geloof
dat er een Vader is
die met zijn werkelijke kracht
heel de schepping vervult.

Hemelvaart was de dag waarop we vierden
dat dat wat Jesus Messias betreft .. gelukt is:
nu de de rest nog … oneerbiedig gezegd.
En daarover zal Pinksteren gaan,
het feest waarop we ons samen hier voorbereiden.

Jesus is verheven aan de rechterhand van de Vader
maar het is niet zo dat wij stom verbaasd het nakijken hebben
want Jesus’ volgelingen zullen dankzij Hem
de kracht ontvangen om te volharden.

Je hebt anderen nodig om je voor te bereiden op dat grote nieuwe gebeuren.
Je hebt hun geloof nodig om
-een beetje gek gezegd misschien-
een beetje te leunen.

Samen door de kracht van Gods Geest
eensgezind en sterk;
moedig en volhardend ….. samen één.

‘Dat zij allen één zijn’ bidt Jesus:
dat is een bijzondere eenheid.

Eenheid niet als een machtsblok.
Wij zijn geroepen tot de eenheid
van de zorgzaamheid voor elkaar.

Niet de eenheid zoals je die in het verhaal van Babel vond:
een eenheid als een machts-samenklontering:
wij samen Babel Babel über alles
of vult u maar iets anders in:
wij talrijke katholieken,
de grootste kerk op aarde, 1.2 miljard volgens de nieuwste cijfers.

Wij zijn er niet als wij alleen maar een grote kerk zijn:
er moet nog heel wat gebeuren
aan goed maken van fouten van het verleden bijvoorbeeld ,
aan luisteren naar de vragen van vandaag en ga maar door.

Het gaat om de eenheid zoals die er was
tussen Jesus en de Vader.
Jesus die met heel zijn wezen
wilde dienen en voor de plannen van God werkelijk koos.

Het gaat om een eensgezindheid
in dienstbaarheid, in barmhartigheid
in bescheidenheid en vredelievendheid:
in trouw, zorgzaamheid: IN LIEFDE.
Zo’n eenheid zou er moeten komen
rond Jeruzalem, in het Midden Oosten, in de wereld.

Het gaat dan niet meer over de overwinning van één partij:
moslims, joden, christenen.
Dat is uit de tijd:
niet meer roomsen dat zijn wij,
niet meer ‘geen God dan onze Allah’
als een politieke machtuitspraak misbruiken.

Al dat misbruik van de godsdiensten
heeft zijn tijd gehad.
Een nieuwe mensheid wil God helpen vormen:
Gods Geest wil het aardrijk vervullen:
Jesus bidt:
‘dat zij SAMEN (niemand belangrijker dan anderen)
dat zij SAMEN één zijn zoals wij Vader, U en Ik.’

Een nieuwe stad is het waar wij
met Johannes de afgelopen weken
lezend in zijn boek van de Openbaring, van droomden.
Een nieuwe stad, een nieuwe wereld
waar ware vrede en liefde is.
Een nieuw Jeruzalem waar de poorten dag en nacht open staan.
Ieder mens kan in die stad van God binnengaan:
voor ieder mens staat zijn liefde open:
ieder mens mag binnenkomen.

Wij worden uitgenodigd
die nieuwe toekomst naar ons toe te roepen
door hartstochtelijk en werkelijk gemeend te bidden:
AMEN, HEER JESUS KOM.

Wat ons allemaal bindt
is eenheid met elkaar en eenheid met God.
Mensen die geloven in een visioen
een wereld van licht en vrede
waar mensen als zusters en broeders samenleven.
Zo zijn wij één met elkaar
met Jesus, met God.

Tenslotte: wat lief dat Jesus
bij de afscheidswoorden die we vandaag hoorden
niet alleen bad voor zijn vrienden van toen
maar uitdrukkelijk zei: ‘ik bid ook voor allen
die na jullie in mijn woord zullen geloven.’
Dat proberen wij toch? God sterke ons allen

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Hemelvaart: Hemel en aarde één

[print]

Hemelvaartsdag

Schriftlezingen:

  • Handelingen 1,1-11

  • Hebreeën 9,24-28;10,19-23

  • Lucas 24,46-53

Hemelvaart en bevrijdingsdag vallen dit jaar samen.
Sommigen vinden dat moeilijk.
Vooral omdat we het woord ‘hemel’ horen
in een context die niet bijbels is.
Bij ‘hemel’ hoort… aarde.

De hemel is de woonplaats van God.
Niet omdat het zo’n verheven oord is
maar uit strategische overwegingen.

De hemel omspant heel de aarde.
De hemel is de hemel van de Heer
om zo de hele aarde aan de mensen te kunnen geven.

GODS geschiedenis wordt uitgevoerd op de aarde.
Alles wat daar in Zijn Naam geschiedt
is onverwacht nieuw en anders.
Ook dat idee wordt door het woord hemel uitgebeeld.

In het onze Vader bidden wij dan ook
– en ik volg even de protestantse tekst- :
‘Uw wil geschiede in de hemel, zo ook op aarde’.

De apostel Paulus noemt zijn mensen soms ‘burgers van de hemel’.
Daarmee zijn geen mensen bedoeld
die al met één voet in het graf zouden staan
maar mensen in het volle leven,
die met beide benen op de grond staan
en weten wat er gedaan moet worden
om Gods Koninkrijk OP AARDE werkelijkheid te laten worden.
En zo past het perfect op bevrijdingsdag: dag van dankbaarheid
voor wat er op aarde toch goed gekomen is
en van hoop op wat er nog goed komen kan!

De evangelist Lucas is de enige
die ons uitgebreid vertelt over Jesus’ Hemelvaart.
Tot tweemaal toe… zoals we dit jaar mochten horen.

Met wat sobere woorden in zijn evangelie
en wat ‘barokker’ in het eerste hoofdstuk
van zijn vervolg-boek ‘de handelingen van de apostelen’.

Heel dramatisch (en terecht)
is de vraag van Jesus’ vrienden die wij in het laatst genoemde boek horen:
‘gaat u nu het koninkrijk in Israël herstellen?’

Deze vraag mag je niet te vlug wegwuiven,
laat staan een domme vraag noemen.

De leerlingen zijn na Jesus’ verrijzenis duidelijk gaan beseffen
dat Jesus bij uitstek de van Godswege gezonden was,
dat Zijn dood geen einde betekent
en dat er dus op aarde het nodige zou gaan veranderen.

Jaren van smart en pijn klinken in de vraag van de leerlingen mee.
Helaas, de leerlingen kregen in veel hemelvaartspreken,
en misschien ook dit jaar weer, steeds op hun kop
omdat hun smartekreet niet verstaan wordt.

De predikanten zeggen elkaar allemaal na
en noemen de vraag van de leerlingen dom.
‘Het gaat om andere dingen’ zeggen ze.
Maar wat voor dingen dan?

Veel mensen hebben, net als de leerlingen vandaag,
alle eeuwen weer gevraagd om recht.
De armen van West Europa, de indianen in Zuid Amerika.
Ze vroegen regelmatig: ‘wanneer geschiedt ons recht?’

Hun werd vaak, te vaak verteld
dat ze niet ‘zo aards’ moesten denken,
het geloof bood andere, diepere troost.

Hun vragen en die van de leerlingen
verdienen echter een ernstiger overweging.
De apostelen krijgen van Jesus zelf trouwens
een serieus antwoord.
Ze krijgen van de Heer te horen
dat het hen (en Jesus zelf ook) niet toekomt dag en uur te kennen
maar dat zij zelf de kracht zullen krijgen van de heilige Geest
om getuigen te zijn van het messiaanse rijk.

Dat is nog al wat!
Hun vraag wordt dus niet als ongepast verworpen
maar binnen de grotere context geplaatst
van de geschiedenis van God met de mensen.

Ze worden zelf ingeschakeld. De Geest zal hen sterken.
Ja, met een dubbel deel van de Geest (vgl. Elisa in 2 Kon.2,9)
zullen ze hun roeping gaan volgen.
Ze zullen immers, had Jesus ooit gezegd (Jo.14,12)
grotere dingen doen dan Jesus zelf.

Als Jesus afscheid neemt op de Olijfberg,
zien de leerlingen op naar de hemel.
Terecht want daar vandaan komt Gods opdracht.
Maar met de opdrachten vanuit de hemel ons gegeven
zullen we OP DE AARDE aan de gang moeten.

Gods boden in de witte klederen
geven vandaag dezelfde boodschap door die Mozes ooit gaf (Dt.30)
‘het Woord van God is heel dichtbij,
het ligt nu in jouw eigen hart, je zult het gaan volbrengen. ‘

Deze Hemelvaartsdag onderbreekt op een feestelijke wijze
het stapvoets gaan van zondag tot zondag.

We staan stil bij het geloofsartikel
dat wij iedere keer uitspreken:
‘Hij is opgestegen ten hemel
zittend aan de rechterhand van de Vader’.
We zeggen het zo vaak in de geloofsbelijdenis,
te vaak misschien: ‘Hij is opgestegen ten hemel
zittend aan de rechterhand van de Vader’.

Voor velen een beetje onbegrijpelijk geloofsartikel,
voor de goede verstaander
is het een krachtige geloofsboodschap van de jonge kerk.

Als we zeggen dat Jesus wordt opgenomen in de hemel
en aan de rechterhand van God de Vader zetelt
zeggen we dat het visioen van David
– ooit in de psalmen uitgezegd, –
werkelijkheid is geworden.

David zei, in de eerste psalm
die in de zondagse vespers altijd gezongen wordt:
‘de Heer zegt tot mijn Heer,
zet je aan mijn rechterhand
en ik maak je vijand tot een voetbank voor je voeten.’

Het gaat hier over de koning van Gods nieuwe toekomst
die op aarde zal regeren.

Jesus is volgens Lucas die nieuwe messiaanse koning.

De koning van een volk met actieve onderdanen
die voor Zijn programma willen kiezen.

De leerlingen zagen dat Hij werd opgenomen
en een wolk Hem aan hun ogen onttrok.

DIE WOLK wordt niet voor niets genoemd.
De wolk herinnert aan de wetgeving op de Sinaï
en aan die bijzondere wolk die met het volk Israël meetrok
op hun pelgrimstocht door de woestijn.

God wil niet ver zijn hoog in de wolken
maar juist beschermend dichtbij als er maar mensen zijn
die voor Zijn Koninkrijk en voor Zijn opdrachten willen kiezen.

Zijn opdrachten die vanuit de hemel worden gegeven,
de hemel als Gods de hele aarde omspannende residentie.

De Paas-man Jesus is daar binnengegaan.

Hij hoorde daar thuis
en zal ook van daaruit weer tevoorschijn treden.
Op de berg Tabor is ooit overleg gepleegd met Mozes en Elia
hoe Hij Zijn uittocht uit de slavernij van de dood zou gaan volbrengen.

Vandaag, op de 40e dag na zijn Exodus, na Pasen,
vieren we dat die uittocht van Jesus voor ons
en voor het welzijn van de hele mensheid belangrijk is.

Zijn leerlingen worden tot een actieve reactie opgeroepen
en wij ook.

Als je aan het Koninkrijk van God wilt bouwen
zul je moeten beseffen
welk Koninkrijk Jesus voor ogen stond.

Hij zei neen tegen wat wijs en eerbiedwaardig scheen
maar stug het recht van de geringe schond.

Het verlangen naar het herstel van Gods macht
mogen wij van de vragende leerlingen leren.

Hemelvaart is bij uitstek de dag om het ‘Onze Vader’ bidden.
Uw Naam worde geheiligd,
Uw Koninkrijk kome,
uw wil geschiede in de hemel, zo ook op aarde.

Van de leerlingen wordt aan het einde van Lucas’ evangelie gezegd
dat zij met blijdschap naar Jeruzalem terugkeerden,
God loofden en voortdurend in de tempel verbleven.

In die hoopvolle stemming zijn wij hier vandaag samen
maar of dat Koninkrijk van God waar zovelen naar snakken
ooit werkelijkheid wordt hangt van onze nuchtere inzet
in ons eigen leven van dag tot dag, af.

Soms gebeuren er hier al dingen die je aan de hemel doen denken.
Een Hollandse –niet kerkelijke- jongen trouwt met een Filippijns meisje.
Ze krijgen een kind en dan vertelt ze dat ze al een kind heeft
dat is nu bij een tante verstopt in Manilla.
‘Laat dat kind gauw hiernaar toe komen;
het hoort ook bij ons gezin.’
En het jongetje kwam, inmiddels is hij acht jaar hier
en samen vormen zij een gezin.

Dat zijn tekenen van hoop:
Gods Koninkrijk geschiedt
vanuit de hemel op aarde. AMEN

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

1 mei: Meer God dan je denkt!

[print]

Zondag voor Hemelvaart

Schriftlezingen:

  • Apokalyps 21,10-14, 22-23

  • Johannes 14,23-29

Ik Johannes zag een nieuwe stad uit de hemel neerdalen,
schoon als een bruid
die zich getooid heeft voor haar man.
Daar zal geen smart meer zijn en geen pijn
alles zal anders zijn en nieuw.

Zo besloten wij de viering de vorige week.
Vandaag gaat het verder…
De stad was omringd door twaalf poorten…

Een droom van vrede en toekomst.
Boven mijn hoofd in de koepel van de kathedraal:
de twaalf deuren herinneren aan de 12 poorten zoals Johannes die noemt
van de vredesstad met daarop de namen van de twaalf stammen van Israël,
de namen die wij niet kunnen missen,
Simeon, Juda, Levi, Benjamin….
namen die eigenlijk ook allemaal
in de litanie van alle heiligen zouden moeten klinken:
namen van de 12 stammen die samen
het meest gehavende en gekwetste volk der aarde vertegenwoordigen.
De droom van Johannes moest echter nog verder
uitgebeeld worden boven mijn hoofd in een grootse fresco
maar dit project is onvoltooid en misschien is dat wel goed zo:
we moeten eerst nog een hele boel doen beneden
en werken aan de vrede op aarde
voordat we echt lekker kunnen gaan dromen
over de uiteindelijke vrede en een heel nieuw Jeruzalem.
Want wij moeten de komst van dat nieuwe Jeruzalem voorbereiden:

Vlak voordat Jesus zijn vrienden zal verlaten
bindt Hij het zijn vrienden nog eens op het hart:
‘MIJN VREDE LAAT IK JULLIE NA
MIJN VREDE GEEF IK JULLIE IN HANDEN !
Dit afscheidscadeau van Jesus is een
grootse en hele moeilijke opdracht.
Mijn vrede geef ik jullie als opdracht mee,
daarmee is bedoeld is: ‘de Sjalom, de vrede zoals ik jullie die heb voorgeleefd’.

Het is een grootse daad van vertrouwen.
Weet Hij wel waar Hij aan begint?
Aan dit gezelschap van ruzie-makende
en onzekere ‘vrienden’ tussen aanhalingstekens
laat Jesus heel zijn geestelijke erfenis na.

Wat zullen ze er van maken?
Wat hebben ze er van gemaakt? Wat hebben WIJ er van gemaakt.
Het is niet altijd een reden tot grote trots
om te zeggen dat je tot het gezelschap van Jesus’ leerlingen behoort.
Wat hebben zijn volgelingen gepresteerd?
Een bonte staalkaart van kerkelijke groeperingen kwam er
van mensen die elkaar soms op leven en dood bevochten.
Groepjes gelovigen die in hun eigen kerk ruzie maken
en het koesteren van hun eigen gelijk
vaak belangrijker achten dan het vervullen van hun opdracht.

Neen, de Heer had beter zo’n belangrijke erfenis
niet aan zulke gebrekkige nakomelingen na kunnen laten.
Toch is het geen vergissing.
Met nadruk herhaalt Jesus
dat Hij aan DEZE leerlingen
het behartigen van Zijn vrede toevertrouwt.
Hij voegt daar zelfs aan toe
dat deze Sjalom die Hij hun in handen geeft anders,
ja beter is dan de vrede die de wereld kan geven.

Dat is nog al wat.
De vrede die de wereld geeft is
de vrede als afwezigheid van oorlog.
Vrede die nog niet noodzakelijk hoeft samen te gaan met recht.
De vrede die Jesus wil doorgeven
zal een diepere vrede moeten zijn
-wat oneerbiedig gezegd- een ‘totaalpakket’ in houden:
vrede als een situatie van welzijn en recht,
vrede als situatie waarin een ieder kan zijn
wie hij of zij wil zijn, opbloeit en leeft.

Het is duidelijk dat de leerlingen
bij het beheren van die opdracht hulp nodig hebben.
Die wordt toegezegd:
de kracht van de Heilige Geest zal hun worden gegeven.
De Heilige geest als goede kracht die samenbindt.
De Heilige Geest die werkt
in de geloofsgemeenschap als geheel maar ook in de enkeling.

We gaan op Hemelvaartsdag af.
Lucas vertelt dan over het definitieve afscheid van Jesus
van Zijn leerlingen, 40 dagen na Pasen.
Als laatste vraag klinkt dan het:
‘gaat U in deze dagen het Koninkrijk voor Israël herstellen?’
Wat zou het heerlijk zijn
als God nu eens even alles voor ons zou oplossen
want de aarde smacht naar vrede.

Dat voelen we nu meer dan ooit.
Het zijn bijzondere dagen, de Joden en de Orthodoxe christenen
vieren Pesach, Pasen, het protestfeest bij uitstek tegen onrecht
maar ook het feest van de beginnende bevrijding van de mensheid
op weg naar een betere wereld. Het bevrijdingsfeest van donderdag
is net zo’n feest van hoop na de droeve vooravond die we samen houden.

Terug naar Hemelvaart: als de leerlingen Jesus vragen of hij het Koninkrijk gaat herstellen krijgen ze een vreemd antwoord:
ze krijgen van de Heer te horen dat het ons niet toekomt
dag en uur te kennen waarop alles voltooid zal zijn
maar dat zij/wij dus ook zelf de kracht zullen krijgen van de heilige Geest
om getuigen te zijn van het messiaanse rijk.

Zullen wij de hoge verwachtingen
die de Heer van ons heeft waar kunnen maken?
Het antwoord is: JA.
Maar voorlopig hebben we wel de steun nodig van de Heer en van elkaar.

Nog even terug naar het droomverhaal van het nieuwe Jeruzalem.
Er staat iets vreemds in: ‘een tempel zag ik er niet.’
Hoe kan dat nou: geen kerk in het nieuwe Jeruzalem?
Heel simpel: als de vrede op aarde gekomen is
hoeven we ook niet meer over vrede op aarde te zingen
en te bidden ‘Uw Koninkrijk kome’ ook om de simpele reden
dat Gods Koninkrijk er dan al is.
Dan kunnen alle kerken dicht want God is alles in allen.
Zolang het grote werk
van de opbouw van Gods Koninkrijk nog niet klaar is kan dat nog niet.

Jesus heeft gelukkig veel vertrouwen in onze daden,
had Hij niet gezegd: ‘jullie zullen dezelfde dingen doen als ik,
ja grotere dingen dan ik zullen jullie doen’.
De Heer vertrouwt ons mensen. Hij vertrouwt u en mij.

De schilderingen van het nieuwe Jeruzalem boven ons hoofd
zullen nog wel even onvoltooid blijven
hopelijk komt er eerder iets anders tot stand
waar wij als mensen iedere keer weer voor bidden:
vrede in onze dagen.
Hij heeft Zijn hoop gesteld op onze activiteit
op onze ijver (het zwoegen van de eindexamencandidaten deze maand)
het zwoegen van iedereen vandaag en morgen, deze weken weer.

Een jubileren priester zei eens op zijn 50 jarig feest.
`Mijn vertrouwen in God is in die halve eeuw alleen maar gegroeid,
als je het maar wilt zien.
Jonge gasten die in ziekenhuizen en bejaardenhuizen de benen
onder het lijf vandaan lopen, dát is God.
Onderwijzers die minder snuggere kinderen na schooltijd bijles geven,
dát is God.
Iemand die een ander helpt, dát is God.”
Terwijl hij het vertelde werd zijn eten binnengebracht in zijn seniorenwoning.
Overtuigd: ‘Kijk, God loopt hier gewoon door de gang.’
Tegen de interviewer: ‘ach jongen, er is veel meer God dan je denkt.’

Dat geldt ook voor de jongens en meisjes die de kerk met bloemen versierden
de vorige week, één had een hele studie over Willibrord gemaakt
bij zijn werkstuk in de Wilibrorduskapel
en zelfs voor een heel klein jongetje van 2 jaar die gedoopt werd
en die zich nu heeft aangemeld voor de koorschool.
Hij voelde dat God in onze kerk aanwezig is en bij zijn doop, let wel
hij was 2 jaar. Hij keek naar boven in onze koepel en zei tot zijn stomverbaasde ouders: ‘daar heb ik gewoond.

God sterke hem en ons allen op de plaats waar wij,
bouwend aan Gods Vrede, bezig mogen zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

24 april: Een nieuw gebod?

[print]

5e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 14,21-27

  • Openbaring 21, 1-5a

  • Johannes 13, 31-35

Vóór Pinksteren lezen we in de eerste lezingen
regelmatig uit het bijbelboek
dat ‘de Handelingen van de Apostelen’ heet,
een verslag over het enthousiaste begin van de kerk.
We horen hoe de christenen alles samen delen,
hoe ze trouw nog de tempel bezoeken in Jeruzalem
daarna het brood breken in een of ander huis.

We horen de omstanders zeggen:
`kijk eens hoe die van elkaar houden.`
En we horen hoe de kring zich uitbreidt
iedere dag komen er nieuwe mensen die mee willen doen:
joden maar ook niet joden
allemaal enthousiast…
wat lijkt dat lang geleden voor ons.

Tot onze troost:
dat was al gauw verleden tijd.
Al gauw kwamen er ruzies en ruzietjes
tussen de eerste christenen.
Al gauw kwam er een grote afstand tussen joden en niet joden
al gauw werden christenen verdacht gemaakt
en maakten zij op hun beurt de anderen verdacht.

Erger nog dan dat gekissebis
was de vervolging die de eerste christenen moesten meemaken
-helaas geldt dat nu weer in Syrië en elders in het midden oosten-.
De Johannes die zijn boek van de openbaring schreef
-ik houd het er op dat hetzelfde leerling is die Jesus leefhad-
was enthousiast gaan preken maar helaas
hij was gevangen genomen en verbannen
naar het eiland Patmos.
Hij was daar opgesloten in een kerker in een grot
en vreselijk eenzaam, een troosteloze situatie verzeild geraakt.
De machten van de duisternis leken het gewonnen
te hebben van de zachte kracht van het licht.

Maar hij doet iets bijzonders: hij schrijft daar in gevangenschap zijn boek
dat bekend is geworden als het boek van de Openbaring of de Apocalyps.

Een boek met beelden en visioenen.
Hij schrijft aan zeven parochietjes in de buurt,
met een deftig woord ‘de zeven kerken van klein Azië genoemd.’

Hij schrijft over engelen en dieren.
Hij schrijft over de aartsengel Michaël en over draken…
allemaal bijbelgedeelten die veel mensen
vaak heel vreemd uitleggen maar pas op:

het gaat over een heel troostend gebeuren:
de overwinning van het kwade door het goede.

En al die draken en andere enge beesten zijn niet bedoeld
om onschuldige mensen de stuipen op het lijf te jagen
maar ze dienen alleen maar om zijn verhaal te stofferen
en ons te vertellen
hoe gruwelijk de machten van het kwaad soms kunnen zijn
en hoe moeilijk de doorbraak van het goede werkelijkheid wordt.

Tegen het einde van zijn boek
daalt er een rust neer over het toneel
en ziet hij een nieuwe maatschappij voor zich.

Hij schrijft dan -wat wij vandaag mochten horen-
‘Ik Johannes zag een nieuwe stad uit de hemel neerdalen,
schoon als een bruid
die zich getooid heeft voor haar man.’

Daar zal geen smart meer zijn en geen pijn
want God is werkelijk aanwezig
in een geheel vernieuwde mensenmaatschappij.

‘ZIE IK MAAK ALLES NIEUW’ zegt de Heer,
een geweldige belofte!

‘Een nieuw gebod geef ik u’ zegt Jesus
in het evangelie van vandaag.

Zijn leven loopt ten einde
en Hij vertelt zijn vrienden nog een keer waar het om draait.

En wat is dat dan ?
Wat is dat nieuwe, dat heel de wereld vernieuwende gebod:
‘gij moet elkaar liefhebben’

Jonge, jonge wat is dat nieuw. Dat weten we toch al lang?
Een nieuw gebod… Klopt dat eigenlijk wel?
Ja en nee.

Neen, omdat het gebod van de naastenliefde zo oud is
als de Wet van Mozes zelf.
Het boek Leviticus (Lev.19,18) vermeldt het uitgebreid.
Maar waarom dan toch ‘een nieuw gebod’ ?

Omdat het gaat om de persoonlijke invulling door ieder van ons.
En wij christenen geloven dat Jesus’ eigen beleving
het oude gebod werkelijk nieuw heeft gemaakt.

Aan ons de opdracht dat te doen vandaag.
Maar dat valt niet mee. Hoe moet dat dan ?

Er is een mooi joods verhaal
dat ons leert dat liefhebben niet iets romantisch is
maar een heel werk is, echt een opdracht.

Een deftige Romeinse dame komt naar Rabbi José Bar Chalafte en vraagt:
‘ik hoorde dat jullie God de wereld in zes dagen heeft geschapen.’
‘Dat is juist’, antwoordt de rabbijn.

‘Een mooi rustig leven’ heeft die God van jullie zei de dame toen.
‘En wat doet Hij dan daarna?’

‘De Heilige zit in de Hemel
en heeft het druk met het regelen van huwelijken.’

‘Is dat alles?’ riep de dame uit, dat kan ik ook!
Ik heb wel honderd knechten en dienstmeisjes en om die
aan elkaar te verbinden heb ik een uurtje nodig, meer niet.’

‘Voor God is het regelen van de huwelijken op aarde nu
nog moeilijker dan het opzij vegen van de rode zee,
toen het volk Israël uit Egypte trok.’
antwoordt de Rabbijn.

Wat deed de dame? Ze nam haar 100 knechten
en 100 dienstmeisjes, zette die op een rij en gaf het bevel:
‘jij moet trouwen met die en jij met die.’

En zo trouwden zij allen in één nacht.
Schijnbaar had zij haar weddenschap met de Rabbijn gewonnen.
Maar hoor wat de volgende dag gebeurde.
De dame was nog niet wakker geworden
of al de jonggehuwden kwamen allemaal bij haar klagen,
de een met een gebroken been, de ander met een blauw oog,
een derde met een gekneusde neus.
De één zei: ‘Ik wil die niet meer.’
De ander zei: ‘ik wil die niet meer.’

De dame liet rabbi José weer komen en zei tot hem:
‘werkelijk jouw God is een bijzondere God,
Hij kan wat niet kan: mensen elkaar doen liefhebben.’

En Rabbi José zei: ‘heb ik het niet gezegd;
Hij kan dingen tot stand brengen
die moeilijker zijn
dan het open doen gaan van een hele zee.’

Het is een mooi verhaal, vind ik.
Het gaat over het geheim van Gods omgang met de mensen.

Ieders vrije invulling van zijn of haar levensopdracht
maakt deel uit van het scheppingsplan van God.

Mensen moeten elkaar liefhebben en dat is een nieuw gebod:
dat is een uniek gebeuren, een groot mysterie.

En het mooiste van dat geheim is
dat dat altijd blijft bestaan
want iedereen gaat het doen, op zijn eigen, unieke manier.

En hoe ver de mensheid ook van God of gebod lijkt af te dwalen
zolang er eigenwijze mensen zijn die dat gebod vervullen
-zoals Mays en Dennis met hun kleine Clarice en haar zusje-
blijft God in de buurt en is er hoop!
Het is vanuit die gedachte dat Johannes zijn droom overeind hield
het is vanuit die gedachte dat mensen blijven geloven,
hopen en liefhebben.
Jonge ouders die idealen koesteren
hun kinderen aanbieden voor de doop.
Ze zullen het straks gaan zeggen
dat ze geloven dat de liefde het kan winnen van de haat
en de vrede van de oorlog.

Jesus leefde ons die vrede voor
en ook vele anderen, ook niet katholieken
en ik ga toch weer even terug naar Johannes,
zijn visioen is zo mooi:

Ik, Johannes zal een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen
en de vervaarlijke zee bestond niet meer.
En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem
van God uit de hemel neerdalen,
schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid.
Toen hoorde ik een machtige stem
die riep van de troon: ‘Zie hier Gods woning onder de mensen!
Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn
en Hij GOD-MET-HEN, zal hun God zijn.
En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen
en de dood zal niet meer zijn;
geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn
want al het oude is voorbij.’
En Hij die op de troon was gezeten sprak:
‘Zie, Ik maak alles nieuw.’

Zo zij het, AMEN.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

17 april: Elkaars herder durven zijn

[print]

Roepingenzondag

Schriftlezingen:

  • Handelingen 13, 14,43-52

  • Apokalyps 7, 9-17

  • Johannes 10,27-30

Jesus’ toespraak over de Goede Herder Jesus
heeft voor het eerst geklonken in de winter in Jeruzalem
rond het wijdingsfeest van de tempel….
vergelijkbaar met het jaarfeest van de wijding van onze kerk
dat wij in begin mei gedenken.
In het Jeruzalem van Jesus’ dagen
-toen Jeruzalem zuchtte onder de Romeinse bezetting,
(vergelijkbaar met de Duitse bezetting van ons land)
was de viering van dat feest een gelegenheid tot protest.
Tallozen dromden samen
en velen hadden hooggespannen verwachtingen
van een naderende revolutie.

Jesus werd geacht leiding te kunnen geven
aan een verzetsbeweging.
‘Hoe lang nog houdt u ons in spanning’
hadden ze hem gevraagd.
Jesus geeft met opzet geen direct antwoord op die vragen
maar hij gaat vertellen wat zijn eigenlijke roeping is:
Zijn roeping is het om MENSEN BIJEEN TE BRENGEN.

Met dat antwoord moeten Jesus’ hoorders het doen.
Jesus spreekt over schapen
die wel of niet luisteren naar zijn stem.
Hij spreekt over een nieuw volk dat zich verzamelt rondom Hem.
Niemand kan ze van mij wegroven.

Hij heeft het over een hecht verband
dat wordt gesmeed rond Hem.
Want Hij is niet zomaar een verzetsheld
maar de door God gezonden aanvoerder
van een heel nieuw mensenvolk
dat heel de mensheid omvatten zal.

Mensen van Europa, Azië, Australië,
Afrika en Noord en Zuid Amerika,
joden en heidenen, mensen van goede wil.
Het is wellicht een naïeve en kinderlijke vraag,
maar als Jesus de Christus, hier op aarde zou terugkomen,
zou hij dan alleen maar even naar de Paus van Rome gaan
of misschien ook naar de secretaris van de Wereldraad van kerken in Genève?
Hij zou de rabbijnen in Jeruzalem toch zeker bezoeken
en even langs gaan bij de patriarch van Moskou?
Maar Hij is toch herder van allen,
zou Hij een Ashram in India over kunnen slaan
of een moskee waar in alle eerbied en ootmoed de Vader aanbeden wordt.

Ik denk dat niemand zijn gelijk mag opeisen.
Hij wil vooral herder zijn van allen
en ieder groepsgelijk moet worden toevertrouwd
aan de hoede van zijn herders-staf.
Het evangelie van de goede Herder
gaat over een nieuw mensenvolk dat zich vormen zal,
één grote familie van alle stammen en naties en talen
zoals Johannes dat al voor zich zag in zijn Apokalyps.

Mensen hebben elkaar nodig.
Een hele bijzondere rol speelt daarbij
deze Bavo-schaapskooi, die in Haarlem een ereplaats inneemt;
niet alleen omdat het de grootste katholieke kerk van de stad is
maar ook omdat het een kerk zal mogen zijn,
zelfs ook nog in de komende tientallen jaren -zo God het wil
waar mensen van allerlei geloofsniveau en geaardheid
zich thuis zullen moeten kunnen voelen.

Vandaag vieren wij hier roepingenzondag.
Daar is dan vooral mee bedoeld de roeping tot het ambt,
het priesterschap, het diaconaat, de religieuze staat
of het pastorale werkerschap in de kerk.

De priester is kwetsbaar maar ook nodig
hij heeft een onmisbare functie in de presentatie
van de Heer in de sacramentele vieringen.
De tijden dat hij op een voetstuk werd geplaatst zijn gelukkig voorbij.

De diaken heeft een eigen ambt: heeft een hoofdtaak in de sociale activiteiten
die de kerk moet ontwikkelen en de verkondiging van de Schrift.

De pastorale werkers, mannen of vrouwen,
en sinds kort ook de katechisten, voor de voortgang van de liturgie,
voor opbouwwerk en inspiratie van groepen.

En ook vaders en moeders zijn nodig, milieuactivisten en verpleegkundigen
en allen die hun zieken thuis verplegen alle andere mensen gehuwd of ongehuwd,
en alle andere ijverige mensen die zich inzetten voor ons koor,
voor een vereniging of alle andere goede dingen
die er voor en met mensen worden gedaan.

Wat zou het een verarming zijn als er geen mensen waren
die hun leven zo, als een roeping dus, willen en durven beleven.
Dat geldt voor jong en voor oud.

De zondag van de goede herder
zoals die ieder jaar weer terugkomt
moet hoog nodig van zijn zoetigheid worden ontdaan.
Als er in de Bijbel over een herder gesproken wordt
gaat het altijd om iemand die opkomt voor de weerloze,
iemand die verenigt en beschermt en die de strijd met de wolven aandurft..
In geestelijke zin:
iemand die de macht van het kwaad ontmaskert en de strijd aandurft….
in de geest van de velen die in de jaren 40-45 hun nek uitstaken
en hun leven in de waagschaal stelden.

Een van de oudste bijbelverhalen leert ons
hoe wij mensen allemaal geschapen zijn om elkaars herders te zijn.
Het is het beroemde verhaal van Kaïn en Abel.
Abel is de zwakste en Kaïn is de sterke.
Mensen die sterk zijn worden door God echter niet geminacht
maar ze hebben hun kracht niet voor niets
maar om die te gebruiken ten nutte van anderen.
Kaïn had zijn kracht van God gekregen als een gave
maar in plaats van zijn kracht te gebruiken
om zijn broeder te beschermen en te bewaren
gebruikt hij zijn kracht om zijn broeder te doden.
De actualiteit van dit verhaal hebben wij in de jaren 40-45 gezien:
het verhaal van onze dagen van gekwetste eer
en misbruik van nieuw opgebouwd kracht in het Duitsland van de jaren 30.
Jaloezie en gekwetste eerzucht zijn –zo lezen we in het verhaal van Kaïn en Abel-,
de motieven voor de eerste moord op aarde.
Je zou dit verhaal eigenlijk het verhaal van de echte erfzonde kunnen noemen.

Maar God laat dat alles niet op zijn beloop.
Hij is de goede Herder die opkomt voor het recht.
Hij roept deze eerste Kaïn -en alle Kaïns die nog zullen volgen-
ter verantwoording: en de grote belangrijke vraag
die God steeds weer stelt is: ‘Hoe is het met je zwakke broeder?
Wat heb je voor hem betekend? ‘

Johannes zag een nieuwe mensheid voor zich
een nieuwe mensheid die zich verzamelt rond de solidaire herder.
Zo solidair is hij met de weerlozen en de gemartelden
dat deze goede herder zelf plotseling vergeleken wordt
met een lam dat geofferd wordt.

Luisteren naar deze verhalen over de herder en het lam
betekent uitzien naar dat nieuwe
dat al bijna 2000 geleden is aangekondigd
en dan zelf je leven veranderen.
Het betekent dat voor ons, net als voor Jesus,
solidariteit, vriendschap
en weerloze liefde voor mensen .

Voor ieder mens geldt dat hij of zij er mag zijn en nodig is
vooral om te doen wat Kaïn weigerde
de herder te zijn van je broer of zuster.
Ademloos zag ik hoe de Paus in Lesbos
12 Syrische mensen meenam naar Vaticaanstad..
een geweldig gebaar.
Mogen wij allemaal de kracht hebben
ook goede dingen te doen, ieder op onze eigen plek.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor