• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Preken archief

  • 8 oktober: Een moeilijk project

    [print]

    27e Zondag door het Jaar

    Schriftlezingen:

    • Jesaja 5,1-7

    • Filippenzen 4,6-9

    • Matteüs 21,33-43

    Mijn oudste zusje viert deze week een huwelijksjubileum:
    van haar oudste broer –en dat ben ik- wordt gevraagd
    dat hij een paar leuke liedjes maakt.
    Dapper ben ik er aan begonnen en ze zijn klaar…maar hoe zullen ze vallen??

    Jesaja laat ons vandaag ook een lied horen.
    Nuttig, misschien kan hij ons wat opvrolijken in de beginnende herfst.
    De toon is aanvankelijk leuk luchtig. Het klinkt als een liefdesliedje:
    ‘Ik wil zingen over mijn vriend’.
    We horen op de achtergrond het Hooglied:
    het staat op naam van koning Salomo
    maar volgens mij heeft Jesaja dat ook gemaakt.
    Dat is een en al vrolijkheid:
    het gaat over een bruid en bruidegom die elkaar toezingen:
    ‘ik houd van jou, waar ben je nou,
    ik wil je niet missen. O kijk daar ben je dan
    wat heerlijk mijn lieveling dicht bij mij’
    en dan begint het geknuffel. Een wonder
    dat zo’n vrolijk gedoe in de bijbel staat.
    Eerbiedwaardige kerkvaders wilden het vroeger
    wel eens uit de bijbel halen, ze vonden het te sexy.
    Zou dit lied van Jesja ook zo leuk zijn? Luister maar:

    ‘Ik wil van mijn geliefde zingen.’
    Dat begint vrolijk, het lied staat zo in de context
    van het verbond tussen God en de mensen.
    Het gaat verder:
    ‘Ik wil zingen over mijn vriend en zijn wijngaard.’

    Die vriend –en daar is God dus mee bedoeld-
    heeft hoge verwachtingen van zijn wijngaard.
    Het klinkt allemaal leuk totdat blijkt dat de vriend bedrogen uitkomt.
    De wijngaard, met zo’n zorg door de minnaar geplant in vruchtbare grond
    en met zoveel liefde omgeven
    brengt alleen maar wat armzalige zure krenten op.
    En dan wordt aan de luisteraars wordt gevraagd een oordeel te geven…

    Voordat we dat kunnen doen blijkt
    in een plotselinge wending in de tekst,
    dat de luisteraars zelf de producenten van die zure
    en onbruikbare druiven zijn.

    De minnaar God is zo teleurgesteld.
    ‘Hij verwachtte goed bestuur, maar het was bloedbestuur’;
    zo luidt de letterlijke vertaling van vers 7.
    De tekst gaat verder: ‘Hij verwachtte rechtsbetrachting, maar zie, het was rechtsverkrachting.’ Prachtig is in de nieuwe vertaling het Hebreeuwse binnenrijm in de tekst vertaald.

    Zoals in een lied of gedicht hoort, rijmt de oorspronkelijke hebreeuwse tekst:
    ‘Hij zocht naar misjpat (rechtvaardigheid) maar vond mispach (een bloedbad)
    (vertaald als: ‘hij zocht goed bestuur maar hij vond bloedbestuur.)
    En verder:
    ‘Hij zocht naar tsedakah (gerechtigheid) en trof een tse’akah (angstschreeuw):
    vertaald in:
    ‘Hij verwachtte rechtsbetrachting, maar zie, het was rechtsverkrachting.’

    Het ‘Lied Van de wijngaard’ is dus geen ‘liedje-‘
    maar een profetische vermaning,
    eigenlijk een aaneenschakeling verwijten
    zoals alleen geliefden die soms over elkaars hoofden kunnen uitstorten.

    Men mag niet vergeten dat uit al deze verwijten
    van de grote Hebreeuwse profeten
    niets anders dan een intense, zij het dan ook gekwetste,
    liefde van bruidegom God voor zijn bruid Israël spreekt.
    En bij deze echtelijke ruzie past de buitenstaander
    –dat zijn wij dus- bescheidenheid.

    Opvallend is ook dat het bij het noemen van die ‘zure druiven’
    eerder om gemeenschappelijk en publiek zondige werken gaat
    dan om persoonlijke en individuele vergrijpen tegen de rechtvaardigheid.

    Het gaat over de grote maatschappij waarin de verhoudingen zo zijn
    dat er geen recht gedaan wordt aan alle leden van de gemeenschap,
    en dat niet iedereen haar of zijn deel krijgt.

    En nu kunnen wij ons de kritiek ook gaan aantrekken
    want hoe zit het met ONZE goede vruchten,
    hoe is het in onze maatschappij gesteld?
    Het betekent niet dat de meer persoonlijke zonden er niet toe doen
    maar die persoonlijke onethische beslissingen verklaren niet alle ellende.

    We hebben de zaken in deze wereld zo georganiseerd,
    dat de onrechtvaardigheid structureel in onze handel en wandel ingebakken zit.
    Je hoeft de encyclieken van onze Pausen maar te lezen
    om te weten dat ook zij die mening zijn toegedaan.

    We komen nu tot het moeilijkste probleem uit de perikoop:
    de toepassing van de gelijkenis van de wijngaard in Mattheüs.
    Het volk Israël dat op het tempelplein ‘aan Jesus’ lippen hing’ (Lc. 19, 48)
    lijkt regelrecht onterfd te worden, ten gunste van de niet- joden.

    Het spreken in gelijkenissen laat vele mogelijkheden open, ook verkeerde.
    Steeds als de gelijkenis wordt gebruikt
    om de ander mee om de oren te slaan en het eigen gelijk binnen te halen
    wordt de parabel geweld aangedaan.

    Maar als de gelijkenis door andere lezers later
    wordt verstaan als een opwekking tot bekering van de lezer zelf
    kan de gelijkenis goed functioneren
    en is ze voor ieder die hem hoort een oproep tot zelfonderzoek
    en tot hernieuwd werken aan de toekomst van God.

    Zoals Paulus dat vandaag van ons vraagt:
    ‘broeders en zusters:
    houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar is, al wat edel is,
    wat rechtvaardig is en rein, beminnelijk
    op wat deugd heet en lof verdient.
    Brengt in praktijk wat u geleerd is en overgeleverd aan goeds
    wat ge gehoord hebt en gezien van anderen van vroeger en nu
    dan zal de God van vrede met u zijn.

    II. Het evangelie van vandaag gaat over een wijngaardbezitter
    die zoveel vertrouwen in zijn mensen heeft
    dat hij rustig een tijdje naar het buitenland kan.
    Als hij terugkomt blijkt dat zij er een rommeltje van hebben gemaakt.
    Ze willen dat niet toegeven en vallen de dienaren van de Heer die
    de oogst komen binnenhalen aan.
    Uiteindelijk vermoorden ze ook de zoon van de baas.
    U begrijpt dat dit gaat over de kritische profeten van het Oude Testament
    -velen lieten het leven- en Jesus zelf als de zoon van de baas
    aan wie de mensen zich vergrijpen.

    De Heer ontneemt dan zijn grote vredesproject aan de arbeiders die het verbruit hebben en gaat dan op zoek naar nieuwe krachten.
    Een droevig verhaal zo kort na ons Bavofeest.

    ‘Wij zijn uw volk’ zingen wij graag in onze kathedraal:
    ‘wij zijn door U gedragen’.
    Dat klinkt allemaal geweldig en dat is het ook
    maar de kritische verhalen van vandaag leren ons
    dat we ons nooit op het feit dat God ons uitkoos voor zijn vredeswerk
    mogen laten voorstaan maar altijd weer worden uitgedaagd
    het nu eindelijk in onze dagen eens goed te doen.

    Dezelfde Jesaja die vandaag zo somber was zegt ook:
    ‘de woestijn zal bloeien als een roos,
    de mensen zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers’
    en ‘zoals de zeebodem met water
    zo zal de hele aarde met vrede bedekt zijn.’
    God zegene ons bij de voltooiing van dit grootse project!

    Hein Jan van Ogtrop, pastoor

  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec