• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Preken archief

  • 21 januari: Ja, we kunnen mensen boeien

    [print]

    Derde Zondag door het Jaar

    Schriftlezingen:

    • Jona 3,1-5.10

    • 1 Korintiërs 7,29-31

    • Marcus 1,14-20

    ‘Toen Jona in de walvis zat
    en gebraden stokvis at…’
    is een oud kinderliedje dat velen van u nog wel kennen hoop ik.

    Wie was Jona?
    Als u hem op gaat zoeken in de Bijbel -u moet het eens doen –
    treft u hem aan tussen de twaalf kleine profeten…
    hij is ook afgebeeld op de kapitelen helemaal achter in de kerk
    onder de balustrade waar het prachtige Willibrordorgel op staat.

    Jona zijn naam betekent: ‘duif’, bode.
    Het bijbelboek dat zijn naam draagt is met veel humor geschreven…
    ik hoop dat ik daar iets van kan overbrengen.

    ‘Jona begeef je op weg naar Ninive’ zo begint het.
    ‘Kondig de mensen daar aan dat ze hun levenswijze moeten veranderen,
    dat ze zich moeten bekeren…anders zal de stad worden omgekeerd, verwoest. ‘

    Maar Jona is een onwillige postduif; hij wil de verkeerde kant op.
    Hij voelde zich als trouwe gelovige te goed voor een missietocht naar Ninive..
    Hij verwachtte niets van die heidenen daar.

    Jona verzint een list. Ninive ligt in het oosten dus gaat Jona op een schip
    zover mogelijk naar het westen. Hij boekt voor Spanje.

    Maar een storm slaat toe en de bijgelovige zeelieden zien
    -een beetje terecht eigenlijk wel- Jona als oorzaak van hun ellende en…
    hij wordt van je een twee drie de zee in gejonast..
    einde van Jona ware het niet dat God
    hem ook uit de diepten van de zee weet op te halen
    zoals Hij steeds mensen uit de diepten omhoog haalt
    … en in het verhaal treedt dan de walvis op
    als vervoermiddel.

    Ninive is een hele grote stad, het kost drie dagen om er doorheen te trekken..
    lezen we in het boek Jona.
    Als Jona na wat vertraging daar aankomt begint hij
    -hij gelooft nog steeds niet in het nut van zijn opdracht-
    wat knorrig aan zijn verkondiging:
    ‘nog veertig dagen en de stad van Ninive zal
    – tenzij u zich vlug bekeert –
    worden verwoest, ondersteboven gekeerd. ‘

    Hij heeft er geen vermoeden van dat zijn weinig overtuigend gebrachte preekje
    inderdaad een omkeringseffect zal hebben
    in de harten van de mensen van Ninive.

    De heidenen van Ninive worden diep in hun hart geraakt
    ze blijken vromer en goedwillender te zijn
    dan Jona ooit vermoed had:
    ze bekeren zich terstond, de koning roept een vasten uit
    en mens en dier doen mee.

    Maar Jona heeft daarvan niets in de gaten.

    Hij houdt zijn preekje, sjouwt de hele stad door
    en gaat zeer vermoeid na het vervullen van zijn opdracht
    op een heuvel even buiten de stad zitten….
    wachten op de verwoesting van Ninive..
    want dat wil hij wel eens zien.

    Jona… de meest arrogante gelovige die je je maar kunt indenken;
    de gelovige die zich verheugt op de ondergang van de goddelozen.

    En dan zijn we al bij het laatste hoofdstuk van het boek Jona.

    Jona zit op dat heuveltje en krijgt last van de zon.
    God heeft medelijden en laat een boom opschieten
    met grote bladeren om Jona te beschermen:
    God is liefde.

    Jona vindt deze goddelijke zorg voor hem als echte gelovige
    vanzelfsprekend maar hij begrijpt absoluut niet
    wat er rond om hem heen gebeurt is
    en blijft (zoals mensen die op ongeluk hopen
    als ze langs de snelweg zitten te kijken)
    wachten op de verwoesting van de stad…
    maar die gaat niet door.

    Dan wordt Jona boos en scheldt God uit…
    hij bestaat het om God aan te klagen en te zeggen:
    ‘ja ik wist het wel…
    u bent een barmhartige God
    mild voor de zondaars… ‘

    Na deze merkwaardige woede-uitval
    beginnen de bladeren van de boom
    die Jona tegen de zon beschutte af te vallen.

    En Jona’s woede neemt nog toe:
    ‘is dat nu het loon dat ik verdien.’
    En dan komen de laatste regels van het boek Jona:
    God neemt het woord:
    ‘Jona, jij bent bedroefd omdat de bladeren van
    jouw boompje afvallen…
    zou ik niet veel bedroefder zijn
    als de mensen van Ninive,
    argeloze mensen die het verschil tussen goed en kwaad
    nooit goed geleerd hebben
    ten onder zouden gaan ?

    Einde verhaal.
    Een verhaal dat ons wil leren
    dat wij als oude/of jonge getrouwe gelovigen
    altijd moeten oppassen niet vast te roesten
    en altijd vertrouwvol moeten uitzien
    naar de nieuwe goede dingen
    die er onder onze eigen ogen
    ook buiten de kerk
    gebeuren.

    Toch blijf je ze altijd houden,
    de mensen die maar al te graag willen blijven geloven
    dat zij de enigen zijn die door God geliefd zijn,
    de enigen die goed zitten
    en hun eigen gelijk wordt pas echt bevestigd
    door het ongeluk of de ondergang van de ander.

    Misschien is dat wel het grootste probleem van de kerk van nu:
    dat wij net als Jona de tekenen van hoop en goede wil van zovelen
    niet WILLEN zien. Straks gaan we samen bidden met christen van
    alle Haarlemse kerken dat we een beetje durf krijgen en weten
    dat God ons helpt.

    Heel veel mensen willen zo graag de goede boodschap horen,
    snakken naar geloof, zoeken naar een zin in het leven.

    Ze bieden hun kinderen aan voor de doop,
    willen dat hun kind de eerste communie doet,
    willen voor de kerk trouwen…..

    Van ons als vaste kerkgangers wordt verwacht
    dat wij zoveel mogelijk mensen
    met het koninkrijk van God in contact brengen.

    Een beetje blij gezicht
    bij de verkondiging van die boodschap
    die immers blijde boodschap heet
    is wezenlijk wil het verhaal over komen.

    En dan lazen we ook nog Marcus.
    Zelf een heidense jongen
    door Petrus op een van zijn reizen ooit meegenomen.

    Hij droeg in zijn naam nog de naam mee
    van de Romeinse oorlogsgod MARS ..
    maar Petrus had gezegd:
    ‘laat maar, het gaat om je hart.’

    De eerste regel van het Marcusevangelie luidt:
    ‘Dit is het begin van de blijde boodschap…’
    DIT IS HET NIEUWE BEGIN’
    HET nieuwe begin van Marcus’ eigen leven,
    en dat van ieder die later nog naar hem luisteren wil,
    is volgens Marcus te vinden in een Joodse man:
    Jesus, die men de Christus, de Messias ging noemen.

    Die Jesus riep apostelen samen
    van achter hun netten vandaan:
    terstond, meteen gingen ze mee.
    Tegelijk nodigt Hij ons allen uit:
    ‘bekeert u en luistert naar deze blijde boodschap:
    het Koninkrijk van God is nabij,
    het is nu de goede tijd.. doe mee.’

    Dat willen wij proberen in onze kerk samen:
    rond Jesus van Nazareth een nieuw begin…
    Een nieuwe begin ? We mogen het hopen.

    Neen: we moeten zeggen: we gaan er samen aan werken.
    Laten we elkaar nu al vast gelukwensen
    en er samen aan gaan staan,

    We schrijven 1882.
    Het gebeurde dat een pater van de missionarissen van het Heilig Hart
    er op uittrok om broeders te werven voor de missie in Nieuwe Guinea.

    Ergens in Noord Holland zei iemand tegen hem:
    ‘je moet het eens gaan proberen in Volendam.’

    Zo stond de pater op een zomerse dag op de stoep van de Volendamse pastorie.
    Hij maakte zijn plannen bekend aan de pastoor van de parochie
    en deze liet er geen gras over groeien.
    De vissersvloot was juist binnengelopen
    en de jonge kerels waren dus bij de haven te vinden.

    Toen de twee geestelijken daar arriveerden was het een ware volksvergadering.
    De pater hield zich een beetje in de schaduw van de pastoor
    die zich doelbewust een weg baande door de roepende en schreeuwende vissers
    en tenslotte op het spreekgestoelte van de afslager klom.

    Hij verzocht en kreeg stilte.
    De ‘beminde gelovigen’ verdrongen zich nieuwsgierig om de ongewone preekstoel
    en wisten binnen de minuut waar het om ging.
    Deze pater had jonge kerels nodig,
    die met hem als broeder naar de missie wilden gaan.

    Tot verbazing van de missionaris meldden zich
    na de korte verklaring van de pastoor aanstonds drie stevige kerels:
    zij wilden mee. ’s Avonds meldden zich nog drie anderen
    en de volgende dag reisden Klaas Kieft, Jan Kras, Piet en Kees Zwarthoed,
    Jan Mooyer en Kees Hansen na een kort afscheid van huis en haard
    naar een ver missiehuis, doorgangspost naar de missiegebieden in Nieuwe Guinea.

    Hein Jan van Ogtrop, pastoor

  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec