• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

Preken archief

  • 8 april: Geloof is verder durven gaan

    [print]

    Zondag Goddelijke Barmhartigheid / 2e Zondag van Pasen

    Schriftlezingen:

    • Handelingen 4,32-35

    • 1 Johannes 5,1-6

    • Johannes 20,19-31

    “Laat de ware gelovige opstaan…”
    zou ik bijna willen uitroepen.
    Ik durf het niet goed
    want misschien waagt iemand het op te staan.
    Misschien ook wel leuk:
    we zouden dan zeker weten dat hij of zij het niet is.

    De ware gelovige gaat zijn levensweg
    -soms net zo onzeker gaat hij die als de anderen-
    maar hij gaat –zegt hij dan- met God
    net zoals Abraham, de vader van alle gelovigen.
    Van hem weten wij
    dat het niet zo’n gemakkelijke tocht was die hij maakte.
    Een tocht van hopen en geloven,
    van afzien en vechten
    van hopen tegen de wanhoop in
    en geloven tegen alle waarschijnlijkheid in.

    De echte gelovige kijkt daarom niet neer op Thomas
    maar herkent in hem zijn eigen houding:
    Thomas die goddank openlijk uitkomt voor zijn ongeloof.
    ‘Is het echt? Iemand die aan het kruis gespijkerd is en vermoord,
    iemand die het uitgegild heeft van de pijn
    kwam bij jullie weer op bezoek.’

    De vrouwen uit het evangelie van de paasnacht leken een beetje op hem:
    de jongeman bij het graf had gezegd: ‘Hij leeft!,
    maar zij holden weg want ‘ze waren zeer bang.’

    Geloven is moeilijker dan je denkt;
    dat geldt ook voor de leerlingen
    naar wie Jesus zelf toe komt op de eerste paasdag ’s avonds.
    We hoorden dat in het eerste deel van het evangelie.
    Zelfs als Jesus naar je toe komt

    De paaspelgrims hadden Jeruzalem inmiddels verlaten…
    zonder het merkwaardige bericht te hebben gehoord
    dat Jesus toch weer zou leven.
    De apostelen hadden het goede bericht wel gehoord..
    de vrouwen waren het hen komen vertellen
    maar ze beschouwden dat als beuzelpraat.

    Dit ongeloof was op eigen kracht niet te overwinnen.
    Hun beenderen waren verdord
    -om met de woorden van Ezechiël uit de paasnacht te spreken-
    vervlogen was hun hoop.
    Uit angst voor de buitenwereld waren de deuren op slot.
    Een ingreep van buitenaf alleen kan redding brengen
    en die komt, vanwege de Heer zelf!

    Hij komt zijn vrienden oprichten.
    Er wordt een nieuw begin gemaakt.
    En net zoals God zelf de levensadem blies in Adams neus
    en net, zoals de profeet Ezechiël een nieuw begin beschreef:
    (de Geest van God die over de dorre beenderen
    van het huis Israël zou blazen)
    zo (vertelt Johannes ons) blaast Jesus op de 1e Paasdag over de leerlingen.
    En ze komen tot leven.

    Het is een goed begin op die eerste paasdag `s avonds
    maar kennelijk nog niet voldoende
    het is nog te moeilijk het te geloven
    en te begrijpen wat er nu gebeuren moet
    en bovendien: ze waren er niet allemaal.

    Thomas, een van de meest kritische en intelligentste apostelen
    was er die eerste keer niet bij.
    Jesus’ troost heeft niet veel geholpen.
    want acht dagen later -en dat is vandaag op de zondag na Pasen-
    zitten ze nog steeds angstig bij elkaar met de deur op slot.

    Maar dan komt er verandering: acht dagen later.
    Thomas er bij en nu kan het verhaal verder gaan.

    Thomas met zijn vragen is onmisbaar:
    hanteert een hele eigen norm.
    Hij wil weten of het werkelijk die ene Heer is
    die hij heeft zien lijden die leeft:
    de Heer die hij had leren kennen
    als de vriend die partij koos voor de weerlozen,
    de vriend van de armen en de onderdrukten.

    Hij wil daarom -en dat is heel goed eigenlijk-
    de tekenen zien van de wonden van deze gemartelde.
    Hij wil deze gemartelde mens zien
    als de aanvoerder van een nieuw mensenvolk
    dat ook uit de dood opstaat.
    Hij wil hem zien als de koning van de weerlozen en hij ziet hem.

    Hij ziet de wonden in handen en zijn zijde.

    En dan moeten wij als trouwe bijbellezers natuurlijk denken
    aan Adam die zijn zijde geopend had
    toen zijn bruid aan zijn zijde kwam:
    eindelijk vlees van mijn vlees,
    been van mijn gebeente.
    Thomas ziet de nieuwe Adam: Jesus,
    die nu op deze achtste dag zijn bruid zal ontmoeten,
    zijn gemeente, zijn kerk als de nieuwe Eva.

    Aan de zijde van de nieuwe Adam
    wordt de gemeenschap gevormd van mensen
    die de machten hebben afgezworen
    en willen leven als vrienden van de weerloze Messias
    die gewond was met de gewonden,
    bedroefd met de bedroefden,
    eenzaam met de eenzamen,
    weerloos met de weerlozen;
    de solidaire getuige van God liefde:
    de ware Heer de ware gestalte van God.

    Thomas die deze God aan ons openbaar maakte
    heeft het gevecht met het ongeloof aangedurfd
    en is daardoor alleen maar een sterkere getuige geworden.

    De traditie wil dat Thomas de evangelieverkondiger was
    die nota bene het verste kwam van allemaal:
    tot in INDIA toe.
    In de eerste lezing hoorden wij spreken
    over de christenen van het begin:
    ‘ze hadden alles gemeenschappelijk,
    er was niemand die gebrek leed.’

    Wij leven eeuwen later
    maar opeens gaat die tekst weer leven:
    we zijn nu allemaal in een nieuwe situatie.

    De economische crisis bracht ons wat tot bezinning
    over het uitgeven van ons geld.
    De problemen nu tussen de grootmachten
    leren ons een liefdevolle eerlijke maatschappij nog ver weg is.

    Lucas vertelt over de solidariteit tussen de eerste christenen:
    ‘er was niemand die gebrek leed.’
    Lucas (de schrijver van het bijbelboek Handelingen)
    wil daarmee niet zeggen dat altijd alles koek en ei was toen.
    Er was wel eens wat, daar vertelt hij ook over.
    Maar wel waren ze ‘een van ziel’,
    er is een doel waarnaar ze streven, een oriëntatie.
    Iedereen weet wat belangrijk is en wat niet.

    De vieringen van Pasen hebben ons ook weer bemoedigd:
    we hebben de eenheid gevierd rond de tafel op de witte donderdag,
    we hebben samen gerouwd op de goede vrijdag en ons verdiept
    in het geheim van de lijdende Messias,
    waar Thomas zo graag getuige van wilde zijn,
    het licht is rondgedeeld in de nacht en nu zijn wij hier weer.

    ‘Mijn vrede laat ik jullie na,
    mijn vrede geef ik jullie in handen.’

    En daar zij wij dan.
    De kinderen van de Eerste Communie bereiden zich voor op hun feest:
    de koorschool presenteerde zich gisteren.
    Er zal straks weer gedoopt worden,
    kleine geschiedenissen worden
    aan de grote geschiedenis van God met de mensen gekoppeld.

    Geloven is via de traditie verbonden zijn met het verleden
    en via de hoop met de toekomst.
    Hij zal ons niet beschamen. Ons, zijn kerk, zijn volk.
    Hij laat ons niet los, u niet mij niet.

    Gaan we vertrouwvol verder,
    We hebben een eervolle opdracht.
    Dat wij deze eervolle opdracht waardig mogen zijn is mijn bede
    en dat wij het vertrouwen dat de Heer in ons heeft
    maar niet zullen beschamen.
    Zijn genade zal ons bewaren
    maar DOE DE DEUR VAN UW HART
    NIET OP SLOT!

    Hein Jan van Ogtrop, pastoor

  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec