Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

15e Zondag door het jaar E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 13 juli 2003

Amos 7,12-15
De Messias achterna Marcus 6,7-13

Het zou een schot voor open doel zijn als ik vandaag
als het in de eerste lezing gaat over een spreekverbod
dat de profeet Amos krijgt van de priesters van Bethel
eens lekker te keer zou gaan tegen het publiceerverbod
dat mrg Baer heeft gekregen. Maar dat doe ik niet, Mgr. Baer zou de laatste zijn
die dat zou willen.
Daarom ga ik gewoon spreken over de kern van ons geloof,
onze zoeken naar het wezenlijke
en onze ijver voor de zaak van God.

De eerste prediker die er op uit trok
en wiens boodschap ons is overgeleverd, is de profeet Amos.
Zo'n 2700 jaar geleden liet hij zijn overduidelijke woorden horen.
Hij was een schapenfokker (waarschijnlijk voor de offerdienst in de tempel)
uit Tekoa, even ten zuiden van Jeruzalem.
De tijden van koning David en Salomo liggen al lang achter ons.
Het rijk is verdeeld in twee gedeelten: het Zuidrijk Juda)
met als hoofdstad Jeruzalem en het Noordrijk (Israël) met als hoofdstad Samaria. Hoewel Amos zeker kritiek gehad zal hebben op de offercultus in Jeruzalem, richt zijn gramschap zich vooral tegen het staatsheiligdom in Betel
in het Noordrijk. In de lezing van vandaag noemt hij ze allebei:
'Wee jullie, zorgelozen op de Sion Jeruzalem),
jullie gerusten op de berg Samaria.'
Tot de laatsten gaat hij verder: 'Jullie liggen op ivoren rustbedden,
op jullie divans uitgezakt' (6,1 e.v.).
Tot de priesters (van Betel) richt hij woorden:
'Zo zegt de Heer, Ik haat jullie feesten,
Ik kan jullie samenkomsten niet meer luchten ...
doe weg het getier van jullie liederen, het getokkel van je harp,
Ik kan het niet meer aanhoren.'
Nee, niet direct een geschikte patroon van een zangkoor, deze Amos.
Ook wat ruw in de mond.
Zo bezigt Hij zeer onhoffelijke taal,
als hij de 'society-ladies' van Samaria toespreekt:
'Hoort dit woord, jullie koeien (!) van Basan op de berg Samaria.'
Koeien van Basan ... in die tijd geweldige koeien,
wij zouden zeggen Fries stamboekvee.
Waarom fulmineert hij zo tegen liturgie en de 'society' van zijn dagen?
Hij laat de ontstelde dames en hun echtgenoten
niet lang in het ongewisse (4, l):
'Jullie verdrukken de armen, kraken de behoeftigen
en zeggen liever tot jullie mannen:

"Laat eens wat aanrukken, dan kunnen wij drinken".'

In hoofdstuk 2 (v. 6 en 7) vinden we alles bij elkaar gezet
wat Amos dwars zit: 'Zo spreekt de Heer:
Om drie overtredingen van Israël, ja om vier klaag ik ze aan.
Omdat ze de rechtvaardige verkopen voor geld
de behoeftige voor een paar schoenen.
Zij snakken ernaar dat stof van de aarde de armen bedekt
en willen de neergebogenen van de weg afdringen.'
Zijn waarschuwende kritiek op de rijken en de gerusten
heeft helaas nog niets van actualiteit verloren.

De priesters van Betel waren op de godsdienst-
en maatschappijkritische verkondiging van Amos allerminst gesteld
dat hoorden wij in de eerste lezing vandaag.
De op hun rust gestelde rijken in Samaria (en Juda) evenmin:
'Ze zullen uw rijkdom komen weghalen en uzelf ook wegtrekken
zoals een visser zijn haak in de neus van de vis slaat.'
Deze dreiging waarover Amos spreekt in het jaar 760
heeft niet lang op zich laten wachten.
Nog geen 15 jaar later rukken de legers van Tiglath-Pilezer III,
koning van Assyrië, op tegen Israël.
De mensen van het Noordrijk zullen het eerst worden gedeporteerd.

In datzelfde Noordrijk worden Jesus' leerlingen erop uitgestuurd.
'En hij verbood hun iets anders mee te nemen
dan alleen een stok; geen voedsel, geen reiszak,
geen kopergeld in hun gordel.
Wel moogt ge sandalen dragen, maar trekt geen dubbele kleding aan.'
De sandalen zijn belangrijk want
dan kunnen de leerlingen lopen en mensen bezoeken
en daar gaat het om.

Met deze sobere uitrusting
zendt de leraar uit Nazareth zijn volgelingen naar de dorpen en de steden
van het land, om aan de joden in herinnering te brengen
wat het betekent jood te zijn, zoon van Abraham,
en wat dit inhoudt aan toekomstverwachting. .
Een uitermate sober tenue; armer kan bijna niet.

De vromen van Jesus' dagen waren herkenbaar
op de hoeken van de straten aan hun plechtige gewaden
waarmee ze op mensen indruk wilden maken.
Jesus vindt dat allemaal niet nodig.
Zo krijgen vandaag niet alleen de koorleden kritiek te horen middels Amos
maar op de priesters en alle fraai uitgedosten in de liturgie van Jesus zelf

Het is duidelijk: de opzienbarende prediker uit Nazareth
zocht geen aansluiting bij een bepaald soort godsdienstig kader,
wel bij het oude erfgoed.

Zijn leerlingen zullen geen kunstmatig gecreëerde voorsprong hebben
op hun gehoor. Jesus bindt ze vast op hun echte overtuiging.
Ze zijn geen ambassadeurs van een herkenbare grootmacht,
maar de getuigen van de Onzienlijke,
met een reisstok en sandalen,
en het bericht dat ze moeten aanzeggen is hetzelfde als dat van hun Heer:
Word wie je bent, bekeer je!

Jesus zelf is geen tovenaar maar wil door de manier
waarop Hij met mensen meegaat,
hun troost en bemoedigt en vooral
DOOR DE MANIER WAAROP HIJ HUN AKTIVEERT
zelf hun levensbeginsel zijn.
Hij roept mensen op het met Hem te wagen.
Hij zendt ook ons er op uit, wij worden Zijn handen.

We weten nog niet wat dat oplevert,
wat wij allemaal mee moeten maken is ons onbekend.
We hebben waarschijnlijk allemaal
nog een lange en soms ook moeilijke weg te gaan
maar hopelijk willen we dat doen als wakkere medewerkers
van de God die onze toekomst is en onze hoop.

Teveel bagage meenemen mag niet.
De zware oude lasten van onze conflicten
moeten we achter ons laten,
ook ons eigenbelang en onze gewichtigheid.

Het evangelie zegt dat alleen sandalen meemogen,
die zijn nodig om verder te lopen
en om nieuwe ontmoetingen te kunnen realiseren
met andere mensen die wij tegemoet gaan.

Alleen die sandalen dus,
ons eigen belang, onze gewichtigheid.
die zijn nodig om naar andere mensen toe te kunnen gaan.
Ook God bevrijdt ons van onnodige belasting,
van onze schulden.

Niemand wordt aangeklaagd om zijn fouten door God.
Niets van dat alles.
Alleen maar als hij of zij niets voor anderen heeft kunnen betekenen.

Ieder kan zijn naaste van nut zijn. Iedereen is nodig en waardevol
en dat geldt zeker voor bisschop Philip Baer
die niet mokt en klaagt
maar in Chevetogne bidt
en voor de velen voor wie hij een steun kan zijn
dat ook werkelijk is.

God zegene hem en ons allen

AMEN