-Genesis 15,5-18, Lc.9,28-36 Bij het tweede Vaticaanse concilie werd een nieuwe benaming voor het begrip 'kerk' gebruikt: 'de kerk, Gods volk onderweg.'
Een titel die de moderne mens aanspreekt vandaar dan ook dat wij hier in onze parochie met zoveel graagte en hartstocht het lied zingen: 'God roept een mens op weg te gaan... zijn leven is een reis'. Waarom spreekt dat lied mij en vele anderen aan? Het zit hem niet alleen in die krachtige Engelse melodie maar ook, ja vooral in de tekst. Het idee van die reis. Daarin herkennen wij ons als 21e eeuwse gelovigen. We voelen dat beeld mee: het leven is een reis. We zijn op weg naar een stad van licht, naar een nieuw toekomst.. naar Sjaloom, naar vrede naar goedheid. De conciliaire term van 'Gods volk onderweg' blijkt geheel in de stijl van het evangelie te zijn ! Met name in de stijl van het evangelie van Lucas. Het evangelie van Lucas, waaruit we dit hele jaar lezen, is bij uitstek een reisverhaal. Lucas beschrijft het hele leven van Jesus als een lange tocht. Al heel vroeg in zijn evangelie staat vermeld dat Jesus vastberaden begint aan zijn: 'opgang naar Jeruzalem'. Het levensverhaal van Jesus is een reisverhaal. Dat geldt niet alleen voor Jesus zelf. De anderen zijn ook steeds op weg. Maria haast zich naar Elisabeth, de herders haasten zich naar Bethlehem, Maria en Jozef gaan met Jesus op naar Jeruzalem. Zelfs na Jesus' verrijzenis houdt Lucas aan dat motief vast. Jesus loopt met twee van zijn volgelingen mee, en aan het einde van zijn reisverhaal worden de leerlingen er op uit gestuurd met de belofte dat Jesus 'voor hen uit zal gaan in Galilea'. Lucas zelf reisde er ook lustig op los, naar de uiteinde der aarde, met Paulus mee: hij reisde naar Judea en Samaria, naar Damascus, Fenicië, Cyprus en de Romeinse provincies van Cilicië, Galatië, Azië, Achaje, Macedonië en uiteindelijk Rome zelf, 'het einde -en tegelijk het nieuwe middelpunt- der aarde'. Het leven is een reis. En op die reis proberen Jesus' leerlingen hun meester -soms met de grootste moeite- te volgen. II. Het evangelie van vandaag gaat op het eerste gehoor -over een rustig moment : Jesus met Mozes en Elia en zijn leerlingen op de berg- maar dat is toch niet helemaal waar: ook op de berg Tabor gaat het over de tocht beneden door het dal. Op de berg heeft Jesus Petrus, Johannes en Jakobus in zijn nabijheid. En daar doet Jesus iets wat geen van de andere evangelisten vermeldt: Jesus begint te bidden. Hij kan Zijn tocht niet volbrengen zonder de steun van Zijn Vader, de grote reisgenoot onderweg. Na dat bidden verschijnen hem Mozes en Elia. Mannen die van wanten weten. Mensen die geleefd hebben uit de kracht van de God van Israël die met mensen meegaat. - De God die ooit al met Abraham meeging, de God die -zoals wij vandaag hoorden- als een laaiend vuur tussen de stukken vlees op de offerstenen voorbijging. - De God die het gelaat van Mozes deed stralen zodat de mensen hem niet durfden aan te zien voordat hij voorganger mocht zijn van God volk - de God die als een laaiend vuur Elia hielp toen hij op de berg Karmel zijn naam in ere hiel en het volk daarna weer de goede kant op gidste. Als enige evangelist vertelt Lucas ook waarover de drie daar op de berg spraken.. nl. over 'Jesus' heengaan dat Hij in Jeruzalem zal voltrekken. Letterlijk staat er 'Jesus' uittocht in Jeruzalem, Jesus' Exodus. Zijn uittocht die Hij zal voltrekken uit het oude land naar een nieuwe wereld. Een uittocht van een zieke naar een gezonde wereld, vanuit het donker naar het licht. De leerlingen worden uitgenodigd die Uittocht mee te maken. En om ze de kracht te geven te volharden wordt hun hier al een glimp gegund van het licht van de Paasmorgen dat uiteindelijk zal stralen in ons midden. ----------- III. 'Heer geef ons moed om door te gaan, langs de weg door de woestijn' besluit het eerder genoemde lied. 'En laat uw Zoon een laaiend vuur, de nieuwe Mozes zijn'. Dat is Jesus in het evangelie van vandaag: een laaiend vuur! Jesus zelf straalt iets af van die heerlijkheid van God als Hij daar is halverwege zijn opgang naar Jeruzalem in een kleine rustpauze op de berg. Dat is het moment dat de brave Petrus, -laten we hem toch nooit te hard vallen en te hevig bekritiseren hij is toch zo herkenbaar!- wil vasthouden: een fijne religieuze ervaring, een heerlijk vroom moment in de kathedraal. Maar dat zal hun niet gegeven zijn: ze zullen weer het dal in moeten beneden... Jesus achterna op weg naar Jeruzalem. Jesus zal zijn uittocht moeten volbrengen en de leerlingen zullen hem moeten volgen.. het donker in van de nacht. Maar de stem uit de hemel had hen bemoedigd: 'ga verder, volg je meester maar, luister naar Hem.' Ga maar verder.. wordt ook tot ons gezegd. Reis verder, loop door. Nooit zal het donker voor jou te donker zijn als je wilt gaan in het gevolg van Hem. Het is te vergelijken met het doorgaan van een tunnel. Niemand waagt zich het donker in van een tunnel zonder te weten dat je uiteindelijk op weg bent naar het nieuwe licht dat je aan de overkant tegemoet zal stralen. IV. Een Afrikaanse missionaris uit Zuid Afrika beschrijft hoe de straatjongens in Johannesburg vertelden hoe ze dagen lang, soms weken lang gelopen hadden op weg naar de lichten van de stad. De eerste dagen als het licht nog ver was bemoedigden zij elkaar door verhalen over dat licht in de stad. Tot ze op een goede dag de verhalen over dat licht niet meer nodig hadden omdat ze aan de horizon een licht zagen dat niet langer kwam van de maan of van de sterren maar dat het donkere oranje-achtige licht was, dat als een halve ballon over iedere stad van de wereld hangt. Dat was het licht dat hen aantrok. Het licht van de nieuwe wereld. Een licht waarheen ook nu nog miljoenen vluchtelingen die hun heil zoeken in de grote wereldsteden op weg zijn. Volgens Lucas zijn we allemaal op weg naar een nog beter licht. Een licht dat ons aantrekt. Het grote licht van Gods definitieve aanwezigheid in ons midden. Het licht van deze ene mens die in glans verscheen op de Tabor bereidt ons daar op voor. Hij is in glans verschenen…. daarna is Hij zijn weg gegaan. SLOT: Hoe zwaar was de tocht, hoe bitter zijn lijden, hoe bitter de pijn die Hij in Jeruzalem moest verdragen maar deze Exodus, Zijn Exodus was de bevrijdings-reis bij uitstek, de weg naar Pasen. 'Aan haat en hoon onttogen, zal Hij onze glorie zijn' zullen wij aan het einde van deze viering zingen. Dat kan pas als wij eerst hebben willen horen naar zijn stem en ons op onze levensweg hebben laten bijlichten door zijn woord. Dan pas zullen wij Zijn licht in de paasnacht aan elkaar kunnen doorgeven. -- Als wij Hem durven volgen zal het donker ons niet kunnen deren. Hij is het ware licht dat iedere mens verlichten wil die komt in deze wereld. En als besluit van deze viering zullen wij Hem met de woorden van Gabriël Smit dankbaar toezingen: 'Geen ondergang kan dreigen, of heerlijk rijst Uw beeld, en doet ons mee ontstijgen in de glans die alles heelt.' AMEN. |