Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Een vreemdeling geeft nieuwe moed E-mail
Geschreven door Pastor E. Peijnenburg   
zondag, 6 april 2008
3e zondag van Pasen

-Handelingen 2,14.22-28, niet aan de dood prijsgegeven -Lucas  24,13-35, de Emmausgangers

I. Eergisteren ging ik een brief posten (een aanvraag voor een kerkopname zat er in)
ja er blijven maar mensen  (jongvolwassennen heb ik het over)
die gedoopt willen worden. Als ik de pastorie verlaat zie ik een jong stelletje
in de tuin van de pastorie dwalen. ‘Zoeken jullie iets?’
´Ja, wij zoeken de vader van de kerk.´
Ik begreep dat ze de priester bedoelden en zei: ‘dat ben ik´
Is de kerk open? ‘ Ja, zei ik, loop maar mee.’
Ik liep met ze op.
Hij: ‘wij komen uit Irak,
mijn verloofde is katholiek, ik wil ook wil graag christen worden,
ik geloof in Jesus.’
‘En we willen ook trouwen voegt zij er aan toe. ‘
‘Kom dan maar mee’… zeg ik
En we gaan het huis binnen.
Binnen bij de koffie gaat het gesprek verder.
‘Kan mijn vriend niet nu gedoopt worden? vraagt zij:
‘dat zouden mijn ouders zo leuk vinden.’
‘Neen zeg ik, zo gauw kan dat niet.’
Maar doorpratende en doorpratend ontdek ik
dat ik het doopwater niet kan tegenhouden.
Tegen Pinksteren wordt hij, Kaisar genaamd, gedoopt.
En dan gaan ze tegelijkertijd trouwen in de kerk.

´We geloven dat God u gestuurd hebt´zeiden ze:
‘het moest wel zo gaan.’

Hun hart brandde van geloof en enthousiasme.
Dit als actuele vertaling van het evangelieverhaal
waar mijn collega verder over spreken zal.

II. Het feest van Pasen is het belangrijkste feest in de kerk, je zou in zekere zin kunnen zeggen dat we met Pasen vieren waar geloven nu echt om draait, en tegelijkertijd is het echt niet uit te leggen. Leven, sterker dan de dood, opstanding, nieuw begin waar dat niet meer voor mogelijk werd gehouden . . .
Waar slaat dit op, waar gaat dit over… Als je er over blijft spreken in algemene termen dan blijft die vraag terecht.
De bijbel spreekt er ook niet zo over. In de bijbel worden verhalen verteld over mensen aan wie het gebeurde, over mensen die dachten in een doodlopende straat te zijn beland, maar die een nieuwe doorgang vonden.
Vandaag lopende we een endje op met de Emmaüsgangers. Of eigenlijk kun je beter zeggen: we lopen een endje af. De mannen lopen van de heuvels, waarop Jeruzalem ligt, af naar beneden, en ze hebben zich letterlijk en figuurlijk van de stad afgekeerd. Zij waren leerlingen van Jesus. Zij hebben gezien wat er allemaal gebeurde toen Jesus in het land rondtrok, hoe mensen werden genezen en weer verder konden, hoe Hij steeds meer mensen aantrok en bezielde en er een steeds groter wordende golf van hoop door het land ging. Ze hebben echter ook gezien en gevoeld hoe er in bepaalde kringen weerstand tegen hem ontstond, haat zelfs. Er waren er die hem uit de weg wilden ruimen. En hadden die kwade machten niet weer eens gewonnen? Hadden ze zelfs niet een grote menigte doen roepen dat Hij gekruisigd moest worden? Dat was uiteindelijk gebeurd. Hij was gestorven en in een graf gelegd. En nu waren er inmiddels wat vrouwen geweest die zeiden dat hij niet meer in het graf lag en die zelfs beweerden dat hij weer zou leven. Maar de twee leerlingen die naar Emmaüs lopen hebben er even genoeg van. Vol van frustratie en verwarring, willen ze alleen maar weg van Jeruzalem. Met het gevoel een illusie armer te zijn.
Maar dan komt er iemand naast hen lopen. Ze herkennen hem niet, want hun ogen werden verhinderd hem te herkennen. Staat er. Ze kunnen gewoon niet goed zien dus! Terwijl ze denken alles juist prima te kunnen zien. Ze vertrouwen – net zoals wij toch doorgaans - helemaal op wat ze zien. En de hebben gezien dat Jesus is gedood. Ze hebben gezien dat het verhaal uit is, over. Ze menen het goed te zien, de echte waarheid, en helaas een harde waarheid. De droom is voorbij. En toch zou later blijken, dat ze het verkeerd hadden gezien. Dat overkomt ons mensen met regelmaat. Dat we denken het goed te hebben gezien. Maar als we het verhaal van een andere kant horen, blijkt het toch nog wel eens anders te zijn.
Jesus, die door de Emmaüsgangers niet wordt herkend, omdat ze ervan overtuigd zijn dat Hij dood is, vraagt naar wat er allemaal is gebeurd, naar waar ze over praten. Verbaasd geven ze hem als antwoord: Dan moet jij toch wel de enige vreemdeling zijn in heel Jeruzalem, dat je niet weet wat hier de afgelopen dagen is gebeurd! Jesus vraagt: Wat dan? Hij laat hen op verhaal komen. Dat is wat ze nodig hebben, vertellen over wat er met hen gebeurd is. Met hen meelopen terwijl ze op verhaal komen, ook al is dat dan steeds verder van Jeruzalem af. Voordat de teleurstelling en de pijn is verwoord is er nog geen omkeren mogelijk. En al vertellend komen de mannen tot de wat hen heeft geraakt en waar ze mee zitten: “en wij hadden nog wel gedacht, dat Hij het was, die Israël zou verlossen!”
Pas als ze helemaal zijn uitgepraat begint Jesus te spreken. Deze vreemdeling blijkt kennis te hebben van de Schriften. Hij begint te spreken over Mozes en de profeten en plaatst alles wat er gebeurt is rondom Jesus van Nazareth in dat licht. Ook het lijden en de manier waarop het leek te eindigen. Jesus vertelt het verhaal, dat de Emmaüsgangers dachten te kennen, op een andere manier. En daardoor wordt het letterlijk ook een heel ander verhaal. Niet langer het verhaal van een mooie droom die het gewoon niet redde in onze wereld, naar een verhaal van hoop waar geen einde aan komt.
Al pratend komen Jesus en de mannen aan bij het dorp waar ze heen gingen, en Jesus deed alsof hij verder moest gaan. Maar de twee mannen dringen erop aan dat hij bij hen blijft. Ze willen de vreemdeling niet kwijt! De vreemdeling moet blijven, ze hebben hem nodig. Dat is nog eens andere praat dan wat tegenwoordig in ons land het nieuws beheerst.
Met de komst van die vreemde man was er in hun situatie nog niets wezenlijk veranderd. Ze hadden Jesus nog niet in hem herkend. Ze wisten nog steeds niet beter of hij was aan het kruis gestorven. Maar toch is er in hen van alles veranderd. “Brandde ons hart niet, toen hij met ons sprak?” zouden ze later tegen elkaar zeggen. Ze waren niet langer in de greep van teleurstelling en verdriet, maar er was weer wat terug van het vuur dat Jesus in hen gewekt had. En dan uiteindelijk, terwijl ze samen in een huis zijn om de maaltijd te gebruiken, sprak de vreemdeling de zegen uit over het brood en reikte het hun aan, en opdat moment herkennen ze Jesus in hem. Als in een flits, op het moment dat ze het zien, is het weer weg ook. Maar dan weten ze: het verhaal is niet uit. Jesus is niet dood voorgoed, wat Hij begonnen is gaat door op deze wereld. En dan haastten ze zich terug naar Jeruzalem , naar de andere leerlingen van Jesus, die inmiddels ook, op hun eigen wijze, hebben ervaren dat het verhaal niet uit kan zijn, en dat Jesus leeft.
Het verhaal van Pasen op deze manier verteld. Van een vreemdeling die luistert en mensen op verhaal laat komen. En daarna het verhaal op een nieuwe manier vertelt, geïnspireerd door Mozes en Profeten. Hij doorbreekt de toen onder leerlingen van Jesus heersende sombere kijk op alles wat was voorgevallen. Daar hebben we soms echt een vreemdeling, een buitenstaander voor nodig.
Het verhaal van Pasen op deze manier verteld. Van een vreemdeling die luistert en mensen op verhaal laat komen. En daarna het verhaal op een nieuwe manier vertelt, geïnspireerd door Mozes en Profeten. Hij doorbreekt de toen onder leerlingen van Jesus heersende sombere kijk op alles wat was voorgevallen. Daar hebben we soms echt een vreemdeling voor nodig.
Jesus neemt met liefde de positie in van de vreemdeling, de buitenstaander. Zo alleen kan hij de mannen die naar Emmaüs liepen uit hun gedachtencirkel halen. Zodat hun hart weer kan gaan branden en er nieuwe toekomst zichtbaar wordt. Een ontmoeting met een vreemdeling kan dat teweegbrengen, zoals ook bleek uit de inleiding van mijn collega. Twee mensen uit Irak, zijn zo geraakt door het verhaal van Jesus dat zij zich willen laten dopen. Ze zijn er zo vol van, dat het doopwater niet lang kan worden tegengehouden. Zo zeer brandde hun hart. Van zo iets gaat toch ook ons hart weer branden?


                        Erna Peijnenburg
                        Hein Jan van Ogtrop (inleiding)