- Exodus 17,3-7 water uit de rots - Johannes 4,5-52 de vrouw bij de put Uit een dorre rots komt zomaar geen water en voor velen is het leven niet veel meer dan een zandwoestijn met hier en daar een rotsblok: hierin is het leven een hel.
Mensen die gedroomd hebben van de sprookjestuin van de volwassenheid, mijmeren, ouder geworden, weer terug naar de tijd van hun jeugd. Een volk dat ontsprongen was aan het geweld van de almachtige Farao en zingend op weg ging naar het nieuwe Land, mort en droomt van de dagen van weleer: Egypte. Zo zijn mensen. Eeuwige zoekers en teleurgestelden, altijd verder willen en terug willen keren, geloven in het nieuwe en proberen weg te vluchten in het oude. Wij moeten weten: er is een punt "of no return', de terugweg is afgesloten. Voor wie met God meegaat is er geen weg terug. Vandaag zondag Oculi: God kijkt naar ons, met liefde Hij keert niet op zijn schreden terug. Hij gaat door want Hij is bezig mensen geschiedenis te maken. We zullen horen over de rots die water geeft: Paulus zal later zeggen: die rots is Christus en die gaat met ons mee. De Samaritaanse vrouw ontmoet Hem, haar echte man, de mens die haar leven zin zal geven. Ze laat haar kruik achter en gaat de mensen roepen. Er is een nieuwe toekomst in zicht gekomen, er is Levend Water. PREEK: Een wonderlijk samenspel tussen God en mens wordt ons vandaag gepresenteerd. Jesus: de gezant Gods treedt ons tegemoet: vermoeid en dorstig maar ook op zijn leerstoel -om over praatstoel te preken zou oneerbiedig zijn- op de rand van de oude put van Jacob: diep en donker als het leven zelf. Het is ontroerend dat Hij, de Heer van het leven zelf vermoeidheid toont troostend voor ons gewone mensen vermoeid en grieperig soms angstig en zoekend naar troost en bemoediging. 'Ik heb dorst' zegt de Heer ook nog daar bij de put. En wie is zijn tegenspeler? Een vrouw. Het is een misverstand te menen dat het geloof ons alleen door mannen is verkondigd. In de geschiedenis van het heil spelen vrouwen een uiterst belangrijke rol. De vrouwen van het begin: de aarts-moeders: Sara, Rebecca en Rachel (hun mannen heten Abraham, Isaak en Jakob). De dappere vrouwen van later: Debora, Ruth, Esther en Judith (om er maar enkele te noemen). In het evangelie: Elisabeth, Maria, Maria van Magdela, Maria van Salome enz.enz. En dan ook nog die niet bij name genoemde vrouwen die Jesus "geheel uit eigen middelen onderhouden". Na de Satan met wie Hij de eerste zondag ingesprek was na Mozes en Elia en de tamelijk domme leerlingen op de Tabor nu de vrouw bij de put. Een Samaritaanse, een allochtone met wie normaal joden geen omgang hadden. Aan haar, juist aan haar vertrouwd Hij zijn zorgen toe: 'Ik ben moe, ik heb dorst' maar ook juist aan haar vertrouwt Hij Zijn diepste wezen toe: 'de Verlosser, de Messias, Hij is het die met je spreekt.' Verbaasd komen de leerlingen na dit gesprek terug: ze hebben niets van dit gesprek begrepen. De vrouw begreep het eerst ook niet en zei de domste dingen. Als Jesus nadat zij hem water heeft gegeven peinzend zegt: 'als je wist wie met je spreekt zou je Hem om levend water vragen en Hij zou het schenken voor altijd.' Als de Samaritaanse, dan nog een beetje dom zegt: 'Heer geef mij van dat water dan hoef ik niet meer met mijn kruik te komen sjouwen en te putten' voegt Jesus haar toe: 'ga je man halen.' 'Ik heb geen man' zegt de vrouw. En dan komen de misverstanden. Nu zijn wij de dommen en vele bijbeluitleggers voor ons. Wij openbaren ons dan als lezers en leressen van Privé (bestaat dat blaadje nog?) als wij dan gaan zeggen: 'neen die vrouw heeft geen man want het is een slet, een hoer, iemand die niet deugt.' Ik heb bij de voorbereiding van deze preek eindelijk een goede verklaring gevonden van deze teksten en wel bij de oude wijze Augustinus. Hij zegt: 'onze Heer wil ons geen voyeurs maken in het leven van de ander maar wil ons alleen maar iets leren over ons eigen bestaan en onze eigen domheid en troosteloosheid opheffen.' (Augustinus gaat verder) 'Wat wordt er bedoeld met 'ze heeft geen man' is het niet dat zij, net als wij de ware bruidegom mist voor onze ziel, betekent dat niet dat wij allen, op zoek zijn naar God die ons begrijpt en onze helper is: onze ware bruidegom en Heer van ons bestaan?' En zo worden ons geleidelijk aan allerlei geheimen ontsloten die onze ziel kunnen raken. Augustinus gaat verder: 'luisteren we naar de Heer die zegt: terecht zeg je ik heb geen man vijf mannen heb je gehad en die je nu hebt is je man niet.' Bij de uitleg van deze raadselachtige tekst gaat Augustinus erg diep. 'Vijf mannen heb je gehad: Wijst dit ons op de vijf boeken van Mozes die haar nog niet tot de ware Bruidegom hadden gevoerd. Maar nu is alles anders. Je zult hem kunnen ontmoeten, de ware bruidegom die je nu nog niet kent: als de Heer van je bestaan je zult hem ontmoeten als je Vriend en Heer.' Dan komt de grote omslag van het verhaal. Na een korte discussie over de tempel in Jeruzalem en over de Messias, de Verlosser van de mensheid die zowel joden als Samaritanen hartstochtelijk verwachten -alle mensen zien immers uit naar verlossing- na de discussie die nog even van de misverstanden aan elkaar hangt -ze heeft haar man nog niet gevonden- heeft zij alle plotseling door en zegt tot Jesus: 'Heer ik zie dat Gij een profeet zijt.' Het gesprek vindt zijn bekroning Jesus kan zich aan haar openbaren, nog eerder dan aan zijn leerlingen… vertelt Johannes. Hij verkondigt aan haar dat Hij de Verlosser is, de Messias op wie de mensheid wacht. Zij zegt: 'Ik weet dat de Messias komt" en Jesus: 'Ik ben het die met u spreekt.' Daarna komen de leerlingen terug maar die spelen geen rol van betekenis. de vrouw heeft inmiddels haar kruik achtergelaten -zij heeft het gewone water niet meer nodig zij heeft immers de levengevende Heer gevonden- en holt terug naar haar volk: 'Hij heeft mij alles verteld: Hij weet van mijn verlangens en mijn nood: Hij is mijn redder.' De leerlingen zijn nog niet zover en neuzelen een beetje met elkaar of Jesus nu wel of geen boterham heeft genuttigd. Jesus ergert zich aan hun kortzichtigheid en wijst naar de velden die klaar staan voor de oogst! De verkondiging van het Rijk Gods kan een aanvang nemen en de nieuwe tijd is aangebroken. De leerlingen zijn er nog niet aan toe en verkondigen nog niets maar de Samaritaanse is al druk aan het preken geslagen! Nog voor Petrus, de eerste paus, zal gaan preken - pas op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem- heeft zij de verkondiging al ter hand genomen en dat nog wel onder de heidenen wat Petrus nooit aan zal durven en pas veel later Paulus van haar zal overnemen. U hoort er zit veel in dit verhaal. Augustinus heeft ons geholpen hij heeft het voor ons ontsloten. Vanaf zijn preekstoel -echt nog een stoel in die dagen, men preekte zittend -zoals we dat bij lijdensmeditaties op donderdag ook doen- net als Jesus op de rand van de put- heeft hij zijn mensen en over hun hoofden heen ons veel geleerd. 'Luisteren jullie goed naar de Schrift' had hij gezegd. 'Luister naar de verborgen betekenis laat het woord echt doordringen in je bestaan. Tenslotte nog iets over het tijdstip van Jesus' ontmoeting met de Samaritaanse vrouw. Dat was op het zesde uur: op het heetst van de dag. Op het zesde uur: dat betekent: de frisheid is voorbij. De morgen waarbij iedereen wakker is geweest: het is eigenlijk al te laat om nog iets nieuws te gaan ondernemen de zon zal geleidelijk aan gaan zakken de avond zal vallen en de dag zal een einde nemen. Maar het verhaal leert ons: zelfs als ons bestaan naar zijn einde loopt als al heel wat kansen verkeken lijken is er de mogelijkheid de levende Heer te ontmoeten is het mogelijk Hem toe te laten in je bestaan. Het is nooit te laat: iedere dag opnieuw kunnen we voor Hem kiezen en Hij zal ons leven geven/ ons leven krijgt zin en glans de dood kan ons niet meer raken: Met Pasen zal het licht aan ons worden aangereikt en wij zullen het doorgeven aan elkaar en we zullen de Samaritaanse nazeggen: "we wachten op de Messias". Het antwoord zal dan Jesus' opstanding zijn uit de dood en zo zal Hij tot ons zeggen: "Ik ben het, Ik ben het die jou nieuw wil maken.' En dan zullen we besprenkeld worden met het water dat ons herinnert aan de doop levend water: wij zullen leven. Als God zo voor ons is wie zal dan tegen zijn. AMEN. |