Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Allerheiligen E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
maandag, 1 november 2004

Apokalyps 7,2-14 Matteüs 5,1-12a

Toen ik de kinderen eens uitlegde dat er in onze kerk zoveel heiligen waren afgebeeld, vooral in de gebrandschilderde ramen, zei een van hen: 'als ik het goed begrijp zijn heiligen mensen waar licht door schijnen kan...' een prachtige definitie.

Met een heilige is een mens bedoeld
die doet wat hij doen moet.

 

Iemand die zich wil laten vullen met zijn opdracht
en daar voor leven wil tot zijn laatste snik.
Dat is een geschiedenis van vallen en opstaan.

Van sommige heiligen lezen we
dat ze van kindsafaan al heilig waren.

Van de heilige Nicolaas wordt bijvoorbeeld verteld
dat hij als baby al; op vrijdag de moederborst weigerde
omdat hij zich wilde onthouden.

Maar bij de meeste heiligenverhalen horen we andere verhalen.

Meestal was er in hun leven sprake
van een worsteling om te proberen hun roeping te vinden.

In vele heiligengeschiedenissen lees je dan ook
dat ze eerst een oppervlakkig en zondig bestaan leidden
en zich dan -gelukkig niet te laat- bekeerden
en anderen tot zegen konden gaan zijn.

Dat staat bijvoorbeeld in het verhaal van Bavo te lezen.

Wat die verhalen ons willen leren is
dat in ieder menselijk leven er een groei is naar God toe.

Het gaat meestal niet vanzelf,
het gaat niet gemakkelijk en niemand
-ook niet Nicolaas- is meteen echt vol van God.

Daar heb je tijd voor nodig.

De roepstem van God naar ieder mens toe
krijgt heel geleidelijk en langzaam-aan pas antwoord.

Ieder mens ontdekt zijn roeping
doordat een ander hem nodig heeft.

Als je voor God kiest en Zijn gerechtigheid en Zijn vrede
zal je tegenwerking ontmoeten.

Je zult weerloos zijn in de grote wereld
waarin andere waarden gelden
en waarin de macht van de sterkste alleen nog maar telt.

Als Jesus met zijn vrienden heeft plaatsgenomen op de berg
wijst Hij hen op de omgekeerde wereld
zoals God die voor ogen heeft.

De wereld van God waarin niet onmiddellijk
de gewone rijken rijk zijn
maar waarin de mensen die arm kunnen zijn
de nieuwe rijkdom zullen ontdekken van het gaan met God.

De vrienden die bij het heilige volk willen horen
zullen treuren omdat zij zien wat er allemaal aan vreselijks gebeurt,
ze zullen niet tevreden zijn met alles
wat is zoals het is maar hongeren en dorsten naar de gerechtigheid.

In die uitspraken van Jesus, de zaligsprekingen genoemd,
wordt alles op zijn kop gezet.

De mensen die het hier goed hebben
worden niet genoemd maar juist degenen die lijden,
die tekort komen en die vervolgd worden.

Of degenen die door hun karakter uitstralen
dat zij anderen tot zegen kunnen zijn:
dat zij kunnen vergeven,
dat ze zachtmoedig kunnen zijn en mild;
dat zij willen kiezen met hun hele wezen voor God en Zijn nieuwe toekomst,
de zuiveren van hart en inzet.

God is -staat in een van de nieuwere tafelgebeden
die we regelmatig in deze kerk bidden-
altijd maar bezig zich een volk te verzamelen.

Een volk van mensen die voor Hem willen kiezen, een Heilig volk.
Tot dat volk behoren grote geesten
als Thomas van Aquino en Theresia van Avila,
tot dat volk behoren ook de simpelen van geest
zoals Benedictus Labre -gelukkig ook in onze kerk afgebeeld-,
tot dat volk behoren kinderen en ouderen,
zonderlingen en geleerden.

Tot dat volk behoren bisschoppen en huismoeders.

U hoorde immers in de eerste lezing van vandaag vertellen
hoe het de kinderen Israëls zijn,
die de kern vormen van het nieuwe volk van God.

Heel de mensheid wordt namelijk gegroepeerd
rondom de 144.00 getekenden, de 12 x 12.000 getekenden
uit alle stammen van Israël.
En dan klinken al 20 eeuwen door de 12 namen
van de stammen van Gods lievelingsvolk.

Bijna was er een ongeluk gebeurd vandaag
en hadden we hun namen niet gehoord.
In uw boekje staan ze namelijk niet vermeld,
helaas, waarschijnlijk om tijd en drukinkt te besparen.

Wat een afschuwelijk gebrek aan respect
voor de namen van Gods kinderen.

Wij hebben gelukkig de volledige bijbel even gepakt
en zo hebt u dus toch, als vanouds, de namen gehoord
van alle stammen Israëls, van iedere stam 12000 getekenden.

Uit de stam Issachar, Zebulon, Naftali en de stam Juda,
de stam van Jesus zelf! Je mag ze toch niet vergeten,
de mannen en vrouwen van het volk
waar God mee begonnen is op weg te gaan; de heiligen van het begin:
de oerheiligen eigenlijk.
Ze staan daar als de kern van een nieuw nog groter nieuw volk van God.
De niet joden mogen in een kring om hen heen staan.
rondom dit unieke volk
gemarteld en gekwetst als geen ander volk;
in de loop der geschiedenis meerdere malen met uitsterven bedreigd
maar levend en stralend voor God hier de volle Gloria!

Als wij het feest van alle heiligen vieren,
vieren we dat God ooit tot zijn joden heeft gezegd:
'wees een heilig volk.'

Probeer in jullie midden mijn naam hoog te houden
en niet te geloven in de macht van de afgoden
en de grote machten om je heen.

Probeer te geloven dat mijn geschiedenis van vrede en recht
de enige echte belangrijke geschiedenis is
en die maak ik met mijn mensen: groten en kleinen,
mannen en vrouwen, kinderen en volwassenen:
allemaal maken ze deel uit van dat grote heilige volk;
een volk van mensen met een roeping:
dat zijn heiligen... dat zijn wij.

AMEN.