Schriftlezingen: - Openbaringen 7,2-14 de hemel - Matteus 5,1-12 de zaligsprekingen. Dat God de mensen die voor Hem kiezen niet teleur zal stellen vieren we op deze 1e en 2e november: Allerheiligen en Allerzielen. Ik noem ze met opzet samen. Ze horen bij elkaar. Vroeger werden Allerheiligen en Allerzielen op één dag gevierd. Eigenlijk beter want God discrimineert niet. In de hemel heb je geen eerste en tweede klas meer. Het gaat daar om het grote volk van God dat Hij verzamelen wil. Op Allerzielen worden de namen gelezen uit het Liber Defunctorum: de namen van hen die uit deze kerk werden uitgedragen en enkelen uit de kring daar rond om heen. Die namen betekenen veel voor ons, maar ook voor God: er staat immers in de Schrift te lezen dat God die namen geschreven heeft in de palm van zijn hand
Eens vroeg uw vriend Mozes: hoe is Uw naam? En vanuit een brandende braamstruik klonk toen het antwoord: MIJN NAAM IS: IK ZAL ER VOOR JE ZIJN. Die naam is een naam om te onthouden. Een naam die troost en geneest. Op deze twee dagen, Allerheiligen en Allerzielen willen wij belijden hoe belangrijk het leven van alle mensen is. Wij noemen met ere de mensen die ons vormden, de mensen die ons opvoedden en troostten. De mensen die ons door hun levenshouding lieten zien dat wij zelf er mogen zijn. Want mensen (ook wijzelf!) zijn kostbaar en uniek. Ieder mens bewaart een bijzonder geheim -een bekend spreekwoord omdraaiend- iedereen is onmisbaar. Zalig ieder mens op zijn eigen plek. Toen ik de kinderen eens uitlegde dat er in onze kerk zoveel heiligen waren afgebeeld, vooral in de gebrandschilderde ramen, zei een van hen: 'als ik het goed begrijp zijn heiligen mensen waar licht door schijnen kan...' een prachtige definitie. Met een heilige is een mens bedoeld die doet wat hij doen moet. Iemand die zich wil laten vullen met zijn opdracht en daar voor leven wil tot zijn laatste snik. Dat is een geschiedenis van vallen en opstaan. Van sommige heiligen lezen we dat ze van kindsafaan al heilig waren. Van de heilige Nicolaas wordt bijvoorbeeld verteld dat hij als baby al; op vrijdag de moederborst weigerde omdat hij zich wilde onthouden. Maar bij de meeste heiligenverhalen horen we andere verhalen. Meestal was er in hun leven sprake van een worsteling om te proberen hun roeping te vinden. In vele heiligengeschiedenissen lees je dan ook dat ze eerst een oppervlakkig en zondig bestaan leidden en zich dan -gelukkig niet te laat- bekeerden en anderen tot zegen konden gaan zijn. Dat staat bijvoorbeeld in het verhaal van Bavo te lezen. Wat die verhalen ons willen leren is dat in ieder menselijk leven er een groei is naar God toe. Het gaat meestal niet vanzelf, het gaat niet gemakkelijk en niemand -ook niet Nicolaas- is meteen echt vol van God. Daar heb je tijd voor nodig. De roepstem van God naar ieder mens toe krijgt heel geleidelijk en langzaam-aan pas antwoord. Ieder mens ontdekt zijn roeping doordat een ander hem nodig heeft. Als je voor God kiest en Zijn gerechtigheid en Zijn vrede zal je tegenwerking ontmoeten. Je zult weerloos zijn in de grote wereld waarin andere waarden gelden en waarin de macht van de sterkste alleen nog maar telt. Als Jesus met zijn vrienden heeft plaatsgenomen op de berg wijst Hij hen op de omgekeerde wereld zoals God die voor ogen heeft. De wereld van God waarin niet onmiddellijk de gewone rijken rijk zijn maar waarin de mensen die arm kunnen zijn de nieuwe rijkdom zullen ontdekken van het gaan met God. De vrienden die bij het heilige volk willen horen zullen treuren omdat zij zien wat er allemaal aan vreselijks gebeurt, ze zullen niet tevreden zijn met alles wat is zoals het is maar hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. In die uitspraken van Jesus, de zaligsprekingen genoemd, wordt alles op zijn kop gezet. De mensen die het hier goed hebben worden niet genoemd maar juist degenen die lijden, die tekort komen en die vervolgd worden. Of degenen die door hun karakter uitstralen dat zij anderen tot zegen kunnen zijn: dat zij kunnen vergeven, dat ze zachtmoedig kunnen zijn en mild; dat zij willen kiezen met hun hele wezen voor God en Zijn nieuwe toekomst, de zuiveren van hart en inzet. God is -staat in een van de nieuwere tafelgebeden die we regelmatig in deze kerk bidden- altijd maar bezig zich een volk te verzamelen. Een volk van mensen die voor Hem willen kiezen, een Heilig volk. Tot dat volk behoren grote geesten als Thomas van Aquino en Theresia van Avila, tot dat volk behoren ook de simpelen van geest zoals Benedictus Labre -gelukkig ook in onze kerk afgebeeld-, tot dat volk behoren kinderen en ouderen, bisschoppen en huismoeders, zonderlingen en geleerden. U hoorde in de eerste lezing van vandaag vertellen hoe het de kinderen Israëls zijn, die de kern vormen van het nieuwe volk van God. Heel de mensheid wordt gegroepeerd rondom de 144.00 getekenden, de 12 x 12.000 getekenden uit alle stammen van Israël. En dan klinken al 20 eeuwen door de 12 namen van de stammen van Gods lievelingsvolk. Bijna was er een ongeluk gebeurd vandaag en hadden we hun namen niet gehoord. In uw boekje staan ze namelijk niet vermeld, helaas, waarschijnlijk om tijd en drukinkt te besparen. Wat een afschuwelijk gebrek aan respect voor de namen van Gods kinderen. Wij hebben gelukkig de volledige bijbel even gepakt en zo hebt u dus toch, als vanouds, de namen gehoord van alle stammen Israëls, van iedere stam 12000 getekenden. Uit de stam Issachar, Zebulon, Naftali en de stam Juda, de stam van Jesus zelf! Je mag ze toch niet vergeten, de mannen en vrouwen van het volk waar God mee begonnen is op weg te gaan; de heiligen van het begin: de oerheiligen eigenlijk. Ze staan daar als de kern van een nieuw nog groter nieuw volk van God. De niet joden mogen in een kring om hen heen staan. rondom dit unieke volk gemarteld en gekwetst als geen ander volk; in de loop der geschiedenis meerdere malen met uitsterven bedreigd maar levend en stralend voor God hier in de volle Gloria! Als wij het feest van alle heiligen vieren, vieren we dat God ooit tot zijn joden heeft gezegd: 'wees een heilig volk.' Probeer in jullie midden mijn naam hoog te houden en niet te geloven in de macht van de afgoden en de grote machten om je heen. En over hun hoofden heen zegt Hij ook tot ons: probeer te geloven dat mijn geschiedenis van vrede en recht de enige echte belangrijke geschiedenis is en die maak ik met mijn mensen: groten en kleinen, mannen en vrouwen, kinderen en volwassenen: een volk, een volk van mensen met een roeping: een heilig volk heet dat. We denken deze dagen aan de grote heiligen van vroeger en morgen op Allerzielen aan de kleine heiligen die wij zelf gekend hebben onze dierbaren die leefden onder Gods aangezicht. En als wij vandaag, gezegend en wel de kerk verlaten moeten wij beseffen: de mensen die Gods licht in deze wereld moeten doorlaten vandaag zodat anderen het kunnen zien: de heiligen, de geroepen van nu, dat zijn wij. God zegene ons bij het vervullen van die opdracht. |