| Allerzielen |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| donderdag, 2 november 2006 | |
|
openingswoord:
Ik noem ze met opzet samen. Ze horen bij elkaar.
In de hemel heb je geen eerste en tweede klas meer. Almachtige eeuwige God, in deze genadevolle dagen gedenken wij in één feest alle heiligen, gekend of ongekend, die in U geloofden en bij leven en bij sterven hun menselijke hoop aan Uw goddelij¬ke liefde hebben toevertrouwd. Eens vroeg uw vriend Mozes: hoe is Uw naam en in het brandende braambos klonk toen het antwoord: MIJN NAAM IS: IK ZAL ER VOOR JE ZIJN. Daarom klampen wij ons vanavond aan U vast in ons verdriet als wij bidden: God die zelf Uw naam genoemd hebt: IK ZAL ER ZIJN wees er vanavond voor ons en voor onze dierbaren. Laat hen en laat ons niet los Met hen en U zijn wij verbonden tot de gemeenschap van de heili¬gen. Wij vragen U op hun voorspraak: vervul onze verwachtingen en laat ons delen in de overvloed van Uw barmhartigheid. Dat vragen wij omwille van Jesus Messias Uw Zoon, de grootste heilige, Uw Zoon; die in de eenheid van de Heilige Geest .. preek Ik heb er grote moeite mee hoe in deze dagen rond merkwaardige Haloweenrituelen de dood wordt benaderd. Ik kocht snoep voor kinderen van vrienden bij Jamin en opeens zag ik een klein doodskistje staan nota bene met een kruis erop. Ik heb niet eens gekeken wat er in zat. Chocolaadjes denk ik… maar ik laat mijn fantasie niet verder werken. ‘Ja, de dood is geen taboe meer’ zei iemand tegen wie ik dit verhaal ontzet vertelde. Had die gelijk? Ik vind van niet. En wij dan in de kerk? Zijn wij ook niet met de dood bezig met een doodsklok met donkere kleuren? De dood….. heeft die het hier ook voor het zeggen? Antwoord, neen, nee en nog eens nee. Vandaag willen wij juist belijden hoe belangrijk het leven van alle mensen is en wij doen dat in verbondenheid met de mensen die in ons eigen leven een rol hebben gespeeld en nog spelen en van wie wij afscheid moeten nemen. Wij noemen met ere de mensen die ons vormden de mensen die ons opvoedden en troostten de mensen die ons door hun levenshouding lieten zien dat wij zelf er mogen zijn. Als wij dan van die dierbaren afscheid moeten nemen merken we nog heviger hoe belangrijk zij voor ons waren.. en daarbij geldt gelukkig ook nog steeds dat wij aan afscheid nemen van dierbaren nooit zullen wennen. Mensen zijn geschapen om bij elkaar te blijven om elkaar handen te geven en bij te praten om elkaar te strelen en desnoods met elkaar een beetje ruzie te maken maar om elkaar los te laten is altijd moeilijk. Zelfs als iemand 90 jaren oud is willen wij ze toch niet missen.. en zo moeten we dat ook blijven voelen. Want mensen zijn kostbaar mensen zijn uniek ieder mens bewaart een bijzonder geheim en is onmisbaar: -een bekend spreekwoord omdraaiend- iedereen is onmisbaar... ieder mens naar Gods beeld geschapen even waardevol. Als wij maar moeilijk kunnen wennen aan het er niet meer zijn van onze dierbaren heeft dat niet te maken met een vreemd soort verdringing een niet accepteren van de dood maar in feite is het een geloofsbelijdenis: een geloofsbelijdenis in de waarde van iedere mens; in de waarde van het leven: in de kracht van de levende God die heeft gezegd dat Hij het werk van zijn handen niet loslaat. ---------------------------- Iedereen zal ze zich op een eigen wijze de eigen dierbaren herinneren hoe ze praatten hoe ze lachten hoe ze vriendelijk waren, hoe lastig ze soms waren Hoe ze ons tot de orde riepen hoe ze stuk voor stuk mensen waren van wie wij zeggen dat wij allen blij zijn dat wij hen hebben ontmoet. Helaas: wij moeten allen sterven ! ------------ Wij leven in een wereld die met de kwetsbaarheid van het mense¬lijk bestaan geen raad weet, laat staan met de dood. De reclames op dezelfde TV die ons bij voorkeur alleen de groten der aarde toont, de mensen met macht tonen ons alleen maar jonge vitale mensen die het eeuwig leven lijken te hebben... maar dat hebben wij helaas niet. In een van de oude geloofsgeschriften van Israël, het boek Job, klaagt de man Job over die menselijke kwetsbaar¬heid. Hij zegt: 'voor een boom is er hoop, als hij wordt gekapt schiet hij weer uit, zodra hij maar water ruikt zal hij uitschieten als een jonge plant'. We zullen dat weer mee gaan maken, na de komende dorheid van het najaar volgt onverbiddelijk zeker ieder jaar weer de uitbundige terugkomst van het leven in de lente. Dat mag zo zijn.. het leven is sterk. 'Maar' zo klaagt de man Job: 'sterft een mens, wat ligt hij dan machteloos neer'. De machteloosheid van de mens erkennen is geen sombere konstatering van een humeurige sombere mens maar is het begin van de genezing, het is het begin van een nieuw begin. We gaan ons dan openstellen voor de echte levensbron zelf: voor God die de Heer van het leven is. En als wij dat doen worden wij niet teleurgesteld: Hij is de Heer van het leven Hij heeft Zijn schepping lief. Nooit kunnen wij dat genoeg erkennen.. nooit wordt dat te vaak verkondigd.. iedere uitvaart die wij meemaken zal -hoe droevig ook- tegelijkertijd een stralende verkondiging moeten en mogen zijn van Gods vergevende en bewarende liefde en zo een getuigenis zijn van de doorbraak van nieuw leven dankzij de kracht van Levende God van Israël die ook onze God wil zijn. ------------------------ 'Het huis van de vader biedt vele kamers’ -we lazen de nieuwe vertaling, wat klinkt dat huiselijk- (de oude vertaling sprak over woningen).' We hebben die tekst bij vele uitvaarten gelezen. Deze geloofsbelijdenis getuigt van onze hoop dat onze dierbaren bij Hem terecht kunnen. Maar, zelfs op allerzielen, zijn zij niet de enigen die belangrijk zijn. Deze viering is er ook voor ons. opdat wij, zoals wij hier zijn, bedroefd en verslagen, angstig onzeker, dwalend, zoekend, vindend mogen horen dat er voor ons ook ruimte is bij God. Ook wij mogen er zijn ook voor ons is er plaats in het huis van de Vader in Zijn liefde is er ook ruimte voor ieder van ons die achterblijft en die -vaak alleen- zijn of haar weg moet gaan. -------------------- Dat God de mensen die voor Hem kiezen niet teleur zal stellen vieren we op deze 1e en 2e november: Allerheiligen en Allerzie¬len. Het gaat dan om het grote volk van God dat Hij verzamelen wil. Het volk van al die mensen die ons voorgingen en die nu voor ons ten beste spreken. Het staat zo terecht in de liturgie van de uitvaart: 'Heer neem hen op in Uw glorie laat zij die ons zijn voorgegaan een beetje aan ons denken, maak hen tot onze voorsprekers bij U. Mogen zij U onze namen in herinnering brengen zoals Hij dat doet de mens naast U, de grootste Heilige Jesus zelf die naast U staat in al Uw heer¬lijkheid.' Zo krijgen wij ook nog van onze overledenen kracht mee. Allerzielen hoort geen donkere dag te zijn die akelig contras¬teert met allerheiligen maar een dag van licht en troost. God houdt van mensen en zal dat blijven doen. En tot ons ALLEN is gezegd: 'jul¬lie zijn een heilig volk' en tot IEDER VAN ONS PERSOONLIJK is gezegd: 'ik heb jou nodig, ik kan niet zonder jou.' Tot ieder van ons per¬soon¬lijk wordt ge¬zegd: 'ik roep jou bij je naam, wees er voor de mensen voor wie jij iets kunt betekenen.' Dan geldt voor jou, dan geldt voor ons allen dat Hij ons niet teleur zal stellen. Terwijl de dood buiten weer lijkt te gaan regeren verkon¬digt de kerk dat Hij een God van levenden is. Hij is ons mensen trouw. Hij heeft onze namen geschreven in de palm van zijn hand, Hij begeleidt ons met Zijn licht. Hij zal ons opvangen in zijn heerlijkheid en ook wij mogen staan in die grote kring rond de 144.00 gete¬kenden -waar wij gisteren over hoorden spreken - en rond allen die ons zijn voorgegaan en nu voor ons ten beste spre¬ken. ---------------------- Wij hier beneden zijn nu al opgeno¬men in de liefde van God die alle begrip te boven gaat. Ook wij mogen leven in het licht dat niemand doven kan. Jesaja heeft het over een feestmaal dat de Heer aanricht. God is een gezellige God die voor ons zelfs heerlijke pure, rijpe wijnen heeft klaarstaan. Dat is toch een heerlijke manier van zeggen. Verdriet was er veel het afgelopen jaar: een jonge moeder, een jonge vrouw die op Maria ten Hemelopneming haar leven afsloot… Het verdriet heeft toch niet het laatste woord: de Heer wist alle tranen – staat er geschreven- van elk gezicht. Dus ook dat van u die het vanavond moeilijk heeft. Vanavond mogen wij dankbaar zeggen wij hebben een God die met ons meeleeft die ons niet uitlacht die ons sterkt. Hij is onze helper vandaag en alle dagen die ons gegeven zijn en als onze weg ten einde loopt staat Hij ook voor ons klaar als vriend, helper, gastheer, trooster en bevrijder. De oude lofzang Te Deum die altijd op bijzondere feesten wordt aangeheven eindigt met een verwijzing naar onze onzekerheid: In Te Domine speravi, op U Heer heb ik mijn hoop gesteld als U er toch niet was… maar dan gaat het tromfantelijk verder: non confundar in aeternum: ik kan niet teleurgesteld worden. AMEN |



