Openbaring Johannes 14,1-9 Allerzielen is een bijzondere dag. Als wij de media volgen horen wij berichten over de grote geschiedenis van de mensheid: we horen over Bush en Poetin en Irak, over Mable en over de Marokkanen over allerlei dingen waar we wel mee te maken hebben maar die eigenlijk niet onze eigen geschiedenis zijn.
Vandaag staan we stil bij onze eigen geschiedenis en dan vooral zoals die vorm kreeg in het leven van onze dierbaren. De geschiedenis zoals die werd geleefd door grootouders, ouders, gehuwden, ongehuwden, sommigen op zeer hoge leeftijd gestorven en soms veel te jong. Sommigen moeten lang lijden pijnlijk en hard is dat om mee te maken anderen zijn plotseling weggegaan. De plotselinge dood is een ramp. Soms zeggen we er voor onszelf voor te kiezen omdat je dan zo gauw door de dood heen bent maar het is niet fijn omdat je dan geen afscheid kunt nemen van elkaar omdat je dan die laatste dagen niet hebt met zorgen en pijn maar ook met de vreugdemomenten dat je kunt zeggen hoe veel je van elkaar houdt. We denken aan onze dierbaren aan de lessen die zij ons gaven aan de inspanningen die zij zich getroosten: we denken aan hun vreugdes en hun verdriet aan hun idealen en hun teleurstellingen en we denken hoe erg het is dat mensen elkaar moeten missen. Want mensen zijn geschapen om elkaars handen vast te houden om met elkaar te praten, lieve dingen zeggen we tegen elkaar en kritische dingen. We zijn soms hard voor elkaar en kritisch maar om elkaar te moeten missen dat is meer dan wij verdragen kunnen. Dit jaar moesten wij ook hele droevige dingen meemaken: vlak voor kerstmis vorig jaar de dood van twee kinderen: Jeroen, 9 jaar die plotseling in de nacht stierf, met honderden mensen, groot en klein namen we afscheid van hem en dan Johan, 8 jaren jong die jarenlang tegen de kanker vocht en die voor broers en zusjes, ouders en familieleden een voorbeeld was van moed en kracht: kinderen die je nooit zult vergeten. En dan hadden we ook nog Mark. Veel leed hij aan zijn depressies maar met de moed der wanhoop kwam hij er weer uit. Attent en lief voor allen om hem heen, Mark die, net 30 jaren jong, in de zee verdronk. We lazen bij zijn gedachtenisdienst: ‘ al vlieg ik de hemel in al ga ik naar de verste stranden der zee altijd houdt uw hand mij vast. En we hadden een Poolse parochiaan, Jan Jach die nog had gevochten voor de bevrijding van Nederland maar die vereenzaamd en wel en op een avond het water in liep, de nacht voor het hard zou gaan vriezen in februari zodat wij hem pas later hebben gevonden in het ijs. Jan Jach die we toen, een maand later, toen wij hem hadden gevonden, begroeven maar die al veel eerder door de eeuwige was gevonden. Samen schrijven wij de geschiedenis van God met de mensen samen zijn wij op weg naar een betere toekomst, allemaal leveren wij onze eigen bijdrage ieder op haar of zijn eigen plek. U allen hier aanwezig denkt vandaag aan iemand en dat bindt ons in ons verdriet maar ook in onze dankbaarheid voor wat ons in onze dierbaren gegeven is. Allemaal bedenken wij ook hoe wij, net als degenen van wie wij afscheid namen niet kunnen leven als er geen mensen zijn die ons troosten en vasthouden en vooral als wij niet zouden weten dat er EEN is met een hoofdletter die zich voor ons interesseert en die zich met deze merkwaardige naam bekend heeft gemaakt: IK ZAL ER ZIJN. Met die God aan hun zijde leefden degenen die ons zijn voorgegaan, de groten en de kleinen. Met die God aan hun zijde werken wij samen aan de opbouw van een wereld een nieuwe wereld waarin alles anders zal zijn: waarin recht wordt gedaan en vrede. Nodiger dan ooit is dat in onze dagen. Terwijl de grootmachten zich beraden wat ze moeten doen -we moeten ze met argusogen volgen en ondersteunen waar nodig is..- gaan de kleine dingen door. Kinderen gaan naar school, jongeren bouwen aan hun toekomst, mannen en vrouwen gaan naar hun werk: ouderen zijn elkaar tot zegen de mensen die alleen zijn houden vol. En we zijn ook bezig met de voorbereiding van huwelijksdiensten van dopen en verder met alle gewone dingen die gedaan moeten worden. We moeten de gewone dingen die belangrijker zijn dan je denkt aandacht geven en dus ook hier aandachtiger misschien dan ooit deze allerzielenviering bijwonen. We zitten hier niet omdat het nu eenmaal zo hoort en er verwacht werd dat u hier vandaag zou zijn maar omdat er in deze grote wereld behoefte is aan zorg en aandacht voor de dingen die wezenlijk zijn: “ wie één mens eert, het is alsof hij heel de mensheid eert…” zo parafraseer ik een uitspraak uit de KORAN. “Wie één mens eert…” dat doen wij hier samen. Wij eren onze dierbaren die er niet zo lang geleden nog waren en die nu niet meer hier in ons midden zijn. Op hen allemaal is de tekst uit het 5e boek van Mozes van toepassing: ‘ Hij heeft u vernederd en honger doen lijden’. Maar er waren ook andere dingen zoals Mozes zegt: ‘Maar hij gaf je ook het manna om vol te houden’ 'Het huis van de vader biedt vele woningen.' hebben we vandaag ook horen lezen er is zeker ruimte voor onze dierbaren Maar ook voor ons. Het is vandaag een gewone zondag waarop wij Allerzielen vieren en daarom is het meer dan ooit een plechtigheid voor ons allen. Wij allen, gewoon het volk van zondag op zondag van mensen die onze weg gewoon gaan bedroefd en verslagen, angstig onzeker, dwalend, zoekend, vindend wij allemaal mogen horen dat er voor ons ook ruimte is bij God, de God die aan Mozes gezegd heeft: IK ZAL ER ZIJN. Ieder mens mag er zijn. voor ieder mens is ruimte...... voor ieder mens met haar of zijn eigen idealen, met zijn eigen ideeën. Hij wil onze God zijn door dik en dun Hij stelt alleen één voorwaarde waaraan wij moeten voldoen: als wij ook elkaars herders en herderinnen willen zijn, elkaar bewarend en troostend trouw aan elkaar tot onze laatste snik. Samen vinden wij in alle verdriet toch ergens onder de as ons geloof in Hem weer terug, het geloof dat besmeurd en gehavend tot ons komt dat wordt doorgegeven en vervormd, voorgeleefd en bedorven door mensen maar dat een onuitputtelijke kracht is die ons op de been houdt. Het is het geloof in een persoon, de God die heeft gezegd: IK ZAL ER ZIJN VOOR JULLIE. En dan ontdekken wij, ieder voor zich: ook ik mag er zijn ook voor mij is er plaats mijn leven heeft zin. Zo moge het zijn. AMEN |