Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Allerzielen E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 2 november 2003

Openbaring Johannes 14,1-9

Allerzielen is een bijzondere dag.

Als wij de media volgen
horen wij berichten over de grote geschiedenis van de mensheid:
we horen over Bush en Poetin en Irak,
over Mable en over de Marokkanen
over allerlei dingen waar we wel mee te maken hebben
maar die eigenlijk niet onze eigen geschiedenis zijn.

Vandaag staan we stil bij onze eigen geschiedenis
en dan vooral zoals die vorm kreeg in het leven van onze dierbaren.

De geschiedenis zoals die werd geleefd door grootouders, ouders,
gehuwden, ongehuwden,
sommigen op zeer hoge leeftijd gestorven en soms veel te jong.
Sommigen moeten lang lijden
pijnlijk en hard is dat om mee te maken
anderen zijn plotseling weggegaan.

De plotselinge dood is een ramp.
Soms zeggen we er voor onszelf voor te kiezen
omdat je dan zo gauw door de dood heen bent
maar het is niet fijn
omdat je dan geen afscheid kunt nemen van elkaar
omdat je dan die laatste dagen niet hebt
met zorgen en pijn maar ook met de vreugdemomenten
dat je kunt zeggen hoe veel je van elkaar houdt.

We denken aan onze dierbaren
aan de lessen die zij ons gaven
aan de inspanningen die zij zich getroosten:
we denken aan hun vreugdes en hun verdriet
aan hun idealen en hun teleurstellingen
en we denken hoe erg het is
dat mensen elkaar moeten missen.

Want mensen zijn geschapen om elkaars handen vast te houden
om met elkaar te praten,
lieve dingen zeggen we tegen elkaar
en kritische dingen.

We zijn soms hard voor elkaar en kritisch
maar om elkaar te moeten missen
dat is meer dan wij verdragen kunnen.

Dit jaar moesten wij ook hele droevige dingen meemaken:
vlak voor kerstmis vorig jaar de dood van twee kinderen:
Jeroen, 9 jaar die plotseling in de nacht stierf,
met honderden mensen, groot en klein namen we afscheid van hem
en dan Johan, 8 jaren jong die jarenlang tegen de kanker vocht
en die voor broers en zusjes, ouders en familieleden
een voorbeeld was van moed en kracht:
kinderen die je nooit zult vergeten.
En dan hadden we ook nog Mark.
Veel leed hij aan zijn depressies
maar met de moed der wanhoop kwam hij er weer uit.
Attent en lief voor allen om hem heen,
Mark die, net 30 jaren jong, in de zee verdronk.

We lazen bij zijn gedachtenisdienst:
‘ al vlieg ik de hemel in
al ga ik naar de verste stranden der zee
altijd houdt uw hand mij vast.

En we hadden een Poolse parochiaan, Jan Jach
die nog had gevochten voor de bevrijding van Nederland
maar die vereenzaamd en wel en op een avond het water in liep,
de nacht voor het hard zou gaan vriezen in februari
zodat wij hem pas later hebben gevonden in het ijs.
Jan Jach die we toen, een maand later, toen wij hem hadden gevonden, begroeven
maar die al veel eerder door de eeuwige was gevonden.

Samen schrijven wij de geschiedenis van God met de mensen
samen zijn wij op weg naar een betere toekomst,
allemaal leveren wij onze eigen bijdrage
ieder op haar of zijn eigen plek.


U allen hier aanwezig denkt vandaag aan iemand
en dat bindt ons in ons verdriet
maar ook in onze dankbaarheid voor wat ons
in onze dierbaren gegeven is.

Allemaal bedenken wij ook
hoe wij, net als degenen van wie wij afscheid namen
niet kunnen leven als er geen mensen zijn die ons troosten en vasthouden
en vooral als wij niet zouden weten
dat er EEN is met een hoofdletter
die zich voor ons interesseert
en die zich met deze merkwaardige naam bekend heeft gemaakt:
IK ZAL ER ZIJN.

Met die God aan hun zijde
leefden degenen die ons zijn voorgegaan,
de groten en de kleinen.

Met die God aan hun zijde werken wij samen
aan de opbouw van een wereld
een nieuwe wereld waarin alles anders zal zijn:
waarin recht wordt gedaan en vrede.
Nodiger dan ooit is dat in onze dagen.

Terwijl de grootmachten zich beraden wat ze moeten doen
-we moeten ze met argusogen volgen
en ondersteunen waar nodig is..-
gaan de kleine dingen door.

Kinderen gaan naar school,
jongeren bouwen aan hun toekomst,
mannen en vrouwen gaan naar hun werk:
ouderen zijn elkaar tot zegen
de mensen die alleen zijn houden vol.

En we zijn ook bezig met de voorbereiding van huwelijksdiensten
van dopen en verder met alle gewone dingen die gedaan moeten worden.

We moeten de gewone dingen die belangrijker zijn dan je denkt
aandacht geven
en dus ook hier aandachtiger misschien dan ooit
deze allerzielenviering bijwonen.

We zitten hier niet omdat het nu eenmaal zo hoort
en er verwacht werd dat u hier vandaag zou zijn
maar omdat er in deze grote wereld behoefte is
aan zorg en aandacht voor de dingen die wezenlijk zijn:
“ wie één mens eert, het is alsof hij heel de mensheid eert…”
zo parafraseer ik een uitspraak uit de KORAN.

“Wie één mens eert…”
dat doen wij hier samen.
Wij eren onze dierbaren
die er niet zo lang geleden nog waren
en die nu niet meer hier in ons midden zijn.

Op hen allemaal is de tekst uit het 5e boek van Mozes
van toepassing:
‘ Hij heeft u vernederd en honger doen lijden’.
Maar er waren ook andere dingen zoals Mozes zegt:
‘Maar hij gaf je ook het manna om vol te houden’

'Het huis van de vader biedt vele woningen.'
hebben we vandaag ook horen lezen
er is zeker ruimte voor onze dierbaren
Maar ook voor ons.

Het is vandaag een gewone zondag
waarop wij Allerzielen vieren
en daarom is het meer dan ooit een plechtigheid voor ons allen.

Wij allen, gewoon het volk van zondag op zondag
van mensen die onze weg gewoon gaan
bedroefd en verslagen, angstig onzeker,
dwalend, zoekend, vindend
wij allemaal mogen horen
dat er voor ons ook ruimte is bij God,
de God die aan Mozes gezegd heeft:
IK ZAL ER ZIJN.

Ieder mens mag er zijn.
voor ieder mens is ruimte......
voor ieder mens met haar of zijn eigen idealen,
met zijn eigen ideeën.

Hij wil onze God zijn door dik en dun
Hij stelt alleen één voorwaarde
waaraan wij moeten voldoen:
als wij ook elkaars herders en herderinnen willen zijn,
elkaar bewarend en troostend
trouw aan elkaar
tot onze laatste snik.

Samen vinden wij in alle verdriet
toch ergens onder de as
ons geloof in Hem weer terug,
het geloof dat besmeurd en gehavend tot ons komt
dat wordt doorgegeven en vervormd,
voorgeleefd en bedorven door mensen
maar dat een onuitputtelijke kracht is
die ons op de been houdt.

Het is het geloof in een persoon,
de God die heeft gezegd:

IK ZAL ER ZIJN VOOR JULLIE.

En dan ontdekken wij, ieder voor zich:
ook ik mag er zijn
ook voor mij is er plaats
mijn leven heeft zin.
Zo moge het zijn.

AMEN