Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Begin Vredesweek E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 19 september 2004

Amos 8, 4-7 en Lucas 16,1-13 de onrechtvaardige rentmeester

Vrijdagavond klonk in de synagoge weer de ramshoorn:
dit is de nieuwjaardag van het jaar 5765.
De tien eerste dagen van het nieuwe jaar
heten in de joodse traditie bezinningsdagen
en de laatste dag daarvan is de Grote Verzoendag.
In de schuldbelijdenis die in die dienst wordt uitgesproken
de WIDOEJ worden 35 ernstige fouten genoemd:

ik noem er enkele:
Overmoed, onwetendheid, onbezonnen gepraat,
kwaadsprekerij, onnodig geweld, het steeds maar zoeken naar winst,
ongemotiveerde haatgevoelens… en ga zo maar door.
In deze catalogus treffen we heel wat zaken aan
die de ontwrichting van de huidige samenleving verklaren.
Wanhopig zoeken we naar de oorzaken van het terroristisch geweld:
haat gekweekt in de harten van verknipte mensen of groepen mensen
die zich geminacht voelen, die gebruik maken van de wanhoop
van verpauperde vluchtelingen.
30 Jaar geleden werd er gezegd:
in het jaar 2000 zal de wereld vrij van honger en oorlog zijn:
we weten dat dat niet gelukt is.
Zijn wij mensen zo slecht?

In de Grote Verzoendagsliturgie wordt er over gesproken
dat we fouten maken gedwongen of uit vrije wil,
in het openbaar of in het geheim, door moedwil of per vergissing
in geestesverwarring of nuchter en ga maar door.
Wij allen schieten jammerlijk tekort
velen mensen lijden daaraan en daaronder.
Op de grote verzoendag wordt dat beleden: uitgebreid.
Dan volgt een stricte vastendag om bij de bezinning te helpen.
Maar er is ook een happy end:
God gaat weer verder met zijn mensen
en Hij blijft dezelfde:
richt je op Hem en ga verder.

God gaat verder met zijn mensen.
Jesus' verkondiging sluit daar naadloos op aan.
Jesus is niet kieskeurig bij de keuze van zijn medewerkers:
hij kiest geen supermensen en Hij praat met allemaal.
Dat wordt hem kwalijk genomen... de (schijn)heiligen willen graag
dat hun op deze aarde al eer wordt aangedaan
en nu al wordt erkend dat ze beter zijn dan andere mensen.
Ze worden geërgerd door Jesus' gebrek aan kieskeurigheid.
Ze worden ook geërgerd door Jesus' verhalen.
Dat zijn geen vrome verhalen over mensen die het fantastisch doen
maar hele andere verhalen:
verhalen over mensen die proberen te redden wat er te redden valt.

De verloren zoon is een voorbeeld daarvan
hij holde naar zijn vader terug en wierp zich huilend aan zijn borst.
Hij had meer spijt met zijn buik
-hij verrekt van de honger- dan met zijn hart.
Toch ontvangt zijn vader hem hartelijk.
De man van vandaag is net zo'n tiep:
de onrechtvaardige rentmeester
de mooi weer spelende dure meneer
die geen zin heeft om te spitten
en het ook niet eens zou kunnen.
Het is eigenlijk een idioot verhaal van Jesus
al klinkt dat een beetje erg oneerbiedig
maar iedere kerkganger
deelt als hij eerlijk is mijn mening.

De verhalen van Jesus schokten de mensen in zijn tijd
de farizeeën en de schriftgeleerden
maar ze schokken ook ons.
Is het Jesus' bedoeling echt
om boeven en sjacheraars te prijzen?

Neen, ik denk het niet.
Wel wordt ons iets anders geleerd
en dat is dat de vermeende goedheid van ieder mens
een uiterst relatief begrip is.

We dragen allemaal,
zoals het grote verzoendagritueel ons leert:
het bederf en de zonde met ons mee.
Maar… en nu komt het:
bederf en zonde hebben niet het laatste woord.
Het hoofdthema van het evangelie is

de genade van God, zijn erbarmen
Zijn liefde voor ALLE mensen.

Laten wij even proberen het vreemde verhaal
van de onrechtvaardige rentmeester te volgen.

Hij is in dienst van een grote rijke baas.
een grote goede gastheer.
Nu wordt ons al een sleutel gegeven:
DE Gastheer bij uitstek is God,
Israëls God, Kanaäns koning,
Hij is de Heer van de olie en de tarwe die we in het evangelie hoorden noemen;
alles is van Hem.
De mensen mogen zolang ze op aarde zijn
de aardse goederen ten goed laten komen aan zovelen als mogelijk.

De joodse wet stond niet toe dat er uitgeleend werd tegen rente
en er was een scherp verbod op het maken van woekerwinsten.
De goederen van Gods aarde-land zijn er niet
om anderen te knechten en afhankelijk te maken.
Wij hebben als beheerders alleen maar de taak te delen
en te zorgen dat iedereen genoeg heeft.

De man uit ons verhaal heet 'een onrechtvaardige rentmeester' waarom ?
Nogal glad, hij deed hetzelfde als vele tollenaars van zijn dagen,
hij inde veel hogere bedragen dan hij mocht innen,
en zo buitte hij de ondergeschikten van zijn heer uit.

Zijn heer hoort dat
(met die heer is dus de Heer met een hoofdletter bedoeld) en zegt:
'wat hoor ik van jou? Leg verantwoording af van je beheer.'
En dan gaat de slechte rentmeester
haastig zijn vroegere zonden goed maken
door de mensen die hij had uitgebuit
en die hij eigenlijk nog veel langer als melkkoetjes hoopte te gebruiken
haastig hun schulden aan hemzelf, hun uitbuiter kwijt te schelden.
Als je deze manier van tegen de rentmeester aankijken volgt
is de rentmeester niet meer de man
die alleen maar mooi weer speelt met het geld van een ander
en ook niet meer de handige man die alleen aan zijn eigen hagje denkt.
Maar hij is, net als de verloren zoon uit het vorige hoofdstuk,
of de vrouw die niet deugde en die de kostelijke balsem over Jesus' voeten uitgiet,
een mens die ziet op wat voor doodlopende weg hij liep
en die zich bekeert.

De voormalig 'onrechtvaardige' rentmeester
is nu onrechtvaardige rentmeester af
en zo kan hij ons zelfs een voorbeeld zijn.
De rentmeester uit het evangelie
is in zijn bekeerde toestand
een weldoener geworden.

Hij doet dat op zijn manier,
met de mogelijkheden die hij heeft
maar Jesus prijst hem daarom.

Mensen hebben immers, ook middels de mammon,
middels de macht van het geld, hun gezamenlijke of hun privé-geld
de macht om anderen, zeer velen zelfs, wel te kunnen doen.

Het klinkt wijs als je zegt:
'geld stinkt' en vroom om te zeggen 'het is maar het slijk der aarde'
maar deze uitspraken zijn te simpel.
De eigenlijke vraag die je van godswege gesteld wordt is:
wat doe je met jouw geld.
JIJ kunt wel zeggen dat het niet belangrijk is
en je je niet voor zulke dingen interesseert
maar voor de ander kan het de redding betekenen,
een mogelijkheid zelfs om te leven,
om weer op te staan uit de dood.

Er staat ook geschreven dat je God zult dienen met heel je hart,
met heel je ziel en met al je krachten...
letterlijk staat er: 'met heel je vermogen'.
En vat dat maar rustig in financiële zin op.
Met je geld kun je God dienen.
Door met je geld op een nieuwe manier om te gaan
kun je het aanschijn der aarde veranderen.

Dat dat niet gebeurt is niet alleen een kwestie van onmacht maar ook van onwil.
Want of er wel of geen verandering in de wereldeconomie komt ligt altijd toch
in handen van de rijken en de machtigen van nu.

Wie zijn dat? Wij rijke westerlingen?
De oliesjeiks van Arabië?
De wapenleveranciers van oost en west?
De drugshandelaars van Azië of Zuid Amerika?

In deze tijden houden we langzamerhand onze adem in
als we zien wat er gebeurde in Rusland
en nog gebeurt in Irak en elders.
Hoe gaan we het kwaad bestrijden?
Wie weet een oplossing?

Ik zou het niet weten
maar weet dat we worden uitgedaagd slim te zijn
als de kinderen van de duisternis.
Eerlijk als de kinderen van het licht,
rouwmoedig zoals het gelovigen betaamt.

We kunnen kiezen voor de dood en we kunnen kiezen voor het leven,
we kunnen kiezen voor de oorlog en we kunnen kiezen voor de vrede.
We kunnen kiezen voor de chaos van de machtswellust,
de ongerechtigheid, of voor de nieuwe wereldorde van God,
recht, troost, licht en toekomst voor velen.

Ieder mens wordt uitgedaagd
hier en nu zijn keuze te maken
en om zijn of haar bijdrage aan een betere wereld te leveren.

Rabbi Mendel kreeg op zekere dag bezoek van een leerling.
'Meester' zei deze 'mag ik u een vraag stellen?'
'Vraag maar', antwoordde de rabbi.
'Meester',zei de leerling,
'God is volmaakt en één al goed,
Hij heeft de wereld in zes dagen geschapen.
Hoe kan het dan dat die wereld is zoals ze is,
verre van volmaakt en goed.'

'Zou jij het anders willen doen?', vroeg de rabbi..
'misschien zelfs beter dan God?'.
De leerling antwoordde 'ja'
maar kreeg onmiddellijk een rood hoofd omdat hij dacht God gelasterd te hebben.

Maar de rabbi prees hem:
'je hebt goed geantwoord, waar wacht je nog op,
ga gauw aan het werk!'

Ga maar aan het werk, met overleg, met de mogelijkheden die jij hebt ,
je inspannend voor een samenleving waar respect groeit voor de ander,
waar ruimte is voor allen,
waar vrede, vreugde en recht werkelijkheid worden hier en nu.

God geve in deze dagen ieder van ons
-- de creativiteit om samen met anderen
te zoeken naar oplossing voor de problemen
die we op onze weg vinden,
-- de kracht en de wil om onszelf te veranderen als dat nodig is,
en met onze eigen capaciteiten aan Gods Koninkrijk te bouwen.

En dan is het heel goed om te bedenken
dat Hij, de Schepper, ons bemoedigt
en met vriendelijkheid en liefde
naar al onze inspanningen kijkt,
Amen.