Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Bescheiden bouwen op het fundament E-mail
Geschreven door Pastor E. Peijnenburg   
zondag, 23 januari 2005

Overweging in de oecumenische dienst in de bidweek voor de eenheid der christenen

- 1 Kor. 3:1-13a en Mattheüs 7:24-27

Het evangelie dat we zojuist hoorden vormt het slot van de bergrede. Met het verhaal van de man die zijn huis bouwde op een rots sluit Jezus een lange toespraak af. Een rots is in de Schrift beeld voor God zelf. "Bij God is mijn redding en eer, mijn machtige rots, mijn schuilplaats is God" zingt psalm 62. Ooit werd er in Jeruzalem een huis op een rots gebouwd: de tempel. Huis van mensen voor God, en plaats waar de Tora bewaard kon worden. Dit meest heilige huis van Israël heeft in de loop der tijden heel wat kritiek over zich heen gekregen. Vele profeten protesteerden tegen de schijnheiligheid en tegen valse eredienst. Ze protesteerden als de aandacht meer was bij de fraaie gezangen dan bij het onrecht dat mensen overkwam. De tempel was nooit een gemakkelijk bezit voor de Israëlieten. Bij monde van profeten en allen die kritisch durfden na te denken vormde ze telkens een oproep om zuiver te blijven, zich niet te verliezen in uiterlijkheden, maar oog en hart voor de kern van de zaak te houden. De tempel was nooit het fundament van het geloof, dat was de rots die daar onder lag. Die rots is God zelf en zijn Tora, zijn woorden die ons mensen een weg ten leven wijzen.

Ooit kwam de grote koning David op het idee om een huis voor God te bouwen. Hij had bij zichzelf gedacht: Het is toch te gek. Ik woon in een paleis van cederhout, en de ark van God staat nog maar steeds in een tent. Maar voor God lijkt het allemaal niet zo te hoeven, dat huis dat David voor hem wil bouwen. Hij laat David weten: 'Wil jij voor mij een huis bouwen? Ik heb toch nooit in een huis gewoond, vanaf de dag dat ik de Israëlieten uit Egypte heb weggeleid, tot nu toe! Al die tijd trok ik rond in tent en tabernakel; waar de Israëlieten gingen, daar was Ik.

Toch kwam dat huis voor God er. Salomo bouwde, toen hij David als koning had opgevolgd, de eerste tempel in Jeruzalem. Het fundament nodigt uit om op te bouwen. En in de geschiedenis is dat ontelbare malen gebeurd. Ook wij als christenen hebben talloze kerken en kerkjes gebouwd vanuit de intentie om te bouwen op het fundament van ons geloof. Hier kunnen we zowel de kerkgebouwen als de diverse kerkgenootschappen mee bedoelen. Gelukkig maar dat we aan de slag zijn gegaan, want dat was precies de bedoeling. De woorden van Jezus in de bergrede lopen daar op uit: Dat we wat moeten doen met de woorden die ons gegeven zijn, de woorden moeten ons leven bepalen; ze zijn niets waard als ze niet worden gedáán. Het gaat om de inzet van allen die zich bezighouden met kerk, allen die kerk en geloofs-gemeenschap vormgeven, in letterlijke en figuurlijke zin. En we nemen het serieus ter hand, de huizen van ons geloof, met al hun structuren en de regels die er gelden. Inrichtingen waarin we datgene wat ons heilig is proberen te vangen.
Maar wat voor de tempel van Jeruzalem geldt, geldt ook voor onze bouwsels. De kerk is niet het fundament. Het fundament ligt daaronder. We delen dat samen, zoals we hier vandaag verenigd zijn. We zijn allemaal bouwers op hetzelfde fundament. En de vraag is hoe je dan moet bouwen. We hoorden daar Paulus over praten in de eerste lezing. Of je nu bouwt met goud, zilver, stro of hout: niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt.

Het is verleidelijk om op het fundament, dat ons gegeven is, massief te willen bouwen. Een sterke kerk, duidelijke regels, vele heilige huisjes die niet ter discussie mogen staan vanuit het idee dat dat het houvast is. Je ziet die tendens ook in de maatschappij. Dat mensen hun zekerheid zoeken in krachtige uitspraken en harde regels. Burgemeester Cohen van Amsterdam wordt een softie genoemd omdat hij niet snel grijpt naar harde en rigoureuze maatregelen. Maar hij houdt vol, zo'n beetje tegen de tijdgeest en de emoties van mensen in, dat het belangrijk is om zorgvuldig en genuanceerd te blijven, opdat niet met de kwaden ook de goeden getroffen worden.
Het lijkt wel een teken van kracht, als je ferme rechtlijnige uitspraken durft te doen, maar ik denk dat het nog veel meer getuigt van kracht als je visie beïnvloedbaar is, als je werkelijk open kunt staan voor de inzichten van een ander, als je onder ogen ziet dat je de waarheid niet in pacht hebt. Als je kunt inzien dat de wetten, regels en dromen die je hebt telkens weer andere vormen zullen moeten krijgen, omdat de situatie telkens anders is.

Het fundament van ons geloof is stevig als een rots, waarop we kunnen bouwen. En vandaag vieren we dat fundament samen. Ik hoop dat het ons samen mag bemoedigen en vreugde geven, dat wij vandaag voelen: wij horen bij elkaar. Wat ons bindt is vele malen wezenlijker dan al onze verschillen. We horen bij elkaar vanwege ons verlangen om te gaan in het voetspoor van Jezus Christus, om zijn inspiratie verder de wereld in te dragen, de liefde van God te verkondigen opdat het voor mensen heilzaam moge zijn. Dit is het fundament. Laten we er voorzichtig en bescheiden op bouwen, opdat dit fundament steeds goed in beeld blijft. Een kerk mag kwetsbaar zijn en menselijk. Net zoals het belangrijk is dat we onze religieuze gebruiken serieus nemen, is het belangrijk dat we ze kunnen relativeren. Waar het ons om gaat, dat gaat uiteindelijk alle vormen te boven. Onze verschillende tradities geven uiting aan iets dat woorden overstijgt, aan waar wij stamelend in geloven, en dat zich niet laat vangen in duidelijke regels en richtlijnen. Wie meent de rijkdom van zijn eigen traditie geheel en al te doorgronden, dus laat staan de traditie van een ander? Tegenover elkaar kunnen wij daar alleen maar eerbied voor hebben. We hoeven er niet over te oordelen. Van ieders werk zal wel duidelijk worden, wat het waard is, zegt Paulus.

God zelf voelde zich nog het meest thuis in een tent, een eenvoudig en doeltreffend onderkomen dat ervoor zorgde dat God daar kon zijn, waar de mensen waren. Mogen onze kerken ten diepste zo zijn, gedragen door het fundament in Christus, dat zij aanwezig zijn daar waar mensen zijn, zonder hoge drempels en dikke deuren, opdat velen zich er welkom kunnen voelen, omdat er voor velen ruimte is.

Amen