|
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop
|
|
zondag, 14 mei 2006 |
5e Paaszondag Handelingen 9, 26-31 steeds meer - Johannes 15, 1-8 de wijnstokInleiding:
Zeven maal zegt Jesus wie Hij voor zijn mensen is. De vorige week hoorden wij hem zeggen 'ik ben de goede herder' maar daar gingen andere teksten aan vooraf. Ik noem alle zeven woorden die Jesus gebruikt om zelf te zeggen wie hij is:
'Ik ben het brood
Ik ben het licht
ik ben de deur
de herder
de weg
de verrijzenis en het leven
de ware wijnstok.’
We begonnen met het brood dat ons in leven houdt op de weg en we eindigen bij de wijn, de drank van Gods nieuwe toekomst.
PREEK: ‘Ik ben de ware wijnstok’ hoorden we deze morgen. God zelf wordt in de Bijbel wel eens met een tuinman verge¬leken. een wijngaardenier om precies te zijn.
Het volk Israël is dan zijn mooiste aanplanting. 'In Juda heb ik mijn wijn¬stok geplant (Psalm 80 vers 10 e.v.). '
Het is een prachtig beeld. Zorgzaam is God bezig en teder is zijn zorg. Hij verwacht van ons eenzelfde zorg en te¬derheid voor elkaar.
Nooit besteedt je genoeg zorg aan een mens, de mens is een groeiend wezen. 'GROEIEN DOOR HET LEVEN' was een prachtige brief van de bisschoppen enkele jaren gelden over de ouder wordende mens... De brief gaat over de ouder wordende mens...en -laten we eerlijk zijn - dat zijn wij allemaal.
‘Groeien door het leven’ is een prachtige titel. We worden, door reclame en andere zaken soms wel eens gedwongen te gaan geloven dat je, naarmate je ouder wordt, vervalt.
Het wordt allemaal steeds minder. Een franse filosoof heeft eens precies andersom gezegd: 'als de mens pas geboren wordt is hij oud... hij is hulpeloos en zit zelfs in het begin nog vast aan zijn moeder maar dan komt de bevrijding en groeit hij los, hij groeit zich jong en onafhanke¬lijk'.
Die groei-gedachte kun je ook verbinden aan het begrip kerk. De kerk is ook al 2000 jaar aan het groeien en steeds weer ontdek¬ken wij nieuwe dingen. Persoonlijk vindt ik het met de dag interessanter worden.
Er is zoveel veranderd. Er is niet alleen maar van alles wegge¬vallen -zoals zovelen zeggen- maar er is zo oneindig veel meer bijgekomen in de loop der jaren.
Dingen waar wij vroeger niet over dachten worden nu uitgebreid besproken.
We denken na over spiritualiteit, wat ons geloof echt inhoud over onze relatie met andere godsdiensten: over vrede, over discriminatie en noem maar op.
Voor buitenstaanders is het soms onbegrijpelijk wat ons aan de kerk bindt. Heeft de kerk niet vele fouten ge¬maakt in het verle¬den?
Ja, dat is waar maar door schade en schande wordt je wijs. De kerk is, net als de mens, een gebeu¬ren, de kerk groeit door het leven.
Maar de kerk heeft nog een veel bijzonderder geheim. De kerk is niet zomaar een club, een hobbyclub of een gezelligheidsvereni¬ging.
Neen, de kerk is verbonden, met al haar vezels aan IE¬MAND. De kerk is verbonden met Jesus.
Het gaat in de kerk nooit om Paus of bisschoppen en om de pas¬toor. Dat zijn allemaal maar mensen met hun fouten die hun werk moeten doen. Maar het gaat om Hem, de Heer van de kerk.
Door lid te zijn van de kerk raak je, als het goed is steeds inniger MET HEM VERBONDEN, de levende Heer van de kerk.
Je ontvangt van Hem het ware leven en je kunt verder gaan als iemand die jong is, iemand die niet zonder hoop is.
Je weet dat Hij de nieuwe toekomst in handen heeft, dat Hij garant wil staan voor Vrede en Recht en dat de beloftes van een nieuwe toekomst, dankzij en met Hem uit kunnen komen.
De eerste lezing vertelt ons over iemand die eerst nog oud was: SAULUS. Hij zat vastgeklonken aan het oude en kon de komst van een nieuwe Messiaanse beweging rond Jesus van Nazareth helemaal niet plaatsen.
Dus ging hij er stevig tegen te keer en was op weg naar Damas¬cus. Op die weg is er iets met hem gebeurd.
Hij werd van zijn paard geworpen --zo vertelt het verhaal- hij werd verblind door licht en hij ontmoette degene die hij uit alle macht vervolgde: Jesus de Heer van de nieuwe wereld.
Omdat hij van christenvervolger plotseling christenvriend is geworden kan hij zich niet meer in Damascus vertonen: hij haastig wegvluchten uit de stad en wordt in een mand langs de stadsmuur neergela¬ten.
II. Het besef van zijn eigen wortels zorgt ervoor dat Barnabas Paulus in contact brengt met de Jesus-gelovigen van Jeruzalem. Paulus, nu een vruchtbaren rank aan de wijnstok Jesus, maar eens een felle vervolger komt nu een tijd lang tussen de beide partijen in te hangen. Door de volgelingen van Jesus wordt de vroegere vervolger gewantrouwd en zijn oude maten, de Farizeeën, moeten hem niet meer. Hij is zijn wortels kwijt.
Barnabas brengt hem de Christusgemeenschap binnen. Zo krijgt hij werkelijk wortels. Hij zal later zeggen dat dat geen breuk betekent met de oude stam Israël als hij de christenen in Rome waarschuwt: 'jullie zijn een nieuw loot op de oude stam Israël... Zeg nooit dat je op je zelf kunt staan want een tak zonder stam verdort maar via de stam en de wortels krijgt hij de levenssappen die hij nodig heeft.
Levend uit eenzelfde wortel heet de bisschoppelijke brief van enkele jaren terug.. levend uit eenzelfde hoop heet het vervolg.
Levend uit eenzelfde wortel: joden en christenen samen verbonden met de God van Abraham, Izaäk en Jakob levend vanuit dezelfde hoop: wachtend op een nieuwe goede toekomst.
Volgens ons is die in Jesus, de ware wijnstok opgebloeid volgens de joden moeten we nog een beetje geduld hebben.
Wij zijn christenen, we houden ons vast aan Jesus maar een beetje meer geduld zou ons sieren en meer aandacht voor het gewone leven hier en nu dat nog wel wat verbetering verdient.
We zijn er nog niet als we zeggen dat Jesus onze weg is dan begint het lopen pas: er wordt van ons heel wat verwacht.
Dat we liefde uitstralen bijvoorbeeld. Dat we geloof en vertrouwen uitstralen in de mens en dat wij daarnaar hande¬len.
Als wij ons geloof serieus nemen zullen wij het nooit zover laten komen dat we wegdwalen van de Messias en Zijn ge¬meente.
We zullen die blijven opzoeken want alleen is maar alleen en zonder de levenssappen die ons vanwege de Messias toevloeien zullen wij verdorren.
Het evangelie van vandaag met dat ernstige slot (over dat ver¬dorren en weggeworpen worden) wordt ons gelezen opdat wij de beslissing zullen nemen ons met de levende Heer verbonden te willen houden en vanuit Zijn levensopdrachten te leven, tot zegen van ons zelf en van anderen.
In een nieuw lied staat het zo mooi: het zijn Paulus woorden:
Wie zal ons scheiden ooit van God ons goed en bloed geen toekomst en geen dood, bedreigt ons meer voorgoed, genadig en getrouw, wil Hij mijn vrede zijn geen mens die Hem weerhoudt om onze God te zijn. AMEN
|