| De grote ontmoeting |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 23 november 2008 | |
Laatste zondag door het jaar, Christus KoningSchriftlezingen: Ezechiël 34, 11-17, 1 Kor. 15, 20-26. 28, Mt. 25, 31-46Het was kort na de eerste wereldoorlog, Europa was ontredderd.Toen heeft de Paus het feest van vandaag ingesteld om de mensheid tot de orde te roepen en uit te nodigen tot trouw aan onze opdracht er te zijn voor allen die ons nodig hebben. Bij Nederlandse katholieken, die wel van een feestje houden, sloeg ook dit feest goed aan. ‘Aan U o Koning der eeuwen' en 'Christus vincit' hieven wij aan een lied wat vervolgt met: 'Christus regnat, Christus imperat.' Niemand die zich afvroeg of deze brallende woorden wel pasten bij onze koning- Jesus Messias. Hij - deze vreemde koning- had op de grond gekropen voor zijn leerlingen en hun de voeten gewassen; Hij had brood genomen en het gebroken: 'ik geef mijn leven in solidariteit.'... Hij had de wijn genomen: 'ik vergiet mijn bloed voor een nieuw verbond.' Solidariteit ten dode toe, bloed, dienst.. sombere woorden. Christus Koning vieren we al bijna 100 jaar. De vraag dient zich aan: ‘kwamen wij ooit, komen wij ooit aan deze Messias toe ?’ Het evangelie van vandaag vertelt over een koning die mensen ter verantwoording roept. Het eindigt met te vragen of je iets gedan hebt voor de kleinen en de weerlozen. Als blijkt dat je de vreemdelingen hebt geherbergd, de zieken hebt bezocht, de hongerigen gespijzigd en de dorstigen gesterkt wordt gezegd: “Wat je voor een van de geringsten van de mijnen hebt gedaan dat heb je voor mij gedaan”. Het omgekeerde geldt ook -en dat zijn de laatste woorden van het evangelie die nog in onze oren blijven hangen: "Al wat gij niet voor een van de geringsten hebt gedaan, hebt gij niet voor mij gedaan..." Neen, nu geen 'ja maar'of 'enerzijds anderszijds' het evangelie geeft ons daarvoor geen ruimte. Het is nu of nooit; het is jijzelf of niemand het gaat om een antwoord HIER EN NU DOOR JOU. 'Ja maar wat kan ik er aan doen' verzucht de brave christen als hij de honger ziet in Afrika. 'Ja maar, ik heb het te druk' klaagt de actieve Yuppie als hij de zieke de zieke laat laat staan dat hij de gevangenen aandacht geeft. 'Ja maar, Nederland is vol' is de smoes die iedereen direct bij de hand heeft als menig vreemdeling die dreigt gemarteld te worden of vervolgd tevergeefs klopt aan onze poort. Dat hebben we meer gehoord: - was het niet in de dertiger jaren- toen joodse mensen uit Duitsland tevergeefs aanklopten aan onze poort. Toevallig kwam dezer dagen aan de orde hoeveel mensen ervan profiteerden toen de joden hun bezittingen werd ontnomen: degenen die het geluk hadden levend terug te keren uit de kampen hadden de grootste moeite hun huizen weer terug te krijgen. De koning/ rechter uit het evangelie kent geen consideratie hij heeft geen invoelingsvermogen in al onze 'ja maren' en 'hebt u wel rekening gehouden met.....' Hij houdt het simpel: 'ik was hongerig, jij hebt mij niet gespijzigd, ik was in de gevangenis, je hebt mij niet bezocht. Ik was ziek, je hebt mij in de steek gelaten, ik was vreemdeling en er was voor mij geen plaats...' Abel Herzberg vertelde eens een ontroerend verhaal. Een oude joodse man in Auschwitz wordt geslagen tot bloedens toe. Zijn medegevangenen staan machteloos toe te kijken. Plotseling roept iemand uit: 'en waar blijft God nou?' Hij verwacht hemelse hulp. Doodse stilte. Het is dezelfde uitroep die op een berg in Judea klonk uit de mond van een 33 jarige rabbi die vermoord werd door de Romeinen. Het antwoord dat de man in Auschwitz van een mede-jood krijgt was: 'daar is God, Hij wordt geslagen, Hij wordt vermoord.' In het gelaat van de gekwetste man in Auschwitz werd Gods eigen gelaat getoond: in de gekwetste man op Golgotha die ooit -met een doornenkroon op- had gezegd 'KONING BEN IK' was God aanwezig. Het is een vreemde koning die wij dienen. Hij is geen dictator, geen tiran:hij is een herder, een goede herder die het verloren schaap zoekt, het schaap dat dreigt vertrapt te worden beschermt, het gewondene heelt en het gebrokene sterkt. Alle dingen die deze goddelijke rechter/koning belangrijk vindt hebben te maken met de dingen van beneden. Hij vraagt niet: 'bezocht u een kerk, was u ingeschreven bij een kerkgenootschap, welke politieke partij had uw voorkeur, had u een belangrijke baan, was u een belangrijk persoon.' Het enige dat telt is: WAT HEB JE GEDAAN; wat heb je gedaan voor de minsten der mijnen want daar ben ik te vinden. Vandaag is het kerkelijk oud-jaar: dat wij hier in deze kerk de lofzang al vele jaren -EN HOE - gaande houden is een reden tot dankbaarheid. want het is goed als we als broeders en zusters samen zijn en ons mogen verzamelen rond deze Koning die ons leven zin geeft die ons leidt naar de Vader. De vragen die Hij ons stelt zijn streng: daarom is het goed niet te triomfantelijk feest te vieren maar ons te blijven bezinnen op onze opdrachten. Mochten wij te ver weg dwalen en onze opdracht vergeten dan is Hij hier en nu ook de Herder die ons terugroept naar onze levenstaak. Ons leven krijgt zin: wij leven niet voor niets. In die zin geldt dan: 'heil en geluk komen mij tegemoet mijn leven lang’. Hebben wij die koning gediend het afgelopen kerkelijk jaar? Volgende week Advent: we krijgen nieuwe kansen om het beter te doen. Dat alles als voorbereiding op de grote ontmoeting die ons ooit te wachten staat als Hij aan ons persoonlijk vraagt: ‘wat heb je voor mij gedaan’? Hopelijk staan we dan niet met onze mond vol tanden en mogen we dan stamelen: ‘ik heb het geprobeerd, te doen wat u vraagt’ of misschien eerder: ‘Heer wees mij zondaar genadig.’ Hein Jan van Ogtrop, pastoor. |



