|
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop
|
|
zondag, 26 februari 2006 |
8e zondag door het jaar Hosea 2,16-22 en Marcus 2,18-22 Veel mensen hebben tegenwoordig aarzelingen als het keuzes maken gaat. Maar dat is niet nieuw! Bavo, en die leefde in de 7e eeuw, moet je nagaan heeft er heel lang over gedaan voor hij zijn keuze voor Jesus maakte.
Het huwelijksverbond gaat over eeuwige trouw 'tot in de dood'. Dat zijn grote woorden die klinken en sommige jonge mensen doen aarzelen. Het huwelijk lijkt zoiets geweldigs dat ze dat niet zo maar aandurven. Datzelfde geldt voor het priesterschap. De aarzelingen van jonge mensen in deze tijd hoeven geen oppervlakkigheid te betekenen. Het betekent eerder dat zij het huwelijk en of het priesterschap serieus nemen. Te serieus misschien maar wel serieus.
En terecht want de meest avontuurlijke, misschien wel gevaarlijke reis die een mens maken kan is niet een weekje naar de Kanarische of Mallorca maar de reis naar je eigen levensbestemming en naar de ander (of de anderen voor wie je een taak hebt) met wie je verder wilt gaan, toe.
Trouw en ontrouw: De tekst van het boek Hosea behoort tot de moeilijkste van het Eerste Testament. Hosea, de Heer redt! Een prachtige naam voor een profeet. Wel moeilijk om die naam hoog te houden in de sombere jaren waarin hij leefde. Het einde van het noordrijk Israël staat voor de deur: koningen volgen elkaar in ijl-tempo op (de ene na de andere wordt vermoord).
In die tijd werkt Hosea een zeer bijzonder thema uit: trouw en ontrouw. Hosea is om vele redenen een merkwaardig profeet. Vooral omdat hij zijn profetie zelf moet gaan uitbeelden: 'De Heer sprak: gij moet maar een ontuchtige vrouw nemen en uit haar ontuchtige kinderen verwekken want werkelijk: het land loopt door zijn ontucht van de Enige weg.'
In de nieuwe encycliek van de paus wordt de profeet Hosea met name genoemd als propagandist van God als liefhebbende bruidegom van de mensheid. Uniek is dat de God zoals die in de joods/christelijke traditie beschreven wordt geen verre verheven dictator is maar iemand die als een minnaar achter de mensen aanzit en die ook jaloers is als ze andere Goden, de mammon, de oorlogsgod en noem ze maar op, gaan volgen.
Het moet een shock geweest zijn voor het volk om zich in die vrouw met wie Hosea moet trouwen te herkennen. Maar nog verrassender was het dat de God van Israel werd beschreven als een jaloerse bruidegom.
Hosea's relatie met zijn wankelmoedige vrouw loopt spaak; ze gaat achter andere mannen aan en loopt weg. In het tweede hoofdstuk (waaruit we vandaag lezen) staat, dat de bruidegom zijn bruid terug moet proberen te halen door haar de woestijn in te lokken. Niet direct een passende omgeving voor het liefdesspel van bruid en bruidegom. Wat is daar dan wel te vinden? Antwoord: de herinnering. De herinnering aan de bruidstijd tussen Israël en de Enige die zijn volk uit Egypte bevrijdde en verzamelde rond de berg Sinaï. 'Ik zal u mij tot bruid werven voor eeuwig, door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming.'
In alle onrust is er één ding dat vaststaat: Gods onvergetelijke liefde voor zijn volk. Zelfs in de meest dreigende woorden klinkt die mee. God is nu eenmaal niet van die liefde tot zijn volk af te brengen. Eens getrouwd, altijd getrouwd. Zo is Hosea niet allereerst een profeet geworden die zijn volk oproept tot radicale ommekeer naar God, maar vooral de getuige van Gods onstuitbare toekeer naar Israël.
II. Het evangelie van Marcus gaat over de trouw van Jesus aan Zijn opdracht. Zijn vrienden moeten daar van leren dat valt niet altijd mee! Vandaag gaat het over trouw en ontrouw: aan je levensopdracht, aan elkaar.
Of eigenlijk moet ik zeggen: het gaat helemaal over Jesus die trouw is, Jesus die trouwt. Maar wie is dan Zijn bruid ?
Antwoord: Zijn mensen, Zijn volk: Israël; verder toegepast: Zijn mensen, wij die luisteren.
Jesus wordt de bruidegom genoemd wiens aanwezigheid mensen blij maakt en nieuw hoop geeft. Daarom hoeven de leerlingen niet te vasten en door sombere soberheid zich Gods liefde waardig te tonen. Laat dat maar aan die van Johannes de doper over en aan de andere serieuze schriftgeleerden. Hij, Jesus, de ware bruidegom, zal de bruid die zijn volk Israël (namens de mensheid) is niet wegzenden....Hij zal haar trouw zijn tot in de dood.
Jesus beschouwt zichzelf als de bruidegom namens God en zijn gemeente als de bruid. Op dit moment is de bruidegom daar en kan zijn verbondenheid met zijn gemeente gevierd worden.
Er wordt ook gesproken over stoffen en nieuwe wijn, nieuwe kracht die de leerlingen (en wij ook) bij Jesus kunnen opdoen. De leerlingen hoeven nu even niet te vasten van Jesus: ze mogen genieten ….. om straks sterk te kunnen staan.
Er komt een tijd dat het anders zal zijn. De bruidegom zal met geweld van zijn vrienden worden weggenomen. Gezinspeeld wordt op Jesus' gewelddadige dood. Hij zal worden afgesneden uit het land van de levenden (Jes. 53,8). En zo glorieert Jesus niet alleen als stralende bruidegom, maar wordt ons ook al verkondigd als de vriend die lijdende knecht zal zijn.
Komende woensdag is het Aswoensdag, de lijdenstijd begint. De veertigdagentijd (herinnering aan de 40 jaar woestijn!) de veertigdagentijd begint met een vastendag. Is dat zinvol, vasten.. misschien toch? Misschien een goed idee eens te 'vasten voor de vrede'. De feestelijkheid van de nieuwe wijn en het niet te hoeven vasten worden ons misschien nog niet gegund. Als kerk moeten wij in deze wereld sterk staan: wie zal het anders doen? Als kerk moeten wij vasten, bidden en protesteren tegen de machten om ons heen. Tegen de oorlogszucht en de bewapeningslust van de sterken en moeten wij opkomen voor de idealen van Jesus, de ware bruidegom, de trouwe getuige van liefde en de trouw.
Ook wij moeten, net als Israël in Hosea's dagen, terug naar de woestijn, Terug naar de woestijn moeten wij: terug naar het ontdekken van onze roeping en om onze God te vinden die ons wil inspireren tot daden van vrede en recht.
Ik begon met te zeggen dat het moeilijk is om konsekwente keuzes te maken en dat is het ook. Wel verheugend dat er in deze vastentijd enkele jonge mensen zijn die zich aan het voorbereiden zijn op de doop.
Geen vanzelfsprekende zaak maar als u eens wist hoe zeker ze zijn van hun zaak dan word ik daar, als, -net als de meesten hier- gelovige van kindsaf aan, weel een beetje jaloers op.
Maar troosten wij ons, God stelt de trouw van ons allen samen erg op prijs. En mochten wij zwakke momenten kennen: Zijn trouw gaat onze trouw te boven, zijn trouw is niet alleen een trouw 'tot de dood' maar zelfs over de dood heen; Hij zal ons door de donkere doodsheid om ons heen trekken naar een nieuwe toekomst. Wij zijn het werk van zijn handen Hij zal ons niet loslaten. God geve ons zolang wij mogen leven de kracht en opgewektheid die nodig is om vol te houden.
Hein Jan van Ogtrop pr.
|