Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

De Kerk heeft de jeugd nodig E-mail
Geschreven door Eric Fennis   
zondag, 13 september 2009

Preek op de 24ste zondag door het Jaar B

Broeders en Zusters,

‘De Kerk heeft de jeugd nodig’. Een uitspraak die voor ons allemaal helder is. Als er nu geen jongere gelovigen meer zijn, zijn er straks ook geen oudere meer. Briljant zeg! Maar die uitspraak heeft een veel diepere betekenis dan alleen maar een statistische. Wat de Kerk nodig heeft, dat is ook de geloofskracht, drive, de dynamiek die zo eigen is aan jongeren.
Het nieuwe werkjaar is al weer een paar weken oud, het koor is weer actief, de misdienaars en de jongeren. Het is misschien daarom goed het eens over jullie te hebben. Want te vaak wordt terecht verzucht dat we veel van jullie leeftijdsgenoten niet in de kerk zien. Hoe kan dan toch? Zijn we dan echt zo saai? Op alle niveau’s wordt nagedacht hoe we de jeugd meer bij de kerk kunnen betrekken, want dat ze open staan voor God wordt steeds duidelijker. Ze zoeken God en nog het liefst met elkaar.

En natuurlijk, de ouderdom heeft haar eigen grote waarden: dieper, gerijpt inzicht, mildheid, minder snel oordelend. Ook dat hoort allemaal bij een verdiept geloof, maar niet alleen en niet meteen. Soms is er wel dat gevaar dat ouderen in de kerk – en ik maak me daar soms ook al schuldig aan – naar jullie een beetje vermoeid overkomen. Zo van; het zal wel!  Maar jullie hebben recht op idealen, idealen zonder voetnoten voor jezelf en voor de wereld. Daar ligt jullie kracht en die kracht heeft de Kerk nodig.

De jeugd heeft nog de leeftijd van de hoop, de belofte, het enthousiasme, de plannen en de idealen. Jullie geven je hopelijk niet zo maar gewonnen als het even tegen zit. Jullie geloven nog in een betere wereld, en zitten niet te wachten op ons gezucht.

Maar natuurlijk is er ook een andere jeugd. Leeftijdsgenoten die de weg kwijt zijn of te vroeg volwassen geschopt. Jongeren die de lasten dragen van het uiteenvallen van maatschappij en gezinnen. Een jeugd die niet meer hoopt, niet meer gelooft en niet meer verder wil. Maar dat is een jeugd die beroofd is van haar idealen, die alles al gezien lijkt te hebben, die geen toekomst meer ziet en te snel vermoeid is in een vermoeide wereld.

De Kerk heeft de jeugd nodig, maar de jeugd heeft ook de kerk nodig. Dat is denk ik een centrale opdracht die wij ouderen hebben: perspectief bieden, hoop geven en enthousiasme aan boren. Het is niet voldoende om jonge mensen op te roepen zich in te zetten voor God en mens, voor geloof, kerk en koor. Hen moet ook een weg gewezen worden. Zij hebben recht te horen over Gods plannen met de wereld en de mensen. Over Christus, zijn leven, dood en verrijzenis. Over zijn voortleven in Kerk en sacramenten. En daarbij bovenal om te zien wat geloven in mensen kan losmaken. Zij willen de kracht van het evangelie aan ons ervaren.

Hier ligt een gewetensvraag voor ons als volwassen gelovigen. Want klinkt die Blijde Boodschap voldoende door, in kracht en enthousiasme? Catechese geven is meer dan alleen kennis overdragen. Het is een weg naar het leven wijzen, naar God, naar hoop en liefde. Dat geldt voor jonge mensen, dat geldt ook al voor kinderen. Ook kinderen stellen al vragen die voor hen een fundamentele betekenis hebben. Waar kom ik vandaan, wie is God? Waar gaat opa naar toe als hij dood gaat?

Maar voordat we de vragen van onze jeugd kunnen beantwoorden zullen we eerst moeten afvragen wie God voor ons persoonlijk is. Wie is Hij toch? Wat zeggen de mensen om mij heen over Hem? En waarom vraagt Jezus vandaag ook aan mij wie hij is? Is Hij dan zo onzeker? Petrus zegt: ‘Zeur niet, voor mij ben je de Christus, de Zoon van de levende God!’ Maar kan ik dat ook voor mezelf zeggen? Is Hij dat ook voor mij?

Die Petrus wordt trouwens wel hard aangepakt. Hij wordt zelfs Satan genoemd en op z’n plek gezet! Terug jij! Koest! Alsof je een hond dresseert. Dat hoef je bij jongeren niet te proberen en terecht, want dat bedoelt Jezus ook niet. Hij wil er mee zeggen: sta achter mij, volg mij en blijf me trouw door dik en dun zoals ik dat bij jou ook doe!

Maar hoe doe ik dat? Hem trouw blijven, Hem volgen en me niet laten leiden door menselijke overwegingen, maar door wat God van mij wil. Jezus zegt daarvan: wie in zijn leven geen risico durft te lopen en op die manier z’n leven wil sparen, zal het verliezen. Als je mij niet leert liefhebben weet je niet wat het is om op te komen voor het kwetsbare en het kleine, om op te staan tegen onrecht en ongelijkheid. Als je mij niet leert liefhebben zul je het nooit zien als anderen wel voor jou opkomen.
Je leven verliezen betekent niet er morgen maar mee ophouden. Je leven verliezen betekent je kruis opnemen als het moet, je kwetsbaarheid onder ogen durven zien en dat wat je overkomt in mijn handen leggen.

Je kruis opnemen: word je daar als jongere vrolijk van? Nee, maar het overkomt je want ook dat hoort bij het leven en je kunt er niet voor weglopen.

Je kruis opnemen, maar wel als het moet, want Jezus wil niet dat wij kruisen opzoeken of koesteren. Hij weet dat er meer dan genoeg ellende in de wereld is en het leven is voor sommigen al zwaar genoeg. Er staan, om het maar eens in koortermen te zeggen, voldoende kruisen op de notenbalk van elk levenslied. En jullie weten het; hoe meer kruisen, hoe ingewikkelder het stuk. Maar Zijn kruis is, hoe soft dat misschien klinkt, ook liefde: liefde die aan de ene kant lasten aantrekt, maar aan de andere kant diezelfde lasten ook draagt.

Vandaag is Jezus geïrriteerd. Niet voor niets leest hij Petrus de les. Hij kent Petrus, de man met de grote bek, maar het kleine hartje. Als het er op aan komt zal hij niet bereid zijn het kruis met Jezus te dragen. Dat op zich zal Jezus nog wel kunnen begrijpen. Maar dat Petrus zelfs zal zeggen dat Hij hem niet kent, dat zal voor Jezus misschien nog wel een groter kruis zijn geweest. Want Petrus ontkent daarmee zijn liefde voor hem. En ieder die in z’n leven ervaren heeft dat liefde ontkent wordt - door ouders, of de liefde van je leven of misschien wel door de kerk- die weet wat het is om een kruis te dragen. Daar hoef je niet oud voor te zijn, dat kun je helaas in je vroegste jeugd al ervaren.

Petrus zal later tot 3 keer toe tegen Jezus moeten zeggen dat hij van Hem houdt. Want als je God in je leven wilt ervaren, mag je Hem niet ontkennen, mag je Zijn boodschap niet ontkennen en weet je dat liefde en leven uiteindelijk in Zijn hand liggen.

De Kerk heeft de jeugd nodig, de jeugd de Kerk, ouderen de jeugd: kortom we hebben elkaar nodig!
Maar als ouderen ligt het dus wel aan onze eerlijke gelovige houding om die jeugd enthousiast te houden voor die boodschap van het evangelie. Is die boodschap saai? Nee, maar wel nuchter en eerlijk en soms confronterend. Is de vorm van de boodschap saai? Soms, maar het geloof dat een mysterie is, moet misschien niet eerst worden uitgelegd, maar gevierd, geloofd, beleefd en bewonderd. Ook liefde kun je niet uitleggen, dat zul je moeten ervaren, pas dan wordt het spannend!
 
In onze jeugd wordt de bodem gelegd, ook voor het geestelijk leven van een mens. Een bodem van geloof, vertrouwen en openheid naar God. En ook al kan die bodem later wel eens een tijdje overwoekerd worden en gaan we andere wegen, het ligt er…. en het is altijd weer een basis om opnieuw die weg naar God en zijn liefde terug te vinden.

Amen.