Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

De koninklijke weg E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 16 maart 2008

Palmzondag


Opgaan naar Jeruzalem is een heel gebeuren,
vanuit de diepte waar Jericho ligt,
meer dan 100 meter onder de zeespiegel,
klimmen de pelgrims omhoog en komen
na een lange klim tenslotte boven
op de oostflank van de olijfberg aan
de heuvelrug waarop men een prachtig zicht heeft
op de heilige stad die dan plotseling
aan je voeten ligt, aan de andere kant van het Kedrondal
met de hof van olijven.

Vanaf de olijfberg zien de pelgrims
de Davidsstad liggen: Jeruzalem, de heilige stad..
met haar grote tempel schitterend in de zon.

De dreigende Romeinse Antonia-burcht,
gebouwd om Jeruzalem onder de romeinse knoet te houden, zien de pelgrims ook.
Maar hun vreugde bederft die niet
en de pelgrims zingen elkaar de psalmteksten toe:

    'Wat was ik blij toen men mij zeide:
    wij gaan naar het huis van de Heer'
               en
' Gezegend is degene die mag komen
  in de naam van de Heer.'

Jeruzalem, de naam zegt het al 'vredesstad'
kan alleen maar echt Jeruzalem zijn
als er rechtvaardigheid heerst en vrede,
en dan pas echt als er een koning is
die opkomt voor de kleinen
en die de vrede aandraagt.  

In Jesus' tijd was het recht ver te zoeken
en een vredeskoning was er niet.

Volgens de evangelisten komt daar verandering in
als Jesus als de nieuwe koning,
de echte koning die namens God de stad mag regeren,
zijn stad binnengaat:
Hosanna de koning van de vrede.

Echte koning van het recht en de vrede,
dat was Jesus  door zijn solidariteit met de lijdenden,
door zijn keuze voor de kleinen en de armen,
door zijn hele manier van leven.

Helaas,
niemand kan partij kiezen voor de armen en de verdrukten
zonder weerstand op te roepen
en zelf deel te krijgen aan de verachting en het lijden
dat zij moeten ondergaan.
Niemand kan partij kiezen voor hen die lijden
zonder dat er moord en brand geroepen en geschreeuwd wordt.

Dat werd Jesus duidelijk toen Hij op de ezel
-het dier van de armen en de weerlozen-
de stad binnenkwam.

Hij had de armen en de verdrukten nieuwe hoop gegeven.
Hij had hen de ogen geopend.
Geen wonder dat zij het juist zijn die beginnen te roepen:
HOSANNA, gezegend de koning die komt in de naam van de Heer!'

Ze deden het zo luid als ze maar konden,
hopende dat de gezagsdragers, de priesters,
de Romeinen en hun eigen politiek leiders het goed zouden horen:     
HOSANNA… dat betekent: HELP ONS!

Ze begrepen dat ze moesten schreeuwen om Jesus te helpen.
En ze begrepen ook dat Hij het zwaar te verduren zou krijgen
omdat hij hun zijde gekozen had.

Jesus wordt nog door enkele vooraanstaande leiders gewaarschuwd:     
'Meester, beveel ze te zwijgen!'

Maar Hij gehoorzaamde hun niet.

Hij wist waarom het volk schreeuwde en Hij vond dat zij gelijk hadden.

Maar, en vele volgelingen van hen zouden het later eveneens merken,
als je iets doet om het Koninkrijk van God,
het rijk van rechtvaardigheid en liefde te bevorderen,
dan wordt je dat steeds door velen kwalijk genomen.

Vooral voor hen die op dat ogenblik de macht in handen hebben.
Jesus vergiste zich daarin niet.  Hij had geen enkele illusie.

In het evangelie is er geen twijfel.
Jesus' leven kon alleen maar uitlopen op zijn dood.

Maar voor Hem was die dood geen tragedie,
geen anticlimax en ook geen ondergang.

Jesus heeft immers het paasmaal gevierd:
paasmaal vierden hij met zijn vrienden:
het maal dat herinnert
aan de bevrijding van Gods volk uit Egypte.  
-- Pasen, Pesach, verlossingsfeest:  letterlijk: DOORTOCHT.
-- Het hele lijdensverhaal wordt geplaatst
binnen het verlangen van de Heer
om zijn weg door dood heen naar het leven, te voltooien.
Zelfbewust gaat Jesus zijn weg.
Er is de pijn in de hof maar de schriften moeten worden vervuld.

Leerlingen schieten te kort maar Jesus gaat verder.





In die geest leefden ook onze tijdgenoten
Martin Luther King, bisschop Romero,
waardig gingen ze hun weg.

Ze wisten wat hen boven het hoofd hing.
Bisschop Romero die werd neergeschoten
terwijl hij de Eucharistie aan het vieren was.

Vlak tevoren had hij gezegd:
    'Ik ben vaak bedreigd met de dood.
    Maar als christen -ik zeg het maar ronduit-
    geloof ik niet in een dood zonder verrijzenis.
    Als ze mij vermoorden zal ik verrijzen
    in het volk van El Salvador...
    en als ze hun bedreigingen uitvoeren
    dan offer ik mijn bloed aan God
    voor de redding en de  verrijzenis van mijn volk.'

Zijn voorspelling is uitgekomen, zijn portret hangt nu,
al bijna 25 jaar na zijn dood, nog steeds in bijna heel Zuid Amerika
in winkels en huiskamers, in kerken en op markten.

Jesus en bisschop Romero en al die anderen,
ze waren geen hopeloze slachtoffers van het noodlot  of wat dan ook.


Maar, en dat gaan we vieren:
er is geen dood van de rechtvaardigen zonder verrijzenis.
Geen  'in uw handen beveel ik mijn geest'
zonder aanvaarding door de Vader. Geen offer zonder toekomst...

Achter het duister gloort het licht.
Na het Hosanna, de hulproep van de kleinen,
en het 'kruisigt hen' van de corrupten en de machtigen
zal onverbiddelijk het Alleluiah van de paasnacht
en de paasmorgen volgen: Zie Hij leeft!



Het lijden van Jesus is geen donkere tunnel
maar een weg naar het licht.
Hij gaat ons voor als de rechtvaardige die doet wat Hij moet doen.
Het tekort schieten van de leerlingen wordt pijnlijk duidelijk
maar blokkeert de Messias niet
op Zijn weg naar de verheerlijking die onze redding betekent.

Alleen Matteus vertelt over de slechts soldaten die Jesus’ graf bewaken
maar ze kunnen Hem niet tegenhouden:
Pasen komt er aan: Gods Koninkrijk zal doorbreken.

Gaan wij Hem achterna deze week,
het donker in van de goede vrijdag
om met Hem op te gaan naar het licht:
Gods Koninkrijk zal komen,
als wij voor werkelijk voor Hem kiezen:
                   in onze dagen.



            Hein Jan van Ogtrop, pastoor.




PREEK (na het verhaal):

Waarom mochten wij dit alles horen?
Om te gruwen, om weg te zwijmelen, niets van dit alles.
Het wordt ons verteld
opdat wij als lezen ons bekeren
en Hem navolgen.

I. Wanneer het er op aankomt, blijkt dat de leerlingen Jezus juist niet navolgen.  
Dat geldt voor alle twaalf apostelen, met name bij Judas en Petrus.  
Degene die wèl Jezus' kruis draagt, is een toevallige voorbijganger,
Simon uit Cyrene.  
Toch heeft Petrus spijt, wanneer hij de haan hoort kraaien.  
En ook Judas heeft berouw en doet boete.  
De verloochening van Petrus en het berouw van Judas
staan letterlijk centraal in het lijdensverhaal van Mattheüs
de ontreddering is compleet.
De mannen zijn weg
de vrouwen, vele vrouwen staat er zelfs
zijn Jezus gevolgd uit Galilea.
Ze  zien uit de verte hoe Jezus sterft
en later wachten zij vol verwachting bij het graf
een vertrouwen dat niet een van de twaalf
meer kon opbrengen.

II. Onschuldig was Jesus geweest.
Door het hele evangelie heen had Jesus geweldloosheid gepreekt
en liefde voor de vijand.  Zo zou het Koninkrijk van God komen.
Zijn kritiek richt zich vooral op de hogepriesters
en het misbruik dat zij maken van de tempel en hun macht.  
Door zijn religieuze en morele gezag is Jezus geliefd bij het Joodse volk.  
Daarom durven de hogepriesters Jezus niet op klaarlichte dag
in de tempel gevangen te nemen.
Onschuldig was hij dat wisten zij ook wel,
en Judas ook als hij berouw krijgt. Pilatus wist het ook……
zijn vrouw stuurde een boodschap, waarin ze Jezus een "rechtvaardige" noemde.
Wanneer een oproer dreigt te ontstaan, laat Pilatus toch Jezus geselen
en geeft hem dan over om gekruisigd te worden,
nadat hij eerst zijn handen in het openbaar gewassen heeft met de woorden
"Ik ben onschuldig aan zijn bloed" (27,24+26).  
Bij deze voorstelling van zaken gaat het Mattheüs
niet om de onschuld van Pilatus, maar om de onschuld van Jezus.  
III. Hoewel Jezus onschuldig is doet hij geen poging
om te ontsnappen of zich te verdedigen, noch met wapens, noch met woorden.  
Jezus onttrekt zich niet aan het lijden, maar neemt het op zich.  
Mattheüs verheerlijkt het lijden net zo min als Jezus het zoekt.  
Zijn doodsangst in Gethsémané maakt dit duidelijk.
Jesus bidt:  "als het mogelijk is, laat deze kelk aan mij voorbijgaan".
Toch heeft Jezus kennelijk het besef dat zijn dood onvermijdelijk is.  
Bij het Laatste Avondmaal zei  Hij:
"de Mensenzoon gaat heen zoals geschreven staat".  
Jezus is afgestorven ... volgens de Schriften" en wel "voor onze zonden".
Hij zei het tijdens het Avondmaal:
"Dit is het bloed ... dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden" (26,28).  
Jezus wil verzoening, vrede voor Israël,
opdat het volk veilig kan wonen in het Land.  

Alles wat hij in zijn bergrede heeft gezegd
maakt hij zelf waar: "Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land beërven. Zalig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden" (5,5.9).
"Heb uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen" (5,44).  

Op weg naar Jeruzalem heeft Jezus aan zijn leerlingen duidelijk gemaakt
dat zijn koningschap niet wordt gekenmerkt door heersen en macht, maar door dienen-.
Hij zal zijn leven geven als losgeld voor velen (20,25-28).  
De bevrijding kan niet met geweld van wapens tot stand worden gebracht:
allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen (26,53).


IV. Jesus’ lijden vindt plaats rond het Joodse Pasen.
Dat is niet toevallig.
Pasen is het feest van de bevrijding,
 van de verlossing uit de slavernij,
van de doortocht door de wurggreep van de dood.

Pasen vierde Hij met de zijnen:
Pasen vierde Hij voor ons
opdat wij bevrijd zullen worden van de machten die ons willen wurgen
en op kunnen gaan naar het licht.

Rond het Joodse Pasen
het feest waarop de verdwijning van de dreigende legermacht
van Farao’s soldaten wordt gevierd
gaan twee Romeinse soldaten de graftombe van Jesus bewaken.
De halzen, zij weten niet dat voor de God van Israël
de aardse legermachten hebben afgedaan
en de dood niet het laatste woord heeft.
Zij kennen de lofzeggingen niet  waarmee Jesus,
als trouwe Jood zij Vader vaak geprezen heeft:
    Jij bent machtig voor altijd, Heer,
    Jij doet de doden leven (groot in het bevrijden,
    je laat de wind waaien en de regen neerdalen),
    onderhoudt levenden in verbondenheid,
    doet doden leven in grote barmhartigheid.

Dat is ons tot troost want het gebed gaat verder:
    Jij bent de God
    die vallenden steunt, zieken geneest;
    gevangenen losmaakt en zijn trouw gestand doet
    aan hen die slapen in het stof.
    Wie is als jij, Heer van machtige daden,
    en wie lijkt op jou ?
    Koning, die doodt en doet leven,
    en bevrijding laat ontspruiten.

Op die God zal Jesus, hier vandaag, niet tevergeefs een beroep doen.
Dat zal ook gelden als Hijzelf stervende is.
Aan het kruis hangend roept Hij:
‘God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten ? (Ps. 22, 2)
Maar die psalm gaat verder en dan klinkt:
‘Op U hebben onze vaderen vertrouwd en gij hebt hen geantwoord.
Daarom zal ik uw Naam aan mijn broeders verkondigen
en in het midden van de gemeente zal ik U lofzingen.’(vs 5 en vs 23).

Wij aanbidden U Christus en loven U
omdat Gij door Uw kruisdoor de wereld hebt verlost.



                        AMEN.