| De kostbaarheid van een Mens |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| woensdag, 9 oktober 2002 | |
In memoriam prins Claus'De mens zijn dagen zijn als het gras, de wind waait erover heen en hij is verdwenen' zo lezen we in het boek van de psalmen. De maanden november en de maanden die daarna komen confronteren ons met die kwetsbaarheid van de mens. Het Haloweenfeest, uit Amerika overgewaaid, is een spel voor de kinderen -u leest er elders over in het Bavojournaal- met onze angsten. De spookachtige toestanden die bij dit feest(je) horen zijn niet echt eng. Het bestaan zelf is veel huiveringwekkender en stelt zijn vragen. Waar leef ik voor? Waartoe ben ik op aarde? Waar gaan we naar toe? en: Wat komt er na dit aardse leven?Toen de eerste geloofsverkondigers Nederland binnenkwamen werden zij ontvangen op het slot van een van de Hollandse koningen. De koning (eigenlijk een soort veredelde roverhoofdman) had vragen. Toen men hem vertelde dat er missionarissen naar Nederland waren gekomen die iets bijzonders te vertellen hadden zei hij: 'Soms vliegen hier vogels door het kasteel, ze komen langs de ene kant naar binnen en gaan er aan de andere kant weer uit. Zo is het ook met ons mensen. Als die mensen mij kunnen vertellen waar wij vandaan komen en waar wij naar toe gaan wil ik graag met hen kennismaken.' 'Waar komen wij vandaan?' - en 'Waar gaan wij naar toe?' zijn inderdaad de belangrijkste vragen, die een mens zich stellen kan. In de herfst proberen wij op die vragen een antwoord te vinden. En dan krijgen wij suggesties van de Schrift. Er wordt verteld dat er één is die aan ons denkt, de Ene met een hoofdletter. Hij vindt ons kennelijk de moeite waard en houdt van ons. Dat is onbegrijpelijk. Want: wie zijn wij nou eigenlijk en wat presteren wij? Wij zijn kwetsbaar als het gras, de wind waait en wij zijn verdwenen en onze daden? Wat brachten wij er tot nu toe van terecht? Toch denkt die Hij met een hoofdletter aan ons en wil Hij met ons op weg. 'Wij zijn Uw volk…wij zijn door U gedragen, als op de vleugels van een adelaar'.. zo hebben we gezongen op ons Bavofeest met velen. En in vele intieme uitvaartdiensten zongen wij: 'Wij leven en sterven voor God onze Heer, aan Hem behoren wij toe.' Werd hij niet, toen liefde hem tot ons voerde, Oude wonden eerde hij prinsgewijs, door Nu hij dood is lijkt ook zijn aard begraven: Regels om over na te denken. Het gaat over de waarde van de mens die bescheiden is en dienstbaar. Gelukkig zijn er zulke mensen mwt hun 'vreemde talenten'. Mensen die iets laat zien van het kostbaarste wat er is: de liefde. Hein Jan van Ogtrop, pastoor. |



