Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

De Laatsten Zullen De Eersten Zijn E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 29 augustus 2004

Sirach 3,17-29, Lucas 14,1+7-14

In onze pastorie was
-want alles is nu zo goed als leeg-
een bijzondere kamer
we noemden die 'de Vaderkamer.'
Daarin staan prachtige folianten,
oude boeken met teksten van de kerkvaders.
De boeken zijn door de Bavojongeren
met zorg verhuisd en staan nu in de garage
van mijn Vogelenzangs huis.
Daarin heb ik gesnuffeld naar wijsheid van vroeger
over de dingen die vandaag aan de orde zijn.

Ik vond een tekst van Ambrosius,
bisschop van Milaan in driehonderdzoveel,
-hij kijkt vanuit dat raam, een bijenkorf naast hem,
zijn woorden waren honingzoet maar ook duidelijk-
Augustinus is dankzij zijn preken bekeerd:
In een van Ambrosius' preken las ik:
'de aarde werd voor allen gemeenschappelijk geschapen.'
'Als je toevallig rijk bent
ook al heb je er hard voor gewerkt
bedenk dan dat je,
als je iets aan de arme geeft,
je niet iets geeft dat van jezelf is
maar iets dat eigenlijk al van hem was.'

Op een andere plank stonden de preken
van de Griekse heilige Johannes Chrysostomus,
vertaald: Jan met de gouden mond.
Hij waarschuwt:
'De rijken zijn degenen
die zich het eerste van allen
van de goederen die voor allen bestemd zijn
meester hebben gemaakt'
Ja, die oude kerkvaders konden het mooi zeggen
en hun boodschap is nog eigentijds ook.

Het probleem van de verhouding rijk/arm
zit overal tussen en achter.
Het is ook heel gevaarlijk
als sommigen proberen in bezit te nemen wat van allen is,
het resultaat is oorlog en vechten…
en dan hebben, volgens die oude wijze vaders, de armen gelijk.

Vandaag horen we spreken over mensen
die vooraan zitten omdat ze altijd al vooraan zaten-
en in de eerste lezing krijgen we te horen:
'hoe meer aanzien je hebt,
hoe meer je je moet vernederen.

De Heer ontmaskert, in het evangelie van vandaag
aan de hand van wat zich iedere dag voordoet
… het ambitieuze gedoe in de maatschappij,
waarbij anderen opzij gedrukt moeten worden
om sommigen de kans te geven zelf vooraan te komen.

En daarna wijst Hij degenen aan
die het eerste recht hebben om aan te zitten
aan de maaltijd der volkeren.
Dat zijn de armen, de gebrekkigen, de kreupelen en de blinden.
Die moeten worden uitgenodigd.
Maar dat is moeilijk want -zoals ik aan het begin al zei-
we kennen ze niet echt.
Wij zien de armen niet echt.
We kijken naar een beeldbuis die we kunnen afstoffen.

VERHAAL:
Er was eens een synagoge in een stadje in oost Polen.
De rabbijn was een zeer wijs man,
hij had tal van geleerde boeken geschreven
en had daarom ook gevraagd
of het bestuur van de synagoge hem niet met kleine zaken wilde lastig vallen.
Het ging hem alleen om de hoofdzaken.
Rondom het bedehuis woonden allerlei mensen.
Rijken en armen. Samen gingen ze naar de synagoge
maar natuurlijk de allerarmsten niet.
Die schaamden zich te zeer
omdat ze geen passende kleren hadden
om in het openbaar te verschijnen.
Wel was het de gewoonte
dat de armen van het dorp na de sabbathsdienst bij de kerkdeur stonden.
Ze kregen dan een gift van de kerkgangers
en bedankten hen daar vriendelijk voor.
Er kwamen echter klachten
dat vele kerkgangers het een beetje storend vonden,
die arme vieze mensen aan de deur.
Het bestuur was daarover in vergadering bijeengekomen
en om de overlast en de drukte te voorkomen
had men bij de uitgang van de kerk een groot offerblok geplaatst
met het opschrift: 'voor de armen'.
Toen de rabbijn
op eerste sabbath waarop het offerblok in gebruik genomen werd
naar buiten kwam zag hij wat er veranderd was
en deze ontdekking greep hem zo aan
dat hij direct het parochiebestuur bijeenriep.
'Wat hebben jullie nu gedaan,'
zo begon hij op verontwaardigde toon,
'jullie hebben bij de ingang van de kerk
een offerblok geplaatst!'
Verbijsterd vroegen de kerkbestuursleden hem
waarom hij hier zo geschokt over was.
Hij zei: 'tot nu toe stonden jullie iedere sabbath
nog oog in oog met de armen
en werden jullie door hen aan je eigen rijkdom herinnerd
en deden jullie wat je te doen stond
maar nu staat er alleen maar een ding.
Je zult daarom je ogen gaan sluiten
voor de nood van de arme
en je hart zal niet meer door de nood van de arme worden geraakt.'
Het offerblok werd haastig verwijderd
en de volgende week stonden de armen weer aan de deur.
De parochianen zagen hen weer oog in oog,
groetten hen en gaven weer hun giften
en de armen zegenden hen van harte.

Iemand die echt wel eens geweest is in een ontwikkelingsland
-neen ik bedoel niet op een safari of een verzorgde reis-
weet ongeveer hoe het daar is
en zal goede herinneringen hebben aan hun vriendelijkheid
en hun gastvrijheid tegenover welke gast dan ook
die zij onmiddellijk de ereplaatsen geven.

Wanneer zullen wij hen eindelijk eens toelaten aan onze dis?
Jesus geeft ons ook een methode aan
hoe we de idealen van het Koninkrijk Gods kunnen realiseren.
Het is voor jou goed om zo te leven
dat de ander belangrijker is dan jij. Maak voor hem ruimte.
Ga zelf nu eens niet op die eerste plaats zitten...
Laat die eerste plaats waar je als rijke westerling
al zo lang zit nu eens over aan een ander
die daar nog nooit gezeten heeft.
We kunnen al deze dingen ook toepassen dichterbij:
op je relatie met je partner, met je vrienden.
Zie hem of haar echt.
Gun die ander nu eens de ereplaats
en als die ander dat ook denkt
wordt het op deze aarde echt goed.

Door Jesus' verkondiging worden we steeds meer ingewijd
in de geheimen van Gods Koninkrijk.

Het wordt in het voetspoor van Jesus van Nazareth
steeds duidelijker wat van ons wordt verwacht:
doen als Hij
die zelf de laatste plaats heeft ingenomen
als een slaaf die de voeten van zijn leerlingen waste
als een mens die tussen de misdadigers aan het kruis hing
en die Zijn leven voor ons gaf.

Tot zijn gedachtenis staat hier een tafel,
die tafel hier is meer
dan een rechthoekige plank met vier poten
maar een prachtig symbool van menselijke solidariteit.

Aan die tafel zoals God die wil aanrichten
kunnen mensen van alle naties en talen aanzitten.
Aan tafel zijn ze allemaal hetzelfde,
zijn wij allemaal hetzelfde:
allemaal sterfelijke wezens die eten nodig hebben
anders gaan we dood.
Maar dankzij Hem is er leven!
AMEN.