Sirach 3,17-29, Lucas 14,1+7-14In onze pastorie was -want alles is nu zo goed als leeg- een bijzondere kamer we noemden die 'de Vaderkamer.' Daarin staan prachtige folianten, oude boeken met teksten van de kerkvaders. De boeken zijn door de Bavojongeren met zorg verhuisd en staan nu in de garage van mijn Vogelenzangs huis. Daarin heb ik gesnuffeld naar wijsheid van vroeger over de dingen die vandaag aan de orde zijn.
Ik vond een tekst van Ambrosius, bisschop van Milaan in driehonderdzoveel, -hij kijkt vanuit dat raam, een bijenkorf naast hem, zijn woorden waren honingzoet maar ook duidelijk- Augustinus is dankzij zijn preken bekeerd: In een van Ambrosius' preken las ik: 'de aarde werd voor allen gemeenschappelijk geschapen.' 'Als je toevallig rijk bent ook al heb je er hard voor gewerkt bedenk dan dat je, als je iets aan de arme geeft, je niet iets geeft dat van jezelf is maar iets dat eigenlijk al van hem was.' Op een andere plank stonden de preken van de Griekse heilige Johannes Chrysostomus, vertaald: Jan met de gouden mond. Hij waarschuwt: 'De rijken zijn degenen die zich het eerste van allen van de goederen die voor allen bestemd zijn meester hebben gemaakt' Ja, die oude kerkvaders konden het mooi zeggen en hun boodschap is nog eigentijds ook. Het probleem van de verhouding rijk/arm zit overal tussen en achter. Het is ook heel gevaarlijk als sommigen proberen in bezit te nemen wat van allen is, het resultaat is oorlog en vechten… en dan hebben, volgens die oude wijze vaders, de armen gelijk. Vandaag horen we spreken over mensen die vooraan zitten omdat ze altijd al vooraan zaten- en in de eerste lezing krijgen we te horen: 'hoe meer aanzien je hebt, hoe meer je je moet vernederen. De Heer ontmaskert, in het evangelie van vandaag aan de hand van wat zich iedere dag voordoet … het ambitieuze gedoe in de maatschappij, waarbij anderen opzij gedrukt moeten worden om sommigen de kans te geven zelf vooraan te komen. En daarna wijst Hij degenen aan die het eerste recht hebben om aan te zitten aan de maaltijd der volkeren. Dat zijn de armen, de gebrekkigen, de kreupelen en de blinden. Die moeten worden uitgenodigd. Maar dat is moeilijk want -zoals ik aan het begin al zei- we kennen ze niet echt. Wij zien de armen niet echt. We kijken naar een beeldbuis die we kunnen afstoffen. VERHAAL: Er was eens een synagoge in een stadje in oost Polen. De rabbijn was een zeer wijs man, hij had tal van geleerde boeken geschreven en had daarom ook gevraagd of het bestuur van de synagoge hem niet met kleine zaken wilde lastig vallen. Het ging hem alleen om de hoofdzaken. Rondom het bedehuis woonden allerlei mensen. Rijken en armen. Samen gingen ze naar de synagoge maar natuurlijk de allerarmsten niet. Die schaamden zich te zeer omdat ze geen passende kleren hadden om in het openbaar te verschijnen. Wel was het de gewoonte dat de armen van het dorp na de sabbathsdienst bij de kerkdeur stonden. Ze kregen dan een gift van de kerkgangers en bedankten hen daar vriendelijk voor. Er kwamen echter klachten dat vele kerkgangers het een beetje storend vonden, die arme vieze mensen aan de deur. Het bestuur was daarover in vergadering bijeengekomen en om de overlast en de drukte te voorkomen had men bij de uitgang van de kerk een groot offerblok geplaatst met het opschrift: 'voor de armen'. Toen de rabbijn op eerste sabbath waarop het offerblok in gebruik genomen werd naar buiten kwam zag hij wat er veranderd was en deze ontdekking greep hem zo aan dat hij direct het parochiebestuur bijeenriep. 'Wat hebben jullie nu gedaan,' zo begon hij op verontwaardigde toon, 'jullie hebben bij de ingang van de kerk een offerblok geplaatst!' Verbijsterd vroegen de kerkbestuursleden hem waarom hij hier zo geschokt over was. Hij zei: 'tot nu toe stonden jullie iedere sabbath nog oog in oog met de armen en werden jullie door hen aan je eigen rijkdom herinnerd en deden jullie wat je te doen stond maar nu staat er alleen maar een ding. Je zult daarom je ogen gaan sluiten voor de nood van de arme en je hart zal niet meer door de nood van de arme worden geraakt.' Het offerblok werd haastig verwijderd en de volgende week stonden de armen weer aan de deur. De parochianen zagen hen weer oog in oog, groetten hen en gaven weer hun giften en de armen zegenden hen van harte. Iemand die echt wel eens geweest is in een ontwikkelingsland -neen ik bedoel niet op een safari of een verzorgde reis- weet ongeveer hoe het daar is en zal goede herinneringen hebben aan hun vriendelijkheid en hun gastvrijheid tegenover welke gast dan ook die zij onmiddellijk de ereplaatsen geven. Wanneer zullen wij hen eindelijk eens toelaten aan onze dis? Jesus geeft ons ook een methode aan hoe we de idealen van het Koninkrijk Gods kunnen realiseren. Het is voor jou goed om zo te leven dat de ander belangrijker is dan jij. Maak voor hem ruimte. Ga zelf nu eens niet op die eerste plaats zitten... Laat die eerste plaats waar je als rijke westerling al zo lang zit nu eens over aan een ander die daar nog nooit gezeten heeft. We kunnen al deze dingen ook toepassen dichterbij: op je relatie met je partner, met je vrienden. Zie hem of haar echt. Gun die ander nu eens de ereplaats en als die ander dat ook denkt wordt het op deze aarde echt goed. Door Jesus' verkondiging worden we steeds meer ingewijd in de geheimen van Gods Koninkrijk. Het wordt in het voetspoor van Jesus van Nazareth steeds duidelijker wat van ons wordt verwacht: doen als Hij die zelf de laatste plaats heeft ingenomen als een slaaf die de voeten van zijn leerlingen waste als een mens die tussen de misdadigers aan het kruis hing en die Zijn leven voor ons gaf. Tot zijn gedachtenis staat hier een tafel, die tafel hier is meer dan een rechthoekige plank met vier poten maar een prachtig symbool van menselijke solidariteit. Aan die tafel zoals God die wil aanrichten kunnen mensen van alle naties en talen aanzitten. Aan tafel zijn ze allemaal hetzelfde, zijn wij allemaal hetzelfde: allemaal sterfelijke wezens die eten nodig hebben anders gaan we dood. Maar dankzij Hem is er leven! AMEN. |