Lezingen: Ezechiel 33, Romeinen 13, 8-10, Mt.18,15-20 waar twee of drie Iemand -hij was nogal belangrijk- zei laatst: 'het aantal kerkgangers verdampt'.
Verbaasd hoorde ik dat aan. 'Bedoel je dat we op den duur niemand overhouden?' vroeg ik. Hij kreeg een rood hoofd. Ik kan niet tegen zult gepraat. Ben ik dan onnozel? Zie ik dan niet dat er minder mensen in de kerk komen dan toen ik priester gewijd werd.. ja dat zie ik, ik ben niet onnozel. Zie ik dan niet dat de jongeren in onze kerk tijdens de liturgie ondervertegenwoordig zijn? Ja dat zie ik. Maar ik zie meer. Ik zie dat steeds meer mensen op zoek zijn naar religie, naar zingeving; eigenlijk naar de dingen waar wij ons mee bezig houden in de kerk. Ik zie dat jonge mensen graag een beroep doen op de kerk ze willen er trouwen, ze zijn geroerd als ze een uitvaart van hun vader, moeder, oma of opa meemaken ze staan ernstig voor je als ze hun kind laten dopen. Ik zie dat er steeds meer meisjes komen op de koorschool - vrijdag is weer de openingsmis - en steeds meer geinteresseerde ouders. Ik maakte mee hoe er deze week, bij de uitvaart van de bekende Haarlemse schrijver Louis Ferron, een beroep gedaan werd op de kerk; de schrijver wilde dat bij zijn groeve psalm 129 gelezen werd door een 'gediplomeerd priester' -we hebben om die term wel even geglimlacht- dus ben ik maar gegaan. De gesprekken na de uitvaart met zovelen zouden een dagvullend boeiend VPRO-programma hebben kunnen zijn. Fijn, toch wel, dat er zoiets als een kerk is. om mensen op te vangen fijn dat die mensen hier kunnen komen om de litrugie mee te maken of om een beroep op ons te doen. Het is voor de kerk een eretaak want mensen zijn er om samen op te trekken, om verantwoordelijk te zijn voor elkaar. -- Niet in de zin dat wij elkaar controleren en betuttelen maar wel zo dat wij elkaar sterken en bewaren elkaar vertellend dat er EEN is die van ons mensen houdt die ons graag ziet en ons als Zijn helpers nodig heeft... 'wat goed is het en heerlijk als broeders en zusters samen zijn....' lezen we in het boek van de psalmen, 'het is als dauw van de bergen of als kostelijke honing die druipt in de baard van Aäron.' Op het eerste gehoor een beetje kleverig: maar toch een beeld van uiterste genoegelijkheid: van rust, van vrede. 'ZIET HOE GOED HET IS ALS MENSEN SAMENZIJN' We zijn als mensen geroepen om elkaar op te zoeken: alleen is maar alleen. Daarom dat bisschop Zwartkruis het altijd zo graag had over SAMEN KERK. Je kunt het niet alleen volhouden. -- Jesus bedoelt datzelfde vandaag als Hij zegt: 'waar er twee of drie in mijn naam bijeen zijn daar ben ik in hun midden.' 'WAAR TWEE OF DRIE IN MIJN NAAM BIJEEN ZIJN DAAR BEN IK IN HUN MIDDEN.... dat ervaren gehuwden die dat met elkaar gaan vormgeven en ervaren: ze gaan aan het delen: hun smart--- en dan wordt die half hun vreugde -- en dan wordt die dubbel. Je bent sterker als je bij een ander terecht kunt, je ervaart Gods troost pas echt als er iemand is die zich naar jou toebuigt. Wij zijn ook wat betreft het volharden in onze idealen, verantwoordelijk voor elkaar. We zijn ook als het niet lukt verantwoordelijk voor elkaar. Daarover hoorden we uitdrukkelijk spreken in het evangelie... er wordt verteld hoe je iemand moet wijzen op zijn fouten, zijn zonde. En dat is nou net een terrein waar wij niet zo goed raad mee weten. Ik schaamde mij wel een beetje toen in de oude Bavo na het oecumenische middaggebed eens iemand tegen mij zei: "Wat goed dat jullie in de kerk de biecht hebben. "Je bent dan niet alleen met je fouten en kunt ze uitspreken." Hadden wij de biecht maar meer zo gezien en beleefd: een zegenrijk sacrament: 'Wat je zult ontbinden op aarde zal ook ontbonden zijn in de hemel' je kunt elkaar bevrijden van schuldcomplexen en elkaar nieuwe kansen geven. De biecht op zichzelf is zo gek nog niet: er klopte alleen iets niet meer met de vorm. Misschien was de afstand te groot tussen priester en biechteling, misschien voelde men zich verplicht dingen te biechten die mensen eigenlijk helemaal geen zonde vonden. Je zou daar apart nog eens een zondag aan moeten wijden. Nu gaat het er alleen maar om om eens uitdrukkelijk vast te stellen dat we elkaar nodig hebben. Ook om onze fouten samen te overwegen -zoals het evangelie van vandaag zegt- maar vooral om samen te horen dat we toch verder kunnen als we alles poberen om ze samen op te lossen. Het geloof in God doorgeven die iets, neen die alles in de mensen blijft zien lijkt een dwaze onderneming. Het lijkt dwaas en zinloos mensen op te roepen in het voetspoor te gaan van Jesus die de mensen oproept uit de kringloop van wantrouwen en haat te ontsnappen. Het lijkte gekkenwerk die oude idealen te koesteren maar het is volgens mij de enige mogelijkheid om de wereld te redden. Het blijven koesteren van grote idealen waarvan de vervulling verder weg lijkt dan ooit is een grote uitdaging. Kijk hoe hoog de nood van de mensheid gestegen is; hoe moeilijk het is elkaar te helpen (ik denk aan het drama in New Orleans). Kijk hoe moeilijk het is wantrouwen tussen de mensen te slopen. Kijk hoeveek mensen zoeken naar zingeving. Kerken zijn nodiger dan ooit. Kerken als groeperingen van mensen die op de trompet blazen (als de wachter uit de eerste schriftlezing). 'Het aantal kerkgangers verdampt' zei de geleerde man ik zou hem antwoorden: wij willen blijven komen. Bidden we voor deze arme wereld waar we zelf deel van uitmaken en blijft u in `s hemelsnaam hier komen we kunnen elkaar en het woord dat we hier doorgegeven krijgen en het sacrament dat ons versterken kan niet missen. Het is niet erg als wij niet aan onze idealen toekomen als we fouten maken en wij zelf aan de vervulling ervan niet toekomen maar het is wel erg als wij inzakken in lusteloosheid… van de kleine bijdragen van ieder van ons aan de opbouw van Gods nieuwe wereld hangt de toekomst van deze aarde af. Paulus zegt dat in zijn brief aan de christen van Rome op een onnavolgbare manier: 'zorg dat gij niemand iets schuldig zijt. Uw enige schuld aan elkaar blijve de onderlinge liefde.' AMEN |