|
De protestliederen mogen klinken |
|
|
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop
|
|
zondag, 16 juli 2006 |
Installatie nieuwe koorleden en afscheid groep 8 van de koorschool, 15e zondag door het jaar. Schriftlezingen: Amos 7,12-15 en Marcus 6,7-13Jongens en Meisjes, Vaders en moeders, beste mensen van het muziekinstituut allemaal toch parochianen, beste gasten.
Waar ik al jaren bang voor ben gebeurt vandaag. De profeest Amos staat op het rooster en zo treedt hij op, bij de installatie van de nieuwe koorleden en het afscheid van groep 8 van de koorschool.
Waarom was ik daar zo bang voor omdat Amos helemaal niets van zang moest hebben.
Daarom krijgt hij ook van de mensen van de tempel in Bethel en van het muziekinstituut aldaar denk ik ook een spreekverbod: hij moet zijn mond houden! Dat hoorde u vandaag.
Waarom was dat en wie is dan toch die Amos?
Hij was een schapenfokker (waarschijnlijk voor de offerdienst in de tempel) uit Tekoa, even ten zui¬den van Jeruzalem. De tijden van koning David en Salomo liggen al lang achter ons. Het rijk is verdeeld in twee gedeelten: het Zuidrijk Juda) met als hoofd¬stad Jeruzalem en het Noordrijk (Israël) met als hoofd¬stad Samaria. Zo'n 2700 jaar geleden liet hij zijn overduidelijke woorden horen en de teksten van al zijn toespraken zijn bewaard gebleven.
En het zijn allemaal scheldkanonades tegen de offercultus in de tempels van Jeruzalem en Bethel in het noorden van Israel -waar nu de raketten vallen-.
Hij noemt eerst de rijke mensen en dan de priesters. Tot de rijken zegt hij: 'Wee jullie, zorgeloze patsers, Jullie liggen op ivoren rustbedden, op jullie divans uitgezakt.’
En tot de priesters (van Betel) richt hij woorden: 'Zo zegt de Heer, Ik haat jullie feesten, Ik kan jullie samenkomsten niet meer luchten ... doe weg het getier van jullie liederen, het getokkel van je harp, Ik kan het niet meer aanhoren.'
Nee, niet direct een geschikte patroon voor een zangkoor, deze Amos. Ook wat ruw in de mond. Zo bezigt Hij zeer onhoffelijke taal, als hij de 'society-ladies' van Samaria toespreekt: 'Hoort dit woord, jullie koeien (!) van Basan op de berg Samaria.'
Waarom fulmineert hij zo tegen liturgie en de 'society' van zijn dagen? Hij laat de ontstelde dames en hun echtgenoten niet lang in het ongewisse (4, l): 'Jullie verdrukken de armen, kra¬ken de behoeftigen en zeggen liever tot jullie mannen: "Laat eens wat aanrukken, dan kunnen wij drinken".' Nou is het wel genoeg en daarom krijgt hij een spreekverbod… dat hoorden wij vandaag. Waarom? Ik gaf het al aan: 'Zo spreekt de Heer: Om drie overtredingen van Israël, ja om vier klaag ik ze aan. Omdat ze de rechtvaardige verkopen voor geld de behoeftige voor een paar schoenen. Zij snakken ernaar dat stof van de aarde de armen bedekt en willen de neergebogenen van de weg afdringen.'
Genoeg over Amos, de feestpredikant van vandaag. Niet dus. Mogen wij dan helemaal niet meer zingen en liturgie vieren.
Ja dat mag, dat moet zelfs maar Jesus leert de mensen wel hoe.
Hij vertelt zijn vrienden dat ze sober moeten leven: ‘Jesus verbood zijn vrienden op hun rondreizen iets anders mee te nemen dan alleen een stok; geen voedsel, geen reis¬zak, geen kopergeld in hun gordel. Wel moogt ge sandalen dragen, maar trekt geen dubbele kleding aan.' De sandalen zijn belangrijk want dan kunnen de leerlingen lopen en mensen bezoeken en daar gaat het om.
Met deze sobere uitrusting zendt de leraar uit Nazareth zijn volgelingen naar de dorpen en de steden van het land, om aan de joden in herinnering te brengen wat het betekent jood te zijn, zoon van Abraham, en wat dit inhoudt aan toekomstverwachting. . Een uitermate so¬ber tenue; armer kan bijna niet.
De vromen van Jesus' dagen waren herkenbaar op de hoeken van de straten aan hun plechtige gewaden waarmee ze op mensen indruk wilden maken. Jesus vindt dat allemaal niet nodig. Zo krijgen vandaag niet alleen de koorleden kritiek te horen middels Amos maar op de priesters en alle fraai uitgedosten in de liturgie van Jesus zelf
Zijn leerlingen zullen geen kunstmatig gecreëerde voorsprong hebben op hun gehoor. Jesus bindt ze vast op hun echte overtuiging.
Ze zijn geen ambassadeurs van een herkenbare grootmacht, maar de getuigen van de On¬zienlijke, met een reisstok en sandalen, en het bericht dat ze moeten aanzeggen is hetzelfde als dat van hun Heer: ‘Een betere wereld kan er komen als je mee wilt doen om anderen gelukkig te maken.’
Dat proberen wij hier in deze kerk. Mensen in nood proberen we te helpen mensen met verdriet proberen we te troosten en mensen die wanhopen op te wekken.
En nu kom ik alle koorleden weer troosten. Als wij hier zingen dan doen we dat niet om op te vallen maar om mensen die bedroefd zijn weer vrolijk te maken om mensen die wanhopig zijn weer op te wekken.
En als wij de lof van God zingen zingen wij ter ere van de God die van de kleine mensen houdt; de God die de wezen beschermt en de armen als zijn speciale vrienden heeft.
Als wij zingen GLORIA IN EXCELSIS DEO is dat een protestzang. Want wij bedoelen dat wij niet willen zingen voor de machthebbers in de wereld maar ter ere van God die de God van de weerlozen is en die de God van de liefde is.
En als wij zingen SANCTUS SANCTUS DOMINUS DEUS SABAOTH dan eren wij diezelfde God en als wij zingen BENEDICTUS, dan betekent dat GEZEGEND HIJ DIE GEKOMEN IS IN DE NAAM DES HEREN: Jesus de Messias ons aller vriend.
En zo geloven wij samen dat de liefde het winnen zal van de haat dat de vrede het zal winnen van de oorlog en dat Gods Koninkrijk zal komen in onze dagen.
Vergeet die enge AMOS nu maar weer die zo te keer ging tegen de schijnheiligheid in zijn dagen en proberen wij samen de ware God te dienen, de lofzang gaande te houden ter ere van die God die van de mensen houdt en die wil dat wij elkaar liefhebben
Onze liederen zijn protestsongs tegen de wanhoop en geloofsbelijdenissen in de ene God de Vader van Jesus Christus die ons nooit in de steek laat.
AMEN. |