2e zondag door het jaar Schriftlezingen: Jes. 49,3-6, Johannes 1,29-34I. Een van de merkwaardigste en tegelijk ook verontrustendste uitspraken van Jesus is een vraag die hij plotseling opwerpt in een debat: ' zal er later nog geloof gevonden worden in Israël?' Daarmee treft hij ons diep.
We lezen in de Bijbel vele verhalen over geloofshelden en heldinnen: over Mirjam, Judith en Maria om met de vrouwen te beginnen, over Abraham, Mozes, David, Jesaja, en een heel boek, het Nieuwe Testament, over Jesus zelf. Maar... hoe gaat het verder? Een vraag die veel mensen op de lippen ligt is: 'ZAL het überhaupt wel doorgaan met het goede oude verhaal in mijn eigen levensdagen en die van mijn kinderen?' De bisschoppen zeiden enkele jaren terug dat wij een missieland zijn en misschien is dat ook wel zo al zijn veel mensen door die uitspraak een beetje beledigd. Maar hun en onze vraag is dezelfde: Zal er nog geloof gevonden in Nederland in 2050? Mooie dingen zijn zo kwetsbaar. II. Het was voor de volgelingen van Johannes de doper, die zich met hart en ziel aan de ruige boete-profeet hadden toegewijd een hele klap toen hij opeens zei: 'je moet nu niet meer bij mij wezen.' De hoge heren uit Jeruzalem waren ooit bij hem op bezoek geweest en hadden toen gevraagd: 'wie ben jij'. Zijn leerlingen hadden vast goede antwoorden geweten: 'een genie', een profeet, de nieuwe Elia, de Messias misschien wel.' Maar hij zegt na iedere vraag opnieuw: 'die ben ik niet.' Door al die nieten wordt de aandacht van de lezer gericht op degene die dan WEL degene zou zijn op wie de wereld wacht. En dat is Jesus van Nazareth die het verhaal onverwacht binnenkomt. Tot verbijstering van de leerlingen van Johannes doet hun idool gemakkelijk afstand van heel zijn eigen belangrijkheid en wijst hij alleen maar door naar die ene die komt. Dat is niet plezierig, dat de man op wie je viel, die je zo hevig vertrouwde, je gewoon doorstuurt naar een ander. Zal die wel bevallen en je de zekerheid geven die je nodig hebt? Of zal die ander je misschien ook weer doorsturen naar weer een ander? Moeten wij, die Jesus volgen, misschien niet ook eens gaan uitzien naar een nieuwe leraar, het christendom is per slot van rekening al 2000 jaar oud? Ontstellende vragen. Daarom is het misschien goed om eens op een bijzonder woord in de tekst van vandaag te letten. Dat is het woord BLIJVEN. Johannes de doper geeft een merkwaardig getuigenis over Jesus. Hij zegt tegen zijn leerlingen over Jesus niet alleen dat HIJ DE GEEST ALS EEN DUIF ZAG NEERDALEN. Maar hij herhaalt (tot tweemaal toe): DAT HIJ ZAG HOE DE GEEST OP HEM BLEEF RUSTEN. Het was niet alleen een neerdalen, een 'eventjes begeesteren' of zo maar iets maar IETS DAT BLIJFT. Dat woord 'blijven' is een favoriet woord van de evangelist Johannes. Hij gebruikt het woord maar liefst 40 keer in zijn geschreven werk. Zo benadrukt Johannes de evangelist dat het met die Geest van God die via Jesus tot ons komt niet zo gaat als met de gewone dingen in het menselijke leven die voorbijgaan, zoals dat in een TV-serie terecht gezegd werd. Als wij spreken over de Geest gaat hem om een andere kracht die niet alleen op een speciale manier in Jesus aanwezig is en blijft - een nieuwe leraar is dus niet nodig - maar die in iedere christen, ja zelfs in iedere mens zoals de profeet Jesaja dat ook zei, aanwezig wil zijn. Wij zijn als christenen geen leden van een soort historische genootschap die een belangrijke leider in ere houden. Als de kerk alleen maar een historisch genootschap was zou zich nooit hebben kunnen uitbreiden naar Zuid Amerika, naar Azië of Afrika, de kerken die ons vaak voorgaan in enthousiasme en geloosfijver. Wij zijn zo een gemeenschap rond een levende Heer wiens Geest ons in leven houdt en bijeenbrengt in iedere tijd opnieuw. III. Johannes de evangelist beschrijft dat op zijn allerduidelijkst in Jesus' afscheidsrede. Eigenlijk is het helemaal geen afscheidsrede omdat Jesus met nadruk zegt: IK ZAL ALTIJD BIJ JULLIE ZIJN. Hij kan dat zeggen, onafhankelijk van wat er gaat gebeuren: want GOD IS MET ONS. Als we wat verder lezen dan de tekst voor de lezing van vandaag, komt dat woord BLIJVEN nog een keer voor. Nadat Johannes de doper tot tweemaal toe aan zijn leerlingen heeft gezegd, dat ze in Jesus definitief alles zullen vinden wat ze aanvankelijk bij hem zochten, zijn er twee die onmiddellijk besluiten Jesus na te lopen: Andreas en Simon die later Petrus zou heten. Terwijl ze achter Jesus aanlopen, keert die zich om en zegt: 'Wat willen jullie?' Ze vragen hem dan waar hij woont. Jesus antwoordt: 'kom mee en zie voor jezelf.' En het verhaal van vandaag eindigt dan met te vertellen dat ze met Hem meegaan, ze gaan Zijn huis binnen EN BLIJVEN BIJ HEM. Daartoe worden wij ook opgeroepen: bij Hem te blijven. Het is de moeite waard bij Hem binnen te gaan om te luisteren - dat doen wij hier in dit huis - en Hem daarna te volgen naar de mensen toe. Hoe gaat het verder met de kerk die zo in de problemen is in onze dagen en zullen onze kinderen de waarde van het geloof ontdekken? Zal er nog geloof worden gevonden in Nederland in 2050? Antwoord: Ja, zolang wij vasthouden aan deze Heer en van Hem getuigen in woord en daad. Als christenen samen verantwoordelijk voor deze wereld. Daarom heb ik zo'n grote voorkeur voor de slotbede van een van de gezongen voorbeden van Oosterhuis - je kunt ze ook zeggen natuurlijk - waarin gebeden wordt voor de noden der wereld maar dat niet alleen er wordt ook gebeden voor mensen die kracht uitstralen, goed doen - en dan komt het - DAT ZE STAANDE BLIJVEN IN ONS MIDDEN. Wat zou het goed zijn als wij die mensen zouden durven zijn! |