Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Duidelijke taal E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zaterdag, 25 september 2010

26e zondag door het jaar 
Schiftlezingen -Amos 6,4-7, Lucas 16, 19-31

Het lijkt wel een sprookje:
‘er was eens een rijk man die iedere dag feestvierde
en een arme, die Lazarus heette– die naam betekent God helpt!-
die als bedelaar aan de deur lag….. ‘
maar het is helemaal geen sprookje
het is een protestverhaal van Jesus
tegen een wereld waarin rijk rijk is en blijft
en arm arm. In de arme landen zijn er honderden doden
als er een tornado komt, de gammele hutjes waaien weg
en de armen zijn weerloos.
In de rijkere landen zorgt
de rijke structuur van het land
voor steviger huizen: ze kunnen een stootje hebben.

Toen ik in enkele jaren geleden eens les gaf op een pedagogische academie en
-sprekend over de joodse wortels van het christendom –
ver¬telde dat de God van de joden en christenen zich het lot van de armen aan¬trekt
kwam er een fiere baghwanner op mij af die zei:  
 "wat een onzin verkondigde u weer,
 Ik ben rijk, ik ben blij dat ik rijk ben
 en heb verder met niemand wat te maken.' 

Gelukkig liggen de meeste boeken van de Baghwan nu bij de Slegte.

Merkwaardig genoeg zijn er een aantal andere boeken,
de eeuwen door behouden gebleven
en hebben ze niets aan actuali¬teit inge¬boet:
de 72 boeken van de Heilige Schrift
over de God van Abra¬ham, Izaak en Jacob
en over Jesus, Gods trouwe getuige.

We krijgen vandaag veel stof tot overweging.
Om te beginnen van de profeet Amos.
Neen geen verheven leraar maar een nuchtere landbouwer.

Om precies te zijn een vij¬genkwe¬ker uit Tekoa,
het noorden van Israël die over een scherpe opmerkingsgave beschikte
en in woord en geschrift
de hoogge¬plaatsten in kerk en samenleving
onver¬bloemd de waar¬heid zei.

Zijn aanklacht laat niets aan duidelijk¬heid te wensen over.
 'Wee de zorgelozen in Sion,
 de zelfverze¬kerden op Samari¬a's berg.
 Ze liggen op ivoren rust¬bedden
 en strekken zich lui en vermoeid uit op hun sponden.

 Ze willen ook nog wel eens vroom doen
 en zingen en de harp spelen
 denkend dat zij Davids gezangen evenaren;
 ze drinken wijn uit brede schalen
 en zalven zich met koste¬lijke olie maar...
 de arme verkopen zij voor een paar schoenen
 en de Heer walgt van jullie gezang,
 hou maar op en doe recht!'
Dat was Amos,
een van de duidelijkste profeten van het Oude Testament.
Hij kwam het eerst aan het woord en daarna Sint Lucas,
de evan¬gelist van dit kerkelijk jaar
naar wie we nog enkele weken mogen luisteren.

Het evangelie van deze zondag vertelt
over het no nonsense-denken waar ik zojuist over sprak
tot in zijn uiterste conse¬quenties.

Ikke ikke en de rest kan....
Dat laatste, dat kunnen stikken,
geldt voor de arme weer¬loze Lazarus
die buiten de poort van de villa van de rijke ligt.

Alleen de honden die zijn zweren aflikken
besteedden nog aandacht aan hem.  
De rijke in het verhaal is gezien in het dorp
en krijgt na zijn dood een eervolle begra¬fenis.

Dat laat¬ste detail is wrang.
De begra¬fenis van de arme die al eerder gestorven was
is immers geheel onopgemerkt gebleven,
mis¬schien hebben alleen de honden om hem getreurd.
Maar..  bij God is alles omgekeerd.
De arme kreeg een vorstelijke ontvangst in het konink¬rijk Gods.
Hij komt in Abrahams schoot.
De rijke blijkt echter in de hel terechtgekomen te zijn.

Een onple¬zierig thema misschien, de hel,
maar in dit verhaal is hij echt nodig.

Na de eervolle begrafenis van de rijke met de slechte afloop dus
wordt een prachtig discussie beschreven tussen de rijke,
de arme Lazarus en Abraham die namens God spreekt.
 'Geef mij wat te drinken'
vraagt de rijke aan Lazarus de arme die in de hemel is.

 'Geef mij te drinken',
dat had Lazarus eerder aan de rijke ge¬vraagd,
maar steeds tever¬geefs:
 'ik was dorstig, ge hebt mij niet te drinken gegeven'.

 'Geef mij wat te drinken' smeekt de rijke nu,
maar de afstand is niet meer te over¬bruggen.  

De consequente no-nonsense leefwijze van de rijke op aarde
wordt door God serieus geno¬men:
er is geen weg terug meer.
Wanhopig roept de rijke dan nog:
 'laat mij dan mijn eigen fami¬lie gaan waarschuwen'
 (waarom alleen die eigen BV??).
En dan komt een zeer be¬langrijk antwoord:

    ZE HEBBEN MOZES EN DE PROFETEN
  LAAT ZE NAAR HEN LUISTEREN!!

Een zeer belangrijke les wordt ons hier gelezen,
een klemmende boodschap ons doorgegeven.

Ten eerste:  wat wij hier en nu doen
is bepalend voor ons hele lot.

En ten tweede:
er worden geen speciale boodschappen doorgegeven
achter de rug van Gods profe¬ten om.

God neemt de verkondiging van zijn eigen helpers, zijn profeten,
werke¬lijk serieus.

Ons Bavofeest is in aantocht:
de volgende week gaan alle registers open.
Mag dat wel zo’n feest vieren
-dat deed de rijke toch ook iedere dag.
Heb je nog wel redenen om feest te vieren
in deze voor de kerk zo zorgelijke tijd?
Al die schandalen, al die problemen:
het is voor de kerk een buitengewone slechte tijd.

Ik wou dat nou toch eens een keer omdraaien:
wj leven als kerk in een gezegende tijd:
Als je gezegend wordt betekend dat
Dat je door God wordt uitgedaagd:
Bij je doop, je huwelijk, je wijding,
als je wordt aangesteld door bisschop
en collega’s als pastorale werker.
Je wordt geroepen er iets van te maken;

En bij iedere zegen weer aan het einde van iedere viering
worden wij allemaal uitgedaagd er de komende week iets van te maken.
Iets te gaan doen bijvoorbeeld,  ter bevordering van de doorbraak van Gods vrede
(we denken daar vandaag in het bijzonder aan
nu de vredesweek ten eind loopt).

Iedere dag opnieuw moeten wij ons persoonlijk de vraag stellen:
Waar ben ik mee bezig.

Ik noem deze tijd een gezegende tijd.
Een tijd waarin wij samen, jong en oud,
Worden uitgedaagd er toch te zijn;
er te zijn voor God en de mensen die ons nodig hebben.

De oude getrouwe kerkgan¬gers
-toch nog zo’n kleine vierduizend in Haarlem vandaag-
gaan steeds minder uit sleur maar zijn aan het ontdekken
wat de werkelijke waarde is van het geloven
en kunnen zo hun geloof beter doorge¬ven aan anderen.

En wat onze geloofsverantwoordelijkheden betreft:
die staat ons nu, duidelijker dan vroeger, scherp voor ogen
- de arme ligt aan de poort van onze welvaartswereld
en smeekt om hulp,
- de schepping is door al ons kunnen overmees¬terd en mis¬vormd. 

We ontdekken onze gezamenlijke roeping
en - en dat is tiepisch iets van nu-
we herontdekken ook persoonlijk, ieder apart,
de rijkdom en de inspiratiebronnen van ons geloof.

En in onze dagen glanst –ondanks alle problemen-
het evangelie ons weer tege¬moet
in al zijn fel¬heid
en datzelfde geldt van de krachtige verkondi¬ging
van het Oude Testament
waar we weer gevoelig voor zijn geworden.

Een geloofsleerling zei het nog deze week
toen ik met hem de verwantschap van het Oude
en het Nieuwe Testament besprak: ‘COOL’ zei hij: ‘VERS!’’
(dat is het nieuwste woord voor iets geweldigs).
Zo kunnen wij wijzer worden van de wijsheid
waar Jesus zelf ook uit leefde.

Jonge mensen bidden weer
-een onderzoek leerde
dat van de jeugd kerkelijk of niet kerkelijk- 75 procent  bidt;
en waar het het dopen betreft gaat het stug door:
we mogen er vandaag straks na de viering weer van genieten.
Jonge ouders blijven – neen niet allemaal, soms tot verdriet van hun ouders-
hun kinderen naar de kerk brengen
en volwassenen treden, met enige regelmaat, tot de kerk toe.
En als onze taak volbracht is wordt Lazarus: GOD HELPT betekende zijn naam
weer genoemd in het lied waarmee onze dierbaren worden uitgedragen:


‘In Paradisum deducant te angeli’ –zo begint het gezang-
‘Mogen de engelen u naar het paradijs geleiden
en …. moogt ge met de arme Lazarus –over wie Jesus eens sprak-
de eeuwige rust genieten.’

God sterke ons allen ieder afzonderlijk
bij onze eigen  taak.