| Een bijzondere reisleider.... |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 30 juli 2006 | |
|
30 juli: (17 zondag door het jaar) In het lied herkennen wij iets, iets wat ons eigen leven betreft. Wij voelen ons inderdaad vaak als reizigers, als mensen die een levenstocht maken. Niet zomaar op de bonnefooi maar ergens naar toe... Het is een reis met een doel.. 'ga naar 't land dat ik u wijs.' Het is niet altijd een gemakkelijke weg. Je moet vaak dingen loslaten, opnieuw beginnen: 'verlaat wat Gij bezit ' durf los te laten een nieuwe start maken is altijd iets vertrouwds loslaten... Het leven is geen plezierreis: in de Bijbel heet het daarom een tocht door de woestijn. Dat betekent niet dat het een en al ellende is -soms is het wel zwaar, deze weken: een jonge moeder ten grave dragen, haar man en vier kinderen blijven achter; en nu ligt een man van net 60 jaar op sterven. Wat je mee moet maken valt soms lelijk tegen, het is soms zwoegen en ploeteren, hopen en wanhopen, volhouden en weer in elkaar zakken.... Het is geen gewone reis: maar er is een bijzondere Reisleider: Iemand die je niet alleen laat, die je zorgen meedraagt en je steeds uitdaagt verder te gaan en die je meeneemt naar een nieuw land naar een grandioos einddoel: een land van melk en honing, een gelukkig land: het land van Kanaän. Maar wat de mensen er van maken het is bar en boos. Enkele jaren terug waren jongeren uit onze parochie in Polen en ze hebben daar Auschwitz bezocht... en verbijsterd geconstateerd hoe slecht het hier soms zijn kan, en dat terwijl God ons al het goede gunt, Het oude verhaal van God met de mensen vertelt over de kracht die mensen die op Hem vertrouwen keer op keer ontvangen, als ze naar het nieuwe land op weg durven gaan ondanks hun falen. Er wordt verteld over bemoediging die mensen kregen in de woestijn: over water uit de rots, brood uit de hemel.. sterkte onderweg. Voor ons op onze pelgrimstocht is er vooral behoefte aan krachtvoer voor je ziel: opdat je weet waar je voor leeft en de kracht ontvangt om vol te houden en gemotiveerd te zijn om goed te blijven doen. Er is nood en er is een schreeuw om hulp: uiteindelijk is dat de roep naar God. Tot Hem mag je dan zeggen: 'Houd Jij mij toch in leven wees Jij mijn kracht en mijn redding, steeds weer zoeken mijn ogen naar U...'; En dan geeft God Zijn bemoediging aan ons meestal via de mensen die Hij naar ons toestuurt om ons te troosten of de waarheid te zeggen: (nieuwe mensen op ons levenspad, een partner, een vriend, een vriendin) iemand die ons wakker maakt en in beweging brengt. Heel, heel soms zijn er tekenen die ons tot grote verbazing en vreugde stemmen: een plotselinge genezing, een wonderbare bemoediging, een stralend geluk dat ons ten deel valt. Dat gold voor degenen die Jesus' tekenen toen in Galilea, toen Hij de zieken genas en het brood brak en velen verzadigde. De schriftlezingen van vandaag vertellen ons over Elisa de profeet, die namens God mensen hulp geeft onderweg: een bemoediging van Godswege,en die komt altijd onverwacht. Over het antwoord, de troost en de bemoediging die ons in Jesus gegeven is, gaat het evangelie van vandaag. In alle kerken over heel de wereld dat verhaal voorgelezen, het evangelie van de zgnm. broodvermenigvuldiging. Het volk had het in Jesus' dagen moeilijk. De romeinse bezetters gingen als wildemannen te keer. De rijken werden steeds rijker en de armen steeds armer. Vroeger, in de goede dagen van koning David kon je het nog zingen: 'MIJN HERDER IS DE HEER HET ZAL MIJ NOOIT AAN IETS ONTBREKEN' - wij zingen het vaak - maar nu..... In die dagen treedt Jesus op en verkondigt dat de Heer, de oude trouwe God van Israël er nog steeds is en de Zijnen niet in de steek zal laten. De Herder slaapt niet! Als wij horen spreken over broodvermenigvuldiging, gaat het nooit alleen maar om een heel bijzonder 'wonder'. De enige reactie daarop zou zijn: 'tjonge,tjonge' of 'hoe is het mogelijk'. Gelukkig willen de verhalen over Jesus die het brood overvloedig aanreikt ons meer leren. Bij alle verhalen van de evangelisten over de broodvermenigvuldiging gaat het nooit om de stilling van een gewone honger alleen maar om troost voor een volk dat zich herderloos voelt. Ja; de Heer zal opnieuw een goede Herder blijken als Jesus het goede brood van zijn woorden, van zijn troost en zijn bemoediging, uitdeelt. De reactie op het teken van de broodvermenigvuldiging is niet erg diep. De meesten hebben het teken niet verstaan. Ze denken: 'die Jesus moeten we te vriend houden want wie weet wat voor voordeeltjes mij dat nog kan opleveren. Daarom willen ze deze Jesus graag tot koning kronen want Hij kon wel wat! --- Ze beseffen niet dat het om iets heel anders gaat. Jesus zelf is geen tovenaar maar wil door de manier waarop Hij met mensen meegaat, hun troost en bemoedigt en vooral DOOR DE MANIER WAAROP HIJ HUN AKTIVEERT zelf hun levensbeginsel zijn. Hij roept een mens op het met Hem te wagen. Hij zendt ons er op uit, wij worden Zijn handen. We weten nog niet wat dat oplevert, onze weg is nog lang niet ten einde. We hebben waarschijnlijk allemaal nog een lange weg te gaan maar hopelijk willen we dat doen als wakkere medewerkers van de God die onze toekomst is en onze hoop. Uitzien naar Zijn nieuwe toekomst is een kunst op zich; het betekent het teken van de broden verstaan, er doorheen kijken. Weten dat het om een hele nieuwe manier van mens zijn gaat: leven met God, leven vanuit je idealen, gedurfde daden stellend, wetend dat alleen zo een nieuwe wereld in zich komt. Als wij het brood van de Eucharistie eten mag dat ons sterken en troosten maar liever nog activeren om te doen wat Jesus ons heeft voorgedaan. AMEN. |



