| Een God van levenden en niet van doden |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 11 november 2007 | |
32e d.h.jaarSchriftlezingen: 2 Makk.7,1-14, Lucas 20, 27-38Hoewel mensen zeggen van het leven te houden-we willen allemaal levendig levend blijven; op naar de sportschool, gezond eten en ga maar door- is er geen tijd geweest waarin zo nonchalant met het leven wordt omgesprongen. Talloze mensen in Azië en Afrika -we dachten deze week aan Darfur- worden het slachtoffer van machtswellust of fanatisme. Wij gaan dan onmiddellijk bij de buren kijken en zeggen: ‘ja de moslims zijn fanatiek die geven niet om een mensenleven’. Maar kijken we liever eerst naar onszelf: de kruistochten. Badend in het bloed van hun slachtoffers riepen de kruisvaarders na duizenden moslims te hebben afgeslacht uit: ‘God heeft dat gewild.’ En er is –om wat dichter bij huis te blijven- geen eeuw waarin zoveel slachtoffers zijn gevallen als de vorige eeuw hier in Europa: miljoenen in de eerste wereldoorlog miljoenen bij de revolutie in Rusland en vele miljoenen in de tweede wereldoorlog. Deze week herdachten wij de Kristallnacht: de nacht waarin de jodenvervolging in Duitsland begon met het vernielen van de synagogen. Het is prettig om te weten dat de Plebaan van de kathedraal in Berlijn -Bernard Lichtenberg, inmiddels zalig verklaard, dat zal deze plebaan wel nooit overkomen- daar krachtig tegen protesteerde en dat een Keulse kapelaan haastig een wetsrol uit de synagoge redde die na allerlei omzwervingen deze week geheel gerestaureerd is teruggegeven aan de joodse gemeenschap van Keulen. Verbijsterd moet God zich wel afvragen; wat doen die mensen elkaar toch aan. En nog: de milleniumdoelen: minder onrecht minder verdwazing, meer recht vaardigheid en sjalom zijn op geen stukken na gehaald. Als Abel vermoord is door zijn broer Kain speelt die de onschuld zelve maar God roept hem tot de orde: 'Kain waar is je broeder?' En Kain heeft dan ook nog de brutaliteit om te antwoorden: 'ben ik dan de herder van mijn broer ?' Zo verdorven is hij dat hij niet meer weet waartoe de mens op aarde is: om de ander te bewaren en te behoeden net zoals God dat doet. Tegen de achtergrond van al deze menselijk onwil klinken de schriftlezingen van vandaag ons krachtig tegemoet. Hou toch eens op, schei er toch eens mee uit: ‘God is een God van levenden en niet van doden ! De eerste lezing gaat over een weerloze weduwe die met haar kinderen wil kiezen voor dienst aan de God van het leven en de vrede maar de anderen verdragen dat niet en zij en haar zonen worden bruut vermoord. Triomfantelijk roepen hun moordenaars uit: ‘jullie hebben verloren.’ Maar het verhaal leert iets anders: de moordenaars hebben verloren en de vermoorden zijn behouden. Jesus' hele levenswerk is één grote poging mensen te bemoedigen en weer te laten zien dat God iedereen de moeite waard vindt en dat wij allen samen op weg zijn naar het leven. Eerste lepelen anderen een verhaal op om Jesus in de war te brengen. Ze verzinnen het vreemde verhaal van die broers, zeven nog wel die allemaal doodgaan. Het is een erg treurig verhaal: een verhaal van dood en onvruchtbaarheid; ze sterven allemaal achter elkaar en geen van allen was er in geslaagd bij de vrouw van hun overleden broer één kind te verwekken. 'Met wie moet die vrouw die met al die broers getrouwd is geweest nu leven na de opstanding?. De Sadduceeën hadden zelf dit vreemde verhaal bedacht om Jesus te overtuigen van het absurde van het geloof in de opstanding... Maar de evangelist Lucas lijkt -als hij dit voorbeeld citeert- iets anders te willen zeggen: de Sadduceeën geven hier een harde beschrijving van de onvruchtbare situatie van hun eigen geloof. Er is geen enkele hoop, geen enkel zicht op toekomst. zelf zijn zij een treurige groep mensen op weg naar de dood. Jesus opent een nieuw perspectief. Jesus laat het absurde voorbeeld voor wat het is. Hij laat de Sadduceeën met hun vruchteloze discussie voor wat ze zijn en gaat aan de andere kant beginnen. ‘Als jullie niet oppassen zijn jullie het zelf die ten onder zullen gaan, met je troosteloze ongeloof en al. Jullie naam zal uit de geschiedenis van Israël verdwijnen.’ Hij gaat met alle duidelijkheid en met alle hartstocht die Hem bezielt verkondigen dat de God die Zijn God en Vader is een God van levenden is en niet van doden. Dood overkomt je niet, de dood is een keuze. dood is alleen maar dood als je het zelf wil zijn. En dat is het leven ook: kies je voor God dan kies je voor het leven. Dat was ooit al gezegd op de Sinaï en is nu weer aan de orde rond de man van Nazareth. Midden in de dood zijn wij in het leven als wij van Hem willen zijn: de God van Jesus, de God van Israël, de God van Abraham, Isaak en Jakob. Hij was een genie, een geweldig wiskundig talent. Hij werd geëerbiedigd en bewonderd door tallozen. Hij had tevreden moeten zijn met alles wat was zoals het was en met alle geheimen die hij doorgrondde en alle wetenschap. Toch was hij niet tevreden en kende hij geen rust. Die onrust knaagde aan hem en de hamvraag bleef: 'waartoe doe ik dit alles, wat is de zin, en heeft mijn eigen leven zin?' De naam van deze denker was Blaise Pascal. Hij gaat langzamerhand aan kapot, geestelijk en lichamelijk. Dan -de doktoren zijn somber over zijn gezondheidstoestand - gebeurt er plotseling iets in het schamele kloosterkamertje waar hij door de medelijdende religieuzen van Port Royal was opgenomen. Het is november, net als nu, buiten miezerde de regen maar binnen gebeurde een wonder, een genezing, een bekering : alles wordt nieuw! Hij schreef de ervaring op in zijn dagboek: 'MAANDAG 23 NOVEMBER 1645...half elf 's avonds tot half een 's nachts: VUUR !! GOD IS NABIJ !! Neen, NIET DE GOD VAN DE FILOSOFEN OF DE THEOLOGEN; NIET DIE MAAR EEN ANDERE, DE LEVENDE GOD. DE GOD VAN ABRAHAM, DE GOD VAN ISAAK DE GOD VAN JACOB, GOD VAN MENSEN, ZEKERHEID, ZEKERHEID; AANDOENING.... VREUGDE, VREUGDE, TRANEN VAN VREUGDE. DAT IK IN DER EEUWIGHEID NIET VAN HEM GESCHEIDEN WORDE. GOD VAN ABRAHAM, ISAAK EN JACOB, LEVENDE GOD, TROUWE GOD, MIJN GOD!!! GOD VAN MIJ ARME VRIEND VAN MIJ ZOEKER... Het documentje waarop hij deze ervaring had opgeschreven droeg hij, Blaise Pascal, altijd bij zich; tot zijn dood aan toe. Hij had ontdekt wie God is; geen God van geleerden en spitsvondigheden, maar de God die met de mensen meegaat. Misschien hebt u Hem ook wel eens zo ontmoet? Misschien heel even maar... dat is genoeg want Hij gaat daar wel verder mee: Hij neemt je wel mee op weg naar het echte leven. De God van Abraham, Isaäk en Jakob - die door Jesus genoemd wordt - is de God van het leven en niet van de dood; is de God van de liefde en niet van de haat is de God van de toekomst, de God van de Vrede. Waar halen de mensen de moed vandaan aan die toekomst te bouwen? Dan denk ik aan de moedigen in het groot die betrokken zijn bij de grote maatschappelijke vraagstukken en die zich inzetten voor vrede en recht blijven helpen in Darfur of waar ook ter wereld? Waar halen de mensen de moed vandaan in hun persoonlijk leven om weer verder te gaan na pijn en verdriet, na een verlies dat niet te noemen is? Dat komt door hun geloof in de opstanding van de doden: hun geloof dat God zich met onze wereld bezig houdt: de God van Abraham, Isaäk en Jakob. De God die het bestaan van de dorre filosoof Pascal in zijn wanhoop veranderde toen die, ziek een eenzaam op een regenachtige maandagavond plotseling het licht zag en vol werd van troost en toen uitriep: VREUGDE, MOED, LICHT. Hij is het die ook het bestaan van mensen hier en nu verlicht. Het geloof in die God van het leven: dat verrijzenisgeloof is niet alleen een geloof in een leven na de lichamelijke dood maar ook en vooral een geloof in de waarde van het leven hier en nu met God: de God van Abraham, Isaäk en Jakob. Die God kennen verandert je leven die God kennen betekent: treden uit het duister, opgaan naar het licht. Ook in onze soms zorgvolle dagen nodigt Hij ons uit tot zorg voor het leven van onze naaste tot het uiterste toe. Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf: wij leven en sterven voor God onze Heer, aan die Heer behoren wij toe. Vrede en alle goeds, Hein Jan van Ogtrop, pastoor. |

Maar het belangrijkste is toch wel dat de kathedraal het huis is van een gemeenschap van mensen: de St. Bavo-parochie. Zonder al de mensen die zich daar mee verbonden weten, daar samenkomen en ook veel werk verzetten zou het bovenstaande niet eens allemaal in de kathedraal kunnen!


