| Een harde werkelijkheid |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 27 augustus 2006 | |
(21 zondag d.h.jaar). Schriftlezingen: - Jozua 24, 1-2 en 15-18 nooit zullen wij de Heer verlaten - Johannes 6,60-69 dit woord is hardDe Eucharistie is het grote mysterie dat wij iedere week vierenen altijd weer in zijn diepste betekenis overwogen mag worden. We lazen nu vijf weken lang uit een van de meest diepzinnige hoofdstukken van de Bijbel: Johan¬nes' zesde hoofd¬stuk. Het speelde ná de wonderbare broodvermenig¬vuldiging. Na dat bijzondere teken volgt Jesus' lange toe¬spraak waarover Johannes, de jongste leerling ons schrijft. Hij haalt daarbij de oude verhalen uit de Wet van Mozes en de profeten in herinne¬ring. Het verhaal over de joden die morden in de woes¬tijn en toch het Manna troffen om zich mee op de been te houden. Iedere dag voldoende. We horen ook het verhaal over de profeet Elia in de woestijn die ontmoe¬digd was en niet meer wilde leven: hij zei dat met even zo veel woorden tegen God. 'Het wordt mij teveel, Heer, laat mij maar sterven'. In het verhaal wordt hij door een engel aangestoten die zegt: STA OP EN EET! En er kwam weer leven in zicht: Elia staat op en eet en 'geste¬rkt door dat voedsel liep hij veertig dagen en veertig nachten tot hij de berg van God bereikte'. En dan nu als eerste lezing het verhaal van Jozua die zijn mensen toespreekt die enthousiast reageren: ' nooit zullen wij de Heer verlaten.' Ik kom er straks op terug. We lezen vandaag voor het laatst dit jaar uit Johannes 6 en horen de slotregel: ' willen jullie soms weggaan ? '. Waarom zo'n cru slot ? Het is omdat Jesus gezegd had: WIE MIJN VLEES EET ZAL LEVEN. Al het vorige was bedoeld om bij deze conclusie uit te komen: WIE MIJN VLEES EET ZAL LEVEN. En dan moeten we toch iets uitleggen. Het woord dat voor 'eten' wordt gebruikt klinkt in de grondtekst nog erger dan in het Nederlands. Er wordt voor het eten een woord gebruikt dat alleen maar wordt gebruikt als er gesproken wordt over een roofdier dat zijn prooi verscheurt. Letterlijk vertaald staat er dus: 'WIE MIJN VLEES VERSCHEURT ZAL LEVEN.' Allicht dat de hoorders van Jesus' woorden schrokken. Maar het staat er niet voor niets zoals het er staat. Er wordt door dit afstotende woordgebruik naar een geheim verwezen. Het geheim van Jesus' dood! Deze mens zal immers worden vernietigd, door zijn vijanden, als door roofdieren worden verscheurd. Dat zal de uiteindelijke aanstoot zijn de ergernis waar velen niet tegen zullen kunnen. Toen Jesus begon te preken waren vele reacties weliswaar afwijzend maar ze bleven nog binnen de perken. Vele hoorders geloofden Hem niet en zeiden: 'Is dit niet Jesus, de zoon van Jozef?' Ze geloofden niet dat deze mens van betekenis kon zijn voor hun eigen leven, ze geloofden waarschijnlijk helemaal niet dat een ander mens voor hen belangrijk kan zijn. Maar dan wordt het 6e hoofdstuk van Johannes besloten met die wrede tekst die ik u net uitlegde. De tekst begint met: IK LEEF UIT DE VADER, een duidelijke pretentie... Ik leef niet zo maar wat.. Ik kom van God vandaan Ik spreek met gezag.. mijn leven heeft met God te maken. En dan gaat Hij verder: WIE MIJN VLEES EET ZAL LEVEN. En we weten nu wat dat betekent: er wordt hier gesproken over de totale vernietiging van de mens Jesus, die als een prooi verscheurd zal worden, die zal sterven, vernietigd worden, die zal roepen: 'God mijn God, hebt U mij verlaten' en die zal doodbloeden aan de kruispaal als een offerdier. Als deze wrede slotwoorden hebben geklonken is alles uitgezegd. De volgelingen van Jesus weten hoe God zich geeft en hoe zij verwachten worden zich te zullen geven. Hoe geeft God zich ? Als een weerloze, solidaire Godmens die met de mensen meelijdt die lijdt met de lijdenden, die eenzaam is met de eenzamen en die sterft met de stervenden. Als je bij deze God wil horen zul je zelf ook veel moeten verlaten: je zelfverzekerdheid moeten prijsgeven, moeten lijden met de lijdenden, alleen zijn met de eenzamen, solidair zijn met de mensen die die solidariteit nodig hebben Actie is dus geboden, Eucharistie vieren is geen vrijblijvende zaak, Actie voor mensen in nood MOET, op alle fronten.. zo intens dat we er bijna bij neervallen. De mensen die Jesus’ woorden over het brood van de Eucharistie voor het eerst hoorden zijn verbijsterd, geërgerd, ja woedend: 'Dit woord is hard, wie kan dit aanhoren'. Dramatisch is het besluit van Johannes' 6e hoofdstuk: 'ten gevolge hiervan trokken velen van Zijn leer¬lingen zich terug en verlieten het gezelschap'. Wij stellen ons dat graag anders voor. Jesus sprak en iedereen was enthousiast. Zo was het allerminst. Het woord van Jesus was hard, zijn getuigenis was een ergernis. Het is ontroerend te horen hoe braafjes alle volgelingen van Jezus' naamgenoot Jozua (de opvolger van Mozes) zeggen dat ze alle woorden van God die ze gehoord hebben zullen doen. Hun aanhankelijkheid aan de Heer is opvallend: 'nooit zullen wij de Heer verlaten'. Het overtuigt echter niet helemaal: het klinkt een beetje als een klein kind dat zegt dat het nooit het huis van zijn vader en moeder zal verla¬ten. We weten dat de geschiedenis van God met de mensen ons andere dingen te zien heeft gegeven. Het zal de volgelingen van Jozua, van Mozes indirect, niet meevallen trouw te blijven aan hun roeping. En dat hoeven wij niet te verwijten: mensen, alle mensen, ook wij balan¬ce¬ren nu eenmaal tussen trouw en ontrouw. We willen het goede maar we doen vaak het kwade. Wat moeten wij dan met de roerende aanhankelijkheids¬verklaring die de volgelingen van Jozua ten beste geven? Antwoord: beseffen dat alle menselijke goede wil zijn waarde heeft. Maar dan alleen omdat er een Ander is die alle menselijke goede wil aanvaardt en ondersteunt: de Ene ware God die zelf werkelijk trouw is en het werk van Zijn handen niet los laat. Hij kan de mensen niet eens loslaten al zou Hij dat (bij wijze van spreken) willen. Samen zijn wij kerk in deze parochie... Het is goed dat wij steeds tot de orde geroepen worden rond het woord van God. Hij is degene die trouw is en het werk van Zijn handen niet loslaat. Dat is de zekerheid waarop ook wij kunnen bouwen. En dat vonden wij ook in Jesus' toespraak al aangegeven: 'Denk eraan' -lijkt Hij ons te zeggen- 'zoals je brood nodig hebt iedere dag opnieuw, zo wil ik in het teken van het brood duide¬lijk maken dat het echte leven de verbondenheid is met mij en de Vader met wie ik één ben. Hij geeft zich aan ons... voor altijd. En degene die het met Hem aandurft zal niet teleurgesteld worden: wie dit brood eet ZAL IN EEUWIGHEID NIET STERVEN. AMEN. |



