CHRISTUS KONING. Schriftlezingen: - Daniel 7,13-14, - Apokalyps 1,5-8, - Johannes 18,33-37OPENINGSWOORD Waardig is het lam om de macht te ontvangen... Dat werd ons toegezongen deze morgen. Een weerloos lam En dat op het Christus Koningfeest waarop het 'Aan U, o Koning der eeuwen!' of 'Christus vincit, Christus regnat, Christus imperat' toepasselijker lijkt.
We zijn dat triomfalisme een beetje ontwend ja: velen zijn er een beetje allergisch voor geworden: vooral voor dat IMPERAT ligt ons minder. Het doet teveel denken aan imperialisme en zitten we nu werkelijk te wachten op zo'n God ? Zo'n oer-sterke God, zo'n kracht-figuur? Zijn er al niet genoeg rambo's en macho's op de wereld? De Introïtus zet ons op het goede spoor: Waardig is het lam, het weerloze lam eer te ontvangen. Christus koning. Christus Koning, geen dictator maar een weerloos mens, partijganger van de kleinen vriend van mensen. OVERWEGING: De inzet van het proces dat tegen Jesus wordt gevoerd lijkt te zijn het antwoord op de vraag: 'Zijt Ge de koning der joden?' Voordat we de beklaagde aan het woord laten eerst dit. Ik kan mij goed voorstellen dat onze broeders en zusters uit het jodendom vandaag op deze vraag luid zouden antwoorden: 'Nee, nee, nee, dat is Hij niet!' Na alles wat wij, christenen, de joden in de loop van de eeuwen hebben aangedaan mogen we nauwelijks iets anders verwachten, en helaas, wij moeten bekennen dat dit is gedaan in naam van de man die voor Pilatus stond. Pius XI beoogde in het begin van de 20e eeuw met de instelling van dit feest een getuigenis tegen de in zijn ogen toen oprukkende goddeloosheid. De erbij behorende 'Oefeningen van eerherstel' (ook voor de beledigingen 'de geestelijke stand aangedaan') wilden de mensen uitnodigen zich te stellen onder de macht en de invloedsfeer van deze koning van het heelal. Dit alles zou tegen de viering van dit feest pleiten: de dagen dat zo'n triomfalistische presentatie van het christendom op zijn plaats is zijn immers voorbij ... Maar toch. Het was de bedoeling van de evangelisten om te verkondigen, dat Jesus Messias dé gezant was van het Koninkrijk van God. Ja zelfs - zij het alleen als vernederde - 'koning' (een koning die zich als knecht openbaarde) genoemd mag worden van dat Rijk. Als Paulus spreekt over de komst van Christus (zie 1 Kor. 15,24-28) noemt hij Hem ook één keer 'Koning'. In de Paulus-brieven is dit de enige plaats waar Jesus 'Koning' wordt genoemd. Meestal wordt er alleen maar gesproken over het Koninkrijk van God. . Dat Koninkrijk van God krijgt reeds nu gestalte in het Koningschap van Christus. Samenvattend: het koningschap van Christus is geen massief koningschap van een heerser die eeuwig op zijn troon blijft zitten, maar een koningschap als een aanvoerderschap van heel de mensheid naar de Vader toe ... een gebeuren. 'In die tijd riep Pilatus Jesus bij zich en zei tot Hem: 'Zijt gij de koning der joden?' De situatie is dramatisch! Pilatus vervult in dit verhaal een heel kwalijke rol. Het is bekend dat de evangelisten de Romeinse Pilatus doorgaans sparen (uit angst voor Romeinse represailles tegen de jonge christengemeenten?) Hij wast zijn handen in onschuld, (alsof dat voldoende was). Hij is wijs en aarzelt. In werkelijkheid was hij een trouwe handlanger van een onderdrukkend systeem, heeft hij talloze moorden op zijn geweten en heeft hij zeer terecht een opvallende plaats in de geloofbelijdenis. Zijn soldaten zijn het die Jesus bespotten Jo. 19,1-3), zijn oordeel is het dat Jesus'dood zal betekenen, zijn soldaten dobbelen om Jesus' kleren en zijn soldaten slaan Jesus aan het kruis. Het begin van de uitlevering aan Pilatus is vreemd. In Joh. 18,29 vraagt Pilatus naar de aanklacht. Men antwoordt: 'als hij geen verkeerde dingen deed, zouden wij hem niet aan u uitleveren'. Na wat heen en weer geschuif vraagt Pilatus plotseling, zonder dat iemand het hem in de mond legt: 'Bent u de koning der joden?'. Het is duidelijk dat dit 'verslag' juridisch van geen kanten deugt. Hier is de theoloog aan het woord die ons wil vertellen dat Jesus de ware getuige is van Gods Koninkrijk, ja dat Hij het koningschap van God op deze wereld present stelt. Maar hoe? Jesus licht dat koningschap namens God toe: 'Mijn koningschap is niet van deze wereld. Zou mijn koningschap van deze wereld zijn: dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben dat ik niet aan de Judeeërs werd uitgeleverd, mijn koningschap is echter niet van hier'. Dat laatste woord is niet een aanduiding van een koningschap van Jesus in hemelse sferen, maar een getuigenis van zijn andere manier van koning-zijn op deze aarde. De term 'koning' blijft geheel voor de verantwoordelijkheid van Pilatus: 'Dus u bent koning?' Dan antwoordt Jesus eindelijk bevestigend: 'ja koning ben ik' maar terstond ligt Hij toe hoe: 'Hiertoe ben ik gekomen: om getuigenis af te leggen van de waarheid (letterlijk staat er: 'trouw'). Alwie uit de waarheid is luistert naar mijn stem'. In Pilatus' oren klinkt dit als een zinnetje uit een filosofisch debat. 'Wat is waarheid?' vraagt hij. Jesus bedoelde: 'Ik kom om getuigenis af te leggen van de trouw van God'. Wat zal men discussiëren over een begrip als trouw? Trouw heb je of heb je niet ... trouw ben je of je bent het niet. Maar Pilatus besluit het debat waar hij niets van begrijpt met de verzuchting-. 'Wat is waarheid?' Hij weet niet dat 'waarheid' voor de jood 'trouw' is: trouw aan de Wet van God, trouw aan een opdracht die tot het laatste toe vervuld moet worden. Pilatus is in het Johannesevangelie een dode stro-pop. De aandacht wordt gericht op de Koning van Gods nieuwe werkelijkheid. Die zal gevolgd moeten worden in waarheid, in trouw. Die is in de weg, de waarheid en het leven. Maar wat moet Pilatus aan met deze trouw aan de minsten en de weerlozen! Het evangelie van Johannes, waaruit vandaag gelezen werd, vertelde eerder hoe de mensen na het teken met de broden Jesus tot koning wilden maken (Jo. 6,15). In hun brooddronken ijver wilden ze deze broodkoning tot hun Heer uitroepen ... maar de mens leeft niet van brood alleen. Toen was Hij weggevlucht naar de bergen. Nu in het uur van machteloosheid wil Hij het wel toegeven ... ja ik ben koning. (Van de joden, het meest verdrukte volk ter aarde. Pilatus had nog zo hatelijk gevraagd: ben ik soms een jood?) Maar een koning van Israël kan nooit de plaats innemen van de eeuwige die zich aan zijn volk heeft verbonden. Als Hij die naam draagt, mag dat alleen betekenen: Hij is de man die bij het volk zal waken over de trouw aan Mozes en de profeten. Die taak heeft Hij volbracht.
Daarom wordt Hij door een handjevol mensen de dood ingejaagd. En de christenheid zal zich blijvend moeten herinneren dat Hij als jood heeft geleefd en dat Hij als jood is gestorven. Uit het joodse morgengebed: Verzamel allen die hun hoop op U gevestigd hebben uit alle vier windstreken van de aarde. Laat alle bewoners het erkennen en het weten, dat U alleen de God bent van alle koninkrijken op aarde, dat U de hemel, de aarde en de zee en al wat erop en erin is gemaakt hebt.
Wie onder al uw schepselen, van de hoogsten tot de laagsten, zou U durven zeggen wat U moet doen? Onze Vader die in de hemel is, bewijs ons liefde terwille van Uw grote naam, waarnaar wij genoemd zijn en vervul aan ons wat er geschreven staat: ‘In die tijd zal Ik jullie thuisbrengen en in die tijd zal ik jullie verzamelen, ja dan zal ik jullie een goede en lofwaardige naam onder alle volkeren op aarde bezorgen als ik jullie gevangenen voor jullie ogen weer terugbreng, zegt de Eeuwige. Christus Koning vieren betekent leven vanuit de belofte van bevrijding van heel de mensheid. |