5e zondag door het jaar. Schriftlezingen: - Job 7,1-7, - Marcus 1,29-39Een groep jongeren van onze parochie heeft enkele jaren terug een bezoek gebracht aan de synagoge van Haarlem. Het is maar een klein gebouwtje aan het Kenaupark en als er teveel gasten komen zijn die talrijker dan de vaste kerkgangers... een beetje oppassen dus met onze belangstelling.
Synagoges, de gebedsruimtes voor de joden, zijn over heel de wereld verspreid. Vooral toen er geen tempel meer was in Jeruzalem werden al die kleine dorpskerkjes heel belangrijk. In Amsterdam gingen we met de kinderen ook eens naar de grote synagoge bij de dokwerker. Daar is geen elektrisch licht. Alleen maar grote kaarsenkronen verlichtten het gebouw... voor de kinderen heel vanzelfsprekend.. want: 'toen Jesus daar naar de kerk ging was er ook nog geen stroom.' Heel vanzelfsprekend. Zo'n oude synagoge hier moest Jesus zeker nog geweest zijn. Maar helaas... Jesus was nooit in de synagoge in Amsterdam maar wel in een synagoge, de synagoge van Kafarnaum aan het meer van Galilea. Daar was hij naar binnen gegaan om de verhalen te horen van God die van de mensen houdt maar die ook veel van hen verwacht. De sjabbat is de wekelijkse ruimte in de tijd voor de gedachtenis van God verlossing en bevrijding. Maar dat vraagt om actie als vervolg. Dat is bij Jesus ook zo. Op de dag van het gebed gaat hij na gebeden te hebben, onmiddellijk van het gebedshuis naar het huis van de zieke schoonmoeder van zijn vriend Simon die later Petrus zal heten. Een grappig idee dat de eerste Paus, Simon Petrus getrouwd was. Maar terug naar het verhaal. Jesus’ bezoek aan de synagoge en daarna. Het gaat bij kerkgebouw en synagoge nooit om de kerk of de synagoge alleen maar altijd om wat wij daar horen. En dat is dat de mens buiten die geholpen moet worden. Je komt niet alleen naar de kerk voor de gezelligheid of de mooiigheid maar om als je de kerk verlaten hebt en je de verhalen hebt gehoord van God met de mensen je zelf ook zo gauw mogelijk op die mensen afgaat om ze te gaan helpen. Jesus helpt de zieke schoonmoeder van Simon, en als de mensen daar eenmaal gemerkt hebben dat Hij troost te bieden heeft en genezing komen ze in drommen aan de deur. Een beetje zoals de mensen op Jomanda in Tiel afkwamen: voor de sensatie of het wonder. Eigenaardig genoeg lezen we dan dat Hij er gauw vandoor gaat. Dat doet Hij niet om ze in steek te laten maar om gauw naar andere mensen te kunnen gaan en ze te vertellen dat God van hen houdt en dat ook zij elkaar moeten helpen. Jesus genas niet als een tovenaar als gebedsgenezer maar als een helper... die ons opjutten wil opdat wij zoveel mogelijk ons best zouden doen elkaar ook te genezen, te troosten en te helpen en dat kunnen wij heel goed. Dat deden de vrienden van Job allerminst. Misschien kent u het verhaal: Job was eerst rijk en gezond en plotseling verliest hij alles... zijn rijkdom, zijn huis, zijn kudde... de pest slaat toe. Dan komen zijn vrienden hem troosten. Zou het ? Deden ze dat maar. Ze troosten hem niet maar zeggen alleen maar: 'je zult vast wel eens een scheve schaats gereden hebben vroeger zodat je dit als straf verdient hebt.' Dat is een slechte troost. Toch komen mensen er vaak mee aanzetten. Een nieuw benoemde bisschop –geen succes- vertelde dat de overstroming in het zuiden van de Verenigde Staten een straf was van God. Net zoals vrome Zeeuwen dat zeiden bij de watersnood zo’n 50 jaar terug: ‘straf van God voor de zedeloosheid op de stranden.’ Dat is niet de God van de Bijbel. Het hele boek Job verzet zich tegen die gedachte. De hele boodschap van het Job is juist: niemand verdient het lijden. En ook al zou er iets gebeuren in je leven wat niet goed is en wat je eigen schuld zou zijn... dan nog is dat de vraag niet die andere mensen moet bezig houden. Want het enige belangrijke dat ik mij moet bedenken is: hoe kan ik de ander die lijdt of pijn heeft, die ziek is, die een ongeluk heeft gehad; die moeilijkheden heeft in zijn of haar huwelijk die gescheiden is of bijna gescheiden, hoe kan ik die mens nabij zijn en troosten. In de avond brachten ze allen die lijden of bezeten zijn tot hem. Als het donker is en mensen somber worden is het goed als er mensen zijn die je troosten. Hij is wanhopig alleen blijkt, door vrienden gehoond en verlaten. Job zucht in zijn eenzaamheid: ‘'s Avonds denk ik wanneer wordt het morgen ? ‘ En Job kreunt ’s morgens ook: ‘wat moet ik aan met deze nieuwe dag, was het maar weer avond.’ Jesus staat vroeg in de morgen op en trekt zich terug in gebed Hij zoekt contact met de hemelse Vader: God die heeft gezegd: ik laat je nooit alleen. Job en alle mensen die lijden mogen weten: je bent nooit alleen, er is Iemand met een hoofdletter die van je houdt. Het zou heerlijk zijn als er omdat uit te beelden iemanden met een kleine letter naar die mensen in nood toe zouden gaan... het zou goed zijn als wij die mensen zouden durven zijn. Wat een geweldig project: dat laten wij toch niet los? GEBED:
Almachtige God, allen die zich zwak en kwetsbaar weten, mogen bij U vertroosting en sterkte vinden. Kom naar ons toe als het lijden ons treft, als de dagen traag aan ons voorbij gaan en de toekomst zonder uitzicht is; genees ons van onze kwalen, wees de rots van ons vertrouwen door Christus onze Heer. AMEN. |