21e ZONDAG DOOR HET JAAR Jes. 22, 19-23 Rom. 11,33-36 Mt. 16,13-20Het is aan buitenstaanders niet uit te leggen of, laten we zeggen, heel moeilijk uit te leggen, wat het geheim is van het geloof.
Je meldt je niet aan als nieuw lid van de kerk omdat het zo’n geweldige goede club is die altijd overwinningen behaalt of kampioenschappen veilig stelt. Gisterenavond was het weer angstig in Amsterdam: Feyenoord moest spelen tegen PSV. En dan komen er allerlei emoties los. ‘Geen woorden maar daden’ en zo en ‘Ajax wordt kampioen’: het PSV lied ken ik niet. In de kerk heffen wij andere liederen aan. ‘Hier wordt een huis voor God gebouwd, waar mensen samenkomen en waar Hijzelf aanwezig is, om onder ons te wonen.’ Hij wil onder ons wonen. God kiest geen élitekorps uit maar gewone, hele gewone mensen. Het gaat in de verkondiging van deze zondag over de leerlingen van het begin, onzeker aarzelend maar ook om onszelf en om de troostrijke wetenschap dat God geen supersterke gelovigen uitkiest voor zijn 'keurkorps'. Iedere leerling, ieder mens die poogt te bouwen aan Gods vrede is een schakel in de keten van de geschiedenis van God met de mensen. Neem nou Petrus, toch een hele belangrijke man in de kerk. Misschien bent u wel eens in Rome geweest daar staat een supergrote kerk: de Sint Pieter. En in de koepelrand staat geschreven: ‘Jij bent Petrus (dat betekent rotssterke man) en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen. Het is de tekst die vandaag gelezen is. ‘Jij bent een rotssterke man, jij bent Petrus..’ was Jesus een beetje in de bonen of zo? Wist hij niet hoe zwak Petrus eigenlijk was, hij zou Jesus tot driemaal toe verloochenen trouwens al zijn vrienden waren ook niet geweldig: ze holden angstig weg toen Jesus gevangen genomen werd. Mooie vrienden zijn dat. Het geheim wordt een beetje onthuld in de bijnaam die Jesus, voordat hij Petrus als eerste paus benoemt, gebruikt: Petrus, Simon, wordt met nadruk ‘zoon van Jona’ genoemd, Petrus, zoon van Jona, zoon van de wegloper, de vluchteling, de zwakke die zo in het duister tastte. Als er staat dat de muil van het dodenrijk de kerk van Petrus niet zal kunnen verslinden is dat niet iets om mee op te scheppen tegenover anderen. Neen, het is een belofte van Gods onvoorwaardelijke trouw aan zwakke mensen. De sleutels van het Koninkrijk worden hem in handen gegeven net als aan die brave Eljakim uit de eerste lezing. Sleutels die deuren openen die anderen niet kunnen openen en deuren sluiten die anderen niet kunnen sluiten. De kwetsbare mensen, die op God durven vertrouwen zullen de deuren sluiten van de arrogantie en de haat en deuren openen van liefde en trouw. In de wereld hebben zij een bijzondere roeping die taak te volbrengen namens en voor de anderen. Jesus kan met zulke zwakke mensen, (met ons dus) toch veel voor elkaar krijgen. Maar dat we soms toch sterk en betrouwbaar kunnen blijken hebben we niet aan onszelf te danken maar aan de steun van God. Als Petrus in een helder ogenblik tegen Jesus zijn vredo uitzegt: 'Waarlijk U bent de Zoon van God, relativeert Jesus zijn prachtige belijdenis direct door te zeggen dat hij dat niet uit zichzelf heeft: 'Niet vlees en bloed hebben je dit geopenbaard maar de ‘Vader in de hemel’, die onze Supporter is. Temidden van de mensheid bevindt zich nog steeds de gemeenschap van Petrus, de kerkgemeenschap rond de ene man in Rome onze oude maar dappere Paus Benedictus die niet met pensioen ging maar, ook al is hij over de tachtig, dapper Petrus’ taak heeft overgenomen. En die tekst die ik noemde en die boven in de Sint Pieter waar de witte man voorgaat geschreven staat: ‘Jij bent Petrus en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen’ is geen tekst om mee op te scheppen maar een prachtige geloofsbelijdenis in het werk van Gods Geest die de man die de pauselijke zetel bezet en de mensen rondom hem zal bijstaan. De jongeren die hem toejuichen, zonder nog te weten wat het leven hen brengen zal, (er waren er weer duizenden in Sydney) en de ouderen, soms teleurgesteld, soms heel wakker. Van alle Pausen is bekend hoe zij altijd vroeg op staan, om, dan nog even alleen, te bidden -van Joannes Paulus II is bekend dat hij dat tot in zijn allerlaatste levensmaanden deed. Zo laten zij zien dat het hen niet om hun eigen zaak gaat maar om de kracht van God die hem op de been houdt. Van de zieke en gehandicapte vorige Paus, Johannes Paulus II zeiden de mensen wel eens: ‘hij moet aftreden’ maar hij wist: hoe zwakker de Paus…. hoe beter het werk van God tot zijn recht komt. Petrus, de rotsman kreeg zijn opvolgers: al meerdere honderden. Er waren veel zwakke schakels in de keten; er waren in de tijd van Luther zelfs pausen die we nu corrupt (of erger) zouden noemen. Maar God is getrouw gebleven aan zijn volk onderweg, dankzij of ondanks de Paus van die dagen. Wat zegt de lezing uit de Romeinenbrief dat prachtig: 'O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Wie kan loon vragen voor alles wat God ooit aan hem heeft geschonken.' Ondoorgrondelijk geheim dat Jesus gezegd heeft: ‘Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen.’ Ontelbare keren is deze tekst in Rome en daarbuiten gelezen als een overduidelijke bevestiging van het pausschap zoals dat op dat moment vorm had gekregen. Petrus zou er van staan te kijken als hij kon zien hoe er in latere eeuwen over deze rots-tekst gediscussieerd zou worden. Hij zou ons uitleggen dat de ‘op jou, Petrus, zal ik mijn kerk bouwen’ juist betekent dat hij, Petrus het niet te hoog in zijn bol mag hebben en ook zijn opvolgers niet. Petrus zou ons uitleggen dat Hij van Jesus geleerd heeft dat hij er mocht zijn ondanks zijn eigen zwakheid of misschien wel juist dankzij de eigen zwakheid omdat daarin Gods grote daden het beste uitkomen. En de rest van het volk van God, wij, christenen van het jaar 2008 mogen dat ook goed beseffen: de wereld van vandaag heeft geen behoefte aan sterke helden en heldinnen maar in gewone mensen die met taaie volharding aan de basis, op de rotsbodem, doen wat hun te doen staat. Weet dat je een gewone, onnutte dienstknecht bent die toch nodig is op de plaats waar hij werkt omdat God van ons houdt. Weet dat jij er mag zijn en in alle bescheidenheid en dienstbaarheid, anderen tot zegen en troost kunt zijn. |