Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Een laaiend vuur E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 4 maart 2007

2e zondag veertigdagentijd.
Schriftlezingen: Genesis 15,5-18, Lucas 9,28-36

Het is in een stad een beetje moeilijk
om de sterren aan de hemel te zien.
Soms wordt ons dat nog wel een gegund
als we op vakantie zijn bijvoorbeeld
in een omgeving waarin nog geen kunstlichtvervuiling is
en waar je 's nachts als het echt donker is
plotseling overdonderd wordt door de pracht
van ene hemel vol en vol met duizenden en duizenden sterren.

'Kijk naar de sterren aan de hemel Abraham,
zo talrijk zal jouw nageslacht worden.'
Zo talrijk…
Abraham is verbijsterd
zijn nageslacht bestond tot dan toe uit nul, werkelijk nul personen!
Hij was op weg gegaan uit Oer,
vlak bij Babel omdat hij een stem hoorde uit de hemel:
'Abraham ik heb jou nodig'
en hij was gegaan. Met zijn vrouw Saraj en zijn neefje Lot
die kennelijk veel bij Abraham en Saraj rondhing..
een lange lange reis.

Het idee van die reis.
Daarin herkennen wij ons als 20e eeuwse gelovigen.
We voelen dat beeld mee: het leven is een reis.

We zijn op weg.
Sommigen zeggen
naar een nieuw toekomst.. naar Sjaloom,
naar vrede naar goedheid. Maar zal die er ooit komen?

Het evangelie van Lucas, waaruit we dit hele jaar lezen,
is bij uitstek een reisverhaal.
Lucas beschrijft het hele leven van Jesus als een lange tocht.

Al heel vroeg in zijn evangelie staat vermeld
dat Jesus vastberaden begint aan zijn: 'opgang naar Jeruzalem'.

Het levensverhaal van Jesus is een reisverhaal.
Dat geldt niet alleen voor Jesus zelf.
De anderen zijn ook steeds op weg.
Maria haast zich naar Elisabeth,
de herders haasten zich naar Jeruzalem,
Maria en Jozef gaan met Jesus op naar Jeruzalem.
Zelfs na Jesus' verrijzenis houdt Lucas aan dat motief vast.

Jesus loopt met twee van zijn volgelingen mee,
en aan het einde van zijn reisverhaal
worden de leerlingen er op uit gestuurd met de belofte
dat Jesus 'voor hen uit zal gaan in Galilea'. 

Lucas zelf reisde er ook lustig op los,
naar de uiteinde der aarde, met Paulus mee:
hij reisde naar Judea en Samaria, naar Damascus, Fenicië,
Cyprus en de Romeinse provincies van Cilicië,
Galatië, Azië, Achaje, Macedonië en uiteindelijk Rome zelf,
'het einde -en tegelijk het nieuwe middelpunt- der aarde'.

Het leven is een reis.
En op die reis proberen Jesus' leerlingen hun meester
-soms met de grootste moeite- te volgen.

Het evangelie van vandaag gaat op het eerste gehoor
over een rustig moment
maar dat is toch niet helemaal waar:

ook op de berg Tabor gaat het over de tocht
beneden door het dal.

Op de berg heeft Jesus
Petrus, Johannes en Jakobus in zijn nabijheid.
En daar doet Jesus iets
wat geen van de andere evangelisten vermeldt:
Jesus begint te bidden.

Hij kan Zijn tocht niet volbrengen
zonder de steun van Zijn Vader, de grote reisgenoot onderweg.
Na dat bidden verschijnen hem Mozes en Elia.

Mannen die van wanten weten.
Mensen die geleefd hebben uit de kracht van de God van Israël
die met mensen meegaat.

De God die ooit al met Abraham meeging,
die hem verbijsterd deed kijken naar al die sterren,
lichten in de verte….
 
-de God die -zoals wij vandaag hoorden-
als een laaiend vuur tussen de stukken vlees
op de offerstenen voorbijging.

-De God die het gelaat van Mozes deed stralen
zodat de mensen hem niet durfden aan te zien
voordat hij voorganger mocht zijn van God volk

-de God die als een laaiend vuur Elia hielp
toen hij op de berg Karmel zijn naam in ere hiel
en het volk daarna weer de goede kant op gidste.

Als enige evangelist vertelt Lucas ook
waarover de drie daar op de berg spraken..
nl. over 'Jesus' heengaan
dat Hij in Jeruzalem zal voltrekken.
Letterlijk staat er 'Jesus' uittocht in Jeruzalem,
Jesus' Exodus.
Zijn uittocht die Hij zal voltrekken
uit het oude land naar een nieuwe wereld.

Een uittocht van een zieke naar een gezonde wereld,
vanuit het donker naar het licht.

De leerlingen worden uitgenodigd
die Uittocht mee te maken.

En om ze de kracht te geven te volharden
wordt hun hier al een glimp gegund
van het licht van de Paasmorgen
dat uiteindelijk zal stralen in ons midden. 

'Heer geef ons moed om door te gaan,
op weg door de woestijn' zingen wij hier graag:
'En laat uw Zoon een laaiend vuur, de nieuwe Mozes zijn'.

Dat is Jesus in het evangelie van vandaag: een laaiend vuur!
Jesus zelf straalt iets af van die heerlijkheid van God
als Hij daar is halverwege zijn opgang naar Jeruzalem
in een kleine rustpauze op de berg.

Dat is het moment dat de brave Petrus,
-laten we hem toch nooit te hard vallen en te hevig bekritiseren
en hij is toch zo herkenbaar!-  wil vasthouden:

een fijne religieuze ervaring,
een heerlijk vroom moment in de kathedraal.

Maar dat zal hun niet gegeven zijn:
ze zullen weer het dal in moeten beneden...
Jesus achterna op weg naar Jeruzalem.

Jesus zal zijn uittocht moeten volbrengen
en de leerlingen zullen hem moeten volgen..
het donker in van de nacht.

Maar de stem uit de hemel had hen bemoedigd:
'ga verder, volg je meester maar, luister naar Hem.'

Ga maar verder.. wordt ook tot ons gezegd.
Reis verder, loop door.

Nooit zal het donker voor jou te donker zijn
als je wilt gaan in het gevolg van Hem.

Het is te vergelijken met het doorgaan van een tunnel.
Niemand waagt zich het donker in van een tunnel
zonder te weten dat je uiteindelijk op weg bent
naar het nieuwe licht
dat je aan de overkant tegemoet zal stralen.

Een Afrikaanse missionaris uit Zuid Afrika
beschrijft hoe de straatjongens in Johannesburg vertelden
hoe ze  dagen lang, soms weken lang gelopen hadden
op weg naar de lichten van de stad.

De eerste dagen als het licht nog ver was
bemoedigden zij elkaar door verhalen over dat licht in de stad.
Tot ze op een goede dag de verhalen over dat licht
niet meer nodig hadden omdat ze aan de horizon
een licht zagen
dat niet langer kwam van de maan of van de sterren
maar dat het donkere oranje-achtige licht was,
dat als een halve ballon over iedere stad van de wereld hangt.
Dat was het licht dat hen aantrok: de grote stad!
Een licht waarheen ook nu nog miljoenen vluchtelingen
die hun heil zoeken in de grote wereldsteden op weg zijn.
Voor hen het licht van een nieuwe wereld.

Volgens Lucas zijn we allemaal op weg
naar een nog beter licht naar een nieuwe betere stad:
Gods lichtende definitieve aanwezigheid in ons midden.
Het licht van deze ene mens die in glans verscheen op de Tabor
bereidt ons daar op voor.

Hij is in glans verschenen,
een moment op de top van de berg,
daarna is Hij zijn weg gegaan.

Hoe zwaar was de tocht, hoe bitter zijn lijden,
hoe bitter de pijn die Hij in Jeruzalem moest verdragen

maar deze Exodus,
Zijn Exodus was de bevrijdings-reis bij uitstek,
de weg naar Pasen.

Als wij Hem durven volgen
zal het donker ons niet kunnen deren.
Hij is het ware licht dat iedere mens verlichten wil
die komt in deze wereld. 
'Aan haat en hoon onttogen, zal Hij onze glorie zijn'
zullen wij aan het einde van deze viering zingen. 

Dat kan pas als wij eerst hebben willen horen
naar zijn stem en ons op onze levensweg
hebben laten bijlichten door zijn woord.
Dan pas zullen wij Zijn licht in de paasnacht
aan elkaar kunnen doorgeven.


Als besluit van deze viering zullen wij Hem
met de woorden van Gabriël Smit dankbaar toezingen:

    'Geen ondergang kan dreigen,
    of heerlijk rijst Uw beeld,
    en doet ons mee ontstijgen in de glans die alles heelt.'       
                            Amen.

Een gebed op deze zondag:                                         
Ten dage van Uw Messias. Heer,
wanneer Uw heerlijkheid definitief verschijnt
zult Gij de gedaante van alle dingen veranderen
en ons, uw stervelingen rechtvaardigen
als kinderen geboren uit Uw licht.....
Laat ons in de tussentijd luisteren naar Uw veelgeliefde zoon.
Blijf ons voeden met het woord waarvan wij moeten leven,
open onze ogen, en laat ons vreugde vinden bij het gaan
van onze weg waarop Hij ons voorging: Christus onze Heer.