Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Een Paus in 2005, kan dat? E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 21 augustus 2005

Jes. 22, 19-23 Rom. 11,33-36 Mt. 16,13-20

Jesus en zijn leerlingen vormden een soort familie.
Een familie van leerlingen en hun leraar.
De leermeester is er op uit
dat zijn leer vaste voet krijgt in zijn leerlingen
die zijn leer verder de toekomst in zullen dragen.

Daar heeft Jesus alle vertrouwen in:
Hij zegt daarom tot zijn vrienden:
'Als iemand in Mij gelooft,
zal hij de werken, die Ik doe, ook doen,
ja grotere (werken) dan die zal hij doen.'

Bij Augustinus -wiens feestdag we volgende week, op de 28e augustus vieren-
lezen we:

De leermeester maakt - als het goed is -
wakker wat in zijn leerling aanwezig is.
Die ontwikkeling kan verbazingwekkende vormen aannemen.
ja, de rollen kunnen zelfs worden omgedraaid.
De leerling kan de leermeester uitdagen
en hem oproepen te zeggen
wat hij nog nooit heeft durven zeggen.
De leerling ontplooit de leermeester.

Jesus, de zoon én de Vader zijn één,
Jesus' werk brengt de voltooing van het koninkrijk van de Vader dichterbij.
Zoals de Vader Jesus vertrouwen kon
zo kan Jesus ook vertrouwen hebben
in de voortgang van het gebeuren
dat Hij op gang heeft gebracht. bij zijn leerlingen.
Steeds meer verantwoordelijkheid wordt op hun schouders gelegd.

We hoorden enkele weken geleden
hoe ze zelfstandig in het schip de overtocht moesten maken zonder Heer.
Een beeld van de situatie van de kerkgemeenschap na Jesus' hemelvaart
die zelf koers moest zetten naar een nieuwe toekomst.
En dan geldt:
Iedere leerling, ieder mens die poogt te bouwen aan Gods vrede
is een schakel in de keten van de geschiedenis van God met de mensen.
Het gaat in de verkondiging van deze zondag
over de leerlingen van het begin, onzeker aarzelend
maar ook om onszelf
en om de troostrijke wetenschap
dat God geen supersterke gelovigen uitkiest voor zijn 'keurkorps'.

God zal het zwakke niet verloochenen,
de walmende vlaspit niet doven en het geknakte riet niet breken.
God zal het met een 'zoon van Jona' doen
die zich steeds bekeren kan en velen tot zegen kan zijn.
Hij wil het doen met u en met mij
en daarmee wil hij zijn kerk opbouwen.

Petrus, Simon, wordt met naderuk 'zoon van Jona' genoemd,
Jona de onzekere profeet die zo vaak in het duister tastte.

Petrus, zoon van Jona,
zoon van de wegloper, de vluchteling, de zwakke.
Maar juist hij wordt 'rots' genoemd,
fundament van de kerk.

Dat we toch sterk en betrouwbaar kunnen blijken
hebben we niet aan onszelf te danken maar aan de steun van God.
Als Petrus in een helder ogenblik zegt:
'Waarlijk U bent de Zoon van God,
dan relativeert Jesus zijn prachtige belijdenis door te zeggen
dat hij dat niet uit zichzelf heeft:
'Niet vlees en bloed hebben je dit geopenbaard
maar de 'Vader in de hemel', die onze Supporter is.

Als er staat dat de muil van het dodenrijk
de gemeenschap van Christus niet zal kunnen verslinden
is dat niet iets om mee op te scheppen tegenover anderen.
Neen, het is een belofte van Gods onvoorwaardelijke trouw
aan de mensen die op hem willen vertrouwen.
De sleutels van het Koninkrijk worden hem in handen gegeven
net als die brave Eljakim uit de eerste lezing.
Sleutels die deuren openen die anderen niet kunnen openen
en deuren sluiten die anderen niet kunnen sluiten.

Degenen die op God bouwen zullen de deuren sluiten
van de arrogantie en de haat
en deuren openen van liefde en trouw.
In de wereld hebben zij een bijzondere roeping
die taak te volbrengen namens en voor de anderen.

Temidden van de mensheid
bevindt zich nog steeds de gemeenschap van Petrus,
de kerkgemeenschap rond de ene man in Rome
onze kersversem kleine oude Paus.
die Petrus' taak heeft overgenomen.

Boven in de Sint Pieter waar de witte man voorgaat
staat geschreven: 'Jij bent Petrus en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen.'
Ook weer: geen tekst om mee op te scheppen
maar een prachtige geloofsbelijdenis in het werk van Gods Geest
die de man die de pauselijke zetel bezet
en de mensen rondom hem zal bijstaan:
de jongeren die hem toejuichen,
zonder nog te weten wat het leven hen brengen zal:
de ouderen, soms teleurgesteld, soms heel wakker.

Van alle Pausen is bekend hoe hij altijd vroeg op staan,
ook nu nog, om alleen te bidden
-van Joannes Paulus II is bekend dat hij dat
tot in zijn allerlaatste levensmaanden deed-
Zo laten zij zien dat het hen niet om hun eigen zaak gaat
maar om de kracht van God die hem op de been houdt.
Van Johannes Paulus II zeiden de mensen wel eens: 'hij moet aftreden'
maar hij wist: hoe zwakker de Paus….
hoe beter het werk van God tot zijn recht komt.
Petrus, de rotsman kreeg zijn opvolgers:
al meerdere honderden.

Er waren veel zwakke schakels in de keten
- er waren in de tijd van Luther zelfs pausen die we nu crimineel zouden noemen-
maar God is getrouw gebleven aan zijn volk onderweg,
dankzij of ondanks de Paus van die dagen.
Wat zegt de lezing uit de Romeinenbrief dat prachtig:
'O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis!
Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen,
hoe onnaspeurlijk zijn wegen!
Wie kan loon vragen
voor alles wat God ooit aan hem heeft geschonken.'

Het is ook van belang er op te letten
dat Jesus Petrus aanstelt als rots.
Een rots is iets anders dan een top van een piramide.
Petrus en al zijn opvolgers worden beneden neergezet.
'ROTS' richt onze aandacht naar de basis. Naar beneden.
Er zijn al heel wat lijvige folianten volgeschreven
over de tekst van vandaag uit het 16e hoofdstuk van Matteüs:
'Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen.'

Ontelbare keren is deze tekst in Rome en daarbuiten gelezen
als een overduidelijke bevestiging van het pausschap
zoals dat op dat moment vorm had gekregen.

Petrus zou er van staan te kijken als hij kon zien
hoe er in latere eeuwen over deze rots-tekst gediscussieerd zou worden.
Hij zou ons uitleggen dat de 'op jou, Petrus, zal ik mijn kerk bouwen'
juist betekent dat hij, Petrus het niet te hoog in zijn bol mag hebben
en ook zijn opvolgers niet.
Petrus zou ons uitleggen dat Hij van Jesus geleerd heeft
dat hij er mocht zijn ondanks zijn eigen zwakheid
of misschien wel juist dankzij de eigen zwakheid
omdat daarin Gods grote daden het beste uitkomen.

En de rest van het volk van God, wij, christenen van het jaar 2005
mogen dat ook goed beseffen:
de wereld van vandaag heeft geen behoefte aan sterke helden en heldinnen
maar in gewone mensen die met taaie volharding aan de basis,
op de rotsbodem, doen wat hun te doen staat.

Weet dat je een gewone, onnutte dienstknecht bent
die toch nodig is op de plaats waar hij werkt
omdat God van ons houdt
omdat wij er mogen zijn
en in alle bescheidenheid en dienstbaarheid,
juist zo, anderen tot zegen en troost kunnen zijn. AMEN.