Jes. 22, 19-23 Rom. 11,33-36 Mt. 16,13-20Jesus en zijn leerlingen vormden een soort familie. Een familie van leerlingen en hun leraar. De leermeester is er op uit dat zijn leer vaste voet krijgt in zijn leerlingen die zijn leer verder de toekomst in zullen dragen.
Daar heeft Jesus alle vertrouwen in: Hij zegt daarom tot zijn vrienden: 'Als iemand in Mij gelooft, zal hij de werken, die Ik doe, ook doen, ja grotere (werken) dan die zal hij doen.' Bij Augustinus -wiens feestdag we volgende week, op de 28e augustus vieren- lezen we: De leermeester maakt - als het goed is - wakker wat in zijn leerling aanwezig is. Die ontwikkeling kan verbazingwekkende vormen aannemen. ja, de rollen kunnen zelfs worden omgedraaid. De leerling kan de leermeester uitdagen en hem oproepen te zeggen wat hij nog nooit heeft durven zeggen. De leerling ontplooit de leermeester. Jesus, de zoon én de Vader zijn één, Jesus' werk brengt de voltooing van het koninkrijk van de Vader dichterbij. Zoals de Vader Jesus vertrouwen kon zo kan Jesus ook vertrouwen hebben in de voortgang van het gebeuren dat Hij op gang heeft gebracht. bij zijn leerlingen. Steeds meer verantwoordelijkheid wordt op hun schouders gelegd. We hoorden enkele weken geleden hoe ze zelfstandig in het schip de overtocht moesten maken zonder Heer. Een beeld van de situatie van de kerkgemeenschap na Jesus' hemelvaart die zelf koers moest zetten naar een nieuwe toekomst. En dan geldt: Iedere leerling, ieder mens die poogt te bouwen aan Gods vrede is een schakel in de keten van de geschiedenis van God met de mensen. Het gaat in de verkondiging van deze zondag over de leerlingen van het begin, onzeker aarzelend maar ook om onszelf en om de troostrijke wetenschap dat God geen supersterke gelovigen uitkiest voor zijn 'keurkorps'. God zal het zwakke niet verloochenen, de walmende vlaspit niet doven en het geknakte riet niet breken. God zal het met een 'zoon van Jona' doen die zich steeds bekeren kan en velen tot zegen kan zijn. Hij wil het doen met u en met mij en daarmee wil hij zijn kerk opbouwen. Petrus, Simon, wordt met naderuk 'zoon van Jona' genoemd, Jona de onzekere profeet die zo vaak in het duister tastte. Petrus, zoon van Jona, zoon van de wegloper, de vluchteling, de zwakke. Maar juist hij wordt 'rots' genoemd, fundament van de kerk. Dat we toch sterk en betrouwbaar kunnen blijken hebben we niet aan onszelf te danken maar aan de steun van God. Als Petrus in een helder ogenblik zegt: 'Waarlijk U bent de Zoon van God, dan relativeert Jesus zijn prachtige belijdenis door te zeggen dat hij dat niet uit zichzelf heeft: 'Niet vlees en bloed hebben je dit geopenbaard maar de 'Vader in de hemel', die onze Supporter is. Als er staat dat de muil van het dodenrijk de gemeenschap van Christus niet zal kunnen verslinden is dat niet iets om mee op te scheppen tegenover anderen. Neen, het is een belofte van Gods onvoorwaardelijke trouw aan de mensen die op hem willen vertrouwen. De sleutels van het Koninkrijk worden hem in handen gegeven net als die brave Eljakim uit de eerste lezing. Sleutels die deuren openen die anderen niet kunnen openen en deuren sluiten die anderen niet kunnen sluiten.
Degenen die op God bouwen zullen de deuren sluiten van de arrogantie en de haat en deuren openen van liefde en trouw. In de wereld hebben zij een bijzondere roeping die taak te volbrengen namens en voor de anderen. Temidden van de mensheid bevindt zich nog steeds de gemeenschap van Petrus, de kerkgemeenschap rond de ene man in Rome onze kersversem kleine oude Paus. die Petrus' taak heeft overgenomen. Boven in de Sint Pieter waar de witte man voorgaat staat geschreven: 'Jij bent Petrus en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen.' Ook weer: geen tekst om mee op te scheppen maar een prachtige geloofsbelijdenis in het werk van Gods Geest die de man die de pauselijke zetel bezet en de mensen rondom hem zal bijstaan: de jongeren die hem toejuichen, zonder nog te weten wat het leven hen brengen zal: de ouderen, soms teleurgesteld, soms heel wakker. Van alle Pausen is bekend hoe hij altijd vroeg op staan, ook nu nog, om alleen te bidden -van Joannes Paulus II is bekend dat hij dat tot in zijn allerlaatste levensmaanden deed- Zo laten zij zien dat het hen niet om hun eigen zaak gaat maar om de kracht van God die hem op de been houdt. Van Johannes Paulus II zeiden de mensen wel eens: 'hij moet aftreden' maar hij wist: hoe zwakker de Paus…. hoe beter het werk van God tot zijn recht komt. Petrus, de rotsman kreeg zijn opvolgers: al meerdere honderden. Er waren veel zwakke schakels in de keten - er waren in de tijd van Luther zelfs pausen die we nu crimineel zouden noemen- maar God is getrouw gebleven aan zijn volk onderweg, dankzij of ondanks de Paus van die dagen. Wat zegt de lezing uit de Romeinenbrief dat prachtig: 'O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Wie kan loon vragen voor alles wat God ooit aan hem heeft geschonken.' Het is ook van belang er op te letten dat Jesus Petrus aanstelt als rots. Een rots is iets anders dan een top van een piramide. Petrus en al zijn opvolgers worden beneden neergezet. 'ROTS' richt onze aandacht naar de basis. Naar beneden. Er zijn al heel wat lijvige folianten volgeschreven over de tekst van vandaag uit het 16e hoofdstuk van Matteüs: 'Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen.' Ontelbare keren is deze tekst in Rome en daarbuiten gelezen als een overduidelijke bevestiging van het pausschap zoals dat op dat moment vorm had gekregen. Petrus zou er van staan te kijken als hij kon zien hoe er in latere eeuwen over deze rots-tekst gediscussieerd zou worden. Hij zou ons uitleggen dat de 'op jou, Petrus, zal ik mijn kerk bouwen' juist betekent dat hij, Petrus het niet te hoog in zijn bol mag hebben en ook zijn opvolgers niet. Petrus zou ons uitleggen dat Hij van Jesus geleerd heeft dat hij er mocht zijn ondanks zijn eigen zwakheid of misschien wel juist dankzij de eigen zwakheid omdat daarin Gods grote daden het beste uitkomen. En de rest van het volk van God, wij, christenen van het jaar 2005 mogen dat ook goed beseffen: de wereld van vandaag heeft geen behoefte aan sterke helden en heldinnen maar in gewone mensen die met taaie volharding aan de basis, op de rotsbodem, doen wat hun te doen staat. Weet dat je een gewone, onnutte dienstknecht bent die toch nodig is op de plaats waar hij werkt omdat God van ons houdt omdat wij er mogen zijn en in alle bescheidenheid en dienstbaarheid, juist zo, anderen tot zegen en troost kunnen zijn. AMEN. |