30e zondag door het jaar. Schriftlezingen: - Sirach 35, 1b-22 - Lucas 18,9-14Als kinderen naar een film kijken is een van de eerste dingen die ze graag zeker willen weten wie de goede is en wie de slechte.
Eén moet de goede zijn en één de slechte. Dat speelt ons ook als volwassenen parten bij het lezen van het evangelie van vandaag. De Farizeeër is duidelijk de slechte. Hij is schijnheilig en, het vooroordeel compleet makend, staat dan vaak model voor alle joden (terwijl de tollenaar ook een jood was natuurlijk).. HIJ was slecht... nou de joden hebben het geweten... De voorlaatste paus in al zijn toespraken en ook deze paus en de bisschoppen in hun brieven zetten alles op alles om de christenen van hun oude vooroordelen af te helpen. In januari is in de bidweek voor de eenheid van de christenen daarom ook een ‘dag van respect voor het jodendom’ opgenomen opdat we ons bekeren. ‘Farizeeër’ is een scheldwoord geworden: de nieuwere bijbelstudies hebben ons echter geleerd dat Jesus zich zeer verwant voelde met de Farizeeën, ja sommigen zeggen zelf dat hij er ook een was! Van Paulus is het wel zeker: Farizeeër betekent 'uitzonderlijk ijverige' misschien maakt dat ons een beetje ongerust: zijn wij dat wel genoeg? De Farizeeër van vandaag verdient een beetje eerher¬stel. We treffen hem aan in de tempel maar eigenlijk zijn Farizeeën helemaal geen tempelmensen. Dat zijn de Sadduceeën, een nette clan vromerik¬ken die het hele tempelbedrijf in handen had en goede maatjes wilden zijn vooral met de heersende klassen; zelfs in hun con¬tacten met de Romeinen deden ze water in de wijn. En dat deden de Farizeeën zeker niet! De Farizeeër was een man van het volk en voor het volk. Ze geloofden niet in grote plechtigheden in de tempel maar in een onverbiddelijke trouw aan de wet van God. Ook deze man van vandaag is een voorbeeld van goeder trouw. Hij wordt mij steeds sympathieker, vooral omdat ik zeker weet dat over de hele wereld iedereen weer over hem heen zal val¬len... dan wordt HIJ plotse¬ling de underd¬og in plaats van de tollenaar. Wat deed hij allemaal: ga er maar aan staan! Hij vastte meerdere dagen in de week, gaf tienden van olie, koren en wijn -zoals ver¬plicht was- maar ook nog van alle kruiden die hij gebruikte. Het koste hem echt een rib uit het lijf en al die inspanningen volbracht hij echt uit edele motieven. De Farizeeër en de tollenaar ze staan allebei voor karaktertrekken, tiepen gelovigen die allebei nodig zijn en als het goed is zijn we allebei een beetje. Wat was de wereld zonder de ijverigen van alle eeuwen -we gaan ze in de volgende zondag als wij Allerheiligen vieren- zelfs uitgebreid eren- wat was de wereld zonder de geloofscultuur die ons is doorgege¬ven in door onze voorouders. Vandaag op Missiezondag gedenken wij hoe de ijver van onze missionarissen veel mensen in de ontwikkelingslanden heeft geïnspireerd zodat ze, niet gehinderd door gewoontegeloof dat verslijten kan ook ijverig en toegewijd hun geloof belijden en beleven. Met name in onze dagen hebben wij ze nodig: de krachtige ge¬loofsver¬kondigers in woord en daad... Maar toch -en nu komen we aan de kern van het verhaal- deze perfecte geloofsoverdracht OP ZICHZELF en al dit volmaakt idea¬lisme en deze waardevolle inzet is niet ge¬noeg. Geloofsijver kan fanatisme worden vervreemd van het oorspronkelijk ideaal. Bij godsdienst, welke ook, gaat het uiteindelijk om iets anders: Het gaat om het hart. Het hart, ons eigen leven in zijn diepste kern dat wij naar God mogen keren. Wij mogen ons tot Hem keren ONDANKS ONZELF! Voor God zijn we allemaal, al doen we nog zoveel goede din¬gen, weerloze mensen die zich open mogen stel¬len voor Gods liefde, die Zijn vergeving nodig hebben en die helemaal afhankelijk zijn van ZIJN trouw aan ons die aan al onze menselijke ijver en trouw voorafgaat. Jesus roept ons niet op om op te scheppen maar te bidden en te dienen en te zeggen: ‘ik ben maar een onnutte knecht.’ Van onze Heer zelf die al deze mensen in Zijn gevolg leek te willen hebben kan ook gezegd worden dat hij geen status zocht en geen aanzien: - Hij, de trouwste zoon van God, heeft zich zelf ook aan ons laten zien niet als een man van grote drukte maar als een gewone dienaar, een slaaf die ande¬ren de voeten waste. Jesus, de ware Farizeeër, de ijveraar, de vrome bij uitstek deed dat op zijn eigen wijze, bescheiden en dienstbaar en in grote solidariteit met de mensen bij wie het allemaal niet zo lukte... in vriendschap met tollenaars en zondaars waarmee hij volgens sommigen werd besmet. Wie de psalmen van Israël leest krijgt de eigenaardige gewaar¬wording beurtelings beiden te zijn: Farizeeër en tollenaar. De bidder mag zijn dankbaarheid uiten omdat hij niet is als de goddelozen -en dan lijkt hij op de Farizeeër- maar tegelijker¬tijd is hij als de tollenaar als hij zijn MISERE¬RE bidt: ach Heer wees mij zondaar genadig. De Franse schrijver Bernanos schreef een dramatisch boek geti¬teld 'le journal d'un curé de campagne', het dagboek van een dorpspastoor. Het gaat over een priester die gebukt ging onder de zorgen van zijn ambt. De man werd onzeker, werd niet begrepen, mislukt, raakt zijn geloof kwijt en komt op een Parijs zolderkamertje terecht. Daar wordt hij zwaar ziek. Hij is opgegeven maar het wonder gebeurt: hij krijgt zijn geloof weer terug en vraagt plotseling om de laatste sacramenten. Er is alleen maar een uitge¬treden ambtsbroeder in de buurt die hem die toedient. Zo krijgt hij weer contact met Zijn Schepper en zijn roeping bloeit weer op als hij glimlachend zijn laatste woorden uitspreekt: 'alles is genade.' Zijn hospita die alles gadeslaat mompelt: 'hier stierf een heilige.' Mgr.Ernst zegt in een preek over het evangelie van vandaag: ‘Hebben wij eerst vertrouwd op eigen inspanning en zijn wij ontmoedigd door ons falen dan leren we uit het verhaal van de Farizeeër en de tollenaar te vertrouwen op de genade alleen. De mens die dat durft zal de zin van zijn leven ontdekken en de rust vinden die hij nodig heeft. De mens die van uit die verwondering en verwachting wil leven zal een toekomst tegemoet gaan zoals geen mensenoog ooit heeft gezien en zoals geen men¬senhart dat ooit heeft be¬dacht. Hij zal de ware rust vinden. Het is zoals Augustinus ons dat eeuwen geleden heeft voorgezegd: 'mijn hart is onrustig o Heer, totdat het rust vindt bij U' |