Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Eerlijk duurt het langst E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 12 juli 2009

15e zondag door het jaar. Schriftlezingen:

Amos 7, 12-15 en Marcus 6,7-13

Ik was in Kreta deze vakantie. Een gezellig eiland,
zo’n 250 kilometer lang met een zeer oude cultuur.
Jammer alleen dat die ons alleen maar mooie beeldjes
en sierlijke voorwerpen heeft nagelaten
maar geen gedichten of zoiets:
het oudste schrift kan men nog steeds niet ontcijferen
en in het latere Minoische schrift zijn alleen maar
checklijsten gevonden van de lading van de schepen.
Op het vasteland was het anders: daar schreven Sofokles en Homerus.
Toch blijf ik gefascineerd door de wereld van de Bijbel.
En dan vinden we zeer oude teksten met een krachtige boodschappen.
Een zeer krachtige prediker die er op uit trok
en wiens boodschap ons schriftelijk is overgeleverd, is de profeet Amos.  
Zo'n 2700 jaar geleden liet hij zijn overduidelijke woorden horen.  
Hij was een schapenfokker (waarschijnlijk voor de offerdienst in de tempel)
uit Tekoa, even ten zuiden van Jeruzalem.  
De tijden van koning David en Salomo liggen al lang achter ons.  
Het rijk is verdeeld in twee gedeelten: het Zuidrijk Juda)
met als hoofdstad Jeruzalem en het Noordrijk (Israël)
met als hoofdstad Samaria.
Hoewel Amos zeker kritiek gehad zal hebben op de offercultus in Jeruzalem, richt zijn gramschap zich vooral tegen het staatsheiligdom in Betel
in het Noordrijk.  In zijn dreigpreken noemt hij ze allebei:
'Wee jullie, zorgelozen op de Sion Jeruzalem),
jullie gerusten op de berg Samaria.'
Tot de laatsten gaat hij verder: 'Jullie liggen op ivoren rustbedden,
op jullie divans uitgezakt' (6,1 e.v.).
Tot de priesters (van Betel) – u hoorde in de lezing van vandaag
wat voor een woede hij teweeg bracht-
tot de priesters richt hij woorden:
'Zo zegt de Heer, Ik haat jullie feesten,
Ik kan jullie samenkomsten niet meer luchten ...
doe weg het getier van jullie liederen, het getokkel van je harp,
Ik kan het niet meer aanhoren.'
Nee, niet direct een geschikte patroon van een zangkoor, deze Amos.  
Ook wat ruw in de mond.  
Zo bezigt Hij zeer onhoffelijke taal,
als hij de 'society-ladies' van Samaria toespreekt:
'Hoort dit woord, jullie koeien (!) van Basan op de berg Samaria.'
Koeien van Basan ... in die tijd geweldige koeien,
wij zouden zeggen Fries stamboekvee.  
Waarom fulmineert hij zo tegen liturgie en de 'society' van zijn dagen?  

In hoofdstuk 2 van het bijbelboek Amos –u zou het eens moeten nalezen-
vinden we alles bij elkaar gezet
wat Amos dwars zit: 'Zo spreekt de Heer:
Om drie overtredingen van Israël, ja om vier klaag ik ze aan.  
Omdat ze de rechtvaardige verkopen voor geld
de behoeftige voor een paar schoenen.  
Zij snakken ernaar dat het stof van de aarde de armen bedekt
en willen de neergebogenen van de weg afdringen.'

Zijn waarschuwende kritiek op de rijken en de gerusten
heeft helaas nog niets van actualiteit verloren.

De priesters van Betel waren op de godsdienst-
en maatschappijkritische verkondiging van Amos allerminst gesteld
dat hoorden wij in de eerste lezing vandaag.  
De op hun rust gestelde rijken in Samaria (en Juda) evenmin.

De eerste reacties komen al binnen op de nieuwste encycliek van de Paus
(Caritas in Veritate) die de wereldeconomie heel kritisch bekijkt,
met name het kapitalistisch liberalisme.
Hij gaat in de kritiek verder dan zijn voorgangers
en waarschuwt ons voor de gevolgen van ons ekonomische systeem.
De rijkdom kan ons ontnomen worden.

Hij zegt het wel eleganter dan Amos.
Moet je die horen (ik citeer):

'Ze zullen uw rijkdom komen weghalen en uzelf ook wegtrekken
zoals een visser zijn haak in de neus van de vis slaat.'

Deze dreiging waarover Amos spreekt in het jaar 760
heeft niet lang op zich laten wachten.  
Nog geen 15 jaar later rukken de legers van Tiglath-Pilezer III,
koning van Assyrië, op tegen Israël.  
De mensen van het Noordrijk zullen het eerst worden gedeporteerd.  
Genoeg over Amos en zijn kritische verkondiging in Noord Israel.

In datzelfde Noordrijk worden Jesus' leerlingen erop uitgestuurd.  
'En hij verbood hun iets anders mee te nemen
dan alleen een stok; geen voedsel, geen reiszak,
geen kopergeld in hun gordel.  
Wel moogt ge sandalen dragen, maar trekt geen dubbele kleding aan.'
De sandalen zijn belangrijk want
dan kunnen de leerlingen lopen en mensen bezoeken
en daar gaat het om.

Met deze sobere uitrusting
zendt de leraar uit Nazareth zijn volgelingen naar de dorpen en de steden
van het land, om aan de joden in herinnering te brengen
wat het betekent jood te zijn, zoon van Abraham,
en wat dit inhoudt aan toekomstverwachting.
Een uitermate sober tenue; armer kan bijna niet.  

De vromen van Jesus' dagen waren herkenbaar
op de hoeken van de straten aan hun plechtige gewaden
waarmee ze op mensen indruk wilden maken.
Jesus vindt dat allemaal niet nodig.
Zo krijgen vandaag niet alleen de koorleden kritiek te horen middels Amos
maar op de priesters en alle fraai uitgedosten in de liturgie van Jesus zelf

Het is duidelijk: de opzienbarende prediker uit Nazareth
wilde geen mooie presentatie geven van godsdienstige waarden;
Jesus zelf is geen glamourboy maar wil door de manier
waarop Hij mensen activeert
zelf hun levensbeginsel zijn.

Hij roept mensen op het met Hem te wagen.
Zijn leerlingen zullen als mannen van het geloof
geen kunstmatig gecreëerde voorsprong hebben
op hun gehoor.  Jesus bindt ze vast op hun echte overtuiging.  
Ze zijn geen ambassadeurs van een herkenbare grootmacht,
maar de getuigen van de Onzienlijke,
met alleen maar een reisstok en sandalen.
Het bericht dat ze moeten aanzeggen is hetzelfde als dat van hun Heer:
Word wie je bent, bekeer je!

En nu komen wij ook in zicht.
Jesus zendt ons er ook op uit, wij worden Zijn handen.
We weten nog niet wat dat oplevert,
wat wij allemaal mee moeten maken is ons onbekend.
We hebben waarschijnlijk allemaal
nog een lange en soms ook moeilijke weg te gaan
maar hopelijk willen we dat doen als wakkere medewerkers
van de God die onze toekomst is en onze hoop.

Teveel bagage meenemen  mag niet
zelf nam ik op mijn vakantiereis net als iedereen
ook weer veel te veel spullen mee.
Het gaat hier echter over geestelijke bagage.
De zware oude lasten van onze conflicten
moeten we achter ons laten,
ook ons eigenbelang en onze gewichtigheid.

Het evangelie zegt dat alleen sandalen mee mogen,
die zijn nodig om verder te lopen
en om nieuwe ontmoetingen te kunnen realiseren
met andere mensen die wij tegemoet gaan.

God zelf is daarbij een bemoediger en fan van ons, oneerbiedig gezegd
en bovendien bevrijdt Hij ons ook van onnodige belasting,
van onze schulden bijvoorbeeld. We lezen daarover in de Schrift:
‘Al zijn uw zonden rood als scharlaken
ik zal ze witter maken dan sneeuw.’
De zonde heeft niet het laatste woord:
wij worden uitgedaagd, iets, veel voor anderen te betekenen
en God steunt ons bij die actie.

Gaan we zo opgewekt verder
om ons te richten op wat echt belangrijk is
en weer eens goed te beseffen
dat wij er zelf mogen zijn en God van ons houdt.

    Hein Jan van Ogtrop, pastoor