1e zondag advent A-jaar -Jesaja 2,1-5, Mat.24,37-44 Deze zondag begint het nieuwe liturgische jaar. Een nieuwe jaar, niet meer met Lucas, maar nu met Matteüs.
We schijnen weer helemaal van voren af aan te beginnen, alsof er intussen niets gebeurd is. In onze kerk wordt is -net als in vele andere kerken en kapellen de adventskrans weer opgehangen. Nadat het stof er afgeblazen is, wordt de oude adventskrans met wat nieuw groen opgefleurd en met 4 nieuwe kaarsen erin opgehangen. Het begin van de liturgische cyclus, die net zo rond en gesloten lijkt als de adventskrans zelf. De kerstgroep blijft nog even in de kast liggen. Zover zijn we nog niet. Maar ook die zal weer -net als vorige jaren- worden opgezet. Dat kringloopdenken is ons ingeboren, vooral ons in het noorden, die in een klimaat leven waar het verschil der seizoenen zo duidelijk is. Onverbiddelijk breekt na een onstuimige herfst de kille winter weer aan waarna de lente weer zal komen en de zomer enzovoorts. Het kringloopdenken is ons ingeboren zei ik, het is ons zo vertrouwd dat we het zelfs zonder veel problemen op de hele mensengeschiedenis toepassen: 'Er is niets nieuws onder de zon' of: 'de geschiedenis herhaalt zich' Als we in een sombere bui zijn zeggen we: 'het wordt toch nooit wat met deze wereld'... we lopen immers allemaal alleen maar in een kringetje rond? En laat dat nou een typisch heidense gedachte zijn waar heel de bijbel tegen protesteert? Vanaf de allereerste lezing in dit nieuwe liturgische jaar wordt die kringloopgedachte doorbroken. In het visioen van Jesaja lopen de volkeren en de naties niet in een cirkel. Ze zijn ergens naar toe op weg. Ze hebben een doel! Ze komen van alle kanten op één bergtop af: ze zijn op weg naar Jeruzalem, ze zijn op weg naar het heiligdom, ze zijn op weg naar elkaar en naar God en de profeet is hun gids. Alles zal - zegt Jesaja- NIET blijven zoals het is; alles dient niet te blijven zoals het is: werk mee, doe er iets aan, help mee het aanschijn der aarde te veranderen. En uiteindelijk zal het dan zo zijn dat.. 'de berg waarop de tempel van de Heer staat zal oprijzen boven alle bergen.' Daar naar toe zullen we opgaan, 'blij' zoals de psalmist dat zegt. Als Jesaja spreekt over die berg van God, de berg van Jeruzalem, gaat het daarbij om meer dan het goed 500 meter hoge bergje waarop het huidige Jeruzalem is gebouwd maar om het woord van God als nieuwe levensvervulling van de mensen. Een mensheid die zich in het gewone doen misschien weinig gelegen zal laten liggen aan de goddelijke opdrachten en de visioenen van een nieuwe wereld die daaruit voortvloeien zal zich bekeren en veranderen. Soms is het alsof de institutionele kerk bij dit alles achter blijft. Misschien is dat zelfs onvermijdelijk of zelfs nodig! Kerk heeft immers ook iets te maken met 'een huis', met 'iets vertrouwds' met fundamenten waar je op bouwen kunt met rotsen in de branding. Maar al die vastigheid kan ook belemmerend werken en mensen blokkeren op hun tocht. We zullen misschien vooral tegenwoordig een beetje lichter en dus ook wat onzekerder moeten leven. Velen onder ons doen dat ook. Maar in deze dagen, meer dan ooit, wordt duidelijk dat wij niet zonder geloof, inspiratie en ook niet zonder kerk kunnen. Als gelovigen zijn wij dan altijd in verwachting, in blijde verwachting van nieuwe dingen en vooral van mensen die nieuwe dingen zullen doen. Daarom zijn wij zo benieuwd naar wat de nieuwe generatie... en we hebben hier veel mensen van een jongere generatie in de kerk of op het koor... zal doen; daarom zijn we zo benieuwd hoe zij met hun idealen en hun geloof zullen omgaan en wat voor een nieuwe initiatieven zij zullen ontplooien. Advent vieren betekent: steeds uitzien in verwachting naar alles wat nieuw wordt. -------------------- In het evangelie noemt Jesus de mensen uit Noachs tijd als voorbeeld van hoe mensen (wij) niet moeten zijn. Wat was er loos met die mensen? Wij denken: die waren zeker erg slecht. Maar daarover wordt niets verteld. Er staat alleen maar dat zij aten en dronken, huwden en ten huwelijk gaven. Dat zijn toch eerlijke zaken... waarom dan die kritiek? In het evangelie worden ze bekritiseerd omdat ze lauw waren, omdat ze allemaal deden alsof er niets aan de hand was en ook nooit iets schokkends zou kunnen gebeuren. En dan vertelt Jesus zijn wonderlijke beelden. Een daarvan gaat over twee mensen op de akker. Eén blijft gewoon aan het werk, de ander wordt meegenomen. Een ander gaat over twee vrouwen die graan aan het malen zijn.. één blijft rustig doordraaien aan haar molentje, de ander wordt meegenomen. Daar is niet mee bedoeld dat ze door een soort ruimteschip de lucht wordt ingevoerd maar dat zij in figuurlijke zin aan haar haren wordt getrokken... ze wordt er met de haren bijgesleept, meegenomen in de beweging van het koninkrijk... zoals wij dat hopelijk ook aan ons willen laten gebeuren. Dat gebeurt nu ook weer aan het begin van het nieuwe kerkelijk jaar heden. Mensen van nu zijn niet slechter dan vroeger.. in sommige opzichten beter, ik bedoel wakkerder, we weten werkelijk wat er aan de hand is, heel de wereld is immers een dorp geworden. Sint Paulus zegt in een zijn brief aan de Romeinen die u ook in uw missaaltje aantreft dat we vandaag dichter bij ons heil zijn dan ooit tevoren! Zou hij ook over vandaag spreken en misschien ons in zij gedachten hebben die het toch zo goed willen proberen? Misschien, als we maar wakker willen zijn en niet te traag van begrip. Vaak leven we in de sleur van alle dag en zijn het maar enkelingen die echt iets van wakkerheid en nieuwe energie uitstralen.. Wij zullen ons hopelijk in het nieuwe jaar -en nu loopt de kerk eens voor, ruim een maand op de burgerlijke wereld- door die grote kerkklokken van ons wakker willen laten bellen, iedere zondag, neen als het goed is iedere dag opnieuw om te gaan doen wat ons te doen staat. God heeft ons allemaal nodig, ieder mens is onmisbaar. Het heeft zeker zijn zin om die oude adventskrans weer uit de kast te halen, met wat nieuw groen vol te stoppen, en er opnieuw vier kaarsen op te plaatsen, en zo vier waakzame zondagen van te maken. Er is dan ook een beetje vooruitgang, elke zondag wat meer licht, zodat we ieder jaar wat dichter bij Gods licht komen. En dan draaien we niet in cirkels rond. om op hetzelfde punt uit te komen. Het lijkt er wel een beetje op, ieder jaar als we opnieuw het hele gebeuren van advent, kersttijd, vastentijd, paastijd pinkstertijd vieren… maar als het goed is gaan wij in die jaarkringen die wij draaien samen als in een grote schroefdraad naar omhoog. De jaren die we samen vieren vormen Gods geschiedenis met de mensen. En ieder jaar komen wij toch verder! We kunnen dit jaar Kerstmis niet meer vieren zoals we dat het vorig jaar deden. Er is teveel gebeurd. Herhalend en herinnerend draaien wij verder en bij iedere wending zijn we weer wat verder of wat hoger, totdat we ineens samen door het laatste duister heen zullen stappen, omdat de nacht ten einde is en de dag is aangebroken. |