Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Feest van de hoop E-mail
Geschreven door Mike Nachtegaal   
zaterdag, 10 januari 2009

Overweging zaterdag 10 januari 2009

Doop van de Heer Schriftlezingen: Jes 55, 1-11 en Mc 1, 7-11.


Het lijkt allemaal zo snel te gaan. 2009 is alweer aangebroken. De drukte rond de feestdagen is voorbij.
En ook wij sluiten met de doop van de Heer de kersttijd af.
Dit is echter alles behalve een treurige aangelegenheid.
Het is toch algemeen bekend dat katholieken niet vies zijn van een feestje!
Nog voor wij de tijd hebben gehad om bij te komen van de decemberdrukte en wij weer het alledaagse leven in worden gesleurd, vieren wij met elkaar een feest van hoop.
Vandaag vieren wij dat Jesus’ identiteit als de Messias is onthuld, wij vieren de doop van de Heer.

Het begin van de blijde boodschap, van het evangelie, ligt bij de doop van de Heer.
Hij is de vervulling van de hoop, met Hem is het visioen van Jesaja werkelijkheid geworden.

Marcus benadrukt dit sterk aan het begin van zijn evangelie: “begin van de goede boodschap van Jezus Christus, Zoon van God, zoals geschreven staat bij de profeet Jesaja:”

Heel de landstreek van Judea en alle inwoners van Jeruzalem trokken uit naar Johannes de doper, iedereen is inbegrepen, joden en niet joden. Het Jesus gebeuren is, zo leert Marcus ons, een nieuwe Exodus, een nieuwe uittocht van het volk.

Marcus begint zijn evangelie in de woestijn, geen gebied waar je graag wilt wonen, het is er een warme, dorre en eigenlijk maar een saaie boel. De woestijn, daar trek je doorheen, daar bezin je jezelf.

Waar wij naartoe moeten is het land achter die woestijn, het land waar God alles in allen kan zijn, waar ieder zich houdt aan Gods woord en ieder zijn naaste lief heeft als zichzelf.

De Jordaan is binnen het Eerste Testament een grens, een grens waar je doorheen moet. Maar er is meer, water staat in de Bijbel voor een nieuw begin en voor de dood.
Het verhaal dat Marcus ons verteld is een verhaal over een nieuw begin. De duif herinnert ons aan de duif die na de grote vloed Noach verblijdde met het takje van een olijfboom, geplukt bij Olijfberg bij Jeruzalem, de stad van God.
Een nieuw begin was aangebroken, een nieuwe belofte van Gods kant, het begon allemaal met water en een duif.

En nu staat Jesus daar. Een nieuw begin voor alle mensen. De Messias is gekomen.
Het volledige mysterie van God is openbaar geworden, een mysterie dat de vroege christenen later zullen leren herkennen als de Triniteit.
Allen zijn in de gelezen passage aanwezig, de Vader als de stem uit de hemel, de Geest in de duif en Jesus daar, nog kleddernat van het water, als de Zoon.

Jesus voldeed in de eerste instantie niet aan het meest gangbare beeld dat men in Zijn tijd had van de Verlosser van Godswege. Hij was geen krijgsheer die Israël met heldhaftige en harde hand zou bevrijden van de Romeinse onderdrukking.
Nee, in tegendeel. Hij verkondigde een Rijk van vrede en gerechtigheid, dóór vrede en gerechtigheid. Niet door het met geweld af te dwingen maar door het zelf te doen.
Hij leefde in de Geest van God.
Geen stoere actieheld, maar een soort van ‘knuffel Messias’ die de weduwen en wezen opzocht, die de lijdende mensen nabij was en Zijn leerlingen leerde hetzelfde te doen.

Hij leefde het Rijk Gods op een dusdanige manier voor, dat gezegd kan worden dat met Hem dat Rijk is gekomen, met de nadruk op ís, het preasens.
Hij stelde in Zijn handelen God op aarde aanwezig.

Zoals wij zagen horen heel de landstreek van Judea en alle inwoners van Jeruzalem hier bij. Joden en niet joden. Iedereen verenigd in de Geest van Christus, die ten diepste de Geest is die ademt in het Eerste Testament.

Door onze doop zijn wij verzameld in wat theologisch de ‘Zoon plaats’ binnen de drie-eenheid heet.
Dit is de plek van God tussen de mensen op aarde, verzameld in dit nieuwe begin bij Messias Jesus.
En dit is geen gemakkelijke opgave. Het eindigt niet met de boodschap ‘wees lief voor elkaar’. Dat zou op zich al moeilijk genoeg zijn, maar het is niet iets waarvoor ik naar de kerk hoef te komen.
Dat we lief voor elkaar moeten zijn, dat wist ik ook al voor ik naar de kerk kwam. Nee, het gaat verder dan dat.

Wij christenen hebben namelijk, als het goed is tenminste, de neiging om aan anderen te denken. De neiging om de lijdende mens niet voorbij te gaan.
Dat krijg je er van als je de Zoon plaats op aarde bekleedt.

Eigenlijk is het een heel onhandig geloof, ik denk vaak dat het veel makkelijker is om met een Happinez op de bank te zitten en op die manier het heil te zoeken.
Ik zal even uitleggen, de Happinez dat is zo’n modern blad, een glossy, dat iedere maand weer bol staat met nieuwe spirituele adviesjes, maar toch verdacht vaak begint en eindigt bij het individu.
Ik noem het ook wel ‘ik spiritualiteit’. Niet dat dat in zijn geheel niet belangrijk is, maar er is toch wel iets meer dan dat, het mag niet eindigen bij ‘ik’.

Jesus zat ook niet alleen maar thuis op de bank met een boekrol op Zijn schoot, zeker niet!
Dat had wel heel makkelijk voor ons geweest, maar dat is helaas niet zo.
Als joodse man begreep hij de betekenis van het woord Dabar, dat betekent ‘woord en daad’ en wordt gebruikt wanneer Gods sprekend handelen in het geding is.
Daarom ging Jesus de deur uit om het Woord te doen, om Gods Woord in de wereld aanwezig te stellen.

Het gaat er dus om, zoals ik al zei, dat wij als mensen ons in de Zoon plaats tot elkaar verzamelen en dan tot voltooiing komen.
Wanneer dat gebeurt dan spreken wij van de komst van het Rijk Gods op aarde.
Dit is waarom wij bij elkaar komen, dit is waarom het christendom niet een passief maar een actief geloof is, een geloof dat je van de straat houdt (of er op, het is maar hoe je het bekijkt).
Wij doen dit omdat ergens in geloven, in de komst van het Rijk Gods, in de voltooiing van de Zoon naam op aarde.

Waar twee of meer mensen in Zijn naam bijeen zijn, daar is Hij in ons midden, daar is de Zoon daadwerkelijk aanwezig.
Het is aan ons, aan de mensen, om tot handelen te komen, om het woord te doen, net als Jesus.
Alleen als dat gebeurt dan kunnen wij zeggen dat wij werkelijk zonen en dochters van God zijn, en dat wij de Zoon-plaats op aarde bekleden.

De hongerigen moeten gevoed worden, de vreemdelingen opgenomen, de naakten gekleed, de zieken verzorgt en de gevangenen bezocht!
Uitrusten dat doen we later wel, als we met z’n allen aan het hemelse bruiloftsmaal zitten.

In de Zoon Naam blijven wij bijeen komen rond Schrift en Tafel, en in deze naam blijven we bezig.
De wereld redden doe je niet alleen, dat doe je samen. Zelfs Jesus verzamelde daarvoor leerlingen om Zich heen.
Samen staan we sterk.

Mike Nachtegaal, Stagière Pastoraat,
Theologische Opleiding Fontys Amsterdam
    
    Theologische Opleiding Fontys Amsterdam