Schriftlezingen: Jes. 25, 6-10, Mt. 22, 1-14 Er is in onze parochie een klein boekje gemaakt de bedoeling was dat het in alle groepen die wij kennen -en dat zijn er nog al wat gelukkig- besproken werd -en dat is ook gebeurd- het heet: 'de Bavo, een gastvrije parochie.'
Er staat geen uitroepteken achter zo van: kijk ons eens gastvrij zijn! Maar ook geen vraagteken. Zijn wij dat eigenlijk wel? De bedoeling is gewoon dat wij er over nadenken wat het betekent in onze tijd kerk te zijn. Dat is een vraag die in alle tijden geldt en het evangelie van vandaag gaat daar dan ook over. Het verhaal komt voor in het evangelie van Lucas en ook in dat van Matteus. Het verhaal van de laatste evangelist lezen we dit jaar. Het verhaal begint met te vertellen hoe gastvrij God zelf is. Onze God is eerder bourgondisch dan jansenistisch. Daar zijn joden (en vooral katholieke) christenen het over eens. Is het niet kostelijk om in de eerste lezing van vandaag te horen spreken over vette spijzen en uitgelezen wijnen. In de Talmoed kan men een uitleg vinden bij Jesaja 64, 4: ´Geen oog heeft gezien, O Heer, buiten U, wat Hij bereid heeft voor hem die op Hem wacht en wat is dat dan: Het is de wijn die bewaard is in de druiven sinds de zesde dag van de schepping.´ Er klinkt bruiloftsmuziek naar ons toe als we de parabel ter hand nemen. We vinden parallelle teksten bij collega-rabbijnen van Jesus. Ook de man die geen bruiloftskleed aan heeft, komt er in voor ! Mensen die van God willen zijn krijgen ook een kledingadvies: ´Laat op ieder tijdstip uw klederen wit zijn en olie op uw hoofd niet ontbreken´(Pr. 9, 8). God is in de Bijbel de bruidegom die gasten nodig heeft voor zijn feest. Het verhaal vertelt daar onmiddellijk achteraan dat de gasten niet willen komen. Dat is nou toch ook wat. Er is een feestje en je komt niet. Toch is dat niet vanzelfsprekend: dat je komt. Om aan een uitnodiging gehoor te geven is vaak moeilijk: je moet losbreken uit je gewone sleur. Het evangelie vertelt over mensen die niet willen komen. Niet dat ze niet kunnen komen maar ze hebben het gewoon te druk met hun normale bezigheden en die moeten voorgaan. Zij staan voor de mensen die door God uitgedaagd worden maar daar gewoon geen consequenties trekken. God daagt ze uit om antwoord te geven op zijn roepstem maar ze doen dat niet. Hij vertelt zijn verhaal als een aanklacht tegen sommige oude getrouwen van Israel: kennelijk hebben die niet actief genoeg gereageerd op Jesus' prediking. De lezers van het verhaal in de vroege kerk zijn mensen uit de joods-christelijke gemeenschap van de eerste eeuw. Mensen die wel hebben gereageerd op Jesus prediking. Die mensen kunnen met enige tevredenheid luisteren want ze zijn gekomen. Net zoals alle kerkgangers die op zondag de moeite nemen om te komen daar zijn we ook erg blij mee. We kunnen ze niet missen: de mensen die tijd kunnen vrij maken om te komen. Nou, dat heb ik genoeg gezegd: we zijn blij dat u er bent. Maar nu het vervolg van het verhaal. II. Matteus weet dat zijn lezers trouwen christenen zijn joden-christenen om precies te zijn. Mensen die de wet van Mozes kennen en die daarbij nog hebben ontdekt dat Jesus degene was die die Wet precies heeft volbracht. Net zoals u in deze wereld hebt ontdekt dat het de moeite waard is om te geloven. Maar nu komt het er op aan: voordat de lezers van Matteus (of wij hier) gaan knorren van zelfgenoegzaamheid: 'wat is het toch fijn dat we God hebben geantwoord, dat we nog de moeite nemen om naar de kerk te komen' op het moment dat zulke gevoelens bij ons naar boven gaan komen komt er in het verhaal een andere sfeer. We horen plotseling spreken over een man zonder bruiloftskleed die niet naar binnen mag. 'Dat is nou niet aardig God, u bent geen goede gastheer. Ho ho, mag God gastheer zijn zoals Hij wil? Wij zagen een van de vorige zondagen al dat hij in de wijngaard aan iedereen een geweldig loon geeft ook al komen ze eventjes binnenstappen om een halfuurtje te helpen. Hij is een eigenzinnige gastheer. Hij is vriendelijk en royaal maar altijd heeft hij bijzondere verwachtingen van de mensen die aan zijn uitnodiging gevolg geven: ze zullen voor de bruiloft gekleed moeten zijn. en daar is meer mee bedoeld dan dat je een keurig pak aan moet hebben. Daar is mee bedoeld dat anderen het aan jou moeten kunnen zien dat je een bruiloftsganger bent. Als Godgelovigen zullen wij -als het goed is- anders zijn dan anderen. Neen, niet beter maar wel optimistischer. Wij zullen mensen die in de put zitten er niet in laten zitten maar hoop bieden en troost. Als feestgangers bij Gods bruiloftsfeest zullen wij anderen ook het licht in de ogen gunnen: er meer op uit zijn -zoals Francus dat in zijn gebed zegt- er meer op uit zijn te geven dan te ontvangen, er meer op uit zijn te troosten dan getroost teworen. Wij zijn als mensen die er toevallig bijgehaald zijn, als gewone mensen die ook vaak aan de sleur van alle dag toegeven van de straat van onze saaiheid worden weggehaald Als mensen die zelf soms ook droevig zijn en weerloos van de straat van onze droefgeestigheid afgehaald en naar het feest geroepen. Daar past dus ook een feestelijke mentaliteit bij en dat is dan ons bruiloftskleed. Het evangelie van deze zondag zou kunnen heten: gekleed en gereed. De hele menselijke geschiedenis is een ballade van zin en tegenzin, vasthoudendheid aan het oude. Het verhaal van de man zonder bruiloftskleed die buitengesloten wordt is geen verhaal waaruit we moeten af leiden dat God streng is. Dat is Hij niet. Hij wil niemand buitensluiten. Buitengesloten wordt alleen de mens die zichzelf buitensluit en aan het grote avontuur van het leven met de tora niet mee wil doen. De hoorder van deze gelijkenis mag zich zelf nooit buiten de parabel plaatsen als waarnemer. De parabels zijn tot ons gesproken opdat ook wij ons bekeren en daarnaar handelen. Ondanks de ernst past deze gelijkenis goed bij de najaarsfeesten in onze parochie: het Bavofeest de vorige week, het feest van de ouderen gisteren -allemaal mensen die wilden komen- de bruiloften van deze maanden en de doopfeesten die wij met regelmaat mogen vieren in onze kerk. Allemaal bijeenkomsten van mensen die mee willen doen. Ook in droefheid proberen wij elkaar te troosten en zingen 'als God ons thuis brengt dat zal een droom zijn.' Het is heerlijk te weten dat God voor ons alleen maar heerlijke verrassingen in petto heeft en dat Hij, als een goede gastheer, ons graag ziet. Dat de Bavo nog maar lang een gastvrije parochie mag zijn mensen mag uitnodigen naar het grote feest dat God voor ons in petto heeft en dat wij tegelijkertijd zelf ook gezellige gasten zijn van God die ons nodig heeft als werktuigen van zijn vrede. Leveren wij daar onze bijdrage aan dan kan God alles zijn in allen. AMEN. GEBED: Heer, Gij wacht en staat gereed om ons een plaats te geven in uw Rijk Gij staat ook gereed, om als de weg is afgelegd en alle leed geleden is iedereen een plaats te geven bij de maaltijd die Gij hebt aangericht. Laat ons niet onverschillig worden en die uitnodiging negeren maar laat ons luisteren naar uw roeping naar een weergaloze toekomst rond Jesus die leeft in de eeuwen der eeuwen. |