| Geen weg terug |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 17 september 2006 | |
Verkondiging 17 september, 24e zondag door het jaarSchriftlezingen: Jesaja 50, 1-9 de knecht v an de HeerMarcus 8, 27-35 Jesus’ eerste lijdensaankondigingDeze week dinsdag is het prinsjesdag, een vernieuwde ridderzaal, een feestelijk uitgedoste koningin, luister alom hoewel, het kabinet is maar een wankel kabinet en het programma dat de troonreden bevat is altijd weer een zwakke poging werteld en land te verbeteren. Wij aijn in de kerk aan het begin van de Prinsjesdagweek (tevens vredesweek dit jaar). Wij horen weer over God die de mensen toch nooit wil loslaten. Om dat te zeggen stuurt hij zijn bodes, zijn profeten: de grootste van hen is Jesaja. Hij komt de mensen bekritiseren (dat is niet aangenaam) maar hij vertelt ook dat God en mens -al zijn ze nog o ver uit elkaar gegroeid altijd met elkaar verbonden zullen blijven. Onze bruidegom heeft nog nooit scheiding aangevraagd. Altijd kan er weer een nieuw begin gemaakt worden. Jesaja had fans, niet veel maar hij had meer mensen die een hekel aan hem hadden: zijn kritiek bracht dat natuurlijk tweeg maar ook zijn aankondiging van een nieuwe wereld: de oude was toch prachtig. De laatste hoofdstukken van Jesaja hebben dan ook een heel bijzondere toon Jesaja spreekt daar over een trouwe dienaar van de Heer die lijden moet. En hij beschrijft een man die gemarteld wordt, de haren worden uit zijn baard gerukt en hij wordt gehoond en geminacht. Spreekt Jesaja alleen over zichzelf en schiet hij zo in het zelfbeklag? Niet alleen. Hij heeft het eigenlijk over alle rechtvaardigen die gekwetst zullen worden, gemarteld of gemin¬acht om hun opko¬men voor de waarheid. Zo is deze tekst ook toepasbaar op Jesus van Nazareth: de pro¬feet aller profeten die zei waar het op stond en deed wat er gedaan moest worden. In hun verslag over het lijden van Jesus Christus maken de evangelisten toespelingen op de oude teksten van Jesaja over de trouwe knecht van de Heer die lijden moet. Ze maken duidelijk dat Jesus' lijden de conse¬quentie is van zijn hele handelen, Zijn solidariteit met zwakke, gewone, kwetsbare, ja zelfs zondi¬ge mensen. De liederen over de knecht des Heren doen ons besef¬fen dat Zijn lijden Zijn actie voor de gerechtigheid is geweest, ons tot zegen. Marcus reageert in zijn lessen over Jesus tegen een in zijn parochie verkeerd begrepen heerlijkheidstheo¬logie van de Messias (en van de kerk!). Het gaat niet om sterke mensen maar onze aandacht wordt gericht op de zwakke die Hij zal ster¬ken. Hij de Messias die zwak was met de zwakken en weerloos met de weerlo¬zen, de gekrui¬sigde Jesus. Christen zijn is voor Marcus een levenswijze, een bestaanskeuze. Merkwaardig is dan om te beseffen dat een zwakke man, Petrus, wordt aangesteld om de kerk te leiden. Waren er geen heiliger figuren onder de apostelen die beter in aanmerking hadden kunnen komen? Als zijn Heer opge¬bracht is zegt hij: 'ik ken die man niet'. En zo'n man wordt uitgekozen om paus, om rots te zijn? Hij komt niet zo rots-achtig over. Hij aarzelt ja hij dwaalt. Dat Jesus hem dan toch aanwijst als eerste leider van de kerk is een mysterieuze zaak. Wij zouden anders oordelen. Wij kijken strenger tegen het kwaad in andere mensen aan. Zou God dat niet zien? Integendeel, Hij ziet dat veel beter. In de Bijbel staat dat Hij harten en nieren doorgrondt. Hij kent onze diepste bedoe¬lingen en toch koos Hij Petrus uit. En Hij blijft gewone mensen kiezen, raadselachtig. Ook in de latere geschiedenis van Zijn kerk. Er zijn mensen die veel heiliger zijn om bv.priester te worden dan degenen die het geworden zijn. Op priesters en bisschoppen is veel aan te merken. Zelfs een Paus zegt soms iets onhandigs, ik ben benieuwd wat hij vanmiddag om 12 uur daarover zal uitleggen. Maar -jammer voor u en voor mij- God kiest gewone mensen, dood¬ge¬wo¬ne mensen met hun tekor¬ten en hun fouten. Die neemt Hij op de koop toe. Dat geldt niet alleen voor de kerkelijke leiders maar voor ieder mens. Ieder mens is geroepen en door God uitge¬kozen Zijn vrien¬den en vriendinnnen te zijn. Dat u hier bent betekent dat u een geroe¬pene wilt zijn. U weet van uzelf dat u fouten maakt maar u wilt toch horen bij dat grote volk van pelgrims onderweg. Voor al dat gewone volk geldt dat één heeft gezegd: ik zal met u zijn. Wij zijn er toe geroepen, hele¬maal onder te gaan in het mensen¬be¬staan en daarin ook te verrij¬zen. Nu is Jesus zelf niet meer zichtbaar in Zijn menselijke gestalte maar Zijn adem en Zijn kracht zijn nog hetzelfde. Hij heeft beloofd: 'ik zal bij jullie zijn'. 'Ik zal bij jullie zijn' dat geldt voor ieder men¬senle¬ven. Mogen wij onze geest openen voor zijn woord, voor zijn kracht. Dan kunnen wij hopen en verwach¬ten. Dat hopen is niet hopen de honderdduizend te winnen maar hopen is hopen dat er één is die ons kent. Hopen is als een schipbreukeling staan op een rots en wachten en weten dat er een schip voorbij zal komen waarmee ik terugkeer uit de duisternis in het licht, van Gods nabij¬heid. Over schipbreuk gesproken: u kent de verhalen over de storm. Jesus laat het stormen eerst. Misschien om zijn vrienden te laten voelen dat zij onzeker zijn en weerloos maar dat God hen juist dan nabij is: in goede maar vooral ook in kwade dagen. Hopen is niet zomaar hopen in het wilde weg. Hopen is dat wij het aandurven ons over te geven aan het moment dat Hij ons aanraken wil. De Heer die veel verdroeg en solidair was met zijn leerlingen zou Hij ook niet bereid zijn dat te zijn met de gewone mensen in wie Hij nu Zijn vertrouwen heeft gesteld? De mensen van onze dagen en de dagen daarna: voor wie Hij een soli¬daire broeder wil zijn in de tekenen van brood en wijn. Zo zijn wij bijeen als mensen die het vertrouwen hebben dat Hij ons zijn trouw heeft toegezegd voor alle dagen van ons leven en zo vieren wij Eucharistie. Wij gedenken in deze viering zijn offer¬dood. En wij vieren ook zijn opstanding. Hij is de levende in ons midden die ons niet loslaat. Samen kunnen wij verder gaan. Door de dood heen zelfs, het laatste woord is leven, licht, opstan¬ding, verrijzenis, onvergankelijke vreugde. AMEN |



