14e zondag door het jaar, Installatie nieuwe koorleden. Schriftlezingen: - Jesaja 66,10-14 Verheug U met Jeruzalem, - Lucas 10,1-12+17-20 de oogst is groot. Bij de installatie had ik het tegen de kinderen nu iets voor de opa’s en oma’s. U herinnert zich vast wel, net als ik de voetgebeden waar de Mis mee begon. Onbegrijpelijke Latijnse volzinnen, waar je als misdienaar je tong over brak maar prachtig: “Introibo ad altare Dei” zei de priester en de goed getrainde misdienaars antwoordden foutloos: “ ad Deum qui laetificat juventuten meam.” Voor de niet latinisten de vertaling: De priester zei: ‘Ik zal opgaan naar het altaar van God’ en het misdienaartje antwoordde: ‘tot God die mijn jeugd verblijdt !!!!’ De blijdschap van onze jeugd werd zo bij iedere viering in herinnering geroepen. Blijdschap hoort bij het geloof. Er zijn maar liefst twee zondagen per jaar die blijdschap zelfs als naam hebben: zondag gaudete, ‘wees blij’ zo tegen kerstmis: en zondag laetare ‘verheugt u’ halverwege de vasten. En vandaag klonk ook het prachtige Engels motet dat , het lievelingslied van bisschop Zwartkruis was: I WAS GLAD. Blijdschap mag! De blijdschap zoals we die we in de vakantieweken beleven. De blijdschap in Zuid Afrika van de oranjefans -dat zijn wij natuurlijk allemaal- maar ook van de anderen. Blijdschap leer je vaak van kinderen die onbedaarlijk kunnen lachen.
Ons volwassenen ligt, door de band genomen, tobben beter. Tobben over deze wereld, tobben over onszelf, over de kerk. Om met het laatste te beginnen: vele mensen maken zich zorgen over wat er overblijft van de kerk: vele kerkgebouwen moeten worden gesloten.. in deze pastorie resideerden ooit een plebaan met 5 kapelaans en een x-aantal zusters... We leven dus in een droevige tijd en wil de laatste het licht uit doen.. Zo'n mentaliteit is niet evangelisch. Een andere mentaliteit is in overeenstemming met de ware geest van de schrift... en bovendien klopt het niet getuige de jonge mensen die zich op de doop voorbereiden getuige de leerlingen die zich bij onze koorschool melden. Het is een vreugde -en daar moeten we meer van getuigen dan van het andere- het is een echte vreugde om een geloof te hebben, een doel in je leven. Blijdschap is een van de kernpunten van ons geloof als het goed is. Het woord evangelie zelf betekent ook: ‘blijde boodschap.’ Het is dan ook duidelijk de bedoeling dat zo veel mogelijk mensen aan die blijdschap deel krijgen. Het gaat daarbij niet om de vorming van een elitekorps, een 'happy few' maar een grote groep mensen van alle tongen en talen. Een grote groep: dat hoorden wij vandaag. In tegenstelling tot de andere evangelisten vertelt Lucas niet alleen dat Jesus 12 apostelen uitzocht maar ook dat hij 72 leerlingen uitzocht die hij er twee aan twee op uitstuurde.. Sint Lucas verwijst met het noemen van die 72 leerlingen naar het oude boek Genesis waarin staat dat Noach 72 kleinzonen had en dat die samen de stamvaders waren van alle volkeren op aarde. Met andere woorden: de kerk bestaat uit mensen van allerlei slag en er bestaan geen hogeren en lageren iedereen is belangrijk, en iedereen is onmisbaar èn de kerk bestaat uit mensen van alle stammen en naties en tongen en talen... De kerk is internationaal en iedereen heeft gelijke rechten. Nog even terug naar de eerste lezing: ‘verheug je Jeruzalem’ hoorden we. Dat doen we in onze kerk door te zingen met velerlei koren, met jongens, meisjes en mannen: in alle toonaarden, blij en dankbaar en onze harten kunnen zich dan verheffen tot God. Verheug je met Jeruzalem wordt deze zondag gezegd en neem deel aan haar vreugde. Laat de vreugde toe in je leven. Niet de oppervlakkig blijdschap, (Roomse blijdschap we dat ook wel maar daar heb ik toch niet zoveel mee omdat die vaak gepaard gaat met oppervlakkigheid). Aan oppervlakkige blijdschap hebben wij geen behoefte maar wel aan de diep doorvoelde vreugde van het geloof. Die blijdschap heeft een bijzondere reden: in de laatste woorden van het evangelie horen we dat: ‘uw namen staan opgetekend in de hemel.’ Onze namen staan opgetekend in Gods hand. Dat geldt voor allen die ons voorgingen voor onze overledenen, dierbaren die we missen. Maar ook voor de namen van ons die een taak hebben en van wie nog veel verwacht wordt. Als Jesus zijn volgelingen toespreekt heeft hij het duidelijk over de tegenwerking die zij zullen ontmoeten, en over de beproeving die niemand van ons bespaard blijft Maar Hij heeft het ook over de kracht die het geloof mensen geeft: ‘ik zag de duivels uit de hemel vallen.’ Toe maar. En ‘overvloedig is de oogst’ zegt Hij ook nog. En dan zijn we weer terug bij het begin waarin ik de zorg over de kerk noemde. De oogst kan worden binnengehaald, ook in deze dagen. De kerk kan veel bete¬kenen in deze tijd. Gebruiken we de kansen die er liggen, ook vandaag weer, levend vanuit de hoop die ons bindt waarvan de nieuwe zangers en zangeressen en allen die zich al jaren inzetten voor de muziek, de zang en alles wat in deze kathedraal gebeurt, de blijde getuigen tot in lengte van dagen mogen zijn. |