| God roept een mens op weg te gaan |
|
| zondag, 29 juli 2012 | |
|
(17e zondag door het jaar) Schriftlezingen: -2 Koningen 4,42-44 brood voor velen -Johannes 6,1-15 dit is de profeet! Met graagte zingen wij in de kerk vaak het lied: God roept een mens op weg te gaan, het leven is een reis. Het heeft een pittige melodie naar toch daar gaat het niet om. Het gaat om meer, om iets anders. In het lied herkennen wij iets, iets wat ons eigen leven betreft. Wij voelen ons inderdaad vaak als reizigers, als mensen die een levenstocht maken. Niet zomaar op de bonnefooi maar ergens naar toe... Deze zomer zagen we veel mensen onderweg: de Tour de France, de Vierdaagse in Nijmegen en nu zijn mensen van overal naar Londen getrokken om daar weer de nodige prestatie te verrichten. Al die mensen spannen zich in met een doel: de tocht volbrengen, de prestatie leveren. En ik denk niet alleen aan beroepsatleten maar ook aan alle amateurs, bv. de mensen die enkele weken terug - veel Nederlanders waren daarbij - de Alpe d'Huez op klommen om andere mensen, kankerpatiënten, te steunen. Allemaal zijn we bezig, allemaal op weg naar een doel: 'het land dat ik u wijs.' Het lied zingt ook: 'verlaat wat Gij bezit, en ga op reis. ' . Verlaat je luie stoel, durf dingen achter te laten, los te laten, durf opnieuw te beginnen. Onze levenstocht is in tegenstelling tot al die sportfestijnen, geen plezierreis: in de Bijbel heet het daarom een tocht door de woestijn. Wat je mee moet maken valt soms lelijk tegen, het is soms zwoegen en ploeteren, hopen en wanhopen, volhouden en weer in elkaar zakken.... Maar het beeld van de woestijn reis betekent niet een en al ellende. Het is geen gewone reis: want er is een hele bijzondere Reisleider waar je echt wat aan hebt: Iemand die je niet alleen laat, Iemand die je zorgen meedraagt en je steeds uitdaagt verder te gaan die je leidt naar een grandioos einddoel: en je uiteindelijk brengt in een nieuw land een land van melk en honing, een gelukkig land: het land van Kanaän. Dat land lijkt erg ver. Wat de mensen van deze wereld maken is soms bar en boos. Al een kleine tien jaar terug waren jongeren uit onze parochie in Polen en ze hebben daar Auschwitz bezocht... en verbijsterd geconstateerd waar mensen toe in staat zijn en elkaar het allerslechtste aandoen en dat terwijl God ons al het goede gunt, Het oude verhaal van God met de mensen uit de Bijbel vertelt over de kracht die mensen die op Hem vertrouwen keer op keer ontvangen als ze naar het nieuwe land op weg durven gaan ondanks hun falen. Er wordt verteld over bemoediging die mensen kregen in de woestijn: over water uit de rots, brood uit de hemel, sterkte onderweg. Voor ons op onze pelgrimstocht is er vooral behoefte aan krachtvoer voor je ziel: opdat je weet waar je voor leeft en de moed ontvangt om vol te houden en gemotiveerd te zijn om goed te blijven doen. Er is nood en er is een schreeuw om hulp bij velen: uiteindelijk is dat de roep naar God. Tot Hem mag je dan zeggen: 'Houd Jij mij toch in leven wees Jij mijn kracht en mijn redding, steeds weer zoeken mijn ogen naar U...'; En dan geeft God Zijn bemoediging aan ons meestal via de mensen die Hij naar ons toestuurt om ons te troosten of de waarheid te zeggen: (nieuwe mensen op ons levenspad, een partner, een vriend, een vriendin) iemand die ons wakker maakt en in beweging brengt. Heel, heel soms zijn er tekenen die ons tot grote verbazing en vreugde stemmen: een plotselinge genezing, een wonderbare bemoediging, een stralend geluk dat ons ten deel valt. Dat gold voor degenen die Jesus' tekenen toen in Galilea, toen Hij de zieken genas en het brood brak en velen verzadigde. De schriftlezingen van vandaag vertellen ons over Elisa de profeet, die namens God mensen hulp geeft onderweg: een bemoediging van Godswege, en die komt altijd onverwacht. Over het antwoord, de troost en de bemoediging die ons in Jesus gegeven is, gaat het evangelie van vandaag. In alle kerken over heel de wereld dat verhaal voorgelezen, het evangelie van de zgn. broodvermenigvuldiging. Het volk had het in Jesus' dagen moeilijk. De Romeinse bezetters gingen als wildemannen te keer. De rijken werden steeds rijker en de armen steeds armer. Vroeger, in de goede dagen van koning David kon je het nog zingen: 'MIJN HERDER IS DE HEER HET ZAL MIJ NOOIT AAN IETS ONTBREKEN' maar in Jesus’ dagen lijkt de glorie van David voorgoed voorbij. Juist in die dagen treedt Jesus op en verkondigt dat de Heer, de oude trouwe God van Israël er nog steeds is en de Zijnen niet in de steek zal laten. De Herder slaapt niet! Daarom zingen wij die tekst nog steeds in onze dagen en zelf durven we dat bij moeilijke momenten, bij een uitvaart bijvoorbeeld. Als wij horen spreken over broodvermenigvuldiging, gaat het nooit alleen maar om een heel bijzonder 'wonder'. De enige reactie daarop zou zijn: 'tjonge,tjonge' of 'hoe is het mogelijk'. Gelukkig willen de verhalen over Jesus die het brood overvloedig aanreikt ons meer leren. Bij alle verhalen van de evangelisten over de broodvermenigvuldiging gaat het nooit om de stilling van een gewone honger alleen maar om troost voor een volk dat zich herderloos voelt. En de Heer zal in iedere tijd opnieuw een goede Herder blijken als Jesus het goede brood van zijn woorden, van zijn troost en zijn bemoediging, uitdeelt. De reactie op het teken van de broodvermenigvuldiging is niet erg diep. De meesten hebben het teken niet verstaan. Ze denken: 'die Jesus moeten we te vriend houden want wie weet wat voor voordeeltjes mij dat nog kan opleveren. Daarom willen ze deze Jesus graag tot koning kronen want Hij kon wel wat! Ze beseffen niet dat het om iets heel anders gaat. Jesus zelf is geen tovenaar maar wil door de manier waarop Hij met mensen meegaat, hun troost en bemoedigt en vooral door de manier waarop Hij hen activeert zelf hun levensbeginsel zijn. Jesus roept iedere mens, u en mij, op het met Hem te wagen. Het verhaal is dus tot ons persoonlijk gericht: Hij zendt ons er op uit, wij worden Zijn handen. We weten nog niet wat dat oplevert, onze weg is nog lang niet ten einde. We hebben waarschijnlijk allemaal nog een lange weg te gaan maar hopelijk willen we dat doen als wakkere medewerkers van de God die onze toekomst is en onze hoop. Uitzien naar Zijn nieuwe toekomst is een kunst op zich; het betekent het teken van de broden verstaan, er doorheen kijken. Weten dat het om een hele nieuwe manier van mens zijn gaat: leven met God, leven vanuit je idealen, gedurfde daden stellend, wetend dat alleen zo een nieuwe wereld in zich komt. Hier krijgen we geen medailles maar wel een prijs die altijd zijn waarde behoudt het kostbaarste wat je op aarde kunt krijgen: het brood van Gods belofte en het Brood van de Eucharistie dat ons werkelijk sterkt en troost en als het goed is ook activeert om te doen wat Jesus ons heeft voorgedaan. Genieten we daarvan vandaag gaan we na de viering blijmoedig verder op onze levenstocht: de tocht der tochten en… onze Herder is de Heer het zal ons echt aan niets ontbreken. AMEN. openingsgebed: Heer, de ogen van allen zien hoopvol op naar U en U geeft ons alles op de juiste tijd; Laat ons bidden dat het brood van uw woord en van de Eucharistie dat ons op onze pelgrimstocht wordt aangereikt ons op weg het leven door zal sterken en bewaren. Hein Jan van Ogtrop, pastoor. |
|
| Laatst Gewijzigd ( zondag, 5 augustus 2012 ) |



